bartcaron.be

Septemberverklaring Kris Peeters: economie …

Ingediend op september 26th, 2007 door bartcaron

Er zijn nog zekerheden in het leven. Bij einde van het wielerseizoen start het politieke seizoen
Zijn de politiek en de koers zo verschillend? In beide gaat het over kracht, durf, emotie, inzet, ambitie, en passie; het is een verhaal van kopmannen en knechten, van winnaars en verliezers, van goden en gevallen engelen; de koers is de spiegel van de samenleving,
De septemberverklaring is de Ronde van Vlaanderen van de politiek: de eerste serieuze confrontatie. Is Kris Peeters dan de Tom Boonen van de politiek? Hij glimlacht als de beste coureur, is slim en smart, en ook snel aan de meet.
Maar, hij benadert Vlaanderen echter vooral vanuit een economische invalshoek, vanuit een denkkader van concurrentie en competitie. Concurrentie tussen regio’s, tussen leeftijdsgroepen, tussen bedrijven … Maar, maar, willen we ook de beste zijn op het vlak van de levenskwaliteit? Levenskwaliteit is meer dan dan welvaart.

klik hier om de hele tekst te lezen

Ingediend onder in het halfrond Reacties uitgeschakeld voor Septemberverklaring Kris Peeters: economie …

Debat bij de verklaring van de regering

Ingediend op juni 28th, 2007 door bartcaron

De heer Bart Caron:

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister-president, waarde leden van de regering, collega’s, de middenstand regeert het land, beter dan ooit tevoren. Sterren komen, sterren gaan, alleen Elvis blijft bestaan.

Mijnheer de minister-president, ik kan er niets aan doen, maar dat liedje schoot gisteren door mijn hoofd. Als linksliberaal roept dat bij mij niet noodzakelijk negatieve gevoelens op, integendeel. Maar het is wel een zegswijze geworden, niet gespeend van enige ironie, zelfs met een onderliggende connotatie van middelmatigheid en misschien zelfs van bekrompenheid. Wij hopen dat die bijklanken snel wegwaaien en dat we een krachtige regering krijgen. Met het adjectief krachtig, bedoel ik ook behoorlijk of goed bestuur, maar dan ontdaan van het hoe-moet-ik-het-noementoontje. Ik weet eigenlijk nog altijd niet was het is, maar ik weet ondertussen wel dat goed bestuur niemands exclusieve eigendom is.

We willen dus een krachtige regering. Dat betekent op de eerste plaats een regering die het regeerakkoord uitvoert. We hebben onze matrassen al gedraaid en het zal dus werken geblazen zijn om het regeerakkoord helemaal uit te voeren. We zullen loyaal meewerken aan de realisatie ervan.

Ik wil me eerst graag wenden tot de nieuwe minister-president. Mijnheer Peeters, ik hoop dat de nieuwe minister-president nog meer respect voor het parlement betoont dat de voormalige minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur. Mijnheer de minister-president, uw parcours ging niet via de gemeenteraad, het rode pluche of het glazen dak, maar via de middenstand. Ik zou graag hebben dat u de rol van het parlement ten volle respecteert en – uit de grond van mijn hart – dat de invloed van dit parlement in de politieke beslissingen toeneemt. De vertoning gisteren – ik wil er nog even op terugkomen – was in dit licht niet echt bemoedigend. Maar daar bent u zeker niet alleen verantwoordelijk voor. Wij, als politici, volksvertegenwoordigers en ministers, moeten even stilstaan bij wat we soms uitspoken.

We moeten niet verbaasd zijn over de kloof met de burger, over onverantwoordelijkheid soms en over verzuring. Men zou er warempel aan twijfelen of de gedegouteerden, bij een dergelijk schouwspel, geen gelijk hebben. Willen we de mensen warm maken voor politiek? Ja toch! Wel, zo zal het niet lukken.

Mijnheer de minister-president, we rekenen erop dat u, de leider, bijzonder veel aandacht zult besteden aan het democratisch samenspel tussen regering en parlement.

Ik wil me nu even wenden tot de heer Vanackere. Mijnheer Vanackere, het zal even wennen worden om u met mijnheer de minister aan te spreken, maar alvast onze gelukwensen. We wensen u veel doorzettingsvermogen en vooral veel inlevingsvermogen. Dat laatste is toch zo nodig voor een minister van Welzijn. Mag ik u in dit verband al even terechtwijzen. Gisteren lazen we in De Morgen een uitspraak van u. Er stond: "Ook de nieuwe minister van Welzijn, Vanackere, gaf gisteravond al een heel bescheiden aanzet voor nieuwe accenten. Hij minimaliseerde de wachtlijsten in de zorgsector, toch het probleem waarmee zijn partij in 2004 paars in Vlaanderen uit verband speelde. Wachtlijsten wegwerken is niet de eerste prioriteit, zei hij. Vooral het aanbod aan zorg moet toereikend zijn. Wachtlijsten wijzen erop dat meer mensen hun vinger opsteken, doordat de inventarisatie beter verloopt."

Moet ik daaruit afleiden dat het niet goed is dat mensen hun vinger opsteken omdat ze een beroep willen doen op zorg? Mijnheer de minister, mag ik u dan ook oproepen om naar de mensen te luisteren en hun problemen niet te ontkennen en te vermijden om vanuit de hoogte te doen. Graag dus een beetje inlevingsvermogen, beste Steven.

Daarnaast kent u ook, in het kader van de inventarisatie die aan de basis ligt van de wachtlijsten, het adagium meten is weten. Had uw voorganger het niet steeds over evidence based beleid? Ik hoop dat de uitspraak over de wachtlijsten een slip of the tongue was, niets meer.

Mevrouw Crevits, ook u willen we natuurlijk graag gelukwensen. U bent een onbeschreven blad, zoals dat heet. U krijgt een stevige erfenis van uw voorganger. Die bevat niet alleen aangename cadeaus, integendeel. Er zit een stevige spanning op sommige beleidsterreinen, zoals Energie of Leefmilieu.

U hebt al aangekondigd dat u verstandig groen zult zijn. Dat klinkt enerzijds veelbelovend, maar anderzijds een beetje tsjeefachtig. Wat is dat, verstandig? Zoiets als behoorlijk voor het bestuur of onverwijld voor BHV? Bestaat er dan ook zoiets als onverstandig groen?

We willen u meteen met twee opdrachten naar uw kabinet sturen. Spirit vraagt aan de nieuwe minister van Leefmilieu bijzondere aandacht voor het principe van de internalisering van de afvalkost, waarbij de kosten van de verwerking van afval worden meegerekend in de prijs van een product, in plaats van ze achteraf aan te rekenen. Dat principe staat in het regeerakkoord. We verwachten dan ook dat u het uitvoert.

We stellen ook voor om de waterfactuur, die loodzwaar gaat doorwegen in de gemeenten, te financieren met de ‘Blauwe Druppel-bijdrage’, naar analogie met het Groene Punt. Dit voorstel van ons is door de vorige minister als bijzonder sympathiek onthaald, maar verder is het niet geraakt. Samen kunnen de ministers van Welzijn en Energie werk maken van de dreigende onbetaalbaarheid van energie. Want we mogen ons afvragen of gas en elektriciteit morgen nog betaalbaar zullen zijn voor iedereen.

Voilà, er ligt werk op de plank, we hopen dat de regering weer in actie kan schieten en na een paar maanden van ‘surplacen’ opnieuw werk kan maken van het ooit zo geroemde goed bestuur. Daarvoor geven we u graag ons vertrouwen. (Applaus bij de meerderheid)

Ingediend onder in het halfrond Reacties uitgeschakeld voor Debat bij de verklaring van de regering

Het Hooghuis in Doel

Ingediend op januari 24th, 2007 door bartcaron

Actuele vraag van de heer Bart Caron tot de heer Dirk Van Mechelen, Vlaams minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening, over de vrijwaring van het Hooghuis in Doel
 
De heer Bart Caron:
Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, ik sluit me aan bij de vragen van de heer De Meyer. Ik wil nog een dimensie toevoegen. Het Hooghuis heeft ook een cultuurhistorische geschiedenis. Er is sprake van een duidelijke verwantschap met de familie Rubens. Het huis zou zijn gebouwd door de schoonvader van Rubens. Zijn tweede vrouw heeft het huis ook nog in eigendom gehad. Het is een stuk van die typische culturele geschiedenis van ons land. Ik sluit me aan bij de heer De Meyer dat er snel een beslissing moet vallen.

De vzw Hooghuis heeft u op 1 maart 2006 uitdrukkelijk gevraagd wat ermee moest gebeuren. Normaal gezien zou het samen met het polderdorp moeten verdwijnen. Er is u gevraagd of het verplaatst kan worden dan wel of het kan blijven staan. Er is u gevraagd om het een bestemming te geven. Ik heb daarnet nog in de inventaris van cultureel erfgoed gekeken en daarin wordt vooral het interieur door specialisten als zeer waardevol omschreven. U kent onze bekommernis omtrent het historisch erfgoed van Vlaanderen. Het huis is gebouwd in de typische Vlaamse stijl.

Mijnheer de minister, wat kan ermee gebeuren? Hoe gaan we ermee om? Komt er nog een dok tot daar? Kan het huis een museale functie krijgen of is dat te gek, zo dicht bij het havengebied? Het is de moeite waard om op een creatieve en originele manier te zoeken naar een andere bestemming voor een monument. In ieder geval dringt de vzw aan op een oplossong. U hebt niet op haar brief van bijna een jaar geleden geantwoord. Welke oplossing ziet u?

Minister Dirk Van Mechelen:
Mevrouw de voorzitter, het Hooghuis is inderdaad een geklasseerd monument, net zoals de molen en het orgel van de kerk.

Dat betekent dat er drie opties zijn. De eerste is het declasseren van het Hooghuis, wat zal leiden tot de afbraak. De tweede is het pand demonteren en elders heropbouwen. Het Charter van Venetië schrijft dat normalerwijze alleen voor voor werelderfgoed, en het Hooghuis behoort daar niet toe. De derde optie is, zoals de heer De Meyer zegt, het Hooghuis in stand houden en op een of andere manier integreren in een nieuwe omgeving. Wat de derde optie betreft, kan ik meedelen dat ik als Kapellenaar redelijk goed op de hoogte ben van de toestand in de polders. Ik weet goed wat er is gebeurd met het kerkje van Wilmarsdonk-Oosterweel. Het staat ergens verloren tussen de containers in een omgeving die we in dit parlement meer dan zonevreemd zouden noemen.

Ik kan niet vooruitlopen op de uitkomst van het proces over de bouw van het Saeftinghedok. Alleszins vind ik dat we moeten onderzoeken hoe we in samenspraak met alle stakeholders met dit erfgoed moeten omgaan. Die stakeholders zijn mijn eigen diensten, het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen en de gemeente Beveren. U hebt ongetwijfeld in de kranten gelezen dat ik op 12 februari in Beveren de verantwoordelijken van het gemeentebestuur ontmoet.

U moet niet twijfelen aan mijn intentie om een creatieve oplossing te zoeken. Ik wil niet alleen de klassieke monumenten van Doel bekijken, maar wil met hen ook praten over wat we uiteindelijk zullen aanvangen met de kogge van Doel die vandaag verweesd in twintig containers onder water staat. Niemand weet goed hoe we dat moeten aanpakken. Aan de bijeenkomst van 12 februari zullen ook mensen van het provinciebestuur en van mijn diensten deelnemen. Ik neem aan dat op termijn uit die werkvergadering besluiten zullen worden gepuurd.
Ik heb er alle begrip voor dat een vzw die wordt geconfronteerd met de mogelijke afbraak van een patrimonium, niet direct geneigd is om onderhoudswerken te laten uitvoeren. Op dit ogenblik is het de opdracht van de eigenaar om ervoor te zorgen dat het monument in een aanvaardbare staat blijft. Ik wil dus met mijn bezoek van 12 februari proberen een en ander op gang te brengen, in het belang van het erfgoed van Doel.

De heer Bart Caron:
Ik dank de minister voor zijn antwoord. Ik ben blij dat hij naar een oplossing zoekt. Toch wil ik even zeggen dat de brief van de vzw van 1 maart 2006 de uitdrukkelijke vraag inhoudt wat de vzw moet ondernemen. Normaal gesproken wordt dit huis afgebroken. Het is iets te eenvoudig om te zeggen dat de eigenaar voor de instandhouding moet zorgen. De eigenaar is daartoe bereid, maar die moet wel een toekomstperspectief hebben. In de brief meldt de eigenaar dat het gebouw verkommert. Het regent er binnen en er zijn problemen om de zaak te onderhouden. De eigenaar meldt dat hij graag wil betalen, maar wel de toekomst van het pand veilig gesteld wil zien. Ik blij dat de minister naar Beveren gaat om te praten. De vraag is evenwel: welke toekomst heeft dit pand in het polderdorp?

Minister Dirk Van Mechelen:
Als gewezen kabinetsmedewerker moet u weten dat het gebouw al 25 jaar leeg staat.

Ingediend onder in het halfrond Reacties uitgeschakeld voor Het Hooghuis in Doel

Hulpdiensten in Zuid-West-Vlaanderen

Ingediend op juni 28th, 2006 door bartcaron

Actuele vraag van de heer Bart Caron tot mevrouw Inge Vervotte, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over de problemen met hulpdiensten in Zuid-West-Vlaanderen

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, geachte leden, ik voel me wat vreemd in dit zeer achtbare gezelschap, tussen twee sprekers wier reputatie en profiel in deze vergadering buiten kijf staan. Ik kom daar even tussen gefietst. Ik had een vraag om uitleg in de commissie gesteld. Die vraag is echter overgeheveld naar deze plenaire vergadering, omdat ze enigszins verwant is aan de andere vragen.

Mocht u het niet aan mijn accent horen, ik kom uit Zuid-West-Vlaanderen. Ook in mijn arrondissement zijn er twee gemeenten met taalfaciliteiten, namelijk Spiere-Helkijn en Mesen. Als ik me niet vergis, is Mesen de kleinste stad van Vlaanderen. In tegenstelling tot in andere gebieden in Vlaanderen, leven en werken Franstaligen en Nederlandstaligen er in de beste verstandhouding samen. Bewijs daarvan is de begerigheid waarmee ook Franstaligen uit het Franstalige gebied hun kinderen naar het Nederlandstalig onderwijs sturen. Dat is niet alleen zo in die gemeenten. Ook de school van mijn kinderen telt een onwaarschijnlijk groot aantal leerlingen wier thuistaal het Frans is. Vlaanderen is dus aantrekkelijk: laten we dit ook maar koesteren.

We leven in een goede verstandhouding samen. Spiere-Helkijn is daar een goed voorbeeld van. Zowat de helft van de bevolking van die kleine gemeente bestaat uit ingeweken Franstaligen, die zich in de mate van het mogelijke ook inburgeren. Er is echter sprake van een zeer vreemde situatie: minister Demotte zou wijzigingen willen aanbrengen met betrekking tot het afbakenen van de zorgzones, waarbinnen de 100-diensten worden geregeld. Spiere-Helkijn heeft het bericht gekregen dat de gemeente zou worden toegevoegd aan de zorgzone Doornik, wat betekent dat, bij een ongeval of noodgeval, mensen uit Spiere-Helkijn naar Doornik zouden worden gebracht. Nochtans ligt Doornik verder van Spiere-Helkijn dan Kortrijk.
Niemand in Spiere-Helkijn is daar bovendien vragende partij voor. Dit is immers niet alleen een taalkwestie. Het gaat ook en vooral over de kwaliteit van de dienstverlening, die wat dat betreft groter is in Vlaanderen. Ook Franstaligen zijn vragende partij om bijvoorbeeld ziekenhuizen in Kortrijk te kunnen gebruiken.

Mevrouw de minister, weet u daar iets van? Heeft minister Demotte u daarvan op de hoogte gebracht? Zo niet, wat kunnen de gevolgen daarvan zijn? Zo ja, kunnen we dit nog keren? Hoever staat het daarmee? Wilt u alleszins verdedigen dat Spiere-Helkijn niet, als enige gemeente uit dit arrondissement, zou worden overgeheveld naar Doornik? Niemand is daar immers vragende partij voor.
Wie vanuit de zuidelijke deelgemeenten van Kortrijk of vanuit Zwevegem, Spiere, Ooigem of Sint-Denijs via GSM naar de hulpdiensten belt, riskeert terecht te komen bij de Franstalige centrales, met name ook bij die van Doornik. Dat geldt ook voor de dienst 101 om bijvoorbeeld de brandweer op te roepen. Nochtans liggen de brandweerzones daar binnen het grondgebied van Vlaanderen.

Er lopen dus verschillende thema’s samen. Niemand in onze regio is uit op een conflict. Niemand ook is vragende partij voor een herindeling van de zones. De kwaliteit van de dienstverlening is uitstekend, en de afbakening werkt perfect. Mevrouw de minister, wilt u er in elk geval voor zorgen dat die streek niet het slachtoffer wordt van kleine pesterijen? Daar vraagt niemand om.

Antwoord van minister Inge Vervotte:
Mijnheer Caron, u stelde een vraag over de regio Zuid-West-Vlaanderen. Tot op vandaag werd mij nog geen enkel probleem gesignaleerd. Zoals u heel goed weet, is de dringende geneeskundige hulpverlening een exclusief federale bevoegdheid. De federale minister is niet verplicht om met mij te overleggen. Ik kan u dus niet vertellen of het voorval waarnaar u verwijst op een misverstand berust of op een toepassing van nieuwe afspraken.
Ik heb op het terrein vernomen dat minister Demotte experimenteert met nieuwe software, die in sommige provincies proefdraait. Die software meet blijkbaar heel nauwkeurig de afstand tussen de interventie en het dichtstbijzijnde ziekenhuis.

De taal is voor mij een belangrijk kwaliteitselement. Ik zal nagaan bij de federale minister of de software gevolgen heeft voor de zorgregio’s in Vlaanderen. Als dat zo is, zal ik aandringen op een oplossing.

De heer Bart Caron:
De software die op basis van kilometers diensten organiseert, is ongeloofwaardig als we niet met sociologische en maatschappelijke realiteiten rekening houden. Het aandringen op een kwaliteitsvolle dienstverlening vanuit Vlaanderen is gebaseerd op taal. Het zou niet leuk zijn als we situaties krijgen waarin 100-diensten elkaar niet verstaan. Laten we dat in elk geval voorkomen.

Ingediend onder in het halfrond Reacties uitgeschakeld voor Hulpdiensten in Zuid-West-Vlaanderen

Wachtlijsten voor schuldbemiddeling

Ingediend op mei 31st, 2006 door bartcaron

Actuele vraag van de heer Bart Caron tot mevrouw Inge Vervotte, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezonheid en Gezin, over de wachtlijsten voor schuldbemiddeling bij de OCMW’s

De heer Bart Caron:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega’s, gisteren werden we in een krantenbericht nogmaals met onze neus op het schuldenprobleem gedrukt. Twee weken geleden heeft onze partij in Antwerpen een studiedag gehouden over deze problematiek in Vlaanderen en België. Op 22 maart 2005 vond daarover ook een hoorzitting plaats.
Het aantal mensen dat aan schuldbemiddeling wil doen, neemt toe. Het aantal mensen met schulden is dan ook schrikbarend gestegen. Ligt de oorzaak bij de verlokkingen van deze overmaterialistische wereld? Ligt het aan de ongelijke verdeling van de welvaart in onze samenleving? Ik weet het niet maar feit is dat het probleem serieuze proporties begint aan te nemen. We kunnen onze ogen daar niet voor sluiten.

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega’s, gisteren werden we in een krantenbericht nogmaals met onze neus op het schuldenprobleem gedrukt. Twee weken geleden heeft onze partij in Antwerpen een studiedag gehouden over deze problematiek in Vlaanderen en België. Op 22 maart 2005 vond daarover ook een hoorzitting plaats. Het aantal mensen dat aan schuldbemiddeling wil doen, neemt toe. Het aantal mensen met schulden is dan ook schrikbarend gestegen. Ligt de oorzaak bij de verlokkingen van deze overmaterialistische wereld? Ligt het aan de ongelijke verdeling van de welvaart in onze samenleving? Ik weet het niet maar feit is dat het probleem serieuze proporties begint aan te nemen. We kunnen onze ogen daar niet voor sluiten.

Een probleem is dat de bevoegdheden ter zake bizar verdeeld zijn. Vlaanderen mag zorgen voor het curatieve en preventieve aspect. Veel van de maatregelen die aanleiding geven tot schulden, ontsnappen echter aan onze bevoegdheid en vallen onder de federale bevoegdheid zoals de consumentenkredieten en de regeling inzake kredietopening. Dat is het punt bij uitstek dat zou moeten worden aangepakt.
Het is vandaag onwaarschijnlijk gemakkelijk geworden om kredieten te openen bij elk grootwarenhuis, bij speelgoedketens en bij andere consumentenzaken. De vraag is of we zo losjes mogen blijven omspringen met deze niet-bancaire kredieten. Ik denk dat we ervoor moeten pleiten dat niet-bancaire kredieten bij wet worden verboden. Kredieten leveren een belangrijke bijdrage tot de economische ontwikkeling en geven sommige mensen kansen op groei en emancipatie. Daar mag geen twijfel over bestaan. Daar hebben we echter bankinstellingen voor en wetten om die banken te controleren.

Zwakkere mensen kunnen vaak niet weerstaan aan de verlokkingen van deze overmaterialistische wereld. Wie heeft vandaag geen flatscreen of homecinema? De vraag is of Vlaanderen niet meer moet investeren in schuldenpreventie. In Wallonië wordt vooral ingezet op preventie en consumentenscholing. Men leert mensen omgaan met geld, kredieten en schulden. Er wordt ook aandacht besteed aan het curatieve aspect.
Mevrouw de minister, in het Vlaamse regeerakkoord wordt

Ingediend onder in het halfrond Reacties uitgeschakeld voor Wachtlijsten voor schuldbemiddeling

Globaal Plan Bijzondere Jeugdzorg

Ingediend op april 26th, 2006 door bartcaron


Actuele vraag van de heer Bart Caron tot mevrouw Inge Vervotte, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over het Globaal Plan Bijzondere Jeugdzorg en het overleg terzake met de andere regeringen

De heer Bart Caron: 
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister-president, dames en heren ministers, door het droevige incident in het Centraal Station wordt in het bijzonder de aandacht getrokken op een fenomeen dat op zich, helaas, niet nieuw is. Het aantal MOF’ers en POF’ers dat de afgelopen jaren langs de jeugdbeschermingscomit

Ingediend onder in het halfrond Reacties uitgeschakeld voor Globaal Plan Bijzondere Jeugdzorg

De kunstcollectie-Janssen en de regeling van de successierechten

Ingediend op maart 29th, 2006 door bartcaron

Actuele vraag van de heer Bart Caron tot de heer Dirk Van Mechelen, Vlaams minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening, over het behoud van de kunstcollectie-Janssen in België en de regeling van de successierechten

De heer Bart Caron:
Mijnheer de voorzitter, de minister van Begroting heeft bij andere gelegenheden, onder meer tijdens besprekingen in de commissie, al herhaaldelijk verklaard dat hij een historicus is. Hij heeft zijn liefde voor de oudheid en voor monumenten nooit verborgen. Ik kan me dan ook indenken dat de afweging tussen artistieke, kunsthistorische belangen en financiële, technische belangen het hem soms moeilijk moet maken. Over deze moeilijkheid gaat mijn actuele vraag.

De minister moet beslissen of hij de pre-Columbiaanse collectie van mevrouw Janssen, die hiermee de rechten op de erfenis van haar man wil betalen, al dan niet aanvaardt. Hij zou, als ik het even oneerbiedig mag formuleren, vanuit een veeleer boekhoudkundige reflex kunnen beslissen dat hij liever geld ontvangt. Mevrouw Janssen zou de pre-Columbiaanse collectie van haar echtgenoot kunnen aanwenden om de successierechten op de erfenis te betalen. De successierechten bedragen 7,7 miljoen euro. De collectie is ongeveer 15 miljoen euro waard. De minister moet kiezen tussen cash en kunst.

Zoals mevrouw Dillen daarnet heeft verklaard, moeten we rekening houden met het feit dat het hier een unieke collectie in Vlaanderen betreft. Deze collectie is een van de meest waardevolle pre-Columbiaanse collecties in de wereld. Dit geldt vooral voor de ensembles die er deel van uitmaken. Vanuit een kunsthistorisch oogpunt zou het jammer zijn deze collectie uit Vlaanderen of, bij extensie, uit België te zien verdwijnen.

Ik heb natuurlijk begrip voor de bekommernissen van de minister. De minister wil een begrotingsoverschot tot stand brengen. Dat is een onderdeel van zijn taak. De minister weet dat de collectie misschien naar het buitenland zal verdwijnen. Indien de overheid de collectie niet aanvaardt, zal de familie Janssen ze ongetwijfeld verkopen. Indien de collectie wordt verkocht en naar het buitenland verdwijnt, zal het begrotingsoverschot van de Vlaamse overheid 7,7 miljoen euro groter zijn. Als ik het goed heb begrepen, heeft de minister een voorstel uitgewerkt. Ik ga ervan uit dat hij dit voorstel straks zelf zal preciseren. Hij wil het bedrag van 7,7 miljoen euro uit het begrotingsoverschot weglaten en toch een oplossing voor de collectie vinden.

Deze kwestie is een goede illustratie van ons staatsbestel. De federale wetgeving stelt dat successierechten met kunstwerken mogen worden betaald. De Vlaamse regelgeving laat de keuze in het midden. Mevrouw Janssen zou de kunstwerken liefst in het Koninklijk Museum voor Kunst en Geschiedenis zien belanden. Dit is een in Brussel gelegen federaal museum. Indien de kunstwerken op die plaats worden tentoongesteld, is Vlaanderen eigenlijk alles kwijt. Dit is een merkwaardig gevolg van de federale wetgeving. De successierechten worden door middel van een schenking betaald. De schenking komt in een federaal museum terecht. De Vlaamse overheid moet dit aanvaarden en derft daardoor 7,7 miljoen euro aan inkomsten uit successierechten. Ik begrijp dat de minister hiermee rekening wil houden.

Het moet echter mogelijk zijn een oplossing voor dit probleem te vinden. Vanuit kunsthistorisch perspectief moeten we vooral belang hechten aan de intrinsieke kwaliteit van de collectie en aan het museum waar de collectie uiteindelijk zou terechtkomen. Ik heb begrepen dat het Etnografisch Museum Antwerpen een potentiële ontvanger van de kunstcollectie is. Het gaat hier om een kluwen van belangen. Ik heb zelfs gehoord dat het weer eens nodig is om de Nationale Loterij in te schakelen.

Het is mijn bezorgdheid dat deze belangrijke collectie in Vlaanderen kan blijven en de culturele overweging het haalt van de financiële. Mijnheer de minister, welke inspanning wilt u daarvoor leveren?
Ik wil dit dossier aangrijpen om de thematiek in een breder kader te plaatsen. De administratie Cultuur is al een tijdje bezig met het verzamelen van informatie en het maken van een internationale vergelijking over de betaling van successierechten met kunst. Ik hoop dat we ook in Vlaanderen een beleid kunnen ontwikkelen waarbij dit een algemene beleidslijn wordt.

Meer dan 20 jaar geleden werd al toegestaan om successierechten met kunst te betalen, maar we willen een algemene regeling met goede criteria, zodat waardevolle stukken in Vlaanderen kunnen blijven, de collecties van onze musea kunnen verrijken en voor het publiek ontsloten kunnen worden. (

Minister Dirk Van Mechelen:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, ik wil in de eerste plaats zeggen dat het overlijden van een dierbare emotioneel altijd een zware beproeving is. Als dat overlijden wordt gevolgd door een aanslagbiljet voor het betalen van successierechten wordt het niet minder pijnlijk. Mijnheer Caron, het is nu eenmaal de opdracht van de minister van Financiën om, in het belang van alle Vlamingen, correct de rechten te innen waarop Vlaanderen recht meent te hebben.

Het spreekt voor zich dat we de voorbije jaren geprobeerd hebben om heel de problematiek van de successierechten te humaniseren. Onlangs heeft de Vlaamse Regering ook aanvaard om voor de gezinswoning de langstlevende echtgenoot vrij te stellen van successierechten. Ik denk dat dat een stap in de goede richting is.
Samen met mijn federale collega ben ik verantwoordelijk voor het innen van ongeveer 804 miljoen euro successierechten op jaarbasis.

Ik wil eerst de regeling schetsen en daarna ingaan op de nalatenschap van baron Paul Janssen, met de inspanningen die we vanuit Vlaanderen hebben geleverd.

De regelgeving is van kracht sinds 1985 en kwam tot stand na het verlaten van het land van een kunstwerk van James Ensor – ‘De blijde intrede van Christus in Brussel’ -, dat aan Amerika werd verkocht. In 1985 werd beslist dat kunstwerken aangeboden kunnen worden ter betaling en de federale regering kan beslissen om de werken te aanvaarden als betaling. Het was dus zeer duidelijk de bedoeling om onze eigen topstukken van Bruegel, Ensor, Rubens, Magritte en Permeke in ons land te houden.

Op 11 juli 2005 heeft de federale wetgever beslist, met de artikelen 83 en 84 van de Programmawet, om de regelgeving te wijzigen. Van 1985 tot 2005 konden de federale regering en de federale administratie beslissen om de kunstwerken te aanvaarden. De federale overheid werd eigenaar van de kunstwerken, maar Vlaanderen kreeg de successierechten doorgestort. In de Programmawet van juli 2005 staat dat voortaan de Vlaamse, de Waalse of de Brusselse regering in een commissie, die zich daarover buigt en uitspreekt, kan beslissen om de betaling in natura te aanvaarden, waardoor het gewest ook eigenaar wordt van de collectie.

De heer Paul Janssen is overleden op 11 november 2003. Normaal gebeurt de aangifte van de nalatenschap binnen 5 tot 7 maanden, met een betaling binnen de 2 maanden.
Dit dossier had dus al lang afgewerkt moeten worden door de federale administratie, wat niet is gebeurd.

In juli 2005 komt dan de programmawet. De nalatenschap is nog steeds niet geregeld. De vraag stelt zich of de programmawet van toepassing is op deze nalatenschap en of de bepalingen van de programmawet rechtsgeldig zijn. Deze programmawet weigert immers de bijzondere financieringswet van 1989, namelijk de financiering van gewesten en gemeenschappen, toe te passen en is aangenomen met een gewone meerderheid en niet met een bijzondere meerderheid. Mevrouw Dillen, u zult het met me eens zijn dat de Vlaamse Regering terecht een annulatieverzoek heeft gericht aan het Arbitragehof met betrekking tot deze bepalingen van de bijzondere wet. We zullen ons vanzelfsprekend neerleggen bij de wijsheid van het Arbitragehof.

De eerste berichten zijn in de kranten verschenen over moeilijkheden met de nalatenschap waarvan de Vlaamse Re
gering, het Vlaamse Gewest en de Vlaamse administratie geen gebenedijd woord wisten. Deze dossiers worden door de federale administratie behandeld. Nadat die berichten vorige zomer zijn verschenen, heb ik op 18 juli en 8 september 2005 de kabinetschef van de federale minister van Financiën bij mij geroepen voor meer uitleg. Buiten het bericht dat het geding hangende was, heb ik daar nooit

Ingediend onder in het halfrond Reacties uitgeschakeld voor De kunstcollectie-Janssen en de regeling van de successierechten

De eventuele afschaffing van de 5-minutenregel

Ingediend op maart 15th, 2006 door bartcaron

Met redenen omklede motie van de heren Carl Decaluwe, Dany Vandenbossche, Bart Caron, Kris Van Dijck en mevrouw Margriet Hermans tot besluit van de op 15 maart 2006 door de heer Jos Stassen gehouden actuele interpellatie tot de heer Geert Bourgeois, Vlaams minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme, over het voorstel van de minister betreffende de eventuele afschaffing van de vijfminutenregel inzake kinderreclame op televisie

Het Vlaams Parlement,

– gehoord de interpellatie van de heer Jos Stassen;

– gehoord het antwoord van minister Geert Bourgeois;

– gelet op het feit dat door het bestaan van de vijfminutenregel Vlaamse omroepen geen reclame mogen uitzenden in de onmiddellijke omgeving van een kinderprogramma. Met onmiddellijke omgeving wordt bedoeld vijf minuten voor

Ingediend onder in het halfrond Reacties uitgeschakeld voor De eventuele afschaffing van de 5-minutenregel

Gemeenschapsinstellingen

Ingediend op februari 22nd, 2006 door bartcaron

Actuele vraag van de heer Bart Caron tot mevrouw Inge Vervotte, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over de acties in de gemeenschapsinstellingen tegen zogenaamde oneigenlijke plaatsingen van jongeren

De heer Bart Caron:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega’s, ik wil twee citaten voorlezen over dit probleem uit De Morgen van vandaag. Professor forensische psychiatrie Vermeiren stelt het scherp: ‘Zelfmoordgedrag is ontzettend hoog bij zulke meisjes. 70 percent van hen heeft seksueel misbruik ondergaan. Hier moet dringend een ernstig debat over worden gevoerd, opdat gepaste hulp kan worden geboden.

Het tweede citaat gaat zo: ‘Het risico op zelfmoord lag bij meisjes in Beernem drie tot zeven keer hoger dan bij de algemene bevolking. Ook al komt delinquentie zelf minder voor bij meisjes dan bij jongens, bij meisjes die vanwege gedragsproblemen of delinquentie in zulke instellingen terechtkomen, heb je een grote kans dat ze ook ernstige geestelijke problemen hebben. Een groot deel van hen heeft ernstige traumatische gebeurtenissen meegemaakt. 70 percent was het slachtoffer van seksueel misbruik, bij de helft van hen waren er tekenen van posttraumatisch stresssyndroom.’
Het probleem is dus niet klein. Al gaat het misschien niet over grote aantallen jonge mensen, het is wel een belangrijk probleem. Mevrouw de minister, ik begrijp niet dat u zegt dat er enerzijds nog 15 extra bedden beschikbaar zijn voor mensen met psychiatrische problemen of met een dubbele diagnose van psychiatrisch probleem en verslaving, en anderzijds dat er geen kandidaat-initiatiefnemers zijn. U verwijst ook naar het samenwerkingsakkoord met de federale ministers Onkelinx en Demotte, dat in voorbereiding is, maar nog niet ondertekend.

Mevrouw de minister, bent u bereid om de medewerkers van de gesloten instelling De Zande in Beernem en Ruiselede te ontvangen en naar hun problemen te luisteren? Ze hebben daar hard op aangedrongen. Waarom zijn de 15 plaatsen in de kinderpsychiatrie niet ingevuld? Als ze niet worden ingevuld, moet Vlaanderen dan niet zelf een initiatief nemen? Er is ook een openbaar psychiatrisch ziekenhuis in Geel. Misschien moet er een bemiddeling komen voor andere ziekenhuizen. Waarom wordt het samenwerkingsakkoord met de federale overheid niet getekend? Wat is het probleem en wie is daarvoor verantwoordelijk? 

Minister Inge Vervotte:
Ik wil eerst even stilstaan bij het probleem in het algemeen en daarna inzoomen op dit specifieke dossier. Iedereen erkent dat het probleem van de jongeren in de gemeenschapsinstellingen en met psychiatrische problemen heel complex is.
Er is een eerste groep jongeren met psychiatrische problemen, en een tweede groep jongeren bij wie die diagnose nog niet is gesteld. Het is al een hele uitdaging om zo’n diagnose te stellen. Die twee groepen worden verschillend aangepakt. Bij de eerste groep neemt de jeugdrechter contact op met de forensische of de gewone psychiatrie, afhankelijk van de ernst van een mogelijk delict. De forensische psychiatrie is de gesloten psychiatrie. Daarin komen mensen met zwaardere problemen terecht.

Alles wat te maken heeft met forensische en gewone jeugdpsychiatrie is een federale materie. Vlaanderen is bevoegd voor de gemeenschappen. 
Vandaag de dag zal de jeugdrechter contact opnemen met, bijvoorbeeld, een forensische afdeling voor jeugdpsychiatrie. Daar heerst geen opnameplicht. Wel moet ze een diagnose stellen. Indien er om therapeutische of medische redenen wordt beslist dat de jongere niet thuishoort in de afdeling zelf, dan wordt hij opnieuw doorverwezen. Op dat moment kan de jeugdrechter oordelen de jongere niet vrij te laten of niet in een niet-gesloten setting op te nemen. Indien hij beslist om hem te laten opnemen in een gesloten setting, dan komen de gemeenschapsinstellingen in het vizier. Die instellingen hebben immers wel een opnameplicht. 

De vraag is dan natuurlijk of er voldoende capaciteit is in de psychiatrie, en meer bepaald in de jeugdpsychiatrie en, nog specifieker, in de forensische psychiatrie. De praktijkervaring toont aan dat een uitbreiding van deze plaatsen aangewezen zou kunnen zijn. Zo worden we inderdaad meer en meer geconfronteerd met ‘multi problems’ en dus ook psychiatrische en andere stoornissen. We moeten die vraag ook stellen aan de federale overheid om te weten of de bereidheid bestaat om de plaatsen van de forensische psychiatrie – de meest essentiële – uit te breiden.

Vertrekkende vanuit de praktijk en de vaststelling dat de jeugdrechter contact opneemt met, bijvoorbeeld, de forensische psychiatrie, waar geen opnameplicht geldt, hebben we met verschillende kabinetten een vergadering belegd om na te gaan of we niet meer sturend kunnen optreden. Van daaruit is ook de idee van een samenwerkingsovereenkomst ontstaan. In de tekst trachten we een engagementsverklaring te bekomen van de initiatiefnemer die wordt gecontacteerd door de forensische psychiatrie. Als hij of zij vaststelt dat de persoon niet thuishoort in de afdeling, zou hij zich ertoe moeten verbinden om actief mee te zoeken naar andere oplossingen. Vandaag is dat niet het geval. De kans is groot dat de jeugdrechter zal doorverwijzen naar de gemeenschapsinstellingen, hoewel de jongere daar niet thuishoort. 

De samenwerkingsovereenkomst heeft eigenlijk als doel om enerzijds de uitstroom te bevorderen wanneer de jongere die in de gemeenschapsinstelling zit in plaats van in de – volgens ons aangewezen – psychiatrische afdeling, en anderzijds om de instroom te beperken via de engagementsverklaring van de initiatiefnemers. Het doel is te trachten meer te sturen. Op 3 maart 2005 hebben we een voorstel van samenwerkingsovereenkomst ter ondertekening overgemaakt aan minister Onkelinx en minister Demotte. Vlaanderen is daar immers vragende partij voor. Op 24 april hebben we een herinneringsbrief gestuurd. Op 10 januari 2006 hebben we opnieuw overleg gevoerd. In maart zal de discussie worden verder gezet. De federale overheid heeft op dit moment het voorstel echter nog niet ondertekend. 
Als er geen diagnose is, is er het probleem van de verdere opvolging. Wat dat betreft, zijn de outreachingprojecten belangrijk. In Mol wordt er samengewerkt met psychiatrische ziekenhuizen. Dat moet ook verder worden uitgewerkt in Beernem en Ruiselede. Momenteel is die outreaching er niet aanwezig. 

In het globaal plan is er ook een hoofdstuk over behandelingunits. Die units dienen niet om psychiatrische afdelingen in de instellingen op te richten. Dat zou verkeerd zijn. We stellen echter vast dat we veel specifieker rekening moeten houden met de heterogeniteit van de doelgroep. Vandaag zitten mensen met emotionele problemen, drang tot zelfverminking, zelfdoding enzovoort allemaal bij elkaar. Volgens ons is het beter om bepaalde doelgroepen samen te zetten en er meer mee te werken. Dat maakt dan ook het voorwerp uit van de verdere discussies over de uitvoering van het globaal plan.
Wat betreft de instellingen in Beernem en Ruiselede hebben we nog steeds vijftien bedden gewone psychiatrie in portefeuille. De normering van het aantal bedden is een federale bevoegdheid, terwijl Vlaanderen de bedden kan erkennen en toewijzen. Een andere federale bevoegdheid stelt dat wanneer een initiatief wordt genomen voor gewone psychiatrische bedden, er minimum twintig bedden nodig zijn. Aangezien we er nog maar vijftien in portefeuille hebben, betekent dit dat bestaande afdelingen wel kunnen uitbreiden, maar dat er geen nieuw initiatief kan worden genomen, en dat is een probleem.

Volgens mij kunnen de vijftien bedden in de gewone psychiatrie de huidige problemen niet oplossen. Ik zal de federale regering vragen om zeven van de vijftien bedden gewone psychiatrie om te bouwen naar forensische psychiatrie. Ik moet daartoe de toestemming krijgen van minister Demotte en moet daarvoor ook extra middelen krijgen, want de forensische psychiatrie brengt extra kosten
mee. De overige acht bedden zou ik heel specifiek willen inzetten. De ervaring leert dat een aantal jongeren zo’n complexe problemen heeft – vaak zijn het verslavingsproblemen gekoppeld aan psychiatrische problemen – dat ze niet terechtkunnen in de gewone psychiatrie en ook niet noodzakelijk thuishoren in de forensische psychiatrie. Ik heb dan ook de idee gelanceerd om een dubbeldiagnosecentrum dat erkend is voor volwassenen in Vlaanderen, te vragen of het met de expertise en knowhow dat het heeft opgebouwd, bereid is om een afdeling te openen met acht bedden voor jongeren. Voor deze doelgroep is immers momenteel nog geen gepast aanbod. 

Waarom zijn er vandaag geen initiatiefnemers? Dat komt omdat federale normen bepalen dat wanneer we een K-bed willen openen of inzetten, er een T-bed of A-bed moet worden gesloten. Een A-bed is voor acute psychiatrie en een T-bed voor chronische psychiatrie. Het blijkt dat de initiatiefnemers eerder geïnteresseerd zijn in A- en T- bedden dan in K-bedden. Ik zal de initiatiefnemer met wie ik onderhandel, vragen of die bereid is om een afdeling te openen voor jongeren. Ik weet niet of ze nog voldoende A-bedden of T-bedden hebben die ze kunnen reconverteren of afschrijven. Indien dat niet zo is, zal ik opnieuw met minister Demotte moeten onderhandelen over de mogelijkheid om de bedden niet verder af te bouwen. 
Het is dus de bedoeling om verder overleg te plegen met onze federale collega’s om op korte termijn de samenwerkingsovereenkomst eindelijk te kunnen tekenen. Ik zal tegelijkertijd vragen om zeven bedden om te zetten in forensische jeugdpsychiatriebedden. Ik ga ook onderhandelen met de initiatiefnemer van het dubbeldiagnosecentrum. Op langere termijn moeten we met de federale overheid onderhandelen over de uitbouw van de jongerenpsychiatrie want die kampt met een structureel tekort. 

De heer Bart Caron:
Ik bedank de minister voor de vele inspanningen, en voor de interessante les staatshuishouding. Ik vraag wel om het schrijnende probleem van de jongeren en de gemeenschapsinstellingen ernstig te nemen. Dat is niet de schuld van de minister. Ik roep op om op korte termijn voor de jongeren en de begeleiders een voorlopige oplossing uit te werken. Ik heb immers de indruk dat we nog een tijdje met het probleem zullen worstelen. Dit probleem is toch wel het mooiste bewijs dat we de staat op een efficiëntere manier zouden kunnen structureren.

 

Ingediend onder in het halfrond Reacties uitgeschakeld voor Gemeenschapsinstellingen

Lancering digitale televisie

Ingediend op januari 19th, 2006 door bartcaron

Voorstel van resolutie van mevrouw Patricia Ceysens en de heren Dany Vandenbossche, Carl Decaluwe, Bart Caron en Kris Van Dijck betreffende de lancering van digitale televisie

Het Vlaams Parlement,

– gelet op het Vlaamse regeerakkoord, waarin het volgende staat: “We houden een pluriform medialandschap in stand met gewaarborgde toegang tot een divers en kwaliteitsvol aanbod, waarin technologische innovaties en nieuwe mediatoepassingen worden geïntegreerd zonder verhoging van de kostprijs van de basisdienstverlening voor de gebruiker.” (punt 1 van A.3. Mediabeleid);

– gelet op het Vlaamse regeerakkoord, waarin het volgende staat: “De VRT kan slechts overgaan tot de ontdubbeling van haar TV- of radionetten (zowel analoog als digitaal) voor zover hiertoe voorafgaandelijk de beheersovereenkomst wordt aangepast.” (punt 4 van A.3 Mediabeleid);

– gelet op het Vlaamse regeerakkoord, waarin het volgende staat: “We geven particuliere initiatieven op audiovisueel vlak, zonder discriminatie, voluit kansen.” (punt 8 van A.3 Mediabeleid);

– gelet op de beleidsnota Media 2004-2009 van minister Bourgeois en de met redenen omklede motie inzake de beleidsnota Media 2004-2009

– gelet op de beleidsbrief Media 2005-2006 van minister Bourgeois;

– gelet op de huidige beheersovereenkomst van de Vlaamse Gemeenschap met de VRT, waarin het volgende staat: “De VRT heeft een belangrijke rol te vervullen bij het optimaal inspelen van Vlaanderen op de opportuniteiten van de informatiemaatschappij (…). Conform artikel 8, §5, van de gecoördineerde mediadecreten dient de VRT de ontwikkelingen met betrekking tot de nieuwe media van nabij te volgen en de nieuwste mediatoepassingen aan de kijker en de luisteraar aan te bieden”;

– vraagt de Vlaamse Regering:

1° om in afwachting van een eventueel thematisch aanbod, de VRT te vragen zich prioritair te concentreren op de andere mogelijkheden die digitale televisie te bieden heeft: programma’s op aanvraag, verrijkte inhoud, interactiviteit en ontsluiten van het digitaal archief;

2° om erover te waken dat programma’s gefinancierd met algemene middelen bij een eerste uitzending geen meerkost voor de kijker mogen betekenen en niet marktverstorend mogen werken;

3° om klaarheid te scheppen in de toekomstige beheersovereenkomst over:

a) het aanbod van de VRT in het kader van haar publieke opdracht in het digitale tijdperk versus commerciële initiatieven;
b) de ruimte die aan alle spelers op de markt wordt geboden voor het uitbouwen van een aanbod inzake digitale televisie;
c) de meerkost en financieringswijze van het digitale televisie-aanbod van de VRT (themakanalen en andere diensten) op korte en op lange termijn;
d) de verhouding themakanalen/bestaande generalistische netten.

Patricia Ceysens, Dany Vandenbossche, Carl Decaluwe, Bart Caron, Kris Van Dijck

Ingediend onder in het halfrond Reacties uitgeschakeld voor Lancering digitale televisie





 

Nieuws

We moeten af van ‘middeleeuwse’ overdracht van jachtrechten

Alternatieven voor dierproeven

Het ‘kleine’ parlementaire werk. Recente voorbeelden: Geluidshinder kusttram – Hakhoutbeheer – Restauratiepremies Onroerend Erfgoed – Beschermde landschappen

Ketnet wil zender voor allerkleinsten, “Legitieme vraag en begrijpelijke ambitie”

Gereglementeerde boekenprijs unaniem goedgekeurd door Vlaams parlement

Wat liep er fout met de bescherming Villa Slabbinck? (Brugge)

Groen verwelkomt Bellegemse windmolens, maar vraagt ‘windplan’ voor regio Kortrijk

Groen wil geen sloop hoekhuis Kasteelkaai-Belfaststraat.
Hoog tijd voor een Kortrijkse visie op erfgoed!

Woede van boeren terecht, maar alleen ander landbouwmodel geeft boeren een zekere toekomst.

Provinciebestuur W-Vl verliest vele (culturele) instellingen

Bart Caron : “Overdracht cultuurbevoegdheden provincies is een wangedrocht !”

Leve Mest-Vlaanderen

Nog geen bescherming poldergraslanden

Nog redders aan de kust?

Brugge weert plooifiets uit overheidsgebouwen

De Leie of het Kanaal naar Roeselare: Groen wil meer binnenvaart

Kortrijk Airport, milieuvergunning aangepast?

Wanneer faire prijzen voor landbouwproducten?

Kortrijk heeft de bus gemist

Burgerkabinet ontslaat Gatz niet van plicht om al bestaande inspraak te versterken

Steeds meer monumenten wachten op broodnodig onderhoud. Ondertussen verkrotten ze

Freya Piryns voorgedragen als vertegenwoordiger in de Raad van Bestuur van de VRT

Regering krimpt beloofde natuurgebieden langs de Leie sterk in

Bruggen in Kortrijk, werkende verlichting op de fietspaden is een brug te ver…

LAR-zuid, woordbreuk van de stadscoalitie

Informatie, diverse sporten en cultuur moeten prioriteit VRT blijven

‘Gemeenteraad is wachtzaal voor wie schepenambt wil’

Persmededeling: Groen maakt werk van versterking West-Vlaamse open ruimte.

Persbericht: 5 Groene werven voor een impuls in West-Vlaanderen.

Vlaamse regering bedreigt toekomst Vlaamse fictie