1. Cultuur op VRT
Moet de VRT meer aandacht hebben voor Kunst met een grote K?
Of is Vlaanderen Vakantieland minstens zo belangrijk?
De VRT heeft al openbare omroep een culturele opdracht. Kunst is er het ‘hart’ van.
Vlaanderen subsidieert een brede waaier aan artistieke creatie en steunt de spreiding ervan. De VRT moet het publiek informeren en goesting doen krijgen om er naar te gaan kijken. Op elk net, maar op de wijze die elk net eigen is, dus anders op ‘
Download de tekst (Word) door eerst op de titel te klikken en daarna hier. Het is een hoofdstuk uit het boek 'Cultuurparticipatie' van Kunst en Democratie.
Ruim een jaar later wordt identiek dezelfde argumentatie gebruikt om de 5-minutenregel af te schaffen. Welke stappen de minister ondertussen heeft ondernomen in de richting van andere lidstaten blijft onduidelijk.
De minister verklaart principieel voorstander van de 5-minutenregel te zijn, maar helaas te moeten vaststellen dat deze regel niet werkt. De private omroepen zouden het decreet niet naleven of ontwijken door na kinderprogramma's videoclips te draaien. Ik vraag me af waarom we dan met veel poeha een nieuwe en sterke regulator voor de media hebben opgericht. Deze instelling moet toch voor een krachtige handhaving instaan?
Een recente Europese studie toont aan dat België in Europa nu al het hoogste percentage van op kinderen gerichte reclame heeft. Niet minder dan 8,9 percent van de reclamespots is op kinderen gericht. Het Europese gemiddelde bedraagt 5,7 percent. In Frankrijk gaat het om 7,1 percent, in Nederland om 3,9 percent, in Duitsland om 3,6 percent en in Groot-Brittannië slechts om 2,5 percent.
Volgens Bourgeois heeft Vlaanderen met betrekking tot kinderreclame de strengste regels van Europa. Hij is van mening dat dit niet houdbaar zijn. Diezelfde Europese studie heeft de wetgeving ter zake in tien Europese lidstaten onderzocht. Zeven van de onderzochte landen blijken verder dan de Europese minimumwetgeving te gaan. Het gaat onder meer om het verbod op het tonen van reclame voor alcohol en medicijnen rond kinderprogramma's in Groot-Brittannië, het verbod om kinderprogramma's voor reclame te onderbreken in Duitsland, Polen en Oostenrijk en een volledig verbod op reclame gericht op kinderen jonger dan 12 jaar in Zweden. Zo uniek is onze strenge wetgeving dus niet.
E
Er bestaat blijkbaar een geheime agenda die de bevriezing, bij sommigen zelfs de afbraak, van de VRT beoogt. Vlaams volksvertegenwoordiger Bart Caron betreurt de beslissing van minister van Media Geert Bourgeois om de digitale cultuurzender van de VRT op de lange baan te schuiven.
Geert Bourgeois (N-VA) heeft de cultuurplannen van de VRT in de diepvriezer gestopt. Formeel gezien heeft de minister gelijk. De VRT kan geen nieuwe zender ontwikkelen zonder een aanpassing van de beheersovereenkomst en een budgettaire bijsturing. Maar Bourgeois vond daar geen draagvlak voor in de regering.
Het is natuurlijk meer dan een beetje flauw. Toen de VRT vroeg om met digitale kanalen te mogen starten, wilde Bourgeois dat de openbare omroep met een stevig plan kwam voor meer cultuur op het scherm, inclusief de voorbereiding van een cultuurzender. Dat plan werd door de VRT grondig uitgewerkt en voorgelegd. Merkwaardig genoeg prijst Bourgeois dat plan openlijk wegens de kwaliteit ervan, maar hij legt het vervolgens wel naast zich neer. Of liever: hij verschuift het naar de nakende besprekingen in het kader van de nieuwe beheersovereenkomst.
Het lijkt er sterk op dat de minister dat doet onder druk van sommige meerderheidspartijen. Er bestaat blijkbaar een geheime agenda, een agenda die de bevriezing, bij sommigen zelfs de afbraak, van de VRT beoogt. Tijdens de hoorzitting in de mediacommissie in het Vlaams Parlement claimden de commerciële zenders, onder leiding van Christian Van Thillo, het alleenrecht op digitale themazenders. Van Thillo verklaarde doodleuk dat de VTM een cultuurzender kan maken, goedkoper dan de VRT dat kan. Betalend voor het publiek weliswaar, aan 3 tot 5 euro per abonnee per maand. Is zo'n zender dan voor een groot publiek? En welke 'cultuur' krijgen we dan? Te commercialiseren cultuur, uiteraard. Sorry, maar VTM heeft de competentie niet in huis. En het is zeer twijfelachtig dat VTM voldoende betalende kijkers zal halen. Maar goed, ze mogen het natuurlijk altijd proberen, de markt is vrij.
De openbare omroep heeft de kennis wel in huis. Lees: die is al betaald via de bestaande dotatie. Zo is er nu al een cultuurredactie en een cultuurradio (Klara), plus een onwaarschijnlijk boeiend archief. De VRT werkt sinds enkele maanden de berichtgeving over cultuur op radio en tv sterker uit. Dat moet: de culturele opdracht behoort tot de kerntaken van de VRT, dat staat zo in de mediadecreten. Maar die opdracht werd in het verleden te licht opgenomen, terwijl dit toch wel d
Het tv-landschap wordt geliberaliseerd onder het mom van de vrije mening. Kan iemand mij vertellen wat de mening van pakweg Cartoon Channel is?
Eergisteren maakte de Europese commissaris voor Media, Viviane Reding, haar aanpassing bekend aan de Richtlijn Televisie zonder Grenzen. Die wijzigingen zijn een nieuwe stap in de richting van het Amerikaanse televisiemodel. Een model waar alleen de reclamejongens en -meisjes beter van worden.
Het voorstel van Reding versoepelt drastisch de regelgeving rond reclame, sponsoring en productplacement. De minimumnorm die door Europa wordt ingesteld, komt alweer een stuk lager te liggen. De ervaring leert dat die norm ook alle nationale wetgevingen naar beneden zuigt. Europa hanteert immers al jaren een vreemd model wanneer het televisie betreft.
Een televisiezender moet namelijk alleen voldoen aan de wetgeving van het land waarin hij een licentie aanvraagt. Daarna kan hij in elk EU-land vrij op de buis komen en hoeft hij totaal geen rekening meer te houden met de wetgeving die in elk van die landen geldt. Een beetje vreemd toch wel. Stel je voor dat een bouwbedrijf uit land A een opdracht uitvoert in land B op basis van de sociale voorwaarden, veiligheidsvoorschriften en andere reglementering van land A en zich geen snars hoeft aan te trekken van de geldende wetten in land B. Dat zou terecht door de bouwbedrijven in land B als concurrentievervalsing worden bestempeld. Maar op vlak van televisie mag het. Onder het mom van de vrije meningsuiting weliswaar, maar kan iemand ons vertellen wat de mening is die pakweg Cartoon Channel wenst te verkondigen?
Het effect van dit systeem is ronduit pervers. Commerciële omroepen zoeken uiteraard het land op met de meest flexibele wetgeving om een licentie aan te vragen. Op die manier vervalsen ze de concurrentie tegenover de zenders die vanuit landen met een strengere wetgeving opereren. Het gevolg is dat die laatste groep ook soepeler horizonten opzoekt of de eigen regering onder druk zet om de wetgeving even soepel te maken. Een mooi voorbeeld hiervan is de vijfminutenregel in Vlaanderen. De decreetgever heeft die indertijd ingevoerd om kinderen te beschermen tegen de invloed van reclame. Maar buitenlandse omroepen zoals Nickelodeon hoefden daar niet aan te voldoen. Onder druk van VMMa en SBS dreigt de vijfminutenregel nu ook in Vlaanderen te verdwijnen. Op die manier evolueren we met zijn allen naar het absolute minimum.
En wat is dat absolute minimum? Wel, als het aan Reding ligt, worden we straks opgezadeld met een model dat heel dicht aanleunt bij de Amerikaanse toestanden. Waar een televisiezender vandaag maar om de twintig minuten een reclameblok mag programmeren, kan hij dat straks onbeperkt. Alle vijf minuten een reclamespot? Het is weldra perfect mogelijk. Dat er aan het plafond van 12 minuten per uur niet wordt geraakt, doet hierbij niet terzake. De huidige limiet van 3 uur reclame per dag verandert overigens in 4,8 uur als Reding haar zin krijgt. De nieuwe richtlijn is ook een stuk soepeler wat bijzondere programmacategorieën betreft. Sportuitzendingen kunnen straks onbeperkt en dus bijvoorbeeld ook midden in een speelhelft onderbroken worden. Bij films mag om de 35 in plaats van 45 minuten een reclameblok worden ingelast. Bij documentaires wordt elke beperking opgeheven. De licht strengere beperking bij nieuws- en kinderprogramma's is dan maar een schrale troost.
Ook split-screen, virtuele en interactieve reclame doen straks hun intrede. Bij voetbalmatchen is het dan bijvoorbeeld mogelijk dat het scherm eventjes wordt opgesplitst in live-beelden en commercials. Ondertussen rennen de spelers over een groene grasmat waar digitaal het logo van Carlsberg wordt op geprojecteerd. The sky is the limit!Orgelpunt van het werkstuk van Reding is de productplacement. Die wordt voortaan toegelaten en aan dezelfde regels onderworpen als programmasponsoring. Daarbij wordt geen rekening gehouden met de bijzondere impact die productplacement heeft op de kijker. Zo kan bijvoorbeeld ook een medicijn in een programma worden verwerkt, zolang het zonder voorschrift verkrijgbaar is. Maar een product dat in het ene land zonder voorschrift is te krijgen, is dat in het andere land misschien niet.
De argumentatie die Reding aanhaalt om productplacement toe te laten, is ietwat vreemd. Door de nieuwe inkomsten zou de diversiteit en creativiteit gestimuleerd worden. Creativiteit? De enige creativiteit die nog overblijft, is de zoektocht naar een manier om zoveel mogelijk producten tegen betaling in het script te schrijven. Ook bij de nieuwe inkomsten kun je vraagtekens plaatsen. De Europese Commissaris verwijst naar de VS, waar productplacement al jaren bestaat en waar het ondertussen goed is voor een fenomenale 1,7 procent van de inkomsten van de televisiezenders. Is het sop de kool dan wel waard? En zou het bovendien niet kunnen dat productplacement louter een vervanging is voor reclame, een manier om je van je concurrenten te onderscheiden?
Dat is de achilleshiel van de nieuwe Richtlijn. De commissie verkoopt haar versoepeling onder het motto dat ze meer geld en dus een steviger economische basis zal opleveren. Maar televisie is nu al het dominante medium op de reclamemarkt. Bedrijven zullen hun totale reclamebudget niet verhogen omdat televisiereclame soepeler wordt. Dat wil dus zeggen dat het budget voor promotie via televisie in het slechtste' geval gelijk blijft en er dus hooguit een verschuiving is van reclamespots naar pakweg productplacement, ofwel dat het televisiebudget wel degelijk stijgt, maar dan ten koste van de andere media. We zagen in Vlaanderen van 1995 tot 2004 al een groei van het aandeel van televisie (van 38 naar 45 procent) ten koste van vooral de geschreven pers (van 43 naar 36 procent). Dit lijkt ons pas echt gevaarlijk voor de diversiteit in Europa.
Reding kiest voluit voor de zelfregulering en wenst de wettelijke regeling tot een minimum te beperken. De zenders zullen immers zichzelf wel in de hand houden en dus niet overdrijven, willen ze geen kijkers verliezen. Dat klopt. Tenzij de kijker nog m
Diagonale financiering bestaat al in Groot-Brittannië: commerciële omroepen met betaalde openbare opdrachten, en een openbare omroep met de vrijheid om commerciële activiteiten te ontwikkelen
De VRT maakt zich op voor een nieuwe beheersovereenkomst. De koorts in medialand stijgt dan ook zienderogen. In Groot-Brittannië is men eveneens toe aan een nieuw 'Royal Charter' met de openbare omroep, en net als op vele andere vlakken kunnen we ook in deze van good old BBC en haar aanpak nog iets leren.
Van een boeiend en breed maatschappelijk debat over de nieuwe beheersovereenkomst is in Vlaanderen helaas nog geen sprake. De discussie beperkt zich veelal tot het uiten van hoogst individuele preferenties. De ene persoonlijke aanval volgt de andere op. De angst voor nieuwe ontwikkelingen op mediavlak doen teruggrijpen naar een status-quo dat in deze tijd niet meer werkbaar is. De omroepen en hun supporters beperken zich tot kreten over meer of minder dotatie voor de VRT. Termen als commercialisering, marktverstoring of Europese concurrentieregels worden te pas en te onpas gebruikt. Kortom, van een visie op lange termijn is zelden sprake.
Soms is het beter om het strijdgewoel even te verlaten en een stapje achteruit te zetten. Of misschien zelfs even over het muurtje te kijken naar het buitenland. Naar Groot-Brittannië bijvoorbeeld, waar de BBC nog steeds tot de nationale kroonjuwelen behoort. De BBC verdient zonder meer de titel 'moeder aller openbare omroepen'. Niet alleen is de Britse omroep de oudste van zijn soort, hij geldt ook steevast als ideaal model. Elke openbare omroep in de wereld zal zich aan de BBC proberen te spiegelen. Elke minister van Media spiekt eerst even bij de Britten alvorens zijn beleid te bepalen. In Vlaanderen is dat niet anders.
Groot-Brittannië loopt inzake audiovisuele media steevast enkele jaren voorop in vergelijking met Vlaanderen. Digitale televisie werd bijvoorbeeld ginds in 1998 geïntroduceerd, bij ons zetten Belgacom en Telenet pas dit jaar de eerste stapjes. Met het oog op een nieuwe beheersovereenkomst voor de VRT (2007-2011) is het daarom best interessant eens over het Kanaal te kijken. Het toeval wil namelijk dat ook de Britten zich opmaken voor een nieuwe beheersovereenkomst, een Royal Charter, met de BBC.
Een Royal Charter wordt er allereerst voor tien jaar afgesloten en bestrijkt er dus gemiddeld 2 à 2,5 legislaturen. Ziedaar al meteen een eerste verschil met Vlaanderen, waar de termijn vijf jaar is en elke nieuwe minister van Media meteen de kans krijgt om het audiovisuele beleid op zijn kop te zetten. Een langetermijnpolitiek wordt zo een stuk moeilijker. Bovendien wordt een nieuw Royal Charter door de Britten lang op voorhand voorbereid, met niet minder dan drie rondes waarbij de regering steeds een voorstel schrijft en vervolgens een ruime, publieke bevraging volgt. Die werkwijze maakt een echt maatschappelijk debat mogelijk. Het geheel wordt nog eens geflankeerd door een diepteonderzoek, allerhande adviezen en academische studies. Wij moeten het stellen met drie open en onbegrijpelijke vragen, en een enkele studie over de rol van de openbare omroepen in Europa. Een beetje povertjes, als u het ons vraagt.
Belangrijker nog dan de vorm is de inhoud van de discussie. In februari 2005 beëindigde Ofcom, de Britse tegenhanger van de hier nog op te starten Vlaamse Regulator voor de Media, een uitgebreide studie naar de toekomst van Public Service Broadcasting (PSB). Aanleiding was de nakende digital switch-over, de overstap naar het digitale tijdperk die de organisatie, spelregels, financiering en machtsverhoudingen van het omroeplandschap drastisch zal wijzigen.
PSB, het concept van de omroep ten dienste van de gemeenschap, is in Groot-Brittannië geen zaak van de BBC alleen. Ook de eerste, analoge commerciële omroepen kregen een PSB-opdracht mee. Zo is bijvoorbeeld in de jaren tachtig Channel Four ontstaan, een zender die creatieve programmering brengt die het voor 100 procent aankoopt bij onafhankelijke productiehuizen, en dat uitsluitend dankzij de opbrengst van reclame. ITV1 doet dan weer verplicht aan regionale programmering en brengt ook kunstprogramma's of religieuze uitzendingen op de buis.
De commerciële PSB-omroepen kunnen voor deze verplichte taken niet rekenen op overheidssteun. Nu in het digitale tijdperk het aantal concurrenten zonder dergelijke dure verplichtingen toeneemt, is deze situatie steeds moeilijker verdedigbaar. ITV-baas Charles Allen liet al verstaan van zijn PSB-verplichtingen af te willen. Ofcom komt nu tot het besluit dat ook in de toekomst de BBC de hoeksteen van de Public Service Broadcasting zal blijven, maar doet openlijk de suggestie om de licence fee, zeg maar het kijk- en luistergeld waarmee de BBC betaald wordt, gedeeltelijk door te storten aan de commerciële PSB-omroepen.
Die suggestie werd overgenomen in de Green Paper van de regering een maand later. De Britse staatssecretaris voor Media, Tessa Jowell, voegt eraan toe het debat te willen openen over de financiering van de BBC. De licence fee, een heffing op televisietoestellen, is namelijk steeds meer ontoereikend maar vooral achterhaald in een tijdperk waarin je op pc of gsm televisie kunt kijken. Jowell wil nadenken over een volledige of gedeeltelijke herfinanciering van de BBC. Mogelijkheden zijn betaaltelevisie, sponsoring of eventueel zelfs reclame.
De BBC verzet zich bij monde van haar voorzitter, Michael Grade, tegen deze ontwikkelingen, maar heeft zelf niet nagelaten om de voorbije decennia al een stevige commerciële poot op te zetten. Het was Margaret Thatcher die daar in de jaren tachtig de aanleiding toe gaf met haar onverholen dreigementen te snijden in de licence fee. BBC Enterprises, later BBC Worldwide, werd opgericht met het oog op een grotere financiële onafhankelijkheid. Vandaag is de BBC betrokken in tientallen onderaannemingen, joint-ventures en associaties over de hele wereld, levert ze knowhow tegen betaling en verkoopt ze betaaltelevisie, dvd's en zelfs eigen tijdschriften. Die activiteiten waren vorig jaar goed voor een omzet van 905 miljoen euro. Dankzij de winst kon de BBC toen 210 miljoen euro extra in haar publieke opdracht pompen.
Toen Spirit in juni van dit jaar met zijn plan inzake diagonale financiering van het omroeplandschap naar buiten kwam, werd dat links en rechts nogal sceptisch onthaald. In een bepaalde krant werd het zelfs als ronduit belachelijk afgeschilderd. Maar waar ging het juist over? In ons voorstel vertrokken we van de regel: "De VRT dient zich niet te beperken tot haar openbare opdracht en de openbare opdracht dient zich niet te beperken tot de VRT." Hierbij was het de intentie de VRT een aantal heel specifieke publieke taken op te leggen en haar per taak een dotatie toe te kennen. Terwijl vandaag 65 procent van het totale VRT-budget uit overheidsmiddelen komt en 35 procent uit priv
Ik ben heel blij dat de algemene vergadering van de Unesco de heel belangrijke Conventie over culturele diversiteit heeft goedkeurd. Die Conventie heeft een groot belang voor het toekomstig cultuurbeleid. Ze gaat over het belang van culturele diversiteit over de hele wereld, ook in Vlaanderen. Het belang zit hem in het feit dat zo’n Conventie een instrument is van internationaal recht, en dus juridisch bindend is.
Culturele diversiteit even belangrijk is voor de mensheid als biodiversiteit voor de natuur.
Deze problematiek is heel erg belangrijk en aanwezig. Al lijkt het iets te zijn dat zich ver van ons bed afspeelt, het heeft een directe impact op de economische en culturele ontwikkeling in Vlaanderen. Immers, de internationale vrijhandel rukt steeds verder op, en als we dat onbegrensd toepassen in de culturele sectoren, dan is te verwachten dat de dominante culturen, denk daarbij vooral aan de Amerikaanse, maar bij uitbreiding aan de Westerse, de hele wereld ‘veroveren’. Kijk bijvoorbeeld naar Vlaanderen en wat te zien is op onze televisiezenders en te horen is op onze radiostations, of de aanwezigheid van Amerikaanse films in de cinema. Hun films, soaps en fictieseries beheersen de beeldcultuur, de populaire muziek domineert podia en radiostations, enz. Hun marktaandeel neemt zozeer toe dat het bedreigend wordt voor de ontwikkeling van de eigen cultuur, van Vlaamse films, muziek van bij ons enz..
We kunnen dan wel de culturele diversiteit bepleiten, maar als de mondiale markteconomie exclusief de regels gaat bepalen, dan verdwijnt de diversiteit. Deze Conventie is daar een antwoord op. Ze bepaalt dat het voeren van een eigen subsidiebeleid in het kader van een Vlaamse cultuurpolitiek mag blijven bestaan, en dat in het kader van de mondiale liberalisering van de handel in goederen en diensten binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Immers een totale vrijhandel, dus zonder dat subsidiëring of bijv. quota van eigen Vlaamse producties op de openbare omroep VRT, zou mogen, zou dodelijk zijn voor deze vormen van cultuur uit minder rijke landen uit het zuiden, uit kleine regio’s en taalgebieden, zoals Vlaanderen, maar ook voor culturele uitingen die omwille van hun aard kwetsbaar zijn. Het is nu eenmaal zo dat je in Vlaanderen geen hedendaagse dans of toneel of beeldende kunsttentoonstellingen kan maken zonder subsidie. Dat geldt trouwens ook voor een populaire cultuuruiting als film, net omwille van onze kleine schaal.
De Amerikanen zijn zowat de enigen die tegen deze Conventie gekant zijn. En toevallig is dat niet. Vooral de Europese audiovisuele sector (film, TV en muziek) ligt bij hen onder vuur, maar ook steun aan auteurs, uitgevers, theatermakers of orkesten wordt geviseerd.
Deze Conventie moet voor alle culturen van over de hele wereld kansen bieden om zich volwaardig te ontwikkelen, zodat we de grote culturele diversiteit versterken, in plaats van te evolueren naar een mondiale culturele eenheidsworst.
Samen met de kern van Spirit Brugge stelden we een uitgebreide nota op. Wij willen constructief werken aan een cultuurstad met toekomst. Het Brugse spiritbestuur zat in de voorbije maanden een aantal keren samen met bevoorrechte getuigen van het Brugse cultuurbeleid en cultuurmakers die in Brugge wonen, al dan niet lid van spirit. Voor spirit Brugge is het de volgende jaren immers kwestie van de in de voorbije jaren geboden kansen en opportuniteiten op een weloverwogen wijze uit te spelen en de huidige positie van Brugge als cultuurstad te consolideren, ja, zelfs te versterken. Samen sterker!
Spirit Brugge stelde hiervoor een negenproef samen. Die lees je hieronder.
Een voorzet voor een duurzaam en geïntegreerd Brugs cultuurbeleid: samen sterker
Brugge, 14 oktober 2005
Spirit hecht bijzonder belang aan de plaats van cultuur in de samenleving. Spirit zet zich daarom niet alleen in om een cultuurbeleid te ontwikkelen voor Vlaanderen maar wenst dat ook lokaal te doen voor Brugge. Het is dan ook geen toeval dat spirit de Vlaamse minister voor cultuur levert. Het is tevens geen toeval dat nogal wat ‘culturo’s’ lid zijn van spirit. Ook in de West-Vlaamse hoofdstad.
Het Brugse spiritbestuur zat in de voorbije maanden een aantal keren samen met bevoorrechte getuigen van het Brugse cultuurbeleid en cultuurmakers die in Brugge wonen, al dan niet lid van spirit. Uit deze uitermate boeiende groepsgesprekken groeiden onderstaande beleidspistes. Sommige van deze pistes zijn nieuw voor de Brugse context, andere kregen al een eerste aanzet in de praktijk maar wachten op verdere structurele opvolging.
Spirit is geen dogmatische partij. Spirit wil op basis van onderstaande voorstellen in de toekomst verder reflecteren over het cultuurbeleid in de derde grootste stad van Vlaanderen. Het wil haar tekst aanvullen waar nodig en verbeteren indien zinvol. Onze tekst mag gerust worden gebezigd voor het cultuurbeleidsplan van de stad Brugge.
Brugge hoeft de Calimero van de Vlaamse cultuurpolitiek niet te zijn
Brugge is van een kleinere schaal dan Gent en Antwerpen, maar is toch duidelijk groter dan andere Vlaamse steden en gemeenten. Dat heeft zijn nadelen, maar zeker ook zijn voordelen. Men kan in Brugge relatief makkelijk inspelen op de dynamiek van kleinere, eerder lokale actoren en toch een aantal spelers een (inter)nationale rol laten spelen. En zo’n (inter)nationale profilering komt ongetwijfeld het Brugse publiek ten goede via een kwalitatief hoogstaander en internationaler programmatie dan in andere centrumsteden. Anderzijds is het potentiële publieksbereik voldoende groot om in de toekomst ook sterker in creatie te gaan investeren en zelfs specifiek voor de stad en de regio bedoelde creaties te realiseren (kijk naar het succes van producties als Zwijg Kleine en De Kavijaks bij de Werf).
Brugge hoeft dus niet de Calimero van de Vlaamse cultuurpolitiek te zijn. Integendeel, sinds het aantreden van spirit-ministers op cultuur (achtereenvolgens Anciaux, Van Grembergen, Anciaux) kende Brugge een duidelijke groei van haar culturele middelen. De stad kreeg geld om een cultuurbeleidscoördinator aan te stellen. De Vlaamse subsidies voor belangrijke spelers als de Cactus, het Cultuurcentrum en het kunstencentrum de Werf-het Net kenden een stevige groei. Er kwamen door middel van het erfgoedconvenant middelen voor het voeren van een integraal en duurzaam cultureel erfgoedbeleid. Hierdoor kon de stad twee erfgoedcoördinatoren aantrekken en boeiende erfgoedprojecten opzetten. Er was veel meer geld voor het voeren van een jeugd(werk)beleid. Vlaanderen kende riante werkingssubsidies voor het Concertgebouw toe, hoe hard de klaagzang daarover ook blijft klinken. En er waren Vlaamse investeringen in het Concertgebouw zelf, in de verbouwing van het Entrepot, voor de restauratie van de Stadsschouwburg en voor de werklabs op de Groenplaats. Onlangs werd ook Wijk-Up erkend als sociaal-artistiek project. En kijk er de samenstelling van allerlei adviesorganen en beoordelingscommissies maar eens op na. Ook op dat vlak is Brugge in Brussel sterk vertegenwoordigd.
Voor spirit Brugge is het de volgende jaren kwestie van de geboden kansen en opportuniteiten op een weloverwogen wijze uit te spelen en de huidige positie van Brugge als cultuurstad te consolideren, ja, zelfs te versterken. Samen sterker!
Een negenproef met spirit
Samen met de bevoorrechte culturele actoren maakte spirit Brugge een toekomstplan op voor een cultuurstad met toekomst. We vatten dat plan samen in 9 concrete actiepunten.
1. Het gemeentebestuur stimuleert samenwerking, faciliteert programmatie en creatie en wakkert de publieksparticipatie aan.
Als het aan spirit ligt focust Brugge in haar cultuurbeleid op het stimuleren van samenwerking, het faciliteren van programmatie en creatie
Durf en moed. Die eigenschappen heeft Vlaams minister van Welzijn Inge Vervotte duidelijk niet in huis, zeggen Bart Caron en Elke Roex. En dat moet veranderen. ,,Om de zorg toegankelijk te houden voor iedereen.''
1 JAAR VERVOTTE: EEN MIDDELMATIG, TRAAG EN PERSPECTIEFLOOS BELEID
Het zou anders worden, beter. Het nieuwe welzijns- en gezinsbeleid zou de problemen grondig aanpakken, de wachtlijsten snel verminderen, en doortastend optreden tegen delinquente jongeren. De kinderopvang zou worden uitgebreid, de rusthuizen snel aangepast aan de noden van de tijd en er zou meer zorg op maat komen.
Helaas, na
| februari 2012 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| z | m | d | w | d | v | z |
| 1 | 2 | 3 | 4 | |||
| 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 |
| 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 |
| 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 |
| 26 | 27 | 28 | 29 | |||

foto Viviane Decock
© 2009 - Bart Caron // Design: Het Concept / Matthias Malfr