bartcaron.be

Advocaat voor de duivel(tje)s

Ingediend op juli 7th, 2009 door bartcaron

Dick Advocaat is de nieuwe bondscoach van de Belgische voetbalploeg. Onze hoop in bange dagen. Groot nieuws dat iemand het überhaupt aandurft.

Een ogenschijnlijk onbelangrijk onderdeeltje in het krantenbericht: onze nieuwe selectieheer zal jaarlijks 600.000 euro gaan verdienen. Dat is helemaal niet slecht betaald, maar waarom zou dat niet mogen? De voetbalbond is een particuliere organisatie, Dick Advocaat is een man die zijn marktwaarde kent en beide partijen kunnen dus vrijelijk de verloning bepalen.

Dat koning Voetbal niet ontsnapt aan de plaag van de toplonen weten we al langer. Een klein groepje topspelers verdient onwaarschijnlijke fortuinen. Dat is niet anders dan bij zangers, acteurs of andere vedetten uit het wereldje van glamour en glitter. En dan zwijgen we nog over de choquerende toplonen in de bankwereld. Waarom zou het dan niet mogen in het voetbal of de koers?

Van mij mag alles, maar ik hoef het niet OK te vinden. Mensen die met een uitzonderlijk talent gezegend zijn, en dat goed ontwikkelen, hebben geluk. Nu vind ik ‘geluk hebben’ op zich geen criterium voor verloning, maar ja, zo werkt het nu eenmaal. Het blijkt onvermijdelijk dat topspelers toplonen krijgen. Ze passen namelijk wonderwel in het reusachtig commercieel gebeuren, dat het voetbal vandaag is. Ze zijn radertjes in het mechanisme van merchandising, sponsordeals en uitzendrechten. Gaat het trouwens nog wel om het spel met de bal, of gaat het zuiver om de commercie. Gaat het om kijkcijfers die reclame-inkomsten genereren? Gaat het om voetbaltempel die verrijzen bij gratie van de aansluitende shoppingparadijzen?

De voetbalhemel, niet enkel sportief maar ook commercieel, blijft natuurlijk de deelname aan de grote tornooien. Vriend en vijand zijn het erover eens dat ons land momenteel over een lichting voetballers beschikt die geen mal figuur zou slaan op een EK of WK. Het is dan ook niet onverantwoord dat de Voetbalbond alles op alles wil zetten om ons eindelijk nog eens te kwalificeren.

Het aantrekken van een dure topcoach is een eerste stap, maar hiermee is de kous niet af. Dick Advocaat zal, hoe goed hij ook moge zijn, op zijn eentje het amateurisme van de Voetbalbond niet kunnen verdoezelen. Een betere kalender, betere afspraken met de clubs, goede infrastructuur … het had allemaal al lang geregeld kunnen zijn. Maar nee, de Bond gaat om met reusachtige bedragen maar gedraagt zich als het bestuur van de eerste de beste caféploeg.

En dat stoot me tegen de borst. Al jaren ijveren talloze mensen voor een zo groot mogelijke toegankelijkheid van de sportbeoefening voor zoveel mogelijk jongeren en volwassenen. Uit clubliefde zetten duizenden mensen zich wekelijks, geheel vrijwillig of voor een symbolisch bierbonnetje, in om hun club draaiende te houden. En er moet niet enkel vrije tijd worden geïnvesteerd. Voor nogal wat categorieën uit de samenleving is lid worden van een voetbalclub geen vanzelfsprekende zaak. 150 tot 175 euro lidgeld per jaar is geen uitzonderlijk bedrag om zoon- of dochterlief te laten sjotten bij de jeugd van FC Denderendewereld. Als je er zo twee of drie lopen hebt, en je moet leven van een modaal loon, dan is het moeilijk om de voetbaleindjes aan mekaar te knopen.
Dick Advocaat verdient 300 keer meer per jaar dan die mensen. Hij wil daarenboven een professionelere aanpak, waarbij hij meer dan enkel de sportieve leiding opeist. Daarin steekt onder meer de voorwaarde dat de ploeg logeert in een bepaalde hotelketen, waarvan de prijs per kamer zo’n 200 euro per nacht per man bedraagt. Je kan maar beter goed uitgeslapen op het terrein staan … Bij de VRT en in het Vlaams parlement, waar al meer is geruzied over de prijs van logies voor medewerkers of leden, mag dit ongetwijfeld een belletje doen rinkelen. Zijn dergelijke randvoorwaarden uitingen van zogenoemde ‘professionaliteit’? Of van hang naar luxe? Van ordinaire spilzucht of wereldvreemdheid?

Los van dergelijke folietjes, zal Advocaat de helft meer verdienen dan René Vandereycken. Nu zegt de penningmeester dat de voetbalbond daar geen enkel risico mee neemt en dat dit ingecalculeerd is. Vreemd, verschillende keren al meldde de voetbalbond via dezelfde penningmeester dat er, “in het kader van de optimalisering van zijn werking, verschillende voorstellen om nieuwe inkomsten aan te trekken en zijn kosten te reduceren voorliggen.” In de hun onnavolgbare bureaucratische taal geformuleerd. Er werd o.a. voorgesteld om de lidgelden van de bij KBVB aangesloten voetbalclubs te verhogen.

Het is bijna cynisch dat diezelfde voetbalbond straks hoogstwaarschijnlijk subsidies zal vangen van de Vlaamse Gemeenschap. Jarenlang is er door de Vlaamse overheid aangedrongen op een splitsing van de bond in een Vlaamse en een Waalse vleugel. Die is in voorbereiding. Op die wijze zouden er subsidies kunnen komen voor jeugdwerking en voor stadions. Dat zou gaan om een bedrag van 5,5 miljoen euro op jaarbasis waarvan 2 miljoen gereserveerd wordt voor de jeugdsport. Dat is niet niks natuurlijk.

Dergelijke extra inkomsten geven je al wat ademruimte wanneer je onderhandelt met een gegeerde coach. Maar misschien zijn er wel duurzamere manieren te bedenken om die bijkomende gelden te besteden. Misschien kunnen de lidgelden wat goedkoper worden? Misschien kunnen de kwaliteit en professionaliteit van de jeugdwerking van de bond, en van de clubs verbeterd worden? Krijgen de clubs van de bond een steuntje om hun werking te optimaliseren? Zeker de kleinere clubs die het hard nodig hebben? Of moet het voor hen blijven komen van pannenkoekenslagen, tombola’s en steunkaarten?
(De Standaard 7 juli 2009)


‘NOMAD’  Roland Patteeuw

Ingediend op juni 22nd, 2009 door bartcaron

Roland Patteeuw. Een man uit één stuk? Een man uit vele stukken? Laat me maar voor dat laatste kiezen. Laat me dat illustreren aan de hand van een anekdote. Toen ik Roland – vrienden spreken elkaar aan met de voornaam – vorige maand aan de telefoon kreeg, na de mededeling dat de Kunsthalle Lophem geen structurele subsidie zou krijgen uit het Kunstendecreet, was Roland woedend. Hij zou alle leden van de commissies – begrijp de zelfverklaarde kunstpausen – aan de muur spijkeren via een vlammend betoog in een krant of een blad. Hij zou geen emotionele argumenten bezigen, maar dat doen met het argument dat ze niet uitgaan van de dynamieken en noodzaken die aan de kunst zelf ten grondslag liggen, én … Wat daarna kwam, laat ik voor zijn of voor mijn memoires. Het tweede feit waar ik naar wil verwijzen is de wijze waarop Roland het boek NOMAD aan mij bezorgde. Ook dat gebeurde op een merkwaardige wijze. We leven, hoewel beide West-Vlaming, toch een heel eind van elkaar af. We konden het niet anders regelen dan af te spreken op het perron van spoor 2 in Gent Sint-Pieters, in een tussenstop van de trein naar Antwerpen en Amsterdam. Wat Roland, die het boek pas had gekregen, op deze ene minuut zei was weinig of toch heel veel. Hij zei eenvoudig “ik ben ontroerd”. Meer niet, maar vooral ook niet minder.
Het zijn twee gebeurtenissen, twee fenomenaal belangrijke gebeurtenissen. Voor Roland Patteeuw en voor de kunst. Ze typeren de grootsheid van de kleine man, en ze typeren de kwetsbaarheid van de grote man.

Roland Patteeuw is een bijzondere figuur. Ik leerde hem echt kennen in de aanloop van Brugge 2002. Ik was toen eerst informateur en daarna coördinator van de culturele hoofdstad. In het toenmalige traject heb ik de problematiek van de hedendaagse kunst in de meest historische stad van Vlaanderen aangekaart. Daarin werd ik, zacht uitgedrukt, minstens gestimuleerd door Roland. Roland was toen voluit bezig met zijn incubaties, die zeer vruchtbaar zouden worden, ook voor Brugge 2002 zelf. Roland bepaalde, naderhand bekeken, het beeld van de hedendaagse kunst in de culturele hoofdstad, met onder meer Attachment+,  de belangrijkste hedendaagse kunsttentoonstelling van dat jaar.
We waren het er over eens dat dit ook het pijnpunt was van Brugge, nl. de gebrekkige omkadering van hedendaagse kunst in de oude stad. Jammer genoeg werd het aangezette traject van toen niet met dezelfde kracht doorgezet. Het Brugse Cultuurcentrum probeert, vooral in De Bond, de artistieke evoluties levendig te houden, en dat is bijzonder verdienstelijk. Maar stellen dat Brugge een biotoop is voor hedendaagse kunst en kunstenaars, is bedrog plegen. We ervaren er het typische klimaat van de kleine stad, van de historiserende stad, die vooral een toeristische illusie verkoopt. Dat laatste is voer voor een ander betoog. Immers, er is ook nog de Kunsthalle Lophem. Roland richtte ze pas laat in zijn artistiek parcours in. In 1993. Hij is dan al 48 jaar oud. Hij doet dat op een moment dat zijn artistieke geest en discours helemaal gerijpt zijn. Hij reikt kaders aan, aan kunstenaars die een stap of stappen willen zetten, die in hun artistieke proces de Kunsthalle kunnen gebruiken als milestone voor hun eigen ontwikkeling. En dat is ook wat echt is gebeurd.

In het verre Loppem hoor ik u al denken? Ik kan het dan niet laten om even te denken aan het – voor mij zeker – verre Balen, de plek waarop dit boek wordt voorgesteld. Balen, de plek van Jef Geys. Loppem, de plek van Roland Patteeuw. Twee zeer verwante artistieke zielen. Opererend vanuit het rurale Vlaanderen, maar zonder dat het een beletsel vormt voor een internationale visie en positie.
Het brengt me naadloos bij het belang van Roland Patteeuw voor de kunst en de kunstenaars. Ik zou deze passage eigenlijk liever overslaan. U gelooft het wellicht niet, maar toch is het zo. Een evaluatie maken is niet alleen delicaat, maar in het geval van Roland Patteeuw ook zeer moeilijk. Dat heb je zo met complexe persoonlijkheden. Hij past niet echt in een groep van Vlaamse curatoren of van auteurs. Hij wil er namelijk zelf niet bij horen. Roland mijdt vernissages en andere societymomenten. Hij vertoeft – zo denk ik toch – niet eens graag in gezelschap van de meeste, al dan niet zelfverklaarde, kunstpausen uit Vlaanderen. Roland houdt van authenticiteit, van eerlijkheid, van duidelijkheid. Deze drie kenmerken zijn inderdaad behoorlijk zeldzaam in het Vlaamse artistieke landschap, of liever landschapje. Dat, gemengd met een behoorlijke dosis eigenzinnigheid, koppigheid en een heel grote dosis visie, maken Roland tot was hij is. Hij is niet de grote mijnheer, of liever, hij wil niet de grote mijnheer zijn. Hij wil vooral een dienaar zijn, nederig maar met een mening, een dienaar van deze artistieke evoluties, van het werk van kunstenaars waarvan hij meent dat ze nu, maar vooral morgen bijzonder veel betekendend moeten zijn voor de kunst en voor de samenleving. De feiten geven hem meer dan gelijk.
Te beginnen met de periode voor de Kunsthalle. In 1968 al bouwde Roland Patteeuw tentoonstellingen. Hij deed dat eerst in Wakken. Die periode ken ik zelf niet. Hij ging toen in zee met kunstenaars als Roger Raveel, Dan van Severen en Raoul Dekeyser. In de vroege jaren ’70 zette hij projecten met onder meer Jef Geys, Jan Dibbets, René Heyvaert enz. Na een een aantal jaren zonder tentoonstellingen -Paztteeuw schreef en educeerde – richtte hij de Kunsthalle Lophem op en werkt er onder meer met Honoré d’O, Annemie Van Kerckhoven, Guillaume Bijl, Fabrice Hybert, Zhang Huang, Mario Airo of Yves Netzhammer … Allemaal kunstenaars die internationaal gewaardeerd worden. We mogen zonder enige terughoudendheid stellen dat Roland Patteeuw een buitengewoon belangrijke bijdrage geleverd heeft aan de artistieke evolutie en het traject van deze topartiesten, maar ook een buitengewoon belangrijke bouwsteen leverde aan de brede kunstevolutie in Vlaanderen en in Europa. Loppem of Venetië, Wakken of Sao Paulo, het relativeert een en ander. Een curator/auteur kan een grote invloed uitoefenen vanuit een ogenschijnlijk kleine plek.

De betekenis van Roland Patteeuw staat voor mij buiten de discussie. Er is geen plaats voor sceptici. Ik wil er nog een persoonlijk element aan toevoegen. Ik bewonder Roland omwille van de moed om blijvend tegen de schenen van het establishment te schoppen, niet alleen het artistieke, maar ook het algemeen maatschappelijke en politieke establishment. Op de hem eigen wijze, moedig de voor de hand liggende maatschappelijke schema’s en kunstopvattingen blijven bevragen. Dat doet Roland. Het heeft hem veel vijanden opgeleverd, maar ook veel vrienden. Ik heb bewondering voor iemand die dat kan en dat durft. Die zonder betweterig te zijn, uitkomt voor zijn ‘gedacht’, voor zijn mening.

Zijn mening over schilderkunst heeft mij al vaak aan het denken gebracht. Zegt hij letterlijk in het boek “Zo heb ik mij bijvoorbeeld vroeg bevrijd van de schilderkunst. Niet zomaar, maar om kunsthistorische en mentale redenen. Ik had nooit het parcours kunnen afleggen dat ik nu heb gevolgd, als ik had gedacht dat de schilderkunst nog een plaats had. Schilderkunst heeft vandaag voor mij geen echte potentie meer, in deze wereld van totaal nieuwe en andere media.” En ja, video en nieuwe media hebben de schilder bevrijd van zijn beperkingen. Roland heeft dus gelijk. Of ‘had’ hij gelijk? Zijn er niet toevallig enkele Vlaamse kunstenaars die vandaag wereldwijde furore maken met schilderkunst? Is er een nieuwe mentale ruimte ontstaan? Of is het toch maar schilderkunst in de commerciële sfeer, zoals Roland in het boek stelt. Controversiële stellingen dus, maar heel interessant.
Ik luister met heel veel plezier naar Roland, naar zijn opvattingen, ook al zijn ze niet automatisch de mijne. Dat zal wel iets te maken hebben met de pedagoog in Roland. Want dat heeft hij zijn hele leven al gedaan, mensen introduceren in hedendaagse kunst. Misschien kan je beter zeggen, mensen ‘verleiden’ om liefhebber te worden van hedendaagse kunst. Het is zoveel makkelijker om vanuit de ivoren toren van de beeldende kunst neer te kijken. Nee, dat doet Roland niet. Via lezingen, cursussen en kunstreizen brak hij de wereld van de kunsten open voor vele, voor zeer vele mensen. Roland mag je best beschouwen als een modelvoorbeeld van wat wij moment als de noodzaak van de kunsteducatie benoemen. Ik ben ervan overtuigd dat we de schare van kunstliefhebbers moeten verruimen door mensen de de kunsttaal, de codes uit te leggen, door heb een bruggetje te bouwen, en hen zo over de mentale/intellectuele drempel te helpen. En eenmaal ze binnen zijn in het grote huis, en te tonen dat er vele kamers zijn, veel uitdrukkingswijzen, veel werkwijzen. ‘Verdieping’ van de cultuurbeleving heeft dat vandaag. In het boek staat daarover een prachtige passage: “De Kunsthalle zou in 1993 de deuren openen. De Italiaanse kunstenaar Michelangelo Pistoletto, met wie Patteeuw een nauw contact had, zou tijdens zijn bezoek een paar dagen voor de opening zeggen: ‘Merkwaardig. Normaal opent men een ruimte en werkt men er vervolgens aan om een publiek op te bouwen. Hier is er al een publiek, dat een nieuwe ruimte aangeboden krijgt’.”

Ik zou het vandaag over nog zoveel meer kunnen hebben, over de levenslange samenwerking met Jef Geys bijvoorbeeld. Daar kan u beter het boek voor lezen. Het is een rode draad door zijn leven, zeer betekenisvol, met vele lagen en dimensies.

Ik wil graag nog even terugkeren naar de controverse. Ik wil een klein stukje voorlezen uit een column van Roland voor H’art Magazine.
“Hoepla, Canvas, Hoepla. Combinatie van carnavaleske stoet met talentenjacht.
Zoveel is duidelijk, de makers van de Canvascollectie hebben geen kaas van beeldende kunst gegeten. Een wedstrijd moedigt immers de verwarring bij het grote publiek nog meer aan. Er wordt gesuggerereerd dat kwaliteit in hun programma meetbaar (en dus controleerbaar) wordt. Dat heet: gebrek aan elementaire integriteit voor het ontstaan en de historie van de beeldende kunst. (…) Het behoort precies tot de taken van de ‘betere’ zender met cultuurpretenties het eenzijdig markttechnisch denken onderuit te halen. En op langere termijn een soort oplagplaats te creëren voor kwaliteit, d.w.z. kritische alertheid en dito ervaringen. (…) Kunst is en blijft een creatieve bezigheid die van de mens op zoek naar verruimende mentale ervaringen. Hou op met de de kijkers als culturele pubers te behandelen en beeldende kunst als een elitaire troep voor te stellen die toe is aan een populistische uitverkoop. Stop de lucratieve selectiespelletjes. Kom met inhoudelijke onderbouwde programma’s tot de kern van de zaak. Maak van kwaliteit een breed inhoudelijk discours!”
Ik ben het helemaal eens met Roland Patteeuw en zou het niet beter kunnen formuleren. Laat ons vooral blij zijn dat we nog iemand hebben die de moed heeft het zo duidelijk te zeggen.

Mag ik van de gelegenheid gebruik maken de blijvende strijd van Roland Patteeuw tegen de commercialisering van de kunst aan te halen? Hij is ook op dit terrein een eigenzinnige gast, maar ook mijn bondgenoot. Natuurlijk mag iedereen zijn boterham verdienen met kunst. Zo dik mogelijk belegd uiteraard. Maar een uitsluitende mercantiele benadering van beeldende kunst – nog steeds de belangrijkste – is en blijft ondraaglijk. Ook hier voel ik me zeer verwant met Roland Patteeuw.

Ik moet nog even terug komen op de situatie van de Kunsthalle Lophem. Meer in het bijzonder op de problemen die de instelling vandaag kent. Het dichtdraaien van de subsidiekraan heeft dramatische gevolgen. De werking staat gedwongen op een laag pitje. En toch is er net nu dit boek. Slechte mensen zouden dit boek wel eens kunnen beschouwen als een eindpunt, als de afronding van een carrière. Oh, wat kan perceptie toch verkeerd zijn.
De opeenstapeling van tegenslagen sinds eind 2006 heeft de werking weliswaar gehypothekeerd, maar ze is niet dood. Integendeel, het project NOMAD Roland Patteeuw is een tussenstand, geen eindstand. Na 40 jaar nationaal en internationaal curatorshap zet het Brugse Cultuurcentrum, met steun van de Vlaamse Gemeenschap, de carrière extra in de verf met een belangrijke tentoonstelling verspreid over 5 locaties en met dit boek uiteraard.

De ongenadige subsidieregels verdragen misschien nog wel eigenzinnige curatoren, maar zeker geen tegenslagen. De Kunsthalle Lophem is er het slachtoffer van geworden. Maar de problemen zijn (administratief) bijna van de baan. De Kunsthalle – een prachtige locatie – verdient een mooie toekomst. Ik ben er haast zeker van dat Roland daarvoor ook de weg gaat bereiden. Ik hoop dat hij zich daarbij omringt met zakelijke mensen die de financiële omkadering kunnen leveren, maar ook met bevlogen collega’s, die onvermijdelijk ook opvolgers zullen worden. Niemand heeft het eeuwig leven, behalve de kunst zelf.

Mag ik nog iets zeggen over het boek NOMAD? Ik kreeg de kans één van de eerste lezers te worden. Mag ik ook de auteur, Marc Ruyters gelukwensen? We kennen zijn kwaliteiten natuurlijk al langer, maar ook nu zien we weer een zeer goed geschreven boek. En mag ik het zeggen? Het is en toegankelijk en tegelijk niet vulgariserend. Het graaft diep, duidt, weidt even uit, situeert in een brede artistieke context, maakt het voortschrijdend proces dat Roland Patteeuw doormaakt, ook zeer helder. Het boek bevat ook de En vergeet de columns van Roland zelf, maar bovenal een zeer interessante collectie foto’s van de tentoonstellingen. Daar staat een schat aan materiaal in.

Ik rond af. De Kunsthalle is voor mij een ijkpunt. Een vergelijkingsplatform als ik op een ander kom. Het is een leerschool – dank u Roland. En het is een belangrijke halte van mijn eigen cultureel parcours. Ik hoop uit de grond van mijn hart hoop ik ook dat dit zo mag blijven.
Proficiat Roland.

Bart Caron

Ingediend onder bart schrijft 1 reactie

NOMAD van Roland Patteeuw

Ingediend op juni 21st, 2009 door bartcaron

Roland Patteeuw. Een man uit één stuk? Een man uit vele stukken? Laat me maar voor dat laatste kiezen. Laat me dat illustreren aan de hand van een anekdote. Toen ik Roland – vrienden spreken elkaar aan met de voornaam – vorige maand aan de telefoon kreeg, na de mededeling dat de Kunsthalle Lophem geen structurele subsidie zou krijgen uit het Kunstendecreet, was Roland woedend. Hij zou alle leden van de commissies – begrijp de zelfverklaarde kunstpausen – aan de muur spijkeren via een vlammend betoog in een krant of een blad. Hij zou geen emotionele argumenten bezigen, maar dat doen met het argument dat ze niet uitgaan van de dynamieken en noodzaken die aan de kunst zelf ten grondslag liggen, én … Wat daarna kwam, laat ik voor zijn of voor mijn memoires. Het tweede feit waar ik naar wil verwijzen is de wijze waarop Roland het boek NOMAD aan mij bezorgde. Ook dat gebeurde op een merkwaardige wijze. We leven, hoewel beide West-Vlaming, toch een heel eind van elkaar af. We konden het niet anders regelen dan af te spreken op het perron van spoor 2 in Gent Sint-Pieters, in een tussenstop van de trein naar Antwerpen en Amsterdam. Wat Roland, die het boek pas had gekregen, op deze ene minuut zei was weinig of toch heel veel. Hij zei eenvoudig “ik ben ontroerd”. Meer niet, maar vooral ook niet minder.
Het zijn twee gebeurtenissen, twee fenomenaal belangrijke gebeurtenissen. Voor Roland Patteeuw en voor de kunst. Ze typeren de grootsheid van de kleine man, en ze typeren de kwetsbaarheid van de grote man.

lees het hele stuk op http://bartcaron.local/site/category/bart_schrijft/

Ingediend onder bart schrijft Reacties uitgeschakeld voor NOMAD van Roland Patteeuw

Een veelkleurige culturele lente

Ingediend op januari 15th, 2009 door bartcaron

Participatie? Het doel is mensen te bekwamen in hun onafhankelijke ontwikkeling. Dit moet starten met het erkennen en waarderen van dat ene bezit zonder hetwelk zij in hun eigen ogen zouden ophouden te bestaan: hun cultuur.” Dit citaat komt uit het Unesco-conventie over culturele diversiteit.

Vorige week schreven drie vertegenwoordigers van de Open VLD een opiniestuk met hun visie op het cultuurbeleid. Het is een duidelijke visie in ieder geval. Vooral hun uitspraak over participatie heeft ons getroffen. Ze schrijven “Participatie is een hoog goed, ook voor ons. (…) men kan en mag die niet afdwingen. Dat is paternalistisch, zelfs neerbuigend tegenover de burger en cultuurconsument en maakt inbreuk op de vrijheid van de kunstenaar. Wat dat betreft kiest men beter voor intelligente investeringen in cultuureducatie en-introductie voor kinderen, jongeren en volwassenen waarbij iedereen nog steeds over de vrijheid beschikt om zelf te kiezen. Ook cultuur is immers een kansenverhaal.
Alleen de twee laatste zinnen plezieren ons: cultuureducatie is inderdaad dé sleutel tot participatie.

De eerste zinnen zijn ronduit onzin. “Participatie afdwingen”? Wil iemand dat? Cultuur is toch geen gevangenis van de vrije tijd en de uitspraak komt vrij neerbuigend over ten aanzien van de actor waar het in eerste instantie om te doen is: de burger.

Als het bij participatie gaat om ‘het bekwamen van een onafhankelijke ontwikkeling’ dan kan er geen sprake zijn van afdwingen. De klemtoon ligt op de bewuste keuze. Om een keuze bewust te maken moet je inzicht en overzicht hebben in en van de mogelijkheden. Zie de vergelijking met het onderwijs. Je kan de vraag of iedereen naar de universiteit moet, toch eenvoudig beantwoorden. Nee, natuurlijk moet niet iedereen naar de universiteit. Maar iedereen moet wel de kans krijgen, of preciezer gezegd: de maximale toegang krijgen tot onderwijs. Er wordt al vele decennia gewerkt aan het slopen van onderwijsdrempels, maar nog steeds gaat slechts een minderheid naar het hoger onderwijs en lezen we niet dat arbeiderskinderen en kinderen van allochtonen nog steeds een achterstand hebben? We willen dus dat het onderwijs alle jongeren de kansen geeft zijn/haar interesses te verkennen en zijn talenten maximaal te ontwikkelen.
Cultuurparticipatie is van eenzelfde orde en belang als onderwijsparticipatie. En dus zeer nodig en zinvol. Maar het is niet de verantwoordelijkheid van de kunstenaar hiervoor te zorgen. Dat zou hetzelfde zijn als zeggen dat de wetenschapper verantwoordelijk is voor gelijke onderwijskansen.
Je moet dus de mensen de kansen bieden om te kiezen, ook om af te wijzen. Wij behoren tot die gelukkige mensen die kunnen kiezen. Als we kiezen voor een avondje voetbal op tv, in plaats van het concert in de schouwburg, dan is dat oké. Durft iemand ons tegenspreken?

De VLD-collegae doen alsof cultuurparticipatie zich beperkt tot een deelname aan kunsten. Dat is niet zo natuurlijk. Het gaat ook over een musical of een film bekijken, een rockconcert of festival bijwonen of een boek lezen … Is het dan niet de bedoeling dat een organisator van rockconcerten zoveel mogelijk publiek bereikt? Om commerciële redenen uiteraard, maar toch ook omdat zoveel mogelijk mensen moeten kunnen ‘genieten’? Als er veel publiek komt naar U2, daalt het niveau van het concert dan?
Ook de culturele verenigingen komen bij hen niet in beeld. Ze werken aan toeleiding, beter dan de beste marketeer, meer dan een educator, kunnen meer bieden dan het individuele bezoek, meer zijn dan een bemiddelaar .. Waarom? Omdat ze alles samen zijn. Participatie op je eentje doe je minder dan met andere mensen samen. Je moet niet eens ver in de geschiedenis teruggaan om te zien dat participatie in groep een sterk emanciperend effect heeft voor de individuele leden. ‘Volksverheffing’ nietwaar.

Er is echter meer. Bij participatie moet je naar het aanbod én naar de vraag kijken. Brede lagen van de bevolking komen onvoldoende in beeld / aan bod. Het aanbod sluit aan bij een vrij beperkt segment, en niet bij mensen die worden uitgesloten. De laatste groepen vragen erkenning van het feit dat alle mensen cultuur zijn en cultuur hebben. Een uitstekend voorbeeld hiervan is de sociaal-artistieke werkvorm.
Dat brengt ons naadloos bij de kansengroepen, bij mensen die minder kansen – en de bagage en de educatie –  hebben gekregen. Hun keuzemogelijkheden zijn de facto beperkter en daarom is een specifiek instrumentarium nodig. Dan doe je extra-inspanningen zodat die mensen ‘kunnen’ meedoen. Daar is niks neerbuigends aan, voor zover je mensen niet stigmatiseert noch dwingt. Artikel 27 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens stelt: “Je hebt het recht om te genieten van wat kunst en wetenschappen voortbrengen.”

En tot slot is er de uitspraak dat participatie een inbreuk zou plegen op de vrijheid van de kunstenaar? Betekent dat dan dat de autonomie van de kunstenaar het beste gediend is zonder publiek? Willen theatermakers liefst lege zalen, auteurs geen lezers, beeldende kunstenaars geen kijkers? En organisatoren van festivals lege weiden? Nee toch?
Kunstenaars willen aandacht krijgen en geliefd worden. Kunst moet aandacht, emotie, reactie losweken bij de bezoeker of de toeschouwer. Kunst is communicatie. Dus wil de kunstenaar publiek zien en voelen. Bij voorkeur een publiek dat mee stapt in het artistieke proces dat de kunstenaar aflegt, een publiek dat openstaat voor zijn ideeën of vragen. En bij voorkeur ook een zo ruim mogelijk publiek. Wie wil kunst creëren met de bedoeling om die aan zo weinig mogelijk mensen te laten zien of horen? Dus graag met velen, maar ook kwaliteitsvol. De kunstenaar wil, terecht, dat de toeschouwer zich inspant om de kunstenaar te volgen. Interactie is een wederkerig proces.

Participatie verbindt de begrippen cultuur, empowerment en democratie. Maar dat vereist toegang tot zeggenschap en macht. Participatie is dus democratie in actie. En die richt zich tot een gemeenschap die iets deelt, waar geen schaarste maar overvloed van is.

Wie de participatiegedachte wil verbannen, kom uit bij de woorden van Enzensberger:
Omdat het dus iemand anders is,
altijd iemand anders,
die daar spreekt,
en omdat degene
van wie dan sprake is,
zwijgt
.’

Bart Caron, onafhankelijke
Ann Demeulemeester, voorzitter Demos
Ivo Janssens, directeur Demos

Ingediend onder bart schrijft Reacties uitgeschakeld voor Een veelkleurige culturele lente

De rol van de overheid inzake Cultuur

Ingediend op september 14th, 2008 door bartcaron

 

Heel vaak wordt gesteld dat het cultuurbeleid zich wel of niet moet bezig houden met dit of dat. Alleen wordt discussie over wat dan wel een uitdrukkelijk voorwerp moet zijn van beleid herleid tot een gevoelsmatige kwestie. Meestal is een duidelijk antwoord ver te zoeken. Sommige mensen vinden dat de overheid zich alleen moet bezig houden met activiteiten of manifestaties die veel mensen bereiken, anderen vinden daarentegen dat de overheid zich geen snars moet aantrekken van kijk- of participatiecijfers, maar alleen voor kwaliteit moet gaan, nog anderen leggen de hoofdaandacht voor het overheidsoptreden bij wat vernieuwend, marginaal of kwetsbaar is. 

 

Is er een duidelijke keuze mogelijk? Lees het hele stuk door hier te klikken.

Ingediend onder bart schrijft Reacties uitgeschakeld voor De rol van de overheid inzake Cultuur

The Edinburgh Fringe en het Vlaamse theater Bedenkingen over publiek en subsidies

Ingediend op augustus 27th, 2008 door bartcaron

Een festivalcultuur hebben ze wel in Schotland. Weer of geen weer, in augustus lopen duizenden mensen kriskras door de stad, kijken ze naar straattheatervoorstellingen en rennen van het ene naar het andere concert of een andere toneelvoorstelling. Augustus is festivalmaand in het in extase verkerende Edinburgh en dan is de stad overvol, wellicht de meest levende van de hele wereld. Regen of een zeldzame zonnestraal, de mensen komen er massaal op af. Ik vertoefde er nog eens om mee te prospecteren voor een Vlaams festival. Dat deed ik eerder al. Aan dat snertweer zijn we gewend geraakt. Maar niet aan de onwaarschijnlijke belangstelling voor het festival. Ik zwierf vooral rond op het Fringe Festival, zeg maar het randfestival van het officiële festival, dat thuishoort in de rij van grote Europese kunstenfestivals. De Fringe is echter uitgegroeid tot een monsterlijk groot festival van comedy, theater, dans en muziek. Groot? Er staan zo’n 1150 verschillende producties (18.000 artiesten), waarvan het grootste deel bijna de hele maand augustus wordt gespeeld. 31.000 voorstellingen in een 250-tal venues, vooral kleine ruimtes, maar ook grotere zalen. Onwaarschijnlijk. En toch betaalt het publiek er vlotjes tussen 5 en 10 pond per kaartje; als je een derde bijtelt heb je het bedrag in euro. De Schotse kranten en bladen staan vol recensies en quoteringen, die gretig worden geafficheerd. Wie geen 3 van de 5 sterren (*****) haalt, ziet zijn publiek afkalven, wie hoger scoort heeft bijna zekerheid over een goede omzet. Voor de artiesten zijn de reviews superbelangrijk. De gezelschappen krijgen er namelijk geen uitkoopsom, maar spelen op eigen risico, dus tegen de recette. Ze huren een zaal(tje) en krijgen promotionele faciliteiten van de organisatoren van de Fringe. Elk verkocht ticket telt dus. Drie weken een vol huis scheelt op de inkomsten, ook voor de reisvoorstellingen erna. Immers, de meeste producties worden niet gesubsidieerd door de Engelse of de Schotse overheid. Soms is er productiesteun of steun van The British Council voor het toeren in het buitenland. Goed, ook bij ons krijgen producties uit genres als cabaret of stand-up comedy ook geen steun, maar wel in theater, dans en vaak muziek. Bij de Britse buren is het duidelijk nog een stukje harder knokken om je ‘ding’ te kunnen doen. Zeker voor zij die nog niet tot de canon van de hoge cultuur behoren.
Maar wat er vooral opvalt is dat er publiek is, veel, heel veel publiek. Die mensen betalen daarenboven veel geld voor hun tickets. Zonder morren, zelfs al is het zitje niet steeds het meest comfortabele. Maar ze hebben veel waardering voor de artiesten en zijn daarom bereid een redelijke prijs te betalen, ook om zelf te kunnen oordelen of een voorstelling fijn is of niet.

Merkwaardig genoeg is dit ‘vrije circuit’ niet de facto gelijk te stellen met erbarmelijke kwaliteit. Het zit niet vol (commerciële) toegiften, bedoeld om m

Ingediend onder bart schrijft Reacties uitgeschakeld voor The Edinburgh Fringe en het Vlaamse theater Bedenkingen over publiek en subsidies

Boot camp? dwaas en populistisch

Ingediend op augustus 5th, 2008 door bartcaron

 Bart Caron en Els Van Weert verzetten zich met klem tegen heropvoedingskampen voor criminele jongeren. Bart Caron en Els Van Weert zijn Vlaamse parlementsleden van de VlaamsProgressieven.

Jean-Marie Dedecker en zijn partij willen de jongerencriminaliteit met heropvoedingskampen te lijf gaan en de sp.a is die aanpak niet ongenegen. Bart Caron en Els Van Weert achten de tijd rijp voor een scherpe reactie.

De problemen met crimineel ontspoorde jongeren nemen toe, de ernstige feiten verplichten politici tot een krachtige reactie. Als VlaamsProgressieven nemen we de handschoen op, maar dan zonder te vervallen in simplistische voorstellen genre boot camps of heropvoedingskampen. Onze samenleving heeft heus geen nood aan een afdankertje van de Amerikaanse conservatieven dat zijn failliet al lang bewezen heeft. Het is niet voor niets dat in de VS het ene boot camp na het andere gesloten wordt nu blijkt dat ze meer wantoestanden veroorzaken dan dat ze jongeren op het juiste pad brengen. Het is dwaas en populistisch of minstens pijnlijk ondoordacht om te denken dat je de problematiek van moeilijke en criminele jongeren met dergelijke kampen zult klaren. Heropvoeden en klaar is Kees? Vergeet het maar, zo werkt het niet.

Laat ons duidelijk zijn: we willen geweld en misdrijven van jongeren niet vergoelijken of bedekken met de mantel der liefde. Een duidelijke en vroegtijdige reactie op normoverschrijding is zonder meer noodzakelijk. Maar wij ijveren voor oplossingen die werken. Oplossingen die niet alleen de probleemjongeren zelf maar ook hun natuurlijke leefomgeving (hun gezin, school en netwerk van kennissen) mee in ogenschouw nemen. Want een jongere even weghalen uit een negatief milieu en hem of haar er een paar maanden later weer in te droppen zonder tegelijkertijd ook dat milieu beïnvloed te hebben, zal weinig effect ressorteren. Zeker omdat die moeilijke levenscontext vaak mee aan de oorzaak ligt van het ontspoorde gedrag.

In Vlaanderen is via de bijzondere jeugdzorg het gepaste instrumentarium aanwezig om ter zake ook effectieve resultaten te boeken. Alleen, we hebben schandalig lange wachttijden die een welvarende regio als de onze onwaardig zijn. Het Globaal Plan van Inge Vervotte en Steven Vanackere (CD&V) is too little, too late. Het kan toch niet dat het soms meer dan een jaar duurt voor er iets gebeurt met de jongere? Want die tijd blijkt niet zelden ruim voldoende om van kleine feiten naar ernstige misdrijven te evolueren.

Wij pleiten daarom voor voldoende opvang- en begeleidingsmogelijkheden om alle kinderen en jongeren te helpen, of ze nu het slachtoffer zijn van bepaalde criminele feiten of er zelf plegen. Daarom stellen wij voor de financiële instroom voor de bijzondere jeugdzorg af te stemmen op de zorgvragen die er zijn in plaats van omgekeerd, zoals vandaag helaas het geval is.

Vergelijk het met de gezondheidszorg. Je bent ernstig ziek, maar de dokter laat weten dat je pas binnen vier maanden kan worden behandeld omdat je 43ste staat op de wachtlijst. Dan is het misschien al te laat. Dat is ook zo voor de jongeren die op het criminele pad geraken. Keer daarom de logica om: elke hulpvraag moet direct en adequaat worden opgepakt. Daar moet de overheid – vooral de Vlaamse – het nodige geld voor uittrekken.

Opsluiten kan in ultieme gevallen de enig aangewezen aanpak zijn. Het is daarbij onaanvaardbaar dat wie erge feiten pleegt, dezelfde dag het politiekantoor of het bureau van de jeugdrechter uitwandelt omdat er geen ‘plaats’ wordt gevonden.

Maar tegelijk moet het sanctioneren ook opgevolgd worden. Jongeren die morgen een jeugdgevangenis of een gesloten instelling uitwandelen, maar niet intens worden begeleid door een sociaal werker, komen later in twee derde van de gevallen terug. Jongeren in jeugdgevangenissen wegstoppen is het probleem parkeren tot ze 18 jaar zijn. Vaak zijn die jeugdgevangenissen ook leerscholen van criminaliteit en broedplaatsen van recidive. Gevolg: na de jeugdgevangenis zijn jongeren enkel rijp voor de volwassenengevangenis en niet voor de samenleving. Jongeren actief aanzetten om zich te herpakken is daarom de boodschap. Eenvoudig is dat niet, maar toch zijn er behoorlijk wat succesverhalen.

Het klinkt misschien minder stoer aan de toog, maar als we echt resultaten willen boeken in de richting van een veiliger samenleving waarin minder jongeren ontsporen, dan is er voor ons slechts

Ingediend onder bart schrijft Reacties uitgeschakeld voor Boot camp? dwaas en populistisch

Gratis kinderopvang ouderwets of vernieuwend?

Ingediend op augustus 5th, 2008 door bartcaron

 

 Laat ons aub radicaal kiezen voor de gemeenten als opvangregisseur

Vandaag debatteert het Vlaams parlement over kinderopvang. Niet verwonderlijk. Veel ouders vinden moeizaam opvang voor hun kinderen met wachtlijsten tot gevolg. En dus besliste de Vlaamse regering voor de zoveelste keer om extra middelen uit te trekken, zowel om meer opvangplaatsen te realiseren als om een sociale correctie mogelijk te maken voor ouders die hun kinderen naar de zelfstandige opvang brengen. Goed, maar de huidige oplossingen zullen de problemen maar gedeeltelijk oplossen: enerzijds zal het aanbod de vraag niet kunnen volgen en anderzijds blijft er voor bepaalde ouders een ‘uitkeringsval’ bestaan. Welke richting moet de kinderopvang in Vlaanderen uit? Volgens ons is er slechts

Ingediend onder bart schrijft Reacties uitgeschakeld voor Gratis kinderopvang ouderwets of vernieuwend?

Hoe sterk is het ethisch reveil?

Ingediend op april 15th, 2008 door bartcaron

Gedonder over comedy, de Feminatheek of andere foto’s, over scheldproza op blogs en websites, openlijke afkeuring over de wijze waarop Hugo Claus is heengegaan … leiden naar de vraag of er sprake is van een ethisch reveil. Cultuurproducten of teksten die verboden worden, daar had ik al lang niet meer over gehoord. Hoewel, de voorbije tijd zijn er enkele opstoten geweest die het aankondigen, bijv. de rel rond McCarthy in Middelheim. Zou het toeval zijn dat de politici die nu ingrijpen allemaal van die partij zijn waarvan de eerste letter een ‘C’ is? Legitimeert het christelijk gedachtegoed  het opsteken van het moralistisch vingertje? Of is het eerder omgekeerd? Is de heropbloei van de CD&V niet de oorzaak, maar het gevolg van een ethisch reveil in de samenleving? Eerst lachte ik nog met de Antwerpse gedeputeerde die de fotocollectie van Boon niet wilde laten tentoonstellen, ik schudde meewarig het hoofd bij de ingreep van de schepen van Temse, ik begon me al te ergeren aan de oproep van senator Vandendriessche om regels te maken om vitriool op mediasites te weren, en nu vind ik het onzin dat een burgervader een hedendaagse versie van de tepels op blote borsten van Rubens wil over plakken met tape. In mijn kindertijd deden ze dat ook in de krantenwinkel met de cover van de Playboy. Dat is lang geleden. Ik gruwel van deze oudchristelijke gebruiken.
In deze kwestie spelen veel elementen. Simplisme lost dat niet op. Het weren van een theaterstuk, een video, een foto of een tekst is eigenlijk de illustratie van een onderliggend en veel fundamenteler maatschappelijk probleem. Het is de illustratie van een aanwakkerend discours over waarden en normen in de postmoderne samenleving. Het verdwijnen van de grote verhalen, de versplintering, de gedachte dat ieder zijn eigen wereld autonoom kan opbouwen, heeft bij veel mensen geleid tot angst en onzekerheid.
De permanente dwang om te presteren, de noodzaak om een geheel eigen identiteit uit te bouwen door verschil te markeren, het verdwijnen van zuil- en andere kaders, het heeft allemaal veel mensen aangezet om m

Ingediend onder bart schrijft Reacties uitgeschakeld voor Hoe sterk is het ethisch reveil?

Een taalvereiste voor wonen, spelen, opvang? De doos van Pandora!

Ingediend op maart 28th, 2008 door bartcaron

Er is ophef ontstaan rond de speelpleinwerking van Liedekerke. Voortaan kan de hoofdmonitor kinderen weigeren die geen Nederlands spreken of begrijpen. Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden Marino Keulen (Open VLD) heeft het reglement voor de speelpleinwerking opgevraagd. Normaal staat minister Keulen niet te springen om zelf het initiatief te nemen om in te grijpen op de gemeentelijke autonomie. Volgende uitspraak verklaart echter veel:"Principieel kan je geen anderstalige kinderen op gemeentelijke speelpleinwerkingen weigeren", reageert Keulen. "Dat moet een duidelijk signaal naar Vlaanderen en de wereld zijn". Vooral het op het eerste zicht onschuldige toevoegsel “en de wereld” is in deze meer dan belangrijk. De minister en Vlaanderen werden immers enkele weken geleden hard aangepakt in een VN-rapport. De taalvereiste die Vlaanderen oplegt voor het huren van een sociale woning werd als discriminerend bestempeld. De minister wil vermoedelijk met het geval in Liedekerke vermijden dat het imago van Vlaanderen verder bezoedeld wordt in internationale kringen.

In de berichtgeving wordt op dit moment echter nog geen link gelegd tussen beide gebeurtenissen. Maar vooral vreemd is dat niemand minister Keulen wijst op zijn eigen verantwoordelijkheid. Hij oogst immers  wat hij zelf gezaaid heeft. Waarnemende burgemeester van Liedekerke Dorette Heymans (CD&V) beargumenteert de gemeentelijke beslissing als een element van veiligheid.“Twintig van de 120 kinderen konden daardoor simpele instructies van de begeleiders niet verstaan. Dat zorgt voor problemen en kan zelfs gevaarlijk zijn." De gelijkenis met wederkerende anekdote van minister Keulen is treffend:
“In die blokken zitten tientallen nationaliteiten samen en er worden tientallen talen gesproken, aldus de directeur van de huisvestingsmaatschappij. Niemand verstaat of spreekt er een woord Nederlands. Nochtans hebben al die mensen gekozen om in Vlaanderen een toekomst uit te bouwen. Zij komen in een isolement terecht. Bovendien zouden die mensen bij brand of een andere ramp de noodroepen niet eens begrijpen.” Ook hier staat o.a. het veiligheidsargument centraal. Waarom dan zulke verontwaardiging bij minister Keulen over het gemeentelijk reglement?

Spirit was van in het begin maar een koele minnaar van de taalclausule in de Vlaamse Wooncode. Ook recent lieten we ons opnieuw kritisch uit vanwege de administratieve overlast die volgde uit de maatregel en de beperkt groep die bereikt werd. Onze grootste vrees was en is dat de Vlaamse overheid een slecht signaal gaf naar de private huurmarkt. De discriminatie is daar al groot. De private verhuurder heeft door de overheid taalkennis gekregen als legitimering voor een verhuurweigering aan nederlandsonkundigen. Het is geen goede maatregel. Wij vinden dat het recht op wonen boven taalkennis gaat. Of liever dat een universeel recht zoals wonen, boven een particuliere verplichting zoals het leren van onze taal, gaat. Sommigen zullen het vreemd vinden voor volksvertegenwoordigers van Spirit, toch een ‘Vlaamse’ partij. Laat ons duidelijk zijn, wij zijn ook voor verplichte lessen Nederlands voor nieuw- en oudkomers, je moet immers de taal leren van de plaats waar je gaat wonen. Het probleem is de koppeling van de twee, het ene voorwaarde maken voor het andere.

Nu blijkt dat deze maatregel de doos van Pandora heeft geopend. Want wat volgt er nog?  Je kan dergelijke verbinding morgen ook maken op tal van andere domeinen zoals gezondheidszorg, kinderopvang enz., nl. als je geen Nederlands wil leren heb je geen recht op x, y of z.  We weten ook wel dat het goed is dat bewoners van sociale flatgebouwen elkaar kunnen verstaan. Maar dat geldt ook voor het oudercontact op school, de consultatie bij de dokter, de aankoop van producten …
Het probleem dreigt nu verder uit te deinen met alle negatieve gevolgen van dien. Gisteren was er het concrete voorbeeld van de speelpleinwerking van Liedekerke, wat volgt er morgen en overmorgen? Iedereen is het er over eens dat je het best een taal leert wanneer je die ook in je dagelijkse leven gebruikt. Kinderen weigeren op een speelplein zorgt voor een averechts effect. Je creëert hiermee een soort van apartheid creëert die ons veel verder brengt van een goed samenleven.

Laat ons duidelijk zijn, we zijn ook voor verplichte lessen Nederlands voor nieuw- en oudkomers, je moet immers de taal leren van de plaats waar je gaat wonen. We zijn blij dat het succes van de inburgeringstrajecten groot is. De minister verwacht dit jaar tweemaal zoveel inburgeraars. Zelfs de niet-verplichte inburgeraars vinden goed de weg naar de inburgeringstrajecten. Dat bewijst het nut en het belang ervan. Laat ons daarop inzetten. Meer zelfs, we hebben er geen probleem mee dat we mensen ‘aanklampend ‘ verplichten onze taal te leren, maar koppel dat niet aan universele rechten zoals wonen, spelen, gezondheidzorg enz… Dat diegene(n) die de taalvereiste in de wooncode zo hard wilde(n), maar eens diep nadenken over die doos van Pandora.

Bart Caron en Dirk De Cock
Vlaamse volksvertegenwoordigers (Spirit)

Ingediend onder bart schrijft Reacties uitgeschakeld voor Een taalvereiste voor wonen, spelen, opvang? De doos van Pandora!





 

Nieuws

We moeten af van ‘middeleeuwse’ overdracht van jachtrechten

Alternatieven voor dierproeven

Het ‘kleine’ parlementaire werk. Recente voorbeelden: Geluidshinder kusttram – Hakhoutbeheer – Restauratiepremies Onroerend Erfgoed – Beschermde landschappen

Ketnet wil zender voor allerkleinsten, “Legitieme vraag en begrijpelijke ambitie”

Gereglementeerde boekenprijs unaniem goedgekeurd door Vlaams parlement

Wat liep er fout met de bescherming Villa Slabbinck? (Brugge)

Groen verwelkomt Bellegemse windmolens, maar vraagt ‘windplan’ voor regio Kortrijk

Groen wil geen sloop hoekhuis Kasteelkaai-Belfaststraat.
Hoog tijd voor een Kortrijkse visie op erfgoed!

Woede van boeren terecht, maar alleen ander landbouwmodel geeft boeren een zekere toekomst.

Provinciebestuur W-Vl verliest vele (culturele) instellingen

Bart Caron : “Overdracht cultuurbevoegdheden provincies is een wangedrocht !”

Leve Mest-Vlaanderen

Nog geen bescherming poldergraslanden

Nog redders aan de kust?

Brugge weert plooifiets uit overheidsgebouwen

De Leie of het Kanaal naar Roeselare: Groen wil meer binnenvaart

Kortrijk Airport, milieuvergunning aangepast?

Wanneer faire prijzen voor landbouwproducten?

Kortrijk heeft de bus gemist

Burgerkabinet ontslaat Gatz niet van plicht om al bestaande inspraak te versterken

Steeds meer monumenten wachten op broodnodig onderhoud. Ondertussen verkrotten ze

Freya Piryns voorgedragen als vertegenwoordiger in de Raad van Bestuur van de VRT

Regering krimpt beloofde natuurgebieden langs de Leie sterk in

Bruggen in Kortrijk, werkende verlichting op de fietspaden is een brug te ver…

LAR-zuid, woordbreuk van de stadscoalitie

Informatie, diverse sporten en cultuur moeten prioriteit VRT blijven

‘Gemeenteraad is wachtzaal voor wie schepenambt wil’

Persmededeling: Groen maakt werk van versterking West-Vlaamse open ruimte.

Persbericht: 5 Groene werven voor een impuls in West-Vlaanderen.

Vlaamse regering bedreigt toekomst Vlaamse fictie