Klik hier als je naar de website van Vrijstaat 0. wil gaan voor Dansand!
“Het is godgeklaagd” was het motto van een andere bekende, niet onbesproken Bruggeling. Brugge heeft er in haar geschiedenis wel meer gekend. Beeldenstormers bedoel ik. Letterlijk liefst. Zelfs ik kloeg tijdens de voorbereidende fase van Brugge 2002, de culturele hoofdstad van toen, over het ontstellende gebrek aan kwaliteitsvolle beeldende kunst in de publieke ruimte. Ik schreef letterlijk “De kunst in de publieke ruimte is zeer wisselvallig van kwaliteit.” Die zinsnede is afkomstig uit het - uit mijn - voorbereidende rapport van de informateur van Brugge 2002. Ze mocht best begrepen worden als een sneer naar de verspilling van dat mooie brons waarmee die beelden gemaakt zijn die geacht worden de Brugse binnenstad op te fleuren.
Met alle respect voor de makers van de meeste van die beelden, ze lijken eerder op een bijzondere editie van tuinkabouters dan op kunstwerken. Kortom, ze horen niet thuis in de Brugse binnenstad. Daar zou de visitatiecommissie van de Unesco beter eens een uitspraak over doen. Enfin, de artistieke actie waarmee kunstenaar Jan Verhaeghe dezelfde aanklacht wilde formuleren, viel in bijzonder slechte aarde bij het kunstenaarsechtpaar dat de meeste beelden mocht leveren. Ze sleepten brave Jan voor de rechter en na een lange procedureslag oordeelde de rechter bij het hof van beroep dat het conceptuele werk van Jan een overtreding betekende op het auteursrecht, meer bepaald op het ‘bestemmingsrecht’ van de makers van het beeld (op de Burg). Jan had er nl. een plastic lint rond gebonden met het opschrift ‘Kijkverbod’. De beeldhouwers gaven daarvoor geen toestemming .... Jan Verhaeghe mag nu 21.000 euro schadevergoeding neerdokken terwijl de beelden ongeschonden uit de actie kwamen.
De originele makers Depuydt en Canestraro gaan als kunstenaars de onsterfelijkheid van de kunstgeschiedenis niet halen. Hooguit komt deze anekdote als voetnoot in de Brugse geschiedenis terecht. Die zal hopelijk Jan Verhaeghe helpen een beetje minder onvergetelijk te zijn. Hij verdient dit dure lot niet, integendeel, ook al omdat de man niet niet tot de kaste van de goed verdienende artiesten behoort. Daarvoor is hij te controversieel en vooral te weinig commercieel.
Hij zou wat meer steun mogen krijgen van zijn collega’s en van echte kunstliefhebbers, voor zover ze meer zijn dan beleggers. Als zij een benefit zouden inrichten, zou de opbrengst wel eens groot genoeg kunnen om niet alleen de boete te betalen, maar ook het saldo te investeren in een hoogwaardig kunstwerk in de Brugse publieke ruimte. En dan kan er telkens zo’n mediocre bronzen ding kunnen worden gerecycleerd. Ze zijn al enkele decennia oud ondertussen, en die relatief korte tijd heeft al duidelijk gemaakt dat ze de toets met de kunstcanon niet zullen doorstaan. Hergebruik ze aub, beste stadsbestuur, voor ze gepikt worden door koper- en bronsdieven die er nog een stuiver aan willen verdienen. Ik ben benieuwd wat het kunstenaarsechtpaar met de geïnde schadevergoeding gaat doen.
‘Klassejustitie’ schreef Jon Misselyn van Moonartgalery, de befaamde Brugse cultuursite. Het lijkt er inderdaad op. Maar eigenlijk is het droeviger dan dat. Het is vooral een illustratie van de wereldvreemdheid van sommige hoge heren van de rechterlijke macht. En het is al zeker een voorbeeld van een (nog steeds) gebrekkige plaats van kunst in de samenleving. Als die rechterlijke macht zou beseffen dat kunst meer is dan een object iets met een zekere waarde, dan zou dit niet gebeurd zijn. Auteursrecht geschonden? Kom zeg. De kunstgeschiedenis staat vol van hergebruikte en gepersifleerde kunst. Gelukkig maar, kunst zou anders oeverloos saai zijn. Zelfs de Mona Lisa heeft dit lot al vaak moeten ondergaan. Tot meerdere eer en glorie van de maker ....
Gelukkig is er sinds Brugge 2002 een kentering, al gaat de ommekeer traag en zijn krassen op de ziel niet te vermijden.
Godgeklaagd.
Hoe zou het gesteld zijn met ons internationaal cultuurbeleid? Ik probeerde al een tijdje inzicht te krijgen in de intenties van de minister, maar dat was en is geen eenvoudige klus. Met vragen en zagen heb ik dat stadium van inzicht bijna bereikt. Al antwoordt ze nooit volledig. Lastig zo’n mensen.
Ik leerde vooral dat de internationale kredieten voor cultuur drastisch gedaald zijn in 2010. Met niet minder dan 43 procent. In 2009 was er nog goed 6 miljoen euro. Nu is er nog hoop en al 3,5 miljoen. Dat is dus minus 2.641.905 euro. Vooral de zgn. blokkeringen duwen de cijfers nog sterk naar onderen.
Natuurlijk moet elke sector besparen. Niks aan te doen. De tendensen zijn duidelijk. Vooral de kunstensector wordt hard getroffen. De middelen worden gehalveerd. Zo zullen er velen de tegemoetkomingen in reis- en verblijfkosten voor de rest van het jaar geschrapt zien. De internationale kunstprojecten die nog geen aanvraag deden, bijv. zij die de tweede helft van het jaar gepland zijn, mogen het vergeten.
Wat met de bilaterale samenwerkingsprojecten? Die zijn verdwenen. Geen samenwerking meer met Zuid-Afrika, met Congo, Palestina, Marokko en andere. In beleidstaal klinkt dat zo: “Met de Zuid-Afrikaanse partners is overeengekomen dat de uitgangspunten van deze samenwerking worden geëvalueerd en dat er een herijking komt met nieuwe accenten.” U begrijpt het toch ook?
De uitvoering van de overeenkomst met Bozar, dé presentatieplek en springplank naar het buitenland, wordt gerespecteerd en dat is goed.
Dan zijn de middelen voor de samenwerking met de Franse Gemeenschap verdwenen. Of liever: samengevoegd met andere posten. Hocus Pocus weg dus. Al verklaarde Joke Schauvliege dat zij momenteel klapt met haar Waalse evenknie minister Laanan over een cultureel akkoord. We kijken er naar uit.
De middelen voor pop en rockmuziek, bedoeld voor internationale tours e.d. worden opgesoupeerd voor andere doelen. Of liever geblokkeerd. Het krediet daalt van 300.000 euro in 2009, naar 85.000 euro. Het door de vorige ministers aangezette beleid wordt langzaam versmacht.
Het is duidelijk dat de besparingen vooral de kunstensector treffen. Waarom toch? Als er iets is waarmee Vlaanderen internationaal renommee heeft, is het met zijn hedendaagse en historische kunst. Vlaanderen is in de wereld bekend omwille van zijn kunstenaars: van de Vlaamse primitieven tot de hedendaagse dans.
En wat zegt de Beleidsnota Cultuur? De intenties ervan staan gewoon haaks op het gevoerde beleid. De zesde strategische doelstelling is ‘Internationaal cultuurbeleid versterken’: “(...) sectorbeleid voeren dat op een gediversifieerde manier ondersteuning biedt aan de internationale mobiliteit van de culturele actoren. Internationale projecten en uitwisselingen zorgen immers voor een constante kwaliteitsverbetering, innovatie en gezonde benchmarking. Met zowel punctuele, projectmatige als structurele middelen wil ik kansen creëren voor de culturele actoren (kunstenaars, organisaties, collecties, culturele werkers…) om zichzelf te ontplooien en actief bij te dragen tot de internationale zichtbaarheid en uitstraling van Vlaanderen.” Klinkt indrukwekkend, maar dat is dus theorie, in werkelijkheid een leugen.
Hoe kan een minister daarmee wegkomen? Zijn er geen kritische stemmen? Durft de cultuurwereld niet protesteren uit schrik voor hun (toekomstige) subsidies? Nee toch?
Het hele artikel is te lezen op http://www.bartcaron.be/bart-schrijft/
Klik hier als je naar de website van Humorologie, Festival van Verwondering, wil gaan
stress verwerken
uitslagen bekijken
diep zuchten
hartelijk applaudisseren
even gelukkig zijn
in een ander land wakker worden
wonden likken
borden wegnemen
oud papier opruimen
behanglijm wegspoelen
resultaten analyseren
voorkeurstemmen vergelijken
aan Tinne en Geert denken
voor vriend Bert blij zijn
30% van de Vlamingen proberen te begrijpen
Vlaanderen zien verharden
de koning met anti-royalisten zien praten
sinusitis bestrijden
Nederland zien voetballen
of daar toch van dromen
aan zuiderse vakantie denken
de Mont Ventoux opfietsen
Alpe d’Huez afrijden
op donderdag met ons groepje gaan lopen
blues in Bb spelen
of iets van Bach beluisteren
nieuwe snaren bestellen
mijn kantoor in het parlement opruimen
naar de gemeenteraad trekken
wat rest aan energie doorgaan
naar Humorologie verlangen
en naar Dansand uitkijken
en goede schoolresultaten van de kinderen verwachten
maar eerst de Vlaamse regering bevragen
het ampele cultuurbeleid betreuren
de afbouw van de VRT niet laten gebeuren
en voor beter bestuur pleiten
Oostende. Marktdag en dus campagnedag.
Het binnenrijden in het station schept verwachtingen. De trein rijdt langs een groot spoorwegemplacement, langs havendokken en schepen van Trans European Ferrieshet station binnen. Het doet me steeds, sinds mijn kinderjaren al, denken aan verre bestemmingen en exotische plekken. Oostende is mijn metafoor voor de wereld, of liever voor de start van een trip naar gelijk waar op de wereld. Ah ja, Oostende heeft alle verbindingen, een snelweg, een haven, chique station en een luchthaven.
Bij het uitstappen overvalt de droefenis je meteen. Het ooit zo geroemde station straalt alleen vergane glorie uit. Ooit was dat station zelf een parel van toparchitectuur, met een poepchique hotel, met waardige met baretten getooide kaartjesknippers, met een onlangs gesloten buffet in Franse stijl, waar je als kind haast je limonade niet durfde aan te raken, laat staan te babbelen. Het lijkt uit lang vervlogen tijden te komen. En toch is dat niet zo. Beetje bij beetje takelde het station (en de stad) af. Vandaag straalt het doffe ellende uit, na tal van mislukte ingrepen in het gebouw, afgebladderde muren, verdwenen meubilair … als een verzameling Vlaamse koterijen, maar dan van een iets groter formaat. Bij wijlen zou je nog denken dat het personeel dat er nu nog huist de aftakeling ook aan de lijve heeft meegemaakt. De mensen die het bagagedepot verzorgen kunnen die indruk alleen bevestigen.
De melancholie van mijn kindertijd komt boven. Oostende, waar al die internationale treinen vertrokken naar voor een kind onbereikbare bestemmingen, tot Basel en Keulen toe. Oh zo mooi, zo’n kopstation. maar tegelijk een terminus, een eindstation, ook figuurlijk. Verval en neergang, tot het einde komt. Net als de stad zelf. Oostende heeft het eigen bouwkundig patrimonium de voorbije decennia ook verpatst aan bouwprojecten, voor de bouw van schreeuwlelijke dure appartementsblokken. Prachtige Belle Epoque-woningen en -hotels gingen tegen de vlakte.
De Wikipedia zegt het zo mooi en zeer royalistisch. “Dankzij de inspanningen van de Belgische koning Leopold II bloeide Oostende in het begin van de twintigste eeuw als geen ander. (...) De mondaine koning bouwde een belle-epoque badstad met wereldfaam. Het Kursaal Oostende uit 1852, het nieuwe theater uit 1905, het Koninklijk Paleis, de Koninklijke Gaanderijen, de Promenade, de Kiosk, het Stadstheater, het Leopoldpark, de Wellingtonrenbaan en de Stadsbibliotheek straalden haar bourgeois karakter uit.”
Maar niet is wat het lijkt. Ook niet in het Palermo aan de Noordzee. Het Kursaal werd gerestaureerd, de Gaanderijen stralen nog steeds grandeur uit, maar veel is verdwenen of hopelijk beschadigd. Een theater is er al lang niet meer. Vandaag wordt het glazen lokaaltje dat zich vlakbij de treinsporen bevindt, bevolkt door een 15-tal daklozen die er schuilen voor de regen, maar ook koninklijk hun armoede tentoon stellen aan alle reizigers. Oostende is ook de enige West-Vlaamse stad waar daklozen zo ongeneerd het straatbeeld bevolken. Paradoxaal genoeg. Rijkdom en armoede steken elkaar de ogen uit.
Zo schrijft iemand me: ”tja, Oostende is een beetje een olifantenkerkhof he. En dat schept problemen op gebied van huisvesting want het zijn rijkere ouderen uit het binnenland die zich komen vestigen in pas opgetrokken luxe-appartementen die onbetaalbaar zijn voor de lokale bevolking. Welke oplossing heeft Groen voor dit probleem, Bart?” Via fiscale instrumenten kan een beleid gevoerd dat de lokale bevolking ondersteunt, ook via gerichte premies voor renovatie van afgebakende buurten, via sociale huisvesting, enz… Als de stad maar niet blijft toegeven aan de druk van de hebberige immobiliën.
Op de markt klagen mensen vooral over hun pensioen en de belastingen. Meer dan op andere markten, denk ik zelfs. Maar goed, ze hebben gelijk dat ze klagen. Die lage pensioenen, probeer er maar eens rond mee te komen. Er schuilt veel verborgen armoede achter de gevels. Overal. Als ze dan ook maar stemmen voor partijen die daar iets willen aan doen. Maar ik vrees ...
Oostende, ooit de de modernste, de meest mondaine en zelfs hippe Vlaamse stad. Maar er is hoop, na decennia van verval en verkeerde investeringen richt de stad zich langzaam weer op. En er komt een nieuw station in Oostende, boven de sporen, heb ik begrepen. Het bestaande station blijft ook, mooi zo. Straks symbool staande voor herwonnen fierheid?
Maar helaas zijn er nog veel dergelijke stations in vele steden. Zou het in Kortrijk, in Aalst, in Turnhout anders zijn? Zijn dat niet vaak metaforen van vergane glorie?
En ondanks alles, ik houd ervan.
.jpg)
Ik wil het even hebben over een onderwerp dat niet populair is, over archeologie. Vorige woensdag ging het in het Vlaams parlement (even) over archeologie. We stemden een decreet waarmee Vlaanderen het Europees verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ratificeert, zoals dat heet. Het ongelooflijke is dat dit verdrag werd opgemaakt in Valletta op 16 januari 1992. U leest het goed: 1992.
Ik weet niet of een tekst van 18 jaar oud als een archeologische vondst zou kunnen beschouwd worden. Ik denk dat dit verdrag daar langzamerhand wel toe behoort. Een generatie lang heeft het geduurd voor Vlaanderen vond dat het zich moest inschrijven in de Europese evolutie. Ik ben daarom blij dat de diensten van minister Bourgeois, in het bijzonder het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE), die tekst nog hebben teruggevonden. Het verdrag beoogt het behoud en de bescherming van het archeologisch erfgoed in Europa dat van wezenlijk belang is voor de kennis van de geschiedenis van de mensheid. Zo staat het in de tekst. Het klinkt gezwollen, maar het is wel correct.
Reeds tijdens de vorige legislatuur heb ik twee vragen over dit thema gesteld. Ik ben één van die vier of vijf mensen in het Vlaams Parlement die de aandacht voor het erfgoed gaande houden en die wisten dat het verdrag van Valletta hier nog niet was geratificeerd.
Het is minstens bevreemdend, maar vooral een beetje schandalig dat het zo lang heeft geduurd. Vlaanderen is een van de laatste entiteiten in Europa die dit akkoord nog moest goedkeuren. Oef, eindelijk komt het ervan.
Maar misschien ligt de grond van de zaak wel in de relatief kleine aandacht die er bij ons is voor archeologie. Het kwam al moeizaam tot stand. Vlaanderen is traag, met horten en stoten, tot een beleid gekomen. Zij die deze thematiek volgen, kennen de voorgeschiedenis. De oprichting van het Instituut voor het Archeologisch Patrimonium (IAP) en de overgang naar het VIOE is moeilijk tot stand gekomen. Wat wil je? In Vlaanderen is er geen denderende belangstelling voor archeologie. En als er dan eens interessante vondsten zouden kunnen zijn, beginnen de meesten te klagen over de hinder bij bouw- of openbare werken. Och, de meesten willen die lastige archeologie liever niet in de buurt.
Ik vind archeologie zeer nodig, zeer nuttig en zeer interessant. En daarom is dit verdrag zo belangrijk. Het behandelt de band tussen archeologie en ruimtelijke ordening, bestrijdt de illegale handel in vondsten, de illegale opgravingen, zet krijtlijnen uit voor de bewaring van erfgoed en de financiering van het archeologisch onderzoek. Vlaanderen moet in de internationale stroom, zij het in de verre slipstream, van de zorg voor archeologische vondsten meevaren.
Maar eigenlijk pas nu begint het werk. Onze bestaande regelgeving is sterk verouderd en moet dringend aangepast worden aan dat Verdrag van La Valletta. Bijvoorbeeld het belangrijke veroorzakersprincipe (de zorgplicht). Wie schade aan archeologisch patrimonium veroorzaakt, moet daar ook voor opdraaien. Men kan niet elke toevallige vondst en kost in de schoenen van iedereen schuiven. Er moet gezorgd worden voor een globale, een soort solidaire regeling, waarbij niet één aannemer of bouwheer wordt gestraft, maar waarbij de kost verdeeld wordt onder alle ondernemers en eigenaars. Er moet ook voor gezorgd worden dat datzelfde archeologisch materiaal niet verloren gaat. Daarnaast is er nog de inventaris die ook moet worden verfijnd en afgewerkt.
De minister heeft aangekondigd dat archeologie in het licht van een vernieuwde aanpak (een nieuw decreet) van het onroerend erfgoed zal worden geregeld.
We zetten vandaag een klein stapje. Dat heeft 18 jaar geduurd. We moeten nu een grote stap zetten. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat die grote stap maar 18 maanden zal duren.
Canvassen, zo heet dat in het groene jargon. We bedoelen daarmee de huisbezoeken die we doen tijdens de verkiezingscampagne. Huis-aan-huis, van deur tot deur met de kandidaten en ander geëngageerd volk. De boodschap is bescheiden. We bellen aan en als iemand de deur opendoet, doen we de lieftallige mededeling dat we op ronde zijn met de Groen!e kandidaten voor de verkiezingen, dat we ons graag voorstellen en een paar foldertjes komen afgeven waarin de hoofdlijnen van ons programma staan. Nee, geen Wachttoren aansmeren, geen collecte voor Broederlijk of ander Delen, niet colporteren voor Domus Dei of ageren tegen geplande windmolens. Nee, het is veel eenvoudiger, hoewel: we vragen een beetje positieve aandacht voor positieve politiek. Geef toe, er zijn makkelijker dingen dezer dagen.
Je houdt het misschien niet voor mogelijk, maar we worden 999 op 1000 keren goed onthaald door de mensen. Vreemd, in tijden van grote afkeer van de politiek. Verklaren kan ik het niet echt. Misschien is het omdat we niks vragen, we niks verkopen… Of mensen daardoor sneller voor onze lijst, laat staan voor onze persoon gaan stemmen, is bijlange niet zeker. Aan onderzoek naar de effecten zouden onze grote politicologen een mooie kluif hebben. Maar hoe belangrijk of onbelangrijk dat canvassen is, ik geniet van de contacten met meestal onbekende mensen.
Ik maak er een sport van de fiere portiers van zowel de bescheiden als de minder nederige woonhuizen te observeren. De mensen die er wonen, denken wellicht dat ik alleen geïnteresseerd ben in hun electoraal gedrag, terwijl ik nog meer genoegen schep in de edele kunst van de observatie. De meest voorkomende is die van dat monkelende glimlachje. Dat gaat zo: je belt aan, de deur gaat open, je zegt wie je bent en waarvoor je komt, en verschijnt dat lachje. Ik lees het als een kruising van een begripsvolle en een ironische reactie op mijn (deur)gedrag. Ik denk dat ze denken dat ik toch een beetje gek ben, minstens erg naïef, om zo stemmen te proberen te werven. In tijden van internet, getwitter en facebook, toch nederig van deur tot deur gaan, als een borstelverkoper of een scharenslijper. Ik vrees dat de mens in zijn of haar deuropening meteen de link legt naar de partij waarin wij actief zijn. Och ja, die groene meisjes en jongens, idealistisch, beetje missionarisachtig, van deur tot deur op zoek naar een politiek gesprek. Van den ouden tijd? Niet is minder waard. Ondertussen trilt mijn BlackBerry in mijn linker broekzak, vervuld van weer een nieuwe facebookbericht. Laat ze maar denken, laat ze maar lachen ….
Hoogst zeldzaam worden we geconfronteerd met een boze bewoner. “Politiek interesseert me niet”, is een bekende zegswijze. Of “laat mij gerust”, of “‘t zijn allemaal dezelfde’. Dat soort one-liners behoren eerder tot de rijke verzameling Vlaamse legendes. Hier geen monkellachje, maar een bittere blik, een verzuurde toon. Een reactie van de politieke kandidaat wordt niet verwacht, meestal is de voordeur al dicht tegen dan. Zo is me weer duidelijk waarom de stemplicht een onding is. Als deze mensen gaan stemmen, komt er niet meteen positieve energie vrij.
Huizen en appartementen met parlofoons mijden we als de pest. Bewoners verschuilen zich als het ware achter hun parlofoon. Je krijgt er nooit contact mee. Hoe hun blik eruit ziet, kom je ook niet te weten. Ze verwijzen je gegarandeerd naar hun brievenbus. Het is een apart volk, dat gerust wil gelaten worden. En dat doen we dan ook.
Het lastigste van al zijn de kortwoners die hun stemgedrag koppelen aan een concrete en directe realisatie. “Als je ervoor kan zorgen dat de put in mijn voetpad hersteld wordt, stem ik voor jullie.” Die blik vertoont een mix van verlangen en uitdaging, heel bijzonder dus, maar het komt voor.
De leukste ervaring lees je in die ogen die je vol verbazing aanstaren. Wie komt nu aan de deur om stemmen bedelen? Twee keer gisteren zeiden niet alleen de gloedvolle ogen, maar ook de mond stem dat ze voor ons zouden stemmen. Omdat we er toch zoveel moeite voor deden. Wat kan je daarop antwoorden? Dank u wel of zoiets?
We winnen de verkiezingen, zeker weten!
Staat het internationale voetbal boven de wet? Als Nederland en België het WK-voetbal in 2018 willen organiseren, zullen ze zich moeten schikken naar de Fifa. De Wereldvoetbalbond heeft heel hoge noten op zijn zang. Zo eist de Fifa dat alles wat met het WK te maken heeft, wordt vrijgesteld van belasting.
Wij zijn geschoffeerd. Het is onaanvaardbaar dat de fiscus in een organiserend land tientallen miljoenen aan belastinginkomsten misloopt, afkomstig van tv-rechten, premies en tickets.Voetbal staat toch niet boven de wet! Ieder moet zich aan regels houden, of het niet over personen gaat dan wel over organisaties in het volleybal, muziekconcerten of kleine en grote voetbaltornooien.
Uiteraard willen de sportbonden, terecht, dat de overheid instaat voor de veiligheid van spelers en supporters, voor vlot verkeer van en naar manifestaties, voor uitzending op televisie, enz. Dan is het logisch dat wettelijk vastgelegde taksen, btw en belastingen correct betaald worden. Dat is handig van de Fifa: geen belastingen betalen maar ook verwachten dat openbare omroepen fortuinen betalen om de wedstrijden te mogen uitzenden, en dat regionale en stedelijke overheden de lade opentrekken om nieuwe voetbalstadions te financieren. De uitgaven zijn weer eens voor de overheid, de profijten komen bij de Fifa terecht.
Supporters moeten hun belastingen toch ook correct betalen? Waarom de voetballers en de fifa-bonzen niet?
Voor het WK Voetbal in 2006 ontving de Duitse staat meer dan 1 miljard euro aan directe belastingen, vooral uit hotel- en horeca-omzet. Naar verluidt was 10 procent hiervan afkomstig van de Duitse voetbalbond die het contract met de Fifa had gesloten.
De eis van de FIFA is eveneens een schending van het gelijkheidsbeginsel. Mocht de voetbal sport zich in een problematische (financiële) situatie bevinden, dan zouden er misschien nog gronden zijn om een uitzondering te vragen. Maar dit is hier uiteraard niet het geval, we spreken wereldwijd over de grootste sportbond, met de grootste omzet en dus heel veel inkomsten. Wat moeten de organisatoren van kleinere tornooien denken, van andere sportmanifiestaties ... Waarom krijgen zij geen fiscale vrijstelling? Zij hebben het meestal veel meer nodig dan het mondiale voetbal.
Daarnaast willen we dat de fiscale afspraken die in het kader van de OESO zijn geregeld en die dubbele belastingsheffingen vermijden voor internationale artistieke en sportieve arbeid, voor iedereen gelden. Al is dit afsprakenkader verre van perfect - wij vinden ook dat het wordt bijgesteld - het biedt een bescherming aan de sporter.
De uitzonderingssituatie die de ‘arme’ voetbalwereld opeist, is ingegeven door plat winstbejag. Wij zijn gechoqueerd door deze geldhonger!
De voetbalbond is machtig, blijkbaar machtiger dan de Nederlandse en Belgische overheden. Zij durft de wet te stellen. En daarom moet een internationale sportbond, die meent de wet te moeten spellen in een land dat een groot tornooi wil organiseren, worden teruggefloten door internationale instanties. De Europese Unie moet haar verantwoordelijkheid nemen en een ‘njet’ uitspreken. Het toekennen van fiscale voordelen mag niet hét beslissende criterium worden voor de toekenning van de organisatie.
Maar ondertussen dreigen de lage landen de WK-organisatie te mislopen. Wij vragen daarom dat de Belgische en Nederlandse overheden zich niet laten chanteren en krachtig reageren tegen zoveel onredelijk winstbejag. En mogen we hopen dat de voetbalbonden van bede landen evenveel moed aan de dag leggen. Iets meer dus dan de Braziliaanse en de Zuid-Afrikaanse bonden en overheden die blijkbaar (deels) zijn ingegaan op deze vraag.
Cultuurminister Joke Schauvliege heeft alle (nog niet toegekende) projectsubsidies in Cultuur geschrapt. In je beleidsnota beloven dat je de projectsubsidies wil verhogen, maar in de praktijk net het tegenovergestelde doen, kan alleen door een (....)minister - (...) begint met een ‘ts’j en wijst op de bekende schijnheiligheid. Het is handig subsidies af te schaffen die nog niet beloofd zijn: niemand getroffen. Zo lijkt het. Maar alle evolutie en vernieuwing worden gestopt, net als alle tijdelijke en jaarwerkingen worden getroffen. Tientallen organisaties ontgoocheld. Zowel in erfgoed, de kunsten, circus, infrastructuur enz. 4,4 miljoen euro. Een zwakke sector als Cultuur betaalt fors de rekening van het Vlaamse begrotingstekort. Shame, shame, shame.
Zie ook http://www.bartcaron.be/nieuws
Hoe gek kan je het bedenken?
Volgens artikel 7 van de statuten van de Pro League moet het speelveld van elke club van de Jupiler Pro League vanaf de eerste speeldag van het seizoen 2010-11 uitgerust zijn met een drainage-, beregenings- en verwarmingssysteem. In dezelfde statuten staat dat de leden die daar niet aan voldoen uit de eerste klasse vliegen. Alleen, in de meeste steden is het voetbalstadion geen eigendom van de club, maar van het gemeentebestuur. En dus, een stad die een voetbalstadion in eigen bezit heeft, mag (meestal) voor de kosten opdraaien. De installatiekost wordt geschat tussen 530.000 en 800.000 euro geschat. Niet niks.
Zo maakt de voetbalbond feitelijke wetgeving die zelfs boven parlementen en gemeenteraden uitstijgt. Die trekt zich geen fluit aan van de democratische rechtsregels. Het geld moet rollen, daar gaat het om. Of dat ten koste is van de belsatingbetalen, daar trekken de heren zich niks van aan.
Mogen we die waanzin aanklagen? Laat ons even kijken naar de essentie van voetbal zelf. Voetbal is een buitensport en is dus onderhevig aan slecht weer. Sneeuw, ijs, stortregen zijn omstandigheden die wedstrijden verhinderen. Is uitstel zo erg? Als er sneeuw ligt, zijn de wegen gevaarlijk en komen er toch minder kijkers. Liever uitstel toch in zo’n geval? Voor wie is veldverwarming dan wel goed? Alleen voor diegenen die geld verdienen met de opbrengsten van tv-rechten. Dat zijn de clubs, de Pro League en vooral de operator die de voetbalrechten bezit. Het is als zo dikwijls: de lasten zijn voor de overheid, lees de belastingbetaler, de lusten zijn voor de rechtenhouders. Zeker omdat de meeste stadions eigendom zijn van de steden en zij voor de kosten mogen opdraaien.
Daarnaast moeten we ons fundamenteel de vraag stellen hoe verantwoord het is om voetbalgras te verwarmen. Vele duizenden mensen leven vandaag in energiearmoede. Ze kunnen amper hun huisje verwarmen, maar moeten zien dat de overheid wel geld veil heeft om een gazon te verwarmen. Dat stoot tegen de borst .honderduizenden euro’s installatiekosten, plus het jaarlijkse verbruik. Mocht de installatie nog CO²-neutraal zijn, dan zouden we het misschien nog kunnen volgen. Maar dan nog. Het kan CO²-neutraal met zonneboilers die water verwarrmen of zonnepanelen die stroom opwekken. Voetbalstadions hebben grote tribunes, ook op het zuiden gericht. Het kan dus.
We kunnen het de steden niet echt verwijten dat ze die kosten maken – anders wordt de club uitgesloten – maar we hebben er wel grote moeite mee. De stadsbegrotingen hebben het niet makkelijk. Vaak worden dan andere investeringen uitgesteld of geschrapt, investeringen die maatschappelijk meer verantwoord zijn. In mijn stad bijv. worden de investeringen voor de jeugdsport teruggeschroefd.
Ja, het is een kwestie van prioriteiten ...

Een mens mag zich vragen stellen over de deontologie van VRT-journalisten die de overstap maken naar de politiek. En over de graad van opportunisme van evenveel van tv-bekende heren als Rik Torfs? En de moed van iets-minder-van-tv-bekende dames als Eva Brems, al was haar passage in de Slimste Mens niet te versmaden. Ik wens ze allen alvast een dik succes, wat in hun geval een overdonderd aantal voorkeurstemmen betekent die alle kritiek van tegenstrevers met de klap verplettert. Ook curieus of dat hen zal lukken?
Witte konijnen zijn niet steeds succesvol. Prof Christine Van Broeckhoven van sp.a, de vermaarde wetenschapper (o.a. rond Alzheimer) stapt eruit. Een indrukwekkend succes is het niet geworden, net als bij Peter Leyman, Margriet Hermans en vele andere ...
Op dinsdag 4 mei maakte de N-VA-voorzitter bekend dat (ooit, maar lang geleden) rooie Siegfried Bracke de overstap maakt van de VRT naar de politiek. De man wordt lijsttrekker van de N-VA in de provincie Oost-Vlaanderen. Ik zou zeggen: proficiat, het is moedig om die stap te zetten. De politiek kan elke versterking gebruiken. Maar dat ben je niet automatisch, omdat je een BV bent. zijn stap roept vele vragen op. Bij veel mensen veroorzaakt het enige verwarring: wat nu te denken van iemand die het beeld had van een kritische journalist die niemand spaarde? Deed hij dat niet vooringenomen? Was hij neutraal als journalist? Handelde hij niet al een tijdje in functie van zijn nieuwe carrière? Deze en nog vele andere open vragen kreeg ik de voorbije dagen te horen.
Het is ook een beetje oneerlijk. De heer S. Bracke heeft namelijk een grote voorsprong ten opzichte van vele andere kandidaten op het vlak van bekendheid. Hij is een ster, een BV die tot de Vlaamse top behoort, vooral dankzij zijn schermbekendheid. Hij heeft ook een belangrijke invloed gehad op de uitbouw van de informatieve opdracht van de VRT. De laatste jaren was hij om die reden eigenlijk van het scherm verdwenen. Tot het begin van dit seizoen. Dan kwam hij terug, en dan nog wel met een programma dat zijn eigen naam droeg: ‘Bracke’. Zou dat wel toeval zijn? Ik weet het niet?
Het tijdstip van de overstap roept wel vragen op. Het interview in Bracke van vrijdag 30 april was toch wel heel kort bij de overstap. Ik heb de uitzending van 30 april nog even bekeken, en ik twijfel toch een beetje … Hij interviewde de gasten bij wijlen in een nogal ironische / sarcastische (weliswaar de hem eigen) stijl . Die gasten waren, op de vooravond van 1 mei, de voorzitter en lijsttrekker van de sp.a. Het lijkt mij haast ondenkbaar dat hij die dag nog geen plannen had gemaakt over zijn politieke move, noch contacten had gelegd – hij verklaarde dat hij zelf naar de partijvoorzitter van N-VA heeft gestapt. Is dit deontologisch nog aanvaardbaar?
Rik Torfs verdringt nu een aantal ouwe rotten van de senaatslijst van de CD&V. Die kunnen daar niet mee lachen. Sommige haken af, anderen zullen mogen krabben om hun zetel terug te veroveren. Zeker omdat de oprukkende N-VA-ers de hete adem in hun nek blazen. Veel CD&V-ers laten onverbloemd hun mening horen - kijk maar in de weekendkranten - maar doen dat (wijselijk) liefst anoniem. Ook een politieke biecht moet daar blijkbaar in het schemerduister. Je zou kunnen zeggen dat Torfs thuiskomt. Dat zou best kunnen, na decennia met Kerkelijk Recht bezig te zijn, zou een mens snakken naar verse lucht. Trouwens, ik vrees dat die faculteit snel aan het uitsterven is. ZIjn er nog wel studenten die Kerkelijk Recht gaan studeren? Rik Torfs is in de voorbije jaren door verschillende partijen gecontacteerd, zoveel is zeker, maar hij hield steeds de boot af. Is hij misschien geroerd door de recent open gebarsten zweer in de katholieke kerk? Wil hij via een politiek engagement de Augiasstal helpen uitmesten? Of is het nu alle hens aan dek voor de CD&V die bang is voor een afstraffing na jaren Leterme (en jaren non-beleid)?
Eva Brems mag een frisse uitzondering zijn? Een uitzondering op de hierboven geschetste praktijk? Zij is ook prof, maar dan bezig met iets actuelere thema’s zoals mensenrechten en asiel. En ex-voorzitster van Amnesty Inernational..De stap naar Groen! is dan ook logisch. Zij speelde een succesvol rondje in De Slimste Mens, wat haar in Vlaanderen alvast een bonus bezorgt.
De televisie en de media als hofleveranciers van politici?
Ik ben nieuwsgierig of de heren Torfs en Bracke, en mevrouw Brems straks frequent zullen opduiken in praatprogramma’s, shows, Terzakes en andere programma’s. Hun mediabekendheid en hun kennis van de wegen naar de media zou ook wel eens in hun nadeel kunnen spelen.
| september 2010 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Z | M | D | W | D | V | Z |
| 1 | 2 | 3 | 4 | |||
| 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 |
| 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 |
| 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 |
| 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | ||

foto Viviane Decock
© 2009 - Bart Caron // Design: Het Concept / Matthias Malfrère | Webontwikkeling: ikhona