bartcaron.be

VOU tot mevrouw Joke Schauvliege over textielafval

Ingediend op oktober 13th, 2009 door bartcaron

De voorzitter: De heer Caron heeft het woord.
De heer Bart Caron: Mevrouw de minister, collega’s, we kennen allemaal het fenomeen van
de containers voor afgedragen kledij. Er wordt zelfs een onderscheid gemaakt tussen wegwerpkledij
en herbruikbare kledij. Ook de grote plasticzakken die we wel eens tussen het
reclamedrukwerk vinden voor oude kledij, kennen we allemaal. Die dingen worden door de
mensen meestal geassocieerd met liefdadigheid, maar er zijn ook een aantal commerciële
bedrijven die dergelijke containers plaatsen op openbare plaatsen en op privéterreinen en
daarnaast ophalingen organiseren.
Het is geen nieuwe thematiek, ze is de voorbije jaren in dit parlement al vaak aan bod gekomen.
Ik kom straks op de aanleiding van mijn vraag.
Er is een verandering omdat men een erkenning van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij
(OVAM) moet hebben om dit soort activiteiten te doen. Dan kunnen deze bedrijven
bij de gemeentebesturen een aanvraag doen om kledij op te halen. Er zit een hele machinerie
achter dit verhaal. De commerciële spelers werken via het principe van de friperies. Het gaat
vaak over kledij die wordt hergebruikt en die ook, na het sorteren, op de markt wordt gegooid
in de derde wereld. Vandaag komen er heel veel opmerkingen over het feit dat met onze kledij
de eigen kledijmarkt in het zuiden zelf onder een stevige druk wordt gezet en vaak weggeconcurreerd
wordt. Dat is een heel droevige zaak. Onze afdankertjes beconcurreren daar dus
expliciet de lokale textielindustrie. Het is een maatschappelijke thematiek die verder reikt dan
ons vuil alleen.
Ik wil twee sporen aangeven. In het Radio 1-programma Peeters en Pichal, ondertussen welbekend,
is dit fenomeen bijna zes maanden geleden uitgebreid aan bod gekomen. Ook daar is
de commerciële activiteit van een aantal bedrijven uitdrukkelijk aan bod gekomen. Nogal wat
luisteraars hebben er kwaad op gereageerd. Ze hebben gelijk, vind ik. De namen van sommige
bedrijven alleen al wekken ook bij mij wrevel op. Curitas bijvoorbeeld lijkt toch wel erg
hard op caritas en op zorg, waarnaar het Latijnse woord verwijst. Bij Curitas staat ‘nv’ achter.
Ik kan u echter verzekeren dat in mijn stad nog containers staan van een bedrijf dat ondertussen
ook een nv is maar dat op zijn stickers nog altijd vzw achter zijn naam heeft staan.
Uw voorgangster minister Crevits, de toenmalige voogdijminister van de OVAM, opperde in
dezelfde radio-uitzending om hogere eisen te stellen over de motieven van de ophalers en
verzamelaars van die oude kledij. Ze had het over een label dat duidelijk zou moeten maken
of het ingezamelde textiel terechtkomt in het commerciële dan wel het caritatieve circuit.
Bovendien vond de minister dat de gemeenten de autonomie moeten hebben om te bepalen
wie op hun grondgebied inzamelingen mag organiseren. Ze zouden zelf moeten kunnen kiezen
of het al dan niet een organisatie met een sociaal doel mag zijn. Dat is een standpunt dat
uiteraard onze goedkeuring kan wegdragen.
Dit laatste werd in dezelfde uitzending ook geopperd door de woordvoerder van de OVAM,
hoewel de OVAM uiteraard niet de bedoeling heeft om aan sociale doelen te beantwoorden
maar om met afval, met afgedragen textiel in dezen, om te gaan.
Ik kom tot mijn punt. Ik ben met deze thematiek in mijn eigen gemeenteraad en mijn eigen
streek bezig. Er is een grote intercommunale Imog. Ik ben ook in mijn eigen stad tussengekomen.
Daar zijn wij geconfronteerd met een schrijven van de OVAM. De brief van 6 mei
van de OVAM, die in het dossier van de gemeenteraad van september zat, stelt dat het stedelijke
voornemen – dat staat in een stedelijk reglement een hele tijd geleden al goedgekeurd
door de gemeenteraad – om enkel samen te werken met non-profitorganisaties, strijdig is met
actieprogramma 6 van het sectoraal uitvoeringsplan Milieuverantwoord Beheer van Huishoudelijke
Afvalstoffen. Dit actieprogramma 6 bepaalt dat de kringloopcentra en andere sociale
organisaties met het oog op hergebruik in Vlaanderen in 2015 kunnen groeien naar 3000 voltijdequivalenten
(VTE) tewerkstelling, evenwel zonder dat dit ten koste gaat van de reguliere
tewerkstelling. Die laatste twee zinnen komen uitdrukkelijk uit het actieplan. De ambtenaar
schrijft in zijn brief dat er geen belastinggeld uitgegeven mag worden om werkplaatsen te
creëren wanneer dit ten koste gaat van jobs die de overheid niets kosten.
Ik vind het verbazingwekkend dat de ambtenaar die conclusie trekt en dat in mijn gemeenteraad
een beslissing wordt voorgelegd om een eigen reglement ongedaan te maken. Mevrouw
de minister, ik wil van u wat duidelijkheid krijgen. Dit roept bij mij toch wel wat vragen op.
Hebben de gemeenten de autonomie om te kiezen voor een exclusieve inzameling door organisaties
met een sociaal karakter? Is wat uw voorganger minister Crevits zei, effectief mogelijk?
Of was het een leugentje om bestwil? Of is het niet omgezet in een besluit of wat dan
ook? Hoe kan het dat de genoemde brief van de OVAM van 6 mei zo haaks staat op wat de
minister en de woordvoerder van de OVAM enkele weken eerder beweerden op de openbare
omroep? Verdient het geen aanbeveling om in eerste instantie in zee te gaan met bestaande
lokale en sociale initiatieven, zoals de kringwinkels? Dat is nog een verdergaand voorstel dan
alleen organisaties met een sociaal doel.
De voorzitter: Mevrouw Van den Eynde heeft het woord.
Mevrouw Marleen Van den Eynde: Mevrouw de minister, toen ik deze vraag las, dacht ik:
moeten uitspraken in een radioprogramma waarbij een minister een aantal intenties of ideeën
naar voren brengt, nu al primeren op bestaande milieuregelgeving?
Ik heb begrip voor het feit dat een gemeente caritatieve projecten wil ondersteunen, maar het
kan toch geen probleem zijn om een marktbevraging te doen ook bij niet-caritatieve organisaties.
Ik wil u vragen om uw afvalbeleid niet alleen te laten worden tot een caritatief afvalbeleid
dat vooral zijn weerslag vind op de gemeentelijke begroting. Denk maar aan de
kringloopprojecten. Ik ben daar niet tegen maar ik lees in de begroting zeer hoge cijfers die
enkel betaald worden door belastinggeld van de gemeentebewoners. Het gaat niet over kleine
bedragen.
Daarmee wil ik niet gezegd hebben dat het idee dat door minister Crevits is geuit, een slecht
idee is of dat er niet over mag worden gediscussieerd. Als men een idee uit op de radio, wil
dat niet zeggen dat dat zomaar moet worden overgenomen in de wetgeving en van tel is bij de
uitvoering.
Ik wil waarschuwen om niet telkens de reguliere tewerkstelling te fnuiken ten voordele van
allerhande caritatieve projecten waarvan de werking niet altijd even doorzichtig is. Daar zijn
tal van voorbeelden van. Mijnheer Caron, het is ook niet eerlijk om alle textielophalers over
dezelfde kam te scheren zoals u in uw vraag doet.
De voorzitter: De heer Caron heeft het woord.
De heer Bart Caron: Wat dat laatste betreft, zou u principieel een punt hebben. Ik wil net zo
min als u werk afnemen van reguliere ophalers van textiel. Uit een onderzoek blijkt echter dat
de grootste bedrijven die met dat textiel werken, eigenlijk niet geïnteresseerd zijn in het ophalen
van het textiel as such, maar wel in de verwerking ervan. Er zou dus een zeer goed samenwerkingsverband
kunnen groeien tussen enerzijds de sociale sector en anderzijds de
friperies, die deels voor de derde wereld werken, of met de kledij die tot lompen wordt verwerkt
of in de afvalketen terechtkomt. Er is dus een perfecte taakverdeling mogelijk tussen
beide. U spreekt over oneerlijke concurrentie, maar er is geen concurrentie.
Bovendien gaat het niet over geld van gemeentenaren dat daarin wordt gestopt. (Opmerkingen
van mevrouw Marleen Van den Eynde)
De voorzitter: Minister Schauvliege heeft het woord.
Minister Joke Schauvliege: Mijnheer Caron, u hebt uw vraag ook gericht tot minister
Bourgeois, dus ik zal op uw eerste vraag ook antwoorden namens minister Bourgeois.
De gemeenten hebben de bevoegdheid om op grond van de gemeentelijke autonomie alles te
regelen wat van gemeentelijk belang is. Dat betekent in concreto dat zij kunnen oordelen dat
het aangewezen is om niet meer dan één textielinzamelaar op het grondgebied toe te laten,
voor zover zij daartoe een sluitende motivering aandragen. In de mate dat er een toelating
wordt gegeven op basis van een politiereglement, lijkt het minister Bourgeois op basis van de
finaliteit van een dergelijk reglement niet verenigbaar met het doel van een politiereglement
om een beleidsvoorkeur, zijnde een exclusieve inzameling van tweedehandskledij door organisaties
met een sociaal karakter, daarop te baseren. Een gemeentelijke politieverordening
moet immers steeds het vrijwaren van de openbare orde tot doel hebben. De gemeenteraad
mag zijn politionele bevoegdheid niet aanwenden om andere doeleinden te realiseren.
Een beperking in het politiereglement om redenen dat men op het grondgebied van de gemeente
geen overwoekering wenst van containers, is in dat opzicht wel geoorloofd. Het is
niet aanvaardbaar om een beperking – bijvoorbeeld het geven van een exclusieve toelating
aan bepaalde sociale organisaties – om een andere reden dan de openbare orde in te lassen in
een politiereglement.
Daarnaast is het uitsluitend toelaten van een sociale organisatie niet zonder meer verenigbaar
met de principes van vrijheid van handel en het decreet d’Allarde betreffende de vrijheid van
arbeid. In principe is mededinging bij de toewijzing geboden. Een beperking is slechts mogelijk
indien een sluitende motivering voorhanden is.
De gemeentelijke autonomie wordt ook beperkt door de regelgeving omtrent het textielafval
zoals bepaald in het door de Vlaamse Regering goedgekeurde uitvoeringsplan Milieuverantwoord
Beheer van Huishoudelijke Afvalstoffen. Het voornemen om alleen samen te werken
met non-profitorganisaties is strijdig met actieprogramma 6 van dat plan. Het actieprogramma
bepaalt dat de kringloopcentra en andere sociale organisaties met het oog op hergebruik in
Vlaanderen in 2015 kunnen groeien naar 3000 voltijdequivalenten, evenwel zonder dat dat
ten koste gaat van de reguliere tewerkstelling. Er moet met andere woorden heel omzichtig
worden omgegaan met subsidiëring van werkplaatsen wanneer dat ten koste gaat van jobs die
de overheid niets kosten.
Tot zover het antwoord van minister Bourgeois. Ik kom nu tot het antwoord op uw tweede
vraag. Volgens het bestek wenste de stad Kortrijk alleen nog de verenigingen zonder winstoogmerk,
de vennootschappen met een sociaal oogmerk of OCMW’s de textielfractie van het
huishoudelijk afval te laten inzamelen. Daaronder vallen ook kringloopcentra. De brief van 6
mei 2009 van OVAM vraagt de stad Kortrijk om andere mogelijke private inzamelaars toe te
laten om in te schrijven op de aanbesteding van de inzameling van huishoudelijk textielafval.
Alleen dan is de organisatie van het textielafval in overeenstemming met het reeds vermelde
actieprogramma 6 van het uitvoeringsplan Milieuverantwoord Beheer van Huishoudelijke
Afvalstoffen.
Ik verwijs ook naar het antwoord van minister Crevits op uw schriftelijke vraag nummer 860
van vorig jaar over dezelfde problematiek. De uitspraken van minister Crevits moeten ook in
de juiste context worden gezien. Uw conclusie dat minister Crevits zou hebben gesteld dat
gemeenten toch kunnen kiezen voor een exclusieve ophaling door organisaties met een sociale
doelstelling, lijkt mij een stap te ver. De gemeente kan beslissen om daar eventueel mee in
zee te gaan, maar dan moet ze ook de bepalingen van openbare aanbesteding en dergelijke
volgen.
Het actieprogramma 6 van het uitvoeringsplan Milieuverantwoord Beheer van Huishoudelijke
Afvalstoffen vermeldt expliciet: “Ook andere, al dan niet sociale projecten en organisaties
kunnen een bijdrage leveren tot een toename van het producthergebruik.” Om het hergebruik
te stimuleren binnen een materialenbeheer rekent de Vlaamse overheid daarom niet alleen op
de kringloopcentra, ook andere partners kunnen daarin een rol spelen.
Een gemeente kan kiezen om met een of meer lokale sociale initiatieven samen te werken
voor textielinzameling. Wanneer zij een vergoeding betaalt voor die dienstverlening, moet de
wetgeving inzake overheidsopdrachten worden gevolgd. Zij mag lokale verankering en sociale
tewerkstelling daarbij niet gebruiken om andere organisaties dan de kringloopcentra te
weren. Je kunt de keuze dus beperken, maar je moet telkens ook de wetgeving inzake overheidsopdrachten
volgen.
De OVAM vraagt de gemeenten om niet te werken met monopolies voor de textielinzameling
op hun grondgebied. Er is immers voldoende textielafval voor kringloopcentra en vergunde
en erkende private inzamelaars. De private sorteerbedrijven in Vlaanderen zorgen ervoor dat
meer textielafval op een gestructureerde wijze wordt ingezameld en gesorteerd met het oog
op maximaal hergebruik dan andere organisaties. De doelstelling van het Vlaamse afvalstoffenbeleid
is immers om zo veel mogelijk textielafval selectief in te zamelen, en dat is niet
alleen beperkt tot de fractie herbruikbare kledij. Bovendien stellen de private textielinzamelaars
ook lager geschoolde werknemers te werk.
In uw inleiding stelde u dat we werk moeten maken van een meer kwalitatief aanbod van de
private textielinzamelaars. We zullen eens nakijken hoe er kan worden nagegaan of er sprake
is van wanpraktijken.
De voorzitter: De heer Caron heeft het woord.
De heer Bart Caron: Er zijn inderdaad veel wanpraktijken in de sector, maar je mag niet
iedereen over dezelfde kam scheren. Niet elk bedrijf is malafide. Er zijn ook commerciële
bedrijven die op dat terrein heel degelijk werk leveren. Dat is duidelijk.
Ik ben een beetje ontgoocheld in het antwoord. De politieke intentie om de sociale doelstellingen
niet uitdrukkelijk naar voren te schuiven, is niet aanwezig. Onder de argumentatie van
de wetgeving inzake overheidsopdrachten wordt de zaak opengetrokken. Het zal dus van de
creativiteit van de openbare besturen afhangen of ze al dan niet een sociale clausule in hun
bestekken en offertes steken. En dan kunnen ze het natuurlijk toch oplossen.
Ik weet niet, mevrouw de minister, of een actieplan waarin wordt verwezen naar 3000 voltijdse
equivalenten, een voldoende juridische basis is voor zo’n conclusie, zoals ze geformuleerd
is in de brief. Ik vind dat er een beetje over. Ik begrijp de redenering heel goed wanneer
het over de overheidsopdrachten gaat, en ik wil ook geen absolute beperking. Maar ik heb het
gevoel dat hier een andere intentie achter zit en dat de argumentatie niet helder is.
Minister Joke Schauvliege: Een gemeente kan dat wel vastleggen als een criterium in haar
openbare aanbesteding. Als je die sociale doeleinden belangrijk vindt, kun je dat onderdeel
laten uitmaken van je openbare aanbesteding. In die zin kun je al een beetje die richting uitgaan.
Maar op voorhand beperkend zeggen dat het alleen om een bepaalde organisatie gaat,
ligt moeilijk en is strijdig met de bepalingen.
De voorzitter: Het incident is gesloten.

Ingediend onder in de commissies, in het parlement Reacties uitgeschakeld voor VOU tot mevrouw Joke Schauvliege over textielafval





 

Nieuws

We moeten af van ‘middeleeuwse’ overdracht van jachtrechten

Alternatieven voor dierproeven

Het ‘kleine’ parlementaire werk. Recente voorbeelden: Geluidshinder kusttram – Hakhoutbeheer – Restauratiepremies Onroerend Erfgoed – Beschermde landschappen

Ketnet wil zender voor allerkleinsten, “Legitieme vraag en begrijpelijke ambitie”

Gereglementeerde boekenprijs unaniem goedgekeurd door Vlaams parlement

Wat liep er fout met de bescherming Villa Slabbinck? (Brugge)

Groen verwelkomt Bellegemse windmolens, maar vraagt ‘windplan’ voor regio Kortrijk

Groen wil geen sloop hoekhuis Kasteelkaai-Belfaststraat.
Hoog tijd voor een Kortrijkse visie op erfgoed!

Woede van boeren terecht, maar alleen ander landbouwmodel geeft boeren een zekere toekomst.

Provinciebestuur W-Vl verliest vele (culturele) instellingen

Bart Caron : “Overdracht cultuurbevoegdheden provincies is een wangedrocht !”

Leve Mest-Vlaanderen

Nog geen bescherming poldergraslanden

Nog redders aan de kust?

Brugge weert plooifiets uit overheidsgebouwen

De Leie of het Kanaal naar Roeselare: Groen wil meer binnenvaart

Kortrijk Airport, milieuvergunning aangepast?

Wanneer faire prijzen voor landbouwproducten?

Kortrijk heeft de bus gemist

Burgerkabinet ontslaat Gatz niet van plicht om al bestaande inspraak te versterken

Steeds meer monumenten wachten op broodnodig onderhoud. Ondertussen verkrotten ze

Freya Piryns voorgedragen als vertegenwoordiger in de Raad van Bestuur van de VRT

Regering krimpt beloofde natuurgebieden langs de Leie sterk in

Bruggen in Kortrijk, werkende verlichting op de fietspaden is een brug te ver…

LAR-zuid, woordbreuk van de stadscoalitie

Informatie, diverse sporten en cultuur moeten prioriteit VRT blijven

‘Gemeenteraad is wachtzaal voor wie schepenambt wil’

Persmededeling: Groen maakt werk van versterking West-Vlaamse open ruimte.

Persbericht: 5 Groene werven voor een impuls in West-Vlaanderen.

Vlaamse regering bedreigt toekomst Vlaamse fictie