bartcaron.be

Vraag om uitleg over het experiment met persoongebonden budgetten

Ingediend op maart 10th, 2009 door bartcaron

Vraag om uitleg van de heer Bart Caron tot mevrouw Veerle Heeren, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over de stand van zaken in het experiment met het persoonsgebonden budget

De voorzitter: De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron: Mevrouw de minister, ik wil peilen naar een stand van zaken van het experiment met het persoonsgebonden budget (PGB). Een aantal aanwezige collega´s hebben destijds overigens samen met mij het voorstel van resolutie voorbereid en goedgekeurd met betrekking tot dat experiment met het persoonsgebonden budget. Dat is ook de aanleiding van deze vraag, samen met de signalen die ik krijg vanuit het veld over het verloop en de verdere evolutie van het experiment.

Dit is een heel gevoelige sector, en dat is maar goed ook. Laat ons maar blij zijn dat het middenveld zo mondig is, maar het is ook belangrijk om dan verder te gaan en ook op politiek vlak de vraag te stellen hoe het nu zit, wat de problemen zijn, wat we kunnen doen enzovoort.

Mevrouw de minister, in maart vorig jaar kondigde uw voorganger, Steven Vanackere, aan dat hij vier miljoen euro wilde vrijmaken voor een experiment met het PGB. Via een persinitiatief vanuit het kabinet werd op 16 juni 2008 aangekondigd dat in september 200 volwassen personen met een handicap met dat experiment zouden starten in de regio´s Antwerpen-stad en Halle-Vilvoorde. Op 15 januari 2009 werd het besluit van de Vlaamse Regering dan gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

Intussen zijn we maart 2009 en loopt deze legislatuur langzaam naar haar einde. Daarom wil ik u een aantal vragen stellen, mevrouw de minister. Kan ik een algemene stand van zaken krijgen van het experiment? Ik verneem dat er een wijziging is opgetreden in het initieel geplande aantal deelnemende personen aan het experiment. Welk traject hebben die personen tot nu toe doorlopen?

Op welke criteria en principes is de berekening van het budget van de zorgvragers berekend? Zijn er beperkingen met betrekking tot de bestedingsmogelijkheden van hun budget, andere dan de zorgnood zou laten uitschijnen? Wat is de rol van de budgethoudersverenigingen in het experiment? Worden zij daarvoor gefinancierd? Werd de voorziene vier miljoen euro die toegekend werd vanuit het uitbreidingsbeleid 2008, ingezet in het kader van het experiment? Hoe werd dat gedaan? Waarin is voorzien in 2009? Zijn er bijvoorbeeld middelen getransfereerd? Zit er een ruiter op? Hoeveel middelen gaan er naar het flankerend wetenschappelijk onderzoek? Het is immers de bedoeling dat uit het experiment lessen worden getrokken om het op een goede manier te veralgemenen.

De voorzitter: Mevrouw Van der Borght heeft het woord.

Mevrouw Vera Van der Borght: Ik sluit me uiteraard graag aan bij de vraagsteller over de stand van zaken van het experiment. Ik wil even wijzen op het doel van het experiment: komen tot een regelgeving. De voorzieningen voor personen met een handicap gaan steeds vaker het persoonsgebonden budget zien als een financieringsmechanisme voor alle personen met een handicap, of ze nu in een voorziening verblijven of zelf hun zorg financieren. Dat stelt ons tevreden omdat wij steeds vragende partij zijn geweest en hebben aangedrongen op het PGB.

In de resolutie die aan de basis ligt van het PGB staat dat het experiment zou worden geëvalueerd na twee jaar, met het oog op de toekomstige uitvoeringsbesluiten. Er staat ook in dat er een flankerend wetenschappelijk onderzoek zou worden verricht. Wat is de stand van zaken van dat flankerend onderzoek? Wie doet dat? Wordt er bij het experiment rekening gehouden met de vraag om het PGB te zien als de toekomstige financieringsmethode van de zorg voor alle personen met een handicap, ook die die in een instelling verblijven?

Ik zou nog willen verwijzen naar onze bespreking in de commissie van 10 februari 2009 over het meerjarenplan. U verraste ons met een afgerond plan. U zou het ons eind februari of in de krokusvakantie bezorgen. U zou het begin maart in de commissie voorleggen. Ik heb het plan nog niet ontvangen. Ik was al van plan om te vragen naar die stand van zaken. Daar komt nog bij dat ik gisteravond een telefoontje kreeg van een journalist. Ik viel bijna achterover bij de vraag of het klopte dat er geen meerjarenplan kwam. Ik heb gevraagd waar men dat haalde, maar uiteraard geeft men zijn bronnen niet prijs. Het bericht kwam wel uit de sector en was 100 percent zeker. Ik viel een tweede keer achterover toen ik vernam dat u van de minister-president de stille wenk zou gekregen hebben om geen nieuw meerjarenplan voor te leggen. Klopt dat? Hoe zit dat?

De voorzitter: De heer Dehaene heeft het woord.

De heer Tom Dehaene: Ik ben zeer benieuwd naar de stand van zaken van het PGB en ik sluit me aan bij de vraag van de heer Caron.

De resolutie vraagt verder om er voldoende rekening mee te houden dat het experiment bruikbaar moet zijn voor de rest van Vlaanderen. We verstonden daar vooral onder dat het budgettair haalbaar moest zijn. Houdt men daar rekening mee? Zit dat ingebouwd in het experiment?

Mevrouw Van der Borght, u zit lang genoeg in de politiek om te weten dat u van de pers niet alles moet geloven. We kunnen dit rustig klasseren onder de noemer indianenverhalen.

Mevrouw Vera Van der Borght: Dat zal de minister moeten bevestigen.

De voorzitter: Mevrouw Stevens heeft het woord.

Mevrouw Helga Stevens: Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, ik sluit me volledig aan bij de vraag om uitleg. Ik kan alleen maar vaststellen dat het decreet over het PGB al in de vorige regeringsperiode werd goedgekeurd, in 2001. Ik betreur ten zeerste dat het zo lang aansleept. Ik besef best wel dat uw partij niet echt een voorstander was van het PGB en dat men zelfs bang was om het volledig uit te voeren. Het decreet werd door een democratische meerderheid goedgekeurd. Er is maar één verklaring voor dat het zo lang duurt eer het wordt uitgevoerd. Ik steun de vraag van de heer Caron. Ik ben benieuwd of het experiment echt deftig en ernstig werd uitgevoerd, met alle respect voor de noden van de betrokkenen die een PGB-aanvraag indienden. Ik begrijp de vrees van de heer Dehaene dat het budgettair haalbaar moet blijven. Maar niemand heeft die angst geuit bij de bankcrisis. Dat is ook een miljardendossier en dat is ook niet onze fout. (Opmerkingen van de heer Tom Dehaene)

Het is inderdaad een ander thema. Als het om personen met een handicap gaat, mag het echter niet te veel geld kosten! De ziekteverzekering, die mag ook geld kosten! Maar personen met een handicap staan in Vlaanderen steeds op wachtlijsten! In dat geval gaat het steeds over het geld! Ik zou graag vooruitgang boeken op dit punt en met het PGB.

De voorzitter: Minister Heeren heeft het woord.

Minister Veerle Heeren: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Caron, ik dank u voor deze vraag, want het is maart en we zijn hier inderdaad volop mee bezig. Ik heb al een aantal heel interessante ontmoetingen gehad op het kabinet, niet alleen met experts maar ook met gebruikers.

U vraagt naar een stand van zaken. Er waren initieel 200 kandidaten in september 2008. Gisteren, op 9 maart, waren nog steeds 168 deelnemers actief in het experiment. We zullen waarschijnlijk ook kunnen landen met die 168 mensen.

Mevrouw Stevens, u hoeft zich niet zo op te winden, het experiment is gestart in september 2008. De eerste zes maanden liep het voortraject: de fase van de vraagverduidelijking en van de opmaak van het ondersteuningsplan. De diensten, die bij deze fase betrokken waren, sturen nu de ondersteuningsplannen binnen voor de deelnemers aan het experiment. Een aantal diensten die door veel deelnemers werden aangezocht om hen daarbij te helpen, moeten nog een groot aantal ondersteuningsplannen afwerken en laten toekomen op het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH).

Daarnaast hebben tien erkende multidisciplinaire teams de inschaling gedaan van de deelnemers aan het experiment. Dat gebeurde met het nieuwe inschalingsinstrument, gebaseerd op de zorggradatie.

Dag mevrouw Stevens. Ik zie immers dat ze de zaal verlaat.

Praktisch alle inschalingen worden nu door de inschalingscommissie besproken en definitief afgerond. In de loop van de maand april 2009 moeten alle deelnemers aan het experiment kunnen beschikken over het hen toegewezen budget. Dat moet dus over een aantal weken het geval zijn, en we zitten al vrij ver. Dan kunnen ze, tot eind 2010, hun budget inzetten in overeenstemming met hun ondersteuningsplan.

Voor de bepaling van de budgethoogte werkt het PGB-expertencomité principes en regels uit. Ook die werkzaamheden komen nu in een finale, beslissende fase. Uw vraag komt dus echt op het juiste moment. Ik heb de experts opgedragen na de vergadering van een drietal weken geleden, om mij uiterlijk tegen 27 maart 2009 een definitief voorstel van regeling te bezorgen.

Sowieso liggen de krijtlijnen van het experiment vast. Ik som ze even op. Ten eerste is er de verplichting om met de tweehonderd initiële deelnemers te werken binnen een macrobudget van vier miljoen euro. Het zijn 168 deelnemers geworden, maar het budget blijft gelijk: vier miljoen euro. Ten tweede is er het respecteren van de negen punten, opgenomen in de resolutie die hier op 12 december 2007 werd goedgekeurd. Ten derde is er de mogelijkheid om de ondersteuning onder de vorm van zorg in natura, zowel met een voucher als met een cashbudget, te vergoeden. Ten slotte gelden de maximale bestedingsvrijheid tijdens het experiment eens het budget is toegekend, en de nauwgezette opvolging hiervan door de onderzoekers en door het VAPH.

Anticiperend op wat mevrouw Van der Borght heeft gezegd, kan ik meedelen dat het altijd de bedoeling is geweest om dit gepaard te laten gaan met een wetenschappelijke begeleiding. Professor Jef Breda werd daarvoor aangeduid en zal alles onmiddellijk mee opvolgen, want daarvoor dient het experiment. Het is de bedoeling om het in 2010 heel grondig te kunnen evalueren. Met het oog op de toekomst is dit dus een belangrijk experiment.

De budgethoudersverenigingen zijn actoren die een rol spelen in het voortraject. Ook zij helpen de deelnemers bij de vraagverheldering en bij het opstellen van het ondersteuningsplan. Daarvoor krijgen de budgethoudersverenigingen een vergoeding van 540 euro per kandidaat-budgethouder die zij in het voortraject begeleiden. Als de budgethouder gestart is met zijn budget, kan hij of zij een beroep doen op een budgethoudersvereniging voor verdere ondersteuning. Hiervoor kan hij de budgethoudersvereniging vergoeden vanuit de eigen PGB. De vergoeding is af te spreken tussen de budgethoudersvereniging en de deelnemer aan het experiment.

In 2008 ging het slechts over één vierde van het vastgestelde budget van vier miljoen euro voor het experiment. Dat miljoen euro werd overgedragen, als eenmalig budget, onder meer om het agentschap in de mogelijkheid te stellen om de deelnemers aan het experiment van nabij op te volgen door middel van een systeem van monitoring. Voor het overige zal dit eenmalige budget ingezet worden voor aanverwante zorgvernieuwingsprojecten.

Dit jaar, 2009, werd opnieuw vier miljoen euro ter beschikking gesteld voor de budgethouders. Zij krijgen, zoals eerder gezegd, dit budget binnenkort ter beschikking. Dat gebeurt – echt waar – in de maand april. Als dat niet zo zou zijn, mag u mij erop afrekenen, ik ben er voldoende van op de hoogte hoe ver we zitten. Met dat budget kunnen ze hun ondersteuningsplan uitvoeren. Het is de bedoeling om enige reserve ter beschikking te houden om schommelingen in de budgetten te kunnen opvangen.

Voor het wetenschappelijke onderzoek werd in een bedrag van 340.478 euro voorzien, bovenop het budget om de PGB´s te kunnen uitkeren. De uitgave van dit budget wordt gespreid over drie jaar: 2008, 2009 en 2010.

Mevrouw Van der Borght, u stelde een vraag over het meerjarenplan. Ik heb dit in het begin van deze week ook aan de heer Van Gestel laten weten, want hij vroeg me om aanwezig te zijn op zijn activiteit. Ik ben zeer blij dat onze minister-president ons daar zal vertegenwoordigen.

De leidend ambtenaar van het VAPH heeft de adviezen van zijn raadgevend comité ontvangen. Die adviezen moeten worden verwerkt. Ik hoop dat dit zo snel mogelijk gefinaliseerd kan worden. Op dit ogenblik loopt dit nog.

De voorzitter: De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron: Ik dank de minister voor het duidelijke antwoord. Aangezien hier enige discussie over is, heb ik me op voorhand goed geïnformeerd. Het is geen toeval dat een van de vorige sprekers een opmerking heeft gemaakt over de totaliteit van het budget en over de wijze waarop de budgetten worden bepaald. Ik zou hier zelf in elk geval ook een bekommernis willen uiten.

Het kader dat de minister heeft geschetst, bevat een aantal degelijke principes. Ik hoop dat die principes zo ruim mogelijk zullen worden geïnterpreteerd. De inschaling van de zorgzwaarte en de toekenning van het budget zou in een ander bedrag dan de reële ondersteuningsnoden kunnen resulteren. Indien we dit in stukken knippen, zouden we bij een ander bedrag kunnen uitkomen. Het lijkt me in het kader van dit experiment belangrijk in voldoende ruimte te voorzien. We moeten onderzoeken wat goed werkt en waar er problemen zijn. Ik wil me niet op het ene of op het andere vastpinnen. Er mag geen misbruik zijn. Het is duidelijk dat we onze centen zuinig en goed moeten aanwenden. Het fonds – als ik die term mag gebruiken – heeft enigszins de neiging de zaken op een strakke en goed gereglementeerde wijze te regelen. Dat is de neiging en de rol van een administratie die goed werk levert. Ik wil hier evenwel voor voldoende ruimte pleiten. Het experiment moet zijn volledige amplitude krijgen.

Ik spreek hier uit hoofde van de individuele zorgvragers. De multidisciplinaire teams hebben degelijk werk geleverd. Ze hebben met een nieuw inschalingsinstrument geëxperimenteerd. Dit instrument is ruimer dan de instrumenten uit het verleden. Het kan nog nuttig zijn voor andere toekomstige zorginschalingen. We mogen het niet te strak hanteren.

Ik ben blij dat de streefdatum, april 2009, zal worden gehaald. Ik wil het even cru formuleren: het ergste wat ons zou kunnen overkomen, is een uitstel tot na de verkiezingen. Hoewel het systeem manco´s kent, steun ik elke maatregel om het toch te realiseren.

Een van de delicate punten met betrekking tot de ondersteuningsnood en de inschaling betreft de inschatting van zorg in natura en van mantelzorg. De vraag is hoe dit in een PGB kan worden ingepast. Dit is een concrete illustratie van de redenen waarom we dit niet te strak mogen interpreteren. Indien we hier een goed beeld op willen krijgen, zullen we dit goed moeten onderzoeken.

Ik heb nog een vraag over de rol van de budgethoudersvereniging. De budgethoudersvereniging ontvangt een vergoeding voor de rol die ze in het voortraject speelt. Als alles operationeel is, moet de zorgvrager zijn PGB aanwenden om alles zelf te betalen. Zal dit op dezelfde manier als bij de persoonsgebonden assistentiebudgetten verlopen? (Opmerkingen van minister Veerle Heeren)

Indien de minister die vraag nu niet kan beantwoorden, mag ze mij altijd mailen. Moet de betrokkene zelf voor de vergoeding van de budgethoudersvereniging instaan? Gaat het om een voorafname op het budget, of gaat het om overhead-kosten die door het VAPH zullen worden gedragen? Ik pleit in elk geval voor de invoering van een gelijkaardig systeem.

Wat de totaliteit van het budget betreft, weten we dat één miljoen euro is overgedragen. We beschikken dit jaar over vier miljoen euro. Ik neem aan dat er een buffer voor lichte kredietoverschrijdingen is. Een gedeelte van het budget is ook voor andere vormen van zorgvernieuwing aangewend. Ik heb vernomen dat uit de eerste ronde zou blijken dat de totale kostprijs 4,5 miljoen euro zou bedragen. Ten opzichte van de initiële planning gaat het om een budgetoverschrijding. Kan dit, binnen het kader van de bestaande financiële opdrachten, worden opgevangen?

Tot slot wil ik nog iets over het meerjarenplan van het VAPH zeggen. Dat plan is op zich geen wet. Ik heb dezelfde signalen als mevrouw Van der Borght opgevangen. Ik heb vandaag vier of vijf mails met dezelfde inhoud ontvangen. Het betreft hier een document van een administratie. In mijn ogen is dat studiewerk. Ik heb er geen problemen mee dat een dergelijk document nadien nog wordt aangevuld. Er mogen nog adviezen en aanvullende documenten komen. Dit heeft niets met de status van het document van het VAPH te maken. Als we onze werkzaamheden hebben beëindigd, moet het Vlaams Parlement wel een nuttige discussie kunnen voeren.

Ik neem aan dat het voorzichtig antwoord op de vraag van mevrouw Van der Borght een signaal is. Als de minister over al het materiaal beschikt, kunnen we met zijn allen een open discussie voeren. De ontwikkeling van goede opties is belangrijk voor de toekomst en voor het volgend Vlaams regeerakkoord.

De voorzitter: Mevrouw Van der Borght heeft het woord.

Mevrouw Vera Van der Borght: Ik wil hier nog even op ingaan. Ik vind dit immers zeer belangrijk. Minder dan drie weken geleden heb ik hierover een vraag om uitleg gesteld. De minister heeft toen een vrij correct en direct antwoord gegeven. Ik heb dat korte en krachtige antwoord toen als een aangename verrassing ervaren. Ik heb toen ook positief gereageerd.

Blijkbaar heeft de minister zich op 10 februari 2009 echter vergaloppeerd. Ze is iets te voorbarig geweest. Ik citeer: ?Ik zal u kunnen verrassen. Het is mijn bedoeling om het eind februari in te dienen in het parlement. Ik weet dat het dan krokusvakantie is, maar het zal op die manier toch begin maart kunnen worden geagendeerd. U hebt daarover mijn woord en mijn engagement. We vinden het namelijk heel belangrijk dat er in dit parlement een politiek-maatschappelijk debat wordt gevoerd.?

Ik heb hierop het volgende geantwoord: ?Ik ben uiteraard zeer tevreden met uw engagement. U stelt dat we uw woord hebben en dat u eind februari de meerjarenplanning zult indienen. Ik blijf echter een beetje op mijn honger, omdat u niet kunt zeggen welke richting de studie zal uitgaan?. Hierop heeft de minister haar voornemen nogmaals herhaald. Ik citeer opnieuw: ?Het plan wordt eind februari ingediend. Sneller konden we echt niet zijn. Ik ga ervan uit dat het plan dan snel kan worden gedrukt en kan worden besproken in deze commissie.?

Ik treed de stelling van de heer Caron bij dat we het stuk al kunnen bespreken, los van het feit dat er ondertussen nog een aantal adviezen binnenlopen. Het is niet de eerste keer dat we ontwerpen van decreet bespreken en dat het advies van de Raad van State nog niet binnen is. Hier gaat het over een advies van een raadgevend comité, wat van een minder zwaarwichtige aard is dan een advies van de Raad van State.

Mevrouw de minister, ik zou hier graag duidelijkheid over hebben. Ofwel hebt u zich toen vergaloppeerd en zou het u sieren als u zou zeggen dat u voorbarig bent geweest, ofwel hebt u de raad gekregen niet te vlug te gaan en het een beetje tegen te houden. Dan moeten we daar ook duidelijkheid over krijgen.

We gaan naar een verkiezingsperiode, en in debatten zullen we hier vragen over krijgen. Ik wil er klaarheid over om te kunnen antwoorden. Ik ga niet naar een debat waar ik moet zeggen dat ik een antwoord heb gekregen, maar er verder niets meer over weet.

De voorzitter: Minister Heeren heeft het woord.

Minister Veerle Heeren: Mijnheer Caron, voor alle duidelijkheid: het is 4 miljoen euro en geen euro meer of minder. Binnen die krijtlijnen is alles mogelijk. Als we uitkomen op berekeningen die wat hoger zijn, dan moeten we het verder verfijnen om binnen het budget te blijven. Voor mij is het belangrijk dat het van start kan gaan over een paar weken, binnen die krijtlijnen. We doen er alles aan om zo te kunnen landen.

Wat betreft de vraag over het plan, is mijn antwoord niet minder kort en krachtig dan een paar weken geleden. Alleen zijn er adviezen van het raadgevend comité. U kunt zeggen dat die adviezen ook later kunnen komen, maar het is juist de bedoeling een eindstuk te maken dat rekening houdt met die adviezen. Dat engagement blijft.

U zegt dat ik me hebt vergaloppeerd in de timing. Dat zal wel zo zijn. We zijn vandaag 10 maart. Het is de bedoeling een antwoord te geven aan de vraag van het parlement en dus het werkstuk van het VAPH voor te leggen, net zoals dat de bedoeling was met de visietekst over de bijzondere jeugdzorg. Dat zijn twee zaken waar ik persoonlijk geen enkele verdienste aan heb, het zijn niet de plannen van minister Heeren. Het zijn plannen die zijn voorbereid binnen de administratie, maar waarvan het belangrijk is dat er een maatschappelijk debat over wordt gevoerd en waarbij ik hoop dat er over de partijgrenzen heen een modus vivendi in kan worden gevonden.

De voorzitter: Het incident is gesloten.

 

Ingediend onder in de commissies, in het parlement Reacties uitgeschakeld voor Vraag om uitleg over het experiment met persoongebonden budgetten





 

Nieuws

We moeten af van ‘middeleeuwse’ overdracht van jachtrechten

Alternatieven voor dierproeven

Het ‘kleine’ parlementaire werk. Recente voorbeelden: Geluidshinder kusttram – Hakhoutbeheer – Restauratiepremies Onroerend Erfgoed – Beschermde landschappen

Ketnet wil zender voor allerkleinsten, “Legitieme vraag en begrijpelijke ambitie”

Gereglementeerde boekenprijs unaniem goedgekeurd door Vlaams parlement

Wat liep er fout met de bescherming Villa Slabbinck? (Brugge)

Groen verwelkomt Bellegemse windmolens, maar vraagt ‘windplan’ voor regio Kortrijk

Groen wil geen sloop hoekhuis Kasteelkaai-Belfaststraat.
Hoog tijd voor een Kortrijkse visie op erfgoed!

Woede van boeren terecht, maar alleen ander landbouwmodel geeft boeren een zekere toekomst.

Provinciebestuur W-Vl verliest vele (culturele) instellingen

Bart Caron : “Overdracht cultuurbevoegdheden provincies is een wangedrocht !”

Leve Mest-Vlaanderen

Nog geen bescherming poldergraslanden

Nog redders aan de kust?

Brugge weert plooifiets uit overheidsgebouwen

De Leie of het Kanaal naar Roeselare: Groen wil meer binnenvaart

Kortrijk Airport, milieuvergunning aangepast?

Wanneer faire prijzen voor landbouwproducten?

Kortrijk heeft de bus gemist

Burgerkabinet ontslaat Gatz niet van plicht om al bestaande inspraak te versterken

Steeds meer monumenten wachten op broodnodig onderhoud. Ondertussen verkrotten ze

Freya Piryns voorgedragen als vertegenwoordiger in de Raad van Bestuur van de VRT

Regering krimpt beloofde natuurgebieden langs de Leie sterk in

Bruggen in Kortrijk, werkende verlichting op de fietspaden is een brug te ver…

LAR-zuid, woordbreuk van de stadscoalitie

Informatie, diverse sporten en cultuur moeten prioriteit VRT blijven

‘Gemeenteraad is wachtzaal voor wie schepenambt wil’

Persmededeling: Groen maakt werk van versterking West-Vlaamse open ruimte.

Persbericht: 5 Groene werven voor een impuls in West-Vlaanderen.

Vlaamse regering bedreigt toekomst Vlaamse fictie