bartcaron.be

Decreet op het Vlaamse Jeugdbeleid

Ingediend op april 20th, 2005 door bartcaron

Voorstel van decreet van mevrouw Sabine Poleyn, de heren Herman Schueremans, Chokri Mahassine, Kris Van Dijck en Bart Caron en mevrouw Tinne Rombouts houdende wijziging van het decreet van 29 maart 2002 op het Vlaamse jeugdbeleid

Toelichting

Dames en heren, het decreet van 29 maart 2002 op het Vlaamse jeugdbeleid betekende een duidelijke trendbreuk met de voorgaande regelgevingen aangaande de erkenning en subsidiëring van het Vlaamse jeugdbeleid.
Alleen al in dit opzicht kan het decreet als revolutionair bestempeld worden. Het bovenvermelde decreet trad in werking op 1 januari 2003. Ondertussen kan er een eerste evaluatie gemaakt worden van de verschillende procedures die er in vervat zitten. Zoals de Vlaamse Jeugdraad terecht in zijn advies 05/02 van 19 januari 2005 aangeeft, betreft het hier een “goed decreet”, doch heeft de toepassing ervan aangetoond dat een aantal aanpassingen en wijzigingen dringend nodig zijn. Een aantal van deze aanpassingen zijn technisch en praktisch van aard (aanpassing van terminologie aan de realiteit bijvoorbeeld).

Het hoofdstuk VII Jeugdcultuur wordt evenwel grondig aangepast. De toepassing van de huidige regels leidde immers tot verwarring, zodat ervoor geopteerd werd om dit gehele hoofdstuk te herschrijven. Deze herschrijving zorgt ervoor dat het geheel duidelijker wordt maar vormt zeker geen breuk met het verleden, integendeel. Alle mogelijke subsidiëringen inzake jeugdcultuur die vermeld worden in dit voorstel kunnen ook op basis van de thans vigerende tekst gesubsidieerd worden.

Commentaar bij de artikelen

Artikel 1:
Dit artikel behoeft geen commentaar.

Artikel 2:
1° Sinds de inwerkingtreding van de wet van 2 mei 2002 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, spreekt men niet meer van “verenigingen zonder winstgevend doel” maar van “verenigingen zonder winstoogmerk”. Om het decreet van 29 maart 2002 op het Vlaamse jeugdbeleid aan te passen aan die gewijzigde juridische situatie, wordt in dit voorstel steeds de juiste terminologie geïntegreerd.

2° Met het decreet op het Vlaamse jeugdbeleid worden niet noodzakelijk alleen jeugdverenigingen gesubsidieerd. Vanuit een breder jeugdbeleid worden ook organisaties beoogd die een werking ontplooien binnen de doelstellingen van het decreet. Vaak gaat het hierbij om eenmalige aanvragers met een kerntaak in een ander beleidsdomein. De statuten van dergelijke verenigingen beantwoorden dan ook vaak niet aan de geciteerde bepaling. Essentieel is dat de verenigingen die gesubsidieerd wensen te worden op basis van het decreet van 29 maart 2002, de principes en de regels van de democratie aanvaarden en het Europees Verdrag inzake de Rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag betreffende de Rechten van het Kind onderschrijven en uitdragen. De verenigingen verplichten om dit in hun statuten op te nemen, voegt hier niets aan toe, maar creëert wel een administratieve overlast voor de betrokken organisaties.

Artikelen 3 en 4:
Zie opmerkingen bij artikel 2, 1°.

Artikel 5:
Deze wijziging wordt doorgevoerd op verzoek van het steunpunt jeugd zelf.

Artikel 6:
Deze aanpassing maakt enerzijds duidelijk dat het steunpunt jeugd een pluralistische organisatie is en anderzijds wordt de onduidelijke term “platformfunctie” vervangen door “informatie-uitwisselingsfunctie”.

Artikel 7:
De bedoelde verenigingen worden door de overheid gesubsidieerd voor de uitvoering van een driejarenbeleidsplan en kunnen daarvoor tot 375.000 euro subsidie krijgen. Het zal duidelijk zijn dat hier verenigingen bedoeld worden die over rechtspersoonlijkheid beschikken, dus verenigingen zonder winstoogmerk.

Artikel 8:
Niet enkel de adviescommissie stelt een preadvies op, ook de administratie beoordeelt en evalueert de verschillende aanvragen. In het verleden is gebleken dat de administratie zich meestal kan terugvinden in het preadvies van de adviescommissie, maar dat is niet altijd zo. Om de aanvragers zo goed mogelijk te informeren, en rekening houdend met de nieuwe regels op de openbaarheid van bestuur, wordt ervoor geopteerd om ook de preadviezen van de administratie mee te delen aan de aanvragers. Zodoende kunnen zij ook repliceren op de opmerkingen van de administratie en worden ze achteraf niet ‘verrast’ door het advies van de administratie. Deze wijziging, die ook opgenomen is in dit voorstel met betrekking tot de procedures tot subsidiëring van het experimentele jeugdwerk en het landelijk georganiseerde jeugdwerk, biedt de verenigingen grotere rechtszekerheid en betere verweermiddelen. De aanvulling in de zevende paragraaf betreft de wegwerking van een lacune in het decreet van 29 maart 2002. Nergens werd er immers, in tegenstelling tot de andere procedures van het decreet waarbij er aan ‘driejarensubsidiëring’ gedaan werd, een regeling omschreven voor de uitbetaling van de subsidie. Die lacune werd ‘opgevangen’door artikel 10, §3, 2°, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 betreffende de uitvoering van het decreet op het Vlaamse jeugdbeleid. Thans wordt er, om onnodige juridische discussie te vermijden, voor geopteerd om de bewoordingen van dit artikel op te nemen in het decreet van 29 maart 2002 zelf. Voortaan zal er dus in het decreet vermeld staan dat de verenigingen die gesubsidieerd worden in het kader van de participatie, per kwartaal, een voorschot krijgen van 22,5%. Het saldo ten bedrage van 10% wordt uitgekeerd voor 1 juli van het volgende jaar.

Artikel 9:
Het betreft hier een verduidelijking van wat er onder subsidiëringvoorwaarden verstaan wordt. Vandaar de duidelijke link met de voorwaarden, opgesomd in artikel 3 van het decreet.

Artikel 10:
De aanvulling bij de eerste paragraaf is ingegeven doordat er feitelijk nu al “internationale jeugdculturele initiatieven” worden gesubsidieerd (cf. besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2002 betreffende de uitvoering van het decreet op het Vlaamse jeugdbeleid). Dit wordt nu expliciet in het decreet vastgelegd. De subsidies aan “initiatieven om de kansen tot individuele deelname van de jeugd aan internationale initiatieven te vergroten” worden toegekend op basis van regels. Het zijn zuiver gereglementeerde toelagen die geen beoordeling noodzaken. De regels kunnen op een haast mechanistische wijze worden toegepast. De verplichting om deze dossiers eerst aan de commissie voor te leggen, heeft geen zin en veroorzaakt alleen maar oponthoud bij de toezegging van de subsidies (cf. rapport van de Interne Audit over de afdeling Jeugd en Sport, die sprak van “een vrij logge en zware procedure” en die in dit verband volgende aanbeveling formuleerde: “De afdeling Jeugd en Sport dient zich af te vragen welke de efficiëntie en toegevoegde waarde is van het advies van de expertencommissie”).

Artikelen 11 en 12:
Zoals reeds in de inleiding werd vermeld, wordt het gehele hoofdstuk VII met betrekking tot jeugdcultuur aangepast. Op basis van dit hoofdstuk zullen worden gesubsidieerd:
– jongeren die een artistiek product of een artistiek project realiseren en verenigingen die een artistiek product of een artistiek project voor en door jongeren realiseren (artikel 30);
– verenigingen zonder winstoogmerk die de bevordering van de artistieke expressie door de jeugd, of de ontsluiting van het roerend of onroerend erfgoed ten behoeve van de jeugd tot doel hebben (artikel 31). Beide categorieën werden al gesubsidieerd op basis van de oude tekst. De voorgestelde aanpassing van dit hoofdstuk betekent, en dit moet worden ben
adrukt, geen wijziging van het Vlaamse beleid inzake deze projecten en verenigingen. De herschrijving wil integendeel de huidige praktijk bestendigen en optimaliseren.
Inzake de ondersteuning van jeugdculturele projecten en producten – de eerste categorie – bevat het huidige decreet namelijk enige fouten en ongerijmdheden. Met name de timing van de beschreven procedure (te lange en zelfs foutieve termijnen) en de uitsluitende bepaling inzake reeds ondersteunde initiatieven (er staat foutief “reeds ondersteunde verenigingen”) moesten worden bijgewerkt.
Het decreet voorziet thans voor deze eerste categorie, jeugdculturele projecten en producten, tevens in de subsidiëring van een ondersteuningsorganisatie. Ook hier bevatte de tekst enige procedurele ongerijmdheden. De beschreven organisatie kwam er daarenboven in de praktijk tot op heden niet. Bovendien wees de huidige ondersteuningspraktijk uit dat er bij de initiatiefnemers van de jeugdculturele projecten en producten geen  behoefte leeft aan een dergelijke organisatie. De noodzaak van een specifieke regelgeving voor een dergelijke ondersteuningsorganisatie is er dan ook niet. Ten slotte moet er trouwens op gewezen worden dat, mocht de noodzaak naar een ondersteuningsorganisatie zich alsnog laten gevoelen, een vereniging die zich geroepen voelt die taak op zich te nemen, nog altijd een aanvraag kan indienen voor ondersteuning onder de tweede categorie: de verenigingen zonder winstoogmerk die de bevordering van de artistieke expressie door de jeugd  of de ontsluiting van het roerend of onroerend erfgoed ten behoeve van de jeugd tot doel hebben.

Deze formulering is breed genoeg om eventueel een dergelijke ondersteuningsorganisatie te behelzen en biedt bovendien het voordeel dat een dergelijke ondersteuningsorganisatie haar potentiële opdracht ruimer kan invullen. Ook inzake deze ondersteuningsorganisatie betekent de voorgestelde wijziging dus allerminst een wijziging van de beleidsopties of een ingreep in de ondersteuningspraktijk, maar precies een optimalisering en een aanpassing van een suboptimale regelgeving aan de realiteit. In tegenstelling tot het bovenvermelde advies van de Vlaamse Jeugdraad, achten wij het noodzakelijk om op korte termijn op te treden. Inzake de tweede categorie, de vzw’s die de bevordering van de artistieke expressie door de jeugd, of de ontsluiting van het roerend of onroerend erfgoed ten behoeve van de jeugd tot doel hebben, voorziet de voorgestelde tekst in een meer structurele subsidiëringswijze. Terwijl die verenigingen op basis van de huidige tekst ieder jaar opnieuw subsidies moeten aanvragen, hetgeen resulteert in een overtollige planlast en bovendien onnodige onzekerheid met zich meebrengt, krijgen zij nu ook de mogelijkheid om gesubsidieerd te worden op basis van een driejaarlijks in te dienen beleidsnota. In het tweede lid van de tweede paragraaf van artikel 31 wordt aan de verenigingen bovendien de mogelijkheid geboden om voor de eerste beleidsperiode na de inwerkingtreding van dit voorstel, een beleidsperiode in te dienen voor twee jaar in plaats van voor drie jaar.
Dat heeft de bedoeling om complementariteit met het kunstendecreet te verzekeren en tegelijkertijd de  planlast voor de verenigingen te beperken. Wij beklemtonen dat deze aanpassing ook inzake de ondersteuning van verenigingen dus allerminst een wijziging van de beleidsopties of een ingreep in de ondersteuningspraktijk met zich meebrengt, maar precies een bestendiging van de huidige ondersteuningspraktijk en een aanpassing van een suboptimale regelgeving, die bovendien een belangrijke vermindering van de planlast voor de betrokken verenigingen met zich meebrengt. In deze optiek komen wij ook tegemoet aan een fundamentele opmerking, vervat in het bovenvermelde advies van de Vlaamse Jeugdraad, namelijk de vermindering van de planlast voor de verschillende aanvragers.
Voor de invulling van de concrete procedures verleent de voorgestelde tekst delegatie aan de Vlaamse Regering. Op die manier beschikt de Vlaamse overheid over een veel flexibeler beleidsinstrument met meer moglijkheden voor evaluatie en eventuele aanpassing.

Artikel 13:
Dit artikel bevat de nadere regels met betrekking tot de uitbetaling van de hierboven omschreven producten, projecten en verenigingen. Voor de eerste twee geldt dat een voorschot van 80% uitbetaald wordt na de ondertekening van het besluit waarin de subsidie toegekend wordt. De overige 20% (saldo) wordt pas uitgekeerd nadat de administratie heeft vastgesteld dat alle opgelegde voorwaarden strikt nageleefd werden en dat de subsidie aangewend werd voor de doeleinden waarvoor ze verleend werd.
De verenigingen, bedoeld in artikel 31, §1, ontvangen per kwartaal een voorschot dat gelijk is aan 22,5% van het toegekende subsidiebedrag. Het saldo van 10% wordt uitgekeerd voor 1 juli van het volgende jaar.

Artikel 14:
Artikelen 33 en 34 van het decreet worden opgeheven.

Artikel 15:
Het betreft hier een soortgelijke aanpassing als in artikel 8 van dit voorstel.

Artikel 16:
Deze wijziging verduidelijkt het artikel en verwijst expliciet naar de voorwaarden opgesomd in artikel 3 van het decreet. Tevens wordt rekening gehouden met de bepalingen van artikel 2 van de wet van 2 mei 2002 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen.

Artikel 17:
Deze wijziging verduidelijkt het artikel.

Artikel 18:
Deze wijziging verduidelijkt het artikel. Er wordt nu expliciet verwezen naar de verschillende erkennings- en subsidiëringvoorwaarden en hun respectieve rechtsgrond.

Artikel 19:
De hier voorgestelde wijzigingen behelzen voornamelijk aanpassingen en simplificaties van de procedure voor subsidiëring:
1° aan de verenigingen die een beleidsnota wensen in te dienen wordt meer tijd gegeven om de beleidsnota af te werken. Voortaan moet de driejaarlijkse beleidsnota pas uiterlijk op 1 januari van het jaar, voorafgaand aan het subsidiejaar, ingediend zijn. Die aanpassing wordt trouwens ondersteund door het bovenvermelde advies van de Vlaamse Jeugdraad. Zodoende beschikken de verenigingen over een langere termijn om hun driejaarlijkse beleidsplan in te dienen en wordt de periode tussen het indienen van het beleidsplan en de uiteindelijke beslissing over het subsidiebedrag aanzienlijk verkort.

2° Deze aanpassing is identiek aan hetgeen doorgevoerd wordt in artikelen 8 en 15 van dit voorstel. Dat impliceert dat de administratie de verplichting heeft om haar preadviezen eveneens mee te delen aan de aanvragers. De weglating van de laatste twee volzinnen wijzigt in se niets aan de thans bestaande procedure. Het betreft hier louter het wegnemen van onduidelijkheden. Zo rees er bijvoorbeeld twijfel met betrekking tot de term “bekendgemaakt”. Doelde deze term op de aanvragende vereniging of op de beslissende overheid? Bij samenlezing van artikel 54, §2 en §4, blijkt dat het ging om de Vlaamse Regering en niet om de aanvragende vereniging. Om alle onduidelijkheid weg te nemen, wordt er voorgesteld om die bepaling te schrappen. Uiteraard doet de schrapping van de bepaling geen afbreuk aan de verschillende rechten en mogelijkheden die de aanvragers putten uit de reglementering op de openbaarheid van bestuur.

3° Door de aanpassing van de gehele derde paragraaf wordt er tegemoetgekomen aan een verzuchting van de verschillende landelijk georganiseerde jeugdverenigingen, namelijk een vermindering van de planlast en een minder betuttelende houding van de overheid. De landelijk georganiseerde jeugdverenigingen zullen bij het opstellen van hun volgende driejaarlijkse beleidsplannen meer creativiteit en accenten kunnen plaatsen zonder dat daarvoor alle opgesomde aspecten nog aan bod moeten komen. De adviescommissie zal, naast de elementen die krachtens artikel 58 van het decreet aan bod moeten komen, ook meer reke
ning kunnen houden met andere aspecten van het beleidsplan.

4° De Vlaamse Regering moet een uitspraak doen voor 15 september van het jaar, voorafgaand aan de beleidsperiode, en moet hiervoor in het bezit zijn van de adviezen van de adviescommissie en administratie.

5° Dit punt is een verbetering van een foute verwijzing die in het decreet opgenomen was.

Artikel 20:
De weglating van deze woorden is louter een tekstuele aanpassing. Eigenlijk bedoelen “verslag met aanbevelingen” en “deelt zij haar bevindingen schriftelijk mee” juist hetzelfde. De eerstgenoemde formulering kan derhalve weggelaten worden.

Artikel 21:
De eerste aanpassing neemt een foute verwijzing weg die thans nog voorkomt in het decreet. De betekenis van een “belendende sector” is dan weer zeer onduidelijk en voegt niets toe en kan daarom beter worden geschrapt.

Artikel 22:
Dit is een technische/juridische aanpassing die samenhangt met de aanpassing van artikel 31 door dit voorstel.

Artikel 23:
In verband met de samenstelling van de adviescommissie rees het probleem van bepaalde onverenigbaarheden. De bepaling dat men niet in de adviescommissie kan zitten, indien de eigen organisatie erkend en gesubsidieerd wordt op basis van een in het decreet bepaalde reglementering, is wellicht achterhaald.

Artikel 24:
De huidige bepalingen voldoen niet. Met deze wijziging wordt afgestemd op andere soortgelijke bepalingen binnen het domein cultuur. Tevens wordt rekening gehouden met het vernieuwde algemeen rekeningstelsel voor de vzw’s (cf. koninklijk besluit van 19 december 2003 betreffende de boekhoudkundige verplichtingen en de openbaarmaking van de jaarrekening van bepaalde verenigingen zonder winstoogmerk, internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen).

Artikel 25:
Opdat de aanvullende subsidies die vastgesteld zijn in het genoemde decreet zouden worden toegekend, moet een specifieke afwijkende bepaling in het genoemde decreet worden opgenomen.

Artikel 26:
Om de nieuwe bepalingen nog toepasselijk te maken op de volgende indienperiode voor het landelijk georganiseerde jeugdwerk, wordt ervoor gekozen de nieuwe bepalingen ten laatste in in werking te laten treden op 1 januari 2006.

Voorstel van decreet

Artikel 1:
Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Artikel 2:
In artikel 3, §1, van het decreet van 29 maart 2002 op het Vlaamse jeugdbeleid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de inleidende bepaling worden de woorden “de verenigingen zonder winstgevend doel” vervangen door de woorden “de verenigingen zonder winstoogmerk”;

2° in 1° worden de woorden “en de statuten” geschrapt.

Artikel 3:
In artikelen 5, §1, 10, 1°, en 24, 2°, van hetzelfde decreet worden de woorden “waarbij aan de verenigingen zonder winstgevend doel en aan de instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend” vervangen door de woorden “betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen”.

Artikel 4:
In artikel 5, §4, eerste lid, van hetzelfde decreet worden na de woorden “erkende landelijk georganiseerde jeugdverenigingen” de woorden “en de verenigingen zonder winstoogmerk, gesubsidieerd op basis van artikelen 15 en 31,” ingevoegd.

Artikel 5:
§1. In hetzelfde decreet wordt het opschrift van hoofdstuk IV vervangen door “Het steunpunt jeugd”.
§2. In artikelen 4, §3, 7, 4°, 9, 10, 11, §1, 12, §2, 13, 14, 20, 59, §4, 60 en 61 van hetzelfde decreet worden de woorden “steunpunt jeugdbeleid” vervangen door de woorden “steunpunt jeugd”.
§3. In artikel 23 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de aanduiding “§1” wordt geschrapt;
2° in het tweede lid worden de woorden “steunpunt jeugdbeleid” vervangen door de woorden “steunpunt jeugd”.

Artikel 6:
In artikel 9, §2, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden “heeft als doel” worden vervangen door de woorden “is een pluralistische organisatie die als doel heeft”;
2° 6° wordt vervangen door wat volgt: “6° informatie-uitwisselingsfunctie”.

Artikel 7:
§1. In artikelen 15, 16, 17, 19, 20 en 22 van hetzelfde decreet wordt het woord “verenigingen” telkens vervangen door de woorden “verenigingen zonder winstoogmerk”.
§2. In artikelen 17, 18 en 19 van hetzelfde decreet wordt het woord “vereniging” telkens vervangen door de woorden “vereniging zonder winstoogmerk”.

Artikel 8:
In artikel 17 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in §§ 2 en 4 worden de woorden “De adviescommissie stelt” telkens vervangen door de woorden “De adviescommissie en de administratie stellen.”;
2° in § 5 worden de woorden “het advies van de adviescommissie” vervangen door de woorden “de adviezen van de adviescommissie en de administratie”;
3° een § 7 wordt toegevoegd, die luidt als volgt: “§7. Als de vereniging zonder winstoogmerk aan alle voorwaarden voldoet, wordt per kwartaal een voorschot ten bedrage van 22,5 procent van het voor dat jaar toe te kennen subsidiebedrag uitbetaald. Het saldo wordt uitbetaald vóór 1 juli van het volgende jaar.”.

Artikel 9:
In artikel 19, §1, van hetzelfde decreet worden tussen de woorden “voldoen aan de subsidiëringvoorwaarden” en de woorden “en aan de bepalingen in de overeenkomst” de woorden “zoals bepaald in artikel 3” ingevoegd.

Artikel 10:
In artikel 29 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan §1 wordt een 5° toegevoegd, dat luidt volgt: “5° internationale jeugdculturele initiatieven”;
2° in §3 in fine worden de woorden “met uitzondering voor de initiatieven, bedoeld in §1, 2°” toegevoegd.

Artikel 11:
In artikel 30 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het enige lid, dat het eerste lid wordt, wordt de eerste zin vervangen door wat volgt: “De Vlaamse Regering subsidieert jongeren die een artistiek product of een artistiek project realiseren en verenigingen die een artistiek product of een artistiek project voor en door jongeren realiseren.”;
2° een tweede lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt: “De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake de procedure en subsidiëring.”.

Artikel 12:
Artikel 31 van hetzelfde decreet wordt vervangen door hetgeen volgt: “Artikel 31
§1. De Vlaamse Gemeenschap subsidieert verenigingen zonder winstoogmerk die de bevordering van de artistieke expressie door de jeugd, of de ontsluiting van het roerend of onroerend erfgoed ten behoeve van de jeugd tot doel hebben.
§2. De verenigingen, omschreven in de voorgaande paragraaf, dienen een subsidieaanvraag in bij de administratie conform de door de administratie opgestelde leidraad. Ze voegen daarbij een beleidsnota voor de volgende drie kalenderjaren. In afwijking op het voorgaande lid kunnen verenigingen voor de eerste beleidsperiode na de inwerkingtreding van dit decreet, een beleidsnota voor twee jaar indienen. De verenigingen tonen bij hun aanvraag tevens de relevantie van de werking op
Vlaams niveau aan.
§3. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake de procedure en subsidiëring van de in de eerste paragraaf omschreven verenigingen.”.

Artikel 13:
Artikel 32 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: “Artikel 32
§1. De subsidie wordt aan de op basis van artikel 30 gesubsidieerde jongeren en verenigingen zonder winstoogmerk als volgt beschikbaar gesteld:
1° een voorschot van 80 procent van de subsidie wordt uitbetaald na ondertekening van het besluit waarin de subsidie wordt toegekend;
2° het saldo van 20 procent van de subsidie wordt uitbetaald nadat de administratie heeft vastgesteld dat de voorwaarden waaronder de subsidie toegekend werd, nageleefd werden en dat de subsidie aangewend werd voor de doeleinden waarvoor ze werd verleend

§ 2. De subsidie wordt aan de op basis van artikel 31, §1, gesubsidieerde verenigingen als volgt beschikbaar gesteld: per kwartaal wordt een voorschot ten bedrage van 22,5 procent van het voor dat jaar toe te kennen subsidiebedrag uitbetaald. Het saldo wordt uitbetaald voor 1 juli van het volgende jaar.”.

Artikel 14:
Artikelen 33 en 34 van hetzelfde decreet worden opgeheven.

Artikel 15:
In artikel 37 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen doorgevoerd:
1° in §1 worden de woorden “De adviescommissie stelt” vervangen door de woorden “De adviescommissie en de administratie stellen”;

2° in §2 worden de woorden “het advies van de adviescommissie” vervangen door de woorden “de adviezen van de adviescommissie en de administratie”.

Artikel 16:
In artikel 41 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° tussen de woorden “de vereniging” en de woorden “aan de volgende algemene voorwaarden” worden de woorden “naast de voorwaarden, geformuleerd in artikel 3, ook” ingevoegd;

2° 2° wordt vervangen door: “2° een vereniging zonder winstoogmerk zijn, overeenkomstig de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen.”.

Artikel 17:
In artikel 42 van hetzelfde decreet wordt tussen de woorden “de vereniging” en de woorden “tevens minstens zes keer” het woord “jaarlijks” ingevoegd.

Artikel 18:
Aan artikel 49, §2, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de volgende woorden toegevoegd: “zoals bepaald in artikelen 3 en 41”.

Artikel 19:
In artikel 54 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in §1 worden de woorden “1 november van het voorlaatste” vervangen door de woorden “1 januari van het”;

2° in §2 worden de woorden “het preadvies dat wordt uitgebracht door de adviescommissie” vervangen door de woorden “de preadviezen uitgebracht door de adviescommissie en de administratie” en worden de twee laatste zinnen geschrapt;

3° §3 wordt vervangen door wat volgt: “§3. De adviescommissie beoordeelt de beleidsnota onder meer op basis van de verschillende elementen vervat in artikel 58, §1 en §2.”;

4° in §4 worden tussen de woorden “De Vlaamse regering” en “beslist uiterlijk” de woorden“, na ontvangst van de adviezen van de adviescommissie en de administratie,” ingevoegd;

5° in § 5 worden de woorden “§3 van dit artikel” vervangen door “§4”.

Artikel 20:
In artikelen 14, §2, 19, §3, 28, §3, en 56, §2, van hetzelfde decreet worden de woorden “in een verslag met aanbevelingen” geschrapt.

Artikel 21: In artikel 57 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in §1 worden de woorden “artikel 50” vervangen door de woorden “artikel 53”;
2° in §2 worden de woorden “en ondersteunen de samenwerking met de belendende sectoren”geschrapt”.

Artikel 22:
In artikel 58, §1, van hetzelfde decreet worden de woorden “33, §3” vervangen door “31, §2”.

Artikel 23:
Artikel 59 van hetzelfde decreet wordt vervangen
 door wat volgt: “Artikel 59
§1. De Vlaamse Regering beslist over de samenstelling en de werking van de in dit decreet genoemde adviescommissies, nadat de jeugdraad werd uitgenodigd een advies uit te brengen in verband met het profiel van de leden van die commissies.

§2. Een adviescommissie kan alle initiatieven nemen die ze nodig acht. Ze kan onder meer de organisatie die de aanvraag tot subsidiëring heeft ingediend horen, deskundigen horen, aanvullende documenten en gegevens opvragen en een bezoek ter plaatse brengen of aan de administratie vragen een onderzoek ter plaatse uit te voeren.

§3. De leden van de adviescommissie, bedoeld in artikel 2, 8°, ontvangen 60 euro per dagdeel, alsook een reisvergoeding van 25 eurocent per kilometer. Een dagdeel duurt ten minste 2 uur en ten hoogste 4 uur.

§4. Het lidmaatschap van een adviescommissie is niet verenigbaar met het lidmaatschap van de jeugdraad, personeelslid van de jeugdraad of het steunpunt jeugd, personeelslid of lid van de raad van bestuur van een organisatie waarvan de beleidsnota of de subsidieaanvraag moet worden behandeld door de adviescommissie.

§5. De adviescommissies worden bijgestaan door de administratie.

§6. Men kan slechts tweemaal drie jaar lid zijn van eenzelfde adviescommissie.”.

Artikel 24:
Artikel 62 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: “Artikel 62
§1. Een op basis van dit decreet gesubsidieerde vereniging kan gedurende de periode waarbinnen deze vereniging haar beleidsnota uitvoert, onbeperkt fondsen aanleggen met eigen inkomsten en subsidies. Die fondsen moeten voldoen aan de geldende boekhoudkundige regels en moeten worden aangewend voor het doel van de vereniging.

§2. Aan het einde van de beleidsperiode mag de som van de bestemde fondsen en het overgedragen resultaat worden overgedragen naar een volgende beleidsperiode op voorwaarde dat die som niet meer bedraagt dan tien procent van de gemiddelde jaarlijkse kosten, berekend over de voorbije beleidsperiode.
De Vlaamse Regering kan een afwijking toestaan van het in het eerste lid bepaalde percentage op voorwaarde dat de vereniging daartoe een gemotiveerd bestedingsplan voorlegt.

§3. Als bij de afrekening van het laatste werkingsjaar van de beleidsperiode, bedoeld in §1, de som, bedoeld in §2, eerste lid, meer bedraagt dan hetgeen bepaald werd in §2, dan moet het teveel ingehouden worden op het nog uit te keren saldo van de subsidie, toegekend aan de vereniging, en moet het eventueel daarna nog resterende bedrag door de vereniging teruggestort worden aan de Vlaamse Gemeenschap tot een maximum van de door de Vlaamse Gemeenschap toegekende subsidies in het laatste jaar van de beleidsperiode. Als aan een vereniging bedoeld in §1, na afloop van de beleidsperiode waarop de beleidsnota betrekking heeft, geen subsidies meer worden verleend, dan is de vereniging verplicht een bestedingsplan voor de som, bedoeld in §2, eerste lid, aangelegd overeenkomstig §1, in te dienen bij de administratie. De som, bedoeld in §2, eerste lid, moet in voorkomend geval prioritair aangewend worden voor het voldoen van de arbeidsrechtelijke verplichtingen.”.

Artikel 25:
Aan artikel 16 van het decreet van 7 mei 2004 houdende aanvullende subsidies voor tewerkstelling in de culture
le sector wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
“In afwijking van het tweede lid, vindt, wat het landelijk jeugdwerk betreft, de eerste verdeling en toewijzing, bedoeld in artikelen 9 en 10, plaats in het kader van de bespreking van de beleidsnota 2007-2009.”.

Artikel 26:
Dit decreet treedt in werking op een nader door de Vlaamse Regering te bepalen datum en uiterlijk op 1 januari 2006.

Sabine POLEYN, Herman SCHUEREMANS, Chokri MAHASSINE, Kris VAN DIJCK, Bart CARON, Tinne ROMBOUTS

Ingediend onder in het halfrond Reacties uitgeschakeld voor Decreet op het Vlaamse Jeugdbeleid





 

Nieuws

We moeten af van ‘middeleeuwse’ overdracht van jachtrechten

Alternatieven voor dierproeven

Het ‘kleine’ parlementaire werk. Recente voorbeelden: Geluidshinder kusttram – Hakhoutbeheer – Restauratiepremies Onroerend Erfgoed – Beschermde landschappen

Ketnet wil zender voor allerkleinsten, “Legitieme vraag en begrijpelijke ambitie”

Gereglementeerde boekenprijs unaniem goedgekeurd door Vlaams parlement

Wat liep er fout met de bescherming Villa Slabbinck? (Brugge)

Groen verwelkomt Bellegemse windmolens, maar vraagt ‘windplan’ voor regio Kortrijk

Groen wil geen sloop hoekhuis Kasteelkaai-Belfaststraat.
Hoog tijd voor een Kortrijkse visie op erfgoed!

Woede van boeren terecht, maar alleen ander landbouwmodel geeft boeren een zekere toekomst.

Provinciebestuur W-Vl verliest vele (culturele) instellingen

Bart Caron : “Overdracht cultuurbevoegdheden provincies is een wangedrocht !”

Leve Mest-Vlaanderen

Nog geen bescherming poldergraslanden

Nog redders aan de kust?

Brugge weert plooifiets uit overheidsgebouwen

De Leie of het Kanaal naar Roeselare: Groen wil meer binnenvaart

Kortrijk Airport, milieuvergunning aangepast?

Wanneer faire prijzen voor landbouwproducten?

Kortrijk heeft de bus gemist

Burgerkabinet ontslaat Gatz niet van plicht om al bestaande inspraak te versterken

Steeds meer monumenten wachten op broodnodig onderhoud. Ondertussen verkrotten ze

Freya Piryns voorgedragen als vertegenwoordiger in de Raad van Bestuur van de VRT

Regering krimpt beloofde natuurgebieden langs de Leie sterk in

Bruggen in Kortrijk, werkende verlichting op de fietspaden is een brug te ver…

LAR-zuid, woordbreuk van de stadscoalitie

Informatie, diverse sporten en cultuur moeten prioriteit VRT blijven

‘Gemeenteraad is wachtzaal voor wie schepenambt wil’

Persmededeling: Groen maakt werk van versterking West-Vlaamse open ruimte.

Persbericht: 5 Groene werven voor een impuls in West-Vlaanderen.

Vlaamse regering bedreigt toekomst Vlaamse fictie