bartcaron.be

Oprichting van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur

Ingediend op mei 18th, 2005 door bartcaron

Voorstel van decreet van de heren Bart Caron, Kris Van Dijck en Steven Vanackere, mevrouw Gracienne Van Nieuwenborgh en de heer Herman Schueremans houdende wijziging van het decreet van 27 oktober 1998 houdende de erkenning en subsidiëring van de organisaties voor volkscultuur en de oprichting van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur

Toelichting

Dames en heren met onderhavig voorstel van decreet worden twee technische wijzigingen aangebracht aan het decreet van 27 oktober 1998 houdende de erkenning en subsidiëring van de organisaties voor volkscultuur en de oprichting van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur.
Met een eerste, kleine wijziging wordt de definitie van het begrip “administratie” in artikel 2, 7°, van het decreet gelijkluidend gemaakt met de definitie van hetzelfde begrip in het Erfgoeddecreet (1) en het Archiefdecreet (2).
Ook de tweede wijziging heeft tot doel de drie voormelde decreten beter op mekaar af te stemmen. Op dit ogenblik voorziet het decreet op de Volkscultuur zelf geen bepalingen met betrekking tot:
– de uitbetaling van de toegekende subsidies aan de erkende organisaties voor volkscultuur en aan het Vlaams Centrum voor Volkscultuur (het steunpunt);
– de wijze waarop die subsidies verantwoord moeten worden;
– de reservenormering voor erkende en meerjarig gesubsidieerde organisaties voor volkscultuur en idem dito voor het Vlaams Centrum voor Volkscultuur.

Dit moet desgevallend geregeld worden in de overeenkomsten die verplicht gesloten moeten worden tussen de Vlaamse overheid en alle erkende organisaties voor volkscultuur (zie artikel 8 van het decreet) en tussen de Vlaamse overheid en het Vlaams Centrum voor Volkscultuur (zie artikel 11 van het decreet). Omwille van de gelijke behandeling en de rechtszekerheid van alle begunstigden en in het kader van de onderlinge afstemming van de regelgeving met betrekking tot de erfgoedsector, is het aangewezen om ter zake algemeen geldende regels decretaal te bepalen.

Deze lacune wordt nu met de artikelen 3 (voor de erkende organisaties voor volkscultuur) en 4 (voor het Vlaams Centrum voor Volkscultuur) van dit voorstel van decreet opgevuld. En de regeling die ingevoerd wordt, is analoog met de regeling voorzien in het Erfgoeddecreet (artikel 50) en in het Archiefdecreet (artikel 19, zoals gewijzigd). De erkende organisaties voor volkscultuur en het Vlaams Centrum voor Volkscultuur moeten volgens het decreet op de Volkscultuur verenigingen zonder winstoogmerk zijn (zie artikel 5, §1, 3°, en artikel 10, §1, van het decreet). Daarom wordt er geen specifieke regeling voorzien met betrekking tot de reservevorming bij initiatieven vanwege publiekrechtelijke rechtspersonen en meer in het bijzonder initiatieven vanwege gemeenten, provincies of de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1:
Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 2:
Het is logisch dat de terminologie van het Erfgoeddecreet (3), het Archiefdecreet (4) en het decreet op de Volkscultuur (5) op mekaar wordt afgestemd. Daarom wordt in de drie regelgevingen dezelfde definitie van het begrip “administratie” ingevoerd. Hierbij worden de huidige definities in het Archiefdecreet (artikel 2, 8°) en het decreet op de Volkscultuur (artikel 2, 7°) vervangen door de meest recente definitie, bepaald in de uitvoeringsbesluiten van het Erfgoeddecreet (artikel 1, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering van
1 Erfgoeddecreet: decreet van 7 mei 2004 houdende de organisatie en subsidiëring van een cultureel-erfgoedbeleid.
2 Archiefdecreet: decreet van 19 juli 2002 houdende de privaatrechtelijke culturele archiefwerking.
3 Erfgoeddecreet: decreet van 7 mei 2004 houdende de organisatie en subsidiëring van een cultureel-erfgoedbeleid.
4 Archiefdecreet: decreet van 19 juli 2002 houdende de privaatrechtelijke culturele archiefwerking.
5 Decreet op de Volkscultuur: decreet van 27 oktober 1998 houdende de erkenning en subsidiëring van organisaties voor volkscultuur en de oprichting van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur van 25 juni 2004 ‘ter uitvoering van het decreet van 7 mei 2004 houdende de organisatie en subsidiëring van een cultureel-erfgoedbeleid, voor wat betreft de erfgoedconvenants en de advisering’ en artikel 1, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 januari 2005 ‘ter uitvoering van het Erfgoeddecreet van 7 mei 2004, voor wat betreft de musea, de cultureel-erfgoedpublicaties en de projecten cultureel erfgoed’). Tegelijk wordt ook de verschuiving binnen de administratie opgenomen in het decreet op de Volkscultuur. Op 1 januari 2005 werd namelijk de bevoegdheid over de volkscultuur overgeheveld van volksontwikkeling naar cultureel erfgoed.

Artikel 3:
Dit artikel voegt aan artikel 8 van het decreet op de Volkscultuur vier nieuwe paragrafen toe (§4 tot en met §7). De nieuwe §4 regelt de wijze waarop de jaarlijkse werkingssubsidie, toegekend aan erkende organisaties voor volkscultuur, wordt uitbetaald. Tevens wordt bepaald hoe die werkingssubsidie verantwoord moet worden. Paragraaf 5 regelt de mogelijkheid om een reserve op te bouwen tijdens de lopende beleidsperiode. Dit kan onbeperkt met eigen inkomsten en subsidies. Deze regeling wijkt af van de regeling voorzien in het decreet van 7 mei 2004 houdende regeling van de begrotingen, de boekhouding, de controle inzake subsidies en de controle door het Rekenhof. Dit wordt echter niet als dusdanig vermeld. Het is ook niet strikt noodzakelijk omdat onderhavig voorstel chronologisch toch na het decreet van 7 mei 2004 komt en het een impliciete, maar duidelijke specifieke afwijking vormt van een algemeen geformuleerde regel.

Het begrip ‘reserve’ wordt bepaald aan de hand van de geldende boekhoudkundige regels. Meer specifiek wordt daarbij verwezen naar de inhoud van de rekeningen 13 (bestemde fondsen) en 14 (overgedragen resultaat), vermeld in het algemeen rekeningenstelsel, gevoegd als bijlage bij het koninklijk besluit van 19 december 2003 betreffende de boekhoudkundige verplichtingen en de openbaarmaking van de jaarrekening van bepaalde verenigingen zonder winstoogmerk, internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen. Tenslotte wordt bepaald waarvoor de opgebouwde reserve tijdens de lopende beleidsperiode aangewend mag worden. Paragraaf 6 regelt wat er gebeurt als de reserve die tijdens de beleidsperiode werd opgebouwd, niet (volledig) werd besteed tijdens de beleidsperiode zelf. Het deel dat overblijft kan onder bepaalde voorwaarden overgedragen worden naar een volgende beleidsperiode.
Die voorwaarden zijn:
(1) de meerjarige subsidiering vanwege de Vlaamse overheid wordt verder gezet en
(2) de resterende reserve mag een bepaald bedrag niet overschrijden.

Hoeveel mag maximaal overgedragen worden? Het maximaal overdraagbaar bedrag is gelijk aan de som van de bestaande reserve bij het begin van de voorbije beleidsperiode plus maximaal twintig percent van de gemiddelde jaarlijkse personeels- en werkingskosten berekend over de voorbije beleidsperiode. Er wordt verder bepaald hoe dit maximaal overdraagbaar bedrag berekend moet worden.
Verder kan aan de Vlaamse Regering een afwijking van de maximumgrens van twintig percent gevraagd worden en wordt bepaald onder welke voorwaarden dit kan (een gemotiveerd bestedingsplan is vereist). Tenslotte wordt ook hier omschreven waarvoor de overgedragen reserve tijdens de nieuwe beleidsperiode aangewend mag worden. Paragraaf 7 regelt eerst wat er gebeurt als er meer reserve werd opgebouwd dan volgens §6 naar een volgende beleidsperiode overgedragen mag worden.
Na compensatie met het nog uit te keren saldo van de werkingssubsidie toegekend voor het laatste jaar van de voorbije beleidsperiode, wordt (tot een b
epaald maximum) het (eventuele) resterende ‘overschot’ in mindering gebracht wordt op de voorschotten toegekend voor het eerste werkingsjaar van de nieuwe beleidsperiode. Dit heeft als voordeel dat het bedrag dat hierdoor niet uitgekeerd moet worden (onder de vorm van voorschotten), behouden blijft binnen het cultuurbudget en binnen dat budget geheroriënteerd kan worden.

Verder bepaalt §7 wat er met de opgebouwde reserve moet gebeuren als de meerjarige subsidiëring van de organisatie voor volkscultuur door de Vlaamse overheid wordt stopgezet op het einde van de beleidsperiode. De reserve mag dan onder bepaalde voorwaarden (een gemotiveerd bestedingsplan is vereist) gebruikt worden om de gevolgen van die stopzetting (reorganisatie, nieuwe beleidsrichting, afbouw van werking, vereffening enzovoort) mee te financieren. Prioritair moet de reserve gebruikt worden om de arbeidsrechtelijke verplichtingen ten aanzien van het personeel (dit kunnen bestaande of nieuwe verplichtingen zijn, bijvoorbeeld opzeggingsvergoedingen) te voldoen.

Artikel 4:
Dit artikel bepaalt:
(1) de wijze waarop de jaarlijkse werkingssubsidie, toegekend aan het Vlaams Centrum voor Volkscultuur (VCV – www.vcv.be), het steunpunt voor de sector, wordt uitbetaald;
(2) de wijze waarop de toekenning van die werkingssubsidie verantwoord moet worden en
(3) de reservenormering. De voorziene regeling is identiek aan de regeling die met artikel 3 van dit voorstel ingevoerd wordt voor alle erkende organisaties voor volkscultuur. Er kan dan ook daarnaar verwezen worden.

Er is wel

Ingediend onder in het halfrond Reacties uitgeschakeld voor Oprichting van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur





 

Nieuws

We moeten af van ‘middeleeuwse’ overdracht van jachtrechten

Alternatieven voor dierproeven

Het ‘kleine’ parlementaire werk. Recente voorbeelden: Geluidshinder kusttram – Hakhoutbeheer – Restauratiepremies Onroerend Erfgoed – Beschermde landschappen

Ketnet wil zender voor allerkleinsten, “Legitieme vraag en begrijpelijke ambitie”

Gereglementeerde boekenprijs unaniem goedgekeurd door Vlaams parlement

Wat liep er fout met de bescherming Villa Slabbinck? (Brugge)

Groen verwelkomt Bellegemse windmolens, maar vraagt ‘windplan’ voor regio Kortrijk

Groen wil geen sloop hoekhuis Kasteelkaai-Belfaststraat.
Hoog tijd voor een Kortrijkse visie op erfgoed!

Woede van boeren terecht, maar alleen ander landbouwmodel geeft boeren een zekere toekomst.

Provinciebestuur W-Vl verliest vele (culturele) instellingen

Bart Caron : “Overdracht cultuurbevoegdheden provincies is een wangedrocht !”

Leve Mest-Vlaanderen

Nog geen bescherming poldergraslanden

Nog redders aan de kust?

Brugge weert plooifiets uit overheidsgebouwen

De Leie of het Kanaal naar Roeselare: Groen wil meer binnenvaart

Kortrijk Airport, milieuvergunning aangepast?

Wanneer faire prijzen voor landbouwproducten?

Kortrijk heeft de bus gemist

Burgerkabinet ontslaat Gatz niet van plicht om al bestaande inspraak te versterken

Steeds meer monumenten wachten op broodnodig onderhoud. Ondertussen verkrotten ze

Freya Piryns voorgedragen als vertegenwoordiger in de Raad van Bestuur van de VRT

Regering krimpt beloofde natuurgebieden langs de Leie sterk in

Bruggen in Kortrijk, werkende verlichting op de fietspaden is een brug te ver…

LAR-zuid, woordbreuk van de stadscoalitie

Informatie, diverse sporten en cultuur moeten prioriteit VRT blijven

‘Gemeenteraad is wachtzaal voor wie schepenambt wil’

Persmededeling: Groen maakt werk van versterking West-Vlaamse open ruimte.

Persbericht: 5 Groene werven voor een impuls in West-Vlaanderen.

Vlaamse regering bedreigt toekomst Vlaamse fictie