bartcaron.be

Gemeenschapsinstellingen

Ingediend op februari 22nd, 2006 door bartcaron

Actuele vraag van de heer Bart Caron tot mevrouw Inge Vervotte, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over de acties in de gemeenschapsinstellingen tegen zogenaamde oneigenlijke plaatsingen van jongeren

De heer Bart Caron:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega’s, ik wil twee citaten voorlezen over dit probleem uit De Morgen van vandaag. Professor forensische psychiatrie Vermeiren stelt het scherp: ‘Zelfmoordgedrag is ontzettend hoog bij zulke meisjes. 70 percent van hen heeft seksueel misbruik ondergaan. Hier moet dringend een ernstig debat over worden gevoerd, opdat gepaste hulp kan worden geboden.

Het tweede citaat gaat zo: ‘Het risico op zelfmoord lag bij meisjes in Beernem drie tot zeven keer hoger dan bij de algemene bevolking. Ook al komt delinquentie zelf minder voor bij meisjes dan bij jongens, bij meisjes die vanwege gedragsproblemen of delinquentie in zulke instellingen terechtkomen, heb je een grote kans dat ze ook ernstige geestelijke problemen hebben. Een groot deel van hen heeft ernstige traumatische gebeurtenissen meegemaakt. 70 percent was het slachtoffer van seksueel misbruik, bij de helft van hen waren er tekenen van posttraumatisch stresssyndroom.’
Het probleem is dus niet klein. Al gaat het misschien niet over grote aantallen jonge mensen, het is wel een belangrijk probleem. Mevrouw de minister, ik begrijp niet dat u zegt dat er enerzijds nog 15 extra bedden beschikbaar zijn voor mensen met psychiatrische problemen of met een dubbele diagnose van psychiatrisch probleem en verslaving, en anderzijds dat er geen kandidaat-initiatiefnemers zijn. U verwijst ook naar het samenwerkingsakkoord met de federale ministers Onkelinx en Demotte, dat in voorbereiding is, maar nog niet ondertekend.

Mevrouw de minister, bent u bereid om de medewerkers van de gesloten instelling De Zande in Beernem en Ruiselede te ontvangen en naar hun problemen te luisteren? Ze hebben daar hard op aangedrongen. Waarom zijn de 15 plaatsen in de kinderpsychiatrie niet ingevuld? Als ze niet worden ingevuld, moet Vlaanderen dan niet zelf een initiatief nemen? Er is ook een openbaar psychiatrisch ziekenhuis in Geel. Misschien moet er een bemiddeling komen voor andere ziekenhuizen. Waarom wordt het samenwerkingsakkoord met de federale overheid niet getekend? Wat is het probleem en wie is daarvoor verantwoordelijk? 

Minister Inge Vervotte:
Ik wil eerst even stilstaan bij het probleem in het algemeen en daarna inzoomen op dit specifieke dossier. Iedereen erkent dat het probleem van de jongeren in de gemeenschapsinstellingen en met psychiatrische problemen heel complex is.
Er is een eerste groep jongeren met psychiatrische problemen, en een tweede groep jongeren bij wie die diagnose nog niet is gesteld. Het is al een hele uitdaging om zo’n diagnose te stellen. Die twee groepen worden verschillend aangepakt. Bij de eerste groep neemt de jeugdrechter contact op met de forensische of de gewone psychiatrie, afhankelijk van de ernst van een mogelijk delict. De forensische psychiatrie is de gesloten psychiatrie. Daarin komen mensen met zwaardere problemen terecht.

Alles wat te maken heeft met forensische en gewone jeugdpsychiatrie is een federale materie. Vlaanderen is bevoegd voor de gemeenschappen. 
Vandaag de dag zal de jeugdrechter contact opnemen met, bijvoorbeeld, een forensische afdeling voor jeugdpsychiatrie. Daar heerst geen opnameplicht. Wel moet ze een diagnose stellen. Indien er om therapeutische of medische redenen wordt beslist dat de jongere niet thuishoort in de afdeling zelf, dan wordt hij opnieuw doorverwezen. Op dat moment kan de jeugdrechter oordelen de jongere niet vrij te laten of niet in een niet-gesloten setting op te nemen. Indien hij beslist om hem te laten opnemen in een gesloten setting, dan komen de gemeenschapsinstellingen in het vizier. Die instellingen hebben immers wel een opnameplicht. 

De vraag is dan natuurlijk of er voldoende capaciteit is in de psychiatrie, en meer bepaald in de jeugdpsychiatrie en, nog specifieker, in de forensische psychiatrie. De praktijkervaring toont aan dat een uitbreiding van deze plaatsen aangewezen zou kunnen zijn. Zo worden we inderdaad meer en meer geconfronteerd met ‘multi problems’ en dus ook psychiatrische en andere stoornissen. We moeten die vraag ook stellen aan de federale overheid om te weten of de bereidheid bestaat om de plaatsen van de forensische psychiatrie – de meest essentiële – uit te breiden.

Vertrekkende vanuit de praktijk en de vaststelling dat de jeugdrechter contact opneemt met, bijvoorbeeld, de forensische psychiatrie, waar geen opnameplicht geldt, hebben we met verschillende kabinetten een vergadering belegd om na te gaan of we niet meer sturend kunnen optreden. Van daaruit is ook de idee van een samenwerkingsovereenkomst ontstaan. In de tekst trachten we een engagementsverklaring te bekomen van de initiatiefnemer die wordt gecontacteerd door de forensische psychiatrie. Als hij of zij vaststelt dat de persoon niet thuishoort in de afdeling, zou hij zich ertoe moeten verbinden om actief mee te zoeken naar andere oplossingen. Vandaag is dat niet het geval. De kans is groot dat de jeugdrechter zal doorverwijzen naar de gemeenschapsinstellingen, hoewel de jongere daar niet thuishoort. 

De samenwerkingsovereenkomst heeft eigenlijk als doel om enerzijds de uitstroom te bevorderen wanneer de jongere die in de gemeenschapsinstelling zit in plaats van in de – volgens ons aangewezen – psychiatrische afdeling, en anderzijds om de instroom te beperken via de engagementsverklaring van de initiatiefnemers. Het doel is te trachten meer te sturen. Op 3 maart 2005 hebben we een voorstel van samenwerkingsovereenkomst ter ondertekening overgemaakt aan minister Onkelinx en minister Demotte. Vlaanderen is daar immers vragende partij voor. Op 24 april hebben we een herinneringsbrief gestuurd. Op 10 januari 2006 hebben we opnieuw overleg gevoerd. In maart zal de discussie worden verder gezet. De federale overheid heeft op dit moment het voorstel echter nog niet ondertekend. 
Als er geen diagnose is, is er het probleem van de verdere opvolging. Wat dat betreft, zijn de outreachingprojecten belangrijk. In Mol wordt er samengewerkt met psychiatrische ziekenhuizen. Dat moet ook verder worden uitgewerkt in Beernem en Ruiselede. Momenteel is die outreaching er niet aanwezig. 

In het globaal plan is er ook een hoofdstuk over behandelingunits. Die units dienen niet om psychiatrische afdelingen in de instellingen op te richten. Dat zou verkeerd zijn. We stellen echter vast dat we veel specifieker rekening moeten houden met de heterogeniteit van de doelgroep. Vandaag zitten mensen met emotionele problemen, drang tot zelfverminking, zelfdoding enzovoort allemaal bij elkaar. Volgens ons is het beter om bepaalde doelgroepen samen te zetten en er meer mee te werken. Dat maakt dan ook het voorwerp uit van de verdere discussies over de uitvoering van het globaal plan.
Wat betreft de instellingen in Beernem en Ruiselede hebben we nog steeds vijftien bedden gewone psychiatrie in portefeuille. De normering van het aantal bedden is een federale bevoegdheid, terwijl Vlaanderen de bedden kan erkennen en toewijzen. Een andere federale bevoegdheid stelt dat wanneer een initiatief wordt genomen voor gewone psychiatrische bedden, er minimum twintig bedden nodig zijn. Aangezien we er nog maar vijftien in portefeuille hebben, betekent dit dat bestaande afdelingen wel kunnen uitbreiden, maar dat er geen nieuw initiatief kan worden genomen, en dat is een probleem.

Volgens mij kunnen de vijftien bedden in de gewone psychiatrie de huidige problemen niet oplossen. Ik zal de federale regering vragen om zeven van de vijftien bedden gewone psychiatrie om te bouwen naar forensische psychiatrie. Ik moet daartoe de toestemming krijgen van minister Demotte en moet daarvoor ook extra middelen krijgen, want de forensische psychiatrie brengt extra kosten
mee. De overige acht bedden zou ik heel specifiek willen inzetten. De ervaring leert dat een aantal jongeren zo’n complexe problemen heeft – vaak zijn het verslavingsproblemen gekoppeld aan psychiatrische problemen – dat ze niet terechtkunnen in de gewone psychiatrie en ook niet noodzakelijk thuishoren in de forensische psychiatrie. Ik heb dan ook de idee gelanceerd om een dubbeldiagnosecentrum dat erkend is voor volwassenen in Vlaanderen, te vragen of het met de expertise en knowhow dat het heeft opgebouwd, bereid is om een afdeling te openen met acht bedden voor jongeren. Voor deze doelgroep is immers momenteel nog geen gepast aanbod. 

Waarom zijn er vandaag geen initiatiefnemers? Dat komt omdat federale normen bepalen dat wanneer we een K-bed willen openen of inzetten, er een T-bed of A-bed moet worden gesloten. Een A-bed is voor acute psychiatrie en een T-bed voor chronische psychiatrie. Het blijkt dat de initiatiefnemers eerder geïnteresseerd zijn in A- en T- bedden dan in K-bedden. Ik zal de initiatiefnemer met wie ik onderhandel, vragen of die bereid is om een afdeling te openen voor jongeren. Ik weet niet of ze nog voldoende A-bedden of T-bedden hebben die ze kunnen reconverteren of afschrijven. Indien dat niet zo is, zal ik opnieuw met minister Demotte moeten onderhandelen over de mogelijkheid om de bedden niet verder af te bouwen. 
Het is dus de bedoeling om verder overleg te plegen met onze federale collega’s om op korte termijn de samenwerkingsovereenkomst eindelijk te kunnen tekenen. Ik zal tegelijkertijd vragen om zeven bedden om te zetten in forensische jeugdpsychiatriebedden. Ik ga ook onderhandelen met de initiatiefnemer van het dubbeldiagnosecentrum. Op langere termijn moeten we met de federale overheid onderhandelen over de uitbouw van de jongerenpsychiatrie want die kampt met een structureel tekort. 

De heer Bart Caron:
Ik bedank de minister voor de vele inspanningen, en voor de interessante les staatshuishouding. Ik vraag wel om het schrijnende probleem van de jongeren en de gemeenschapsinstellingen ernstig te nemen. Dat is niet de schuld van de minister. Ik roep op om op korte termijn voor de jongeren en de begeleiders een voorlopige oplossing uit te werken. Ik heb immers de indruk dat we nog een tijdje met het probleem zullen worstelen. Dit probleem is toch wel het mooiste bewijs dat we de staat op een efficiëntere manier zouden kunnen structureren.

 

Ingediend onder in het halfrond Reacties uitgeschakeld voor Gemeenschapsinstellingen





 

Nieuws

We moeten af van ‘middeleeuwse’ overdracht van jachtrechten

Alternatieven voor dierproeven

Het ‘kleine’ parlementaire werk. Recente voorbeelden: Geluidshinder kusttram – Hakhoutbeheer – Restauratiepremies Onroerend Erfgoed – Beschermde landschappen

Ketnet wil zender voor allerkleinsten, “Legitieme vraag en begrijpelijke ambitie”

Gereglementeerde boekenprijs unaniem goedgekeurd door Vlaams parlement

Wat liep er fout met de bescherming Villa Slabbinck? (Brugge)

Groen verwelkomt Bellegemse windmolens, maar vraagt ‘windplan’ voor regio Kortrijk

Groen wil geen sloop hoekhuis Kasteelkaai-Belfaststraat.
Hoog tijd voor een Kortrijkse visie op erfgoed!

Woede van boeren terecht, maar alleen ander landbouwmodel geeft boeren een zekere toekomst.

Provinciebestuur W-Vl verliest vele (culturele) instellingen

Bart Caron : “Overdracht cultuurbevoegdheden provincies is een wangedrocht !”

Leve Mest-Vlaanderen

Nog geen bescherming poldergraslanden

Nog redders aan de kust?

Brugge weert plooifiets uit overheidsgebouwen

De Leie of het Kanaal naar Roeselare: Groen wil meer binnenvaart

Kortrijk Airport, milieuvergunning aangepast?

Wanneer faire prijzen voor landbouwproducten?

Kortrijk heeft de bus gemist

Burgerkabinet ontslaat Gatz niet van plicht om al bestaande inspraak te versterken

Steeds meer monumenten wachten op broodnodig onderhoud. Ondertussen verkrotten ze

Freya Piryns voorgedragen als vertegenwoordiger in de Raad van Bestuur van de VRT

Regering krimpt beloofde natuurgebieden langs de Leie sterk in

Bruggen in Kortrijk, werkende verlichting op de fietspaden is een brug te ver…

LAR-zuid, woordbreuk van de stadscoalitie

Informatie, diverse sporten en cultuur moeten prioriteit VRT blijven

‘Gemeenteraad is wachtzaal voor wie schepenambt wil’

Persmededeling: Groen maakt werk van versterking West-Vlaamse open ruimte.

Persbericht: 5 Groene werven voor een impuls in West-Vlaanderen.

Vlaamse regering bedreigt toekomst Vlaamse fictie