bartcaron.be

Mestverwerking in West-Vlaanderen

Ingediend op juni 5th, 2008 door bartcaron

Schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Bart Caron aan mevrouw Hilde Crevits, Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur over de inplanting van mestverwerkingsinstallaties.

 

Sinds 1 januari 2007 is het nieuwe mestdecreet in werking als oplossing voor de strengere Europese regels voor bemesting.  In dit decreet wordt mestverwerking naar  voor geschoven als een belangrijke oplossing voor het wegwerken van het mestoverschot. Het richtkader voor de inplanting van installaties voor mestbehandeling en vergisting in Vlaanderen is de omzendbrief RO/2006/01. In deze omzendbrief wordt gesteld dat de inplanting van een mestverwerkingsinstallatie in agrarisch gebeid kan, mits rekening te houden met de voorwaarden inzake de ruimtelijke ordening, het mobiliteitsaspect en het inputmateriaal (stromen niet afkomstig van land- en tuinbouw mogen tot 40% van het geheel uitmaken).

 

West-Vlaanderen zorgt intussen voor 64% van de mestverwerking in Vlaanderen, terwijl de provincie maar verantwoordelijk is voor 42% van de mestproductie. Dit toont aan de vergunningen niet steeds op een doordachte manier zijn toegekend.

De verwerking gebeurt in industriële installaties die ingeplant zijn in agrarisch gebied. Dit agrarisch gebied ligt soms rond woonkernen en heeft geen transportinfrastructuur en veiligheidsvoorzieningen voor deze industriële activiteiten. Het transport gebeurt soms op landelijke wegen met overlast en geurhinder voor de omwonenden tot gevolg.

 

Er waren plannen om de Omzendbrief RO/2006/01 te laten evalueren door een werkgroep.

 

Daarom volgende vragen aan de minister:

  1. Zijn er al resultaten van de kritische evaluatie van de omzendbrief RO/2006/01?
  2. Hoeveel mestinstallaties hebben een vergunning gekregen in agrarisch gebied?
  3. Zijn er plannen om het toekennen van een vergunning aan strengere en duidelijkere regels te onderwerpen?

 

Antwoord minister Crevits:

 

1.            De omzendbrief RO/2006/01 “afwegingskader en randvoorwaarden voor de inplanting van installaties voor mestbehandeling en vergisting”, werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 19 mei 2006.

 

       Deze omzendbrief werd inderdaad uitgewerkt om een richtkader aan te reiken aan de exploitant, de omgeving en de betrokken administraties inzake de inplanting van mestverwerkings-en vergistingsinstallaties in agrarisch gebied.
       Het Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking (VCM vzw) heeft input en ondersteuning gegeven bij de opmaak en evaluatie van de omzendbrief RO/2006/01. Zo werd in maart 2007 binnen een VCM-werkgroep al een eerste evaluatie van de omzendbrief uitgevoerd, in overleg met mijn Kabinet en die van mijn collega’s van Ruimtelijke Ordening en Landbouw en de bevoegde administraties. Het resultaat werd neergeschreven in de VCM-nota ‘Evaluatie omzendbrief RO/2006/01’ (april 2007).
       Om de inplantingsproblematiek te kunnen objectiveren heb ik het VCM in februari 2008 gevraagd een actuele interne nota op te stellen met betrekking tot de inplanting van mestverwerking.
       Hier volgen de voornaamste conclusies:
       aanvullend op de huidige voorwaarden in de omzendbrief kan overwogen worden om bepaalde aspecten – al dan niet dossiermatig – te verfijnen. Mogelijkheden zijn het opleggen van een verplicht percentage mest en bijkomende aandacht geven aan de landschappelijke inkleding, het beheer van de installatie en het mobiliteitsaspect.
       De omzendbrief RO/2006/01 blijft vandaag een goed richtkader voor de inplanting van installaties voor mestbehandeling of vergisting in agrarisch gebied. De juridische draagkracht is wel te beperkt en verschillende interpretaties zijn al vastgesteld. Zo zijn bv. het begrip ‘bedrijfsgebondenheid’ en het opleggen van een 10-km zone niet relevant. Eveneens zal een eventuele verlaging van de maximaal toegelaten capaciteit van 60.000 ton in agrarisch gebied de maatschappelijke aanvaarding niet vergroten.
       Inplanting op bedrijventerreinen blijkt geen haalbaar alternatief te zijn. Op vandaag zijn er immers weinig of geen terreinen beschikbaar en een bijkomende afbakening neemt minimum 2 à 3 jaar in beslag. Bovendien resulteren zowel de afbakening van dergelijke bedrijventerreinen als de concrete inplanting van de installaties zelf  meestal in bezwaren vanuit de omgeving (omwonenden en lokale overheden).
       Graag vestig ik er uw aandacht op dat volgens bovengenoemde VCM-nota meer dan 70% van de milieuvergunningsaanvragen (sinds begin 2007) in eerste aanleg vergund zijn zonder dat er nadien nog een beroep is ingesteld. Meer dan 74% van de operationele installaties ontvingen nog nooit een klacht of PV.

       Ik beschouw deze nota als een belangrijke stap in een grondige evaluatie van de meest geschikte inplantingsplaatsen voor mestverwerkingsinstallaties in Vlaanderen. Zoals ik reeds vermeld heb in mijn antwoord op een schriftelijke vraag van mevrouw Tinne Rombouts over hetzelfde onderwerp, is het mijn bedoeling om de nota spoedig verder te bespreken met mijn collega’s van Ruimtelijke Ordening en Landbouw en met de betrokken administraties en sectoren.

       We mogen niet vergeten dat mestverwerking broodnodig blijft om de doelstellingen van de Europese nitraatrichtlijn te halen. Ik pleit er wel sterk voor dat er steeds gestreefd wordt naar een maximale ruimtelijke inpasbaarheid en naar een uitgebreide en actieve communicatie met de buurtbewoners en de betrokken administraties.  Want vele praktische problemen lijken mij eerder aan het ontbreken van een plaatselijk draagvlak, dan aan de omzendbrief zelf gelegen te zijn.

 

       Een actualisatie van de omzendbrief is op dit ogenblik dan ook voorlopig niet aangewezen. 

2.            In mijn antwoord op de vraag nr. 453 van mevr. Tinne Rombouts heb ik een uitgebreid overzicht gegeven van het aantal mestverwerkings- en mestbewerkingsinstallaties dat de afgelopen vijf jaar een milieuvergunning aangevraagd en gekregen hebben. Ik wil dan ook voor meer details verwijzen naar mijn antwoord op deze vraag.
       Volgens gegevens in het ‘Voortgangsrapport 2007’ van de Mestbank zijn er voor 317 mestverwerkingsinstallaties vergunningen verleend in Vlaanderen:
– 205 in West-Vlaanderen;
– 57 in Oost-Vlaanderen;
– 38 in Antwerpen;
– 11 in Limburg;
– 6 in Vlaams-Brabant.
       Deze zijn te vinden op de website van de VLM.
       (http://www.vlm.be/SiteCollectionDocuments/Publicaties/mestbank/07voortgangsrapport.pdf)
       Om een idee te krijgen welke installaties zich bevinden in het agrarisch gebied kan ik verwijzen naar de ge
gevens van de recentste VCM-enquête (juli 2006 – juni 2007), waaruit blijkt dat er momenteel 135 mestverwerkingsinstallaties operationeel zijn. Daarnaast zijn er, aldus het VCM, volgens de meest recente cijfers 45 nieuwe installaties vergund (milieuvergunning). Dit brengt het totaal van operationele installaties plus deze die in de pipeline zitten op 180. Hiervan zijn er 166 in agrarisch gebied gelegen. De overige 14 bevinden zich op bedrijventerreinen.
       Onderverdeeld per provincie betekent dit:
–  West-Vlaanderen: 111 installaties waarvan 86 operationeel (103 in agrarisch gebied en 8 op een bedrijventerrein);
–  Oost-Vlaanderen: totaal 23 waarvan 16 operationeel (21 in agrarisch gebied en 2 op een bedrijventerrein);
–  Antwerpen: totaal 33 waarvan 24 operationeel (32 in agrarisch gebied en 1 op een bedrijventerrein);
–  Limburg: totaal 11 waarvan 8 operationeel (8 in agrarisch gebied en 3 op een bedrijventerrein);
–  Vlaams-Brabant: totaal 2 waarvan 1 operationeel (2 in agrarisch gebied en 0 op een bedrijventerrein).
       In de inleiding van de vraagstelling werd vermeld dat West – Vlaanderen 42% van de mestproductie van Vlaanderen meebrengt, maar wel zorgt voor 64% van de mestverwerking in Vlaanderen, dus verhoudingsgewijze meer dan  de andere provincies.
       Wanneer we dit toetsen aan het beschikbare cijfermateriaal uit het Voortgangsrapport 2007 van de Mestbank en uit de VCM-enquête lijkt de trend per provincie enigszins anders te liggen.
       Het aandeel van West-Vlaanderen in de mestproductie bedraagt 42% en in de operationele verwerkingscapaciteit 42%.
       Voor Oost-Vlaanderen bedraagt dit respectievelijk 23,2% productie en 21,3% verwerkingscapaciteit.
       Voor Antwerpen bedraagt dit respectievelijk 19,0% productie en 6,1% verwerkingscapaciteit.
       Voor Limburg bedraagt dit respectievelijk 9,7% productie en 30,6% verwerkingscapaciteit.
       Voor Vlaams-Brabant bedraagt dit respectievelijk 6,1% productie en 0% verwerkingscapaciteit.

3.            Zoals reeds blijkt uit de hiervoor vermelde VCM-enquête is het aantal klachten bij operationele installaties zeer beperkt. 75% van de klachten betrof slechts 2 bedrijven, voornamelijk in verband met geurhinder. Minder dan 2% van de klachten resulteerde in de opmaak van een proces-verbaal door de Milieu-inspectie omwille van geur. Bij meerdere installaties kunnen de geurklachten in verband gebracht worden met problemen die vooral voorkomen tijdens de opstartfase van installaties. Dit is niet verwonderlijk. De voorwaarden die opgelegd worden bij mestverwerkingsinstallaties zijn uitgebreid. Vooreerst zijn er de algemene milieuvoorwaarden van Vlarem II die gelden voor alle bedrijven. Verder zijn er uitgebreide voorwaarden voor de verschillende vormen van mestverwerking die gesteund zijn op de VITO-BBT-studie “Beste Beschikbare Technieken voor mestverwerking”.

       Geval per geval worden daarnaast de milieuvergunningsaanvragen onderzocht door diverse instanties, meestal volgens de procedure klasse 1.

       De afdeling Milieuvergunningen geeft een milieutechnisch advies. De afdeling Ruimtelijke Ordening van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed, geeft eveneens advies inzake de verenigbaarheid met de goede ruimtelijke ordening en de bestemmingsplannen. Het Schepencollege van de gemeente waar de inrichting wordt ingeplant geeft een advies en er gebeurt een openbaar onderzoek.

       De adviezen worden gezamenlijk beoordeeld in de provinciale milieuvergunningscommissie en door de deputatie wordt de vergunning in eerste aanleg al of niet toegekend. Tegen deze beslissing staat zowel voor de omwonenden als de exploitant een administratief beroep open bij mijn ambt. Ingeval van beroep wordt de aanvraag zowel milieutechnisch als op het vlak van verenigbaarheid met voorschriften van de plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen opnieuw onderzocht.  Wat dit laatste betreft, moet een nieuwe inplanting van een mestverwerkingsinstallatie op een ruimtelijk verantwoorde manier gebeuren.

       In de milieuvergunning kunnen bijzondere voorwaarden worden opgelegd, dit om rekening te houden met specifieke technische kenmerken van de mestverwerkingsinstallaties en andere lokale omstandigheden. De aanpak is identiek aan deze van andere hinderlijke bedrijven en tot nu toe lijkt deze aanpak goed te werken. Behoudens wat verfijning dringt een wijzigende aanpak zich momenteel niet op.  De huidige regelgeving tot het bekomen van een stedenbouwkundige- of milieuvergunning bieden voldoende garantie dat dit op een doordachte manier gebeurt.  De omzendbrief biedt daarbij een duidelijk richtkader.

 

 

Een reactie op “Mestverwerking in West-Vlaanderen

  1. roegiers patrik schreef:

    nieuw mestverwerkingsbedrijf in Ruiselede (abeelhof) – hoeveel huidige lopende aanvragen voor dergelijke vergunningen, welk percentage heeft west vlaanderen nu al bereikt,? -gaan er nog altijd blijven bijkomen? – is het verzadigingspunt nu nog niet bereikt?- buurtregeling werd hier straal genegeerd! -iedereen vreest de enorme impact op veel te smalle en de totaal niet aangepaste toevoerwegen ,wat met alle heen/weer verkeer van de gigantische mestvrachtwagens naast de al bestaande situatie bv tijdens oogsten van aardappelen,graan en vooral maïs+dat daartussen nog de fietsende schoolgaande jeugd en een fietsroute moeten laveren (verkeersveilgheid? zie onlangse dodelijke accidenten in de streek op landbouwwegen – wat met gistende mestfracties in open lucht? ( bezoek aan een werkend bedrijf was verbijsterend!!) als gemeenteraadslid baart dit voor mij grote zorgen en vraag ik visie’s en regelmenteringen op i.v.m.al dan niet overkappingen, toevoerwegen,groenzones enz..

Reacties zijn gesloten.






 

Nieuws

We moeten af van ‘middeleeuwse’ overdracht van jachtrechten

Alternatieven voor dierproeven

Het ‘kleine’ parlementaire werk. Recente voorbeelden: Geluidshinder kusttram – Hakhoutbeheer – Restauratiepremies Onroerend Erfgoed – Beschermde landschappen

Ketnet wil zender voor allerkleinsten, “Legitieme vraag en begrijpelijke ambitie”

Gereglementeerde boekenprijs unaniem goedgekeurd door Vlaams parlement

Wat liep er fout met de bescherming Villa Slabbinck? (Brugge)

Groen verwelkomt Bellegemse windmolens, maar vraagt ‘windplan’ voor regio Kortrijk

Groen wil geen sloop hoekhuis Kasteelkaai-Belfaststraat.
Hoog tijd voor een Kortrijkse visie op erfgoed!

Woede van boeren terecht, maar alleen ander landbouwmodel geeft boeren een zekere toekomst.

Provinciebestuur W-Vl verliest vele (culturele) instellingen

Bart Caron : “Overdracht cultuurbevoegdheden provincies is een wangedrocht !”

Leve Mest-Vlaanderen

Nog geen bescherming poldergraslanden

Nog redders aan de kust?

Brugge weert plooifiets uit overheidsgebouwen

De Leie of het Kanaal naar Roeselare: Groen wil meer binnenvaart

Kortrijk Airport, milieuvergunning aangepast?

Wanneer faire prijzen voor landbouwproducten?

Kortrijk heeft de bus gemist

Burgerkabinet ontslaat Gatz niet van plicht om al bestaande inspraak te versterken

Steeds meer monumenten wachten op broodnodig onderhoud. Ondertussen verkrotten ze

Freya Piryns voorgedragen als vertegenwoordiger in de Raad van Bestuur van de VRT

Regering krimpt beloofde natuurgebieden langs de Leie sterk in

Bruggen in Kortrijk, werkende verlichting op de fietspaden is een brug te ver…

LAR-zuid, woordbreuk van de stadscoalitie

Informatie, diverse sporten en cultuur moeten prioriteit VRT blijven

‘Gemeenteraad is wachtzaal voor wie schepenambt wil’

Persmededeling: Groen maakt werk van versterking West-Vlaamse open ruimte.

Persbericht: 5 Groene werven voor een impuls in West-Vlaanderen.

Vlaamse regering bedreigt toekomst Vlaamse fictie