bartcaron.be

Implementatie van het Verdrag van Malta

Ingediend op januari 26th, 2006 door bartcaron

De heer Bart Caron:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, voor ik het over archeologie zal hebben, wil ik een halve minuut van jullie tijd afsnoepen. Het is vandaag gedichtendag, en om geheel in de sfeer van deze commissie te blijven wil ik uit de bundel ‘Bandeloze Gedichten’ van Luuk Gruwez het volgende gedicht voorlezen, dat geheel toevallig ‘Ruimtelijke Ordening’ heet.

De wereld moest vol bedden staan
Voor elk seizoen naar ieders wens
Een winters bed met vacht van sneeuw
Een zondig bed waarrond zich pronkerige kamermeisjes scharen
Of onder schaduwrijke pruimenbomen

Van zomermoede oude achtertuinen
Een ledikant op weids gazon
Waar mijmerend de moeders toeven
De wereld moest vol bedden staan
Men moest zijn optrek nemen in een bed
De bedding van een bruisend water
De diepste, meest gerieflijke slaap
Is tussen algen, lissen zachte mossen
Waar dromen vol van zoete vissen zijn
Want eens een wiegenwijsje fluitend,
Belandt men in het laatste bed
Een opslagplaats van kostbaar spijt
Waar slaap onzichtbaar liggen in een vergezicht
Het bed, het beste landschap van de wereld is.

Als ruimtelijke ordening over bedden zou gaan, zou het toch veel aangenamer zijn.
In de onlangs uitgevoerde enquête van het Forum van de Vlaamse Archeologie werden een aantal opmerkelijke conclusies getrokken, mijnheer de minister. Ik haal er drie aan, die uit de besluiten komen. De eerste conclusie is dat het niet goed gaat met de Vlaamse archeologie.
Daarvan schrokken we toch even. De antwoorden op de bevraging – en ik citeer uit het
rapport – ‘duiden op een algemene ontevredenheid omtrent de huidige archeologische
erfgoedzorg.

Problemen worden zowel geweten aan een slecht functioneren van de bestaande instellingen als aan een fundamenteel gebrek aan middelen. Bovendien schort er iets aan de communicatie rond de werking van de bevoegde Vlaamse instellingen naar het werkveld. Er moet dus dringend iets veranderen!’ Dat is de eerste conclusie. De tweede luidt als volgt: ‘De implementatie van Malta moet er komen! Er is geen twijfel dat de Vlaamse archeologie snakt naar de implementatie.’ De derde conclusie is dat de sector moet worden geraadpleegd en betrokken bij de uitvoeringsmodaliteiten van de implementatie van het verdrag.

Mijnheer de minister, over die implementatie heb ik u op 20 april 2005 al een actuele vraag gesteld, waarop u toen vrij uitgebreid hebt geantwoord. U verwees toen ook naar uw beleidsnota, waarin vijf bladzijden gewijd zijn aan dat verdrag. Die beleidsnota maakt melding van uw idee om de drie grote decreten over monumenten, landschappen en archeologie te bundelen en de mechanismen voor de implementatie van het Verdrag van Malta daarin op te nemen. Ook in uw beleidsbrief van 2006, op pagina 82, gaat u in op de implementatie van het verdrag. Ik zal hier niet alles voorlezen, maar er staat in elk geval te lezen dat u dat wilt bekijken. Mijnheer de minister, ik wil u de volgende vragen voorleggen. Deelt u de conclusie van de
bevraging dat het niet goed gaat met de Vlaamse archeologie? Bent u bereid een plan op te maken om aan die conclusies tegemoet te komen, een plan dat onder meer tegemoet komt aan het gebrek aan middelen en aan het slecht functioneren van de bestaande instellingen?

– Wanneer zal de omzetting van het Verdrag van Malta in Vlaamse regelgeving afgerond zijn?
– Bent u bereid de sector te raadplegen en te betrekken bij de modaliteiten van de omzetting van het Verdrag van Malta?
– Wat is de vooropgestelde termijn of datum voor dat nieuwe allesomvattende decreet?

Minister Dirk Van Mechelen:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, het Forum Vlaamse
Archeologie FVA is een jonge telg, opgericht op 17 april 2005. Er wordt me gevraagd of ik op de hoogte ben van de resultaten. Ik herinner eraan dat het forum zich onmiddellijk heeft gepositioneerd in de media als een ‘onafhankelijke, kritische maar vooral constructieve pleitbezorger voor de archeologie in Vlaanderen’. De vraag is dus wat stout. Het zou gek zijn, mocht ik er niet van weten.
Van ondernemers heb ik geleerd dat ze goed kunnen opschieten met vakbonden omdat het in het leven van belang is een goed gestructureerde gesprekspartner te hebben. Als het FVA zich als gesprekspartner manifesteert, dan is dat een dankbaar gegeven. Het laat toe een constructieve dialoog te voeren, wat beter is dan te polemiseren in de pers. Daarom ook is er overleg tussen mijn kabinet, het forum, het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed VIOE en mijn administratie.

Er zijn gesprekken geweest in juli, september en oktober van vorig jaar, waarin een tweerichtingsverkeer is ontwikkeld. Enerzijds worden grieven en terechte verzuchtingen op tafel gelegd; anderzijds krijgen wij de kans om toe te lichten welke initiatieven we nemen of willen nemen om een stap vooruit te zetten tijdens deze regeerperiode. Tenslotte is dat de bedoeling. Met de implementatie van het Verdrag van Malta wordt alles in kaart gebracht. Daar vloeien ook alle opdrachten uit voort. Ten eerste moet het verdrag zelf geïmplementeerd worden. Daarnaast is er het gebrek aan middelen. Er moet aandacht zijn voor de archeologie en er is behoefte aan dat de archeologen een stem zouden krijgen in alle fasen van de ruimtelijke planning. Dat is echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. De miserie met de werken op de leien in Antwerpen heeft dat genoeg aangetoond. Bij de voorbereiding van de Scheldeverdieping zitten ze dan ook wel degelijk mee aan de tafel, wat bewijst dat het perfect kan. We hebben dit debat al heel uitvoerig gevoerd naar aanleiding van de beleidsnota 2004-2009
en de beleidsbrief 2005-2006. We hebben afgesproken dat we dit jaar zouden werken aan een soort conceptnota, die de basis zou vormen voor de implementatie van het verdrag in decreetgeving. De conceptnota zal worden opgesteld in samenspraak met een klankbordgroep. Ik ben dus inderdaad op de hoogte van de enquête. Ik leef immers op deze aarde en ik lees kranten en resultaten. Het interessante van de resultaten van deze enquête is dat ze een globaal beeld geven van het archeologische werkveld en vooral de knelpunten, noden en behoeften die daar worden aangevoeld. Met een respons van 188 van de in totaal meer dan 400 sympathisanten kunnen we stellen dat de resultaten significant zijn voor de sector.

Voor wie het dossier volgt, zijn deze resultaten ook geen grote verrassing. De pijnpunten zijn nu duidelijk. Het komt er nu op aan die te remediëren. Waarover blijkbaar geen eensgezindheid bestaat, is of het nu te wijten is aan het slecht functioneren van de instellingen of aan een gebrek aan financiële middelen. In deze discussie zijn er believers en non-believers, maar het zal wel aan beide liggen. Belangrijk vind ik dat er een signaal komt uit de sector en dat we proberen dat signaal op te vangen. We moeten de zelfevaluatie gebruiken om een aanzet te geven voor de ontwikkeling van een meer doorgedreven visie op een archeologisch beleid. Het is ook belangrijk dat de sector wil meewerken aan de dialoog, het liefst kritisch, maar het mag ook opbouwend zijn. We weten waar de pijnpunten liggen; de vraag is nu hoe we ze wegwerken. Het forum zal daarin een belangrijke rol spelen. Dat gebeurt het best in de klankbordwerkgroep die we hebben opgericht. Deze werkgroep werkt immers mee aan de conceptnota die de implementatie van het Verdrag van Malta inhoudelijk moet sturen. Onder meer de gewestelijke administraties bevoegd voor stedenbouwkundige vergunningen zijn daarvoor uitgenodigd. Zij zitten immers op de eerste lijn. Verder hebben we het algemeen milieu- en natuurbeleid, de administraties Natuurlijke Rijkdommen en Energie, de Vlaamse Landmaatschappij, de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, de Vlaamse universiteiten, de provinciale, intergem
eentelijke en gemeentelijke archeologische diensten, het Forum Vlaamse Archeologie, het Contactforum voor Erfgoedverenigingen VCM en de Vlaamse Confederatie voor de Bouw aangeschreven.

De resultaten van de enquête maken duidelijk dat een gestructureerd overleg met het werkveld de enige juiste weg is. De enquête bevestigt meer dan ooit dat de implementatie van het Verdrag van Malta binnen een redelijke termijn een noodzaak is. Daarbij is de vraag wat een redelijke termijn is. We zijn er al een poosje mee bezig, en we moeten landen, maar u zult me niet kwalijk nemen dat ik dit keer ‘redelijk’ niet verwar met ‘onverwijld’. Laten we stellen dat we eraan werken en ons best doen. Het is meer een ‘inzetverbintenis’ dan een resultaatverbintenis, maar ik wil in deze regeerperiode ‘as soon as possible’ tot resultaten komen. De financiering is vanzelfsprekend een van de belangrijkste aandachtspunten, maar ook pijnpunten in het Verdrag van Malta. Daarvoor moet een oplossing worden gevonden die tegemoetkomt aan de specifieke Vlaamse situatie. Het is in elk geval duidelijk dat er voldoende middelen moeten zijn om tot opgravingen over te gaan. De opgravingen moeten
bovendien gebeuren door kwaliteitsvolle instanties. De heer Van Dijck wees terecht op de nood aan kwaliteitsbewaking. De avonturiers en commerciële initiatiefnemers moeten worden gebannen. De heer Van Dijck had het ook over verplichte publicaties. Er moet vanzelfsprekend voldoende financiële ruimte zijn om de vondsten degelijk te onderzoeken, te ontsluiten en kenbaar te maken. Dat is een ondeelbaar geheel.

Iedereen is het er dus over eens dat er nood is aan bijkomende financiële middelen, maar over de betalingsmodaliteiten worden geen eenduidige uitspraken gedaan. Dat is ook niet verwonderlijk, want u hebt zelf gesteld dat de buitenlandse voorbeelden aantonen dat er diverse oplossingen mogelijk zijn, die allemaal voor- en nadelen hebben. In de enquête van het forum wordt vooral gekeken naar Frankrijk en Nederland, maar ik verwijs ook naar november 2005, toen in Brussel de jaarvergadering plaatsvond van het ICOMOS-comit

Ingediend onder in de commissies Reacties uitgeschakeld voor Implementatie van het Verdrag van Malta





 

Nieuws

We moeten af van ‘middeleeuwse’ overdracht van jachtrechten

Alternatieven voor dierproeven

Het ‘kleine’ parlementaire werk. Recente voorbeelden: Geluidshinder kusttram – Hakhoutbeheer – Restauratiepremies Onroerend Erfgoed – Beschermde landschappen

Ketnet wil zender voor allerkleinsten, “Legitieme vraag en begrijpelijke ambitie”

Gereglementeerde boekenprijs unaniem goedgekeurd door Vlaams parlement

Wat liep er fout met de bescherming Villa Slabbinck? (Brugge)

Groen verwelkomt Bellegemse windmolens, maar vraagt ‘windplan’ voor regio Kortrijk

Groen wil geen sloop hoekhuis Kasteelkaai-Belfaststraat.
Hoog tijd voor een Kortrijkse visie op erfgoed!

Woede van boeren terecht, maar alleen ander landbouwmodel geeft boeren een zekere toekomst.

Provinciebestuur W-Vl verliest vele (culturele) instellingen

Bart Caron : “Overdracht cultuurbevoegdheden provincies is een wangedrocht !”

Leve Mest-Vlaanderen

Nog geen bescherming poldergraslanden

Nog redders aan de kust?

Brugge weert plooifiets uit overheidsgebouwen

De Leie of het Kanaal naar Roeselare: Groen wil meer binnenvaart

Kortrijk Airport, milieuvergunning aangepast?

Wanneer faire prijzen voor landbouwproducten?

Kortrijk heeft de bus gemist

Burgerkabinet ontslaat Gatz niet van plicht om al bestaande inspraak te versterken

Steeds meer monumenten wachten op broodnodig onderhoud. Ondertussen verkrotten ze

Freya Piryns voorgedragen als vertegenwoordiger in de Raad van Bestuur van de VRT

Regering krimpt beloofde natuurgebieden langs de Leie sterk in

Bruggen in Kortrijk, werkende verlichting op de fietspaden is een brug te ver…

LAR-zuid, woordbreuk van de stadscoalitie

Informatie, diverse sporten en cultuur moeten prioriteit VRT blijven

‘Gemeenteraad is wachtzaal voor wie schepenambt wil’

Persmededeling: Groen maakt werk van versterking West-Vlaamse open ruimte.

Persbericht: 5 Groene werven voor een impuls in West-Vlaanderen.

Vlaamse regering bedreigt toekomst Vlaamse fictie