Ik weet het, het klinkt provincialistisch, maar ik meen het: West-Vlaanderen wordt dubbel benadeeld dezer dagen. We hebben niet alleen geen premier meer - een West-Vlaming! - maar ook geen bisschop meer. Twee keer katholieke gezagsdragers dus die falen. Al zijn ze natuurlijk niet te vergelijken.
De sympathieke Roger
Bisschop Roger, waar in onze parochies al een kwarteeuw wordt voor gebeden, heeft de kerk eigenlijk heel veel schade toegebracht. Ik zou daar met een grote dosis cynisme een ongenadig oordeel kunnen uitspreken. Maar ik zal even terugplooien op de katholieke opvoeding die ik kreeg: God zal daar wel over oordelen, als Roger aan de deur van Sint-Pieter aanklopt. Niettemin, het is onaanvaardbaar dat dit meer dan 25 jaar in de doofpot is gebleven. Wat meer is: als hoogste gezagsdrager van een bisdom heeft hij ongetwijfeld zelf veel gelijkaardige gevallen zien passeren. Hoe is daar meer omgegaan? Ik vrees dat de doofpotten in de kelders van het bisschoppelijk paleis in Brugge niet meer te tellen zijn. En dat voor een man die in onze provincie toch aanzien genoot, die de sympathie van veel mensen genoot, die zich ook niet als ultraconservatieve kerkoverste opstelde ... De schade voor de kerk is niet te overzien ... Tja. In de misviering bij het heilig Vormsel van zaterdag 24 april stond nog steeds “wij bidden voor onze bisschop Roger”, maar de dienstdoende priester slikte de zin in. Ja, een dienstdoende, want de pastoor is geschorst wegens vreemde zaken, zoals het verkopen van kelken, vervreemden van gelden van broederlijk delen e.d. om chanteurs te betalen die weet hadden van zijn escapades. Tja.
Pedofilie is verwerpelijk. Punt. Maar het celibaat draagt ongetwijfeld bij tot dat sexueel gedrag dat op een ongelijke, onderdrukkende relatie is gebaseerd. Sex met minderjarigen is daar een voorbeeld van. De dader, een gezagsdrager, kan het slachtoffer afdreigen. Zie maar de vele verhalen op onze katholieke colleges. Gelukkig mocht ik dat zelf niet meemaken, maar vele anderen helaas wel. Ik wil me niet bemoeien met de religies, maar misschien kan de een lering trekken van de ander: in de Islam mag de iman in ieder geval een vrouw hebben, net als in de Protestantse en de Anglicaanse kerk. Een open visie op volwassen relaties zou misschien niet leiden tot het huidige pijlsnelle uitstroom van priesters uit de kerk. De kerk is haar einde steeds nabijer, en dit soort gebeurtenissen zal dat proces niet omkeren.
Een chistelijke partij
De vraag of een christelijke partij dan nog wel toekomst heeft ... Ik bedoel een partij die zich uitdrukkelijk op dat gedachtengoed baseert. Mocht die partij niet zo nauw verbonden zijn met (delen van) haar kiezers via vakbond, mutualiteit en verenigingsleven, dan zou ze wellicht snel afkalven, mee met de kerk de dieperik in.
Politieke crisis: de onmacht om samen te leven
Een mens zou haast vergeten dat er deze week een diepe politieke crisis losbarstte. Die crisis is een illustratie van het moeizame samenleven van mensen. Nee, niet van witte Vlaamse mensen en allochtonen, maar van van Nederlandstalige en Franstalige landgenoten. Politiek haantjesgedrag haalt het van de bereidheid om tot oplossingen te komen. We moeten dit probleem toch wel proberen op te lossen. Er wachten immers nog veel belangrijkere uitdagingen: de pensioenen, werkgelegenheid, milieuproblemen, de diepe crisis in de justitie, de veiligheidsproblemen .... Het lijkt wel een welstellend ouderpaar dat zich druk maakt om de soort kleren die dochter- en zoonlief dragen, zonder te merken dat ze ondertussen in een fout milieu geraken waar ze meegezogen worden in een wereld van druggebruik. Als dat verder gaat, komt dat meestal niet meer goed.
Zo heet het gloednieuwe winkelcentrum van Kortrijk. De prestigieuze architectuur van Paul Robbrecht en Hilde Daem zouden wellicht verkeerdelijk de indruk wekken dat we hier te doen hebben met een uitzonderlijk architecturaal project. Echter ... Dit fameuze architectenduo heeft goed werk geleverd, zeer zeker, maar een winkelcentrum is een winkelcentrum. Onvermijdelijk. Het is zoals met een prachtig voetbalstadions. De inbreng van de beste architecten van deze wereld wordt afgeperkt door de regels van het voetbalveld en -spel.
Dat is bij een winkelcentrum dus ook. De regels zijn even universeel als die van voetbal. Er moet winkelruimte in die verhuurd kan worden. Het moet er zo aangenaam mogelijk vertoeven zijn. Er moet geparkeerd kunnen worden. en je moet er plezier beleven, iets kunnen drinken ...
Architectuur
Is de architectuur van ‘K in Kortrijk’ dan niet interessant? Toch wel. De aanpak van het archtitectenduo heeft er toch voor gezegd dat de banaliteit van winkelcentra overstegen werd. En dat lag niet voor de hand. Dit gebouw werd ingeplant in het centrum van een stad, en daarvoor werden heel wat panden afgebroken. De ingreep was fors en dus moest er iets in de plaats komen dat beter was dan het origineel. Dat is gelukt, de gevelpartijen zijn mooi, het volume is aantrekkelijk. Maar vooral de binneninrichting moest ‘anders en beter’ zijn dan alle andere shoppingmalls. En dat is gelukt. Echter, niet de winkels maken indruk, want die zien er uit als alle ketenwinkels, die je evengoed in de Brusselse Nieuwstraat of de Gentse Veldstraat tegenkomt. Maar goed, Kortrijk hoort er bij.
Interessant in dit gebouw zijn de verschillende uitzichten op de stad, de caféterassen, de balkons en het doorzichtige dak. Je ziet er Kortrijk vanuit andere perspectieven. Wat echter dik tegenvalt zijn de trappen. Trappenpartijen worden in zovele gebouwen gebezigd als uiting van grandeur en klasse. In statische openbare gebouwen zie je pareltjes van trappen, vorm gegeven in alle materialen en kostelijk versierd. Maar hier zie je centraal, van in de parking tot bovenin, oeverloos saaie roltrappen. In mijn kindertijd vond ik ze fascinerend. Maar snel bemerk je dat dat soort dingen eigenlijk niet mooi zijn, er is weinig keuze in de vormgeving ervan, en ze centraal opstellen in een winkelcentrum beantwoordt alleen aan de drang van mensen om hoger op te gaan, naar de top als het ware. De opzichtigheid is overbodig, het nut buiten discussie.
Amerikaanse winkelcentra in crisis
Zal ‘K in Kortrijk’ succesvol blijven? Ik hoop het toch, al zal ik geen regelmatige bezoeker zijn. Even naar grote broer kijken, levert wel enige ongerustheid. In Amerika is er een diepe crisis van de shopping malls. In 2008 en 2009 zijn er 400 van Amerika’s 2000 grootste shopping malls gesloten. Winkelcentra zijn er de symbolen, zeg maar de kathedralen van de Amerikaanse consumptiedrang, bruisende centra van pronkzuchtige consumptie, gebouwd op fundamenten van consumentenkrediet. Sinds de crisis hebben ze het moeilijk. Sinds 2006 opende in de VS amper 1 groot shoppingcentrum zijn deuren. Ik wil niet pessimistisch zijn, maar als shoppingcentra sluiten vormen ze een probleem voor de lokale gemeenschap. Inbraken, diefstal van koper en verlichting, opstapeling van vuil, glasbraak … geen mooi voorzuitzicht.
Winkeldrang? Verleiding?
Over de drang tot winkelen en tot consumeren, daar wilde ik ook eventjes over hebben. Naar aanleiding van de hype van K in Kortrijk – het is waarachtig elk weekend filerijden om er maar binnen te kunnen, net zoals de zondagse file naar Molecule in Vichte trouwens- – ben ik toch op zoek gegaan naar de drijfveren van de mensen om dat soort winkelgalerijen te bezoeken. Zelf heb ik er eigenlijk een gloeiende hekel aan, en ik wil een beetje beter begrijpen wat hier echt aan de hand is. Na enig speurwerk bots je op stapels sociologische en filosofische literatuur. En wat blijkt? Winkelen is niet langer even boodschappen doen. Het is een vrije tijdsbesteding, is ‘fun’, een uitje, een belevenis. Winkelen is niet langer een huishoudelijke activiteit is die snel en efficiënt moet worden uitgevoerd. Winkelen is een vrijetijdsbesteding die niet meteen tot aankopen moet leiden.
Ze worden zelfs magie, of consumentenreligie, met winkelcentra als de nieuwe kathedralen van onze samenleving. Harrods in Londen of de Galeries Lafayette in Parijs. Ook de media zijn niet immuun voor die magie. Toen Saturn (Media Markt) in K in Kortrijk – eindelijk – een eerste vestiging opende, werd dat in de regionale media breed uitgemeten.
Volgens Rem Koolhaas, de befaamde Nederlandse architect, is winkelen een van de belangrijkste motoren van het stedelijk leven. Allez, het ziet er goed uit voor Kortrijk.
De Amerikaanse socioloog Ritzer gooit het op manipulatie: consumenten welhaast ongewild aanzetten tot het kopen van goederen die zij in veel gevallen helemaal niet nodig hebben. Met behulp van credit cards (die het directe verband tussen de lusten en de lasten van consumptie vertroebelen), advertenties (die een andere, gelukkigere wereld beloven), en winkelparadijzen.
Je zou ook van een verleidingsoffensief kunnen spreken. Winkeliers proberen bovendien het tijdsbesef van klanten in de war te brengen, in de hoop dat zij zich niet gehaast voelen. Een klok zal je in de nieuwe kathedralen der consumptie dan ook niet snel tegenkomen.
Je mag ook de nadruk op het sociale karakter van winkelen: het is zelden een individuele activiteit. je ontmoet er vele mensen, maar het is ook een plek is om ons met anderen te identificeren, of juist om ons te onderscheiden.
Over de fileproblemen, de ongelukkige fietsenparking, en de verkeersproblemen in onze binnenstad, schrijven we later nog eens. Stof zat. Wie haalde het in zijn hoofd om alle autoverkeer naar de binnenstad te trekken door de bouw van verschillende ondergrondse parkings. Tja, we moeten onze aankopen toch kunnen vervoeren ... is dan de uitleg.
Met dank aan Olav Velthuis (Trouw, Nl).
Ik ben gaan kijken naar ‘Godses’ van Geert Six, een voorstelling van de Unie der Zorgelozen en van Ceremonia. Een solo van een indrukwekkende Geert Six. Prachtig. Ontroerend. Aangrijpend. De tekst (en regie) van Erik De Volder is gebouwd op verhalen uit Geerts kindertijd. Het is een vertelling van onverwerkt (oorlogs)verleden, die verschillende generaties typeerde, vormde, vervormde. Geert speelt in de Scala in Kortrijk, de oude feestzaal die de Unie onlangs aankocht. Te midden een volkse buurt, die de verhalen nog zoveel herkenbaarder maken.
Na ‘Brief aan mijn Rechter’ van NTGent met Frank Focketyn, ben ik deze week weer helemaal in de ban het theater geraakt.
Gesubsidieerd toneel, een delicate kwestie. Een reden te meer om er voorzichtig mee om te gaan. Ja, het mag van mij wat geld kosten aan de gemeenschap, maar het moet dan wel goed gebruikt worden. Het probleem is niet dat er bij ons schitterende producties gemaakt worden, maar wel dat er al te veel slechte worden gemaakt.
En daarom word ik boos als mensen misbruik maken van de regelgeving. Vorige week kwam nog zo’n verhaal in de media. Het bestuur van BAFF / Raamtheater smijt de directie buiten en vervangt die door een nieuwe die een totaal andere koers wil varen … uiteraard met hetzelfde geld van de overheid. Kom zeg.
De vraag is of er subsidie kan zijn (Kunstendecreet) als de organisatie aan wie die subsidie werd toegezegd, bij de start van de subsidieperiode haar artistieke beleid drastisch omgooit? Bij BAFF (het vroegere Raamtheater) wordt Tom Van Bauwel bedankt voor bewezen diensten, net als de zakelijk leidster. Zij kregen in april 2008 de opdracht om het oude Raamtheater nieuw leven in te blazen. Het theatergezelschap had enkele jaren op rij negatieve adviezen van de beoordelingscommissie gekregen. Diezelfde commissie daarentegen leverde voor het beleidsplan van Tom Van Bauwel een positief rapport af en BAFF kon opnieuw op subsidies rekenen. Op 1 januari van dit jaar startte de nieuwe periode. Maar lang duurde dat niet. Het bestuur dankte hen vorige week af. Het artistieke roer wordt aan Steven De Lelie (Theater aan de Stroom) overgedragen. De zakelijke leiding aan Tim Luyten. Beiden zijn de oprichters van het Antwerpse Theater aan de Stroom. Wat een toeval dat precies datzelfde Theater aan de Stroom ook subsidie van de Vlaamse Gemeenschap krijgt. Samen met de BAFF-subsidie zou dat 800.000 worden. Als, ik zeg wel ‘als’ ze zouden fuseren. Wie haalt dat uit elkaar? Vooral omdat de nieuwe chef al heeft aangekondigd dat BAFF weer tot Raamtheater wordt omgedoopt en dat hij kiest voor meer voor toegankelijk repertoiretheater, een beetje zoals het Theater aan de Stroom dat doet.’ Twee keer van hetzelfde dus. Of hoe een bestuur een hold-up pleegt op subsidiegeld.
Uit het Kunstendecreet blijkt echter duidelijk in dergelijk geval de subsidiëring van BAFF / Raamtheater moet stopgezet worden. De minister kan de subsidies intrekken als de organisatie niet meer uitvoert wat ze in haar beleids- en actieplan heeft aangekondigd. De organisatie voldoet dan immers niet meer aan de subsidievoorwaarden. De nieuwe koers van BAFF /Raamtheater wijkt immers drastisch af van wat in het ingediende beleidsplan werd geschreven.
Als we nog een beetje geloofwaardig cultuurbeleid willen in Vlaanderen, dan moet de minister optreden. Dat zal ik haar toch vragen. Anders kan je maar beter lachen met de delicate evenwichtsoefening die de indiening van beleidsplannen, de beoordeling ervan door onafhankelijke commissies en de politieke beslissing van de regering vormen.
Dit kan niet, ik reken op rechtlijnigheid van de politieke verantwoordelijken. Al weet ik nu al dat er weer heel wat politieke gelobby zal volgen om alles blauw blauw te laten. Wat haalt het: vriendjespolitiek of politieke moed? Belangrijk, zeker hier. Het gaat immers om ons heel kwetsbare theaterbestel. Dat verdraagt geen geknoei.
Alleen kwaliteit kan richtinggevend zijn. Ten bate van de goede kunstenaars en het publiek.
Voor één keer een blogje over Kortrijk. Het had misschien ook over Hasselt, Aalst of Sint-Niklaas kunnen gaan.
Het beleid dat de huidige burgemeester van Kortrijk voert wordt duidelijker en duidelijker. Het is een ‘hoeveel-keer-sta-ik-op-de-foto’-beleid. Kenners van de Kortrijkse politiek zijn ermee vertrouwd, daar niet van. De lokale schepen van burgerlijke stand, net zoals vele schepenen in Vlaanderen, zijn ook kampioen in dit soort beleid. Ik begin na al die jaren te vermoeden dat hier het motief ligt om burgerzaken als bevoegdheid uit te oefenen. Voor de rest is daar toch geen beleid mee te voeren. Het is gewoon uitvoering geven aan wettelijke voorschriften. Er zijn gelukkig jubilees ten over, huwelijken zijn er minder, maar in totaal nog genoeg gelegenheden voor een foto in de Krant van West-Vlaanderen. Minstens in deze krant, nog steeds de meest gelezen krant in onze contreien.
Kortrijk heeft sinds het vertrek van peetvader Stefaan De Clerck naar Justitie het geweer van schouder veranderend. Van stad van ‘Innovatie, Creatie en Design’ wil het nu warempel een ‘een warme stad’ worden. Dat krijgt dan vooral vorm in het financieren van allerlei gezellige en leuke dingen, het mogelijk maken van van een nieuw winkelcentrum, waardoor je, inderdaad, … ook weer in de gazet komt.
Studio Brussel is naar Kortrijk gekomen, met groot succes trouwens. Hoeveel heeft dat gekost aan het stadsbestuur? Het mag van ons allemaal, vorige en deze gemeenteraad kwam er de extra 300.000 euro voor koning voetbal, er werd veel promotie gemaakt voor het nieuwe winkelcentrum ‘K in Kortrijk’, de tv-reeksen De Rodenburgs, Mijn Restaurant en straks Villa Vanthilt. … Het zijn uitgaven waarvan een mens zich, zeker in crisistijd afvraagt of ze tot de maatschappelijke prioriteiten behoren. En wat de meerwaarde ervan is, behalve ermee in de media prijken? Politiek die versmalt tot het halen van media-aandacht.
Och, ik besef best dat de Kortrijkzanen al dat vertier en die media-aandacht best smaken. Ze willen het liefste, net als zovele mensen, brood en spelen. Ze worden op hun wenken bediend. Ik vraag me af hoe we ze honger kunnen geven naar een beter beleid, naar fijne en kwalitatieve stedelijke projecten. Misschien ook door daar een ‘ik-wil-graag-op-de-foto-staan’ beleid aan te koppelen? In Kortrijk kan dat bijv. de aanleg (en opening) zijn van nieuwe fietspaden, het openen van een speelbos voor de jeugd waar Kortrijk reeds 20-jaar op wacht, een wandelnetwerk, de realisatie van stadsgroen Marionetten, de realisatie van de Ghellinckzone ….. Het ‘warme-stad’-beleid betekent ook dat er een veelvoud aan middelen gaan naar wijkbudgetten en gebiedswerkingen, dat er een bredere ondersteuning is van lokale initiatieven, de realisatie van een toegankelijk Kortrijk voor iedereen, naar sociale woningen tot in het hart van de stad, naar gezellige pleinen, naar minder auto’s in het centrum, naar beter openbaar vervoer ...
Gaat het elders ook zo? Is Kortrijk een pars pro toto?
Bart Caron (Groen!), ondervoorzitter van de mediacommissie in het Vlaams Parlement, verwacht geen politieke impulsen om de mediaconcentratie in Vlaanderen tegen te gaan. “De mediagroepen en de grote partijen hebben alle baat bij een status quo”, zegt hij.
Door Georges Timmerman en Tom Cochez
DIt interview verscheen op 30 maart 2010 op apache.be. Klik hier om het te lezen
Zes miljard euro is de geraamde kostprijs voor het masterplan Antwerpen 2020. Dat plan moet een stromende, een bewegende mobiliteit in Antwerpen realiseren. Oosterweelknooppunt, BAM-tracé, bretellen en andere rekkers, een simpele West-Vlaming als ik kan niet zo goed meer volgen. Ik weet enkel dat je tijdens de spits best niet op die ring probeert te rijden. Niet dat ik er nooit eens langs rijd, maar dat is dan ‘s nachts of zoiets, als er geen openbaar vervoer meer is. Overdag kies ik de trein. Ik ben namelijk zot van het Centraal Station, een prachtig gebouw en een magische plek. En in de trein kan je lezen, slapen en rondkijken, drie keer beter dan de auto. De auto is alleen beter om te telefoneren. Daar heb je tenminste een gsm-netwerk, in de trein heb je meer geen dan wel signaal.
Enfin, ze doen ginds maar in Antwerpen, maar 6 miljard euro ... is dat niet een beetje veel geld? In tijden van crisis dan nog. Er zijn 6 miljoen Vlamingen en die zullen samen 6 miljard betalen voor de Antwerpse mobiliteit. Ik wil niet flauw doen jegens de Antwerpse kameraden, maar het is toch nog altijd 1.000 euro per Vlaming. Hallo, begrotingsminister Muyters, ik dacht dat gij goe kon rekenen? Ik heb een groot gezin en ik kan ook rekenen. 7.000 euro kost dat politiek akkoord mij. En dan zit ik nog in de luxepositie dat ik goed mijn boterham en die van mijn huisgenoten verdien.
Het lijkt mij toch een beetje veel geld voor een politiek compromis dat niet eens rendabel is, aldus enkele slimme economen van de Leuvense universiteit.
Ik zink steeds dieper weg in mijn ontmoediging. Naar verluidt is er zelfs geen sprake van een wafelijzerpolitiek. Nikske compensatie voor West-Vlaanderen en Limburg. Wij mogen blijven hotsen en botsen op overjaarse kasseiwegen, waarvan we nog mogen vrezen dat ze omwille van hun erfgoedwaarde beschermd zullen worden door Geert Bourgeois. En als er indertijd als eens een laagske asfalt op gekletst is, zijn ze het vergeten plat te rollen. Of was er geen geld meer voor. En zoveel jaar later, nu dus, zitten die vol met putten.
Al nemen we die putten er eigenlijk graag bij. Bij ons moeten ze ten minste geen dure verkeersdrempels komen leggen, we hebben die al.
Ik wil niet kleintjes doen, iedereen moet wel eens langs Antwerpen passeren, en dus zijn we solidair met de oneindig geterroriseerde sinjoren. Eindelijk begin ik te begrijpen wat ze echt willen. Ze willen meer auto’s en camions? Ewel, ze zullen ze krijgen. Met plezier trouwens. Geen dank. Als ze die vervolgens in de haven op boten en treinen kunnen zetten, dan zal er op de E17 tussen Gent en de Franse grens, misschien weer meer dan één rijvak voor auto’s overblijven.
Ik zal zeker moeten wennen aan een hele ronde ring rond Antwerpen. De eerste keren rijd ik zeker een paar extra rondjes. Het ding heeft genoeg gekost hé. Neem dat mijn kinderen er tien keer per jaar langsrijden, en 78 jaar oud worden, dan komen ze daar 600 keer voorbij in hun leven, dat is nog altijd meer dan 1,5 euro per keer. Gesteld trouwens dat we dit keer wel een aanleg krijgen die de tand des tijds, ja zelfs enige vriestemperaturen, kan doorstaan.
Lieve Kris Peeters, is 6 miljard euro niet een beetje zeer veel geld?
Welk tracé ik dan verkies? Weet ik veel. Eentje waar nog meer camions stilstaan zeker. Die komen na een paar weken niet meer terug. En dan denken mensen er misschien eens over na waarom er toch zoveel moet vervoerd worden. Waar komen die spullen allemaal vandaan en waar gaan ze naartoe?
Misschien eens een voorbeeld nemen aan Rijsel? Daar hebben ze simpelweg beslist dat vrachtwagens de périphérique niet meer mogen nemen, maar 30 kilometer moeten omrijden. Omwille van het fijn stof en het lawaai in de omgeving van Rijsel. Er komt geen nieuwe A25. Genoeg snelwegen. Nooit aan gedacht in Antwerpen?
Zou het niet veel goedkoper zijn in plaats van zoveel nieuwe wegen rond ‘t stad aan te leggen, gewoon Antwerpen te verleggen? Dan sturen we al die camions over de leien richting haven? Dichtbij en snel. Zonder dure wegenwerken en zonder files.
De minister-president pakte deze week in het Vlaams parlement uit met cijfers. Het aantal Vlaamse cabinetards zou fors verminderd zijn. Van ooit 400 en meer naar binnenkort hooguit 288. Een frisse wind van nieuwe politieke cultuur waait door het Martelarenplein, zo lijkt het.
Maar schijn bedriegt. Dit soort cijfers lenen zich al te makkelijk tot manipulatie. Vroeger werkte op de kabinetten veel ondersteunend personeel. Administratief personeel, bodes, chauffeurs. Tot en met madame Arabelle, zeg maar. In deze functies is inderdaad fors gesnoeid. Op hun stoel zitten nu inhoudelijke medewerkers, mensen die beleidsvoorbereidend werk doen. En ja, die nu zelf koffie moeten gaan tanken of eigenhandig hun brieven gaan ophalen uit het postbakje… Bovendien hebben de administraties hun hulptroepen gestuurd naar de kabinetten: minstens 70 van die ondersteunende functies zijn overgenomen door mensen uit de administratie. Maar die worden even niet meegeteld. En dan zijn er de geruchten. Over detacheringen die blijkbaar niet, of toch niet allemaal, meegeteld worden. En over ambtenaren die in arren moede niet naar een kabinet verhuisd zijn, maar even goed op hun postje op de administratie hand- en spandiensten blijven verrichten voor een bevriend kabinet. De onderzeeërs zeg maar. Misschien niet echt nieuw . Maar toch meer uitgesproken en met mogelijks nog minder gêne dan voorheen.
Als je de berekening dan overdoet en corrigeert, blijkt dat de vermindering van het aantal kabinetsleden met een slordige 25% sterk dient gerelativeerd worden. Wat er in feite toe doet (met alle respect voor het vele noeste werk van alles receptionisten en typisten) zijn de inhoudelijke kabinetsmedewerkers. En dit aantal is met nog geen 10% gezakt.
Maar veel belangrijker dan de cijfers, is het reëel impact van de afslanking van de kabinetten. Het gaat hier immers niet zo zeer om een besparing op uitgaven. Hoewel dat in crisistijd ook is meegenomen. Belangrijker is dat gekozen wordt voor een nieuwe bestuurlijke cultuur. Waarbij de Vlaamse ambtenaren minder worden “beschoonmoederd” en meer eigen verantwoordelijkheden krijgen. Zoals dat in normale, niet door en door verpolitiseerde, staten het geval is. Pak nu Nederland. Daar heeft een minister enkel een paar administratieve medewerkers. En al zijn of haar beleidsmedewerkers zijn mensen van de administratie. Heeft de regering Peeters II ervoor gezorgd dat er hier een doorbraak is gekomen en dat de capaciteiten en de expertise van de administraties nu eindelijk, na zoveel jaren, volledig naar waarde geschat wordt? Helaas, niets is minder waar. De druk van de kabinetten is nog altijd even hoog. De administraties lopen meer dan ooit aan de leiband van de kabinetten. En moeten als ze niet oppassen nog eigen mensen sturen om op de kabinetten de vuilbakken te gaan leeg maken. We zijn nog heel ver af van een Nederlands model, waarbij de verhouding administratie – kabinet totaal omgekeerd verloopt.
En ten slotte, wat baten kleine kabinetten als alle benoemingen in de administratie die er echt toe doen, nog altijd politiek bepaald worden? Wie is er zo naïef te geloven dat alleen de competentie bepalend is voor het vastleggen van topfuncties? Dat alles objectief verloopt via assessments? OK, het gaat niet meer om absolute willekeur. De tijd dat men een hond met een hoed op zowat elke post kon benoemen is gelukkig verleden tijd. Maar iedereen weet dat in de laatste ronde van een selectie de politieke kleur toch weer opduikt en bepalend is. De posten worden uiteindelijk mooi over de politieke kleuren verdeeld, zoals weleer. Met alle gevolgen van dien : ministers die het aan de stok krijgen met topambtenaren van een andere kleur, boycot-acties, lekken, achterhoedegevechten. Iedereen weet dat dit zwaar weegt op beleidsraden waar cabinetards en ambtenaren het beleid moeten voorbereiden of uitvoeren.
Laten we nu niet doen alsof onze neus bloedt. Er is een kleine stap gezet. Maar fundamenteel is er niets veranderd.
Iedereen weet het. Het cynisme viert hoogtij.
Vandaar dat we het toch even ook gezegd wilden hebben.
De nieuwe gezinspolitiek van de CD&V. Die bestaat dus. Nadat we deze week mochten vernemen dat er een pensioenplan van die partij bestaat, worden we helemaal week van de gedachte dat de partij haar eigen zelve teruggevonden heeft.
Welzijnsminister Jo Vandeurzen respecteerde de partijtradities door op gezinsdag van zijn partij in Plopsaland-Hasselt (!) te komen zeggen dat de Vlaamse regering een nieuwe premie voor jonge kinderen invoert. Alstublieft. Helemaal gratis zelfs. Dat dacht u.
We vernamen al dat de financiële tegemoetkoming zal uitbetaald worden bij de geboorte en naar aanleiding van de eerste en tweede verjaardag. Helemaal verrassend is dat niet, het staat immers in het regeerakkoord. Maar dat er geld voor beschikbaar is, dat is pas nieuws. Begrotingsminister Philippe Muyters was vorige week al zo boos op Crevits en Smet omdat ze zonder overleg aankondigden dat zij een berg geld nodig hebben voor dringende problemen zoals putten in de weg of een tekort aan schoolgebouwen in de grote steden. En nu komt Vandeurzen daar nog een lijstje bijleggen. Ik zou niet amused zijn.
Een serieuze premie? Of kunnen mensen we er hooguit een kinderbedje mee kunnen kopen in de kringloopwinkel? Het is gissen. Aankondigingspolitiek in aloude tsjeventraditie, alweer. Maar de premies zal voor elk kind gelijk zijn, zelfstandige of werknemer. In 2011 zou die voor het eerst uitbetaald worden. Dat is sympathiek. Een cadeautje in het licht van de verkiezingen van 2011?
Ik kreeg al meteen reacties in mijn mailbox: hoe kan men nu zo’n asociale maatregel invoeren, een gelijke premie voor elk kind en dus onafhankelijk van het inkomen van de ouders!? Het geld recht naar de pas-geopende spaarrekening van het kind. De Dexia’s, Fortissen en ING’s hebben reeds een bedankingstelegram gestuurd. Hebben de Vlaamse ministers en volksvertegenwoordigers met hun hoge wedde, terug voor zichzelf gezorgd? Ik alvast niet, wij hebben dat soort geschenkjes inderdaad niet nodig. Je kan dat oplossen, door het recht op die premie te koppelen aan een maximum-inkomen, of door er belastingen op te heffen. Maar dat is alweer een taboe.
Even nagedacht wat de effecten kunnen zijn van deze maatregel? Het geboortecijfer de hoogte injagen? Moeten we meer kinderen kopen? Om voor onze oude dag te kunnen zorgen? Staat dat in het pensioenplan van CD&V?

De Vlaamse regering levert haar wapenleveringsvergunningen blind af. Het lijken wel schimmige operaties die geen daglicht mogen zien. Ja, het is zo. Ruim driekwart van de wapenexport gaat naar de industrie van onze drie grootste buurlanden. Die bouwen dat wapentuig in in voertuigen, in allerlei systemen en voeren die op hun beurt uit. Waar naartoe? Dat weten we niet. Dat vragen we ook niet aan onze exporteurs. En dat is niet aanvaardbaar. Wij mogen toch niet langer dulden dat Vlaanderen het Walhalla blijft van malafide wapenhandelaar?
In haar regeerakkoord heeft de Vlaamse regering beloofd snel werk maken van een nieuw decreet dat de Wapenhandel regelt. Wij willen dat via dat decreet ook duidelijk wordt dat de eindgebruiker van de wapens bekend is vooraleer de exportvergunning wordt afgeleverd. Als de regering dit nalaat, zal ik zelf nog voor het zomerreces een decreet indienen.
Een nieuwe regelgeving is hoogst noodzakelijk. Kijk maar naar de Vlaamse wapenexport van vorig jaar. Het was een absoluut topjaar. Meer nog, sinds 2005 steeg de omzet met liefst 82%, en dit is dan nog niet eens het meest schokkende cijfers uit het jaarverslag van het Vlaams Vredesinstituut.
Het Vredesinstituut merkt op dat ook in Wallonië de wapenexport de laatste jaren sterk gestegen is. In 2003 werd de wapenhandel geregionaliseerd. Immers de Waalse vrienden hebben een wat minder door morele principes gestuurde visie dan wij. De vergunde wapenexport vanuit België is sindsdien meer dan verdubbeld. Wij halen daarmee de zesde plaats van Europa’s ranglijst.
En dan de invoer in van wapens in Vlaanderen. Veel van de uitgereikte vergunningen gaan over invoer van vuurwapens voor privé-personen. 83 procent van alle invoervergunningen heeft betrekking op kleine wapens.
De doorvoer van wapens dan. Het aantal vergunningen voor doorvoer van militair materiaal lag in 2009, net als in de voorgaande jaren, erg laag, met 24 vergunningen. Dit kan onmogelijk kloppen met de werkelijkheid. Er moet een groot volume wapens of goederen die bruikbaar zijn om wapens mee te maken, op een illegale wijze worden doorgevoerd. Niemand kent blijkbaar de werkelijkheid. Het Vlaams Vredesinstituut kan geen verklaring geven voor de sterke daling van de doorvoervergunningen de afgelopen jaren. Volledigheidshalve moet ik zeggen dat transport van wapens in het kader van een NAVO-operatie niet vergund wordt.
Er is dus werk aan de winkel.
Etienne Vermeersch is een aanhanger van de strenge secularisering / laïcisering van het publieke leven. Op zijn Frans dus. Dat is niet mijn keuze. Je bent ofwel voor een absolute neutraliteit (en dus nergens in het openbare functies en scholen hoofddoeken) ofwel ben je voor actief pluralisme (en mogen altijd religieuze en andere symbolen). Het symbool mag echter geen vrijbrief zijn om te gaan ‘bekeren’, maar vereist in openbare functies gepaste terughoudendheid. ‘Mogen uiten’ is niet gelijk aan ‘mogen opdringen’. Daar ligt ook het verschil tussen gematigd en radicaal, tussen open en gesloten denksystemen, tussen een interculturele en een monoculturele samenleving.
Andermaal een dramatisch jaar voor Wevelgemse zakenluchthaven
Het bestuur van de Luchthaven Kortrijk-Wevelgem heeft zijn jaarrapport 2009 af. De teneur is haast euforisch, maar de naakte cijfers liegen niet. Droefenis troef. Het zakenverkeer daalde in 2009 met meer dan 35%. Op een gans jaar kreeg de luchthaven niet eens 11.300 professionele passagiers over de vloer. Als ik dit verreken naar het aantal werkdagen, komen we uit op een zielige 43 reizigers die doordeweeks opstijgen of landen in Wevelgem.
11.300 zakenreizigers op een vol jaar tijd. Qua aantal is dat vergelijkbaar met het aantal treinreizigers dat het station Kortrijk aandoet, op een halve dag… Zelfs het station van Wevelgem haalt 20 keer meer reizigers dan de naburige luchthaven. En dit stationnetje werd enkele jaren terug wel bedreigd met sluiting wegens onrendabel.
Toch vindt het luchthavenbestuur de cijfers nog meevallen. Het totale vliegverkeer bleef immers stabiel, dankzij de scholings-, trainings- en pleziervluchten die blijkbaar niet onder de crisis te lijden hadden. In augustus en september is er een opmerkelijke stijging vast te stellen, die volgens het rapport makkelijk te verklaren is: ‘door een maanden aanhoudende ronduit zomerse weerssituatie met goede luchtvaartconditie’. Zeg maar: ‘lekker weer voor een pleziervluchtje’. Nu gunt Groen! ieder diertje zijn pleziertje, maar daar hoeft de belastingbetaler niet voor op te draaien. 2009 was immers niet enkel uitzonderlijk zonnig voor de luchthaven van Wevelgem; het was ook een historisch jaar wat de financiering betreft.
In 2009 draaide de luchthaven meer subsidie-omzet dan bedrijfsomzet. Terwijl de eigen inkomsten met ruim 10% achteruit boerden, kwam er wel een extra subsidie van 97.000 euro vanwege de provincie West-Vlaanderen. Zo komt de totale inbreng van de gemeentes, de provincie en het Vlaams gewest op net geen miljoen euro. Ik heb het eventjes snel uitgerekend: Elke zakenpassagier krijgt zo 85 euro overheidskorting op zijn vlucht. En dan nog slaagt de luchthaven er niet in een break-even te draaien. Ze klokken af op een bedrijfsverlies van een goede 50.000 euro.
Ik begrijp dan ook niet waarom er overheidsgeld blijft gepompt worden in de zakenluchthaven van Wevelgem. Door de gestage uitbouw van het (hogesnelheids-)treinnet zijn er voldoende alternatieven voor de reizigers. De luchthavens van Oostende en Lille-Lesquin liggen bovendien op een boogscheut.
Het vliegveld heeft een toekomst, oh ja, maar niet langer als luchthaven. Het terrein is heel goed ontsloten, via het spoor en de diverse snelwegen. Dit maakt het ideaal is voor de ontplooiing van een groen bedrijventerrein dat een veelvoud aan tewerkstelling oplevert, in vergelijking tot de luchthaven. En waarom ook geen inplanting van een windmolenpark op deze unieke locatie?
Een debat over cultuursubsdiies
Er stond een merkwaardig opiniestuk in De Morgen. KVS’ artistieke leider Jan Goossens gaf er Herman Schueremans van langs in een zeer ‘precies’ geformuleerd stuk. Bij de discussie over de zin of onzin van cultuursubsidies is immers zindelijke argumentatie gewenst. Jan Goossens pleit voor een openhartig en ernstig politiek-maatschappelijk debat over cultuursubsidies. Hieronder een paar fragmenten uit dat stuk, en mijn eigen reactie op Herman.
Hollandse ziekte
(…) Zeer boude beweringen die het niveau van cafépraat nauwelijks overstijgen, worden verkocht als onderbouwde academische stellingen. Politici die in geen jaren een gesubsidieerd theater van dichtbij hebben gezien, ontpoppen zich tot bedenkers van visionaire toekomstscenario’s. Daarin wordt verwezen naar buitenlandse ‘good practices’ waaruit zogezegd veel te leren valt. (...)
In de vergadering van de commissie Cultuur van het Vlaams Parlement van 25 februari jongstleden liet Open Vld’er Herman Schueremans zich alweer van zijn allersterkste kant zien. Ik wil u een korte bloemlezing niet onthouden: “Open Vld heeft steeds zijn bezorgdheid geuit tegenover een te grote subsidie-afhankelijkheid van de culturele sector. We hebben ooit eens gezegd: subsidies zijn als cocaïne, hoe meer je ervan krijgt, hoe meer je gaat zweven.” En met een verwijzing naar zijn academische partner in crime Arjen van Witteloostuijn van de UA: “Door het cultuurbudget in Vlaanderen gedurende de laatste tien jaar met maar liefst 102,8 procent te laten stijgen, heeft de voormalige cultuurminister de Hollandse ziekte naar Vlaanderen gehaald, aldus Van Witteloostuijn. In mensentaal betekent dat dat ze zoveel subsidies kregen en zoveel aan de jointen hingen, dat ze tot de namiddag in hun bed lagen en vergaten muziek te maken.”
Artistieke luiaards
En zijn gesofisticeerde oplossing heeft Schueremans al klaar: “In tijden van laagconjunctuur moet het beleid antwoorden bieden op de vraag hoe we met minder middelen het cultuurbeleid verder kunnen uitbouwen. Ik verwijs altijd naar het fauvisme en Rik Wouters, die met minder penseeltrekken veel meer deed.” Voilà, dat weten we dan weer: zet die artistieke luiaards alstublieft op droog zaad, dan komt er heel misschien nog iets goeds van.
(…) Om te beginnen: alle organisaties van het kunstendecreet dragen middels een lineaire besparing van 2,5 procent in 2010 wel degelijk bij tot de besparingsoperatie op Vlaams niveau. Maar een minimum aan intellectuele eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat de extra middelen die ex-minister Anciaux uit de brand wist te slepen grotendeels naar broodnodige inhaalbewegingen voor en verstevigingen van de cultuursector gingen. Zelfs van artiesten kan je immers niet verlangen dat ze voor een appel en een ei blijven werken.
Relatief gezien besteedt Vlaanderen momenteel geen onaanvaardbaar hoge bedragen aan cultuur. Zeker niet als je ziet wat de maatschappelijke return is: veel tewerkstelling, veel toeschouwers en veel artistieke eindproducten die de hele wereld ons benijdt. (…)
Koning eenoog
Kortom, een subsidiedebat? Bring it on, maar dan één waarin intellectuele hygiëne en kennis van zaken centraal staan. (…) Moed helpt daarbij, navelstaarderij niet. Zolang we vooral onder elkaar discussiëren, geven we vrij baan aan succesvolle concertorganisatoren die plots de autoriteit menen te hebben om voor de hele cultuursector toekomstscenario’s te formuleren. Met zijn gebrek aan bescheidenheid gedraagt Schueremans zich als een specialist neus-keel-en-oren die zonder enig overleg aan hartoverbruggingen begint. (…)
Tot hier Jan Goossens. Bedankt Jan.
En er is nog meer, vind ik zelf
Tijdens datzelfde debat voegde ik daar een en ander aan toe. Enkele letterlijke citaten uit mijn mondelinge reactie tijdens de zitting: “Ik heb veel waardering voor u, mijnheer Schueremans, maar we verschillen soms fundamenteel van mening. Ik nodig u uit om met mij eens een dag door te brengen in de kunstenorganisatie waar ikzelf bestuurder van ben, om eens te ondervinden wat subsidies zijn, om na te gaan of ze de cocaïne of de bedwelmende cannabis zijn die ze lijken te zijn voor de kunstenaars. Ik ben zelf ook muzikant in het niet-gesubsidieerde circuit. Dat bestaat en Herman heeft gelijk, er is een kunstvorm die geen overheidsgeld nodig heeft. Ik noem bewust de twee extremen om aan te duiden dat ze in de samenleving aanwezig zijn en perfect naast elkaar kunnen bestaan. Het is niet het ene of het andere. Ik was aanwezig op de studiedag van het KMSK te Antwerpen en ik heb er professor Van Witteloostuijn gehoord, maar hij maakte niet bijzonder veel indruk. Hij neemt de nuances en de verschillen tussen de aard van de kunst, de moeilijkheidsgraad, de toegankelijkheid, het potentieel om veel of weinig publiek te bereiken en de internationale component niet in ogenschouw en hij neemt die niet op in zijn evaluatie. Dat zijn veralgemeningen. (...)
Het punt dat ik wil maken, is vooral dat er grote verschillen in potentiële leefbaarheid tussen de kunstensectoren zijn. Het meest frappante voorbeeld hiervan is de beeldende kunst. We subsidiëren jonge kunstenaars met kunstenaarsbeurzen. We hebben centra voor beeldende kunsten die tentoonstellingen inrichten. Onze succesvolle kunstenaars bevinden zich 5 jaar later niet langer bij de Vlaamse subsidiepotten. Ze leven van de verkoop van hun werk. Hun werken worden door musea en kunstverzamelaars aangekocht. Ze leven ook van de tentoonstellingen die buiten het gesubsidieerd circuit vallen. Dit is een perfect voorbeeld van de manier waarop een overheid getalenteerde artiesten kansen biedt tot het ogenblik waarop ze zelfstandig buiten die circuits kunnen leven. Voor een aantal kunstdisciplines, zoals theater en dans, is dit nu eenmaal niet mogelijk. De verschillen zijn groot. Ik zou dan ook willen dat iedereen tijdens discussies over dit onderwerp oog heeft voor deze diversiteit.”
Mag ik voorstellen dat alle debaters- vooral de (neo)liberalen onder de lezers - ook nog eens nadenken waar cultuursubsidies nuttig voor zijn? Ik schreef er ooit een artikel over. Klik hier om het helemaal te lezen. Daarin leg ik uit dat er heel duidelijke argumenten zijn voor cultuursubsidies, niet voor alles en iedereen, niet gelijk wanneer, maar gericht.
| september 2010 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Z | M | D | W | D | V | Z |
| 1 | 2 | 3 | 4 | |||
| 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 |
| 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 |
| 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 |
| 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | ||

foto Viviane Decock
© 2009 - Bart Caron // Design: Het Concept / Matthias Malfrère | Webontwikkeling: ikhona