Gisteren, vandaag en morgen hebben we koningin Beatrix op bezoek. Vorige week vierden we in Amsterdam 25 jaar de Brakke Grond. Net daarvoor zagen we de bouwplannen voor het Vlaams-Nederlands huis deBuren in Brussel. Momenteel werkt de Nederlandse Taalunie aan een nieuw meerjarenbeleidsplan. Zit de Vlaams-Nederlandse culturele samenwerking in de lift? Of moeten we scheiden, zoals Harold Polis voorstelde (DM 15/6)? Zijn bloednuchter pleidooi voor meer pragmatiek bevalt me anders wel. Emotionele betogen over Groot-Nederlandsgezindheid gaan aan mij voorbij.
Bij nader toezien hebben we buiten een gemeenschappelijke taal niet zoveel 'samen' met Nederland. Is dat erg? Nee. Ik wil pleiten voor het 'verschil'. Als we in Vlaanderen pleiten voor culturele diversiteit, in leefstijlen, cultuuruitingen en religie, precies omdat een diverse samenleving rijker is dan een monoculturele, dan moeten we dat ook doen in onze internationale culturele relaties. Hoe diverser, hoe rijker. Dat is ook de reden waarom de Europese Unie artistieke uitwisseling stimuleert. Een cultuur met muren eromheen lijdt snel aan bloedarmoede.
Streven naar culturele gelijkheid met Nederland kan nooit zinvol zijn. We leren meer uit het verschil dan uit het gelijke, ondergaan er meer artistieke invloed van, reflecteren intenser, en genieten... Laten we proberen het verschil te maximaliseren. De culturele relaties met Nederland zijn niet anders dan die met pakweg Marokko.
Of toch wel? We hebben toch een gemeenschappelijk taal? Dat is een ijzersterk instrument voor functionele communicatie. En het is veel meer dan dat. De taal staat niet los van cultuur, maar is er nauw mee verbonden. Ze is drager van artistieke expressie in de letteren, het toneel of de film. Een gemeenschappelijke taal verbreedt de keuzemogelijkheden. Het aanbod aan voorstellingen, boeken en televisieprogramma's is groter. Het biedt theatermakers en auteurs de mogelijkheid hun werk ruimer te (ver)spreiden.
Het is een meerwaarde, die we echter niet voldoende zichtbaar maken. De meeste instituten die we met onze noorderburen delen, blonken niet steeds uit in creativiteit en in dynamiek. De onverholen kritiek van Harold Polis op de Nederlandse Taalunie is, alhoewel onjuist, begrijpelijk.
Ja, het verdrag hanteert nog een taal uit de vorige eeuw. Maar uit de beleidsplannen en de werking van de Taalunie komt een hedendaags taalinstituut tevoorschijn, met een zeer verscheiden werking, internationaal gericht, en met een grote aandacht voor de sociale rol van de taal, in inburgeringsprocessen bijvoorbeeld. Kijk gewoon op www.taalunieversum.org/taalunie. Alleen, dat huis loopt wat gebukt onder zijn statuut, onder de verambtelijking, de beperkte externe communicatie en de politieke sturing die leidt tot een 'stil' bestaan en trage besluitvormingsprocessen. Het Comit
| februari 2012 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| z | m | d | w | d | v | z |
| 1 | 2 | 3 | 4 | |||
| 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 |
| 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 |
| 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 |
| 26 | 27 | 28 | 29 | |||

foto Viviane Decock
© 2009 - Bart Caron // Design: Het Concept / Matthias Malfr