bartcaron.be

Akkoord in de witte sector

Ingediend op mei 24th, 2005 door bartcaron

Interpellatie van de heer Bart Caron tot mevrouw Inge Vervotte, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over het akkoord van de Vlaamse Regering met de vakbonden en werkgeversorganisaties in de witte sector

De heer Bart Caron: Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega’s, het is jammer dat we over een bevriend minister in de regering moeten beschikken om aan de tekst van het akkoord met de vakbonden en werkgeversorganisaties te geraken. Ik betreur dat we de eerste informatie over zo’n belangrijk akkoord in de kranten moeten lezen en via een omweg aan de tekst moeten geraken. Het zou fijn zijn als we via de commissievoorzitter of -secretaris een kopij van die tekst kunnen bekomen. 
De regularisatie van de DAC’ers was een belangrijk onderdeel van het vorige akkoord. Het voldoet inderdaad aan een maatschappelijke nood van mensen in tijdelijke statuten. Ik denk dat er de komende jaren ook nog een en ander moet gebeuren voor de gesubsidieerde contractuelen. Hun nepstatuut, dat sociaalrechtelijk wel beter is dan het statuut van de DAC’ers was, moet op middellange termijn worden aangepast, al staat dat niet in het regeerakkoord.

Ik sluit mij ook aan bij wat is gezegd over de gebruikers. Ik lees drie regeltjes voor van Guy Tegenbosch uit de De Standaard van 10 mei: ‘Het is hoe dan ook merkwaardig dat de toekomst van de witte sector wordt bepaald in onderhandelingen met werkgevers en vakbonden, die in beginsel vooral gaan over lonen en arbeidsvoorwaarden. Het lot van de gebruikers en van degenen die er recht op hebben gebruikers te zijn van deze diensten, maar er wegens een gebrek aan plaatsen niet in geraken, ligt in de handen van vakbonden en werkgeversorganisaties.’ Daarna komt er een stukje waarin hij de organisaties toch lof toezwaait omdat ze daarmee hebben rekening hebben gehouden. Hij sluit af met te stellen dat de gebruikers zelf hun belangen moeten kunnen verdedigen. 
Dat is een belangrijke bekommernis. Wij moeten de gebruikers een duidelijke en gestructureerde rol in het overleg geven. Ik heb wat vragen die verduidelijking moeten brengen over het akkoord. Het akkoord voorziet in jobcreatie. Hoe verhoudt zich de aangekondigde jobcreatie tot de diverse deelsectoren en de optie in het regeerakkoord? Hoe worden de nieuwe jobs verdeeld over de deelsectoren en welke beleidsdoelstellingen worden daarmee gerealiseerd? Het gaat over het parallellisme tussen beide documenten. Hoe wordt het totale budget verdeeld over de drie deelsectoren die onder uw bevoegdheid vallen?

Uit de perscommunicatie viel niet af te leiden hoe het akkoord zou bijdragen tot het verminderen van de wachtlijsten. Mijn voorgangers hebben daar ook al op gewezen. Klopt deze informatie? Kunt u daar verdere toelichting bij geven?

Minister Inge Vervotte: Mijnheer de voorzitter, collega’s, alles moet enigszins tot ware proporties worden teruggebracht. Het gaat hier over een sociaal akkoord dat tussen werknemers en werkgevers wordt afgesloten. Ik ben zeer dankbaar dat alle partijen hierin een bredere verantwoordelijkheid hebben opgenomen dan wat gebruikelijk is bij eender welk ander sociaal akkoord tussen werkgevers en werknemers in andere sectoren. 
Het is in België en Vlaanderen immers de gewoonte interprofessionele akkoorden per sector af te sluiten. Onze sector heeft daar recht op. Het zou jammer zijn de ene tegen de andere op te zetten. Wij zijn erin geslaagd een akkoord te bereiken waarbij alle partners de handen in elkaar hebben geslagen, en we zijn tot een zeer evenwichtig akkoord gekomen tussen de belangen van de werkgevers, de werknemers en de gebruikers. De gebruikers worden hierin vertegenwoordigd door de overheid. Ik kom daar later nog op terug.
Het is een evenwichtig akkoord, maar ook een akkoord waar wij als politici nog veel van kunnen leren. Het is immers een zeer solidair akkoord geworden dat veel moed heeft gevergd van vakbondsmensen. De solidariteit is immers verschillend ingevuld in het Vlaamse en in het federale akkoord.

Wij hebben er bijvoorbeeld niet voor gekozen iedereen eenzelfde bedrag te geven, maar wel tot een harmonisering van de sector te komen. Dat betekent dat iedereen wel iets krijgt, maar dat wie vandaag minder heeft, in de toekomst meer krijgt. Het akkoord poneert niet alleen solidariteit tussen de werknemers onderling in de sector. Ik ben daar zeer blij om. Dat laat toe om in een verre toekomst meer mobiliteit te creëren binnen de verschillende sectoren. Een echt loopbaanbeleid veronderstelt ook eerst meer harmonisering en afstemming op het federaal beleid. Zo kan meer mobiliteit mogelijk worden gemaakt voor mensen die graag de zorg op zich nemen in verschillende sectoren en wordt meer flexibiliteit mogelijk. Het kan een antwoord bieden op de problemen rond stress en burn-out waarmee we in deze sector te maken krijgen. 
Er is gekozen voor het maatschappelijk belang. Ik ben tevreden over het akkoord en stel vast dat de vakbond die 84 percent van de mandaten in de sector bekleedt, het akkoord met 77 percent heeft goedgekeurd. 

Ik wil even op de cijfers inzake tewerkstelling ingaan. Er zijn verschillende cijfers gegeven omdat er verschillende vergelijkingen werden gemaakt. Van de bijkomende tewerkstelling die is gerealiseerd, gaat 75 percent naar de gebruikers. Bij benadering 60 percent van het akkoord gaat naar extra tewerkstelling. Van het volledige akkoord gaat 45 percent naar uitbreidingsbeleid. De verschillende percentages hebben dus te maken met het feit dat bepaalde cijfers moeten worden bekeken in het licht van het volledige akkoord of alleen maar in het licht van de tewerkstelling. 
Als Vlaanderen een akkoord sluit voor de social-profitsector, is er geen return. Elke cent die we aan zo’n akkoord besteden, wordt uitgegeven. Als de federale overheid daarentegen een akkoord sluit met de social-profitsector waarin het creëren van extra tewerkstelling een belangrijk onderdeel is, krijgt ze daarvan bijna de helft terug. Vlaanderen heeft dat voordeel niet en moet bovendien ook nog de federale overheid betalen, omdat die een return moet krijgen van de extra tewerkstelling die wij creëren. Dat was niet fijn om vast te stellen, zeker niet omdat de budgettaire middelen zeer krap zijn. De sociale Maribel is een poging om van de federale overheid geld te laten terugvloeien naar de Vlaamse Regering. Het is dus een soort pilootproject, en dat is dan ook de reden waarom het gaat over 2,2 miljoen euro. 

De sociale partners, die nog altijd de beheerders zijn van de Sociale Maribel, hebben zich geëngageerd om te zorgen voor een nieuwe input van die middelen en er uitbreidingsbeleid mee te realiseren binnen Vlaanderen. Ze zijn bovendien bereid om met de Vlaamse Regering te overleggen, zodat de uitbreiding kan worden gerealiseerd volgens de prioriteiten van het Vlaamse beleid.
Ik vind dit een zeer mooi precedent. We zullen dit nog verder uitwerken. Ik denk daarbij aan de tekst van de minister-president, waarin hij zegt dat we streven naar een wettelijk kader waarbinnen de sociale onderhandelingen moeten plaatsvinden, maar dat is een ander dossier.
De gebruikers waren niet rechtsreeks vertegenwoordigd, maar wel virtueel. Ik heb het ook altijd als mijn taak beschouwd om de belangen van de gebruikers te verdedigen. Daarom zit ik bijna wekelijks met hen rond de tafel om hun belangen te leren kennen. De overheid moet de belangen van de gebruikers niet alleen bewaken, maar ook verdedigen. Ik denk dat dat in het akkoord goed tot uiting is gekomen, want 45 percent van het akkoord gaat rechtsreeks naar de gebruikers. Het uitbreidingsbeleid zal concreet worden uitgewerkt in samenspraak met de gebruikers. De berekeningen die in het akkoord zijn opgenomen, zijn louter indicatief. 

Het akkoord is losgekoppeld van de meerjarenbegroting. Het is afgesloten voor het begin van de besprekingen over de meerjarenbegroting. In de tekst van het akkoord staat: ‘In het kader van de opstelling van de meerjarenbegroting en bij de opstelling van de jaarlijkse begroting zal de Vlaamse Regering beslissen welke supplementaire middelen beschikbaar zijn voor verder uitbreidingsbeleid.’
Het Vlaamse regeerakkoord blijft dus nog altijd het uitgangspunt, ook als het gaat over de bespreking van de meerjarenbegroting en de jaarlijkse begroting. Ik wil het regeerakkoord helemaal realiseren tegen het einde van deze legislatuur. Zo is het goed meegenomen dat er via dit akkoord een aantal extra plaatsen in de kinderopvang worden gerealiseerd, maar dat neemt niet weg dat we moeten blijven trachten 5.000 extra plaatsen te realiseren.
Het eerste deel van het akkoord gaat over het uitbreidingsbeleid. Daaraan zijn over de verschillende sectoren heen budgetten en dus ook extra tewerkstelling gekoppeld. Het gaat hier bovendien niet alleen over welzijn, maar ook over de sociale economie en het sociaal-cultureel werk.

We hebben gewerkt met zeer strikte tabellen over het aantal voltijdse equivalenten in de verschillende sectoren. Op basis daarvan hebben we voor een evenredige verdeling gezorgd. Wat de koopkracht betreft, geldt het solidariteitsprincipe. Er is voor geopteerd te harmoniseren op 75 percent. Voor sommige sectoren was het perfect mogelijk om een volledige eindejaarstoelage toe te kennen, maar de solidariteit binnen de sector heeft gespeeld waardoor de toelage in mindere mate – maar dan wel voor iedereen – is gestegen. Het was immers de bedoeling dat de koopkracht voor iedereen zou stijgen.
De opbouw van een tweede pensioenpijler kan uiteraard niet onmiddellijk gebeuren omdat het gaat om een kapitalisatiesysteem waarbij reserves worden opgebouwd. Dit systeem zal in de toekomst verder worden ontwikkeld. De verdere ontwikkeling en uitbouw van dit systeem zal de eerste eis zijn bij de volgende onderhandelingen met de social-profitsector. Deze tweede pensioenpijler is een belangrijke maatregel. Het zou immers niet rechtvaardig zijn dat mensen die zich heel hun leven hebben ingezet voor de zorg van anderen, slechts een heel klein pensioentje zouden krijgen of zelfs in de armoede zouden terechtkomen op het moment dat ze zelf hulpbehoevend worden. 

Er zijn ook een aantal categoriale looneisen ingevuld. Wat de kwaliteitsverbetering betreft, heb ik in dit parlement herhaaldelijk verklaard dat in eerste instantie de sociale partners moeten worden geresponsabiliseerd. De kennis en de kwaliteit zitten bij de sociale partners die dan ook hun verantwoordelijkheid terzake moeten nemen. Zij weten immers perfect in welke sectoren de werkdruk hoog is en waar welke maatregelen moeten worden getroffen als antwoord op bepaalde problemen. Dat is ook binnen dit onderdeel van het akkoord gebeurd. De overheid heeft een bedrag ter beschikking gesteld van ruim 16 miljoen euro. Het staat de sociale partners vrij om dit bedrag naar eer en geweten en volgens hun kennis van de sector in te vullen om op die manier voor hun werknemers de kwaliteit te verhogen en de werkdruk te verminderen. De protocols die werknemers en werkgevers intussen hebben afgesloten dienen in eerste instantie om de werkdrukverlaging die normaal in het vorige akkoord was afgesproken, uit te voeren. Dat is voor bepaalde sectoren niet gebeurd in het vorige akkoord. Het is evident dat dit moet gebeuren binnen de paritaire comités.
De werknemers, werkgevers en de overheid hebben zowel tijdens de voorbereidende gesprekken als bij het sluiten van het voorakkoord samen rond de tafel gezeten. Ik hoop dan ook dat daar de basis is gelegd voor even constructieve gesprekken binnen de paritaire comités. Vaak is dit een knelpunt binnen deze sector omdat de werkgevers alles blokkeren binnen de paritaire comités als ze niet bij de gesprekken worden betrokken. Nu waren zij wel betrokken bij die onderhandelingen en wisten zij precies wat er al dan niet op tafel lag.

De overheid moet de belangen van de gebruikers verdedigen en dat heeft hier geresulteerd in het akkoord. De concrete invulling van het uitbreidingsbeleid blijft een taak van de gebruikers. Nu moeten de gesprekken worden opgestart binnen de paritaire comités. Wat de rest van het uitbreidingsbeleid betreft, is en blijft het regeerakkoord het uitgangspunt. 
Wat de publieke sector betreft, hebben we net dezelfde redenering gehanteerd. Vanaf het begin hebben we rekening gehouden met hun financiële belangen. Heel strikte tabellen stipuleren per sector wie via de publieke sector wordt gesubsidieerd en wie via de privé-sector. In de publieke sector hebben we het aantal voltijdse equivalenten bekeken en de berekening van de budgetenveloppe daaraan gelijkgesteld. Er zal een budgetenveloppe met hetzelfde aantal voltijdse equivalenten als voor de privé-sector ter beschikking worden gesteld van het Comité C dat kan beslissen waar deze middelen worden ingezet. Door dit akkoord is de publieke sector dus niet verplicht om dezelfde maatregelen door te voeren als in de privé-sector.

De heer Bart Caron: Mevrouw de minister, u hebt tijdens de onderhandelingen de belangen van de gebruikers goed verdedigd. Dat is een verdienste, maar niet echt de rol van een minister van de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering vertegenwoordigt de bevolking, en niet de gebruikers. 
Ik heb geen pasklaar antwoord op de vraag hoe de belangen van de gebruikers beter aan bod kunnen komen. Als er wordt gedebatteerd, moet het gaan over de gebruikers van welzijn, maar ook van onderwijs en cultuur. Het moet gaan over alle sectoren waarvoor we doelstellingen hanteren die op mensen betrekking hebben. Voor dat soort sectoren moeten we zoeken naar instrumenten om onze democratie te versterken.
Dat laatste doet niets af aan de rol van de sociale partners in het overleg. In een samenleving waarin emancipatie en empowerment hoog in het vaandel staan, moeten we daarover durven nadenken. Die bedenking doet evenmin iets af aan de verdienste van het bereikte akkoord.

Ingediend onder in de commissies, in het parlement Reacties uitgeschakeld voor Akkoord in de witte sector





 

Nieuws

We moeten af van ‘middeleeuwse’ overdracht van jachtrechten

Alternatieven voor dierproeven

Het ‘kleine’ parlementaire werk. Recente voorbeelden: Geluidshinder kusttram – Hakhoutbeheer – Restauratiepremies Onroerend Erfgoed – Beschermde landschappen

Ketnet wil zender voor allerkleinsten, “Legitieme vraag en begrijpelijke ambitie”

Gereglementeerde boekenprijs unaniem goedgekeurd door Vlaams parlement

Wat liep er fout met de bescherming Villa Slabbinck? (Brugge)

Groen verwelkomt Bellegemse windmolens, maar vraagt ‘windplan’ voor regio Kortrijk

Groen wil geen sloop hoekhuis Kasteelkaai-Belfaststraat.
Hoog tijd voor een Kortrijkse visie op erfgoed!

Woede van boeren terecht, maar alleen ander landbouwmodel geeft boeren een zekere toekomst.

Provinciebestuur W-Vl verliest vele (culturele) instellingen

Bart Caron : “Overdracht cultuurbevoegdheden provincies is een wangedrocht !”

Leve Mest-Vlaanderen

Nog geen bescherming poldergraslanden

Nog redders aan de kust?

Brugge weert plooifiets uit overheidsgebouwen

De Leie of het Kanaal naar Roeselare: Groen wil meer binnenvaart

Kortrijk Airport, milieuvergunning aangepast?

Wanneer faire prijzen voor landbouwproducten?

Kortrijk heeft de bus gemist

Burgerkabinet ontslaat Gatz niet van plicht om al bestaande inspraak te versterken

Steeds meer monumenten wachten op broodnodig onderhoud. Ondertussen verkrotten ze

Freya Piryns voorgedragen als vertegenwoordiger in de Raad van Bestuur van de VRT

Regering krimpt beloofde natuurgebieden langs de Leie sterk in

Bruggen in Kortrijk, werkende verlichting op de fietspaden is een brug te ver…

LAR-zuid, woordbreuk van de stadscoalitie

Informatie, diverse sporten en cultuur moeten prioriteit VRT blijven

‘Gemeenteraad is wachtzaal voor wie schepenambt wil’

Persmededeling: Groen maakt werk van versterking West-Vlaamse open ruimte.

Persbericht: 5 Groene werven voor een impuls in West-Vlaanderen.

Vlaamse regering bedreigt toekomst Vlaamse fictie