
De Vlaamse regering levert haar wapenleveringsvergunningen blind af. Het lijken wel schimmige operaties die geen daglicht mogen zien. Ja, het is zo. Ruim driekwart van de wapenexport gaat naar de industrie van onze drie grootste buurlanden. Die bouwen dat wapentuig in in voertuigen, in allerlei systemen en voeren die op hun beurt uit. Waar naartoe? Dat weten we niet. Dat vragen we ook niet aan onze exporteurs. En dat is niet aanvaardbaar. Wij mogen toch niet langer dulden dat Vlaanderen het Walhalla blijft van malafide wapenhandelaar?
In haar regeerakkoord heeft de Vlaamse regering beloofd snel werk maken van een nieuw decreet dat de Wapenhandel regelt. Wij willen dat via dat decreet ook duidelijk wordt dat de eindgebruiker van de wapens bekend is vooraleer de exportvergunning wordt afgeleverd. Als de regering dit nalaat, zal ik zelf nog voor het zomerreces een decreet indienen.
Een nieuwe regelgeving is hoogst noodzakelijk. Kijk maar naar de Vlaamse wapenexport van vorig jaar. Het was een absoluut topjaar. Meer nog, sinds 2005 steeg de omzet met liefst 82%, en dit is dan nog niet eens het meest schokkende cijfers uit het jaarverslag van het Vlaams Vredesinstituut.
Het Vredesinstituut merkt op dat ook in Wallonië de wapenexport de laatste jaren sterk gestegen is. In 2003 werd de wapenhandel geregionaliseerd. Immers de Waalse vrienden hebben een wat minder door morele principes gestuurde visie dan wij. De vergunde wapenexport vanuit België is sindsdien meer dan verdubbeld. Wij halen daarmee de zesde plaats van Europa’s ranglijst.
En dan de invoer in van wapens in Vlaanderen. Veel van de uitgereikte vergunningen gaan over invoer van vuurwapens voor privé-personen. 83 procent van alle invoervergunningen heeft betrekking op kleine wapens.
De doorvoer van wapens dan. Het aantal vergunningen voor doorvoer van militair materiaal lag in 2009, net als in de voorgaande jaren, erg laag, met 24 vergunningen. Dit kan onmogelijk kloppen met de werkelijkheid. Er moet een groot volume wapens of goederen die bruikbaar zijn om wapens mee te maken, op een illegale wijze worden doorgevoerd. Niemand kent blijkbaar de werkelijkheid. Het Vlaams Vredesinstituut kan geen verklaring geven voor de sterke daling van de doorvoervergunningen de afgelopen jaren. Volledigheidshalve moet ik zeggen dat transport van wapens in het kader van een NAVO-operatie niet vergund wordt.
Er is dus werk aan de winkel.
Etienne Vermeersch is een aanhanger van de strenge secularisering / laïcisering van het publieke leven. Op zijn Frans dus. Dat is niet mijn keuze. Je bent ofwel voor een absolute neutraliteit (en dus nergens in het openbare functies en scholen hoofddoeken) ofwel ben je voor actief pluralisme (en mogen altijd religieuze en andere symbolen). Het symbool mag echter geen vrijbrief zijn om te gaan ‘bekeren’, maar vereist in openbare functies gepaste terughoudendheid. ‘Mogen uiten’ is niet gelijk aan ‘mogen opdringen’. Daar ligt ook het verschil tussen gematigd en radicaal, tussen open en gesloten denksystemen, tussen een interculturele en een monoculturele samenleving.
Andermaal een dramatisch jaar voor Wevelgemse zakenluchthaven
Het bestuur van de Luchthaven Kortrijk-Wevelgem heeft zijn jaarrapport 2009 af. De teneur is haast euforisch, maar de naakte cijfers liegen niet. Droefenis troef. Het zakenverkeer daalde in 2009 met meer dan 35%. Op een gans jaar kreeg de luchthaven niet eens 11.300 professionele passagiers over de vloer. Als ik dit verreken naar het aantal werkdagen, komen we uit op een zielige 43 reizigers die doordeweeks opstijgen of landen in Wevelgem.
11.300 zakenreizigers op een vol jaar tijd. Qua aantal is dat vergelijkbaar met het aantal treinreizigers dat het station Kortrijk aandoet, op een halve dag… Zelfs het station van Wevelgem haalt 20 keer meer reizigers dan de naburige luchthaven. En dit stationnetje werd enkele jaren terug wel bedreigd met sluiting wegens onrendabel.
Toch vindt het luchthavenbestuur de cijfers nog meevallen. Het totale vliegverkeer bleef immers stabiel, dankzij de scholings-, trainings- en pleziervluchten die blijkbaar niet onder de crisis te lijden hadden. In augustus en september is er een opmerkelijke stijging vast te stellen, die volgens het rapport makkelijk te verklaren is: ‘door een maanden aanhoudende ronduit zomerse weerssituatie met goede luchtvaartconditie’. Zeg maar: ‘lekker weer voor een pleziervluchtje’. Nu gunt Groen! ieder diertje zijn pleziertje, maar daar hoeft de belastingbetaler niet voor op te draaien. 2009 was immers niet enkel uitzonderlijk zonnig voor de luchthaven van Wevelgem; het was ook een historisch jaar wat de financiering betreft.
In 2009 draaide de luchthaven meer subsidie-omzet dan bedrijfsomzet. Terwijl de eigen inkomsten met ruim 10% achteruit boerden, kwam er wel een extra subsidie van 97.000 euro vanwege de provincie West-Vlaanderen. Zo komt de totale inbreng van de gemeentes, de provincie en het Vlaams gewest op net geen miljoen euro. Ik heb het eventjes snel uitgerekend: Elke zakenpassagier krijgt zo 85 euro overheidskorting op zijn vlucht. En dan nog slaagt de luchthaven er niet in een break-even te draaien. Ze klokken af op een bedrijfsverlies van een goede 50.000 euro.
Ik begrijp dan ook niet waarom er overheidsgeld blijft gepompt worden in de zakenluchthaven van Wevelgem. Door de gestage uitbouw van het (hogesnelheids-)treinnet zijn er voldoende alternatieven voor de reizigers. De luchthavens van Oostende en Lille-Lesquin liggen bovendien op een boogscheut.
Het vliegveld heeft een toekomst, oh ja, maar niet langer als luchthaven. Het terrein is heel goed ontsloten, via het spoor en de diverse snelwegen. Dit maakt het ideaal is voor de ontplooiing van een groen bedrijventerrein dat een veelvoud aan tewerkstelling oplevert, in vergelijking tot de luchthaven. En waarom ook geen inplanting van een windmolenpark op deze unieke locatie?
Een debat over cultuursubsdiies
Er stond een merkwaardig opiniestuk in De Morgen. KVS’ artistieke leider Jan Goossens gaf er Herman Schueremans van langs in een zeer ‘precies’ geformuleerd stuk. Bij de discussie over de zin of onzin van cultuursubsidies is immers zindelijke argumentatie gewenst. Jan Goossens pleit voor een openhartig en ernstig politiek-maatschappelijk debat over cultuursubsidies. Hieronder een paar fragmenten uit dat stuk, en mijn eigen reactie op Herman.
Hollandse ziekte
(…) Zeer boude beweringen die het niveau van cafépraat nauwelijks overstijgen, worden verkocht als onderbouwde academische stellingen. Politici die in geen jaren een gesubsidieerd theater van dichtbij hebben gezien, ontpoppen zich tot bedenkers van visionaire toekomstscenario’s. Daarin wordt verwezen naar buitenlandse ‘good practices’ waaruit zogezegd veel te leren valt. (...)
In de vergadering van de commissie Cultuur van het Vlaams Parlement van 25 februari jongstleden liet Open Vld’er Herman Schueremans zich alweer van zijn allersterkste kant zien. Ik wil u een korte bloemlezing niet onthouden: “Open Vld heeft steeds zijn bezorgdheid geuit tegenover een te grote subsidie-afhankelijkheid van de culturele sector. We hebben ooit eens gezegd: subsidies zijn als cocaïne, hoe meer je ervan krijgt, hoe meer je gaat zweven.” En met een verwijzing naar zijn academische partner in crime Arjen van Witteloostuijn van de UA: “Door het cultuurbudget in Vlaanderen gedurende de laatste tien jaar met maar liefst 102,8 procent te laten stijgen, heeft de voormalige cultuurminister de Hollandse ziekte naar Vlaanderen gehaald, aldus Van Witteloostuijn. In mensentaal betekent dat dat ze zoveel subsidies kregen en zoveel aan de jointen hingen, dat ze tot de namiddag in hun bed lagen en vergaten muziek te maken.”
Artistieke luiaards
En zijn gesofisticeerde oplossing heeft Schueremans al klaar: “In tijden van laagconjunctuur moet het beleid antwoorden bieden op de vraag hoe we met minder middelen het cultuurbeleid verder kunnen uitbouwen. Ik verwijs altijd naar het fauvisme en Rik Wouters, die met minder penseeltrekken veel meer deed.” Voilà, dat weten we dan weer: zet die artistieke luiaards alstublieft op droog zaad, dan komt er heel misschien nog iets goeds van.
(…) Om te beginnen: alle organisaties van het kunstendecreet dragen middels een lineaire besparing van 2,5 procent in 2010 wel degelijk bij tot de besparingsoperatie op Vlaams niveau. Maar een minimum aan intellectuele eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat de extra middelen die ex-minister Anciaux uit de brand wist te slepen grotendeels naar broodnodige inhaalbewegingen voor en verstevigingen van de cultuursector gingen. Zelfs van artiesten kan je immers niet verlangen dat ze voor een appel en een ei blijven werken.
Relatief gezien besteedt Vlaanderen momenteel geen onaanvaardbaar hoge bedragen aan cultuur. Zeker niet als je ziet wat de maatschappelijke return is: veel tewerkstelling, veel toeschouwers en veel artistieke eindproducten die de hele wereld ons benijdt. (…)
Koning eenoog
Kortom, een subsidiedebat? Bring it on, maar dan één waarin intellectuele hygiëne en kennis van zaken centraal staan. (…) Moed helpt daarbij, navelstaarderij niet. Zolang we vooral onder elkaar discussiëren, geven we vrij baan aan succesvolle concertorganisatoren die plots de autoriteit menen te hebben om voor de hele cultuursector toekomstscenario’s te formuleren. Met zijn gebrek aan bescheidenheid gedraagt Schueremans zich als een specialist neus-keel-en-oren die zonder enig overleg aan hartoverbruggingen begint. (…)
Tot hier Jan Goossens. Bedankt Jan.
En er is nog meer, vind ik zelf
Tijdens datzelfde debat voegde ik daar een en ander aan toe. Enkele letterlijke citaten uit mijn mondelinge reactie tijdens de zitting: “Ik heb veel waardering voor u, mijnheer Schueremans, maar we verschillen soms fundamenteel van mening. Ik nodig u uit om met mij eens een dag door te brengen in de kunstenorganisatie waar ikzelf bestuurder van ben, om eens te ondervinden wat subsidies zijn, om na te gaan of ze de cocaïne of de bedwelmende cannabis zijn die ze lijken te zijn voor de kunstenaars. Ik ben zelf ook muzikant in het niet-gesubsidieerde circuit. Dat bestaat en Herman heeft gelijk, er is een kunstvorm die geen overheidsgeld nodig heeft. Ik noem bewust de twee extremen om aan te duiden dat ze in de samenleving aanwezig zijn en perfect naast elkaar kunnen bestaan. Het is niet het ene of het andere. Ik was aanwezig op de studiedag van het KMSK te Antwerpen en ik heb er professor Van Witteloostuijn gehoord, maar hij maakte niet bijzonder veel indruk. Hij neemt de nuances en de verschillen tussen de aard van de kunst, de moeilijkheidsgraad, de toegankelijkheid, het potentieel om veel of weinig publiek te bereiken en de internationale component niet in ogenschouw en hij neemt die niet op in zijn evaluatie. Dat zijn veralgemeningen. (...)
Het punt dat ik wil maken, is vooral dat er grote verschillen in potentiële leefbaarheid tussen de kunstensectoren zijn. Het meest frappante voorbeeld hiervan is de beeldende kunst. We subsidiëren jonge kunstenaars met kunstenaarsbeurzen. We hebben centra voor beeldende kunsten die tentoonstellingen inrichten. Onze succesvolle kunstenaars bevinden zich 5 jaar later niet langer bij de Vlaamse subsidiepotten. Ze leven van de verkoop van hun werk. Hun werken worden door musea en kunstverzamelaars aangekocht. Ze leven ook van de tentoonstellingen die buiten het gesubsidieerd circuit vallen. Dit is een perfect voorbeeld van de manier waarop een overheid getalenteerde artiesten kansen biedt tot het ogenblik waarop ze zelfstandig buiten die circuits kunnen leven. Voor een aantal kunstdisciplines, zoals theater en dans, is dit nu eenmaal niet mogelijk. De verschillen zijn groot. Ik zou dan ook willen dat iedereen tijdens discussies over dit onderwerp oog heeft voor deze diversiteit.”
Mag ik voorstellen dat alle debaters- vooral de (neo)liberalen onder de lezers - ook nog eens nadenken waar cultuursubsidies nuttig voor zijn? Ik schreef er ooit een artikel over. Klik hier om het helemaal te lezen. Daarin leg ik uit dat er heel duidelijke argumenten zijn voor cultuursubsidies, niet voor alles en iedereen, niet gelijk wanneer, maar gericht.
BBC versus VRT: 82 versus 48 euro per inwoner
Uit de recente cijfers van de overheidsdotaties (van 2008) aan de openbare omroepen blijkt dat de dotatie in Vlaanderen (dus voor de VRT) 48 euro per inwoner bedraagt. Bij de BBC is dat 82 euro per inwoner. In Zwitserland is dat 92 euro per inwoner, in Duitsland 88 euro, in Denemarken 84 euro, in het Verenigd Koninkrijk 82 euro, in Nederland 37 euro en in Frankrijk 37 euro.In vergelijking met het gemiddelde vaan de andere openbare omroepen uit de landen uit dat lijstje ligt de Vlaamse overheidsdotatie voor de VRT 30 procent lager.
Daaruit blijkt dat de suggestie van mijn gewaardeerde collega Carl Decaluwé dat de VRT voor zijn besparingen inspiratie kan vinden bij de BBC, nogal ‘leeg’ is. Er is een huizenhoog verschil zijn inzake publieke financiering van de openbare omroepen in Europa. Er kan in de BBC wel wat vet van de soep. Zo heeft de BBC veel meer zenders en veel meer internetsites dan de VRT.
Het betekent niet dat de VRT niet zou kunnen besparen, maar die moet vertrekken van een discussie en een beslissing over de toekomstige opdrachten en taken. Als die bepaald zijn, dan zou het best eens kunnen blijken dat een forse besparing onmogelijk en onwenselijk is. Maar nu besparen omdat de BBC dat doet, zonder herdefiniëring van de taakstelling, komt neer op het berokkenen van schade aan de VRT, of liever op het verzwakken van de positie van de VRT tegenover de commerciële zenders op radio en televisie.
Wie nu de BBC inroept als voorbeeld voor besparingen, vergeet blijkbaar bewust dat in ereklasse speelt, de VRT in eerste provinciale.
| maart 2010 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Z | M | D | W | D | V | Z |
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | |
| 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 |
| 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 |
| 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 |
| 28 | 29 | 30 | 31 | |||

foto Viviane Decock
© 2009 - Bart Caron