Ik weet het, het klinkt provincialistisch, maar ik meen het: West-Vlaanderen wordt dubbel benadeeld dezer dagen. We hebben niet alleen geen premier meer - een West-Vlaming! - maar ook geen bisschop meer. Twee keer katholieke gezagsdragers dus die falen. Al zijn ze natuurlijk niet te vergelijken.
De sympathieke Roger
Bisschop Roger, waar in onze parochies al een kwarteeuw wordt voor gebeden, heeft de kerk eigenlijk heel veel schade toegebracht. Ik zou daar met een grote dosis cynisme een ongenadig oordeel kunnen uitspreken. Maar ik zal even terugplooien op de katholieke opvoeding die ik kreeg: God zal daar wel over oordelen, als Roger aan de deur van Sint-Pieter aanklopt. Niettemin, het is onaanvaardbaar dat dit meer dan 25 jaar in de doofpot is gebleven. Wat meer is: als hoogste gezagsdrager van een bisdom heeft hij ongetwijfeld zelf veel gelijkaardige gevallen zien passeren. Hoe is daar meer omgegaan? Ik vrees dat de doofpotten in de kelders van het bisschoppelijk paleis in Brugge niet meer te tellen zijn. En dat voor een man die in onze provincie toch aanzien genoot, die de sympathie van veel mensen genoot, die zich ook niet als ultraconservatieve kerkoverste opstelde ... De schade voor de kerk is niet te overzien ... Tja. In de misviering bij het heilig Vormsel van zaterdag 24 april stond nog steeds “wij bidden voor onze bisschop Roger”, maar de dienstdoende priester slikte de zin in. Ja, een dienstdoende, want de pastoor is geschorst wegens vreemde zaken, zoals het verkopen van kelken, vervreemden van gelden van broederlijk delen e.d. om chanteurs te betalen die weet hadden van zijn escapades. Tja.
Pedofilie is verwerpelijk. Punt. Maar het celibaat draagt ongetwijfeld bij tot dat sexueel gedrag dat op een ongelijke, onderdrukkende relatie is gebaseerd. Sex met minderjarigen is daar een voorbeeld van. De dader, een gezagsdrager, kan het slachtoffer afdreigen. Zie maar de vele verhalen op onze katholieke colleges. Gelukkig mocht ik dat zelf niet meemaken, maar vele anderen helaas wel. Ik wil me niet bemoeien met de religies, maar misschien kan de een lering trekken van de ander: in de Islam mag de iman in ieder geval een vrouw hebben, net als in de Protestantse en de Anglicaanse kerk. Een open visie op volwassen relaties zou misschien niet leiden tot het huidige pijlsnelle uitstroom van priesters uit de kerk. De kerk is haar einde steeds nabijer, en dit soort gebeurtenissen zal dat proces niet omkeren.
Een chistelijke partij
De vraag of een christelijke partij dan nog wel toekomst heeft ... Ik bedoel een partij die zich uitdrukkelijk op dat gedachtengoed baseert. Mocht die partij niet zo nauw verbonden zijn met (delen van) haar kiezers via vakbond, mutualiteit en verenigingsleven, dan zou ze wellicht snel afkalven, mee met de kerk de dieperik in.
Politieke crisis: de onmacht om samen te leven
Een mens zou haast vergeten dat er deze week een diepe politieke crisis losbarstte. Die crisis is een illustratie van het moeizame samenleven van mensen. Nee, niet van witte Vlaamse mensen en allochtonen, maar van van Nederlandstalige en Franstalige landgenoten. Politiek haantjesgedrag haalt het van de bereidheid om tot oplossingen te komen. We moeten dit probleem toch wel proberen op te lossen. Er wachten immers nog veel belangrijkere uitdagingen: de pensioenen, werkgelegenheid, milieuproblemen, de diepe crisis in de justitie, de veiligheidsproblemen .... Het lijkt wel een welstellend ouderpaar dat zich druk maakt om de soort kleren die dochter- en zoonlief dragen, zonder te merken dat ze ondertussen in een fout milieu geraken waar ze meegezogen worden in een wereld van druggebruik. Als dat verder gaat, komt dat meestal niet meer goed.
Zo heet het gloednieuwe winkelcentrum van Kortrijk. De prestigieuze architectuur van Paul Robbrecht en Hilde Daem zouden wellicht verkeerdelijk de indruk wekken dat we hier te doen hebben met een uitzonderlijk architecturaal project. Echter ... Dit fameuze architectenduo heeft goed werk geleverd, zeer zeker, maar een winkelcentrum is een winkelcentrum. Onvermijdelijk. Het is zoals met een prachtig voetbalstadions. De inbreng van de beste architecten van deze wereld wordt afgeperkt door de regels van het voetbalveld en -spel.
Dat is bij een winkelcentrum dus ook. De regels zijn even universeel als die van voetbal. Er moet winkelruimte in die verhuurd kan worden. Het moet er zo aangenaam mogelijk vertoeven zijn. Er moet geparkeerd kunnen worden. en je moet er plezier beleven, iets kunnen drinken ...
Architectuur
Is de architectuur van ‘K in Kortrijk’ dan niet interessant? Toch wel. De aanpak van het archtitectenduo heeft er toch voor gezegd dat de banaliteit van winkelcentra overstegen werd. En dat lag niet voor de hand. Dit gebouw werd ingeplant in het centrum van een stad, en daarvoor werden heel wat panden afgebroken. De ingreep was fors en dus moest er iets in de plaats komen dat beter was dan het origineel. Dat is gelukt, de gevelpartijen zijn mooi, het volume is aantrekkelijk. Maar vooral de binneninrichting moest ‘anders en beter’ zijn dan alle andere shoppingmalls. En dat is gelukt. Echter, niet de winkels maken indruk, want die zien er uit als alle ketenwinkels, die je evengoed in de Brusselse Nieuwstraat of de Gentse Veldstraat tegenkomt. Maar goed, Kortrijk hoort er bij.
Interessant in dit gebouw zijn de verschillende uitzichten op de stad, de caféterassen, de balkons en het doorzichtige dak. Je ziet er Kortrijk vanuit andere perspectieven. Wat echter dik tegenvalt zijn de trappen. Trappenpartijen worden in zovele gebouwen gebezigd als uiting van grandeur en klasse. In statische openbare gebouwen zie je pareltjes van trappen, vorm gegeven in alle materialen en kostelijk versierd. Maar hier zie je centraal, van in de parking tot bovenin, oeverloos saaie roltrappen. In mijn kindertijd vond ik ze fascinerend. Maar snel bemerk je dat dat soort dingen eigenlijk niet mooi zijn, er is weinig keuze in de vormgeving ervan, en ze centraal opstellen in een winkelcentrum beantwoordt alleen aan de drang van mensen om hoger op te gaan, naar de top als het ware. De opzichtigheid is overbodig, het nut buiten discussie.
Amerikaanse winkelcentra in crisis
Zal ‘K in Kortrijk’ succesvol blijven? Ik hoop het toch, al zal ik geen regelmatige bezoeker zijn. Even naar grote broer kijken, levert wel enige ongerustheid. In Amerika is er een diepe crisis van de shopping malls. In 2008 en 2009 zijn er 400 van Amerika’s 2000 grootste shopping malls gesloten. Winkelcentra zijn er de symbolen, zeg maar de kathedralen van de Amerikaanse consumptiedrang, bruisende centra van pronkzuchtige consumptie, gebouwd op fundamenten van consumentenkrediet. Sinds de crisis hebben ze het moeilijk. Sinds 2006 opende in de VS amper 1 groot shoppingcentrum zijn deuren. Ik wil niet pessimistisch zijn, maar als shoppingcentra sluiten vormen ze een probleem voor de lokale gemeenschap. Inbraken, diefstal van koper en verlichting, opstapeling van vuil, glasbraak … geen mooi voorzuitzicht.
Winkeldrang? Verleiding?
Over de drang tot winkelen en tot consumeren, daar wilde ik ook eventjes over hebben. Naar aanleiding van de hype van K in Kortrijk – het is waarachtig elk weekend filerijden om er maar binnen te kunnen, net zoals de zondagse file naar Molecule in Vichte trouwens- – ben ik toch op zoek gegaan naar de drijfveren van de mensen om dat soort winkelgalerijen te bezoeken. Zelf heb ik er eigenlijk een gloeiende hekel aan, en ik wil een beetje beter begrijpen wat hier echt aan de hand is. Na enig speurwerk bots je op stapels sociologische en filosofische literatuur. En wat blijkt? Winkelen is niet langer even boodschappen doen. Het is een vrije tijdsbesteding, is ‘fun’, een uitje, een belevenis. Winkelen is niet langer een huishoudelijke activiteit is die snel en efficiënt moet worden uitgevoerd. Winkelen is een vrijetijdsbesteding die niet meteen tot aankopen moet leiden.
Ze worden zelfs magie, of consumentenreligie, met winkelcentra als de nieuwe kathedralen van onze samenleving. Harrods in Londen of de Galeries Lafayette in Parijs. Ook de media zijn niet immuun voor die magie. Toen Saturn (Media Markt) in K in Kortrijk – eindelijk – een eerste vestiging opende, werd dat in de regionale media breed uitgemeten.
Volgens Rem Koolhaas, de befaamde Nederlandse architect, is winkelen een van de belangrijkste motoren van het stedelijk leven. Allez, het ziet er goed uit voor Kortrijk.
De Amerikaanse socioloog Ritzer gooit het op manipulatie: consumenten welhaast ongewild aanzetten tot het kopen van goederen die zij in veel gevallen helemaal niet nodig hebben. Met behulp van credit cards (die het directe verband tussen de lusten en de lasten van consumptie vertroebelen), advertenties (die een andere, gelukkigere wereld beloven), en winkelparadijzen.
Je zou ook van een verleidingsoffensief kunnen spreken. Winkeliers proberen bovendien het tijdsbesef van klanten in de war te brengen, in de hoop dat zij zich niet gehaast voelen. Een klok zal je in de nieuwe kathedralen der consumptie dan ook niet snel tegenkomen.
Je mag ook de nadruk op het sociale karakter van winkelen: het is zelden een individuele activiteit. je ontmoet er vele mensen, maar het is ook een plek is om ons met anderen te identificeren, of juist om ons te onderscheiden.
Over de fileproblemen, de ongelukkige fietsenparking, en de verkeersproblemen in onze binnenstad, schrijven we later nog eens. Stof zat. Wie haalde het in zijn hoofd om alle autoverkeer naar de binnenstad te trekken door de bouw van verschillende ondergrondse parkings. Tja, we moeten onze aankopen toch kunnen vervoeren ... is dan de uitleg.
Met dank aan Olav Velthuis (Trouw, Nl).
Ik ben gaan kijken naar ‘Godses’ van Geert Six, een voorstelling van de Unie der Zorgelozen en van Ceremonia. Een solo van een indrukwekkende Geert Six. Prachtig. Ontroerend. Aangrijpend. De tekst (en regie) van Erik De Volder is gebouwd op verhalen uit Geerts kindertijd. Het is een vertelling van onverwerkt (oorlogs)verleden, die verschillende generaties typeerde, vormde, vervormde. Geert speelt in de Scala in Kortrijk, de oude feestzaal die de Unie onlangs aankocht. Te midden een volkse buurt, die de verhalen nog zoveel herkenbaarder maken.
Na ‘Brief aan mijn Rechter’ van NTGent met Frank Focketyn, ben ik deze week weer helemaal in de ban het theater geraakt.
Gesubsidieerd toneel, een delicate kwestie. Een reden te meer om er voorzichtig mee om te gaan. Ja, het mag van mij wat geld kosten aan de gemeenschap, maar het moet dan wel goed gebruikt worden. Het probleem is niet dat er bij ons schitterende producties gemaakt worden, maar wel dat er al te veel slechte worden gemaakt.
En daarom word ik boos als mensen misbruik maken van de regelgeving. Vorige week kwam nog zo’n verhaal in de media. Het bestuur van BAFF / Raamtheater smijt de directie buiten en vervangt die door een nieuwe die een totaal andere koers wil varen … uiteraard met hetzelfde geld van de overheid. Kom zeg.
De vraag is of er subsidie kan zijn (Kunstendecreet) als de organisatie aan wie die subsidie werd toegezegd, bij de start van de subsidieperiode haar artistieke beleid drastisch omgooit? Bij BAFF (het vroegere Raamtheater) wordt Tom Van Bauwel bedankt voor bewezen diensten, net als de zakelijk leidster. Zij kregen in april 2008 de opdracht om het oude Raamtheater nieuw leven in te blazen. Het theatergezelschap had enkele jaren op rij negatieve adviezen van de beoordelingscommissie gekregen. Diezelfde commissie daarentegen leverde voor het beleidsplan van Tom Van Bauwel een positief rapport af en BAFF kon opnieuw op subsidies rekenen. Op 1 januari van dit jaar startte de nieuwe periode. Maar lang duurde dat niet. Het bestuur dankte hen vorige week af. Het artistieke roer wordt aan Steven De Lelie (Theater aan de Stroom) overgedragen. De zakelijke leiding aan Tim Luyten. Beiden zijn de oprichters van het Antwerpse Theater aan de Stroom. Wat een toeval dat precies datzelfde Theater aan de Stroom ook subsidie van de Vlaamse Gemeenschap krijgt. Samen met de BAFF-subsidie zou dat 800.000 worden. Als, ik zeg wel ‘als’ ze zouden fuseren. Wie haalt dat uit elkaar? Vooral omdat de nieuwe chef al heeft aangekondigd dat BAFF weer tot Raamtheater wordt omgedoopt en dat hij kiest voor meer voor toegankelijk repertoiretheater, een beetje zoals het Theater aan de Stroom dat doet.’ Twee keer van hetzelfde dus. Of hoe een bestuur een hold-up pleegt op subsidiegeld.
Uit het Kunstendecreet blijkt echter duidelijk in dergelijk geval de subsidiëring van BAFF / Raamtheater moet stopgezet worden. De minister kan de subsidies intrekken als de organisatie niet meer uitvoert wat ze in haar beleids- en actieplan heeft aangekondigd. De organisatie voldoet dan immers niet meer aan de subsidievoorwaarden. De nieuwe koers van BAFF /Raamtheater wijkt immers drastisch af van wat in het ingediende beleidsplan werd geschreven.
Als we nog een beetje geloofwaardig cultuurbeleid willen in Vlaanderen, dan moet de minister optreden. Dat zal ik haar toch vragen. Anders kan je maar beter lachen met de delicate evenwichtsoefening die de indiening van beleidsplannen, de beoordeling ervan door onafhankelijke commissies en de politieke beslissing van de regering vormen.
Dit kan niet, ik reken op rechtlijnigheid van de politieke verantwoordelijken. Al weet ik nu al dat er weer heel wat politieke gelobby zal volgen om alles blauw blauw te laten. Wat haalt het: vriendjespolitiek of politieke moed? Belangrijk, zeker hier. Het gaat immers om ons heel kwetsbare theaterbestel. Dat verdraagt geen geknoei.
Alleen kwaliteit kan richtinggevend zijn. Ten bate van de goede kunstenaars en het publiek.
Voor één keer een blogje over Kortrijk. Het had misschien ook over Hasselt, Aalst of Sint-Niklaas kunnen gaan.
Het beleid dat de huidige burgemeester van Kortrijk voert wordt duidelijker en duidelijker. Het is een ‘hoeveel-keer-sta-ik-op-de-foto’-beleid. Kenners van de Kortrijkse politiek zijn ermee vertrouwd, daar niet van. De lokale schepen van burgerlijke stand, net zoals vele schepenen in Vlaanderen, zijn ook kampioen in dit soort beleid. Ik begin na al die jaren te vermoeden dat hier het motief ligt om burgerzaken als bevoegdheid uit te oefenen. Voor de rest is daar toch geen beleid mee te voeren. Het is gewoon uitvoering geven aan wettelijke voorschriften. Er zijn gelukkig jubilees ten over, huwelijken zijn er minder, maar in totaal nog genoeg gelegenheden voor een foto in de Krant van West-Vlaanderen. Minstens in deze krant, nog steeds de meest gelezen krant in onze contreien.
Kortrijk heeft sinds het vertrek van peetvader Stefaan De Clerck naar Justitie het geweer van schouder veranderend. Van stad van ‘Innovatie, Creatie en Design’ wil het nu warempel een ‘een warme stad’ worden. Dat krijgt dan vooral vorm in het financieren van allerlei gezellige en leuke dingen, het mogelijk maken van van een nieuw winkelcentrum, waardoor je, inderdaad, … ook weer in de gazet komt.
Studio Brussel is naar Kortrijk gekomen, met groot succes trouwens. Hoeveel heeft dat gekost aan het stadsbestuur? Het mag van ons allemaal, vorige en deze gemeenteraad kwam er de extra 300.000 euro voor koning voetbal, er werd veel promotie gemaakt voor het nieuwe winkelcentrum ‘K in Kortrijk’, de tv-reeksen De Rodenburgs, Mijn Restaurant en straks Villa Vanthilt. … Het zijn uitgaven waarvan een mens zich, zeker in crisistijd afvraagt of ze tot de maatschappelijke prioriteiten behoren. En wat de meerwaarde ervan is, behalve ermee in de media prijken? Politiek die versmalt tot het halen van media-aandacht.
Och, ik besef best dat de Kortrijkzanen al dat vertier en die media-aandacht best smaken. Ze willen het liefste, net als zovele mensen, brood en spelen. Ze worden op hun wenken bediend. Ik vraag me af hoe we ze honger kunnen geven naar een beter beleid, naar fijne en kwalitatieve stedelijke projecten. Misschien ook door daar een ‘ik-wil-graag-op-de-foto-staan’ beleid aan te koppelen? In Kortrijk kan dat bijv. de aanleg (en opening) zijn van nieuwe fietspaden, het openen van een speelbos voor de jeugd waar Kortrijk reeds 20-jaar op wacht, een wandelnetwerk, de realisatie van stadsgroen Marionetten, de realisatie van de Ghellinckzone ….. Het ‘warme-stad’-beleid betekent ook dat er een veelvoud aan middelen gaan naar wijkbudgetten en gebiedswerkingen, dat er een bredere ondersteuning is van lokale initiatieven, de realisatie van een toegankelijk Kortrijk voor iedereen, naar sociale woningen tot in het hart van de stad, naar gezellige pleinen, naar minder auto’s in het centrum, naar beter openbaar vervoer ...
Gaat het elders ook zo? Is Kortrijk een pars pro toto?
Bart Caron (Groen!), ondervoorzitter van de mediacommissie in het Vlaams Parlement, verwacht geen politieke impulsen om de mediaconcentratie in Vlaanderen tegen te gaan. “De mediagroepen en de grote partijen hebben alle baat bij een status quo”, zegt hij.
Door Georges Timmerman en Tom Cochez
DIt interview verscheen op 30 maart 2010 op apache.be. Klik hier om het te lezen

| april 2010 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| z | m | d | w | d | v | z |
| 1 | 2 | 3 | ||||
| 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 |
| 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 |
| 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 |
| 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | |

foto Viviane Decock
© 2009 - Bart Caron // Design: Het Concept / Matthias Malfr