zondag 5 februari 2012,

Bart Caron

Op het podium voor cultuur

ingediend door Bart Caron op 29/06/2005 om 00u00

Het is nog juni, maar de festivalzomer is al losgebarsten. In de marge ervan houden Herman Schueremans, Chokri Mahassine en Bart Caron een warm pleidooi voor meer cultuurparticipatie. ,,Omdat iedereen de kans daartoe moet krijgen.''

Kunst is niet iets waarmee een of andere elite zich mag onderscheiden van het klootjesvolk

Het theaterseizoen is voorbij, de festivalzomer is begonnen. Straks gaan we met vele duizenden in weiden en parken genieten van al dat moois. En toch, volgens de VRIND, het jaarrapport over Vlaanderen, is de deelname aan cultuur gedaald. De daling zou niet zo groot zijn, en al zijn er nog te weinig betrouwbare cijfers om dat goed te kunnen meten, het is een negatieve tendens. Die willen we omkeren. En we willen meteen alle betrokkenen oproepen om het tij te keren. Die ,,wij'' zijn politici die toevallig ook festivalorganisatoren zijn. We combineren praktijk en beleid, we hebben als het ware een dubbele huid.
Het woord cultuur wordt door velen helaas te smal ingevuld. Wij vullen het breder in dan de schone kunsten'. Het is ook rockmuziek, verenigingsleven, harmonieorkest, seniorenclub, straattheaterfestival, pleinconcert... Zonder hiërarchie tussen de verschillende kunst- en cultuuruitingen. Kunst is niet iets waarmee een of andere elite zich mag onderscheiden van het klootjesvolk. Iedereen is gelijk voor de kunst, kunst is voor iedereen. En die brede definitie willen we graag promoten.

Maar eerst een vraag: moet iedereen wel deelnemen aan cultuur? Is iemand minder of meer mens als hij liever in de tuin werkt of naar tv kijkt? Natuurlijk niet. Maar we willen wel dat zoveel mogelijk mensen zoveel mogelijk kansen krijgen om mee te doen. Dat mensen daar bewust mee omgaan. Het is zoals met onderwijs: moet iedereen naar de universiteit? Nee toch, maar iedereen moet wel de kans krijgen. Als je liever de Ronde van Frankrijk bekijkt dan naar een concert te gaan, geen probleem. Maar het kan ook allebei. Geen kunstmatige tegenstelling dus.

Wij doen daarom een brede oproep.
Een oproep aan jullie, geacht publiek. Kom meegenieten, kom het nieuwe ontdekken. Cultuur roept gedachten en gevoelens op die zo typisch menselijk zijn: het kippenvel bij een ontroerend stuk muziek, de verontwaardiging bij een hard toneelstuk, de koude rilling van een beklijvende film, de spanning van een goed boek, het plezier om zelf mee te spelen in je toneelkring of je eigen rockband, de pracht van een schitterende tentoonstelling of een museum, enzovoort. Geniet van de sfeer, die van de festivalweide, de koelte van het museum, de pluche van de theaterzaal, de rust in de bib, de gezelligheid van het verenigingslokaal.
Een oproep aan de organisaties en instellingen ook. Sloop de drempels waar mogelijk. Niet door aan het werk van kunstenaars zelf te raken - zij moeten zich niet aanpassen aan de gemiddelde smaak, maar hun eigen ding doen. Verlaag de drempels: geen moeilijke taal in folders of brochures, kaartjes aan redelijke prijzen, een aantrekkelijke en uitnodigende aankleding, klantvriendelijk onthaal

Een oproep aan de media, schrijvende pers, radio en tv. Wij richten ons op directe wijze tot jullie'. Jullie hebben een verantwoordelijkheid: eerlijk berichten en commentariëren, intenser en meer dan nu, over de diverse vormen van cultuur, over meer dan populaire cultuur, over meer dan de grootste gemene deler. Help mensen hun palet te vergroten.

Een oproep aan de overheid. Werken aan cultuurparticipatie is nooit af'. Het is een blijvende opdracht. Alle overheden, gemeenten en steden, provincies en Vlaanderen moeten nog meer investeren in cultuurbeleid, en zeker in cultuurcommunicatie, in educatie en opleiding. Er zijn al veel initiatieven genomen, maar ze zitten nog lang niet allemaal op kruissnelheid. Denk aan de recente inspanningen voor kunsteducatie in de jeugdsector en de kunstensector, de cultuurparticipatie bij kansarme groepen, de Vlaamse cultuurdatabank van Cultuurnet die binnenkort start, de verruimde opdrachten van cultuur- en gemeenschapscentra en van openbare bibliotheken Om de vruchten te plukken, moeten we geduld hebben. En vooral voortdoen.

We willen ons ook en vooral richten naar u, mijnheer de minister van Onderwijs en naar alle leerkrachten en directies. Want zij hebben een grote verantwoordelijkheid. De school is immers de enige plaats waar iedereen komt. Leer daar over, door en met cultuur. Jong geleerd is oud gedaan. We moeten investeren in kennis en niet alleen om later hard te kunnen werken of veel te verdienen, maar ook om meer mens te zijn. Daar hoort cultuur bij. Als je niets kent van muziek, is het moeilijk om klassieke muziek te smaken. Die vereist nu eenmaal enige kennis. Of nog eenvoudiger: als je niet kan lezen, kan je niet genieten van de vele duizenden prachtige boeken die geschreven zijn. We mogen het belang van het onderwijs, van de kleuterschool tot de universiteit, niet onderschatten. Elke school zou een brede' school moeten worden.

Bart Caron, Herman Schueremans en Chokri Mahassine.
De auteurs zijn Vlaams volksvertegenwoordiger en organiseren respectievelijk Humorologie, Rock Werchter en Pukkelpop.


 

ingediend onder Bart schrijft... • (0) ReactiesPermalink

Diagonale financiering van het televisie-landschap

ingediend door Bart Caron op 08/06/2005 om 00u00

Naar een diagonale financiering van  het televisie- en radiolandschap
spirit-nota persconferentie 8 juni 2005

1. Situatieschets
a) De beheersovereenkomst met de openbare omroep (2002-2006) is bijna aan vervanging toe. De zenuwachtigheid bij de mediaspelers
ingediend onder Bart schrijft... • (0) ReactiesPermalink

Recht op Cultuur?

ingediend door Bart Caron op 07/06/2005 om 00u00
Misschien is het toch simpel. Al dat moois dat gemaakt is door zovele kunstenaars, moet kunnen bekeken, gesmaakt, geproefd worden door iedereen die dat wil. Het moet niet, maar alle mensen moeten de kansen hebben, de gelegenheid er ook bewust voor of tegen kunnen kiezen. Onthoud vooral de woorden ‘kansen’ en ‘keuze’.
We zijn het, zo denk ik toch, eens dat cultuur belangrijk is voor een samenleving. Maar wat als we cultuur eens zouden vervangen door bijvoorbeeld alcohol of door de supermarkt? Zijn we het dan nog eens? Wellicht niet. Cultuur gaat dus over iets bijzonders, over het goede, over dat unieke, bijzondere van ons ‘mens’ zijn.

Achter de mooie intentie van het ‘recht op cultuur’ schuilt een ideologisch debat, nl. een debat over de verdeling van de rijkdom in de samenleving. Als je spreekt van een ‘recht, dan houdt dat in dat je cultuurgoederen toegankelijk moet maken
ingediend onder Bart schrijft... • (0) ReactiesPermalink

Een brief aan de censor

ingediend door Bart Caron op 10/03/2005 om 08u00

De stadstheaters in Antwerpen, Brussel en Gent bezondigen zich aan ,,pseudo-elitaire programmatie''. Dus moeten hun subsidies misschien maar verdwijnen, aldus Filip Dewinter. Bart Caron pikt zo'n uitspraken niet en schrijft een open brief. ,,Wat zal het volgende zijn? Weg met die elitaire Canvas?''

Waar wacht Dewinter op om de openbare omroep aan te pakken?

Beste Filip Dewinter,

Waar begint of eindigt de vrije meningsuiting? Mag ik u vragen daar eens diep over na te denken?
Uw partij heeft zoveel praatjes over vrije meningsuiting, maar geldt ze alleen voor de uitspraken van de Vlaams Belangers zelf? Geldt ze dan niet voor het woord of het beeld van kunstenaars? Sommige van uw parlementairen tonen via hun website dat ze geen probleem hebben met blote borsten en schunnige praat. Dat zowat alles moet kunnen. Maar een moeilijk toneelstuk in het Toneelhuis of het NTG, dat kan niet.

De kunstenaar is vrij, daarom worden subsidies gegeven aan wie niet van zijn of haar pen of instrument kan leven. Bent u vergeten dat kunstenaars eeuwen uit de hand van machthebbers moesten eten? Koningen en hertogen namen kapelmeesters en schilders in dienst die moesten uitvoeren wat de politiek of de feodale heerser bevolen. In de USSR of in nazi-Duitsland waren kunstenaars die geen honger wilden lijden, dienaars van een perverse macht. In een beschaafde wereld krijgt de kunstenaar een vrije en autonome ruimte. Niet omdat elk kunstwerk iedereen moet behagen, maar omdat kunst vragen stelt, prikt en steekt, omdat kunst de werkelijkheid anders bekijkt.

U weet het en u misbruikt het: het is makkelijk om het moeilijke' hedendaags theater uit te spelen tegen de cultuur van het gewone' volk. Er gaan meer mensen niet naar het theater, dan wel. Dat is zo, jammer genoeg. Daarom wordt er hard gewerkt aan het bevorderen van de cultuurparticipatie. Maar als we de bezoekers aan de theaters, aan de bibliotheek, de deelnemers aan het verenigingsleven samentellen, dan kunnen we zeker niet meer spreken van een kleine elite. Ter vergelijking: er gaan meer mensen niet naar het voetbal, dan wel. En ook hier investeert de overheid in stadions, in parkings, in opleiding enzovoort. Moeten we die kleine elite ook aanpakken? Of blijft u daar van af omdat het louter ontspanning is, ongevaarlijk, brood en spelen?
Uw partij wil alles weg wat vragen durft te stellen. Kijk naar uw buitenlandse collega's die de macht hadden: er worden jeugdclubs gesloten, bibliotheken worden gezuiverd van linkse' boeken, theatergroepen worden weggepest of het werken onmogelijk gemaakt.

Mag ik denken dat dit de start is van een nieuwe lastercampagne? Volgen morgen ook de cultuurcentra, bijvoorbeeld? Zullen de vertegenwoordigers van uw partij in elke gemeenteraad zeggen dat de programmering van het cultuurcentrum in hun gemeente moet bijgestuurd worden omdat het voor een kleine elite' is. Weg met het moeilijke werk? Geen hedendaagse dans of hedendaags toneel meer? Weg met de ontaarde beeldende kunst? Nu brengen veel cultuurcentra een zeer gemengd aanbod, van zeer toegankelijke tot moeilijkere voorstellingen. Dat bevordert de keuzevrijheid.
Zou u dan in dezelfde mouwveeg ook de jeugd- en sociaal-culturele verenigingen -zij emanciperen en stellen kritische vragen - het werken onmogelijk maken door hen de toegang te ontzeggen tot het gemeenschapschapscentrum?

Wat met de schrijvers, meneer Dewinter? Gaat u in het Fonds voor de Letteren een censuurcommissie instellen om elk manuscript na te lezen vooraleer een schrijversbeurs kan worden toegekend? Of zal u het succes afmeten aan het aantal verkochte titels? Maar ja dan hoeft een beurs niet meer.
Waar wacht u overigens op om de openbare omroep aan te pakken? Weg met het elitaire Canvas, of toch met die moeilijke auteursfilm, weg met kritische reportages in Panorama, weg met de interessante documentaires, over Auschwitz bijvoorbeeld, in Histories. Of blijft de VRT nog even buiten beeld omdat u de omroep nodig heeft om uw boodschappen te brengen? Juist, dan is het niet wijs de leiding te veel te schofferen.

Ik moet even denken aan recent wetenschappelijk onderzoek. Helaas toonden wetenschappers aan dat er een culturele kloof is in Vlaanderen. Culturele voorkeuren hangen samen met aspecten als stemgedrag, onderwijskeuze, tv-kijkgedrag, type kranten en tijdschriften die worden gelezen, enzovoort. Tussen deze twee grote leefwerelden ligt een diepe kloof. Het Vlaams Belang leeft van die tweedeling en zou ze nog uitdiepen. Maar we moeten ze overbruggen. Dat wil u niet en net daarom moeten we tegen uw troepen vechten, met argumenten weliswaar.
Er gebeurt veel moois in Vlaanderen. Er zijn heel wat gesubsidieerde culturele actoren, zoals sociaal-artistieke werkingen, verenigingen, cultuurcentra die erin slagen een brug tussen die twee cultuurpatronen te slaan. Ook televisie kan dat. Het nieuwe E

ingediend onder Bart schrijft... • (0) ReactiesPermalink

Uit respect voor De Muziek

ingediend door Bart Caron op 03/03/2005 om 08u00

Zijn de platenbonzen vergeten dat ze zelf in hun jeugd muziek kopieerden op cassettes?

Downloaden toelaten? Het jaagt de muziekindustrie steevast in het harnas. Zij voert een open oorlog tegen het illegaal downloaden en kopiëren. Terecht, voor die groep die met muziek in het zwart een winstgevend handeltje gaat opzetten. Maar is het echt nodig om elke jongere die al eens een liedje downloadt als een misdadiger te bestempelen en soms gerechtelijk te vervolgen? Zijn de platenbonzen vergeten dat ze zelf in hun jeugd muziek kopieerden op cassettes?
Het illegaal downloaden en kopiëren is trouwens lang niet de enige oorzaak van de malaise in de muziekindustrie. Zo speelde de sector te laat in op de technologische ontwikkelingen. Nog markanter is de kick op live-concerten. Kijk naar de rush op de U2-tickets. Vroeger was een elpee duurder dan een concertticket, nu is het andersom.

Als kopiëren illegaal gebeurt, lopen artiesten en producenten inkomsten mis waar ze recht op hebben. Dat is onrechtvaardig. Auteurs, muzikanten en producenten werken hard aan elke plaat. Ze stoppen er tijd, creativiteit en risicokapitaal in. Ze hebben dan ook recht op een faire vergoeding. Maar het downloaden en kopiëren keihard onderdrukken, is geen goed idee. Het internet heeft muziek voor iedereen beschikbaar gemaakt. De cultuurspreiding is maximaal en de drempel laag.

Pc or not pc
Het is haast onmogelijk om het downloaden en kopiëren van muziek te bannen. Alle misbruiken opsporen is onbegonnen werk, en het gevaar voor schending van de privacy (bij elke internetgebruiker) loert om de hoek. Technische beveiliging van cd's heeft dan weer zware beperkingen. Een eerste is juridisch: de Europese wetgeving laat toe dat je een thuiskopie maakt van een cd in je bezit en beveiliging mag dat niet onmogelijk maken. Een tweede is praktisch: beveiligde cd's kan je vaak niet afspelen op bijvoorbeeld pc's of in de auto.

In de nieuwe wet blijft het recht op een persoonlijke kopie behouden. Als je technische belemmeringen omzeilt om voor priv

ingediend onder Bart schrijft... • (1) ReactiesPermalink

Auteursrecht: over nepargumenten en commerci

ingediend door Bart Caron op 15/02/2005 om 00u00
In de Kamer is een fel debat aan de gang over het auteursrecht. Het lijkt over een futiliteit te gaan, maar eigenlijk gaat het om basisrechten voor kunstenaars en consumenten. Tegelijk is het een bikkelharde strijd met grote commerciële belangen als inzet, belangen van de computerproducenten en -verkopers en deze van de majors (de grote labels) in de muziek- en de filmindustrie. Helaas zijn er een aantal politici die zich laten vangen door schijnargumenten.
Eerst de feiten. De commissie bedrijfsleven werkt aan de omzetting van een Europese richtlijn over het auteursrecht en de naburige rechten uit 2001. Ze verplicht de lidstaten om hun auteurswetgevingen aan te passen aan de digitale informatiemaatschappij. Onze auteurswet van 1994 moet dus opgefrist worden.
Er blijven nog twee cruciale knelpunten over: of de garantie op de zogenaamde priv
ingediend onder Bart schrijft... • (0) ReactiesPermalink

Kortrijk - bipolaire stad?

ingediend door Bart Caron op 02/01/2005 om 00u00
Vorige week bouwde de lokale VLD-voorzitter Wout Maddens een betoog op ten voordele van de vestiging van de Cora in Kortrijk. Daarbij gooide hij de problemen van de kleinhandel in de binnenstad op de figuurlijke schuldenberg van het stadsbestuur. Te hoge grondlasten, hoge huurprijzen enz. De rol van de oppositie is nu eenmaal "to opposite".
Alleen met simplisme komen we er echter niet. Wout Maddens verwijt de CD&V-ers bange hazen te zijn. Dat is zijn goed recht. Zijn tekst is er echter eerder eentje van het niveau van een domme gans. Er zijn problemen in de binnenstad, maar je moet ze in hun volledigheid benaderen. De binnenstad ontvolkt, de kleinhandel doet het niet goed wegens te weinig klandizie, grote panden komen leeg te staan, wijken verloederen. Teveel factoren om in dit korte bestek een grondige analyse te maken.

Een stad heeft vele functies. Als je er te veel weghaalt, verarmt de stad. Historisch gezien is een stad een kruispunt van vele activiteiten: van handel, van onderwijs, van gezondheidszorg, van openbare dienstverlening, van artistiek leven, van uitgangsleven, enz. Om het te eenvoudig te stellen: de stad is een bijenkorf van activiteit terwijl het platteland een oase van rust is. Je vindt er ook alle bevolkingsgroepen, alle sociale lagen, alle leeftijden. Mensen komen er wonen omdat ze ervan alles in hun dichte omgeving vinden (vonden) en omdat de sociale controle er vrij groot is (was). Als je uit deze smeltkroes bepaalde functies weghaalt of bepaalde bevolkingsgroepen weert, verarmt de stad. Als je er echter nieuwe functies inplant, betekenen die een verrijking voor het stedelijke leven.
In de recente stadsgeschiedenis zijn veel functies verdwenen. Grote delen van het onderwijs zijn buiten het centrum ingeplant (Kulak, Katho ..), ook de naschoolse vorming (o.a. Vormingsinstituut Syntra West). Kleinhandelsfuncties zijn buiten de stad komen te liggen, o.a. het Ring Shopping Center in Kuurne of Pottelberg. Of ze verloren hun unieke karakter en werden grotendeels vervangen door ketenwinkels die de huurprijzen de hoogte injoegen. Het winkelaanbod verarmde dus ook in kwaliteit en daardoor bleven meer mensen weg. Groothandelactiviteiten werden elders gelokaliseerd (groothandelsmarkt voor groenten, de veemarkt) of werden ver van het centrum ingeplant (Xpo). De grote-publieksfilm zien we nu in Kinepolis. Gelukkig mocht de Paasfoor nog blijven. Morgen trekken onze ziekenhuizen naar de Kennedylaan, ver weg van het oude centrum. Zo komen er verschillende grote gebouwencomplexen leeg te staan. En ondanks de vergrijzing kan je die niet allemaal tot rusthuizen recycleren. Een nieuw probleem?

Daarenboven zorgt grotere mobiliteit ervoor dat we allemaal grotere afstanden overbruggen. Shoppen in Auchan of in Rijsel zijn "gewoon" geworden. En we zijn niet vrij van invloeden uit de globaliserende wereld. Zo zijn overal op de wereld shopping malls, alleen zijn ze meestal in stadscentra en niet aan de rand gelegen.
Teruggaan naar de gouden jaren '60 en '70 kan niet. We moeten voortbouwen op de evolutie. Ruimtelijk bekeken kunnen we stellen dat Kortrijk bestaat uit een bipolaire structuur: het oude centrum rond de Grote Markt, het Schouwburgplein, de Veemarkt en een nieuw centrum op Hoog-Kortrijk. Het komt er dus op aan de beide polen en het ertussen gelegen gebied als

ingediend onder Bart schrijft... • (0) ReactiesPermalink

De televisie naar de schroothoop?

ingediend door Bart Caron op 27/12/2004 om 00u00
Kijk, ik zal duidelijk stellen: ik vind dat wij (=spirit) moeten streven naar een daling van de kijkcijfers op tv. Leve de lage kijkcijfers! Laat ons wat meer op caf
ingediend onder Bart schrijft... • (0) ReactiesPermalink

Onroerend Erfgoed - bespreking beleidsnota Dirk Van Mechelen

ingediend door Bart Caron op 06/12/2004 om 00u00
Voor het eerst is het beleid voor monumenten en landschappen, het onroerend erfgoed, onderdeel van een bredere beleidsnota, samen met Ruimtelijke Ordening. Dat kan nieuwe perspectieven openen. Maar is dit geval?
De beleidsnota stelt: "het behouden van de erfgoedwaarden door deze te beschermen blijft een beleidsoptie". Niets om ons ongerust over te maken, lijkt wel. De beleidsnota toont in vele zinsneden aan dat de nieuwe minister toch een een andere weg wil inslaan: die van minder 'ad hoc' beschermingen, van het herbepalen van de verantwoordelijkheden naar lokale besturen, van het beklemtonen van de Vlaamse verantwoordelijkheid voor de de topstukken en de aandacht voor coördinatie.

Eerst wil ik enkele citaten uit de nota geven:
"Beschermen en het opleggen van erfdienstbaarheden is echter niet de enige manier om aan onroerend-erfgoedzorg te doen".
"Wanneer er alsnog wordt overgegaan tot bescherming als nieuwe kansen zich aanbieden voor een kwaliteitsvolle ontwikkeling moet de bescherming opnieuw geëvalueerd kunnen worden of eventueel zelfs opgeheven".
"Beschermen om te beschermen heeft in die context geen zin".
"De bescherming als monument zal moeten gebeuren op basis van een eerlijke en doordachte selectie, volgens zekere criteria"

De citaten suggereren dat de minister op een ander beschermingsbeleid wil. Een aantal van de kritische uitlatingen zijn trouwens ook niet correct. In de relatief korte geschiedenis van Vlaanderen heeft toch geen enkele minister, bevoegd voor de monumentenzorg, beschermd om te beschermen? En gebeurde de bescherming vroeger dan niet op basis van criteria? Er mag best worden gesproken over 'declassering'. De regelgeving laat dat nu ook al toe, maar het wordt beschouwd als een zeer uitzonderlijke maatregel. Het expliciete woordgebruik doet ons de oren spitsen.

Beschermen dreigt in een eerder negatief daglicht te komen. Het is verklaarbaar. De afkeer van beschermen is ingegeven door de nog jonge geschiedenis van de monumentenzorg. Nog niet zo heel lang geleden was het onroerend waardevol erfgoed vogelvrij. Neem als triest voorbeeld de Vlaamse kustlijn, de Atlantische muur van appartementen die vele talrijke prachtige huizen en hotels heeft platgewalst, of neem de Vlaamse steden waar we vele bouwkundige kwaliteiten hebben zien verdwijnen. Daar moest een reactie op komen. De monumentenzorg heeft de voorbije decennia een noodzakelijke inhaalbeweging gemaakt. De beschermingsgolf was terecht.
Helaas, de aanpak van de Belgische en later de Vlaamse overheid op het terrein was weinig flexibel en zeker niet ge?ntegreerd. Daardoor vermeden vele eigenaars een logische bescherming omdat de regels hen beletten om actief met het pand om te gaan, soms tot in het absurde. Daar mogen we ook niet blind voor zijn. De Vlaamse controle was vrij repressief, en dat resulteerde vaak in antireclame voor de monumentenzorg.
We moeten daarom af, en daar heeft de beleidsnota gelijk in, van een behoudsgezinde monumentenzorg. We moeten resoluut gaan voor een ontwikkelingsgerichte benadering. De kentering is voorzichtig ingezet. We zien dat de houding van de administratie langzamerhand verschuift van die van controleur-inspecteur naar deze van begeleider-consulent.
De problemen mogen echter niet beletten dat Vlaanderen de bescherming van waardevol erfgoed vervolledigt. De achterstand is bijna ingehaald, en dat is en was ook noodzakelijk.

Inventarisatie is geen bescherming
In de beleidsnota wordt gesteld dat de beleidsinventaris, als vorm van registratie, reeds een eerste vorm van bescherming is van de erfgoedwaarde voor de volgende generaties. De bouwkundige inventarissen zijn, na vele jaren van hard werken, bijna klaar. Ze geven een goed beeld wat er in Vlaanderen allemaal is, en wat beschermenswaard is. Dat is een belangrijke zaak. Maar het is slechts een zachte vorm van bescherming, eerder een vorm van waardering van erfgoed, een instrument voor wie informatie nodig heeft of basaal onderzoek wil doen. Een actievere ontsluiting via het internet, inclusief documentatie over elk monument, de uitbouw ervan tot een instrument voor het beheer dringt zich wel op.

Actieve omgang met onroerend erfgoed
De bescherming is een preventieve daad. Maar deze daad volstaat niet (meer). We moeten evolueren naar actieve omgang met het erfgoed. Dit impliceert nadenken over hergebruik, door middel van de opmaak van plannen van beheer en van herwaardering. We moeten creatiever omgaan met herbestemming en hergebruik, met combinaties met hedendaagse architectuur enz.
Ook in de beleidsnota wordt gesteld dat beheer de essenti?le hoeksteen is van de onroerend-erfgoedzorg. We lezen ook dat hergebruik en herbestemming van patrimonium het kernthema vormt in deze legislatuur. Dat juichen we toe. Tegelijk pleiten we voor een doordachte aanpak, gedurfd maar met respect voor de erfgoedwaarden. Het bestaande instrumentarium laat dit toe, maar kan ongetwijfeld nog verbeterd worden. We moeten het niet afbreken, maar wel bijwerken en evalueren om de actuele doelstellingen na te streven. We zijn het eens met de stelling: 'Eerder dan belemmerende erfdienstbaarheden op te leggen vanuit een absoluut gestelde erfgoedwaarde, zal elke potentiële erfgoedbescherming de overweging moeten maken welke erfgoedkenmerken belangrijk genoeg worden geacht om ook materieel mee te nemen naar de volgende generaties.
Beschermingsdoelstellingen zullen dan ook veel explicieter moeten geformuleerd worden en dienen meer oog te hebben voor het beheer.De overheid dient dan zelf wel werk te maken van de uitbouw van het consulentschap en moet actiever samenwerken met gemeentelijke en provinciale specialisten en bestuurders. Wie een probleem heeft met een beschermd monument, zoals lokale overheden of eigenaars of architecten wel eens kunnen hebben, moet bij de administratie terecht kunnen voor bijv. bouwtechnisch advies, voor het aanreiken van alternatieven enz. Het is ook noodzakelijk om de waarde van een gebouw niet alleen meer uit te drukken in erfgoedwaarden, maar een meerwaarde te geven door het inbrengen van andere functies, uit de cultuur, de horeca, de handel, het toerisme;

Vlaanderen, de provincies en de steden en gemeenten
Topmonumenten zullen onder een maximale bescherming blijven staan. Zo staat het er. Het toont aan Vlaanderen in het beschermingsbeleid wellicht selectiever zal worden. Maar, wat verstaat de beleidsnota onder dat begrip? Een authentiek gebleven huisje in een beluik kan evenzeer een topmonument zijn als een kathedraal. De betrachting dient te zijn om van ons werk- woon en cultureel verleden een coherent beeld te bewaren. De indruk wordt gewekt dat er wordt gedacht in termen van classificatie. Dat is een voorbijgestreefd 19de eeuws concept.
Wie moet de verantwoordelijkheid nemen voor de 'gewone' monumenten? Vallen ze morgen onder de verantwoordelijkheid van het Vlaamse gewest of van de gemeenten en de provincies?
Dit verwijst vanzelf naar het zogenoemde subsidiariteitsprincipe. Tegen subsidiariteit hebben we niets, integendeel. Maar in dit stuk wordt uitdrukkelijk gepleit voor een hiërarchische structuur, waarbij elk bestuursniveau zorg draagt een gedeelte van het onroerend erfgoed, zowel naar kennisopbouw, inventarisatie, bescherming en beheer. Dit vereist een herschikking van het takenpakket tussen de besturen. Goed dat de andere bestuursniveaus beter betrokken worden. Daar kan een ruim instrumentarium voor worden opgebouwd.

Er wordt echter meer dan gesuggereerd dat een belangrijk deel van de kosten (voor bijv. restauratie) zullen worden doorgeschoven naar de gemeenten en de provincies. Er zou enkel nog worden tussengekomen waar nodig en wenselijk is en binnen de financiële mogelijkheden van de begroting. Ook de koppelsubsidies zouden op termijn worden opgeheven, waaruit dan kan voortvloeien dat de provincies en lokale besturen het vrijgekomen geld aanwenden voor herwaardering van het eigen provinciaal en lokaal erfgoed. Dat lijkt positief, maar het bevat vele risico's. Wat wordt bedoeld met "eigen"? Eigendom van die besturen? Het taalgebruik, de nota heeft het over de 'ondergeschikte' besturen, toont aan dat hier niet echt in termen van gelijkwaardigheid wordt gedacht. Het is ook niet duidelijk wie in de toekomst moet instaan voor private restauraties. Die vinden toch altijd plaats op het plaatselijke niveau? Wie zal welke rekening moeten betalen. Is het de bedoeling de provincies en gemeenten te 'bevrijden' van koppelsubsidies, of hen integendeel de volledige restauratie- en onderhoudssubsidies aan particulieren te laten overnemen, subsidies die nog door het Vlaamse gewest worden verstrekt? Verliezen gemeenten en provincies de mogelijkheid om zelf subsidies te vragen aan het gewest? De beleidsnota is niet duidelijk.
We mogen in dit kader zeker niet vergeten dat er grote verschillen zijn tussen steden en gemeenten. Er is geen gelijke verhouding tussen het volume beschermd patrimonium en de grootte van de gemeente. Dat bepaalt in grote mate financiële draagkracht van een gemeente. Er zijn kleine gemeenten met een groot patrimonium, zoals Riemst, Zoutleeuw of Veurne, en grote gemeenten met een klein aantal beschermde monumenten. Door dt historische toeval kan de Vlaamse overheid niet anders dan een bepalende rol spelen in bescherming en financiële tussenkomst voor onderhoud, beheer en restauratie. Ook al omdat het erfgoed de deelstaat 'Vlaanderen' materialiseert. Het verleden maakt zichtbaar waarom we nu een Vlaamse deelstaat hebben. Ook de eerstelijnszorg zou naar de gemeenten worden doorgeschoven. Dat is, zeker in die gemeenten die hiervoor knowhow hebben opgebouwd, een goede zaak. Er is zelfs sprake van delegatie van Vlaamse bevoegdheden. Het mag geen doorschuifoperatie zijn die louter om financiële motieven gebeurt. De convenants met steden, die in het vooruitzicht worden gesteld, moeten heldere afspraken bevatten.

Fundamenteel is en blijft de bescherming. Het kerntakendebat heeft duidelijk gesteld dat bescherming een Vlaamse bevoegdheid en taakstelling is. Ook al omdat die best op voldoende afstand blijft van de direct belanghebbenden. Vlaanderen doet dat op basis van heldere criteria en expertenadvies. Daar stappen we niet van af. Het is voor spirit evenmin onaanvaardbaar dat er meerdere categoriën zouden komen. Een gebouw is beschermd of niet-beschermd. Uiteraard, zoals de regelgeving voorziet, kan enkel een (waardevol) gedeelte van een gebouw of een site worden beschermd.

Zonevreemd erfgoed
De beleidsnota stelt dat de minister een oplossing wil creëren voor het zonevreemd beschermd erfgoed. Dat is goed, maar ook vreemd omdat het decreet op de Ruimtelijke Ordening in artikel 195bis toelaat voor beschermde monumenten af te wijken van een bestemming. Deze zeer bruikbare mogelijkheid wordt in de praktijk echter nog weinig of niet toegepast. Dit is te wijten aan een erg sectoraal denken.

De Vlaamse National Trust
In de beleidsnota wordt ook gemeld dat er zal worden onderzocht of naar analogie van de National Trust in het Verenigd Koninkrijk een Vlaamse organisatie voor onroerend erfgoed kan ontwikkeld worden. De auteurs weten ongetwijfeld dat de Stichting Vlaams Erfgoed (nu Erfgoed Vlaanderen) precies met die bedoeling is opgericht, maar dat dat de voorbije jaren niet lukte omdat er blijkbaar bij de Vlamingen niet zo'n grote (financiële) liefde voor het erfgoed wordt opgewekt? Waarom dat negeren?

Criteria voor restauratiekeuzes
Spirit pleit voor objectieve criteria voor restauratiepremies. Tot nu hanteerde de administratie eigen criteria. Die zijn niet bekend. Hoe wordt beslist? Is dat vrij van politieke of ambtelijke 'kleuring'?. Aanvragers moeten weten waar ze aan toe zijn. Het is dan ook dringend nodig om hier een regelgeving voor te maken die de regering oplegt een jaar- en meerjarenplanning van restauraties te maken, gebaseerd op objectieve criteria, toetsing door externe experten, en rekening houdende met de financiële inbreng via Europese fondsen of andere vormen van cofinanciering (PPS, toerisme).

Wat we zoal missen?
De beleidsnota zegt niets over het varend erfgoed. Het is nochtans nog een jong beleid.
We lezen ook weinig niets over de ontsluiting, over publiekswerking, over betekenisgeving van monumenten en landschappen, over het inzetten van waardevol patrimonium in het stedelijk beleid.
De beleidsnota convergeert met het beleid inzake de ruimtelijke ordening. Dat is goed. Maar helaas stellen we niet hetzelfde vast met het beleidsdomein Cultuur, waar de monumentenzorg inhoudelijk nauw mee verwant is. De monumentenzorg is de pendant van de zorg voor het roerend erfgoed in het cultuurbeleid (architectuur- en erfgoedarchieven, musea, documentatiecentra), maar we lezen er niets over. Er zijn nochtans veel potentiêle synergiën.
We lezen ook amper het woord natuur in de tekst. Natuurwaarden en landschappelijke waarden hebben nochtans veel gemeen. Denk aan een beleid rond trage wegen, kleine natuur- en cultuurelementen enz. Afstemming met behoud van eigenheid is nodig.
We vragen ook meer aandacht voor de versterking versterking van het maatschappelijk draagvlak voor de erfgoedzorg. Sensibilisering komt weinig aan bod, enkel in het kader van Open Monumentendag.
Er ontbreken ook een aantal inhoudelijke keuzes. Zo lezen we niets over de thematiek van herbestemming van kerkelijk erfgoed. Dit wordt nochtans een zeer belangrijke uitdaging. We hebben veel (waardevol) kerkelijk erfgoed, dat vandaag of morgen leeg staat. We zouden bijvoorbeeld het premiestelsel voor restauraties kunnen moduleren om het nadenken over herbestemming te stimuleren. We kunnen, indien er lokaal medegebruik komt, een subsidie toekennen van 60 procent, zonder slechts 40 procent.

Landschapszorg
Bescherming mag nooit statisch zijn. Er is nood aan een de creatie van een beheerskader. Beheer zou veeleer moeten inhouden dat er werk wordt gemaakt van beheersplannen (voor Landschappen), van herwaarderingsplannen (voor stads- en dorpsgezichten) en voor ontwikkelings- en trajectplannen voor monumentale monumenten. De regelgeving voorziet dit instrument, maar het wordt nog zeer weinig gebruikt. Het is een uitstekend instrument voor het creëren van een draagvlak en het maken van de nodige afspraken, samen met alle plaatselijke actoren. Een voorbeeld: mocht voor het beschermde landschap van de Kemmelberg (Heuvelland) een dergelijk plan worden opgemaakt waarin afspraken en maatregelen staan, dan kan de Rally van Ieper of de wielerwedstrijd Gent-Wevelgem over de Kemmelberg passeren, mits afspraken over begeleiders, over de publieksstromen e.d. Dan zijn zowel de cultuurhistorische als de landschappelijke waarden beveiligd en komt er niet elk jaar opnieuw gedonder.
We ondersteunen de optie dat de klassieke landschapsbescherming niet wordt verlaten, doch mogelijk alleen aangewend wanneer de aanduiding als erfgoedlandschap geen optie is. We rekenen er wel op dat er op het terrein effectief werk wordt gemaakt van de inzet van dit gloednieuwe instrument.
Waar de nota het niet over heeft, maar waar we wel naar moeten streven is naar een harmonisering, vereenvoudiging en integratie van de regels inzake landschapszorg. We moeten de drie betrokken decreten op dit vlak samenbrengen: het Landschapsdecreet van 1996, het Monumentendecreet (gedeelte stads- en dorpsgezichten) uit 1976 en het Archeologiedecreet van 1993. Op deze wijze kunnen we vanuit een contextueel denken de landschappelijke waarden, de erfgoedwaarden en de archeologische waarden integraal valoriseren.

Archeologie
Dit hoofdstuk geeft geen blijk van een grote beschermingsdrift. De bescherming is nog niet echt opgestart, tenzij voor twee sites. Maar er wordt slechts bescheiden verder gewerkt .Prioritair is een nieuw decreet voor de archeologie. Het huidige is teveel geschreven vanuit een visie op de (bovengronds) monumentenzorg en houdt te weinig rekening houdt met de specificiteit van de archeologie. Dat is juist.
Bescherming in de archeologie, voor belangrijke sites is echter noodzakelijk voor de bodemschatten zelf en (indien nodig) voor betere opgravingscondities.

Ambtelijke vereenvoudiging
We kunnen zeker akkoord gaan met de voorgestelde vereenvoudiging van de procedures. Het is juist dat er nood is aan een coördinatie van de decreten in de richting van een decreet voor het Onroerend Erfgoed.

ingediend onder Bart schrijft... • (0) ReactiesPermalink

Visienota Deeltijds Kunstonderwijs en Amateurkunsten

ingediend door Bart Caron op 30/03/2004 om 00u00
1 Situatieschets
Er bestaan veel misverstanden en vooroordelen over de amateurkustensector en het deeltijds kunstonderwijs. Heel vaak worden deze sectoren, starheid en oubolligheid verweten. Dat is niet altijd gerechtvaardigd. Daarom begint deze tekst met een situatieschets van de organisaties en het aanbod van beide sectoren.

1.1 Amateurkunsten en alternatieve kunstopleidingen
De amateurkunstensector omvat een brede waaier van allerlei organisaties, individuele kunstenaars, netwerken, tijdelijke verbanden, uitgebouwde structuren en zomeer. In het decreet voor de amateurkunsten van december 2000, worden amateurkunsten als volgt gedefinieerd: "elke kunstvorm die in het kader van het sociaal-culturele gebeuren aan iedere burger de kans biedt om zich via kunstbeoefening en beleving te ontplooien en zijn potentiële creatieve vermogens te ontwikkelen op vrijwillige basis zonder beroepsmatige doeleinden". Aangezien slechts een deel van de amateurkunstensector formele verbanden kent, is het bijzonder moeilijk om juiste cijfers te geven over het aantal mensen dat deelneemt in de amateurkunsten. In 1994 schreef Eddy Frans: ?Samen zorgen meer dan 200.000 vrijwillige medewerkers voor meer dan 10.000 manifestaties en uitvoeringen op een jaar?. Vandaag spreekt de gemeenschappelijke website van de amateurkunsten over minstens 7.000 lokale groepen. Daarnaast zijn er nog heel wat lokale groepen en amateurkunstenaars gekend. Zo zijn er op 22 april 2003, maar liefst 3266 groepen, 822 muzikanten en 289 DJ?s die zich geregistreerd hebben in de databank op de Poppunt website. Het werkelijke aantal ?liefhebbers? is zeker een veelvoud van het geregistreerde aantal.

De amateurkunstensector wordt opgedeeld volgens de verschillende disciplines en deeldisciplines. Sinds het nieuwe decreet van december 2000 wordt per discipline of deeldiscipline slechts 

ingediend onder Bart schrijft... • (0) ReactiesPermalink

Moet Cultuur gratis?

ingediend door Bart Caron op 08/12/2003 om 00u00
Dames en heren, goede middag,

Ik ben blij dat ik hier mag zijn. Vorig jaar kreeg Brugge 2002 de prijs voor Cultuurmanagement en daar vind ik zo mijn plezier in. Maar daar gaat mijn betoog uiteraard niet over. Ook niet over het feit dat het vandaag 9 december is en Sinterklaas naar huis is vertrokken. Jammer, anders vroegen we gewoon dat hij volgend jaar gratis cultuur schenkt.
Serieus nu. Van mij wordt verwacht dat ik reflecteer op de beschouwingen van de sprekers voor mij. Zo gaat dat, eerst de wetenschap, dan de praktijk en tenslotte mag het beleid spreken. Ofwel om te proberen het grote gelijk te halen ofwel om repliek te geven aan de daarvoor geformuleerde kritiek. U krijgt van mij geen van beide.
Wat ik wel wil is stilstaan bij de motieven voor een gratis cultuurverhaal. Voor het fiscaal argumentarium speel ik leentjebuur bij collega-kabinetschef Geert Mareels. Waarvoor dank.

?Moet cultuur gratis?? Dat is de titel van dit colloquium. Drie woorden: moet, cultuur en gratis. Er zou ook kunnen staan ?mag cultuur gratis?? Het woord ?moet? is eigenlijk een beetje boodschapperig. De inrichters menen dat cultuur zo belangrijk is voor een samenleving, en ze vinden dat zo vanzelfsprekend, dat ze zonder erbij stil te staan kiezen voor moeten, ondanks het vraagteken. Ik ben het met dat belang overigens eens.
Wat als we cultuur eens zouden vervangen door bijvoorbeeld alcohol of door de supermarkt? Zijn we het dan nog eens? Het gaat over het goede, over de weldadigheid van cultuur, over dat unieke, bijzondere van ons menszijn.
En zo komen wij bij dat afschuwelijk moeilijk te defini?n woord cultuur. Ik zal geen poging ondernemen om een definitie te geven. Ik ben praktisch en neem aan dat het gaat over alles we op podia, in tentoonstellingsruimtes, in verenigingen en dergelijke meemaken? Maar wordt ook het entertainment hierin begrepen, ik bedoel vooral het commerci? deel ervan? Gaat het over zaken als K3 of andere Gert en Samsons, de Stones in Werchter en Helmut Lotti in het Sportpaleis, en de aankoop van CD?s, het bijwonen van filmvertoningen? Dan wordt de vraagstelling wel zeer complex. Ik raak de breedte van het begrip straks nog even aan.
En dan het woord gratis. U kent de spreuk wel, there is no such thing as a free lunch. De kost van de maaltijd wordt ergens betaald, door diegene die trakteert of finaal door de belastingsbetaler. De hoogoplopende discussies over ?gratis? bussen of treinen, gratis elektriciteit of gratis gezondheidszorg zijn niet gespeend van emotie. Achter de emotie schuilt een ideologisch debat, namelijk een debat over de verdeling van de rijkdom in de samenleving. Het gaat over rechtvaardigheid, in ons geval over de eerlijke verdeling van culturele rijkdom. Een apart probleem is dat die culturele rijkdom in de meeste gevallen niet tastbaar, niet materieel is. En dat een mens kennis en bepaalde vaardigheden nodig heeft om van die immateri? rijkdom te kunnen genieten. Eerlijk verdelen van cultuur vooronderstelt daarom dat er stevig ge?esteerd wordt in de intellectuele toegang tot cultuur. Dit komt neer op het maximaliseren van onderwijs- en andere vormingskansen, van de opbouw van culturele competentie onder meer via cultuureducatie.

Voor ik verder ga in het heden, wil ik een haast utopische stap in de tijd zetten. Ik beeld me in dat we leven in een wereld waarin een maximale sociale en culturele rechtvaardigheid aanwezig is. Daarmee draai ik de vraag van dit colloquium om. Het is een soort futurologie. We doen alsof we in een wereld leven waarin cultuur gratis is. Ik neem aan dat de opbrengsten uit tickets, auteurs- en nevenrechten opgehoest worden door de overheid, dat kunstenaars waardering krijgen en dus goed leven. D? ?raag is dan: wat zou anders zijn dan nu? Zou het aantal cultuurparticipanten zeer sterk gestegen zijn? En voor welke cultuuruitingen dan wel? Dat is natuurlijk moeilijk voorspelbaar, en wel omdat we ? variabele niet in de hand hebben, nl. het geheel van kennis en vaardigheden. Daarom meen ik dat als we niets zouden doen aan de culturele competentie van mensen, de participatie slechts in beperkte mate zou gestegen zijn ? Vooral die mensen die meer willen deelnemen maar financi? afgeremd worden, zouden dolgelukkig zijn. En wellicht zou de deelname aan de populaire cultuur nog wat toenemen, precies omdat de geldelijke drempel wegvalt. Maar of dat sterke stijgingen zou teweeg brengen, durf ik te betwijfelen. Vergelijk eens even naar het gratis medium bij uitstek de televisie, bron van hedonisme ? van intellectuele/artistieke bevrediging. Op televisie kan je alles zien, weliswaar vooral veel entertainment, vederlicht en oppervlakkig, maar ook veel cultuur en informatie, van Canvas tot Arte. En eh, geachte dames en heren, wat wordt het meest bekeken en beluisterd op de gratis zenders? Waarom zie je een echt cultuurprogramma op Canvas slechts op zondagmiddag? Welk radiostation wordt het meeste beluisterd? Klara of Donna?
Er zijn naar mijn mening geen indicaties om te veronderstellen dat in een wereld van gratis cultuur dat zo anders zou dan met kijk- en luistergedrag. En toch wil ik niet fatalistisch worden. Ik pleit voor een aantal vormen van gratis cultuur. Of liever, ik pleit voor een grotere toegankelijkheid van cultuur.

Maar eerst moet ik toch nog even stilstaan bij het begrip ?gratis?
Laat mij even beginnen op het verwante terrein van het onderwijs. Ik ben hier op de geschikte plaats daarvoor. Je kan onderwijs op verschillende manieren toegankelijk, ik bedoel goedkoper maken. E? van de recepten is: laat iedereen op een vrije markt het volle pond betalen voor onderwijs en geef aan de zwakkeren een onderwijscheque om die toch ook wat te helpen. Een ander recept is het subsidi?n van onderwijsvoorzieningen zodat die voor iedereen toegankelijk zijn. Je kan het woord ?onderwijs? zo inwisselen voor het woord ?cultuur?. De reminiscenties naar cultuurcheques, SIF-passen en andere varianten zijn dus niet van de lucht. Kiezen we voor ? van deze uitersten?
Tot vandaag wordt elke overheidsdienst zwaar gesubsidieerd en zijn de opbrengsten meestal relatief marginaal. Dat is zo in het onderwijs, in de cultuur, in het welzijnswerk. Helemaal gratis zijn diensten zoals de zorg voor veiligheid (politie ?), het openbaar groen zoals parken of natuurgebieden, autosnelwegen, enz. De overheid biedt dus een aantal voorzieningen gratis aan. ?Gratis? betekent hier niets anders dan het overnemen van die bijdrage van personen en organisaties en deze herfinancieren via fiscale weg.

Er zijn wel een zeer groot aantal openbare diensten waar de burger toch voor betaalt: gezondheidszorg, huisvuilophaling, ? zij het in zeer beperkte mate. De betaling is in feite een vorm van remgeld. Men wil het medisch verbruik, de afvalproductie beperken door de burgers zelf mee te laten betalen. Cultuur hoort niet in thuis in dit rijtje. De opbrengst van tickets voor cultuur, zeker in de gesubsidieerde cultuurwereld, is nochtans ook marginaal. Niemand wil de cultuurconsumptie afremmen door de gebruiker een remgeld te doen betalen. En toch is dit in vele gevallen een rem op participatie. Al zijn er natuurlijk veel andere en veel belangrijkere drempels dan de financi?.

Voor gratis culturele diensten is het soms moeilijk de verantwoording te vinden. De Gentse musea zijn gratis voor de Gentenaars omdat die reeds betalen in hun belastingen. Ze zijn nu ook op zondagmorgen voor iedereen gratis om m? mensen de weg naar de tentoonstellingen te laten vinden. Waarom moeten ze dan ?upt nog inkomgeld vragen om niet-Gentenaars op weekdagen te ontmoedigen? En waarom moet ik als Vlaamse belastingbetaler dan nog betalen voor de Vlaamse musea? In nogal wat musea brengt de loketbediende wellicht niet eens zijn eigen wedde op. Dan kan je die toch maar beter laten kijken of er niemand met de Rechtvaardige Rechters aan de haal gaat. En opera dan? Collega Mareels schrijft letterlijk: ?in de opera dient het inkomgeld wellicht om het plebs buiten te houden?. Zou dat zo zijn? Ligt de tijd dat cultuur segregatie en distinctie bevorderde, achter ons?

Bepaalde gemeenschapsvoorzieningen gratis maken betekent niet meer of niet minder dat de overheid ze financiert via fiscale weg. Dat gaat niet vanzelf. Als je alles of veel gratis maakt dan kom je vanzelf bij een vrij hoog belastingsniveau. Vindt de Vlaming het voldoende interessant om gratis naar het theater te gaan, gratis met de trein te reizen, naar het museum te gaan, aan vormingscursussen deel te nemen, gratis te gaan zwemmen, te sporten enzovoort als daar een hoge belastingsbrief tegenover staat? Wellicht zou dat veel ergernis opwekken. Kijk maar naar de morrende ouders die hun kinderen weer eens drie of vier euro moeten meegeven omdat hun leerkracht het oh zo belangrijk vindt dat de klas naar kindertoneel gaat kijken in het naburige cultuurcentrum.

Welke gemeenschapsdiensten zouden we gratis maken, dit wil zeggen via fiscale weg financieren? Het uitgangspunt is dat het moet gaan om diensten die universeel zijn en diensten die gewenst maatschappelijk gedrag stimuleren.
Ik neem als hypothese dat cultuur universeel is en dus door de overheid moet worden gefinancierd. Merk even op dat dat vandaag al grotendeels het geval is. Wat als de consument de re? kost van een theaterticket, een tentoonstellingsbezoek, een bibliotheekuitlening zou moeten betalen? Zouden niet vele mensen afhaken? Ik vrees voor het ergste. En toch betalen mensen blijkbaar zonder verpinken heel veel geld voor pakweg een concert van Clouseau of Neil Young, voor Pukkelpop, voor Sneeuwwitje of de Cirque du Soleil. En tot nader order wordt dit deel van het cultuuraanbod niet tot de categorie ?universeel? gerekend, want er is geen subsidie voor. Dus is het financieel niet laagdrempelig. En dat is blijkbaar niet nodig om voldoende geld te genereren. Dat is een apart verhaal, een verhaal van commercie en media. Een verhaal van plezier, van levensstijl, van status en inclusie. Daar spelen de media op in. En de mensen hebben er veel geld voor over. Het relativeert natuurlijk het gratis verhaal.

En toch. Hoewel we vermoeden dat een gratis cultuurverhaal maar een beperkte bijdrage levert tot de verhoging van de cultuurparticipatie, moeten we erkennen dat het in de praktijk belangrijke effecten heeft. Valt het u niet op welke monsterlijke hoge bezoekersaantallen manifestaties als de Gentse Feesten, de kusttentoonstelling 2003 Beaufort, Rimpelrock, talrijke straattheaterfestivals zoals in Menen, Hasselt of Oostende genereren? Op 100.000 deelnemers meer of minder wordt in het jaaroverzicht al niet meer gekeken. Onderzoek ontbreekt nog, maar ik denk dat cultuur op publieke ruimtes veel meer mensen bereikt dan ooit te voren. Ik was zaterdag, Sinterklaasdag, in Lille op de start van Lille 2004, samen met nog 500.000 andere mensen. Er was geen doorkomen aan. Er zijn dus ook grenzen. Ongetwijfeld spelen dergelijke evenementen ook in op een hedendaagse nood aan feesten. Dat is goed. Deze trend toont ook aan dat gratis niet gelijkgesteld mag worden met niet-gewaardeerd, zoals sommigen beweren. Integendeel.
Maar, die stijgende deelnametrend is niet aanwezig tijdens het seizoen, bij het regulier aanbod van theaters en concertzalen. Dat kan te maken hebben met de aard ervan, de artistieke (on)toegankelijkheid, maar toch ook met de kostprijs voor de bezoeker.

Nog even terug naar de theorie. Als we gaan voor gratis cultuur moeten we die via fiscale weg herfinancieren. Hoe organiseren we een rechtvaardige fiscaliteit? In de literatuur komen twee principes naar voren.
Het eerste is de ability to pay. Dit betekent dat overheidsdiensten die de hele samenleving ten goede komen - dus universeel zijn - gefinancierd worden in verhouding tot de mogelijkheid voor de belastingbetaler om die taksen te betalen. Volgens inkomen, via progressieve belastingen. Geheel onlogisch is dat niet. Immers de cultuurparticipatie is het hoogst bij hooggeschoolden en bij de hoogste sociale klassen. En net zij betalen de hoogste belastingen.
Het tweede is het benefits-received principle waarbij men voor overheidsdiensten betaalt in verhouding tot het gebruik dat men er van maakt. Zo is het redelijk dat wie veel water verbruikt meer betaalt dan iemand die er zuinig mee omspringt.
Als we het hebben over gratis cultuur moeten we ons dus afvragen in welke categorie cultuur thuishoort. Zijn alle facetten van cultuur zo universeel dat we ze door iedereen volgens inkomen, dus fiscaal, financieren? Het antwoord is nee. Niet elk deel van het cultuuraanbod, niet elke voorstelling, tentoonstelling of cursus is universeel genoeg; het komt er dus op aan om dat te bepalen. Straks daarover meer.
En ten tweede: hoort cultuur bij de categorie van ?betalen in verhouding tot het gebruik?? Ja, in de feite is dat wel zo. Deels althans. Wie veel naar concerten gaat, betaalt gewoon meer dan wie weinig gaat. Wie veel boeken of CD?s koopt idem dito.

In werkelijkheid wordt cultuur deels via fiscale inkomsten gefinancierd ? de kost wordt fluks lager dan de werkelijke ? en deels via een aanvullende bijdrage door de gebruikers. Wat is op vandaag al gratis? Openbare bibliotheken zijn quasi gratis voor volwassenen, en helemaal gratis voor de jeugd. De meeste stadsfestivals of toch grote delen ervan zijn for free. Er zijn vele gratis musea. En in onze steden zijn alle monumenten en kunst in de openbare ruimte uiteraard ook gratis. Voor al deze voorzieningen betalen de verschillende overheden de totale kost.
Daaronder is een categorie van grote overheidsinbreng, maar van een redelijke inbreng van de deelnemers. Subsidi?ng maakt cultuurcreatie, -spreiding en -educatie mogelijk. Daar valt op dat het grootste deel van inkomsten van professionele organisaties uit de sfeer van de klassieke kunsten, (toneel, klassieke muziek, beeldende kunst), hoe avant-garde ook, afkomstig is van overheden. De eigen inkomsten via ticketverkoop zijn vaak marginaal: het podiumkunstendecreet vereist 12,5 % en dat is voor sommigen zelfs een zeer moeilijk te halen cijfer. Voor eerder populaire genres is dat anders. Zo krijgen de meeste muziekfestivals weinig of geen subsidies (type Dranouter, Sfinks, Pukkelpop ?) maar kunnen hun manifestatie runnen met ticketverkoop, sponsoring en catering. De tickets kosten hier iets meer, maar zo duur zijn ze ook niet.
Bij cultuurspreiders zoals cultuur- en gemeenschapscentra is dat niet zo verschillend. Maar hier geldt een ijzeren wetmatigheid: hoe populairder het aanbod, hoe meer publiek en dus hoe meer ticketontvangsten. De discussie van de voorbije maanden over het aanbod zou zich in feite moeten toespitsten op de moeilijkere, vernieuwende creaties die moeilijk gespreid geraken wegens niet-publieksaantrekkend en dus (vrij) stevig verlieslatend. Maar aan de andere kant: is dat niet het lot van alle vernieuwers? Zijn er niet teveel beeldenstormers in die zin dat we in Vlaanderen een artistieke hausse kennen, veel jong geweld en nieuw talent? Ook mede als gevolg van versnippering van artistieke kernen? Deels ook als gevolg van goed bereikbare projectsubsidi?ng? En welk zalencircuit moeten zij bespelen? Waar kunnen ze nog publiek vinden?

Het zou buitengewoon interessant zijn eens na te gaan hoeveel het publiek bijdraagt aan de inkomstenzijde van het cultuurgebeuren? Zou dat bedrag niet marginaal zijn ten opzichte van de overheidsinbreng? Ik heb het hier alleen over het zogenaamde gesubsidieerde cultuurleven. Hoeveel moeten we opbrengen om dat gratis te maken? E? kwart van het Vlaamse cultuurbudget? Dat zou zo?n 100 miljoen euro zijn. Niet zo veel eigenlijk als je weet dat het cultuurbudget de voorbije vier jaar gestegen is met 130 miljoen euro. Maar het is koffiedik kijken, dus ik laat die piste liggen tot er eens behoorlijk onderzoek is over gevoerd.

Het is hoog tijd voor de uitklaring. De maatschappelijke en morele vraag luidt dus: wat moet gratis, of minstens zeer laagdrempelig? Eigenlijk liever gratis.
Naar mijn mening moeten volgende delen gratis worden of blijven:
Ten eerste basisdiensten gebaseerd op een recht, een humanitair principe; denk aan het recht op informatie. Dat ligt aan de basis van gratis openbare bibliotheken en is een sterk argument voor gratis Internet. Zo zou dat toch moeten worden.
Ten tweede basale culturele verworvenheden (standaarden van culturen): kennis van de grote kunstenaars die aanwezig zijn in erfgoedcollecties, de culturele geschiedenis en culturele identiteit, literatuur, archieven, dus alle musea, bibliotheken, archieven e.d.
Ten derde: educatie over, met en in cultuur. De opbouw van culturele competentie vergroot de keuzemogelijkheden van mensen. Dat moet nadrukkelijker dan vandaag aanwezig zijn in het onderwijs, niet alleen als vorm van kennisoverdracht maar ook in beoefening en ontwikkeling van muzische vaardigheden, in deelname aan culturele activiteiten, in culturele schoolactiviteiten enzovoort. Dat doen we omdat ze actief bijdragen tot de democratisering van cultuur. Indien wij een sociaal en cultureel rechtvaardig beleid nastreven en de bestaande sociaal-maatschappelijke ongelijkheden willen wegwerken, dan moeten we dat onder meer doen via het onderwijs.
Ten vierde: evenementen met een hefboomeffect. Dergelijke manifestaties dragen bij tot kennismaking met minder vertrouwde cultuuruitingen, het laat mensen toe te experimenten, kortom het zijn instrumenten van toeleiding. Voorbeelden zijn delen van Brugge 2002, 2003 Beaufort, de Zinnekensparade enz.
Deze basisdiensten moeten we financieren met fiscale ontvangsten die we dus herverdelen door de diensten gratis te verlenen. Ze zijn een belangrijke bijdrage aan de strijd tegen een sluipende ontwikkeling van een duale samenleving.

Dan komt de tweede groep, dit wil zeggen een categorie van activiteiten die zeker betaalbaar moeten blijven. Daarom worden ze gesubsidieerd. De keuze wie we wel of niet subsidi?n baseren we op de kwaliteit en de zinvolheid.
Het gaat hierbij om de kwaliteitsvolle hedendaagse creaties en producties, in alle disciplines, van rock tot opera, dans, theater, grote tentoonstellingen enz. Hier dient een overheid een rijk en gediversifieerd aanbod te verzekeren. Daarbij hoort het vernieuwende avant-garde werk.

Daarnaast is er nog een groot veld, vooral in de sfeer van entertainment en lichte cultuur. Hier moet de overheid niet in interveni?n. Subsidie is niet van doen, niet vanuit cultureel oogpunt althans, tenzij uitzonderlijk als het niet kan zonder overheidssteun, zoals bijvoorbeeld in de film. Het wordt verder overgelaten aan de vrije markt. In het commerci? cultuuraanbod moet de overheid soms regulerend in optreden, bijv. om infrastructuur mogelijk te maken, om prijszetting te be?loeden, auteursrechten te verzekeren enz.. Dat zijn dus vooral economische motieven. De culturele industrie is een groeiende economische sector. Een specifiek economisch beleid is nodig om de potenties te ontwikkelen.

Nu kan men vanuit een bekommernis om gelijkberechtiging en inclusie wel stellen dat sommige van deze activiteiten moeilijk bereikbaar zijn voor mensen met een laag inkomen. En gezien de druk via media en reclame, wordt de indruk gewekt dat wie niet gaat, er niet bij hoort ? Om dergelijke vormen van uitsluiting tegen te gaan, maar ook omdat ook plezier toegankelijk mag zijn ? hoeveel investeert de overheid niet in topsport, tot eer van de natie en tot plezier van het volk ? kunnen hier specifieke instrumenten zoals cultuurcheques worden ingezet. Deze moeten dan gericht zijn op doelgroepen met een laag inkomen. Nu al subsidieert de Vlaamse Gemeenschap via verenigingen van kansarmen de deelname aan allerlei culturele activiteiten. Er bestaat door toedoen van de federale minister van Maatschappelijke Integratie een systeem van subsidies voor participatie van mensen met een leefloon. We kunnen op dit pad nog een stuk verder gaan. Waarom zouden we geen systeem uitwerken met sport- en cultuurcheques, als aanvulling op het loon of de werkloosheidsuitkering, net zoals maaltijdcheques? Die kunnen dan voor alles worden gebruikt, om naar theater te gaan, lid te worden van de sportclub, je in te schrijven op de muziekacademie, naar de kerstshow van Samson te gaan of om een boek te kopen.

Hiermee kan ik afsluiten. De vraag ?moet cultuur gratis? is een meer dan dubbelzinnige vraag. Ze is leuk als thema voor een colloquium, want ze bevat vele valse bodems en de antwoorden erop kunnen vele ladingen dekken.
Maar finaal gaat het over ? ding, over de rechtvaardige verdeling van culturele rijkdom. En daar is nog veel werk aan, heel veel werk.

Bart Caron?

ingediend onder Bart schrijft... • (0) ReactiesPermalink

Dag van de Cultuurcommunicatie

ingediend door Bart Caron op 01/12/2003 om 00u00

Geen thema heeft tijdens deze legislatuur meer gemoederen beroerd dan het thema van de cultuurparticipatie, of breder gesteld de relatie tussen het cultureel aanbod en het publiek.
Dat is terecht naar mijn oordeel, want precies deze relatie stellen zowel het cultuurbeleid als de brede cultuursector voor, van de grootste uitdagingen: hoe kunnen we enerzijds alle ruimte geven voor het aanbod. en anderzijds toch zoveel mogelijk mensen aan dit verscheiden aanbod laten participeren.
Met 'aanbod' bedoel ik zowel de creatie als de presentatie in de diverse disciplines en werksoorten, ook de kwaliteit ervan.
Met participatie verwijs ik naar zowel publieksverruiming als verbreding. Niet dat iedereen per se moet participeren. Nee, natuurlijk moet niet iedereen absoluut naar het theater. Maar iedereen moet wel de kans krijgen.

Tijdens deze legislatuur hebben we verschillende pistes uitgezet ter uitklaring, ter optimalisering van deze complexe, gevoelige, maar uiterst belangrijke relatie tussen aanbod en publiek. Ik zie verschillende dimensies: de spreiding van het aanbod, het volume, de publieksbemiddeling enz.

E

ingediend onder Bart schrijft... • (0) ReactiesPermalink

pagina 6 van 7 ⟨ Eerste  < 4 5 6 7 > 

boek


februari 2012
z m d w d v z
     1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 29      

Abonneren

Zoeken


Muziek

This text will be replaced by the flash music player.

Bart Caron met contrabas (foto: Viviane Decock)

foto Viviane Decock

 

Nieuws


© 2009 - Bart Caron   //   Design: Het Concept / Matthias Malfr