Geert Bourgeois lanceerde een starterspakket voor Marokkaanse mensen die naar Vlaanderen willen komen. Goed bedoeld, maar toch niet zo helemaal goed geslaagd. Let wel, er staat ook heel wat nuttige informatie in voor potentiële nieuwkomers. Het pleidooi voor taalverwerving, het nut van onderwijs, onze gezondheidszorg en afvalsortering.
Maar toch ontbreekt er heel wat. We moeten de kandidaat nieuwe-Vlamingen voor meer waarschuwen dan enkel voor het natte weer. We moeten hen durven wijzen op latent racisme, op het feit dat het als vreemdeling niet evident is om een job te vinden, ondanks alle knelpuntberoepen, we moeten hen wijzen op de krapte op de woningmarkt die mensen met een vreemde naam vaak tot eerste slachtoffer maakt, op het gegeven dat hun kinderen vaak zullen moeten vechten tegen vooroordelen en het daardoor niet evident zal zijn om hun talenten ten volle te ontwikkelen.
En laat net deze brochure weer een deel van die vooroordelen bevestigen. De weinig stipte, weinig nette vreemdeling die heelderdagen rondlummelt op straat.
Misschien kan het eruit halen van die clichébeelden een eerste stap zijn om te komen tot een brochure waar die waarschuwing voor onderhuids racisme niet meer moet voorkomen. Laten we de drempels voor de nieuwkomers verlagen door daadwerkelijk in te zetten op een succesvolle integratie. Zodat de nieuwkomer terecht komt in een land dat per definitie al niet meer eng, stereotiep Vlaams is, maar een trots, open en tolerant Vlaanderen.
]]>De concrete aanleiding voor mijn vraag was het Bruggenhoofd Gent, een verdedigingslinie uit het Interbellum waar de voorbije jaren enkele waardevolle bunkers van werden gesloopt. Vermits de militaire geschiedenis niet stopt aan de gemeentegrenzen, is een totaalvisie op Vlaams niveau absoluut noodzakelijk. Zonder die globale aanpak riskeren we immers om in elke gemeente –het Bruggenhoofd Gent strekt zich uit over 20 gemeentes- een alibibunker te beschermen, terwijl ogenschijnlijk onooglijke bouwwerkjes, die net historisch veel waardevoller kunnen zijn, gesloopt worden.
Minister Bourgeois erkent dat ‘een inventaris van het militaire erfgoed uit de periode 1918-1945 de beste leidraad zou zijn voor de gemeentes die moeten oordelen over slopingsaanvragen.’ Deze inventarisatie past in het historische traject dat de minister afloopt, waarbij na de oude vestingen en forten nu ook het militair erfgoed uit de eerste wereldoorlog grondig is geïnventariseerd en zo nodig beschermd. Maar voor het militair erfgoed van na WO I is er nog heel veel werk. Het merendeel is niet geïnventariseerd, laat staan beschermd. Er staan er 180 in de inventaris, terwijl er meerdere 1000den zijn. Er zijn enkele mooie voorbeelden van beschermde sites zoals de Atlantikwall aan de kust en de antitankgracht in Haacht.
Als eerste aanzet voor bescherming van recenter militair erfgoed stuurt de minister alvast een richtlijn naar alle gemeenten om bij slopingsaanvragen zijn diensten te verwittigen. Dan kan de minister beslissen tot een voorlopige bescherming voor één jaar van het relict. Een tijdspanne die kan worden gebruikt om na te gaan hoe waardevol het militair bouwsel is en of een definitieve bescherming noodzakelijk is.
Ik ben tevreden met deze voorlopige oplossing, maar hoop vooral op een snelle realisatie van een algemene inventarisatie en totaalvisie. Wanneer we nu kijken naar de Inventaris Onroerend Erfgoed moeten we vaststellen dat er nog bitter weinig gedocumenteerd, laat staan beschermd is. Nochtans is ons militair erfgoed en vooral de herinnering dat vrede geen evidentie is, te belangrijk om te laten verloren gaan.
De hele vraag plus het antwoord staat te lezen op http://docs.vlaamsparlement.be/docs/handelingen_commissies/2011-2012/c0m230lee32-16052012_voorlopig.pdf
]]>Een boze Bart Caron
PS Ondertussen is de samenstelling mij ter ore gekomen. Zie op deze site bij Nieuws.
]]>Want ja, je kan niet in alles uitblinken. Mest-Vlaanderen en zeker Kortrijk is kampioen op veel andere terreinen, weeral tot spijt van wie het benijdt. We staan aan de top van het meeste fijn stof in Vlaanderen, het aantal zelfdodingen, van de duurste woningen, van de snelst toenemende vergrijzing in Vlaanderen, van de meeste grenscriminaliteit, van de meeste oppervlakte bebouwde ruimte. Maar al eeuwen staan we achteraan in de mondiale ranking van invloedrijke universiteiten en hun opleidingen.
Sorry, dat is niet de schuld van de West-Vlamingen, maar van de proffen van de KUL. Zij lieten al verschillende keren horen dat ze zeer tegen hun zin naar Kortrijk kwamen/komen om les te geven. Een veel te grote tijdsinvestering en zeker geen plek om te komen wonen, want er valt weinig interessants te beleven. En dus, er komen geen masters van de KUL in West-Vlaanderen.
En geloof het of niet, maar een diepe zucht van verlichting blaast de West-Vlaamse straten en pleinen schoon. Want, elke Calimero studeerde of studeert eigenlijk veel liever in Gent of Leuven, desnoods in Antwerpen of Brugge als het niet anders kan. Alles liever dan in je autochtone omgeving te moeten blijven. Dat resulteerde decennia lang in vele asielvragen in Gent, een levend bewijs toch? Gent wordt trouwens langzaam maar zeker de hoofdstad van West-Vlaanderen. Om maar te zeggen dat West-Vlamingen geen vragende partij zijn voor een eigen universiteit, we gaan liever op een ander. Waarom de KUL dan een afdeling oprichtte in de Guldensporenstad? Missiewerk? Om achtergebleven volksstammen op te leiden? Helemaal niet. De Kulak, dochter van de KUL, is indertijd alleen opgericht om een tegengewicht te bieden tegen de barbaarse ‘rijks’universiteit in Gent, die al te vaak werd bezocht door afvallige West-Vlamingen. Een paar jaar Kulak en dan doorgechast naar het moederhuis in Leuven. En nu, enkele decennia later neemt de UGent gewoon weerwraak. Voilà, meer is het niet.
Nee, de norm is niet ‘Zoetenaaie’, maar (beetje) katholiek versus (beetje) vrijzinnig, Leuven tegen Gent en bovenal de strijd om macht in de universitaire wereld. En dus, mijnheer M.R., zeer gewaardeerde journalist van DS is niet Calimero de schuldige, maar die onnozele schoolstrijd, al is die ondertussen verveld, van ideologie naar de platte strijd om macht en invloed.
PS Zoetenaaie, zo schrijft M.R. in DS. Het dorp heet eigenlijk Zoutenaaie. Maar laat dat een detail zijn, de modale inboorling spreekt er toch over ‘ier’.
]]>Pacta sunt servanda kreeg recent een nieuwe vertaling. Pacten zijn niet langer om gerespecteerd te worden, pacten dienen om te bedienen. Politieke vrienden met name.
Bij de hersamenstelling van de besturen van de grote Vlaamse instellingen pleegt de meerderheid en met name de N-VA een ware coup. deSingel kreeg vorige week 11 nieuwe bestuurders. Onder hen slechts 1 iemand met een oppositiekleur, een open VLD’er. De regering duidde voor de algemene vergadering 10 nieuwe leden aan, liefst 6 mensen van N-VA-strekking. Groen wordt onder de graszoden geschoven. Ongezien en ongehoord. Straks volgen de Vlaamse Opera en het Ballet van Vlaanderen.
Ik ben verontwaardigd dat een minderheid zijn die uit de boot wordt geduwd. Want daar draait het nu net om. Het Cultuurpact regelt de gegarandeerde vertegenwoordiging in de raden van bestuur van alle openbare culturele Instellingen, zoals cultuurcentra of musea. Ook filosofische en ideologische minderheden moeten er hun stem kunnen laten horen. Cultuur is te kostbaar om in de handen te vallen van een toevallig heersende meerderheid, om te moeten dansen naar de pijpen van bestuurders die nu eens liever naar links zien dansen en na de volgende verkiezingen liever naar rechts. Cultuur moet boven de politiek staan.
Ja maar, hoor ik je denken, eerst ben je pissed off omdat Groen geen zitje meer heeft in het bestuur van deSingel en dan zeg je dat politici zich niet moeten inlaten met de cultuur. Inderdaad. Het zou een ideale wereld zijn mochten onze grote instellingen bestuurd worden door een mengelmoes van mensen, progressieven en conservatieven, connaisseurs en amateurs, gevestigde waarden en jonge springers. Een mengelmoes met hun liefde voor kunst en cultuur als grootste gemene deler. Maar geen politieke waterdragers. Kijk eens naar de huidige besturen ...
Groen heeft er steeds een erezaak van gemaakt om een dergelijke liefhebber af te vaardigen in de besturen, niet één of andere uitgerangeerde oudgediende of trouwe partijsoldaat die een troostprijsje gegund wordt. Maar dat is niet overal zo ...
A’pen
En dan is er nog dit galletje over de provincialistische, of is het de parochiale denkwijze van de Vlaamse regering?
De raad van bestuur van deSingel zou m.i. toch moeten bestaan uit een diverse groep bestuurders, die uit het hele Vlaamse land afkomstig zijn. Is deSingel niet een culturele instelling die bedoeld is om internationale kunstcreaties te brengen en te tonen aan alle Vlamingen? We hebben slechts één dergelijke instelling. Hoe is het dan te verklaren dat de Vlaamse regering enkel bestuurders aanstelt die afkomstig zijn uit Antwerpen zelf, behalve een paar mensen uit de internationale periferie uit Mortsel en Zoersel? Meent de Vlaamse regering echt dat deSingel in de toekomst een lokaal Cultuurcentrum moet worden? Dorpspolitiek heet dat, van het zuiverste water. En het doet deSingel oneer aan, en geen klein beetje.
Aanleiding was een mijn vraag hierover. Ik nam de proef op de som in het weekend van 14 en 15 april. Toen was de E313 afgesloten voor werkzaamheden en was de spoorlijn Gent-Antwerpen onbruikbaar wegens een treinongeval in Melsele. Wie op zondagmorgen van 7 uur tot de middag naar Studio Brussel luisterde, kreeg 7 keer te horen dat de E313 was afgesloten, vaak met suggesties over alternatieve reiswegen. Van informatie over het spoor was er… geen spoor.
Enkele dagen later was het weer raak. Een brand in het station van Lier was het hoofdpunt in het radionieuws, maar informatie over onderbroken lijnen en vervangende bussen was niet te horen in het verkeersoverzicht.
Uit gegevens van de VRT-studiedienst blijkt dat de verkeersinformatie veel automobilisten bereikt, zo’n 2,4 miljoen op weekbasis, en dat de tevredenheid erover heel groot is. Mochten ook treinreizigers tijdig geïnformeerd raken over de grote calamiteiten op het spoor, zou die tevreden enkel toenemen, denk ik. Ik verwacht uiteraard geen overzicht van alle ‘normale’ vertragingen. Er zou anders weinig radio overblijven.
]]>Het ontslag van de voorzitters van de commissies van de eerbiedwaardige Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (KCML) komt niet onverwacht. Het nieuwe erfgoeddecreet dat minister Bourgeois voorbereid, of moeten we zeggen: samenschraapt, is niet enkel gehypothekeerd door diepe meningsverschillen, ook binnen de meerderheid van deze regering. Maar meer nog, bij decreet wordt de commissie gewoonweg afgeschaft. Weg met die lastige adviseurs, denkt Geert Bourgeois in zijn binnenste. Voortaan zal mijn administratie die panden beschermen of deklasseren, zoals ik dat wil.
Dat de voorbereidingen van het nieuwe decreet niet op wieltjes liepen, is binnen de erfgoedsector niet enkel een publiek geheim, maar vooral ook bron van groot ongenoegen en angst. De hoorzittingen in het Vlaams parlement waren gekruid met negatieve reacties uit de brede sector van de erfgoedzorg, maar ook van eigenaars, bouwondernemers en adviesorganen. Dat er onenigheid is, moge niet vreemd zijn. Zorg voor het onroerend erfgoed is een stekelige kwestie die permanent een balans moet zoeken tussen de zorg voor het betekenisvolle verleden van monumenten en landschappen en de drang van de maatschappij om af te breken en te vernieuwen.
In die spanning probeert Geert Bourgeois te balanceren. Maar hij lijkt daarbij vooral bekommerd om het behoud van zijn evenwicht op de balk, eerder dan uit te pakken met een heldere en scherpe visie op de plaats van het onroerend erfgoed in de samenleving van morgen. Wanneer hij, na veel horten en stoten, uiteindelijk aan een tekst van een decreet geraakte, bleek dit ontwerp dan ook vooral onevenwichtig. Sommige delen zijn gedetailleerd uitgewerkt (archeologie, handhaving, bescherming) terwijl andere onderdelen van dit beleidsveld, zoals de financiering van restauratie, zeer oppervlakkig zijn uitgewerkt. Niet consequent noch consistent.
De heikele punten, zeg maar hetgeen waarover er binnen de Vlaamse Regering geen consensus is, worden uitgerekend aan die Vlaamse regering overgelaten. En dat zijn er heel wat. Meer dan 100 bepalingen uit het ontwerpdecreet moeten verder geregeld worden in uitvoeringsbesluiten van de Vlaamse regering. Wat een soep.
Een gemiste kans is de onvoldoende invulling die gegeven wordt aan een integrale en geïntegreerde benadering van onroerend erfgoed. Gefragmenteerd, zonder aandacht voor de wisselwerking tussen onroerend erfgoed, ruimtelijke ordening en cultureel erfgoed. De uitgebreide instrumenten die voorzien worden voor handhaving (straffen en boeten), staan in schril contrast met het gebrek aan maatregelen om de burger en de relevante actoren actief te betrekken bij het onroerend erfgoedbeleid (sensibiliseren en goesting doen krijgen). Wervende kracht om de zorg voor erfgoed te ‘omarmen’ roept het ontwerpdecreet niet op.
Maar nog veel erger is dat er onvoldoende duidelijkheid is over de financiering en het budget voor de uitvoering van dit ontwerpdecreet. Wie zal wat betalen, de restauraties, de onderzoeken door archeologen enz.? Welke ratio heerst hier?
Welke rol krijgen de gemeenten? Ja, ze mogen trots de erkenning als erfgoedgemeente nastreven, maar welke meerwaarde biedt dit. Akkoord, ze mogen de kastanjes uit het vuur halen, heikele beslissingen nemen en vastgoedpromotoren stokken in de wielen steken (of net niet), maar wat het hen kost? Nee dat weten ze nog niet.
En wat met de provincies, die andere instituten waar Bourgeois weinig erfgoedwaarde aan hecht? Tot nu toe waren deze vooral machteloze cofinanciers van restauraties, maar in het nieuwe ontwerp van decreet zijn zij spoorloos verdwenen. Met hen de centen? Dat zou naar Vlaanderen gaan, maar Bourgeois zou de premies met 1à à 20 procent willen verminderen.
Niet toevallig is archeologie het meest gedetailleerd uitgewerkte hoofdstuk. Leeft er binnen de meerderheid dan wel een consensus over de waarde van archeologie? Het zou mooi zijn, maar ik vrees dat er angeltje in schuilt. Het ontwerp is immers een schoolvoorbeeld van zelfbediening door de Vlaamse regering, ingegeven door schrik voor archeologie. Aan de verplichting tot archeologisch vooronderzoek is erg veel gesleuteld. Er zijn vrijstellingen van de verplichting tot de opmaak van een archeologienota in allerlei zones. Er zijn allerlei ontsnappingsroutes voorzien. Vooral voor de overheid zelf ook. Alle openbare infrastructuur zoals wegen, luchthavens, elektriciteitsleidingen enz… en alle uitrusting ervoor zijn vrijgesteld. Denk hierbij aan Aquafin, Openbare Werken, Wegen enz. Joepie. De overheid mag wat ze niet toestaat aan de privé.
En nog dit: de inventarissen zijn een oud zeer. Bourgeois wil nu dat de inventarissen worden ‘vastgesteld’ na
een openbaar onderzoek. Hier is duidelijk sprake van een onevenwicht tussen de administratieve last om het openbaar onderzoek te voeren en de rechtsgevolgen van de opname in de inventaris, die zeer beperkt zijn. Een onevenwicht dat diametraal staat tegenover het heilige huisje van planlastvermindering van onze Vlaamse regering.
Om toch enigszins positief te landen, moeten we toegeven dat het hoofdstuk beschermingen en erfgoedlandschappen niet slecht is. Behalve dat er voor bescherming advies vraagt aan zowat alle administraties die met gewestmateries te maken hebben (mobiliteit, openbare werken enz…) Zoiets regel je toch niet in een decreet? Dit is toch interne organisatie binnenin de Vlaamse overheid? Het wijst weeral op een gebrek aan vertrouwen. Daarenboven staat Cultuur, als bevoegde instantie voor roerend erfgoed toch een gedoodverfde primaire partner, niet bij de beleidsdomeinen waar advies gevraagd wordt.
Het zo groots aangekondigde alomvattend erfgoeddecreet blijkt dus een lege doos te gaan worden. Een decreet dat meer vragen oproept, dan dat het kan beantwoorden. Een decreet dat meer achterpoorten creëert dan openingen naar een consequent, consistent, maar vooral gevleugeld en gedragen erfgoedbeleid.
]]>De man ging op zoek naar een nieuw onderkomen, onder meer via het OCMW, het Sociaal Verhuurkantoor De Poort e.a. maar hij belandde op een wachtlijst. In een huurwoning van deze diensten kon hij niet terecht omdat hij daar zijn hondje niet mocht meenemen. Hij wou ook niet op een kamer wonen zonder zijn hond. In dezelfde krant zei hij: ‘‘Ik werkte achttien jaar bij Fenaux en tien jaar bij Prado, beiden textielbedrijven, ik was daarnaast vijftien jaar zelfstandige in bijberoep. Ik boorde tapijten af in een loods op deze site, maar ook die wordt nu afgebroken. Van al dat werken kreeg ik hevige rugpijn en intussen ben ik invalide verklaard.’ Als hij niet verhuisde, dreigde voor hem een zware boete.
En op zaterdag 7 april stond in de krant opnieuw een bericht: Heulenaar R.R. (49) is gisteren dood aangetroffen in zijn woning. De man moest zijn huis op bevel verlaten. Blijkbaar zag de man geen perspectief en ‘benam zich van het leven’. Zijn hond Fifi werd opgevangen door een kennis.
Een fait divers? Een persoonlijk drama? Was er meer aan de hand? Een ding staat vast: hoe goed onze sociale diensten ook zijn uitgebouwd, ze kunnen niet vermijden dat er steeds mensen door de mazen van het (maatschappelijk) net vallen. Crisisopvang van het OCMW is mogelijk .... De beste voorzieningen kunnen persoonlijke drama’s niet steeds voorkomen.
Misschien of wellicht waren er problemen die wij buitenstaanders niet kennen, maar ik kan mij wel iets inbeelden ... alleenstaand, zonder job, een laag inkomen, zonder vooruitzicht op een woonst, en gedwongen je huisdier af te staan. Wat had de man nog over? Niks of bijna niks meer ... Wat heb je om naar uit te kijken? En zijn er niet veel mensen in onze samenleving die zich in vergelijkbare situaties bevinden? Met even weinig perspectief. Onze rijke en hoog ontwikkelde samenleving staat machteloos toe te kijken als er zich persoonlijke drama’s afspelen. Hoe kan dat in Godsnaam vandaag nog gebeuren?
Het is geen alleenstaand geval. Nee. Elke dag vind je dergelijke berichten in de krant, als ze al de krant halen. Ik word boos op die harde neoliberale Vlaamse samenleving. Ze is vooral goed in het uitsluiten en vergeten van mensen, van mensen die niet passen in het ideaal van vandaag, een ideaal van hard werken, veel geld verdienen en persoonlijk succes behalen.
Niet iedereen is daarvoor geschikt, nietwaar .... en we mogen nog 100 nieuwe sociale diensten creëren, ze zullen dit soort problemen niet oplossen.
We hebben zeer grote twijfels bij dit plan om nog eens een nieuwe ondergrondse parking aan te leggen. In het hart van de stad weeral, en in een schoolomgeving. Veel extra parkeerplaats en dus veel extra autoverkeer aantrekken lijkt ons geen goed idee. Zeker met de cijfers uit het mobiliteitsplan is dat niet te verantwoorden.
Binnen de R36 zijn er vandaag 5538 parkeerplaatsen, waarvan 2153 in parkings (39%) en 3385 (61%) plaatsen op het openbaar domein. Zo staat in het Mobiliteitsplan. Er is een permanent aandeel van vrije parkeerplaaten van 436 of 8%. Dat is berekend bovenop het percentage lege plaatsen, dat noodzakelijk is om zoekverkeer te vermijden. Het doel van de stad, volgens het plan, is ‘geen stijging’ van het aantal parkeerplaatsen binnen de R36. Uiteraard zou ik zeggen, er is een overschot. Er is dus ruimte om bovengrondse parkeerplaatsen af te schaffen. Heeft de stad niet altijd gesteld dat voor nieuwe ondergrondse parkeerplaatsen er evenveel bovengrondse zouden verdwijnen?
Het mobiliteitsplan is zo eerlijk om te zeggen dat er een ‘overaanbod is aan parkeerplaatsen’ in en rond de binnenstad. Alleen wordt daar niet de consequentie aan verbonden om er dan ook een aantal af te schaffen, bij voorkeur de bovengrondse als u het ons vraagt. Dan kan de stad investeren in openbaar groen, in pleintjes, in woningen en winkels. Er is zo vaak gezegd dat er voor elke nieuwe ondergrondse plaats een bovengrondse zou worden afgeschaft. Dat is niet gebeurd.
Gezien de nabijheid van de K parking en de parking onder de Veemarkt is een bijkomende ondergrondse op die plaats een erg dure en in ons ogen onnodige operatie. Kan de investeringskost voor zo’n kleine ondergrondse parking trouwens ooit terugverdiend worden? Wij denken van niet.
Een ondergrondse parking voor bezoekers aan de stad is dus helemaal niet nodig. We steunen wel het voorstel om van de Houtmarkt een groene long te maken, een verbinding tussen het Begijnhofpark en het Plein. Het is een unieke kans (enig te Kortrijk). Te mooi om te verpesten met nieuwe parking.
En mag St.-Vincentius dan geen parking maken voor het eigen personeel, en eventueel voor bezoekers? Wel ja, als ze parking nodig hebben, moeten ze daar wat ons betreft vooral zelf voor zorgen.
Een groene Houtmarkt, het past bij elkaar, zeker als er bomen op staan. We durven er op rekenen dat bij de heraanleg de aanwezige (en mooie) bomen niet zullen worden afgezaagd, zoals op de parking Crematorium/Sportcentrum Lange Munte enkele maanden geleden.
De combinatie met de Academie kan inspirerend werken om van het plein een klein Middelheim te maken. Ook al een unieke kans voor Kortrijk.
Van ons mogen er best enkele plaatsen zijn voor autocars en voor kortparkeren. Die dienst voor Toerisme Kortrijk en het Museum 1302 ontvangen regelmatig groepen. Veel alternatieven voor autocars zijn er niet in de binnenstad.
Wij dromen ondertussen van een prachtige nieuwe Houtmarkt, een paradijs voor kunstliefhebbers en wandelaars, een verademing voor de nieuwe bewoners van Sint-Vincentius en alle bezoekers aan onze stad.
Samengevat:
1 er is objectief gezien en becijferd geen nood aan een extra parking
2 Groen maakt een duidelijke keuze om de auto van de straat (en de pleinen) te halen
3 Groen heeft een mooi alternatief: ‘Middelheim’ - misschien een design-variant?
4 St Vincentius moet zijn parkeerprobleem niet doorschuiven naar de stad
5 er moet wel nog eens nagedacht worden over parkeerruimte voor touringcars.
Er ontspon zich een heel debat. Schepen Leleu probeerde het hoge kostenplaatje te relativeren.
De studiekosten bedragen 253.000euro voor de ondergrondse parking en 136.800euro voor de studie over de heraanleg van de Houtmarkt en de Lange Brugstraat. De parking kost 2,6 miljoen. Sint-Vincentius bouwt dan zelf een parking die verbonden wordt met die van de stad. De schepen benadrukte dat er met Sint-Vincentius een verdeelsleutel is afgesproken om de kosten te helpen dragen. Daar staat echter niks van in het dossier. Vreemd allemaal ...
Tot op heden is die weg er nog steeds en wordt er eigenlijk misbruik van gemaakt.
De oorspronkelijke afsluiting van de Kringloopwinkel moet worden teruggeplaatst zodat sluipverkeer via het skatepark naar de Markebekestraat en naar de Overzetweg onmogelijk is. Ook zouden paaltjes moeten geplaatst worden ter hoogte van de Overzetweg om verkeer tot onder de brug te beletten; sluikstorters en gelegenheidskoppeltjes vinden maar al te vlotjes de weg tot onder de beschutting van de brug R8…
De skaters voelen zich niet erg op hun gemak met die bezoekers en hun duistere bedoelingen en klagen tevens het feit aan dat het skatepark dikwijls weken onbruikbaar is doordat wagens, bestelwagens en soms een vrachtwagen via het skatepark van en naar de doorgang aan de achterkant van de Kringloopwinkel rijden; de betonnen vloer van het skatepark wordt bevuild met aarde en modder.
Schepen Guy Leleu antwoordde dat dit zal worden aangepakt. Het is wel de verantwoordelijkheid van het Vlaams Gewest, maar er wordt aan herinnerd.
]]>Uit onderzoek van de Leuvens politologen Marc Hooghe en Tim Reskens blijkt dat het gebrek aan interesse vanwege de Vlaamse overheid en sommige gemeenten van doorslaggevend belang is geweest voor de registratie in 2006.
Als we de gegevens overlopen zien we dat er dan een belangrijke mate van variantie optrad. In sommige steden en gemeenten kan de registratie van niet-EU-kiezers een waar succes worden genoemd. Absolute koplopers onder de grote gemeenten waren de stad Hoei (47,2 procent), Herentals (44,6 procent), Bastogne (44,6 procent), Lier (40,8 procent), Sint-Truiden (37,4 procent), Turnhout (29,7 procent), en Hasselt (19,9 procent).
Nog onder de grote gemeenten vinden we de slechtste cijfers bij: Zaventem (1,8 procent), Lokeren (2,2 procent), Mechelen (3,4 procent), Oostende (6,4 procent), Kortrijk (11,6 procent), Antwerpen (12,2 procent), Brugge (12,6 procent).
De registratiepercentages zijn geen weerspiegeling van de politieke interesse bij de doelgroep zelf. Indien dit het geval zou zijn, zouden we kunnen verwachten dat politieke interesse op relatief gelijke wijze verspreid is over de verschillende gemeenten. In de praktijk zien we echter bijzonder grote verschillen optreden, waarbij een stad als Lier bijna 4 keer meer succes boekt als Kortrijk. Het is onmogelijk dat de politieke belangstelling van niet-EU-burgers in de stad Lier vier keer zo hoog ligt als in Kortrijk.
De praktische uitwerking van het stemrecht komt in Vlaanderen ook deze keer weer veel te laat op gang. Voor de verkiezingen van 14 oktober 2012, moeten de aanvragen uiterlijk op 31 juli 2012 ingediend worden. Het lijkt er sterk op dat de Vlaamse Gemeenschappelijk geen landelijke informatiecampagne zal voorzien en integendeel de volle verantwoordelijkheid voor het bekend maken van deze registratieprocedure bij de gemeentebesturen zal leggen. Er komt een foldertje waarvan de stad exemplaren mag bijbestellen. Ik hoop dat het meer wordt.
Maar nog belangrijker is dat, als men wil dat ook de niet-EU-burgers gebruik maken van hun stemrecht, ons stadsbestuur een grotere inspanning doet. En dat zal nodig zijn. In Le Soir - en in geen enkele Vlaamse krant - verschenen de recente cijfers van het aantal geregistreerde niet-Belgische kiezers. Cijfers van 27 maart van dit jaar. Best interessant. We zien dat er in Kortrijk 1413 EU-burgers potentieel mogen gaan kiezen, waarvan slechts 5,17% ingeschreven is als kiezer. Van de 1100 niet-EU-burgers zijn er amper 2,36% ingeschreven. Dat zijn cijfers die een pak lager liggen dan in 2006 (11,6% in Kortrijk). En ook een pak lager dan het Vlaamse gemiddelde op 27 maart 2012 (7%, zelfs 21% in Wallonië).
Daarom de volgende vragen:
Welke inspanningen zal ons Kortrijkse stadsbestuur doen om niet-EU-kiezers te laten registreren? Welke ambitie heeft de stad? Welke percentages wil de stad bereiken?
Zal de stad overleg plegen met de Raad voor Intercultureel Samenleven? Wordt er samengewerkt met bestaande middenveldorganisaties? Hoe?
Schepenen Alain Cnudde en Filip Santy antwoordden dat ze een briefactieplannen (elke burger die aan de voorwaarden beantwoordt zal een informatiefolder toegestuurd worden). De website van de stad zal in het luik verkiezingen hier aandacht aan besteden, er komt een brede informatiecampagne, en de stadkrant zal ook worden ingezet.
Ik hoop dat de stad dat alles doet met overtuiging en een grote intensiteit. Het zal daar van afhangen of er zich veel niet-Belgen inschrijven om te gaan stemmen.
Er is nog weinig begrip voor nieuwkomers. Staatssecretaris Maggie D.B. kan een onbarmhartig beleid voeren, met applaus van de meeste partijen. Hoe is het toch zo ver kunnen komen? Nieuw is het niet, denk ik dan. Etnisch-culturele verschillen zijn dankbaar als vijandbeeld. Een ‘vreemde’ vijand beladen met Israëls zonden is simpel. Een andere religie, afwijkende normen en waarden, een gekleurd uiterlijk, ... klaar. De geschiedenis zit vol rampzalige voorbeelden. We evolueren vandaag alweer in de richting van een explosie, een etnisch-culturele alweer. Niet in verre continenten, maar in het rijke Westen, oord van hebberigheid en egoïsme. Het dampt en stoomt net onder de oppervlakte, klaar om uit te barsten.
Is de solidariteit verdwenen? Nee, we willen nog zorgen voor elkaar, voor zover ‘elkaar’ gelijk is aan blank, Nederlandstalig, en uit Vlaamse klei opgetrokken. Vlaamse sukkelaars krijgen nog mededogen, voor zover het hun ‘eigen schuld dikke bult’ niet is. Langdurig werkloos, geen diploma, ziek, failliet gegaan? Als het je eigen schuld is, kan die Vlaming morgen ook op zijn eigen blaren gaan zitten.
De samenleving wordt elke dag harder. Je moet het niet meer op de maatschappij steken, de individuele verantwoordelijkheid neemt hand over hand toe, terwijl structurele oorzaken niet meer aanvaard worden ... Zeer Amerikaans. Een harde struggle voor life. De sociale zekerheid bijv. wordt beetje bij beetje in die richting hervormd: sparen voor je pensioen, je private hospitalisatieverzekering enz. Daarin passen die vreemde mensen ook niet.
Die asielzoekers kan je ontmoedigen om te komen, je kan ze terugsturen, opsluiten enz. Maar zolang we – ja, dat is ieders verantwoordelijkheid – het voor hen niet beter maken in hun eigen land, zolang we de rijkdom niet eerlijker verdelen op deze planeet, zolang gaan mensen (proberen te) verhuizen naar betere oorden. Je kan ze een tijdje afremmen met harde maatregelen, maar als er geen grondige oplossing komt ...
Pleit ik voor open grenzen? Eigenlijk wel, het is het enige middel om tot die herverdeling te komen. Al besef ik evenzeer dat het misschien nog meer bloed, zweet en tranen zou veroorzaken dan het huidig asielbeleid.
Maar wie stelt dat de twee regularisatiecampagnes uit het recente verleden onterecht waren ... zit echter ook dik fout. Wat wil wil je, met zo’n klungelig asielbeleid deed België niets anders dan mensen hoop geven. Het is verrekt niet de schuld van de asielzoekers, maar van de politieke verantwoordelijken.
]]>Dat mocht ik vandaag weer eens vaststellen. En hoe. Drie voorstellingen zag ik, en drie keer was ik na de voorstelling diep ontroerd en van mijn melk. Het is lang geleden dat ik dat nog beleefde.
Ik zag een sobere maar uitgepuurde Oom Wanja, Nonkel Wanj voor de gelegenheid, gespeeld door Compagnie Tartaren. De tekst ging zelfs niet ver weg van het origineel, de karakters waren glashelder, maar ook onbarmhartig getypeerd, vooral de beklijvende Sonja. Mooie regie van Ivan Vrambout, Dat de voorstelling in de oude refter van de Sint-Baafsabdij werd gespeeld, droeg bij tot de magie - zo’n schitterende ruimte.
Ik zag de ruwe montage van de film ‘Een Familiedrama’, van o.a. Dominique Vanmalder en Jan Geers, met acteurs uit diverse sociaalartistieke projecten. Ik werd stil, heel stil van de film. De thematiek, over het uit de weg ruimen van een echtgenoot, werd met veel klasse, maar ook met veel humor gebracht.
En tenslotte het strafste kippenvelmoment van de dag, het concert van Recht-Op, een productie van Rataplan. Rock en pop door de mensen van een armoedevereniging. Eigentijds, swingend, in een concept van Hans van Cauwenberghe. Het deed me heel erg denken aan Young at Heart, een Amerikaanse band/koor van krasse senioren, dat covers zingt uit de rockgeschiedenis. Het verschil is dat het geen covers zijn, maar originele nummers die recht uit hun hart komen, uit hun leefwereld en sfeer. Ambiance en kwetsbaarheid. Om eerlijk te zijn, ik kon dat traantje niet tegenhouden.
En door een zonnig Gent gestapt. Wat een mooie dag.
Uiteraard is het nog slechts een denkpiste en wordt het woord bonus in de communicatie zelfs ten stelligste vermeden. Toch gaan er her en der knipperlichten aan.
We zitten namelijk in een tijd van efficiëntiewinsten en kaasschaven. Alle vet wordt afgeroomd, ook bij de openbare omroep. Het is immers niet omdat de dotatie – terecht – verhoogde dat de VRT de tering niet naar de nering hoeft te zetten. Er was een afvloei van personeel en ook bij de vakbonden wordt er verrast gereageerd op het nieuws dat er plots financiële ruimte zou zijn. Bij recente sociale onderhandeling, waarbij het optrekken van de laagste lonen werd gevraagd, werd hen immers medegedeeld dat deze ruimte er niet was.
Het lanceren van een ballonnetje over het uitbetalen van een extra-verloning kon moeilijk op een slechter moment vallen. Het onbegrip bij de bevolking omtrent de riante bonussen in de banksector, bij AB Inbev, maar evenzeer bij Belgacom, nog steeds voor een groot deel een overheidsbedrijf, is begrijpelijk groot. Nu spreken over bonussen bij een openbare omroep wijst op enige wereldvreemdheid en is niet bepaald gepast.
Heeft de VRT de jongste tijd dan niet goed gewerkt? Verdienen de werknemers geen beperkt extraatje? Laat me duidelijk wezen: Ja. Maar er zijn enkele grote maars. Om te beginnen is er de maatstaf die als argument wordt gebruikt. De bonus wordt gelanceerd omdat de VRT goed scoort in de kijk- en luistercijfers. Kwantiteit als toetssteen. Verwachten we van de openbare omroep niet net dat hij uitblinkt in kwaliteit, in divers aanbod, ook voor kleinere doelgroepen, de meerwaardezoeker? Moet de VRT meestappen in het commercieel opbod?
Hetzelfde geldt voor het volgende argument. De bonussen moeten de openbare omroep behoeden voor een leegloop. Het is absurd te denken dat je personeelsleden aan je kan binden met een eenmalige bescheiden bonus. Evenmin is het geloofwaardig dat de VRT de strijd met headhuntende commerciële zenders zou aankunnen. Ook in dat opbod moet de VRT dus niet meestappen.
En dan is er nog de maar van de eerlijke verdeling. Waarom zou het management ook percentueel een grotere bonus moeten krijgen dan het voetvolk. Met een vast percentage extra zou de loonkloof al opnieuw stijgen, maar er is sprake van een bonus die tot zes keer hoger ligt, berekend op het per definitie al hogere loon. Het heeft er de schijn van dat de basis enige kruimels wordt gegund als glijmiddel voor de mooiere bonussen voor de happy few. Enkel eenzelfde bonus in centen voor elk personeelslid zou pas een sterk signaal zijn van ‘we zijn samen goed bezig’.
Tot slot is er natuurlijk ook nog de grote vraag naar de wenselijkheid om als bestuurder van een openbare instelling die grotendeels gefinancierd wordt door de Vlaamse burger, te overwegen bonussen uit te betalen. Nog los van de tijdsgeest blijft dit immers een besteding van belastingsgeld. Gemeenschapsgeld dat vrijgevig wordt uitgedeeld.
Ik ben het er absoluut mee eens dat de bedragen die circuleren vrij bescheiden zijn en in niets te vergelijken met de excessen van de Bellensen en Brito’s van deze wereld. Toch vind ik enige waakzaamheid en kritische reflex aangewezen.
]]>Maar, er is nog een ander, en volgens mij belangrijker facet. Als de bedrijven uit de Leiestreek zo nodig werkvolk moet ronselen in la douce (?) France, dan is dat ook omdat het reservoir aan werknemers uit eigen streek leeg geraakt. In tijden van economische crisis klagen Zuid-West-Vlaamse ondernemers niet over de grote werkloosheid, want dat is eigenlijk niet de realiteit in de streek, integendeel. Nee, ze klagen over een tekort aan medewerkers.
Breng dat eens in verband met een eeuwig geweeklaag over het tekort aan bedrijvenzones. Immers, bedrijven willen groeien. Maar dan klopt er toch iets niet?
Ik herhaal even de paradox. Enerzijds, er is geen personeel genoeg te vinden, er is immers geen hoge werkloosheid. Anderzijds, de druk op de ruimte is gigantisch zodat er niet veel uitbreidingsmogelijkheden meer zijn voor bedrijven. En de conclusie is ... dat bedrijven beter zouden investeren in regio’s waar er nog bedrijfsruimte is en wel voldoende potentieel aan medewerkers. Bijvoorbeeld in de streek van Moeskroen en Doornik…
En dan heb ik de andere gevolgen nog niet geschetst: een steeds moeilijker te ontwarren mobiliteitsknoop en steeds meer uitstoot en fijn stof.
Mag ik de unizo’s en voka’s van deze wereld vragen om na te denken deze paradox. Zijn er toch geen grenzen aan de groei? Zeker in Zuid-West-Vlaanderen?
Maar, als we de doelstellingen bekijken die in de samenwerkingsovereenkomst met Novarock staan, stellen we vast dat deze grotendeels ook vervuld kunnen worden door andere organisaties. Met andere woorden, er kan geen sprake zijn van een unieke positie die exclusieve ondersteuning van de stad verlangt. Deze organisaties, zoals Sinksen Vlas Vegas, Parkjazz, Mayday Mayday, Student Welcome Concert,…zijn ook al jarenlang in staat om de betere Belgische bands te programmeren, de stad in de picture te plaatsen, vrijwilligers te betrekken, kansen te bieden voor bands uit Kortrijk en West-Vlaanderen enz.
Als Kortrijk het meent met haar identiteit als muziek- en jongerenstad, gebiedt de eerlijkheid zich om ook deze festivals een kans te bieden op bijkomende financiële ondersteuning. Elke organisatie die bijdraagt tot het muziekgebeuren in Kortrijk en in staat is om bovenstaande voorwaarden deels of volledig te vervullen, moet volgens ons kunnen genieten van een correcte toelage ten opzichte van wat op vandaag gegeven wordt.
Daarom vragen we de goedkeuring van het voorstel dat moet leiden tot een subsidiereglement voor alle muziekfestivals in Kortrijk. Hiermee krijgt elke organisatie een gelijke kans om in aanmerking te komen voor een broodnodige financiële injectie.
Dit voorstel werd ingediend door drie partijen, door Bert Herrewyn (sp.a), Bart Caron (Groen!) en Eline Brugman (Open VLD).
Helaas wilde de gemeenteraad het niet goedkeuren.
Of luister naar het radiogesprek (Het Vrije Woord, Radio 1, 12 maart 2012) over het boek van Bart Caron ‘Niet de kers op de taart’, http://outpost.vrt.be/privemp3/2012_03_12_-_HVW_mp3.htm
]]>Neem de onvolprezen beurs Interieur. Plots verschijnt een nieuwe begrotingspost met een subsidie van 150.000 euro. Out of the blue, voor het eerst zelfs. Ik vind het ook al bizar dat in tijden van financiële krapte een dergelijke subsidie wordt ingeschreven in de stadsbegroting. Het is een hoger bedrag dan de subsidie aan alle professionele kunstenorganisaties van Kortrijk, hoger dan de dotatie aan de schouwburg, hoger dan de subsidies aan alle verenigingen. Met alle liefde voor Interieur, maar dit is een slecht signaal.
En er is een ander dossier. Er wordt een subsidie toegekend aan een lokaal rockfestival dat naar de naam Novarock luistert. Waar kent u de eerste twee lettergrepen van? Van Rerum Novarum dus, blijkbaar goed voor 39.500 euro. Zomaar? Of uit grote liefde voor de rockmuziek, of voor stedelijke evenementen? Er zijn nog meer festivals, maar die krijgen veel minder geld. De uitleg van de cultuurschepen is dat dit festival in eerste klasse speelt. Onder ons gezegd, dat is niet zo. Het is een heel toegankelijke programmering, best degelijk, maar niet zo uitzonderlijk. Elders in Vlaanderen zou zo’n festival zonder veel subsidie verder blijven leven en groeien. Als het echt eerste klasse zou zijn, dan moet het festival subsidie vragen aan de minister van Cultuur. Er zijn projectmiddelen voor muziek, maar het lukt blijkbaar niet om daar een positief advies te krijgen. Dat is de echte toetssteen.
Laat ons het niet te ver zoeken, zoek het maar in de politiek, of in een restant van de verzuiling …. Natuurlijk levert de band met onze katholieke vrienden de verklaring. Wat in Kortrijk gebeurt, kan je nog best omschrijven als ouderwetse vriendjespolitiek! Het lijkt bijna op zelfbediening. De manifestaties van de eigen ACW-zuil moeten het subsidiereglement (van de semiprofessionele organisaties) niet eens meer volgen, ze worden op hun wenken bediend.
Och, Novarock mag van mij goed gesubsidieerd worden – wij zijn blij dat het bestaat en willen het ook steunen – maar dan op een eerlijke / objectieve wijze. Via een subsidiereglement dus. En met een gelijke lat voor elke manifestatie. Er zijn in Kortrijk nog fijne festivals zoals Vlas Vegas, Parkjazz, Festival van Vlaanderen enz.
Is iedereen gelijk voor de wet? Of enkel als ze uit eigen zuil komen? Ik vind het niet fijn in een stad te wonen waarin sommige initiatieven moeten knokken voor elke euro en soms zelfs tegengewerkt worden, omdat ze niet de juiste politieke kleur hebben, terwijl anderen met opmerkelijke liefde en goed bediend worden.
Merkwaardig is dat het kersverse rapport van de cultuurintendant - dat rapport zet de strategische keuzes voor Cultuur in Kortrijk uit - niet eens spreekt over Novarock. Kortrijk ook muziekstad? Naast designstad? Naast warme stad? Dat is zo typisch Kortrijk, het wil in alles uitblinken, maar bij gebrek aan heldere keuzes is het in alles middelmatig. En dat verklaart dergelijke wafelijzerpolitiek. Stefaan De Clerck mag zijn vrienden van Interieur bedienen als het ACW vrijgeleide krijgt voor Novarock.
Het is vooral jammer voor deze organisaties zelf. Hun blazoen wordt besmeurd door dit soort politiek gekonkel. En dus moeten we concluderen dat alle festivals gelijk zijn, maar sommige iets minder gelijk omdat ze een langere arm hebben.
Rijk Kortrijk, arme mentaliteit.
Vlaams Parlementslid Bart Caron zette samen met de buurtbewoners en de milieuverenigingen de tanden in dit dossier. AWV verdedigt de aanpak, maar erkent dat ze tekort schoot inzake communicatie.
De aanplantingen uit de vorige eeuw groeien al snel uit tot dichte, opschietende massieven die nauwelijks licht doorlaten en zichzelf als het ware versmachten. Met omvallende bomen en gevaarlijke verkeerssituaties tot gevolg. Daarom kiest de Vlaamse overheid nu voor een meer geleidelijke overgang in vegetatie, waarbij de ruige grasberm eerst overgaat in hakhout en dan pas in houtige vegetatie. Deze manier van werken zou niet enkel de verkeersveiligheid ten goede moeten komen, maar ook de biodiversiteit.
De kaalkap die plaatsvond in Marke was de omzetting van die dichte houtige vegetatie naar hakhout. De omgezaagde bomen zullen weer uitschieten en beheersbaar hakhout worden.
AWV erkent wel dat er heel wat misliep met de communicatie over de werken. Tegen de volgende winter belooft ze de uitwerking van een globaal plan rond het bermbeheer. Hierbij moeten de verschillende projecten beter op elkaar afgestemd geraken, maar bovendien geeft het de mogelijkheid om ruim voordien zowel de weggebruikers als de bewoners op de hoogte te brengen van de planning en het doel van de werken.
In het verlengde van de problematiek diende Bart Caron ook nog een schriftelijke vraag in over de geluidsoverlast van de snelweg voor de nabije buren. Overlast die nog toenam na het rooien van het groen op de bermen. Andermaal pleitte hij hierbij voor de bouw van een geluidswerende wand. Het antwoord van de minister is nog niet binnen, maar naar verluidt zou men alvast bereid zijn in te gaan op de vraag naar nieuwe geluidsmetingen in de omgeving.
]]>De bevlogen uitspraak van Minister Joke Schauvliege over de CO2 reductie staat in schrilk contrast met haar uitspraken over subsidies voor de kunsten. Ze stelt nu voor om de subsidieverdeling voor theater, muziek en andere kunsten niet meer te laten gebeuren door de Cultuurminister maar door aparte fondsen, zoals in Nederland. Verfondsing heet dat.
Het is eens te meer duidelijk dat Joke Schauvliege haar verantwoordelijkheid wil ontvluchten. Ja, het is lastig subsidies te verdelen. Er zijn veel meer aanvragen dan er kunnen gehonoreerd worden, en steeds voor lagere bedragen dan de aanvragers wensen. Ondankbaar dus, maar zo noodzakelijk. Haar verklaring toont ook weer eens aan dat ze geen keuzes durft te maken – logisch als je weinig visie hebt – en daardoor het belang van cultuurbeleid schaadt.
Ik wil de afstand tussen de politiek en de kunstenpraktijk niet groter zien worden, en vermijden dat de politiek vervreemd geraakt van de kunstenwereld. Als Joke Schauvliege nu ook nog de beslissingen over subsidiëring uit handen geeft, dan groeit de afstand nog meer. Daarenboven leidt verfondsing ertoe dat de parlementaire controle op de uitvoerende macht uitgehold wordt. De minister moet zich dan niet meer verantwoorden voor beslissingen die zij niet meer neemt. De interesse in politieke middens voor het kunstenbeleid daalt dan ongetwijfeld. Dat blijkt nog het beste in Nederland, waar net die verfondsing een belangrijke verklaring is waarom de regering zonder blikken of blozen een kwart van het cultuurbudget kon afhakken. Bij ons in Vlaanderen is het omgekeerd. De nauwere betrokkenheid tussen het kunst- en cultuurleven en het beleid, zowel op lokaal als op Vlaams niveau, is in Vlaanderen één van de redenen waarom dat soort diepe cuts bij ons niet denkbaar is. Hoe dan ook, laat politici aub opkomen voor kunstenorganisaties. Het heeft ook een positieve invloed op het globale budget dat in het verleden schoksgewijze, bij elke beslissingsronde, steeg.
Dan is er nog de problematiek van continuïteit in werking en van werkgelegenheid. Vandaag beslist de minister op basis van het Kunstendecreet voor 2 of 4-jarige subsidies, van vooral organisaties. Die relatieve stabiliteit is nodig om een toneelgezelschap of een orkest op de been te houden. Het zijn nu eenmaal grotere structuren die wat meer zekerheid vereisen. De politiek kan die het beste garanderen omdat zij niet alleen artistieke motieven voor subsidiëring hanteert, maar ook randvoorwaarden zoals werkgelegenheid, publieksparticipatie en stedenbeleid verdisconteert.
Wil de minister af van de politieke lobbying? Zal ze daardoor verdwijnen? Dan zal ongetwijfeld niet meer zoveel bij politici gelobbyed worden, maar des te meer bij het bestuur en de commissies van de fondsen zelf. Dat daar geen parlementaire controle op is, leidt wel meer tot achterkamerbeslissingen.
Verfondsing neigt naar een conservatiever beleid waarin gevestigde waarden hun plek bewaken. Een fonds is immers een corporatistische organisatie die bestuurd wordt door veldbewoners waar de facto de ‘heersende’ krachten de koers bepalen. Cultuurbeleid maken is echter een verantwoordelijkheid van de politiek, en in eerste instantie van een minister.
Het betekent niet dat het subsidiesysteem niet kan verbeteren. Er kunnen zelfs een aantal onderdelen worden georganiseerd zonder dat de politiek er nog in tussenkomt. Bijvoorbeeld voor individuele beurzen aan kunstenaars, en voor projectsubsidies aan organisaties zou het kunnen, en wellicht zinvol zijn. De huidige beoordelingscommissies en de administratie Cultuur mogen dit van mij zelf afhandelen, zonder politieke eindbeslissing.
Wat hebben we geleerd van het Vlaams Fonds voor de Letteren en het Vlaams Audiovisueel Fonds. Dat zijn twee bestaande fondsen. Het gaat hier om specifieke disciplines, om eenmalige projecten zoals een film, of om steun aan auteurs die beurzen krijgen. Voor steun aan personen en aan projecten die vaak een profit doel hebben – een film wil winst maken – is het aangewezen dat de politiek wat afstand neemt. Zeker als er personen worden gesubsidieerd, want deze steun is gevoelig voor lobbying en vriendjespolitiek.
Het is ook hulp aan de ‘goede’ (kwaliteitsvolle) creatie die anders niet zou tot stand komen, en ook een vorm van marktondersteuning, subsidie voor cultuurproducten die een potentie hebben om winst te maken.
Oké, als Joke Schauvliege niet verantwoordelijk meer wil zijn voor de moeilijke subsidiebeslissingen, dan kan ze beter proberen af te geraken van de bevoegdheid Cultuur. Het is iets te makkelijk om de vuile was telkens door te schuiven.
]]>Genieten. Het kippenvel had, in alle eerlijkheid, ook veel te maken met de plek, dat magische gebouw dat geopend werd op 10/02/2002, in dat magische jaar dat Brugge culturele hoofdstad van Europa was. Dat jaar heeft er op zijn minst voor gezorgd dat Brugge opnieuw de weg naar de toekomst heeft ingeslagen, en het verleden een juiste maar dienende plaats heeft gegeven. De stad is een volwassen cultuurstad geworden, weliswaar zonder de extreme en verrassende kantjes van de grootstad, maar met een volledig en zeer waardevol aanbod. Het Concertgebouw is er toch in geslaagd om in tien jaar tot de Europese top te gaan behoren. Al is de start ‘toen’ wat moeilijk verlopen, al zijn er discussies gebleven over de subsidies, de ploeg die het huis leidt, is dat goed te boven gekomen.
Kortom, het Brugse Concertgebouw is de provinciestad stevig overstegen en verdient een mooie toekomst. Hopelijk honoreert de minister van Cultuur dat ook. Maar dan liefst niet via de oude politieke cultuur ...
De toneelwereld, de muziek, de beeldende kunst en bijna alle andere artistieke disciplines, krijgen dezer dagen een rapport. Op 31 december stopt hun subsidie. Hun nieuwe beleidsplan voor vier of twee jaar is in eerste lezing gepasseerd door de kritische blik van de beoordelingscommissies. Organisaties kregen gisteren hun preadvies en kunnen nu een repliek indienen. Tot eind juni houdt de spanning aan, want pas dan beslist de minister over de enveloppen.
Ik wil stilstaan bij één opvallende tendens die uitspringt bij het lezen van de preadviezen. Namelijk dat de commissies een grote liefde betuigen voor een hippe stedelijke kunstsfeer, voor hedendaagsheid, voor avant-garde. En dat minder hippe kunstvormen - denk aan muziekgenres als folk of jazz, aan klassiek theater, aan instellingen en festivals met een wat bredere artistieke werking maar die uitdrukkelijk inzetten op publieksverbreding - uit de boot dreigen te vallen.
Het is paradoxaal: de commissies hebben de neiging om te kiezen voor uitgesproken contemporaine kunst, die bon ton is bij de zogenaamdeinner circle van de kunstenwereld: de recensenten, programmatoren, curators en frequente bezoekers. Zij menen dat hun smaak de goede smaak vertegenwoordigt. Voor afwijkende meningen is er weinig plaats, of je dreigt uit de inner circle te worden geduwd. Niemand twijfelt aan de kwaliteiten van Rosas, Alain Platel of Wim Opbrouck, maar dat kunstenaarstalent slechts een plaats vindt als het nog straffer, nog hedendaagser moet (willen) zijn, heeft smaak- en aanbodversmalling tot gevolg.
Een unieke keuze voor de avant-garde is eigenlijk conservatief. Als de subsidieronde daarenboven in een economisch barre periode komt, dan kiest zo’n commissie haast automatisch voor de bestaande hippe organisaties. Er is weinig ruimte voor nieuwe spelers of minder hippe genres en worden minder artyfarty - zo noemde een directeur van een kunstenhuis de adviezen in een e-mail - organisaties bedeeld met een negatief of twijfelend advies.
Een en ander moeten we historisch duiden. De meeste kunsten worden eigenlijk sinds een goede vijftien jaar gesubsidieerd. Er kwamen dan reglementen en decreten van de ambitieuze Vlaamse overheid. Pas sinds dan worden subsidies gegeven aan de beeldende kunst, aan initiatieven in de rock en de jazz, aan kunstencentra en festivals, en nog recenter aan kunst- educatieve en sociaalartistieke organisaties. Vlaanderen gaf daarvoor enkel beperkte subsidies aan de dan heersende canon, zeg maar de burgerlijke kunsten. Er ging geld naar opera, klassieke orkesten, de grote toneelgezelschappen die het traditionele repertoire brachten, het ballet. De jaren daarna verruimde de blik en kregen de ‘moderne’ kunsten zoals dans, de rockmuziek, actuele beeldende kunst, jazz en andere een plaats onder de subsidiezon. Terecht. Dat leidde traag maar zeker tot een bredere canon. In zoverre zelfs dat de pendel dreigt door te slaan. De actuele en zeker de hedendaagse kunsten worden hoger ingeschat dan de klassieke. Je kan dat vergelijken met de veranderingen in de mode. Ontwerpers, critici en bladen schuiven graag mee met de hippe ontwerpers en smaakmakers.
Veldbewoners identificeren zich met de goede kunstexpressies en met de juiste smaak. Je zou maar goed gek zijn om liefhebber te zijn van die oubollige genres als wereldmuziek, folk of jazz, en zelfs een vrij gewone rockprogrammering, en idem dito in andere kunstdisciplines. Niet dat de vernieuwing in de kunsten niet richtinggevend moet zijn. Dat moet ze wel zijn, net omdat er dialectiek moet heersen, een strijd om de legitimiteit tussen gevestigde en nieuwe kunst, maar dat is een strijd binnen disciplines en genres.
Mag ik een oproep doen? Ik zou de minister en alle andere betrokkenen willen vragen om de blik van wat gesteund moet worden voldoende breed te houden. Daar zijn veel argumenten voor. Het belangrijkste is eigenlijk een eenvoudig: het cultuurbeleid (en dus ook het kunstenbeleid) moet aandacht hebben voor alle kunst- en cultuuruitingen, maar beperkt zich in de ondersteuning tot die uitingen die ze waardevol of kwaliteitsvol acht en niet kunnen overleven zonder steun van die overheid. Dat basiscriterium maakt abstractie van de smaak. Het veronderstelt een voldoende breed subsidiebeleid, weliswaar met prioritaire aandacht voor het hedendaagse maar zonder andere uitingen te dumpen. Ik hanteer ook het kwaliteitscriterium, maar het mag niet enkel afgetoetst worden aan de heersende mode.
Ik heb ook te doen met de beoordelaars. Voor het eerst moeten ze dat doen in een krimpend financieel kader, met veel goede aanvragen op tafel en zonder een kader aangereikt door een minister van Cultuur. Ze krijgen de vuile was doorgeschoven. Dat is geen makkelijke, laat staan een dankbare klus. En dus moet de Vlaamse regering financiële ruimte creëren, anders dreigt een bloedbad en een stevige versmalling van het artistieke aanbod.
]]>De aanvraag tot milieuvergunning wordt ondersteund door een milieueffectenrapport (MER) dat nagaat welke gevolgen de kleiontginning zou hebben op de omgeving en het milieu. Dat MER is ondertussen echter zowat 4 jaar oud en blijkbaar zijn de noden van de bouwgroep serieus gewijzigd. Het MER onderzocht de effecten van het afgraven van 20.000 m3 per jaar. Nu wordt een vergunning aangevraagd voor liefst 70.000 m3 per jaar. “Licht tot matig negatieve effecten worden op die manier drie en een halve keer zo negatief”, aldus Bart Caron, Groen gemeenteraadslid en Vlaams Parlementslid. “De werkelijke effecten van de gevraagde ontginning zijn dus nooit onderzocht.”
Groen Kortrijk maakte de berekening wel voor wat betreft het verkeer. “Als het bedrijf zijn zin krijgt, dondert er straks om de vier minuten een vrachtwagen met of om klei door het centrum van Aalbeke, en dat niet gedurende 8 weken per jaar, maar gedurende 28 weken,” stelt gemeenteraadslid Philippe Avijn vast. “Net nu het stadsbestuur, terecht, heeft beslist dat het centrum van Aalbeke autoluw en zwaar verkeer werend zou worden heringericht.”
“Eén zin het MER was ronduit frappant,” vult Bart Caron aan. “Het stadsbestuur werd daarin opgeroepen om het Aalbeekse centrum her aan te leggen op maat van het extra zwaar verkeer van Wienerberger. Wilde men de stad medeplichtig maken aan de overlast of wanneer er slachtoffers vallen?”
Voor Groen is het dan ook uitgesloten dat de ontginningsvergunning wordt afgeleverd zonder dat er een andere ontsluiting komt van de groeve en de verwerkingsinstallatie in Aalbeke. Maar er zijn meer bezwaren:
Zo kwam het gebied ten zuiden van Kortrijk de voorbije jaren al voldoende onder druk te staan. Open ruimte en landbouwgrond moeten gekoesterd worden. Nu is het weliswaar de bedoeling dat de groeve zou worden opgevuld met (90.000 vrachtwagenladingen!) aarde, maar het is heel onzeker dat er daar voldoende kwaliteitsgrond voor gevonden wordt. En de landbouw is zeker niet gediend met een lapjesdeken van verschillende grondsoorten bovenop een verminkte bodemstructuur.
Ook de waterhuishouding in de ruime omtrek dreigt verstoord te worden, en dan zwijgen we nog over geluids- en stofhinder door de ontginning of de kleisporen die de omliggende straten gevaarlijk glad kunnen maken.
“In het dossier steken zodanig veel onbekende of onderschatte factoren dat een negatief advies en verwerping van de aanvraag de enig mogelijke conclusie is,” besluit Philippe Avijn. “De NV Wienerberger moet zijn huiswerk opnieuw maken en een manier van werken zien te vinden die respect heeft voor de omgeving en de mensen die er nu en in de toekomst leven.”
]]>