Gisteren heeft het rijke Vlaanderen haar Cultuurprijzen uitgereikt. Het was een sfeervol feestje, daar in de stadsschouwburg van Kortrijk. Alle schoon volk verzameld in een icoon van de burgerlijke cultuur. Een ideaal moment voor cultuurterroristen: één bom en de hele Vlaamse culturele elite was naar de hemel. Het mocht van mij een symbolische bommetje zijn, een ludieke actie of zo. Helaas heeft niemand deze unieke gelegenheid te baat genomen, zodat we de komende jaren nog niet af zijn van deze zelfverklaarde en vooral weinig zelfkritische elite. Al moet ik bekennen dat ik zelf tot die club behoor. Ik vraag bij deze vergiffenis voor mijn culturele zonden.
Want ja, de formule van de cultuurprijzen vertoont schuin gelopen schoenzolen, bevat spruitjeslucht en is gekenmerkt door okselgeuren van overjaarse cultuurbobo’s. Hoeft het dan ook geen verbazing te wekken dat wie daar niet toe behoort uit de zaal komt met de gedachte een wereldvreemde en hoogste elitaire bijeenkomst van gelijkgezinden te hebben bijgewoond. Dat gevoel heb ik niet, net als zovelen die tot de incrowd te behoren. Maar ik kan hen geen ongelijk geven.
Maar was het vroeger zoveel beter? De Cultuurprijzen waren tien jaar geleden helemaal een ramp. Hopeloos versnipperd, gedevalueerd, zonder behoorlijke geldprijzen, weinig prestige en uitstraling, op uiteenlopende momenten uitgereikt, enz. Daardoor waren de commerciële prijzen, uit de boekensector, de muziek of de film veel belangrijker geworden dan de ‘Staatsprijzen’ van Vlaanderen. Dat moest beter. De huidige formule, ook al zeven jaar oud, krikte de belangstelling en de waardering fors op. Dat is al goed, maar het kan nog veel beter. Zo is de vraag of het werken met nominaties wel gepast is. Ter vergelijking: in de letterenwereld zijn de verschillende jaarlijkse prijzen uitgegroeid zijn tot kampioenschappen met commerciële doelen. Hier hebben de inrichters, meestal uitgevers of verkopers helemaal geen schroom om met long- en shortlists te werken. Weliswaar ten bate van de boekenverkoop, niet van de auteurs. De gedrukte en de audiovisuele media draaien graag in dit circus mee, wegens commerciële verstrengeling en direct eigenbelang. Film- en muziekprijzen hebben hetzelfde karakter. Is er dan een probleem? Wel ja, werken met dit soort lijstjes hoort niet thuis bij cultuurprijzen van een overheid zoals de Vlaamse Gemeenschap. De overheid moet er geen (slechte) wedstrijd van maken, noch geld aan verdienen, noch mensen met lege handen naar huis sturen. Het gaat hier om erkenning, waardering voor culturele prestaties. Daarom: per discipline één winnaar, en daarmee uit! De formule met drie genomineerden, hoe goed bedoeld ook – meer mensen in de kijker zetten en er zo waardering voor uitspreken – deugt niet meer. Geen opbod, geen herhaaldelijke ontgoocheling van kunstenaars die jaar na jaar genomineerd worden, maar nooit het grote lot winnen.
Daarnaast worden er vaak appels en citroenen, en zelfs peren in dezelfde zak van Sinterklaas gestopt. De categorieën mogen wat beter afgebakend worden, geen jazzmuzikant bij een (hedendaags)klassieke componist of een orkestleider. Zo nodig moeten er maar meer beurtrollen worden ingesteld: bijv. voor klassieke muziek elke drie jaar, afgewisseld met rock, jazz en wereldmuziek. Kortom de categorieën mogen bijgewerkt worden. Zo is het erfgoed nog steeds ondergewaardeerd en krijgen de kunsten heel veel aandacht. Het sociaal-cultureel werk, de cultuurspreiding, de cultuureducatie, jongerencultuur en alles wat tot cultuurparticipatie aanzet blijven buiten beeld.
En is het ook niet aangewezen in de toekomst te werken met jury’s die voor enkele jaren aanblijven? Zo kan er enige continuïteit ontwikkeld worden in de waardering van kunstenaars, organisaties enz.
En of alle Cultuurprijzen nog op één avond moeten worden uitgereikt? Ik denk van wel, vooral omdat er hier disciplines worden overstegen. De kunsten en het erfgoed zijn reeds lang niet meer in hoog ommuurde hokjes van disciplines ondergebracht. Ze opsplitsen en ze koppelen aan een evenement van een bepaalde werksoort, zoals de boekenbeurs of het theaterfestival doet onrecht aan het interdisciplinaire karakter. En dompelt de prijs weer onder in de vijver van gelijkgezinden uit die ene sector.
Maar boven alles: een dikke proficiat aan Eric Antonis. Grote mijnheer, bescheiden persoon. Hij kreeg de prijs voor algemene culturele verdienste, de enige prijs die niet met nominaties werkt. Hetzelfde geldt trouwens voor de Staatsprijs der Nederlandse Letteren van de Taalunie. De waardering is hoog, het prestige groot. Het mag met alle prijzen zo gaan. Bravo Eric.
PS Zou onze aller VRT ook een beetje meer aandacht willen besteden aan deze Cultuurprijzen? Is dat niet haar expliciete opdracht, ‘cultuur’ brengen? Ook simpelweg omdat de VRT met Vlaams belastingsgeld gefinancierd.
Zou ik wel een blogje schrijven op Gedichtendag? Ik zou het misschien beter niet doen. Er zijn zovele mooie gedichten geschreven, dat elk mens zich moet afvragen of hij daar nog iets kan aan toevoegen. Nee dus. Ik kan dat niet, gedichten schrijven, hooguit een essay, of stukjes. Ik waag me er dan ook niet aan. Ik lees liever poëzie van wie dat echt kan.
Op Gedichtendag moet de Cultuurcommissie van het Vlaams parlement minstels symbolisch tonen dat ze een ‘cultuur’commissie is. En dus ook een beetje tijd moet maken voor gedichten. We spraken daarom af dat iedereen die een vraag stelde of een standpunt formuleerde, eerst een gedicht moest voorlezen.Ik koos voor een gedicht van Willie Verhegghe uit zijn bundel ‘Ode aan Owen’ en voor een stukje proza van Jozef Deleu uit zijn ‘Gras dat verder groeit’. Jozef zal me wel niet kwalijk nemen dat ik het hier ook even opneem. Het is zo mooi. Hij noemt het een lexicon vol diepgang en verrassing, verdicht proza vol melancholie en troost. Hij schreef toen hij zeer ernstig ziek was: “met de eindigheid in zicht werd al het overbodige geschrapt”. Daaruit het voor politici zo herkenbare ‘Hoogmoed’.
Hoogmoed is het watermerk van de bescheidenen.
Meer dan eens heb ik ‘bescheidenen’ erop betrapt dat
zij als sprekers van de dag achterin de zaal bleven staan.
De voorzitter moest hen uitnodigen om naar voren te
komen. Dat gebeurde onder algemene belangstelling.
Traag, met licht gebogen hoofd schoven zij dan naar
hun voorbehouden plaatsen.
Aks je ze daar plagend op wees, grapten ze dat ze van
nature verlegen waren, plattelanders die ertegen opzagen
om onder de mensen te komen.
Ik ben mild voor de ijdeltuiten die, wetend dat ze verwacht
worden, vanzelf op de mesthoop gaan staan.
En voor wie het niet gelooft, ik ben niet bescheiden, maar wel verlegen, een beetje toch. Dank aan de schrijvers en dichters, die me zoveel mooie momenten bezorgen.
De gepolitiseerde samenstelling van de openbare omroep is geen goede keuze. Ze dateert uit hele oude tijden, en is in de ons omringende landen al lang verlaten. Daar zetelen experts in het bestuur, gescreend door een onafhankelijke organisatie.Een verre (en naïeve) droom voor Vlaanderen, dat zal het wel zijn. Maar we zijn niet kleinzerig. Dat er bij de aanstelling van topmensen van overheidsbedrijven partijpolitieke evenwichten moeten gezocht worden, is geen geheim. Maar mag het alsjeblieft iets méér zijn? In het verleden werden door de politieke fracties zelden tot nooit (ex-)politici voorgedragen voor bestuursmandaten bij de VRT. De meeste partijen stuurden academici, en/of cultuur- en media-experts of financiële topmensen. Zoals Jozef Deleu bijvoorbeeld. Dat principe gooien de meeste partijen deze keer over de haag.
Luc Van den Brande wordt de nieuwe voorzitter van de Raad van Bestuur van de VRT. Nu kent iedereen Luc Van den Brande als een politicus met een grote uitstraling, zowel nationaal, als gewezen minister-president en federaal minister, als internationaal, als voorzitter van de EVP-fractie binnen de Raad van Europa of als voorzitter van het Comité van de Regio’s.
Zijn benoeming tot president - zo’n titel hoort hij graag - van de openbare omroep, dat roept toch wel een paar vragen op. Hij is voorzitter van het Comité van de Regio’s. Het Mediadecreet bepaalt dat het voorzitterschap van de VRT onverenigbaar is met het lidmaatschap van een politieke assemblee. En al is het Comité van de Regio’s niet formeel op die lijst opgenomen, naar de geest is onverenigbaarheid hier zeker ook van toepassing.En, als dat formeel wel zou mogen, is dat ethisch wel aanvaarbaar? En, is het gepast dat de voorzittersstoel wordt bezet door een voormalig toppoliticus - het zal de schijn van verregaande politisering van de omroep niet wegnemen.
Maar, en dat is verontrustender, niets wijst erop dat Luc Van den Brande een geschikte bestuurder zou zijn voor de VRT. Politiek gepikt en gemazeld en veel bestuurservaring, dat wel. In zijn toch wel uitgebreide CV is er geen enkele link te vinden met media. Op zijn eigenste website prijkt het zelfs niet bij zijn persoonlijk interesses. Maar zoals gezegd, we gaan niet kleinzerig doen.
Mijn gedachte dat de VRT bestuurders verdient die méér troeven in handen hebben dan enkel partijkaarten, zal wel niet kloppen. Er zijn toch wel een paar uitzonderingen, oef.
De voorbije dagen was er veel te doen over de stopzetting van subsidiëring van twee Bewegingen: nl. de Ijzerbedevaart en Liga voor Mensenrechten. Nu blijkt dat het niet over twee maar over tien sociaal-culturele volwassenenorganisaties gaat. Daarvan worden er drie onterecht hun subsidies ontnomen. Dat bleek uit een vraag van mezelf aan Joke Schauvliege in de commissie Cultuur.
Zeven organisaties verdwijnen uit het decreet. Bij drie verenigingen wordt de basisenveloppe met 10% verminderd. Zes bewegingen kunnen geen subsidies meer aanvragen voor de volgende beleidsperiode. Eén landelijke vormingsinstelling krijgt geen subsidie meer.
De procedure is nogal ingewikkeld. Eind augustus ontvingen tien organisaties een negatieve eindevaluatie. Acht van de tien organisaties dienden een verhaalschrift in. Die werden behandeld in de beroepscommissie. Deze adviseerde in drie van de tien gevallen, anders dan de Administratie, toch positief. Minister Schauvliege heeft echter het laatste woord en legde dit advies naast zich neer. Ze doet ondanks het feit dat de beroepscommissie duidelijke argumenten aandraagt.
De manier waarop de minister dit heeft aangepakt, is ronduit hallucinant. Ze volgt de negatieve adviezen van de beroepscommissie (7) maar negeert de positieve adviezen (3) van de beroepscommissie, en dat zonder duidelijke motivering. Het is zelden of nooit vertoond. Zo verdwijnen de Liga voor Mensenrechten, Sociumi en het Verbruikersateljee uit het sociaal-cultureel werk en verliezen ze vanaf 1 januari 2011 alle subsidies.
Het is onbegrijpelijk dat de minister het advies van de beroepscommissie naast zich neerlegt. Vooral omdat ze zelf tijdens de behandeling van deze parlementaire v raag van mezelf deze ochtend stelde dat “als je commissies niet volgt, je ze beter kan afschaffen”. Wel, ze kan ze dus beter afschaffen. De rol van de decretaal geregelde beroepscommissie is in deze beslissingen namelijk nihil. Goed en deugdelijk bestuur kan je dat niet noemen.
Het is de regel dat wat zakelijke kwesties betreft, de administratie richtinggevend is, maar dat wat de inhoudelijke keuzes en beslissing betreft, de adviezen van experten richtinggevend zijn. Dat principe wordt voor het eerst verkracht. Daarenboven interpreteert de minister het decreet verkeerd: ze spreekt over drie adviezen, terwijl het er maar twee zijn.
Ik heb geen problemen met de schrapping van subsidies als dat eenduidig blijkt uit de rapporten en adviezen – een decreet moet toegepast worden. We hebben wel grote problemen met deze curieuze toepassing van het decreet.
Hiermee snijdt Joke Schauvliege diep in de spieren van het sociaal-cultureel volwassenenwerk. We durven niet denken dat haar keuze ideologisch geïnspireerd is. Ik vraag me af of ze, mocht het gegaan zijn over drie christelijk geïnspireerde organisaties, ze niet op het positieve advies zou ingegaan zijn…. Als ze deze werkwijze morgen ook gaat toepassen voor de kunsten- en de erfgoedsectoren, dan mogen velen beginnen vrezen.

Ik heb me weer eens laten gaan: ik ben naar de uitreiking van de Gouden Schoen geweest. Deels omdat ik van voetbal houd, deels omdat je dat soort spektakel toch eens moet hebben meegemaakt, als je de kans krijgt tenminste. Mijn stapels ander werk blijven wel drijven. En idd, het was een belevenis. Het protocol van VTM/HLN had mijn plaatsje in het afgeladen Casino-Kursaal van Oostende warm gehouden, meer zelfs, ik zat netjes tussen Lukaku en Boussoufa, twee topfavorieten voor die schoen. Boussoufa zou dan al een paar blinkende schoenen hebben, met één gouden schoen kan je niet goed shotten.
De 2000 voetbalgekken zagen een vlot en goed gemaakt programma, met als hoogtepunten de mooiste goal van het jaar – de overhoekse lange-afstandstreffer van de man die Beerschot naar de voetbalhemel brengt, Bart Goor – en het optreden van Daan.
Voetbal is big business, zo te zien aan de verzamelde collectie voertuigen in de parking van het Kursaal. Het was precies het autosalon. De (smalle) vakken in de parkeergarage zijn duidelijk niet voorzien op dat soort auto’s. Ik zou niet graag verzekeringsagent zijn mocht daar brand uitbreken.
Je ziet het ook aan de indrukwekkende collectie dure madammen. Hoe beter de voetballer, hoe schoner de dame. Eerlijk gezegd, voetbal is daarom alleen al mooi om naar te kijken. De collectie blote schouders en diepe decolletés, in zo’n grote densiteit, wordt m.i. nergens overtroffen. Goed voor de modesector alvast. Veel schone voetballers ook, voor één keer opgedirkt en gedeodorant, haast onherkenbaar voor wie ze enkel van hun werk kent.
Blijven glimlachen en applaudisseren, ook al krijg je de gouden schoen toch niet, zo maande de master of ceremonies de aanwezige topvoetballers aan. De vele BV’s deden wat van hen werd verwacht: applaudisseren als ze daartoe werden aangemaand, meezingen als dat moest, enthousiast zijn op bevel. Helaas, de uitslag was nog geen minuut bekend gemaakt, en de (oprechte) ontgoocheling droop van de gezichten van mijn buren, en voor de persmeute iets kon vragen waren ze al met de noorderzon verdwenen.
De Gouden Schoen kwam terecht bij, jawel Yves Leterme, Standard-supporter nummer één, die de honneurs mocht waarnemen voor de afwezige Standardspeler en -bazen. De website van Het Laatste Nieuws had Witsel al te geblameerd door hem in een lijst van verderfelijke Belgen te zetten. Ja, de tackle op Wasilevski was schandalig, maar het was geen moord toch? Het zuiders-overgevoelige Standard, ook voetballend niet bepaald goed in hun vel zittend, boycotte het voetbalfeestje. Ze hebben dik gelijk. Sommige luiden uit de pers menen zich alles te mogen permitteren, en dus goed dat ze een goede doef op hun neus krijgen. Leterme dankte de anti-held Jovanovic in het Servisch – als dat maar geen diplomatiek incident uitlokt – en zo kon VTM de pointe van de show alsnog redden. Goed Jov, proficiat en dik gelijk. Sportminister Philippe Muyters, hevig Antwerp-supporter keek er verweesd naar, en moest vaststellen dat hij eigenlijk een nobele onbekende is in voetballand.
Mijn waardeloze prijs gaat naar de minzame Perisic. Een stille jongen, maar een groot talent. Ooit pakt die nog een grote prijs, net als Lukaku. Het filmpje over de familie van die jongen was ontroerend mooi, om de nestwarmte, de eenvoud,, de ongedwongen en eerlijke ambities: de twee zone spelen ooit nog tegen elkaar, de ene bij Chelsea, de andere bij Arsenal.
Gelukkig was ik meegekomen met collega Carl D. – grote mond, klein hartje – die zo hoffelijk was ook nog voor Bob te spelen. Immers, het Kursaal was ongetwijfeld één van de laatste oorden waar de Jupiler nog niet gerantsoeneerd was, tot kolere van de stakende arbeiders van Inbev. Dik 2000 man kreeg op de receptie eten en drinken in overvloed – gratis bestaat nog. De keuken was multicultureel, zoals het voetbal zelf zeker? Wie zegt nog dat het slecht gaat met de economie? Toch niet met die van het voetbal zeker? En ook niet met HLN en VTM? Dat moet toch het duurste feestje geweest zijn dat ik ooit meemaakte. Gelukkig dat de VRT dat niet moet organiseren ...
Het lijkt wel alsof de kranten, radio en tv voor de eindejaarsperiode een ladenkast staan hebben met vooraf gevulde schuifjes. Zie maar: de Kerstdagen komen er aan en er hotst een hele horde journalisten met pen en camera naar Zaventem om er de massaal vertrekkende Vlamingen in beeld te brengen. Groot nieuws! Als het dan begint te vriezen, komen de daklozen in beeld – helaas, de verontwaardiging ebt snel weg. Dan stappen we na koningswensen en vuurwerk over op de solden die al dan niet succesvol starten, of gekenmerkt zijn door een nieuw record geld-uit-de-muur afhalen. Dit keer was grote nieuws het weerbericht. Twee nachten vorst of 5 cm sneeuw volstaan om Vlaanderen te ontredderen. Zonder dat lekkers zouden we het moeten stellen met van die typische nieuwsfeiten over de media zelf.: wie breekt het record van de slimste mens? Belangrijk nieuws?
Mag ik nog even het belang van een goed geïnformeerde publieke opinie benadrukken?. En derhalve het belang van een onafhankelijke en kwalitatieve pers. Die is cruciaal voor het goed functioneren van een open, democratische welvaartsstaat. Helaas, de laatste restjes kwaliteitsjournalistiek in Vlaanderen dreigen kopje onder te gaan in de ‘logica’ van de vrije markt. Zelfs winstgevende kranten en tijdschriften ontslaan redacteuren en fotografen.
Ik ben Geert Buelens dankbaar voor zijn onvolprezen essay. Het kwam op tijd, maar zal de storm in medialand een rimpeling veroorzaken in de samenleving? De Dramademocratie van Mark Elchardus kreeg tenslotte ook geen prijs voor essayistiek.
Elke kritiek op de te lage kwaliteit van de pers / de media wordt weggewuifd met het argument dat de lezers dit soort krant willen lezen. Ik geloof die voorkeuren van de lezers maar half, media bepalen bepalen tenslotte zelf grotendeels wat nieuws is en wat niet. Vragen journalisten zich zelf nog eens, ouderwets misschien, of ze een verantwoordelijk dragen in de samenleving? Ik bedoel de lezers, kijkers en luisteraars correct en genuanceerd informeren, en met goede argumenten opiniëren. Maakt dat geen deel uit van hun ethiek?
Wat is kwaliteit? Enkel het lees- en kijkvoer voor hooggeschoolden? Nee, in elk medium, zowel in populaire als de zgn. kwaliteitspers is er werk aan de winkel. Ook als het over het wielrennen gaat, verdient de lezer kwaliteit. Ik wil geen pleidooi houden voor iets elitairs, waar geen kat in geïnteresseerd is. Nee, we willen geen bladen waarmee je kan uitpakken op de trein, in eerste klasse uiteraard, terwijl je er enkel de ‘dag allemaal’ mee camoufleert. Toegankelijkheid is een must, maar dat is niet hetzelfde als een journaal dat zijn eerste kwartier besteedt aan een laagje sneeuw, ook al rijdt er daardoor een bus een dokterspraktijk binnen. Het is zoeken naar een evenwicht tussen toegankelijkheid en diepgang.
Om het hele stuk te lezen: klik hier.
Zo stond het te lezen: vanaf 1 februari moeten consumenten voor USB-sticks, settopboxen, mp3-spelers en externe harde schijven een extra kopieertaks betalen. Door een daling van de inkomsten op de ‘oude’ dragers als cd’s en cassettes, drong beheersmaatschappij Auvibel aan op een uitbreiding van de kopieertaks naar zowat alle digitale systemen. Voor een iPod met een flashgeheugen van 64 gigabyte wordt binnenkort een kopieertaks van 3 euro aangerekend. Wie denkt aan een harde schijf van meer dan 1 terabyte, moet 9 euro extra ophoesten. De nieuwe regeling werd goedgekeurd door de ministerraad, op voorstel van minister van Economie Vincent Van Quickenborne (Open Vld).
Mijn gedacht? In alle eerlijkheid? Wel, dit is een goede maatregel. Een piepkleine vergoeding op digitale dragers is geen doodgaan voor de consument nietwaar? Tenminste als je met mij overtuigd bent dat artiesten en auteurs een eerlijke vergoeding moeten krijgen voor hun werk. Tot vandaag moet er wel een kleine auteursrechtelijke vergoeding worden betaald op lege cassettes, DVD’s, lege CD’s e.d. Dat was nog niet geregeld voor harde schrijven, mp3-spelers enz. Het woord ‘taks’ is trouwens niet correct. Het gaat om een auteursrechtelijke vergoeding.
Waarom is het toch rechtvaardig? Wel, er is, of je dat goed vindt of niet, een zeer grote ‘gratis’-cultuur ontstaan bij de muziekliefhebber. Die downloadt vaak muziek zonder daarvoor te betalen. Dat is eigenlijk niet fair ten opzichte van de artiest, maar ik vrees dat het niet echt uit te roeien is. Het is zeer de vraag of je dat in de privésfeer ook moet of kan doen. Ik vind van niet.
Maar dan moeten de kunstenaars, de componisten en schrijvers op een andere manier hiervoor billijk vergoeden. Hoe kunnen we dat het beste doen? Door elke thuisdownloader voor de rechtbank te sleuren en als een misdadiger te beschouwen? Nee toch?
Uiteraard vindt Groen! elke grootschalige, commerciële namaak en piraterij strafbaar. Dat is onaanvaardbaar en te bestrijden.
Maar als met mij vindt dat muziek of literatuur waarop auteursrecht rust, voor privédoeleinden mag worden gekopieerd of gedownload, als je dat volgt, moet je artiesten op een compenserende manier vergoeden. Door ochgottekes 3 euro meer te betalen voor je harde schijf.
En ja, niet iedereen kopieert muziek of downloadt die op een harde schijf. Maar wel eens journalistieke stukken uit websites? Of literaire teksten? Solidariteit ligt aan de basis van zo’n werkwijze: iedereen betaalt een klein beetje. Veel kleine bedragjes maken voor vele artiesten een beetje meer eerlijk verdiende welvaart mogelijk.
PS Ik download of kopieer zelf nooit illegaal. En toch ben ik best bereid die kleine bijdrage te betalen. Graag zelfs als die maar bij de artiesten komt. Die bezorgen mij vaak vele uren cultureel plezier, voor zeer weinig geld.
![]()
Ik wens je een zorgeloos jaar, maar daarom geen vrijblijvend jaar,
ik wens je een adembenemend jaar, maar niet noodzakelijk een turbulent jaar,
ik wens je een jaar vol emotie, maar zonder bittere tranen,
ik wens je een jaar vol humor, maar vooral veel geluk.
Daarnet gelezen op Belga dat, als straks de procedure wordt opgestart om een nieuwe CEO van de Vlaamse openbare omroep VRT te benoemen, er zeker één kandidaat zal zijn: oud-CEO Tony Mary. Dat bevestigt hij aan De Morgen. “Als Jobpunt Vlaanderen de vacature straks openstelt, schrijf ik me in”, zegt Mary.” Dat hij niet zo meteen veel kans maakt, beseft hij we, maar provocatie is nu eenmaal zijn geliefde stijlfiguur.
Hij was al eens de baas van de VRT, maar moest opstappen na eindeloze ruzies met de mediaminister en de regering en het Vlaams parlement, maar vooral na het steeds herhalen van onhaalbare en peperdure ambities. Dat hij zich nu alleen maar kandidaat zou stellen omdat, zo zegt hij “heel wat mensen binnen de VRT me aangepord hebben.” Voor wie dat niet gelooft, kan Tony Mary ook een ander verhaal verzinnen.
En dus, ik stel me via deze weg kandidaat voor de vacante functie van gedelegeerd bestuurder bij de VRT. Als Tony Mary dat kan, dan mag ik dat zeker. Alleen de politieke kleur zou een probleempje kunnen zijn ...Maar ik heb veel ervaring, in de politiek, in besturen, in cultuur, in media ... Zeker zoveel als de vorige CEO’s die telkens na korte tijd het wespennest van de Reyerslaan moesten verlaten. En desnoods koop ik een strikje, als dat kan helpen om die post binnen te halen. Goed betaald, minstens het dubbele van mijn schamele -:) parlementaire wedde, en een mooie onkostenvergoeding. Ernst aub, er zal wel iemand moeten worden gevonden die in deze barre (financiële) tijden en met een politiek landschap dat een haat-liefde heeft met onze openbare omroep, zijn nek en zijn gezag wil aanwenden om voor de VRT te vechten. Straks wordt stevig gediscussieerd over de kernopdrachten van onze omroep, en het gevaar bestaat dat die beperkt zullen worden ingevuld, toch beperkter dan tot vandaag. Natuurlijk kan er bespaard worden, en zullen er dus keuzes moeten worden gemaakt, en net dan is er een enthousiasmerende, moedige, visionaire en gezaghebbende figuur broodnodig.
Er komt geen nieuwe topsportmanager. Dat deelde Sportminister Philippe Muyters mee. De Tasforce Topsport, binnen Bloso gesitueerd, neemt die rol over. Ik pleeg er later nog een stukje over, maar nu wil ik wel kwijt dat de topsport terug naar het verleden wordt gekatapulteerd. Vroeger functioneerde het topsportbeleid al zo, en was dat net niet de grote klacht? Er moest iemand komen die de kortzichtigheid van elke betrokkene, in elk geval de sportfederaties, kon overstijgen, en een krachtige lijn durfde uitzetten.Zoals een dirigent van een orkest, nog zo’n plek waar democratie niet echt gewenst is - stel u voor dat de violen onderling gaan ruziën over het feit dat ze stiller of luider spelen. De eerste topsportmanager, Ivo Van Aken was zo’n moedige sportdirigent, maar dat was niet naar de zin van sommige bobo’s van het Bloso. Die halen nu hun gramschap, en mogen zelf de baas spelen. Afwachten wat dat wordt. Ik hoop dat ik er helemaal naast zit, maar ik vrees dat we terug naar de 20ste eeuw zijn geschoten. De leden van de Taskforce zijn we capabele mensen, maar krijgen zij enige reële invloed? Of zijn zij het alibi voor falend sportbeleid? Is de vriendjespolitiek morgen terug?
Wijkagent, dat vind ik een zeer nobele job. Ik wil op deze Kerstavond alle mensen die deze ondankbare, en slecht betaald job uitoefenen, van harte gelukwensen. Zij verdienen een woordje van waardering. Zij zorgen ervoor dat zovele lokale en kleine probleempjes worden opgelost, zonder dat ze uitgroeien tot ernstige incidenten, en lang voor ze de krant halen.
Helaas, ik bezit geen appartement in Brussel, aan zee of in de Ardennen, zelfs geen stalletje, geen os noch ezel. Mocht dat het geval geweest zijn – ik kom vaak in Oostende en telkens is het genieten – dan zou ik dat met plezier ter beschikking stellen van een groepje daklozen uit Koksijde, Brussel of Bastogne. Albert II, of liever zijn Koninklijke Schenking, stelt twee appartementen in de Ardennen ter beschikking van daklozen. Straf? Edelmoedig? Populistisch? Revolutionair? Ik denk niet echt dat de koning der Belgen van nature een liefdevolle meelevende man is, maar hij is wel de wegbereider van revolutionaire voorstellen. Als goede katholiek is hij wel beoefenaar van de naastenliefde, geheel in de lijn van koninklijke getrouwheid aan domus dei. En, hij suggereert niet meer en niet minder, weliswaar op een bijzonder subtiele wijze, dat de eigenaars van tweede verblijven in koude dagen hun hart zouden openstellen. Hij geeft alvast het goede voorbeeld.
Krijgt hij navolging? De daklozen hebben wel dikke pech dat het barre winterweer net in de Kerstvakantie valt. Al die eigenaars van appartementen willen zo graag zelf naar de zee kijken, nadat ze de voorbije maanden zo hard gewerkt dat ze aan rust toe zijn. Het is dus niet echt gepast om hun tweede verblijf net nu ter beschikking te stellen. Maar, geen nood, mocht het na 6 januari nog vriezen, op weekdagen natuurlijk, dan zijn ze welkom.
De koning daarentegen kan zijn twee appartementjes wellicht wel missen in de Kerstdagen. Hij heeft hier en daar nog een bescheiden stulpje staan, zelfs een drijvend onderkomen,. Een beetje sympathie winnen bij de Belgen kan trouwens nooit kwaad. Met dank aan de de daklozen! In het koninklijk paleis zelf is er ook nog een beetje plaats. Dat zijn redelijke propere zalen, goed verwarmd, en nog tamelijk groot. Dan hoeft Pieter De Crem de moeite niet te doen om kazernes open te stellen al zijn die 320 legerbedden zijn ook wel nuttig. Die zullen wel Spartaanser zijn.
Ondertussen kunnen de daklozen terecht in stations. Die sluiten niet op vriesdagen. En zelf heb ik nog een oude plooicaravan … als ik er iemand een plezier mee kan doen, ge moet maar roepen. Sorry voor de zwarte humor.
Waarom plots nu dat grote medeleven met daklozen en asielzoekers? De rest van het jaar mogen ze het stellen met portieken, afdakjes en leegstaande panden. De kou? Kerstmis in de buurt? Als Albert II nog twee collega’s kan overtuigen, dan mogen ze met hun drietjes op bezoek bij de daklozen, zoals hun collega’s die indertijd naar dat stalletje mochten gaan. Ze kwamen van bij en ze kwamen van ver.
Maar het is natuurlijk de schuld van al die vreemdelingen, zoals een oudere dame me gisteren met grote stelligheid toevertrouwde. Als we die zouden terugsturen naar daar waar ze van komen, dan zouden er geen mensen dakloos moeten zijn. Zou het zo simpel zijn? Nee. Natuurlijk njiet. Er is een ernstig probleem in onze samenleving. Zoveel mensen vallen er uit. En ze ze zijn steeds met meer. Een harde, materialistische samenleving, prestatiegericht en structureel ongenadig. Maar wie onze samenleving van verre ziet, op zijn tv in een donker en ver land, die denkt dat er hier enkel vetpotten en honing te vinden is. Helaas ...

Geen Joke-dag in het Vlaams parlement. Ons Joke is in Kopenhagen en heeft daar belangrijkere dingen te doen dan in het parlement de begrotingsbesprekingen te voeren. Cultuur moet even het bos in. Ze heeft dik gelijk. Ministers hebben altijd gelijk, zeker als ze van de CD&V zijn. Zo willen vele mensen mij toch doen geloven. Immers, het pad naar de hemel ligt bezaaid met goede bedoelingen.
Ik kijk elke dag reikhalzend uit naar het moment dat zij als een kleine zeemeermin - ze gelijkt er trouwens een beetje op - de verzamelde wereldpers bijeen zal roepen en Barack Obama een poepje zal laten ruiken. Dat Vlaanderen er een voorstel doet voor een klimaatakkoord waar ze aan de overkant van de wereld flauw van vallen. Ik weet het, het is slechts een droom, maar toch. Ze kan daarvoor helaas niet in de leer gaan bij haar Brusselse collega – die is ook in de stad van zeemeermin – die er in geslaagd is de problemen met het zuiveringsstation in Brussel-Noord te negeren met als simpel doch niet minder ingrijpend gevolg dat het Brusselse afvalwater voortaan ongezuiverd in de Zenne arriveert. Communautaire spinners zouden deze minister durven kapittelen als een aanslag op het natuurschoon van Vlaanderen, maar dat is helemaal fout. Het is een juridisch probleem, een discussie over wie de facturen voor een herstelling van pompen moet betalen. Hallo?
En dus zal Joke het in Schaupenhagen alleen moeten klaren, want collega Evelyn is terug geroepen naar Brussel. Ze was er beter gebleven, dat is beter voor haar ecologische voetafdruk, maat dat geheel terzijde. Los het vuilwaterprobleem van de Zenne misschien op.
Onze Vlaamse milieumeermin houdt echt van de natuur. Zo hard dat ze zelfs kunstenaars in de natuur wil laten optreden.
Natuur, milieu, gezondheid, ontspanning, het heeft allemaal met elkaar te maken. Jazeker Joke. En dus hebben we met plezier vernomen dat de hooggeachte Vlaamse regering zich gul heeft getoond in haar wijsheid. Ze zal steun geven aan een Vlaams Paardenloket en aan BioForum Vlaanderen, de ketenorganisatie van de biologische landbouw en voeding.
Maar ten gronde, komt er nog wel iets van in Kopenhagen?
Ik protesteer tegen de nieuwe beeldenstorm van Open Vld-senator Jean-Jacques De Gucht en een aantal van zijn collega’s. Het is al te belachelijk, zoals hij voorstelt, om alle kruisbeelden op de Belgische kerkhoven te gaan verwijderen. Uiuteraard kunnen we niet afdingen op de scheiding tussen Kerk en Staat, maar dat betekent niet dat alle religieuze symbolen uit de publieke omgeving moeten verdwijnen. Ik sta voor een actief pluralisme, een samenleving die een brede diversiteit aan religieuze en andere filosofische symbolen als normaal beschouwt.
Het spreekt vanzelf dat openbare instanties zoals rechtbanken of gemeentehuizen neutraal moeten zijn, maar dat geldt niet voor ziekenhuizen of scholen die vertrekken vanuit een filosofische inspiratie. En kerkhoven moeten net een uiting zijn van de diversiteit van vormen van begrafenisculturen.
Ook privépersonen moeten in alle ‘vrijheid’ hun voorkeur, ook een religieuze, kunnen uiten. Een algemeen hoofddoekenverbod voor iedereen die een “opdracht van openbare dienst uitoefent”, zoals de liberale en socialistische partijen voorstellen, is daarom dan ook onzin.
| maart 2010 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Z | M | D | W | D | V | Z |
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | |
| 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 |
| 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 |
| 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 |
| 28 | 29 | 30 | 31 | |||

foto Viviane Decock
© 2009 - Bart Caron