Friday 24 May 2013,

Bart Caron

De musical verdient een betere behandeling

ingediend door Bart Caron op 11/05/2013 om 07u30

Bij wijze van inleiding een wellicht verrassend statement. Ja, het is terecht dat publieksvriendelijke musical in Vlaanderen wordt gesubsidieerd. We hebben nood aan een breed cultuuraanbod en daarin hebben ook populaire artistieke producties een plaats. Ook musical dus. Als dat aanbod er niet meer zou komen vanuit de markt, omdat grootschalige musical onrendabel is, dan is het niet verkeerd dat de overheid bijspringt. We doen dat ook voor film. Zonder inbreng van overheidsmiddelen zou de Vlaamse film niet zo’n hoge toppen scheren als vandaag. Als een artistiek product rendabel is, is overheidsinbeng overbodig. Kijk naar onze topkunstenaars: auteur Tom Lanoye of beeldend kunstenaar Luc Tuymans verdienen goed hun brood. Ze presteren schitterend werk en verkopen goed. Schitterend toch.

Subsidie voor musical is dus best oké. Maar niet zomaar natuurlijk. De producten moeten van een hoge kwaliteit zijn. En het moet duidelijk zijn waarvoor de subsidies, afkomstig uit ons aller belastingsgeld, moeten dienen. Niet om extreme vergoedingen aan sterren mee te betalen, om hoge commissies en royalties te cashen of winstuitkeringen mee te verzekeren. We zouden dat evenmin verdragen van (non-profit) culturele organisaties die hedendaagse kust brengen. En er moet een glasheldere verantwoording komen van de organisatie.

Is er dan niets fout aan de subsidie die de Musical van Vlaanderen toegeschoven krijgt? Toch wel, heel wat zelfs. Vooral de wijze van beslissen steekt de ogen uit. De beslissing werd uitzonderlijk laat genomen, weken na de beslissing over de andere projectsubsidies. Vandaag staat op de website van het Agentschap Kunsten en Erfgoed nog steeds: ‘procedure loopt nog’. Dat toont aan dat de minister het hoge bedrag voor Assepoester niet meteen durfde communiceren. Uit schrik voor negatieve reacties, ongetwijfeld. Maar net dat feit roept allerlei gedachten op. In ieder geval is dit dossier niet vrij geweest van politieke lobbying. Verschillende collega’s, vooral van CD&V, riepen vorig jaar, toen de regering moest beslissen of de Musical van Vlaanderen structurele subsidies zou krijgen, publiekelijk op om de musical wel subsidies toe te kennen. Dat de baas van de Musical sterke relaties heeft met die partij, is bekend. Was mevrouw Dehaene niet ooit meter? Geert Allaert zetelde voor die partij in de gemeentraad van zijn stad. De raad van bestuur is bevolkt met coryfeeën uit die partij. Tot daar aan toe, politiek lobbyen is geen misdrijf, maar het ligt er in dit dossier wel vingerdik op. Ik ben nieuwsgierig naar het advies van de Inspectie Financiën over deze subsidie. Helaas worden deze adviezen sinds enkele maanden geheim gehouden door de Vlaamse regering.

Minister Joke Schauvliege heeft altijd te kennen geven de adviezen van haar beoordelingscommissies (voor het artistieke luik) en de administratie (voor het zakelijke) te willen volgen. Daarmee wilde ze een trendbreuk realiseren. Maar ze houdt zich niet meer aan haar belofte. Ze wijkt fundamenteel af van het negatief artistiek advies voor Assepoester. Ook haar belofte om de financiële pot voor projecten sterk te verhogen – er zou 10 procent worden gereserveerd voor projecten – wordt daarmee stevig ingedeukt. Ze neemt een heel grote hap uit die pot. Voor de eerste projectenronden is 2,33 miljoen euro toegekend aan 79 projectaanvragen, gemiddeld zo’n 30.000 euro per project. Plus 850.000 euro voor Assepoester. De cijfers tonen een schil contract in waardering. De twee volgende projecten in de financiële ranking zijn het grensoverschrijdende Festival NEXT in Kortrijk/Doornik/Rijsel dat 105.000 krijgt, en ... de Musical van Vlaanderen die voor haar Musicallabo 95.000 vangt. Dezelfde organisaties dus. De Musical van Vlaanderen verwerft in totaal 945.000 euro op een totale pot van 3,2 miljoen euro. Eén derde voor één organisatie. Il faut le faire.
Er zijn nog andere musicalprojecten (muziektheater) die centen zullen krijgen. Zo krijgt het Theaterbedrijf Het Woud/Auralia vzw voor ‘Grietje de heks’ 65.000 euro ...

Interessant is ook de vergelijking met de subsidies die uitgetrokken worden voor de jaarwerking van de kunstenorganisaties. 256 kunstenorganisaties krijgen in totaal 94 miljoen euro, gemiddeld 367.000 per organisatie, voor een hele jaarwerking. Enkele voorbeelden: Judas Theaterproducties (een musicalproducent) krijgt 430.000 4 jaarWiels krijgt 808.000, Les Ballets C. de la B. 870.000, het KunstenFESTIVALdesArts 1.030.000, Anima Eterna 800.000, het Festival van Vlaanderen - Gent en Historische Steden 320.000, Muziektheater Transparant 1.087.000, Tutti Fratelli 215.000, Speelteater-Kopergietery 1.084.000. De meesten moeten het met veel minder doen.
Oh ja, de productiekost van musical is hoog. Maar deze subsidie is zowat even hoog als de totale kost van een operaproductie, ook wel een dure kunstvorm. Die heeft dan wel minder hoge ticketontvangsten. Die tickets laten toe een groot deel van de kost terug te verdienen zodat de productie in het beste geval met winst kan afsluiten. Dat is een teer punt. De Musical van Vlaanderen kreeg in het verleden vaak een negatief zakelijk advies omwille van een gebrekkige transparantie over uitgaven, maar vooral ook over de wijze waarop het subsidiegeld wordt ingezet. Geert Allaert werkt met verschillende vennootschappen, naast de Musical zelf die een vzw is, leidt hij de commerciële exploitatie van de Stadsschouwburg van Antwerpen en de Capitole in Gent. Hoe (on)redelijk zijn de facturen voor zaalhuur, onthaal, ticketverkoop verrekend? Waar worden ticketontvangsten geboekt? Wordt op die wijze subsidiegeld versluisd? In ieder geval blijft twijfel hangen over de geldstromen tussen de vennootschappen.

Populaire musical subsidiëren is verantwoord als de kwaliteit verzekerd is en de subsidie noodzakelijk is om het werk te kunnen maken. Aan de eerste voorwaarde is niet voldaan, de tweede is hoogst twijfelachtig. De wijze waarop die late subsidie is toegekend voedt daarenboven dat hier andere motieven en argumenten spelen. Kortom, het is geen voorbeeld van goed bestuur. En het is vooral jammer voor de productie van musical. Die verdient een eerlijke behandeling, zonder verdachtmakingen, lobbying of politiek gedoe.

ingediend onder Mijn gedachtBart schrijft... • (1) ReactiesPermalink

Koffie voor iedereen

ingediend door Bart Caron op 26/04/2013 om 18u49

Een kleine week in Madrid en Barcelona. Met de commissie Bestuurszaken, Integratie en Toerisme van het Vlaams parlement. Een vol programma, best leerzaam, maar ook aangenaam. Even weg van de kortzichtige kijk op de problemen, zoals wij die kennen. Als je Vlaamse kranten leest op de ipad - die komen moeiteloos via WIFI binnengewaaid - ervaar je weer eens de dorpspolitiek die ons toch zo kenmerkt.
Spanje zit in een economische crisis, een diepe crisis mag je wel zeggen. De werkloosheid bedraagt 27%, de jeugdwerkloosheid bijna 50%. In Vlaanderen komen we nog lang niet aan de helft van deze cijfers. Dat staat haaks op het (straat)beeld. Dat straalt grandeur, welvaart en klasse uit. Madrid, stad van boulevards, historische architectuur, veel groen in parken, langs straten en pleinen. De ex-hoofdstad van een vergaan imperium, met een bouwprogramma dat je best als Babels kan omschrijven. Met als toetje het calle30-project. De ringweg, een snelweg werd ondergronds gebracht, waardoor bovengronds veel groen kon komen, met fiets- en wandelpaden, schitterende pleinen en fascinerende zichten op de rivier. De Antwerpenaren mogen alvast beginnen dromen ... Misschien de ring niet rondmaken, maar de bestaande snelweg overkappen en intunnelen? En de bestaande tunnels onder de Schelde aanpassen. Hoewel, wie zal de veerman betalen? Het Madrileense plan kostte 3,5 miljard euro, voorwaar ook geen peulschil. Als het vandaag niet gerealiseerd zou zijn, maar zou gepland worden, zou het nog gebeuren? Idem voor het fenomenale net van hogesnelheidstreinen. In 2u30 van Madrid naar Barcelona, comfortabel en snel dus. Maar het vertakte spoorwegennet van snelle treinen kost handenvol geld en is niet rendabel. 

De welvaartstaat botst tegen haar grenzen. De bouwwoede is verdwenen, de vastgoedbubbel is ineengeklapt, investeringen zijn er nog weinig ... Hier, in Spanje, wordt langzaam maar zeker geaccepteerd dat een algemene verarming van de bevolking onvermijdelijk is. De signalen zijn duidelijk: de lonen dalen, pensioenen worden door de staat verminderd, de gezondheidszorg, zoals de prijs van medicamenten, wordt duurder, subsidies ook voor sociale en culturele werkingen worden afgebouwd, het leefloon bedraagt nog amper 480 euro, de voedselbanken draaien als zot ... De voorbode van wat we ook bij ons krijgen? In Spanje wordt door velen hard geijverd voor een sterk sociaal beleid, maar het is niettemin een behoorlijk hard regime. Zo is de werkloosheidsuitkering beperkt tot maximaal twee jaar, krijgen immigranten geen gezondheidszorgen meer, behalve in Catalonië... 

Barcelona is de hoofdstad van Catalonië. En daar zijn ze fier op. Elke dag timmeren ze verder aan hun grootsheid. Ze zetten er veel middelen en groot alaam voor in. Olympische Spelen, fantastische architecturale projecten, urbanisme, congressen enz… Het moet gezegd: de stad bulkt van de parels van hedendaagse architectuur. De lanen blinken uit in grandeur, de winkels zijn van exquise kwaliteit, de cafés ontelbaar en zo verscheiden, de metro rijdt frequent en stipt. Maar ook deze welvarende deelstaat ontsnapt niet aan de crisis, De Catalaanse fierheid zal dat niet remediëren. 30% heeft hier Catalaans als moedertaal, maar 55% van de bevolking voelt zich Catalaan. Fier. Het Catalaans is de taal van bestuur, handel en onderwijs. Op school leren alle kinderen én Catalaans én Spaans. Meertaligheid is hier de norm. Daar kunnen we bij ons een punt aan zuigen .... Zich Vlaming voelen, maar meertaligheid bevorderen ...

Immigratie is hier, net als overal in het rijke westen, een belangrijk fenomeen. Anderhalf miljoen migranten in 10 jaar tijd in Catalonië, op een bevolking van 7,5 miljoen mensen. Eigenlijk wel vergelijkbaar met Vlaanderen. 20% van de bevolking is migrant, 30% van de kinderen van vreemde origine, 50% van de migranten van hen is werkloos. Er wordt een progressief migratiebeleid gevoerd. Niet verkrampt, noch bekrompen, het is een beleid dat staat voor gelijke kansen. Migranten dragen bij tot de economie. Ze worden opgevangen, krijgen rechten maar er wordt verwacht dat ze zich integreren. Dat doen ze ook. Dat de helft van hen uit Spaanssprekende landen (ex-kolonies) komt, vergemakkelijkt dat wel wat, maar toch. Met een Zodiac vaar je in 6 minuten van Marokko naar Spanje. Realiteitszin. Niet tegen windmolens vechten. Integratie is hier een recht, geen plicht. Migratie is geen probleem, er zijn wel sociale problemen zoals uitsluiting, armoede, werkloosheid… En er is geen enkele racistische partij. Integendeel, er is bijna een consensus over het migratiebeleid. Al komen er barsten: de centrum-rechtse partido popular wil toch beperkingen. en pleit voor ‘aanpassing’. Ondertussen bouwt de centrale staat echter de financiële middelen voor inburgering af.

Koffie voor iedereen? Deze metafoor hanteren de Spanjaarden als beeld voor hun staatsindeling. Elke regio heeft dezelfde bevoegdheden en in principe gelijke financiële middelen. Alleen, de drang naar autonomie, en zelfs onafhankelijkheid is zeer verschillend tussen de regio’s onderling. Het thema van de transferts tussen Catalonië en Spanje is hier heikel. Het rijkere Catalonië wil minder delen met de armere regio’s in Spanje. Waar hebben we dat nog gehoord? Hoe ver reikt de solidariteit? Signaal van collectief egoïsme? Of selectieve solidariteit? En wat dan binnen Europa? Dat is best een lastige uitdaging.

De stad is echter in diepe rouw. Barca kreeg een pak slaag van Bayern. Als het een troost mag zijn, ook Real Madrid werd vernederd. Als dat geen metaforen zijn voor de toekomst van Spanje.

ingediend onder Mijn gedachtBart schrijft... • (4) ReactiesPermalink

Ons land blinkt uit in dubbelzinnigheid op vlak van wapenhandel

ingediend door Bart Caron op 04/04/2013 om 08u14

Het pas gestemd VN-wapenverdrag is een mijlpaal maar geen eindpunt, zo stellen Eva Brems en Bart Caron. Ook ons land heeft immers nog heel wat werk voor de boeg

Er is geschiedenis geschreven, gisteren 2 april. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties stemde een verdrag dat voor het eerst beperkingen oplegt aan de handel in conventionele wapens. Er waren al regels die bepaalde types van wapens uitbannen (antipersoonsmijnen, clusterbommen, chemische wapens…). Maar de ‘gewone’ wapens, waarvan wordt aanvaard dat ze mogen bestaan, maken veruit de meeste slachtoffers: gemiddeld sterft per minuut een mens door gewapend geweld. Meer dan een half miljoen doden per jaar dus. Het heeft dan ook bloed, zweet en tranen gekost om overeenstemming te bekomen over een tekst die duidelijke regels aan de internationale wapenhandel oplegt.

Vooraleer ze wapens kunnen exporteren, moeten staten vanaf nu een uitgebreide analyse maken. Er moeten garanties bestaan dat de wapens niet zullen gebruikt worden voor schendingen van de mensenrechten of het humanitaire recht, voor genocide of oorlogsmisdaden. Ook het risico op inbreuken op VN-embargo’s en illegale doorvoer moet in rekening worden gebracht. Dat is een flinke stap vooruit in vergelijking met het complete gebrek aan regels tot nu toe.

Duivel in de details

Maar zoals wel vaker zit de duivel in de details. Nogal wat passages zijn vaag geformuleerd, en er zitten ook wat achterpoortjes in het verdrag, zoals uitzonderingen voor militaire samenwerkingsakkoorden. De meest problematische passage is wellicht dat landen mits “doorslaggevende redenen” toch een in principe verboden wapendeal kunnen laten doorgaan. Staten zouden bijvoorbeeld veiligheid of soevereiniteit kunnen inroepen als doorslaggevend argument. Daarom moet er druk komen voor een strenge interpretatie van het verdrag. Zowel de nationale parlementen als het maatschappelijke middenveld moeten hier in de toekomst nauw op toezien.

Wat betekent dit concreet? In Syrië, waar het conflict wordt opgestookt door wapens uit Rusland aan het Assadregime en van de golfstaten aan rebellen, zou een eerlijke risicoanalyse meteen een eind maken aan elke wapenlevering. Niet alleen het Assadregime begaat er immers wreedheden, ook de rebellen bezondigen zich er steeds vaker aan. Het ziet er echter niet naar uit dat Rusland het verdrag zal ratificeren. Ook de golfstaten lijken weinig enthousiast. Het verdrag is dus duidelijk nog geen eindpunt, maar een mijlpaal waarop de komende jaren moet verder worden gebouwd. Ons land moet daartoe bijdragen, maar kan het ook op korte termijn actie ondernemen?

De Europese regels zijn sterker dan die van het nieuwe verdrag. Op de wapenhandel uit België heeft het daarom weinig impact. Toch durven we hopen dat de dynamiek van dit langverwachte verdrag zich ook bij ons laat voelen. Want we kunnen nog wel wat stappen zetten om te voorkomen dat Belgische wapens gebruikt worden voor oorlogsmisdaden of schending van mensenrechten. Ons land blinkt uit in dubbelzinnigheid. Zo pleit België in de EU tegen wapenleveringen aan Syrische rebellen omdat er nog onduidelijkheid heerst over de eindbestemming. Ze kunnen in handen komen van groepen die oorlogsmisdaden begaan, en ook het risico dat ze conflicten in bijvoorbeeld Libanon of Irak voeden is reëel. In dat verband ligt de wapentrafiek uit Libië naar Mali nog vers in het geheugen.

Maar ondertussen hebben de regio’s in dit land geen problemen met wapenleveringen aan golfstaten zoals Qatar en Saoedi-Arabië, die er geen geheim van maken Syrische rebellen te bewapenen. De Saoedi’s en anderen letten wel op om de clausules inzake wederuitvoer van nieuwe wapens uit ons land te respecteren. In plaats daarvan doen ze oude stocks van de hand die niet gebonden zijn aan dergelijke clausules. Deze zomer nog berichtte persbureau Reuters over duizenden FN-geweren bij de rebellen. De herkomst is onduidelijk, maar gezien de verklaringen en de reputatie van de golfstaten moeten we wellicht niet te ver zoeken.

Versnippering

Vlaanderen noch Wallonië heeft wapenleveringen aan de golfstaten on hold gezet, zelfs niet nadat de Syrische opstand ontaardde in een slachtpartij. Zoals ook het Vlaams Vredesinstituut recent zei, stelt zich hier een probleem. Gezien het grote risico dat de regio’s indirect wapenleveringen aan rebellen stimuleren, moet de verkoop van nieuwe wapens aan deze landen voorlopig bevroren worden.

In dat verband stellen wij ons grote vragen bij de gebrekkige samenhang tussen het federale buitenlandse beleid en het regionale beleid inzake wapenhandel. Met het nieuwe wapenhandelverdrag komt er eindelijk internationale afstemming op dit terrein. Wat ons betreft is dit verdrag ook een aanleiding om het debat over coherentie in eigen land opnieuw te voeren. We moeten dit doen omwille van de internationale geloofwaardigheid van ons land, maar nog meer uit bekommernis om de mensen in de vuurlijn in conflicten waarbij Belgische wapens betrokken zijn.

(Dit opiniestuk van Eva Brems en Bart Caron verscheen op 3 april 2013 in De Morgen)

ingediend onder Mijn gedachtBart schrijft... • (0) ReactiesPermalink

De nooit geziene machtsgreep van Bourgeois

ingediend door Bart Caron op 19/03/2013 om 19u19

Lanceert minister Bourgeois een regelrechte aanval op de integratiesector of schakelt hij de kritische stemmen net uit in een defensieve reflex?

Zonder middenveld heb je enkel aanvallers en verdedigers. Mij is het niet meteen duidelijk welke van deze rollen minister Bourgeois op zich neemt. Lanceert hij een regelrechte aanval op de integratiesector of schakelt hij de kritische stemmen net uit in een defensieve reflex?

Feit is hoe dan ook dat wanneer de minister zijn zin krijgt, de ganse sector die zich de voorbije 30 jaar engageerde om nieuwkomers te helpen integreren volledig opgeslorpt wordt in een extern verzelfstandigd agentschap (EVA), een overheidsinstelling onder de directe controle van de minister. Een nooit geziene machtsgreep.

Toegegeven, wanneer ik de woorden ‘volledig opgeslorpt’ gebruik, doe ik de waarheid enig geweld aan. De uitzonderingen op de regel zijn legio. De provincie Limburg behoudt enige inspraak, net als de steden Gent en Antwerpen. Je kan dus stellen dat de uitzonderingen talrijker zijn dan de regel. Het lijkt een trieste rode draad te worden in het regeerwerk van minister Bourgeois, de man die ook de provincies zou afschaffen. Groots aangekondigde plannen, maar weinig slagkrachtige verwezenlijkingen.

Hoewel. Ondanks de afvlakkingen, blijft het inburgeringsdecreet een heel drastische ingreep in het veld. De integratiesector zoals we hem vandaag kennen, is een uitgebreid netwerk van integratiecentra, onthaalbureaus, vertaal- en tolkendiensten, integratiediensten, aanbieders van NT2, migrantenverenigingen, het minderhedenforum, enzoverder. Kenmerkend voor deze sector is de organische groei ervan, via betrokken en geëngageerde burgers die langzaam maar zeker een middenveld zijn gaan vormen.

Is dit de meest ideale organisatiestructuur? Wellicht niet. Enige stroomlijning kan vast geen kwaad en zou de efficiëntie ongetwijfeld ten goede komen. Maar anderzijds heeft dit amalgaan aan organisaties een onbetaalbaar voordeel: zij kennen hun doelgroep en, belangrijker nog, hun doelgroep weet hen te vinden.

De medewerkers zijn gedreven en zien hun werk als een missie, eerder dan als een job. Een interne stroomlijning van de sector, bijvoorbeeld door de rol van het Minderhedenforum te versterken, is veel doeltreffender dan tabula rasa maken. Het werk van het hele netwerk van organisaties botweg overhevelen naar een centralistisch aangestuurd overheidsapparaat is het vermoorden van de ziel van de sector.

Waarom kiest Bourgeois dan toch voor dit pad? Dat is de vraag die zich opdringt. Omwille van efficiëntie is het niet, dan moet het vast omwille van efficiëntiewinsten zijn. Lees: besparingen. Maar ook dit is niet het geval. Het rapport van de Inspectie Financiën is klaar en duidelijk: wanneer de minister denkt te gaan besparen met zijn coup, dan gaat zijn vlieger niet op. Het nieuwe EVA zou niet minder kosten dan wat nu aan subsidies betaald wordt aan de diverse actoren op het veld.

Niet beter, integendeel zelfs, en niet goedkoper. Waarom dan wel? De enig mogelijke verklaring die overblijft, is het streven naar controle. Minister Bourgeois heeft het niet zo begrepen op een versnipperd middenveld. Zeker niet wanneer er dan ook nog eens kritische stemmen uit opborrelen. Kritiek op de visie op inburgering die de minister hanteert en waarbij taalverwerving het enig zaligmakende is.

Uiteraard is het begrijpen en spreken van onze taal heel belangrijk bij de integratie, maar de mensen die dagdagelijks met de voeten in de realiteit staan, weten als geen ander dat er zo veel meer facetten zitten aan inburgering. Dat inburgering ook draait om sociaal leven, cultuur, werk. Dat inburgering tweerichtingsverkeer is
Minister Bourgeois heeft het liever strakker geregisseerd. Het liefst van al met de touwtjes dicht bij zijn eigen handen. De putsch op een ganse sector; met tientallen op engagement drijvende organisaties, neemt hij er onbewogen bij.

Maar er is ook goed nieuws. Na de eerste bespreking van het ontwerpdecreet in de bevoegde commissie van het Vlaams Parlement, bleek er over de partijgrenzen heen een consensus te bestaan om hoorzittingen te organiseren met het werkveld. Rijkelijk laat, maar nog niet te laat wordt er dan toch geluisterd naar hun expertise. En laten we hopen dat er ook rekening mee wordt gehouden.

Van CD&V, die bij monde van de minister-president vorige week nog het middenveld bewierookte en steevast de term ‘warm Vlaanderen’ hanteert, zouden we eigenlijk niets anders mogen verwachten. En de socialistische visie op integratie kan toch ook moeilijk te rijmen vallen met deze van N-VA. Benieuwd hoezeer zij op hun strepen staan en minister Bourgeois terug zullen fluiten, want een gezonde maatschappij bouw je niet zonder middenveld. Net zo min als een voetbalploeg.

ingediend onder Mijn gedachtBart schrijft... • (0) ReactiesPermalink

Projectsubsidies of de grillige beslissingen van de Cultuurminister

ingediend door Bart Caron op 15/02/2013 om 23u31

Ik vroeg aan minister Joke Schauvliege tijdens de zitting van de Cultuurcommissie een overzicht van de eerste ronde projectsubsidies in het kader van het Kunstendecreet. De commissieleden kregen de informatie. Die is vandaag zeer relevant omdat de minister van een herstel van de middelen voor projectsubsidies (10% van het budget voor het Kunstendecreet) een strijdpunt had gemaakt. Het budget maakte ze vrij, het was nu de vraag of dat tot belangrijke nieuwe impulsen zou zorgen voor het kunstenveld, en of het tot inhaalbewegingen in sommige sectoren zou leiden. En vooral, of de these dat niet iedereen meerjarige subsidies moet hebben om goed te kunnen werken, hard kon gemaakt worden. Vele organisaties kregen immers een soortgelijke opmerking in hun eindadvies.

Na de eerste ronde worden toch een aantal zaken duidelijk. Nieuwe impulsen: nee? Inhaalbewegingen nee. Projectmiddelen als basis voor de werking: nee. We namen de lijst van de toegekende projectsubsidies door en noteerden opvallende zaken, ook een aantal bokkesprongen.

Bij de aanvraagronde voor meerjarige subsidies vanaf 2013 verloren 43 organisaties de subsidie die ze hadden in de periode 2010-2012. Dat zijn de zgn. uitstromers. 25 daarvan dienden een aanvraag in voor een projectsubsidie, waarvan 11 een positieve beslissing kregen. 11 op 43 betekent dat slechts één vierde van uitstromers nog een beperkte toekomst tegemoet kan zien. Dat is een snoeiharde selectie. Ik zou milder geweest zijn en meer gebuisde organisaties toch een ‘tweede kans’ hebben gegeven via de projectmiddelen. Nee dus, het wordt hen niet gegund, ze mogen hun werking definitief opdoeken. Het gaat o.a. om kleinVerhaal (de enige uitstromer met sociaal-artistieke werking die een projectaanvraag indiende), Corban van Walter Verdin, Sfinks, Ars Musica, Nadine vzw, Morguen vzw enz. Wellicht was hun project (en hun dossier) niet goed genoeg om gehonoreerd te worden, anderen fluisteren dat commissies niet graag op hun eerder gefromuleerde mening terugkomen, en nog anderen pleiten voor snellere vernieuwing van het veld. Opvallend is dat er hiervan enkelen wel een positief rapport kregen van de commissie, maar een negatief zakelijk advies van het Agentschap. De minister volgde systematisch haar agentschap. Daar zijn bijv. Sfinks, Ars Musica, Kultuurburo Link e.a. het slachtoffer van. De individuele adviezen zijn nog niet vrijgegeven, het is dus gissen naar de motieven, maar is sowieso jammer. De zakelijke kant kan wellicht beter, maar remediëren is beter dan afschieten.

Even interessant is te kijken naar de toekomst van nieuwe organisaties die voor eerst een aanvraag deden voor meerjarige subsidie. 56 kregen in juni vorig jaar een njet op het rekest. Van die gebuisden dienden er slechts 17 een vraag voor projectsubsidie in. 11 kregen een positieve beslissing, 6 een negatieve. Daar zijn interessante namen bij zoals Le Concert Olympique van Jan Caeyers, het grensoverschrijdend Festival NEXT vzw, Komplot vzw, het Afrika Filmfestival e.a. 11 op 56 is ook geen hoog percentage.

Als we de uitstromers en de gebuisde nieuwkomers samen bekijken, zien we dat slechts 22% van deze organisaties via de projectsubsidies een vangnet of een ontwikkelingsmogelijkheid krijgen. De kunstensector is blijkbaar toch conservatief, zeker als het over het toekennen van budgetten gaat. Instroom gebeurt slechts met mondjesmaat.
Dit wordt versterkt door het volgende fenomeen. Een aantal projecten (5 bij theater) kreeg over de hele lijn een positief advies, maar krijgt toch geen projectsubsidie. De minister oordeelde blijkbaar dat het budget voor theater al hoog genoeg was. Wat ook opviel is dat twee cultuurcentra, ook met een positief artistiek advies ook mogen fluiten naar hun centen, op basis van een negatief advies van de administratie. Omdat die al via het lokaal cultuurbeleid worden gesubsidieerd? Het lijkt er sterk op.

Daarnaast maakt de minister enkele rare kronkels. In tegenstelling tot wat ze zelf pretendeert, nl. dat ze de adviezen altijd volgt, heeft ze enkele merkwaardige correcties uitgevoerd. Die zijn van groot symbolisch belang. Velen herinneren zich de commotie, in juni vorig jaar, rond het schrappen van subsidies aan La Petite Bande en de Musical van Vlaanderen. De minister heeft vier projecten toch subsidies, ondanks een negatief artistiek advies. Het gaat om, ja, La Petite Bande, Le Concert Olympique en de Musical van Vlaanderen met twee projecten (Musicallabo en Assepoester, het tamelijk ware verhaal). De bedragen zijn niet bekend gemaakt omdat de Inspectie Financiën deze ook nog moet adviseren, maar in de wandelgangen circuleren bedragen voor de musicalprojecten waarbij een kunstencentrum verbleekt, of liever meer dan een jaarwerking mee moet financieren.

En dan nog het grootste pijnpunt: de sociaal-artistieke werkingen. Collega Bart Van Malderen zei: “de sociaal-artistieke organisaties hadden zich de tijd van het uitschrijven en indienen van projecten kunnen besparen: geen twintig procent van de aangevraagde subsidie werd gehonoreerd. Dit staat in schril contrast met een algemene inwilligingsgraad van vijftig procent”. Dat is pijnlijk, zeker als sommige organisaties ondertussen meldden dat commissieleden hen geen enkele keer kwam bezoeken, dat niemand uit de commissie ook maar één productie van hen zag, ondanks de vele uitnodigingen…. Er is een probleem, dat is zeker. Ik kreeg een mail uit de sector die stelde: “Wie wil het opnemen voor deze kunstvorm die vanuit haar kern al weerbarstig is, overal tussen de mazen van het net glipt en bovendien geen gebrek heeft aan stemgeluid dat even luid A roept als B?“ Of heeft het te maken met een fundamenteel andere visie op wat artistiek hoogstaande kunst is. Het is hoog tijd voor gesprek tussen de organisaties, de leden van de beoordelingscommissie, de administratie, het kabinet van Joke Schauvliege en Demos, het steunpunt, al is die rol hen niet formeel toegekend.

Mooie doelen, povere resultaten.

ingediend onder Mijn gedachtBart schrijft... • (3) ReactiesPermalink

Over de onmacht van gemeenteraden en gemeentelijke autonomie

ingediend door Bart Caron op 04/01/2013 om 15u07

“Vlaanderen geeft de gemeenten niet wat het zelf wil en waar zij recht op hebben: beleidsruimte, autonomie en een krachtig bestuur”

Opiniestuk in Knack.
http://www.knack.be/vlaanderen-is-de-schoonmoeder-van-de-lokale-besturen/opinie-4000229025766.htm?nb-handled=true&utm_medium=Email&utm_source=Newsletter-04/01/2013&utm_campaign=Newsletter-RNBDAGKN

ingediend onder Mijn gedachtBart schrijft... • (0) ReactiesPermalink

Kunstenaars bouwen op, De Wever en rector Waer breken liever af ...

ingediend door Bart Caron op 29/12/2012 om 22u09

Ik vind dat het opiniestuk van Bart de Wever in De Standaard met haken en ogen aan elkaar hangt. “Refereren naar Max Weber, Nietzsche, Hoffman of Wagner staat chique, maar het is geen garantie op een artikel met een grote samenhang. Bij zo’n stuk geldt als eerste regel: houd cultuur en kunst aub uit elkaar, en vermeng dat vervolgens niet nog verder met kunst- en cultuurbeleid. Ook inhoudelijk kunnen we veel vragen stellen bij het stuk. “Welk belang heeft de N-VA om de kunstwereld zo te schofferen? Onder de intellectualistische woordenkramerij schuilt een verderfelijke boodschap, namelijk dat het niet kan dat kunstenaars hun eigen ding doen, geen verantwoording willen afleggen aan de samenleving en in een ivoren toren leven.”

Begaat De Wever een strategische blunder? Geen mens die gelooft dat hij dat opiniestuk zelf heeft geschreven. Het is gewoon zijn taal niet. Hij bevestigt het cliché. Waarom? Omdat het nu eenmaal goed staat de kunstenaars te beladen met alle zonden Israëls? Waar wint hij hier een prijs mee? Waarom de kunstenwereld tegen zich in het harnas jagen? Populisme, dat lijkt me de enige mogelijke uitleg.

Dat hij de reactie van filosoof Lieven De Cauter aangrijpt om zijn ‘baas’, Mark Waer, rector van de KU Leuven, te appeleren is helemaal bizar. Het verwondert De Wever dat een academicus dergelijke taal gebruikt - in een polemisch stukje - en vraagt Waer eigenlijk hiertegen op te treden. Heeft Bart De Wever nood aan gezagsargumenten? Triest. En Waer trapt in de val door te stellen dat het taalgebruik van De Cauter onaanvaardbaar is. Wel, mijnheer Waer, stellen dat er niet alleen zoiets is academische vrijheid, maar ook academische terughoudendheid, is een expliciete reprimande uitspreken. Dat een rector zich zo politiek laat gebruiken, is zelden vertoond. Lieven De Cauter mag al blij zijn dat zijn reactie niet over genetisch gemanipuleerde gewassen gaat of hij mocht zijn biezen pakken. Niet alleen de kunsten mogen van de Wever hun autonomie inleveren, ook de wetenschap (en hun beoefenaars) mogen dat in vervolg doen, zo begrijp ik Mark Waer. Uw huig naar de wind zetten, heet zoiets. In de richting van nieuwe machtshebbers?

En ten gerieve van Bart De Wever zelf dan, deze gedachten. Krijgt kunst dan geen hoge waardering in de samenleving? Kijk eens naar de zorg voor kunstwerken, zeker voor de topstukken uit de kunstgeschiedenis. Geen mens zou pleiten voor de afbraak van de Acropolis om te plaats te maken voor een appartementsgebouw, voor de afbraak van het Colosseum in Rome om plaats te maken voor een parkeergebouw? Hoe actueler kunst is, hoe meer die omstreden is. Dat is van alle tijden. Zo dateert de erkenning van architectuur van bij- voorbeeld Renaat Braem van recente tijden. Actuele kunst heeft tijd nodig om al dan tot de canon te behoren, en tijdens dat proces is er nood aan meningsverschil.

Maar misschien kon Bart De Wever ook teruggrijpen naar een Vlaams decreet? De memorie van toelichting van het Kunstendecreet geeft meteen aan waarom de kunsten zo belangrijk zijn. ‘In onze samenleving nemen kunsten(aars) een uitzonderlijke plaats in. Op de meeste uiteenlopende wijzen geven ze vorm aan een hoogst persoonlijke perceptie van (aspecten van) het leven. Juist in die benadering schuilt vaak de universele kracht van hun boodschap. Ondanks dat vaak hoogst persoonlijke karakter van hun werk houden de kunsten(aars) de wereld een spiegel voor. Door hun creatieve kijk, interpretatie en inzicht, door een anders omgaan met de werkelijkheid geven de kunsten(aars) ons een ander beeld op wat wij als werkelijkheid ervaren.’
Het kunstwerk is als het ware een voertuig waarmee de mens over verkenning, ontdekking en avontuur kan, het biedt ook een inkijk in de innerlijke wereld en kan een oplossing bieden als uitlaatklep of klankbord voor opgekropte gevoelens, onvervulde wensen of onbenoembare gedachten. Zo slaat kunst mogelijk een brug tussen een innerlijke wereld en de buitenwereld. Allemaal niet nodig mijnheer De Wever?

Zijn kunstenaars ‘omkoopbare hovelingen’, en dus nooit autonoom omdat ze afhankelijk zijn van wie bereid is ze te financieren? Niet waar. Vandaag steunt de overheid wel de kunstenaar, maar blijft ze op afstand. Het is in de (post)moderne tijden een ongeschreven wet geworden, maar ook een bewijs van een volwassen cultuurbeleid, dat de politiek zich niet mengt in de inhoud van het artistieke gebeuren. Kunst is trouwens vaak kritisch voor de heersende orde. Het behoort bij haar wezen, bij de drang om dingen en gebeurtenissen te bevragen en te onderzoeken.

Of schuilt de adder onder ander gras? Autonome kunst is vaak kritische kunst. Mag kunst alleen verstrooien of behagen? Braafjes en ongevaarlijk. Of mag kunst ook onze gedachten en meningen in opperste verwarring proberen te brengen? Mag kunst, al dan niet gewild, een engagement uitdragen? Met een boutade kun je zeggen dat een samenleving die zijn kunstenaars vrije baan geeft, en die bij wijze van spreken zelf de kritiek op het eigen bewind subsidieert, blijk geeft van haar hoge graad van beschaving. Is

Afbreken is de ondersteuning van de kunsten niet afhankelijk maken van maatschappelijke effecten en van bepaalde cultuurpolitieke idealen.

Ik formuleer een uitgebreide kritiek op mijn website (www.bartcaron.be).

ingediend onder Mijn gedachtBart schrijft... • (0) ReactiesPermalink

Opbouwen om af te breken?

ingediend door Bart Caron op 26/12/2012 om 13u33

Over de waardering voor (autonome) kunst

Mogen we even weg van de discussie over het Bollekesplein? Goed dat Bart De Wever zijn pleinvrees probeert te bestrijden. Hij bewijst echter eens te meer dat agorafobie niet zoiets is als zwaarlijvigheid. Hij geraakt er niet makkelijk van af. Uitpakken met Max Weber, Nietzsche, Hoffman of Wagner staat chique, maar het is geen garantie op een artikel met een grote samenhang. Bij zo’n stuk geldt als eerste regel: houd cultuur en kunst aub uit elkaar, en vermeng dat vervolgens niet nog verder met kunst- en cultuurbeleid.

Ik wil ik in dit stuk stilstaan bij de intrinsieke waarde van kunst en bij de al dan niet vermeende mythe van de autonomie van kunstenaars. Vooraf wil ik toch even afrekenen met de uitspraak dat we in onze postmoderne tijd enkel nog hoogst individueel waarde toekennen maar ook bang zijn om waarde toe te kennen, ook aan kunst. 
Krijgt kunst dan geen hoge waardering in de samenleving? Kijk eens naar de zorg voor kunstwerken, zeker voor de topstukken uit de kunstgeschiedenis. Even testen? Hoeveel mensen zouden pleiten voor de afbraak van de Acropolis om te plaats te maken voor een appartementsgebouw, voor de verkoop van de piramide van Cheops aan een evenementenorganisator, voor de afbraak van het Colosseum in Rome om plaats te maken voor een parkeergebouw? Wie pleit voor de verkoop van de collectie van pakweg het Muhka en KMSKA, musea van de Vlaamse Gemeenschap in Antwerpen?
Hoe actueler kunst is, hoe meer die omstreden is. Dat is van alle tijden. Zo dateert de erkenning van architectuur van bij- voorbeeld Renaat Braem, adept van Le Corbusier en de belangrijkste figuur van het naoorlogse modernisme, pas van het begin van deze eeuw. Zijn belangrijkste werken werden beschermd vanaf 2002, het rectoraatsgebouw van de VUB pas in 2007. Maar vaak ook, hoe verder de kunstuiting afstaat van de bekende westerse (Europese) patronen, hoe lager de waardering, of liever de waardetoekenning.
Het probleem is niet dat er waardering is, maar wel dat actuele en andere kunst tijd nodig heeft, tijd om al dan tot de canon te behoren, en tijdens dat proces is er nood aan meningsverschil, aan discussie, aan recensie, aan confrontatie met het publiek ... Maar daar meteen de gedachte aan koppelen dat hedendaagse kunstenaars en kunstliefhebbers het artistieke verleden afwijzen of ontkennen, is nonsens.

Heeft kunst dan geen intrinsieke waarde? Ik ga leentje buur spelen bij Boekman, een Nederlandse tijdschrift over cultuurbeleid, dat aan het belang van kunst een volledig nummer wijdde. Het raadsel rond de intrinsieke waarde, zo heet het artikel van Anita Twaalfhoven. Het belang van kunst schuilt in de eerste plaats in de omgang met de kunst zelf. We gaan niet naar het theater of het museum om slimmer of socialer te worden. We luisteren niet naar muziek om de werkgelegenheid van musici te bevorderen. Een Amerikaans (!) onderzoek kenschetst de intrinsieke effecten van kunst als ‘that we are carried away from the familiar and drawn to the unknown’. In kunst draait het niet alleen om de herkenning van het bekende, maar vooral om het verkennen van het onbekende. Kunst verlegt grenzen en verruimt de horizon van het publiek, omdat kunstwerken het mogelijk maken ervaringen op te doen die in het eigen leven niet voorhanden zijn. Ze brengen het publiek in contact met beelden, personages, geluiden, gebeurtenissen, die het anders niet of minder snel tegen zou komen. Komt iemand in zijn dagelijks leven een David van Michelangelo tegen of de danspatronen van Rosas? De verhalen van Erwin Mortier, de films van David Claerbout, hoe realistisch ze ook zijn of lijken, confronteren ons met onze leefwereld en onze ervaringen.

Maar misschien kon Bart De Wever ook teruggrijpen naar een Vlaams decreet? De memorie van toelichting van het Kunstendecreet geeft meteen aan waarom de kunsten zo belangrijk zijn.
‘In onze samenleving nemen kunsten(aars) een uitzonderlijke plaats in. Op de meeste uiteenlopende wijzen geven ze vorm aan een hoogst persoonlijke perceptie van (aspecten van) het leven. Juist in die benadering schuilt vaak de universele kracht van hun boodschap. Ondanks dat vaak hoogst persoonlijke karakter van hun werk houden de kunsten(aars) de wereld een spiegel voor. Of het nu om een video- installatie, een theaterstuk, een gedicht of een muziekcompositie gaat, op een of andere manier appelleert de kunstenaar aan de samenleving en haar burgers. Door hun creatieve kijk, interpretatie en inzicht, door een anders omgaan met de werkelijkheid geven de kunsten(aars) ons een ander beeld op wat wij als werkelijkheid ervaren. De kunstenaar kan – mits voorwaarden en mogelijkheden – als schepper en mediator én als medeburger met zijn werk een belangrijke rol spelen, zowel voor de verrijking van het individuele bewustzijn van zijn publiek, als voor het ontwikkelen van visies op maatschappelijke tendensen. Daarom verdienen de kunsten(aars) een bijzondere plaats in het cultuurbeleid.’
Het kunstwerk is als het ware een voertuig waarmee de mens over verkenning, ontdekking en avontuur kan, aldus Anita Twaalfhoven. Kunstwerken bieden ook een inkijk in de innerlijke wereld. En waar de realiteit van alledag tekortschiet, kan kunst een oplossing bieden als uitlaatklep of klankbord voor opgekropte gevoelens, onvervulde wensen of onbenoembare gedachten. Zo slaat kunst mogelijk een brug tussen een innerlijke wereld en de buitenwereld.
Ivo van Hove formuleerde het zo mooi in zijn Machiavellilezing. ‘De kunst als zuiveringsstation van onze samenleving. In onze theaters kunnen we ongestraft gadeslaan hoe Macbeth een bloedbad aanricht om zijn macht te consolideren, hoe Medea uit redeloze wraak haar kinderen doodt. In het theater beleven we hoe Romeo en Julia zoveel van mekaar houden dat ze zich als lemmingen de dood in storten. Wij gaan naar onze theaters om te beleven waar- voor we in ons dagelijkse leven angst hebben of waarnaar we intens verlangen.’

Zijn kunstenaars ‘omkoopbare hovelingen’, en dus nooit autonoom omdat ze afhankelijk zijn van wie bereid is ze te financieren? En is de vorming van moderne staten daar de cynische uiting van? Immers, overheidssteun in de vorm van subsidies is kenmerkend voor moderne staten. Was Johann Sebastian Bach daarentegen niet in dienst als hofmusicus en als kapelmeester bij graven en hertogen, als cantor in muziekscholen? In de meeste gevallen waren dit eigenlijk ook publieke middelen. De kunstenaar was echter niet vrij noch autonoom. Hij werkte in opdracht en in een opgelegd ritme. Het liturgisch jaar zorgde voor een grote werkdruk. Zeldzaam verwierf een musicus een eigen inkomen onafhankelijk van kerkelijke of burgerlijke leiders. Langzaam groeide de rol van de overheid. Het ging samen met het verlangen naar een grotere autonomie van de kunsten en de kunstenaars. In een dergelijke visie ondersteunt de overheid wel de kunstenaar, maar blijft ze wel op afstand. Het is in de (post)moderne tijden een ongeschreven wet geworden, maar ook een bewijs van een volwassen cultuurbeleid, dat de politiek zich niet mengt in de inhoud van het artistieke gebeuren. De autonomie van kunst en cultuur wordt maximaal gegarandeerd. De politiek laat de waarde van kunst beoordelen door experts. De politiek oordeelt niet zelf.
Kunst is trouwens vaak kritisch voor de heersende orde. Het behoort bij haar wezen, bij de drang om dingen en gebeurtenissen te bevragen en te onderzoeken.
Er zijn vele landen waar kunst in het verleden werd gecensureerd (gebannen als Entartete Kunst) of waar beperkingen werden opgelegd (sociaal-realisme). Het Librorum Prohibitorum (de index of lijst van verboden boeken) die de katholieke kerk had ingesteld, werd pas in 1966 afgeschaft. Subsidies afpakken van organisaties en activiteiten die kritiek leveren op de politieke situatie is zich op het glibberige pad van de impliciete censuur begeven.

Autonome kunst is vaak kritische kunst. Mag kunst alleen ver- strooien of behagen? Braafjes en ongevaarlijk. Of mag kunst ook onze gedachten en meningen in opperste verwarring proberen te brengen? Mag kunst, al dan niet gewild, een engagement uitdragen? Vaak zijn kunstenaars maatschappelijk geëngageerd, ook al is dat niet noodzakelijk expliciet. Met een boutade kun je zeggen dat een samenleving die zijn kunstenaars vrije baan geeft, en die bij wijze van spreken zelf de kritiek op het eigen bewind subsidieert, blijk geeft van haar hoge graad van beschaving. Is Vlaanderen ook niet de regio die het (sociaal-culturele) verenigingsleven koestert, net omwille van de emancipatorische kwaliteiten ervan? Ook dat is geen verhaal van bevestiging en assimilatie, maar eentje met weerhaken.

Autonomie, daar had ik het over. De overheid die kunst en cultuur ondersteunt, via subsidie of infrastructuur, bevindt zich in een andere rol dan de overheid van de voorbije eeuwen, die handelde als opdrachtgever.
Dat de kunsten vaak geïnstrumentaliseerd worden, is een feit. Bijdragen tot Identiteits- en gemeenschapspolitiek, sociale cohesie versterken, city- en andere marketing ... Als het maar nevendoelen blijven, tot daar aan toe. Zolang de ondersteuning van de kunsten maar niet afhankelijk worden gemaakt van maatschappelijke effecten, van bepaalde cultuurpolitieke idealen, van de bijdrage van kunst aan allerlei andere beleidsterreinen. Dat zou pas afbreken zijn.

ingediend onder Mijn gedachtBart schrijft... • (0) ReactiesPermalink

Kunstendecreet: de redenen voor de correcties van subsidiebedragen

ingediend door Bart Caron op 18/07/2012 om 17u12

De beslissing van minister Joke Schauvliege is toch niet zo helder als het lijkt. AL deed ze hard haar best om alle afwijkingen uit te leggen tijdens een gedachtewisseling met de Cultuurcommissie van het Vlaams parlement.

Dat er vooraf ook een Charter werd ondertekend, samen met de steunpunten en de belangenbehartigers, is bijna vergeten. Daarin stonden afspraken over de aanpak, het respect voor de beoordeling en de beslissingsprocedure, de gerichte inzet van middelen en een nieuw evenwicht tussen structurele en projectondersteuning, maximale transparantie en deskundige advisering. Veel is daar niet van terecht gekomen, zo blijkt.
Het advies werd uitgebracht binnen een rigoureus financieel kader, nl. 87 miljoen euro, zo’n 10 procent minder als de ronde van 2009. Via een systeem van ranking vielen 15 dubbel positief geadviseerde organisaties na de adviesronde buiten dat bedrag. Ze zouden geen meerjarige subsidie krijgen.
Op dit punt beginnen de afwijkingen en correcties van de minister en de regering.

In haar definitieve beslissing heeft de Vlaamse Regering voor deze dubbel positief geadviseerde organisaties alsnog de nodige middelen uitgetrokken: 3.315.000 euro.  Maar er is veel meer gecorrigeerd. Voor 73 van de 256 organisaties wijkt de eindbeslissing af van het eindadvies, 42 organisaties krijgen meer en 31 minder dan geadviseerd. 

Klik hier om het hele artikel te lezen

ingediend onder Bart schrijft... • (0) ReactiesPermalink

De Feestdag van N-VA

ingediend door Bart Caron op 11/07/2012 om 08u34

Het onwaarschijnlijke succes van de N-VA. Daar wil ik het over hebben. Elke dag staar ik ernaar. Elke dag ben ik verbaasd (jonge) mensen te horen zeggen dat zij voor Bart De Wever en co zullen stemmen. Vreemd. Toen de Volksunie in 2001 uit elkaar spatte, verklaarden de hoofdrolspelers dat het bindmiddel dat de partij bijeenhield, de stijd voor een autonoom Vlaanderen, verdwenen was. Vlaanderen was een deelstaat geworden, niet echt een natiestaat, maar toch één met steeds meer exclusieve bevoegdheden. De Vlaamse strijd leek gestreden, de goedendags mochten naar het oorlogsmuseum, de leeuwenvlaggen naar de koers. Zonder cement geen gebouw en dus einde VU. Maar ene Bart De Wever, tot dan een onopvallende politicus, dacht daar anders over. En zie .... in geen tijd schoot de partij de hoogte in, en de polsstok die BDW is, katapulteerde de partij naar een ongeëvenaarde hoogte. Veel hoger dan de VU ooit haalde.

Hoe is dat te verklaren? Voor een groot deel is het te danken aan een zeer apart maar groot charisma van de leider. Straks meer daarover. Er is natuurlijk de latente spanning met onze Franstalige landgenoten, dat is een blijvende drijfveer. Zeker in crisistijden. Een vijandbeeld werkt altijd. Zeker als het een soort zwart schaap is dat als een inhalige haan wordt voorgesteld. Aan het sociale programma zal het niet liggen, en toch ook niet aan het onversneden neoliberale discours? De multiculturele samenleving is zeker een voedingsbodem, in negatieve zin toch. Maar dan nog zijn we nog niet aan de monsterscore.

Moeten we het ook niet zoeken bij de klassieke grote drie? Ja, de N-VA mag een dikke merci zeggen aan de traditionele partijen. De CD&V moet zowat de laatste Europese partij zijn die op confessionele gronden diepe sociaal-economische verschillen overbrugt. Het gaat voorbij, vrees is, dat overbruggen. De Open VLD - open: what’s in name - verliest dag na dag bestaansreden. De N-VA is blauwer dan het origineel. Als Antwerpen de gids is van de Vlaamse politiek, dan breken nu wellicht de zeven magere jaren aan voor de VLD. En de sp.a, die heeft nog weinig verloop naar rechts; het gros van die volkse, vaak oudere kiezers zochten al eerder bruine wegen op. En daarom ook een dikke merci aan het Vlaams Belang, die net te diep groef in de onverdraagzame ingewanden van Vlaanderen. Zo doorkankerd zijn die niet, Je mag de Vlaming geen onbegrensde negativiteit en oneindig egoïsme toebedelen. N-VA mag het VB danken.

Zou de belangrijkste verklaring niet te vinden zijn in een sterke anti-establishmenthouding en anti-Waalse onderstroom, De samenloop van de twee lijnen versterkt ze nog. Het overgrote deel van de N-VA kiezers weet eigenlijk niet voor welk politiek programma ze stemmen. Maar de N-VA weet op een slimme wijze de onderbuik van Vlaanderen te beroeren. Een beetje kritisch over sukkels, werklozen en ander ziekenkashangers, niet teveel maar toch. Dat ze eigenlijk toch zouden moeten werken, een beetje meer zelfs. Een beetje kritisch over allochtonen, die zich eigenlijk moeten aanpassen. Ze noemen het inburgeren en integreren, maar bedoelen assimileren. Nederlands spreken is dan de eerste en doorslaggevende stap. De taal is gansch het volk. En als je drie woorden Vlaams kent, word je verondersteld zelf je plan te kunnen trekken. Nee, niet racistisch, maar etnocentrisch. Wij zijn de beste van de wereld en dus de norm. Een beetje gewillig aan het groot kapitaal, want rijkdom is geen schande en hard werken een grote deugd.

De Vlaming stemt niet voor een partij die sociale waarden uitdraagt, maar voor een partij die beantwoordt aan het geïdealiseerde levensdoel, het gedroomde en meestal onbereikbare doel. Het gros van de mensen kiest niet voor verdelende rechtvaardigheid, maar droomt ervan zelf rijk te worden, zonder dat ze veel moeten delen met anderen. Het ideaal is niet dat iedereen beter wordt, maar dat ‘ik’ beter word. Ontmoedigend.

Dick Pels schetst in ‘Het volk bestaat niet’ een gelijkaardige evolutie in Nederland. Hij noemt die stroming het nationaal-individualisme. We zijn solidair met elkaar, maar alleen met de blanke Vlamingen die werklustig zijn, opgevoed in de katholiek-humanistische traditie, en kiezen voor het eigen huisje/tuintje. We zijn vooral individualisten, neoliberalen van de nieuwste snit. En nationalistisch, N-VA’ers organiseren zelfs de sociale zekerheid voor het eigen volk, de kinderbijslag, het verkeersreglement, enz.

BDW en het charisma. Moet dat begrip een nieuwe invulling krijgen? Hoe kan een norse en nukkige man, betweterig maar zeer slim, intelligent en tegelijk populistisch, spits uit de hoek komend, en oh zo overtuigd van het eigen gelijk, zo populair worden? Eerst koketteren met Jan Modaal door zijn frequente bezoeken aan frituur Het Draakske te etaleren en dan net als de net te dikke (en gefrustreerde) Vlaming fors vermageren. Oh zo herkenbaar. Zijn er geen verklaringen? Dat laat ik liever over aan psychologen. Maar een ster is hij ongetwijfeld. En dat speelt de partij uit. Het lijkt wel alsof de man in elke stad en dorp op de lokale lijst zal staan. Vlaanderen zal er straks totaal anders uitzien, qua politieke evenwichten althans. Voor de rest… we trekken er ons geen kl….. van aan.
En dan staat er wel een nieuwe politieke ster op.
Prettige Feestdag.

ingediend onder Mijn gedachtBart schrijft... • (40) ReactiesPermalink

Over de gang van de kunstensubsidies ...

ingediend door Bart Caron op 07/06/2012 om 15u58

Over de meerjarige subsidies in het kader van het Kunstendecreet is er al een aardig robbertje gediscussieerd en zijn er sloten inkt gevloeid. Een actualiteitsdebat in het Vlaams Parlement was voor mij de ideale gelegenheid om enige puntje op de i te zetten en mijn visie scherp te stellen.

De aanleiding van het debat was het onverwacht publiek maken van de adviezen door minister Joke Schauvliege. De veelgeplaagde minister rondde haar Uplace-week af door de adviezen van de beoordelingscommissies, de adviescommissie en het Agentschap Kunsten en Erfgoed op de website van het Agentschap te gooien. Het positief, negatief of gemengd advies, de ranking en de naakte cijfers; het voorgestelde subsidiebedrag.

Een demarche die niet enkel een uiting van absolute transparantie moest blijken. Het gaf de minister meteen de kans de handen in onschuld te wassen. Niet zij neemt immers de moeilijke beslissingen.
Wat de publicatie echter vooral duidelijk maakt is, is het gebrek aan sympathie, zelfs empathie voor de Kunstensector. Beseft de minister dan niet wat die naakte cijfertjes betekenen? Beseft ze niet dat er achter elke subsidieaanvraag mensen schuil gaan die met hart en ziel werken aan een project? Beseft ze niet dat kunstenaars, wachtend in de coulissen, plots op hun smartphone te zien kregen dat deze productie hun laatste zou zijn?
En mocht er dan nog enige duiding bij gestaan hebben, maar nee. Plompweg stond daar het verdict. Van veel respect voor het labeur van de opstellers van de dossiers getuigt dit toch niet.

Laten we, ook al kennen we de motieven van de adviescommissie niet, dat verdict toch eens nader bekijken.
Een eerste vaststelling is dat de middelen slinken. Een primeur sinds Vlaanderen exclusief bevoegd werd voor Cultuurbeleid.
Een tweede vaststelling is dat er eveneens in primeur een ranking werd opgesteld. Organisaties die zowel op artistiek als op zakelijk vlak positief scoren, kunnen zo alsnog uit de subsidieboot vallen. De unlucky winners. Waar het idee van het opstellen van een pikorde ontstaan is, weet ik niet, maar ik zie wel al meteen de negatieve effecten ervan. Organisaties worden tegen elkaar opgezet. Daar waar het de bedoeling van Joke Schauvliege was om door haar openheid het lobbyen te smoren, lopen de mailboxen net meer dan ooit over. Om te lobbyen, jawel, maar ook met vragen naar juridisch advies. Dat deze ranking, een deus ex machina om het tekort aan middelen weg te werken, een gerechtelijk staartje zal krijgen, wordt alvast duidelijk. Vaststelling nummer drie.

Maar laat ons vooral ook eens kijken naar de adviezen op zich.
Wat meteen opvalt, is het feit dat de kleintjes het heel moeilijk hebben. Dit heeft alles te maken met een gebrek aan globale visie vanwege de minister. In de drie jaar die zij ondertussen de tijd kreeg, slaagde ze er niet in om beleidslijnen uit te tekenen, een prioriteitenlijstje op te stellen. Het gevolg zagen we reeds in vorige besparingsrondes waar zij consequent de kaasschaaf hanteerde. De keuze van het niet kiezen. Nu zien we het in de vaststelling dat de gevestigde waarden vrij ongeschonden uit de adviesronde komen, terwijl prille, vernieuwende projecten het moeilijker hebben de kop op te steken of boven water te houden.

En laat het nu net die kleintjes zijn die zich vaak bekommeren om de kleintjes in de maatschappij. Het zijn die organisaties die werken met etnisch-culturele minderheden en kansengroepen. Het opstellen van gewichtige subsidiedossiers zit hen vast wat minder in het bloed, en qua rendabiliteit zullen ze ook wel niet zo goed scoren als de gevestigde waarden, maar moet dit het criterium zijn? Wie werkt met kwetsbaren verdient net extra bescherming, zou ik toch denken. Hier blijken ze eerder een gemakkelijk slachtoffer. En we weten wel dat zij die nu voor de meerjarige subsidies uit de boot vallen, kunnen worden opgevist via projectsubsidies, maar zo schuiven we natuurlijk de problemen door naar andere, evenmin bodemloze en bovendien ook al ontvette vetpotten.

Wat uit de gepubliceerde adviezen ook blijkt, is dat de zogenaamde schottenloosheid van het decreet onvoldoende heeft gewerkt. Organisaties die in meerdere artistieke disciplines actief zijn, worden eerder negatief bejegend. Ook organisaties die op andere maatschappelijke terreinen, zoals technologie of media, werken, vinden moeilijk toegang tot de meerjarige subsidies. In een wereld en een maatschappij die zo snel evolueert, zou het toch wel bijzonder jammer zijn mocht de cultuursector de boot van de vernieuwing missen.

Diversiteit in de Kunsten moet ons even dierbaar zijn als biodiversiteit. Die diversiteit krijgen we pas wanneer we de vreemde eenden koesteren, de teerste plantjes houvast bieden. Al te vaak zien we dat de meerjarige subsidies naar de oude eiken gaan. Hoe waardevol deze ook zijn, misschien zijn zij al voldoende geworteld. Om over de dinosauriërs nog maar te zwijgen.

Een laatste, vrij opmerkelijke vaststelling is dat de gepubliceerde adviezen en cijfers niet allemaal overeenkomen met deze die werden opgemaakt door de beoordelingscommissies. Dit tot begrijpelijk ongenoegen van bepaalde leden van deze commissies. Meteen staat de hele objectieve eindbeslissing van de minister, gebaseerd op de deskundig, neutraal en weloverwogen geformuleerde adviezen, op de helling. Nog voor ze die beslissing heeft genomen.

ingediend onder Mijn gedachtBart schrijft... • (0) ReactiesPermalink

Erfgoedbeleid voer je niet door het begraven van wat waardevol is

ingediend door Bart Caron op 18/04/2012 om 10u05

Een adviescommissie met een historiek van ruim 175 jaar. Die moet gekoesterd worden, hoog geacht, moet verheven worden tot erfgoed met de hoogste graad van bescherming. Helaas. Dat is buiten haar voogdijminister gerekend.

Het ontslag van de voorzitters van de commissies van de eerbiedwaardige Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (KCML) komt niet onverwacht. Het nieuwe erfgoeddecreet dat minister Bourgeois voorbereid, of moeten we zeggen: samenschraapt, is niet enkel gehypothekeerd door diepe meningsverschillen, ook binnen de meerderheid van deze regering. Maar meer nog, bij decreet wordt de commissie gewoonweg afgeschaft. Weg met die lastige adviseurs, denkt Geert Bourgeois in zijn binnenste. Voortaan zal mijn administratie die panden beschermen of deklasseren, zoals ik dat wil.

Dat de voorbereidingen van het nieuwe decreet niet op wieltjes liepen, is binnen de erfgoedsector niet enkel een publiek geheim, maar vooral ook bron van groot ongenoegen en angst. De hoorzittingen in het Vlaams parlement waren gekruid met negatieve reacties uit de brede sector van de erfgoedzorg, maar ook van eigenaars, bouwondernemers en adviesorganen. Dat er onenigheid is, moge niet vreemd zijn. Zorg voor het onroerend erfgoed is een stekelige kwestie die permanent een balans moet zoeken tussen de zorg voor het betekenisvolle verleden van monumenten en landschappen en de drang van de maatschappij om af te breken en te vernieuwen.

In die spanning probeert Geert Bourgeois te balanceren. Maar hij lijkt daarbij vooral bekommerd om het behoud van zijn evenwicht op de balk, eerder dan uit te pakken met een heldere en scherpe visie op de plaats van het onroerend erfgoed in de samenleving van morgen. Wanneer hij, na veel horten en stoten, uiteindelijk aan een tekst van een decreet geraakte, bleek dit ontwerp dan ook vooral onevenwichtig.  Sommige delen zijn gedetailleerd uitgewerkt (archeologie, handhaving, bescherming) terwijl andere onderdelen van dit beleidsveld, zoals de financiering van restauratie, zeer oppervlakkig zijn uitgewerkt. Niet consequent noch consistent.
De heikele punten, zeg maar hetgeen waarover er binnen de Vlaamse Regering geen consensus is, worden uitgerekend aan die Vlaamse regering overgelaten. En dat zijn er heel wat. Meer dan 100 bepalingen uit het ontwerpdecreet moeten verder geregeld worden in uitvoeringsbesluiten van de Vlaamse regering.  Wat een soep.

Een gemiste kans is de onvoldoende invulling die gegeven wordt aan een integrale en geïntegreerde benadering van onroerend erfgoed. Gefragmenteerd, zonder aandacht voor de wisselwerking tussen onroerend erfgoed, ruimtelijke ordening en cultureel erfgoed. De uitgebreide instrumenten die voorzien worden voor handhaving (straffen en boeten), staan in schril contrast met het gebrek aan maatregelen om de burger en de relevante actoren actief te betrekken bij het onroerend erfgoedbeleid (sensibiliseren en goesting doen krijgen). Wervende kracht om de zorg voor erfgoed te ‘omarmen’ roept het ontwerpdecreet niet op.

Maar nog veel erger is dat er onvoldoende duidelijkheid is over de financiering en het budget voor de uitvoering van dit ontwerpdecreet. Wie zal wat betalen, de restauraties, de onderzoeken door archeologen enz.? Welke ratio heerst hier?
Welke rol krijgen de gemeenten? Ja, ze mogen trots de erkenning als erfgoedgemeente nastreven, maar welke meerwaarde biedt dit. Akkoord, ze mogen de kastanjes uit het vuur halen, heikele beslissingen nemen en vastgoedpromotoren stokken in de wielen steken (of net niet), maar wat het hen kost? Nee dat weten ze nog niet.
En wat met de provincies, die andere instituten waar Bourgeois weinig erfgoedwaarde aan hecht? Tot nu toe waren deze vooral machteloze cofinanciers van restauraties, maar in het nieuwe ontwerp van decreet zijn zij spoorloos verdwenen. Met hen de centen? Dat zou naar Vlaanderen gaan, maar Bourgeois zou de premies met 1à à 20 procent willen verminderen.

Niet toevallig is archeologie het meest gedetailleerd uitgewerkte hoofdstuk. Leeft er binnen de meerderheid dan wel een consensus over de waarde van archeologie? Het zou mooi zijn, maar ik vrees dat er angeltje in schuilt. Het ontwerp is immers een schoolvoorbeeld van zelfbediening door de Vlaamse regering, ingegeven door schrik voor archeologie. Aan de verplichting tot archeologisch vooronderzoek is erg veel gesleuteld.  Er zijn vrijstellingen van de verplichting tot de opmaak van een archeologienota in allerlei zones. Er zijn allerlei ontsnappingsroutes voorzien.  Vooral voor de overheid zelf ook. Alle openbare infrastructuur zoals wegen, luchthavens, elektriciteitsleidingen enz… en alle uitrusting ervoor zijn vrijgesteld. Denk hierbij aan Aquafin, Openbare Werken, Wegen enz.  Joepie. De overheid mag wat ze niet toestaat aan de privé.

En nog dit: de inventarissen zijn een oud zeer. Bourgeois wil nu dat de inventarissen worden ‘vastgesteld’ na
een openbaar onderzoek. Hier is duidelijk sprake van een onevenwicht tussen de administratieve last om het openbaar onderzoek te voeren en de rechtsgevolgen van de opname in de inventaris, die zeer beperkt zijn. Een onevenwicht dat diametraal staat tegenover het heilige huisje van planlastvermindering van onze Vlaamse regering.

Om toch enigszins positief te landen, moeten we toegeven dat het hoofdstuk beschermingen en erfgoedlandschappen niet slecht is. Behalve dat er voor bescherming advies vraagt aan zowat alle administraties die met gewestmateries te maken hebben (mobiliteit, openbare werken enz…) Zoiets regel je toch niet in een decreet? Dit is toch interne organisatie binnenin de Vlaamse overheid? Het wijst weeral op een gebrek aan vertrouwen. Daarenboven staat Cultuur, als bevoegde instantie voor roerend erfgoed toch een gedoodverfde primaire partner, niet bij de beleidsdomeinen waar advies gevraagd wordt.

Het zo groots aangekondigde alomvattend erfgoeddecreet blijkt dus een lege doos te gaan worden. Een decreet dat meer vragen oproept, dan dat het kan beantwoorden. Een decreet dat meer achterpoorten creëert dan openingen naar een consequent, consistent, maar vooral gevleugeld en gedragen erfgoedbeleid.

ingediend onder Mijn gedachtBart schrijft... • (0) ReactiesPermalink

pagina 1 van 8  1 2 3 >  Last ›

boek


May 2013
S M T W T F S
      1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 29 30 31  

Abonneren

Zoeken


Muziek

This text will be replaced by the flash music player.

Bart Caron met contrabas (foto: Viviane Decock)

foto Viviane Decock

 

Nieuws


© 2009 - Bart Caron   //   Design: Het Concept / Matthias Malfr