Een debat over cultuursubsdiies
Er stond een merkwaardig opiniestuk in De Morgen. KVS’ artistieke leider Jan Goossens gaf er Herman Schueremans van langs in een zeer ‘precies’ geformuleerd stuk. Bij de discussie over de zin of onzin van cultuursubsidies is immers zindelijke argumentatie gewenst. Jan Goossens pleit voor een openhartig en ernstig politiek-maatschappelijk debat over cultuursubsidies. Hieronder een paar fragmenten uit dat stuk, en mijn eigen reactie op Herman.
Hollandse ziekte
(…) Zeer boude beweringen die het niveau van cafépraat nauwelijks overstijgen, worden verkocht als onderbouwde academische stellingen. Politici die in geen jaren een gesubsidieerd theater van dichtbij hebben gezien, ontpoppen zich tot bedenkers van visionaire toekomstscenario’s. Daarin wordt verwezen naar buitenlandse ‘good practices’ waaruit zogezegd veel te leren valt. (...)
In de vergadering van de commissie Cultuur van het Vlaams Parlement van 25 februari jongstleden liet Open Vld’er Herman Schueremans zich alweer van zijn allersterkste kant zien. Ik wil u een korte bloemlezing niet onthouden: “Open Vld heeft steeds zijn bezorgdheid geuit tegenover een te grote subsidie-afhankelijkheid van de culturele sector. We hebben ooit eens gezegd: subsidies zijn als cocaïne, hoe meer je ervan krijgt, hoe meer je gaat zweven.” En met een verwijzing naar zijn academische partner in crime Arjen van Witteloostuijn van de UA: “Door het cultuurbudget in Vlaanderen gedurende de laatste tien jaar met maar liefst 102,8 procent te laten stijgen, heeft de voormalige cultuurminister de Hollandse ziekte naar Vlaanderen gehaald, aldus Van Witteloostuijn. In mensentaal betekent dat dat ze zoveel subsidies kregen en zoveel aan de jointen hingen, dat ze tot de namiddag in hun bed lagen en vergaten muziek te maken.”
Artistieke luiaards
En zijn gesofisticeerde oplossing heeft Schueremans al klaar: “In tijden van laagconjunctuur moet het beleid antwoorden bieden op de vraag hoe we met minder middelen het cultuurbeleid verder kunnen uitbouwen. Ik verwijs altijd naar het fauvisme en Rik Wouters, die met minder penseeltrekken veel meer deed.” Voilà, dat weten we dan weer: zet die artistieke luiaards alstublieft op droog zaad, dan komt er heel misschien nog iets goeds van.
(…) Om te beginnen: alle organisaties van het kunstendecreet dragen middels een lineaire besparing van 2,5 procent in 2010 wel degelijk bij tot de besparingsoperatie op Vlaams niveau. Maar een minimum aan intellectuele eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat de extra middelen die ex-minister Anciaux uit de brand wist te slepen grotendeels naar broodnodige inhaalbewegingen voor en verstevigingen van de cultuursector gingen. Zelfs van artiesten kan je immers niet verlangen dat ze voor een appel en een ei blijven werken.
Relatief gezien besteedt Vlaanderen momenteel geen onaanvaardbaar hoge bedragen aan cultuur. Zeker niet als je ziet wat de maatschappelijke return is: veel tewerkstelling, veel toeschouwers en veel artistieke eindproducten die de hele wereld ons benijdt. (…)
Koning eenoog
Kortom, een subsidiedebat? Bring it on, maar dan één waarin intellectuele hygiëne en kennis van zaken centraal staan. (…) Moed helpt daarbij, navelstaarderij niet. Zolang we vooral onder elkaar discussiëren, geven we vrij baan aan succesvolle concertorganisatoren die plots de autoriteit menen te hebben om voor de hele cultuursector toekomstscenario’s te formuleren. Met zijn gebrek aan bescheidenheid gedraagt Schueremans zich als een specialist neus-keel-en-oren die zonder enig overleg aan hartoverbruggingen begint. (…)
Tot hier Jan Goossens. Bedankt Jan.
En er is nog meer, vind ik zelf
Tijdens datzelfde debat voegde ik daar een en ander aan toe. Enkele letterlijke citaten uit mijn mondelinge reactie tijdens de zitting: “Ik heb veel waardering voor u, mijnheer Schueremans, maar we verschillen soms fundamenteel van mening. Ik nodig u uit om met mij eens een dag door te brengen in de kunstenorganisatie waar ikzelf bestuurder van ben, om eens te ondervinden wat subsidies zijn, om na te gaan of ze de cocaïne of de bedwelmende cannabis zijn die ze lijken te zijn voor de kunstenaars. Ik ben zelf ook muzikant in het niet-gesubsidieerde circuit. Dat bestaat en Herman heeft gelijk, er is een kunstvorm die geen overheidsgeld nodig heeft. Ik noem bewust de twee extremen om aan te duiden dat ze in de samenleving aanwezig zijn en perfect naast elkaar kunnen bestaan. Het is niet het ene of het andere. Ik was aanwezig op de studiedag van het KMSK te Antwerpen en ik heb er professor Van Witteloostuijn gehoord, maar hij maakte niet bijzonder veel indruk. Hij neemt de nuances en de verschillen tussen de aard van de kunst, de moeilijkheidsgraad, de toegankelijkheid, het potentieel om veel of weinig publiek te bereiken en de internationale component niet in ogenschouw en hij neemt die niet op in zijn evaluatie. Dat zijn veralgemeningen. (...)
Het punt dat ik wil maken, is vooral dat er grote verschillen in potentiële leefbaarheid tussen de kunstensectoren zijn. Het meest frappante voorbeeld hiervan is de beeldende kunst. We subsidiëren jonge kunstenaars met kunstenaarsbeurzen. We hebben centra voor beeldende kunsten die tentoonstellingen inrichten. Onze succesvolle kunstenaars bevinden zich 5 jaar later niet langer bij de Vlaamse subsidiepotten. Ze leven van de verkoop van hun werk. Hun werken worden door musea en kunstverzamelaars aangekocht. Ze leven ook van de tentoonstellingen die buiten het gesubsidieerd circuit vallen. Dit is een perfect voorbeeld van de manier waarop een overheid getalenteerde artiesten kansen biedt tot het ogenblik waarop ze zelfstandig buiten die circuits kunnen leven. Voor een aantal kunstdisciplines, zoals theater en dans, is dit nu eenmaal niet mogelijk. De verschillen zijn groot. Ik zou dan ook willen dat iedereen tijdens discussies over dit onderwerp oog heeft voor deze diversiteit.”
Mag ik voorstellen dat alle debaters- vooral de (neo)liberalen onder de lezers - ook nog eens nadenken waar cultuursubsidies nuttig voor zijn? Ik schreef er ooit een artikel over. Klik hier om het helemaal te lezen. Daarin leg ik uit dat er heel duidelijke argumenten zijn voor cultuursubsidies, niet voor alles en iedereen, niet gelijk wanneer, maar gericht.
BBC versus VRT: 82 versus 48 euro per inwoner
Uit de recente cijfers van de overheidsdotaties (van 2008) aan de openbare omroepen blijkt dat de dotatie in Vlaanderen (dus voor de VRT) 48 euro per inwoner bedraagt. Bij de BBC is dat 82 euro per inwoner. In Zwitserland is dat 92 euro per inwoner, in Duitsland 88 euro, in Denemarken 84 euro, in het Verenigd Koninkrijk 82 euro, in Nederland 37 euro en in Frankrijk 37 euro.In vergelijking met het gemiddelde vaan de andere openbare omroepen uit de landen uit dat lijstje ligt de Vlaamse overheidsdotatie voor de VRT 30 procent lager.
Daaruit blijkt dat de suggestie van mijn gewaardeerde collega Carl Decaluwé dat de VRT voor zijn besparingen inspiratie kan vinden bij de BBC, nogal ‘leeg’ is. Er is een huizenhoog verschil zijn inzake publieke financiering van de openbare omroepen in Europa. Er kan in de BBC wel wat vet van de soep. Zo heeft de BBC veel meer zenders en veel meer internetsites dan de VRT.
Het betekent niet dat de VRT niet zou kunnen besparen, maar die moet vertrekken van een discussie en een beslissing over de toekomstige opdrachten en taken. Als die bepaald zijn, dan zou het best eens kunnen blijken dat een forse besparing onmogelijk en onwenselijk is. Maar nu besparen omdat de BBC dat doet, zonder herdefiniëring van de taakstelling, komt neer op het berokkenen van schade aan de VRT, of liever op het verzwakken van de positie van de VRT tegenover de commerciële zenders op radio en televisie.
Wie nu de BBC inroept als voorbeeld voor besparingen, vergeet blijkbaar bewust dat in ereklasse speelt, de VRT in eerste provinciale.
Starbucks
Ik heb een tijdje geleden al gesolliciteerd om vriendje te worden van de VRT. De waarnemende CEO meende namelijk te weten dat er in het Vlaams parlement geen supporters meer zijn van de openbare omroep. Hola, dat is dus pertinent niet het geval. Het Vlaams parlement controleert de regering, maar is ook de vertegenwoordiger van de aandeelhouders, de Vlamingen. Een aandeelhouder is supporter, maar een kritische toch?
Deze week probeerden de collega’s Bart Tommelein (Open VLD) en Jurgen verstrepen (LDD) een paar fusées af te schieten op ons aller openbare omroep. Beide hebben problemen met het feit dat steden in het kader van hun citymarketing fictieseries zoals Flikken cofinancieren. Dat gebeurt zowel voor de commerciële zenders als door de VRT. Een liberaal die dat wil verbieden. Hmm. De motieven zijn natuurlijk bekend: de VRT verzwakken ten bate van de commerciële tv. Collega’s, wees duidelijk als je zoiets zegt. Eigenlijk zou een goede liberaal moeten zeggen dat de lokale besturen terecht op hun autonomie staan, ook inzake communicatie en citymarketing. en dat televisiestations op zoek gaan naar alternatieve inkomstenbronnen toch logisch is. Mogen de openbare zenders dat dan niet?
En toch is de VRT verre van heilig. Onze omroep is specialist in het afrijden van de kantjes. Net niet, of net wel de regels overtreden. Goede vriend en moeten eerlijk durven zijn jegens elkaar en dus kritisch.
Het moet mij van het hart, maar die speciale uitzending van de grote Peter Van de Veire ochtendshow live in Starbucks in het Centraal Station van Antwerpen, dat is er ver over, heel ver zelfs. Dit MNM-programma werd voor de gelegenheid zelfs omgedoopt tot De grote Koffie Van de Veire ochtendshow. Een dikke (en goed betaalde?) cadeau aan deze very American koffieboer. Die opende een eerste vestiging na die op Zaventem. Het mocht duidelijk niemand ontgaan. De uitgebreide reclame dankzij de VRT viel zelfs de Standaard op. Die krant dan nog, tot voor kort via Corelio aandeelhouder van de VAR. Maar de liefde is blijkbaar over. En alsof dat niet genoeg was, er was nog een reportage in Vandaag over de opening van diezelfde Starbuckskoffiewinkel. Ook die ging bijzonder ver.
Dat VTM of Q-Music dat zouden doen of VT4, tegen een propere vergoeding, logisch zou ik zeggen. Maar de openbare omroep? Wie heeft hier wat betaald? Of is dat gratis reclame voor Starbucks met belastingsgeld? Of zijn er andere afspraken over returns gemaakt? En de bleke uitleg die de woordvoerder van de VRT gaf, is een staaltje tsjevenpraat waar een mediaminister van dezelfde politieke familie niet kan aan tippen: “De live-uitzending van MNM is een coproductie zoals we er vele doen bij de verschillende radionetten”, aldus Brigitte Vermeersch. ‘Zo zijn er ook al radio-uitzendingen gemaakt op het Vakantiesalon of in de Standaard Boekhandel.” Die vergelijking gaat maar half op. En zelfs de andere voorbeelden vind ik niet aanvaardbaar. Starbucks heeft een deel van de productiekosten betaald, maar het bedrag wil de VRT niet kwijt, aldus de woordvoerder. Het is reclame, punt. En dat mag tot nader order niet. Het is helemaal niet de taak van de VRT om dat soort werk te doen. Een rode kaart dus.
En dan Radio 1
Ik krijg geregeld mails over de muziekkeuze op mijn voormalige favoriete zender. Wat velen sedert enkele maanden vreselijk stoort, is de bijzonder eenzijdige muziekkeuze op deze zender. Men draait de hele dag zeer recente nummers van een beperkt aantal artiesten als Jason Mraz, Jamie Cullum, Lily Allen, Norah Jones, ... . De muziekselectie is veel smaller dan enkele jaren geleden - verjonging heet zoiets - en wordt en petit comité gemaakt door zogenaamde specialisten. Ook ik heb de indruk dat hier soms andere dan publieke belangen spelen. Meer zelfs, dat men bepaalde artiesten wil hypen. Ik hoop dat hier geen rechtstreekse commerciële belangen spelen van platenfirma’s en concertpromotoren (?).
Iemand schreef me vandaag: “Vandaag luister ik sinds 8u en intussen hoorde ik al twee nummers van Joss Stone, de “souldiva” én hou u vast: één reclamespot voor haar en één uitreiking van gratis tickets voor een concert, terwijl ze niet eens de artieste van de week of zo is. Dat is deze week Admiral Freebee. De voorbije week hoorde ik al elke dag minstens één nummer van Stone, meestal hetzelfde trouwens. Ze is zeker niet de enige artieste van wie men dagelijks een nummer draait, maar men tast blijkbaar de grenzen af.” Spelen hier toch duidelijke commerciële belangen? Ik mag er niet aan denken. Dat probleem ga ik toch eens aankaarten in het Vlaams Parlement.
Voor minder bekende artiesten (die geen marketingmachine achter zich krijgen) is deze evolutie trouwens een echte ramp.
De Carrefour-historie is een regelrechte schande. Ik vindt dat de bazen van Carrefour een jaar op water en brood moeten gezet worden. Hoe durven ze zo omgaan met hun personeel! Ik ben geen specialist in dit soortement van dossiers. Dus kan ik alleen reageren vanuit mijn verontwaardiging. Zo’n 1700 medewerkers verliezen hun job, plus zij die werken voor logistieke bedrijven enz. Je mag dan nog niet denken aan andere winkels in winkelcentra die ongetwijfeld ook van de brokken zullen delen, omdat er minder cliënteel komt opdagen.
Het zal wel de schuld zijn van de economische crisis en van problemen in de distributiesector.Zo luidt de voorspelbare uitleg. In werkelijkheid is het een combinatie van platte winstmaximalisatie en van slecht bestuur door de directie. De leiding van de grootwarenhuisketen heeft gerammeld met het werk van de mensen. Tja, waar was de tijd van “twee miljoen klanten moet je verdienen, elke dag”.
Collega Wouter De Vriendt, die hier wel veel van kent, stelt dat warenhuisketen Carrefour “als een 19de eeuwse patron” handelt door “met de botte bijl” door het personeel te gaan. De federale regering moet verdorie haar verantwoordelijkheid nemen en krachtig optreden tegen bedrijven die winsten maken op internationaal niveau, maar toch zonder gêne mensen op straat gooien. En zal onze Kris Peeters nu de TGV naar Parijs nemen om zijn beklag te gaan maken bij Sarkozy? Na het charme-offensief bij the terminator, nu iets gelijkaardigs in het Elysée? Onmachtige regeringen in ons landje ...
Misschien kan onze George Clooney toch nog even terugplooien op zijn Unizo-achtergrond. Ik zou dat graag zien. Met een warm pleidooi voor de zelfstandigen en de KMO’‘s. En met een stimulerend beleid voor die mensen.
Ik hoop uit de grond van mijn hart dat de zelfstandige superettes en kleine winkeliers hier van kunnen profiteren. Misschien dat de consument nog eens nadenkt alvorens hij bij dat soort ketenwinkels zijn spullen blijft kopen. Wij hebben een leuke (kleine) superette in Marke. Ook van een kleine keten (Prima) maar zelfstandig uitgebaat door Martine en haar medewekers. Best aangenaam, fijne mensen, kwaliteit en eerlijk ... en ja, een klein centje duurder. Maar het plezier is nog veel meer waard. En hetzelfde geldt voor de bakker, de slager en de krantenman. Thanks allemaal.
De Rodenburgs steunen?
Zijn ze nu helemaal zot aan het worden in het schepencollege van Kortrijk? De stad Kortrijk en de provincie zouden opnieuw van plan zijn om de fictiereeks De Rodenburgs financieel te ondersteunen. Om het goede, sociale en innovatieve Kortrijk te promoten? Belachelijk!
De VTM besliste nog 18 afleveringen te maken, dit najaar. De stad wil daar weer voor betalen, maar wil dan wel dat er een Rodenburgs-dag in Kortrijk aan gekoppeld, en wil bekende acteurs op praalwagens de stad rondrijden? Zoiets, of nog belachelijker?
Heeft de stad zijn geld echt niet beter te besteden? Zijn er geen grotere noden?
Onze burgemeester vond het belangrijk dat de stad voldoende in beeld kwam. Tja, dat is min of meer het geval geweest, hoewel? Er waren veel meer beelden van elders dan van Kortrijk te zien. En los daarvan, weet de burgemeester nog waar de serie over gaat? Over goede sociaal voelende en solidaire Kortrijkzanen die opkomen voor die Kortrijkzanen die het iets moeilijker hebben? Over politieagenten die de veiligheid van de stad bewaken? Over foefelende stedelijke ambtenaren en politici? Over artiesten of sportfiguren die de naam en faam van Kortrijk wijd uitdragen? Kijk, met de Flikkendag kan Gent zich positief profileren. Zou ik dus ook doen. Maar met de Rodenburgs? Welk beeld wordt er over Kortrijk verspreid?
En dan het toeristische effect? Dat de commerciële zender VTM gekozen heeft voor een nieuwe reeks is haar keuze. Geen probleem. Maar heeft de stad Kortrijk nog niet door wat de reeks voor ‘positieve’ effecten dat allemaal heeft? Toeristische promotie? Nooit iets van opgemerkt! Dat kan ook niet, uit navraag van Het Nieuwsblad bij Dienst Toerisme blijkt dat de impact van de reeks ‘toch eerder mager’ is. Ook het euvele plan voor een wandelroute rond de Rodenburgs bleef in de kast van de goede bedoelingen maar foute plannen steken. Natuurlijk zijn er vooral locaties van buiten de provincie te zien. En de Kortrijkse plekken liggen zo ver van elkaar dat ze niet eens in een wandeling te plakken zijn.
Kortrijk toont zich dus weer eens van zijn belachelijkste kant. Niet voor het eerst. Er waren eerder al plannen voor een Rodenburgs-dag. Maar VTM zweeg stoïcijns. Ze wachten wellicht tot de domme stad Kortrijk nog meer zal bieden. Ze hebben nog gelijk ook.
Eerlijk gezegd, als de stad niet goed weet wat doen met haar geld, dan stel ik voor dat ze het toch maar aan de kant houden tegen de dag dat KV Kortrijk Europees voetbal gaat spelen. Of een extra-duwtje ter bestrijding van de stijgende armoede in Kortrijk? Ik kies uiteraard voor het laatste.
Waar ik het aan verdiend heb, weet ik niet, maar er zat een mail in mijn mailbox van PROPERTY4EAST.com. U niet bekend? Mij ook niet. Ze stellen zichzelf voor als ‘het portaal voor luxe-vastgoed met als afzetmarkt het Midden-Oosten en Oost-Europa’. Dit bescheiden dienstenbedrijfje is op zoek naar een exclusief huurpand dat voldoet aan onderstaande omschrijving:
“Gerespecteerde zakenman uit Oost-Europa, met privé-notering in Forbes Magazine, zoekt vanaf 1 juni 2010, voor de looptijd van 3 jaren een appartement/penthouse/loft, voor zijn gezin, inclusief een 6 maanden jonge panter als huisdier en dit in een veilige buurt 25 km rond Brussel, op maximaal 30 minuten verwijderd van een internationale luchthaven. Het pand moet beantwoorden aan de volgende kenmerken : minimaal 350m2 leefruimte omvatten, te vermeerderen met een terras van 150m2. Deze ruimte moet over de volgende indeling beschikken: 6 slaapkamers, waarvan 3 ingericht als masterbedroom met elk een aparte badkamer en dressing. De overige 3 slaapkamers zijn bestemd voor het personeel en kunnen in een aangrenzend appartement gelegen zijn. Verdere indeling: een ruime hall, eetkamer voor 12 personen, ruime woonkamer met tv ruimte, grote keuken, bijkeuken, kantoor, 2 twee separate toiletten en paniekkamer. Er moeten 6 garages voorzien zijn, te bereiken via een lift. Het kunnen ook open staanplaatsen zijn.” De huurder wil graat 25.000 euro betalen, voor minstens drie jaar.
Wat moeten we aan met een dergelijke allochtone mens? Hij heeft niet meteen de bedoeling zich hier snel te integreren in de lokale samenleving. Misschien beseft hij evenmin dat een panter bij ons een poes is, huispersoneel onder de Belgische sociale wetgeving valt – al kan er met dienstencheques betaald worden, en hij verondersteld wordt een inburgeringscursus te volgen. Misschien dat deze mens bijdraagt tot de gezondmaking van de Belgische overheidsschuld, al heb ik daar de grootste twijfels over.
Mag ik zo een heel klein beetje gedegouteerd zijn van van dergelijke annonces? Mag ik de ecologische voetafdruk van deze mens een beetje hoog vinden? Mag ik voorstellen dat we de ‘immigratie’, ook tijdelijk, van dergelijke gastarbeiders aan banden leggen? Oost-Europeaan? In principe al verdacht. Dat stel ik toch vast als ik de bezoekers van het lokale dorpscafé moet geloven. Dit keer moet ik hen gelijk geven. Selectieve verontwaardiging? Wel ja ...
Een schop onder zijn kloten en een enkele reis naar het land van herkomst. Moet kunnen, vrij verkeer van goederen en mensen of niet.
Geïnteresseerd? Klik op Property4east.
De kandidatuur van België en Nederland voor het WK voetbal in 2018 biedt kansen. Het kan een enorme boost geven aan onze nationale volkssport nummer één en leiden tot meer samenwerking onder clubs en duurzame investeringen in broodnodige nieuwe stadions. Helaas wordt het te weinig aangewend voor duurzame ontwikkeling van steden. En het risico is groot dat de geboden kans wordt verknald als men de weg opgaat van veel nodeloos ruimtebeslag.
Dit bleek op een rondetafel die we met de Groen!-fractie in het Vlaams Parlement organiseerden. Alain Courtois kwam er zijn project voor 2018 uit te doeken doen, waarna deskundigen uit de meest verscheiden takken van de maatschappij er hun visie konden op geven. Het was een bijzonder moment: voor het eerst worden experten uit de architectuur, de economie, de sportwereld, de sociale werkingen bij elkaar gebracht rond voetbal, het WK 2018 en de problematiek van de stadions.
Het Belgische voetbal lag de jongste maanden en jaren regelmatig zwaar onder vuur. Van de zaak Yé, de vaak bedroevende prestaties van onze nationale elf, het faillissement van eersteklassers tot discutabele scheidsrechterlijke beslissingen, een bijklussende bondscoach en geïmproviseer met bondsreglementen.
De Nederlands-Belgische kandidatuur voor de organisatie van de Wereldbeker kan die negatieve sfeer doorbreken. Op sportief vlak kan deze kandidatuur de aanzet zijn voor een doorgedreven investering in alle lagen van de voetballerij, voor beter begeleid jeugdvoetbal, voor meer en beter opgeleide trainers die talent snel opsporen en laten ontwikkelen. Maar bovenal kan de kandidatuur bijzondere impulsen geven aan steden voor hun ontwikkeling.
De bouw van nieuwe stadions is een thema waar Groen! vaak huiverachtig tegenover stond. De reden hiervoor was nooit dat we de clubs en supporters misgunden om in optimale omstandigheden van hun sport te genieten. Integendeel. Maar al te vaak bleken de grootse plannen een ware aanslag op de schaarse open ruimte, dreigde een immens mobiliteitsinfarct of werden er shoppingcentra aan gekoppeld die de lokale middenstand de das omdeden.
De rondetafel leerde echter dat het ook ander kan. Een hedendaags stadion is verantwoord als het zich sportief richt op toegankelijk, comfortabel en veilig voetbalplezier voor het hele gezin, als het een motor is van vele andere ontwikkelingen die reeds in de ontwerpfase mee worden bepaald – zoals het Stade de France in Parijs het noordelijk gebied van Parijs revitaliseerde – als het architectonisch hoogstaand en vooral goed ingebed is in het landschap – zoals het stadion van Braga in Portugal – en als het een hefboom is voor een betere mobiliteit vooral via het openbaar vervoer, en als het CO2-neutraal is. De beste formule lijkt die van multifunctionaliteit. Maar dan wel een verweving met andere functies, van een brandweerkazerne – zoals in Neufchâtel - , over andere sporten tot evenementen en cultuur, soms ook wonen, maar zelden nieuwe winkelcentra. Ook al betekent dit een grotere financiële inbreng van de overheden. Maar ook in het andere geval is er een hoge maatschappelijke kost, denk aan slechte mobiliteit, aan winkelleegstand, enz.
Clubs en stadions moeten ook nauw samenwerken met hun directe omgeving, met de buurt en met de supporters. Onze kandidatuur voor het WK kan het verschil maken als België inzet op de sociale dimensie – community development en verdraagzaamheid - en op duurzaamheid. De Belgische overheid moet van de stadionbouwers eisen dat ze de leefomgeving actief betrekken bij hun project.
Kortom, een WK voetbal bij ons is mogelijk als zo’n project ingebed is in duurzame stedelijke ontwikkeling, goed doordachte mobiliteit, ten bate van elke burger, niet alleen de voetbalwereld.
Subsidies hebben het effect dat ze kunstenaars en culturele organisaties pamperen. Dat is een uitspraak van Cultuurminister Joke Schauvliege in Humo. Ze verwijst naar een obscure Hollandse prof die niet gespeend van veel kennis, uitspraken doet over het effect van Cultuursubsidies. Het is een visie die geen onderscheid maakt tussen cultuuruitingen met een commerciële potentie en moeilijker en vernieuwend artistiek werk dat die potentie niet heeft.
Wil de minister vooral populaire cultuur? En wat met het verenigingsleven? Verdient dat geen ondersteuning misschien, zowel lokaal als op het Vlaamse niveau? Afschaffen maar die handel?
Voor een ACW-minister kan dit soort uitspraken tellen. Ik ben ontgoocheld, en geen klein beetje. Waar is de liefde voor kunst en cultuur? Waarom toch zo’n beeld ophangen van verwende culturele mensen? Kijk eens rond, mevrouw, naar de werkers te velde, naar de artiesten die de theaterpodia bevolken , en vraag eens na hoe gefortuneerd deze dames en heren wel zijn. Baden ze echt in rijkdom, leven ze en dikke villa’s, omgeven met satijnen gewaden langs bubbelende sauna’s, te midden sloten champagne? Uiteraard verworven met subsidiegeld? Bedoel je hen met gepamperde kunstenaars? Oh ja, natuurlijk bestaan ze, al zijn ze zeker niet talrijk. Ze hebben hun welvaart niet verworven met ons aller zuur verdiende belastingsgeld dat in goed gevulde en eeuwige subsidie-enveloppes worden omgezet, maar dankzij goed verkochte boeken, films of concerten. Het weze hen gegund, als ze maar hun belastingen correct betalen. ![]()
De niet zo commerciële cultuur kan je het best vergelijken met een wetenschappelijk onderzoek. Iedereen heeft de mond vol van de noodzaak om in wetenschappelijk onderzoek te investeren. Meer innovatie, dat moet om aan de top van de Europese economische ranglijst te staan. Nu investeren in vernieuwing en onderzoek, met subsidiegeld, om overmorgen (economisch) te oogsten. Kijk, als je kunst en cultuur levend wil houden, als je aan de top wil blijven staan, dan moet je ook op dat terrein in innovatie investeren. Vergelijk de actuele beeldende kunst, de nieuwe media, het hedendaags toneel of de nieuwe muziek met een artistiek laboratorium. Ook dat brengt pas op termijn (artistiek) op,
Zijn er geen misbruiken? Zeker niet veel. Subsidiegeld moet aangewend worden waar het voor wordt toegekend. Wie subsidie krijgt, moet tot voor de laatste cent bewijzen dat die correct gebezigd wordt. Bewijzen leveren, afrekeningen indienen, controles ter plekke ... het moet. En terecht! Overheidsgeld moet correct besteed worden. En wil iemand iets zeggen of subsidies aan topsporters pamperen? En de vele subsidies aan Opel of Ford? Goed besteed?
Wat zei Joke Schauvliege nog meer? Ze zei “Subsidies zijn belangrijk, maar we mogen kunstenaars niet pamperen. We moeten ze ook eigen verantwoordelijkheid geven, ze doen beseffen dat het geld niet uit de hemel komt vallen. In de werkgroep Duurzaam Kunstenbeleid heb ik de sector gevraagd om zelf ook naar een evenwicht te zoeken tussen subsidies en economische motieven. Er zijn alternatieven, mecenaat of sponsoring bijvoorbeeld. In andere landen leeft dat veel meer. Ik geloof dat we meer die kant uit moeten.”
Ik wil verder graag geloven in alternatieven. Bij de verschillende organisaties waar ik betrokken ben, gaan we al jaren en met veel inzet opzoek naar mecenaat en sponsoring, en met redelijk succes zelfs. Het subsidiebedrag is slechts een gedeelte van de omzet, er komt veel van elders. Maar al lang weten we dat ook dit geen manna is dat oneindig neerdwarrelt. Zeker niet in tijden van economische crisis, nietwaar ...
Samengevat: ik besef met vele andere culturele werkers en kunstenaars dat het geld van de overheid niet uit de hemel komt vallen. Hard werken, voor weinig geld, maar voor een mooi artistiek resultaat. Daar gaat het om. Ik zou het fijn vinden dat de Cultuurminister dat soort inspanningen een beetje waardeert, dat ze kunstenaars een beetje liever ziet. Dan zal ze dergelijke uitspraken niet zo snel meer doen.
Het doet pijn.
Oef, ze zijn voorbij. De ‘oef’ slaat niet op het feit dat je op dat soort nieuwjaarsrecepties met veel mensen kan spreken, maar op de vloed aan drankjes en hapjes. Wie denkt dat er bij Groen! alleen asceten en fanatieke veganisten rondlopen, heeft het aardig fout voor. Ik stel vast dat de verschillende groepen van Groen! in West-Vlaanderen als het ware een onderlinge competitie houden over wie de beste receptie aanbiedt. De kleine kanttekening die ik erbij wil maken gaat niet over de hapjes, maar over de wijn. Allemaal goed en wel, die fair-trade wijnen, maar bij momenten snak ik naar een rijke Bourgognewijn, een fruitige Chablis of een krachtige Cru Bourgeois uit de Médoc. De eerste receptie die ermee uitpakt, krijgt van mij de ereprijs BC. Natuurlijk vind ik de wijnen van de Wereldwinkel heel geschikt, maar tussen de aldaar aangeboden soorten soorten zijn er nogal wat verschillen. Te goedkoop resulteert net als bij de Aldi in een mindere wijn .... Maar er is in het Wereldwinkelassortiment ook Otoño uit Chili of de wijn uit de Koopmanskloof uit Zuid-Afrika. Oh la la, dat is klasse.
Met wijn moet je variëren. Ontdekken, zoeken en proberen. Zelfs dezelfde wijn smaakt het jaar nadien weer anders. Het is zoals in het theater. Ook daar wil je telkens nieuwe, andere en verrassende teksten horen. Elk stuk is anders. Zelfs het het dezelfde tekst is, want die wordt door een regisseur en door de acteurs anders ingekleurd. Boeiend toch. Net als wijn. Maar nu en dan moet je toch een glas afslaan, kwestie van niet oververzadigd te geraken ...
Geef mij maar dat theaterstuk dat ontroert, dat concert dat ik net niet verwachtte, de tentoonstelling die raakt. Alles gaat boven politiek, zo moet ik toch vaststellen. Sorry collega’s, het is niet anders.
Gisteren heeft het rijke Vlaanderen haar Cultuurprijzen uitgereikt. Het was een sfeervol feestje, daar in de stadsschouwburg van Kortrijk. Alle schoon volk verzameld in een icoon van de burgerlijke cultuur. Een ideaal moment voor cultuurterroristen: één bom en de hele Vlaamse culturele elite was naar de hemel. Het mocht van mij een symbolische bommetje zijn, een ludieke actie of zo. Helaas heeft niemand deze unieke gelegenheid te baat genomen, zodat we de komende jaren nog niet af zijn van deze zelfverklaarde en vooral weinig zelfkritische elite. Al moet ik bekennen dat ik zelf tot die club behoor. Ik vraag bij deze vergiffenis voor mijn culturele zonden.
Want ja, de formule van de cultuurprijzen vertoont schuin gelopen schoenzolen, bevat spruitjeslucht en is gekenmerkt door okselgeuren van overjaarse cultuurbobo’s. Hoeft het dan ook geen verbazing te wekken dat wie daar niet toe behoort uit de zaal komt met de gedachte een wereldvreemde en hoogste elitaire bijeenkomst van gelijkgezinden te hebben bijgewoond. Dat gevoel heb ik niet, net als zovelen die tot de incrowd te behoren. Maar ik kan hen geen ongelijk geven.
Maar was het vroeger zoveel beter? De Cultuurprijzen waren tien jaar geleden helemaal een ramp. Hopeloos versnipperd, gedevalueerd, zonder behoorlijke geldprijzen, weinig prestige en uitstraling, op uiteenlopende momenten uitgereikt, enz. Daardoor waren de commerciële prijzen, uit de boekensector, de muziek of de film veel belangrijker geworden dan de ‘Staatsprijzen’ van Vlaanderen. Dat moest beter. De huidige formule, ook al zeven jaar oud, krikte de belangstelling en de waardering fors op. Dat is al goed, maar het kan nog veel beter. Zo is de vraag of het werken met nominaties wel gepast is. Ter vergelijking: in de letterenwereld zijn de verschillende jaarlijkse prijzen uitgegroeid zijn tot kampioenschappen met commerciële doelen. Hier hebben de inrichters, meestal uitgevers of verkopers helemaal geen schroom om met long- en shortlists te werken. Weliswaar ten bate van de boekenverkoop, niet van de auteurs. De gedrukte en de audiovisuele media draaien graag in dit circus mee, wegens commerciële verstrengeling en direct eigenbelang. Film- en muziekprijzen hebben hetzelfde karakter. Is er dan een probleem? Wel ja, werken met dit soort lijstjes hoort niet thuis bij cultuurprijzen van een overheid zoals de Vlaamse Gemeenschap. De overheid moet er geen (slechte) wedstrijd van maken, noch geld aan verdienen, noch mensen met lege handen naar huis sturen. Het gaat hier om erkenning, waardering voor culturele prestaties. Daarom: per discipline één winnaar, en daarmee uit! De formule met drie genomineerden, hoe goed bedoeld ook – meer mensen in de kijker zetten en er zo waardering voor uitspreken – deugt niet meer. Geen opbod, geen herhaaldelijke ontgoocheling van kunstenaars die jaar na jaar genomineerd worden, maar nooit het grote lot winnen.
Daarnaast worden er vaak appels en citroenen, en zelfs peren in dezelfde zak van Sinterklaas gestopt. De categorieën mogen wat beter afgebakend worden, geen jazzmuzikant bij een (hedendaags)klassieke componist of een orkestleider. Zo nodig moeten er maar meer beurtrollen worden ingesteld: bijv. voor klassieke muziek elke drie jaar, afgewisseld met rock, jazz en wereldmuziek. Kortom de categorieën mogen bijgewerkt worden. Zo is het erfgoed nog steeds ondergewaardeerd en krijgen de kunsten heel veel aandacht. Het sociaal-cultureel werk, de cultuurspreiding, de cultuureducatie, jongerencultuur en alles wat tot cultuurparticipatie aanzet blijven buiten beeld.
En is het ook niet aangewezen in de toekomst te werken met jury’s die voor enkele jaren aanblijven? Zo kan er enige continuïteit ontwikkeld worden in de waardering van kunstenaars, organisaties enz.
En of alle Cultuurprijzen nog op één avond moeten worden uitgereikt? Ik denk van wel, vooral omdat er hier disciplines worden overstegen. De kunsten en het erfgoed zijn reeds lang niet meer in hoog ommuurde hokjes van disciplines ondergebracht. Ze opsplitsen en ze koppelen aan een evenement van een bepaalde werksoort, zoals de boekenbeurs of het theaterfestival doet onrecht aan het interdisciplinaire karakter. En dompelt de prijs weer onder in de vijver van gelijkgezinden uit die ene sector.
Maar boven alles: een dikke proficiat aan Eric Antonis. Grote mijnheer, bescheiden persoon. Hij kreeg de prijs voor algemene culturele verdienste, de enige prijs die niet met nominaties werkt. Hetzelfde geldt trouwens voor de Staatsprijs der Nederlandse Letteren van de Taalunie. De waardering is hoog, het prestige groot. Het mag met alle prijzen zo gaan. Bravo Eric.
PS Zou onze aller VRT ook een beetje meer aandacht willen besteden aan deze Cultuurprijzen? Is dat niet haar expliciete opdracht, ‘cultuur’ brengen? Ook simpelweg omdat de VRT met Vlaams belastingsgeld gefinancierd.
Zou ik wel een blogje schrijven op Gedichtendag? Ik zou het misschien beter niet doen. Er zijn zovele mooie gedichten geschreven, dat elk mens zich moet afvragen of hij daar nog iets kan aan toevoegen. Nee dus. Ik kan dat niet, gedichten schrijven, hooguit een essay, of stukjes. Ik waag me er dan ook niet aan. Ik lees liever poëzie van wie dat echt kan.
Op Gedichtendag moet de Cultuurcommissie van het Vlaams parlement minstels symbolisch tonen dat ze een ‘cultuur’commissie is. En dus ook een beetje tijd moet maken voor gedichten. We spraken daarom af dat iedereen die een vraag stelde of een standpunt formuleerde, eerst een gedicht moest voorlezen.Ik koos voor een gedicht van Willie Verhegghe uit zijn bundel ‘Ode aan Owen’ en voor een stukje proza van Jozef Deleu uit zijn ‘Gras dat verder groeit’. Jozef zal me wel niet kwalijk nemen dat ik het hier ook even opneem. Het is zo mooi. Hij noemt het een lexicon vol diepgang en verrassing, verdicht proza vol melancholie en troost. Hij schreef toen hij zeer ernstig ziek was: “met de eindigheid in zicht werd al het overbodige geschrapt”. Daaruit het voor politici zo herkenbare ‘Hoogmoed’.
Hoogmoed is het watermerk van de bescheidenen.
Meer dan eens heb ik ‘bescheidenen’ erop betrapt dat
zij als sprekers van de dag achterin de zaal bleven staan.
De voorzitter moest hen uitnodigen om naar voren te
komen. Dat gebeurde onder algemene belangstelling.
Traag, met licht gebogen hoofd schoven zij dan naar
hun voorbehouden plaatsen.
Aks je ze daar plagend op wees, grapten ze dat ze van
nature verlegen waren, plattelanders die ertegen opzagen
om onder de mensen te komen.
Ik ben mild voor de ijdeltuiten die, wetend dat ze verwacht
worden, vanzelf op de mesthoop gaan staan.
En voor wie het niet gelooft, ik ben niet bescheiden, maar wel verlegen, een beetje toch. Dank aan de schrijvers en dichters, die me zoveel mooie momenten bezorgen.
De gepolitiseerde samenstelling van de openbare omroep is geen goede keuze. Ze dateert uit hele oude tijden, en is in de ons omringende landen al lang verlaten. Daar zetelen experts in het bestuur, gescreend door een onafhankelijke organisatie.Een verre (en naïeve) droom voor Vlaanderen, dat zal het wel zijn. Maar we zijn niet kleinzerig. Dat er bij de aanstelling van topmensen van overheidsbedrijven partijpolitieke evenwichten moeten gezocht worden, is geen geheim. Maar mag het alsjeblieft iets méér zijn? In het verleden werden door de politieke fracties zelden tot nooit (ex-)politici voorgedragen voor bestuursmandaten bij de VRT. De meeste partijen stuurden academici, en/of cultuur- en media-experts of financiële topmensen. Zoals Jozef Deleu bijvoorbeeld. Dat principe gooien de meeste partijen deze keer over de haag.
Luc Van den Brande wordt de nieuwe voorzitter van de Raad van Bestuur van de VRT. Nu kent iedereen Luc Van den Brande als een politicus met een grote uitstraling, zowel nationaal, als gewezen minister-president en federaal minister, als internationaal, als voorzitter van de EVP-fractie binnen de Raad van Europa of als voorzitter van het Comité van de Regio’s.
Zijn benoeming tot president - zo’n titel hoort hij graag - van de openbare omroep, dat roept toch wel een paar vragen op. Hij is voorzitter van het Comité van de Regio’s. Het Mediadecreet bepaalt dat het voorzitterschap van de VRT onverenigbaar is met het lidmaatschap van een politieke assemblee. En al is het Comité van de Regio’s niet formeel op die lijst opgenomen, naar de geest is onverenigbaarheid hier zeker ook van toepassing.En, als dat formeel wel zou mogen, is dat ethisch wel aanvaarbaar? En, is het gepast dat de voorzittersstoel wordt bezet door een voormalig toppoliticus - het zal de schijn van verregaande politisering van de omroep niet wegnemen.
Maar, en dat is verontrustender, niets wijst erop dat Luc Van den Brande een geschikte bestuurder zou zijn voor de VRT. Politiek gepikt en gemazeld en veel bestuurservaring, dat wel. In zijn toch wel uitgebreide CV is er geen enkele link te vinden met media. Op zijn eigenste website prijkt het zelfs niet bij zijn persoonlijk interesses. Maar zoals gezegd, we gaan niet kleinzerig doen.
Mijn gedachte dat de VRT bestuurders verdient die méér troeven in handen hebben dan enkel partijkaarten, zal wel niet kloppen. Er zijn toch wel een paar uitzonderingen, oef.
| maart 2010 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Z | M | D | W | D | V | Z |
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | |
| 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 |
| 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 |
| 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 |
| 28 | 29 | 30 | 31 | |||

foto Viviane Decock
© 2009 - Bart Caron