vrijdag 10 februari 2012,

Bart Caron

Dollartekens en heilige koeien (in West-Vlaanderen)

ingediend door Bart Caron op 02/09/2011 om 16u17

Met cijfers kan je alles bewijzen, dat heb ik hier eerder al, cijfermatig, bewezen. En toch blijft het smullen wanneer jaarlijks het boekwerk ‘West-Vlaanderen ontcijferd’ in de bus valt. Zoals de ondertitel het weinig poëtisch beschrijft: het ‘sociaaleconomisch profiel van de provincie’, vertaald in tabelletjes, diagrammetjes, maar vooral cijfertjes, cijfertjes en nog eens cijfertjes. Ideaal om, genietend van de laatste zonnestralen (de eerste zullen de laatste zijn) het enigszins ingedommelde brein weer te activeren. De uitdaging voor jezelf om zo snel mogelijk op zoek te gaan naar de leukigheden.

Exoten of migratie?

Op zoek naar de exoten. Zouden de twee mensen uit Oceänië die nu in het Veurnese wonen een koppel vormen? Zouden het Aussies of Kiwi’s zijn? Wat kwamen die in godsnaam in de Westhoek zoeken? En bovenal, hebben ze het gevonden?
Zou de enige Italiaan uit het arrondissement Diksmuide heel clichématig luidruchtig toeterend rondrijden op een Vespa terwijl hij boodschappen doet voor zijn Italiaans restaurant? En werken de vijf Chinezen er alle vijf werken in de ‘Shangai’?
Hebben de 61 Zwitsers die in onze provincie wonen gewoon een bloedhekel aan bergen of waren ze jaloers op onze Noordzee?
En laat geen enkele Roeselarenaar nog over de Turksesteenweg spreken wanneer hij het over de Ardooisesteenweg heeft. De 16 Roeselaarse Turken krijgen nauwelijks de bank gevuld wanneer ze gaan voetballen.

Maar je ziet natuurlijk ook andere cijfers rond migratie. Zo is het arrondissement Tielt blijkbaar het Mekka voor de Polen in West-Vlaanderen. Of moeten we het in deze over het Częstochowa hebben? Vreemd op het eerste zicht, tot je er even het kaartje bijneemt van de groenteteelt in de provincie, met uitgerekend een concentratie in Meulebeke, Pittem en Ardooie. Goedkope werkkrachten die niet terugschrikken voor geploeter in de doorweekte Vlaamse klei?
De groenteteelt en de diepvrieskoten rond de veiling van Roeselare, leveren trouwens zowat de enige vorm van tewerkstelling in de landbouw. De 27 agrarische bedrijven in Veurne en omgeving leveren welgeteld 28 betaalde jobs op. Is de boerenstiel er op sterven na dood?

Dat de ruime Westhoek het economisch moeilijker heeft dan de rest van de provincie, was ook al geen verrassing. Dat Oostende gebukt gaat onder een enorme werkloosheidsgraad, zeker vergeleken met de rest van de provincie, werd door collega Wouter al eerder aangekaart. Dat de gemiddelde West-Vlaming niet bestaat, wordt soms pijnlijk duidelijk, wat de tot culinair expert geparachuteerde Yves Desmet ook moge beweren. Dollartekens in de ogen? Sommigen wel, maar anderen vooral speurend naar centen.

De auto als criterium van rijkdom

Vreemd om zien, is trouwens ook hoe welvaart en rijkdom in West-Vlaanderen worden gemeten. Er zijn twee criteria: Enerzijds is er het belastbaar inkomen, een vrij logische maatstaf ook al weten we (o cliché) dat niet alle Westvlaamse inkomsten even wit zijn. Anderzijds is er het aantal personenwagens per gezin. Een bijzonder fout criterium.

Het is allerminst zo dat autobezit een automatisch gevolg is van rijkdom. In de ‘rijkere grootsteden’ hebben minder gezinnen een (tweede) wagen. Zelfs het mondaine Knokke scoort onder het provinciale gemiddelde. Nee, waar zien we de hoogste concentraties aan auto’s? In de randgemeentes. Kuurne voert de lijst aan met gemiddeld 1,87 auto’s per gezin. Hooglede, Pittem, Ruiselede en Wielsbeke zijn stuk voor stuk gemeentes die heel hoog scoren. Willen we er eens de kaart van het openbaar vervoer op projecteren?

Wagenbezit in West-Vlaanderen is geen criterium van welvaart, het is er één van mobiliteitsarmoede.

Het schrijnendste voorbeeld: Lo-Reninge. Voorlaatste in de ranking van belastbaar inkomen, maar wel top acht inzake autobezit. Wie weet hoezeer een auto weegt op het gezinsbudget, begrijpt dat er van dat lage inkomen niet zo gek veel meer overblijft. Anderzijds is die wagen vaak onmisbaar voor het woon-werk-verkeer, het middel om dat lage inkomen bijeen te rapen. Een wrede paradox.

ingediend onder Mijn gedacht • (1) ReactiesPermalink Bookmark and Share

Waar het (niet) over gaat

ingediend door Bart Caron op 25/08/2011 om 12u25

De laatste column gelezen van Roel Verniers in De Morgen (klik hier)? Dan weet je ook wanneer je je druk maakt om niets. En dat is dagelijkse prik. De column is prachtig, literair een hoogstandje, inhoudelijk een wonder, menselijk een drama. Het is een streep tekst over onmacht, over aftellen, over liefde.

Vandaag liep ik het National Museum of Scotland in Edinburgh binnen. Fantastisch, indrukwekkend, ontroerend. Ik ben er al zo vaak binnen geweest, maar de grote centrale galerij was weer open. DIe was jaren gesloten wegens renovatie. Ik heb het niet zo voor musea die de grootsheid van de natie willen uitdrukken, maar de collectie is indrukwekkend, en het gebouw nog veel meer.  Vooral die oude galeries, metalen constructies met overdadig licht. Het Victoriaanse gebouw is ronduit prachtig. Ik werd er door geëmotioneerd. Kan dat eigenlijk wel, aangedaan zijn door een gebouw?

Ik ben in Edinburgh op festivalprospectie voor Humorologie. Ik zag hier nog een artikel over Pukkelpop. En dacht ik aan Humorologie, ons eigen klein festival van circus, visueel theater en nog meer dat mensen wil verwonderen.  Zo’n onweer had ook ons festivalpubliek kunnen treffen. Zo’n boze storm, alsof er een rekening te vereffenen is. Ik mag er niet aan denken, aan die vijf circus- en theatertenten die er dit jaar stonden, met honderden mensen in, en die ook weggeblazen konden zijn, als hoedjes van papier.

Drie keer. Diepe emoties. Ontroering.

Moet ik echt terug de politiek induiken? Aan het werk, mijnheer de volksvertegenwoordiger. Waarom? Om BHV te helpen splitsen, de begroting in evenwicht te krijgen, de welvaart te reden, ons consumentisme aan de gang te houden,? Komaan zeg, waar gaat het over? Wat voor zin heeft het? Het is toch altijd de schuld van de politiek. Zelfs het slechte zomerweer is onze schuld. Ik had voor ik er zelf inzat, geen dergelijk beeld van de politiek. Ik vond het een soort roeping, maar dan veel minder gewaardeerd door de samenleving. Iets voor gekken, of voor wie er zelf beter van wordt, zegt de overheersende stem in de megafoon.

imageGeloof me, aan politiek doen is zo’n onwezenlijke job. Het is eigenlijk zo weinig een job, des te meer een engagement. Voor mij toch. Dat drijft me vooruit. Je hebt tenminste nog de indruk dat je je nuttig kan maken. Voor mij is dat een samenleving waar kunst en cultuur waardering krijgen, waar rechtvaardige verdeling bovenaan staat, waar sport iets is voor iedereen, waar besturen een feest voor de democratie moet zijn. Nuttig? Die gedachte kwam vaak bij me op tijdens de vakantie. Dan kom is als een geëmancipeerde vader veel meer dan tijdens de rest van het jaar aan de kassa van de supermarkt,. Ik let er op de mensen die er werken, op de cassières, de jonge man die de rekken aanvult ... Hooguit een niet-meer-dan-slecht-weer-overstijgend praatje met een klant, maar het maatschappelijk nut, daar staat niemand bij stil. Maar toch, toch maakten de dames van de Supermercato veel plezier. Gelukkig voor hen.

ingediend onder Mijn gedacht • (2) ReactiesPermalink Bookmark and Share

Bach in de metro

ingediend door Bart Caron op 15/08/2011 om 21u54


Een man zat in een metrostation in Washington DC en begon viool te spelen, het was een koude morgen in januari. Hij speelde zes stukken van Bach. Zijn concert duurde ongeveer 45 minuten. Gedurende die tijd, want het was spitsuur, liepen duizenden mensen door het station, de meeste van hen op weg naar hun werk.

Drie minuten gingen voorbij tot een man van middelbare leeftijd opmerkte dat er een muzikant aan spelen was. Hij vertraagde zijn tempo, stond enkele tellen stil en haastte hij zich naar zijn afspraak. Een minuut later kreeg de violist zijn eerste tip: een vrouw gooide een dollar in de vioolkist terwijl ze doorliep. Een paar minuten later leunde iemand leunde tegen de muur om de violist te beluisteren, maar de man keek op zijn horloge en begon weer te lopen. Het was duidelijk dat hij al te laat zou zijn op het werk.
Degene die de meeste aandacht besteedde was een jongen van drie jaar oud. De jongen stopte om te kijken en te luisteren, maar zijn moeder duwde hem hard vooruit, terwijl het kind zijn hoofd de hele tijd draaide. Verschillende andere kinderen reageerden op een gelijkaardige wijze. Alle ouders, zonder uitzondering, dwongen hen om verder te gaan.

Tijdens de 45 minuten dat de muzikant speelde, bleven slechts 6 mensen voor een tijdje staan. Ongeveer 20 mensen gaven hem geld, maar bleven hun normale tempo lopen. Hij verzamelde 32 dollar. Toen hij klaar was met spelen, merkte niemand dat op. Niemand applaudisseerde? Niemand herkende de muzikant.

Niemand wist het, maar de violist was Joshua Bell, een van de beste muzikanten ter wereld. Hij speelde een van de meest ingewikkelde stukken ooit geschreven voor de viool, en dat op een viool die 3,5 miljoen dollar waard is.

Twee dagen voor hij in de metro speelde, verkocht Joshua Bell een theater in Boston uit. Een ticket kostte er gemiddeld 100 dollar.

Dit is een waar gebeurd verhaal. Het incognito optreden van Joshua Bell het metrostation werd georganiseerd door de Washington Post, als onderdeel van een sociaal experiment over waarneming, smaak en prioriteiten van mensen. De contouren waren: in een alledaagse omgeving op een ongepaste uur: nemen we dan schoonheid waar? Stoppen we om de schoonheid te waarderen? Herkennen we toptalent in een onverwachte context?

Moraal van het verhaal? Als we niet een momentje halt houden om even te luisteren naar een van de beste muzikanten in de wereld die de beste muziek ooit geschreven speelt, hoeveel andere mooie dingen missen we ....?

ingediend onder Mijn gedacht • (0) ReactiesPermalink Bookmark and Share

Festivals, voor de sfeer of de cultuur?

ingediend door Bart Caron op 19/07/2011 om 10u47

Ik mocht de voorbije weken genieten van twee fantastische momenten. Vooreerst en met stip het festival van de verwondering, Humorologie. Wonderlijk mooie voorstellingen op de rand van circus en theater, van visueel theater, een vleug humor en veel beweging. Wie zegt nog dat het hedendaagse circus geen topkunst is, vergist zich schromelijk. En daar kwamen ruim 5.000 betalende toeschouwers op af, en dat voor artiesten die helemaal geen belletje doen rinkelen zoals rockartiesten die sloten publiek naar de muziekfestivals lokken. Schitterende waren de Compagnie XY en Baro d’Evel, cie cirk, uit Frankrijk. Twee zeer beklijvende voorstellingen. Maar er was natuurlijk nog veel meer dat toucheerde: ‘Cucinema’, een ‘keukenvoorstelling’ van Laika en Circo Ripopolo waarbij verrassende gerechten in cabaretstijl op tafel belanden, letterlijk zelfs. Of Jos Houben met “The art of laughter” en nog veel meer. Humorologie was een festivaltip van De Standaard. Mooi zo.
En we opende onlangs ook Freestate, de zomertentoonstelling van Vrijstaat O., het kunstencentrum waar ik voorzitter van mag zijn. Freestate toont net als de spraakmakende eerste editie van 2006 hedendaagse kunst. Net Ook dit keer niedt de site opnieuw een absolute meerwaarde. De Oosteroever van Oostende ligt ingekapseld tussen de duinen en het visserijdok. De kunstwerken worden er zowel binnen (in een pakhuis, in een boot, in een bunker,...) als buiten worden tentoongesteld. Echt een aanrader!
Eén ding mag opvallen: beide manifestaties bereiken een zeer geïnteresseerd publiek dat geen minuut van een voorstelling wil missen, geen kunstwerk wil overslaan.

Maar dat alles vergaat, zeker qua publieksaantallen, in het niet bij de muziekfestivals. Ik las het op Belga: festivalgangers gaan vooral voor het avontuur en het minst om cultuur te beleven. Dat blijkt uit een bevraging van 513 festivalgangers door communicatiewetenschapper Pieter Vanbosseghem (UGent) in het kader van zijn masterscriptie. Verbazingwekkend? Eigenlijk niet. Zeker muziekfestivals kennen een ongelooflijke hype, en enkele worden door de media ook de hemel in geschreven. Ze lokken miljoenen mensen, bij wijze van spreken. Het is inderdaad onmogelijk dat zoveel mensen zo’n grote muziekliefhebbers zijn.

Aan de hand van 26 stellingen mat Vanbosseghem de motivatie van de festivalgangers. Hoe hoger de gemiddelde leeftijd, hoe meer mensen geïnteresseerd zijn in culturele ontdekkingen. Toch bleek de gemiddelde score voor cultuur de laagste van vijf motivatiefactoren. Niet te geloven…
Jongere festivalgangers waren het meest uit op avontuur, maar komen ook vaker dan oudere bezoekers om te “ontstressen”. “Dat wordt ook ondersteund door het feit dat mensen met een universitair diploma minder willen ontsnappen aan routine dan mensen met een diploma lager onderwijs.”
Het zijn vooral jongeren die belang hechten aan het sociaal zijn op festivals, maar ook vrouwen hechten er meer belang aan. Ook de aantrekking van het evenement, sfeer en showaspecten zijn voor vrouwen belangrijker dan voor mannen.
Op basis van de vijf motivatiefactoren stelde de onderzoeker profielen van festivalgangers op. De grootste groep festivalgangers zijn de ‘meerdere doelenzoekers’ (28,6 procent), gevolgd door de ‘pleziermakers’ (27,1 procent), ‘ontstressers’ (22,3 procent), ‘socializers’ (14,4 procent) en tot slot de ‘culturele meerwaardezoekers’ (7,6 procent).

ingediend onder Mijn gedacht • (0) ReactiesPermalink Bookmark and Share

Man bijt archeologie

ingediend door Bart Caron op 06/07/2011 om 22u39

Louis Tobback houdt van blaffen, en dan heb ik het niet over het gekeffer van zijn schoothondje dat de piepjonge minister Q van aan zijn voordeur verdreef. Ik heb het over de buldog Tobback die naast het hondje stond. Waar is de tijd? 
Boude uitspraken heeft hij nooit geschuwd, de consequenties ervan dragen vond hij niet steevast noodzakelijk. Gelukkig maar, het spoorverkeer wordt al genoeg verstoord, ook zonder dat hij zich voor elke TGV werpt. Waar is de tijd?
Waar is de tijd toen Louis Tobback nog relevant was? Nu blijkt hij nauwelijks meer dan een oude krokodil, met het soortelijk gewicht van een opblaasbare versie. Een heliocentrische zonnegod in zijn hoogstpersoonlijke heelal.
Nog steeds neemt hij geen blad voor de mond, acht hij het niet onoverkomelijk een ganse generatie te schofferen, vindt hij zijn moraliserend eigen gelijk aangenaam in zijn oren klinken.
Het moet schrikken geweest zijn toen er wederwoord kwam vanuit ‘de jeugd van tegenwoordig’ en die reactie niet enkel virtueel was, gepost vanuit een luilekkere ergonomische bureaustoel, zo ergens tussen 9 en 5 exclusief koffiebreaks. Nee, zeg, die jonkies durven hem recht in de ogen kijken en hem tegenspreken. O tempera, o mores.

Even haalde hij weer de media, voor hem genoeg om te kunnen gewagen van een ‘moment de gloire’. Zou hij onderhand niet moeten weten dat de gazetten of godbetert de boekskes halen voor een politicus niet het hoogste goed is?
Misschien kan de burgemeester zich maar beter weer terugtrekken in de beschermende cocon van zijn stadhuis van zijn stad. Kan hij verder gaan met de belangrijke zaken des levens, archeologie bijvoorbeeld.

Het lijkt misschien vreemd, maar Louis Tobback houdt niet van archeologie, van archeologen en al helemaal niet van opgravingen.
Vreemd omdat hij van zichzelf heel expliciet net het tegendeel beweert.
Vreemd omdat archeologie toch een wezenlijk onderdeel vormt van de Faculteit Letteren, anno 1425, van de universiteit die er op haar eentje heeft voor gezorgd dat Leuven meer werd dan een boerengat. De stella even buiten beschouwing gelaten.
Vreemd omdat archeologie toch bijzonder interessant moet zijn voor mensen die Leuven bezoeken omwille van zijn historisch patrimonium.
Vreemd omdat het verleden ons wel eens iets kan leren over het heden. Een idee waarvan hij zichzelf exemplarisch acht.

Maar nee, hij houdt er niet van. En iedereen mag dat weten. Maandenlang foeterde hij op de wroeters die de herrijzenis van het Fochplein tot ‘zijn’ De Somerplein tegenhielden. Meer dan drie maand hielden die mollen zijn stad in hun greep. Frustratie, ruim uitgesmeerd in de (weekendbijlagen van de) kranten en magazines. “Weet je wel wat dat kost? En wat vinden ze? Een beerput.” (het grommende stemgeluid waarmee dit woord wordt uitgesproken, kan u er zich vast moeiteloos bij voorstellen.)

Nee, meneer de burgemeester. Ik heb het eens nagevraagd en weet je wat ze er vonden? Een dwarsdoorsnede van acht eeuwen stadsontwikkeling. Mij lijkt dat interessant…
En wat het kostte? Dat kon de minister me niet vertellen, dat weet jij blijkbaar als enige, omdat alles via een onderaannemer moest verlopen.

Louis Tobback mag van mij gerust grommen en grollen, in huiselijke kring en voor mijn part zelfs in zijn schepencollege. Maar het publiekelijk kruisigen van een hele beroepsschare, van een hele academische wetenschap? Nee, dat niet.

Want we weten allemaal hoe dat gaat. In de slipstream van de grote roerganger voelen de kleine garnalen zich gesterkt. Een burgemeester van een stad van het niveau Leuven min de universiteit (en de stella), krijgt plots een forum om zijn gal te spugen over de archeologen die zijn voetbalveld omploegden voor enige vuursteentjes. De factuur zou oplopen tot 3 miljoen euro.
Inderdaad: de betreffende factuur bedroeg welgeteld 36.164 euro, en dus niet meer dan drie miljoen.

Of die Zuid-West-Vlaamse bouwondernemer die eerder geïnteresseerd is in zijn eigenhandig neergepote nederzettingen dan hun gallo-romeinse voorgangers. Het werk van de archeologen, “twee sympathieke meisjes, net afgestudeerd, jong en werkzoekend” (het ronde metalen brilletje, hoog opgetrokken donkerblauwe kousen en kalfslederen boekentasjes fantaseren we er zo bij) zou de aannemer mogelijk tot 600.000 euro kosten. Toegegeven, het uiteindelijke bedrag van 5.540 euro was exclusief BTW.

Toen ik vorige week eindelijk de harde cijfers en feiten in handen kreeg, was ik tegelijk blij en boos. Blij dat de het overgrote deel van de opgravingen resultaat oplevert. Dat mensen en middelen heel gericht worden ingezet. Dat de archeologie in Vlaanderen geen nattevingerwerk, laat staan een veredeld tewerkstellingsproject is.

Maar ook boos omdat één brulboei met één welgemikte uithaal zoveel schade kan aanrichten en de geloofwaardigheid van een hele sector de grond kan inboren (noem het een tewerkstellingsproject voor de volgende generatie archeologen).
Boos ook omdat het weken duurt voor de bevoegde minister, in de beslotenheid van een commissiezaal en voor 3 man, niet eens een paardenkop, de kritiek pareert. Van een minister met een hart voor de sector mag je toch verwachten dat hij meteen op zijn achterpoten de barricades beklimt en de raaskallende schreeuwers de mond snoert met feiten en cijfers.

En terloops: in de media dook geregeld de term “het decreet van 2004” op. Ik heb geen weet van een decreet uit 2004. Voor zover ik weet, dateert het huidige archeologiedecreet uit 1993. Het wordt meerderjarig en dat is er aan te merken. Een vakantietaak, meneer de minister?
1993, toen was Louis Tobback nog geeneens burgemeester van Leuven, maar slechts minister van binnenlandse zaken. Waar is de tijd?

ingediend onder Mijn gedachtBart schrijft... • (0) ReactiesPermalink Bookmark and Share

De cultuur van de cultuurminister

ingediend door Bart Caron op 28/06/2011 om 18u16

Vandaag staat in De Morgen een scherp artikel over de ‘Bokrijkcultuur’ van Joke Schauvliege. De aanleiding is de beslissing van de minister om zeven nieuwe erkenningen op te nemen op de lijst van Vlaams Immaterieel Cultureel Erfgoed. Daarbij de Last Post in Ieper, onze beiaard- en bierbrouwcultuur, kantwerk als kunstambacht enz. Uit het krantenartikel zouden lezers de indruk kunnen krijgen dat ik die erkenningen niet oké vind. Toch wel. Ik sluit me graag aan bij de Unesco-conventie uit 2003. Dat immateriële erfgoed is even belangrijk als het onroerende of het culturele (schilderijen, objecten ...). Zo laten we kennis over tradities, gewoontes en gebruiken niet verloren gaan.
Het punt is niet dat Joke Schauvliege daarmee uitpakt. Integendeel, dit soort erfgoed verdient ook bescherming. En voor de betrokken organisaties is het een kwaliteitslabel. Proficiat dus. De minister volgde naar verluidt de commissie. Ik vraag me af waarom bijvoorbeeld 1 mei (Mayday) wereldwijde dag van de Arbeid, ingediend door het AMSAB en de Sint–Martinusommegang Asper uit de boot vielen.

Het begint toch op te vallen dat Joke Schauvliege vooral met dit soort zaken uitpakt. Ze komt naar buiten met zaken die toegankelijk zijn, herkenbaar voor grote publieksgroepen, dicht bij de mensen om het in het jargon van haar partij te zetten. Daar is trouwens niks mis mee. Ze heeft er zichzelf ook wat toe gedwongen. Ze werkte zeer positief mee met de besparingswoede van deze regering. En, bij gebrek aan vrij beschikbaar cultuurbudget, moet ze zich beperken tot zaken zonder financiële consequenties.  En daar passen cultuurprijzen perfect in. Ze reikte de voorbije weken met enthousiasme de Prijs Lokaal Cultuurbeleid, de Bronzen Adhemar - Vlaamse Cultuurprijs voor de Strip 2011 en de prijs voor Algemene Culturele Verdienste uit. Drie keer veel media-aandacht, gratis en voor niks. En tussendoor kocht de Vlaamse Gemeenschap het topstuk ‘De Baden van Oostende’ van James Ensor. Een deel van de collectie Moderne Kunst van Herman Daled is verkocht aan het MoMa, zonder dat ons Cultuurministerie ooit informeerde naar de mogelijkheid om die in Vlaanderen te houden, of die aan te kopen voor onze musea .... Cultureel Erfgoed?

Even terug naar dat ‘dicht bij de mensen’. Het valt toch wel op dat zowat de enige sector die niet moet besparen, maar zelfs 1,3 miljoen euro bij krijgt, het lokaal cultuurbeleid is. Dat is een heel expliciete beleidskeuze, of niet soms? Er wordt een bedrag van 445.000 euro aan bijkomend krediet uitgetrokken voor de ontwikkeling van een Vlaamse vrijetijdspas, in één stad. Voorwaar een zware investering voor een experiment. En van een herkenbaar type, is het niet?

De recentste persberichten van onze cultuurminister reveleren natuurlijk ook wel haar belangstelling. Daar vind je een bericht over het Kampioenschap van België voor vinkenzang. Een citaat uit dat persbericht: “Vlaams minister Joke Schauvliege was op zondag 26 juni aanwezig bij de prijsuitreiking van het Belgisch kampioenschap vinkenzetten in Aalter. De minister verraste de vinkenzetters zelfs met een gedicht van Guido Gezelle en met het nieuws dat ze de komende drie jaar opnieuw telkens 70.000 euro vrijmaakt om het kweken van vinken te ondersteunen.
Zanggebroeders uit het woud
met uw talen duizendvoud
Gij, die kwinkt en gij, die kwedelt,
gij, die schuifelt en die vedelt

Ik mag aannemen dat de premie voor de kweek niet uit de cultuurbudgetten komt, maar uit die van leefmilieu of natuur?

Geen probleem hoor, zang is cultuur, nietwaar?

 

ingediend onder Mijn gedacht • (0) ReactiesPermalink Bookmark and Share

De Kortrijkse justitie: twee maten en gewichten

ingediend door Bart Caron op 22/06/2011 om 21u54

Er vielen mij vandaag twee krantenartikeltjes. Ze staan op pagina 6 van Het Nieuwsblad van 22 juni. Dat het gaat over twee mensen die in mijn eigen gemeente wonen, is een toeval, maar daardoor werd mijn aandacht er wel op getrokken. Waar gaat het over? Het gaat over de strafmaat die rechters uitspreken. Lees even mee en vergelijk. De berichten zijn een beetje ingekort. Ik heb uit respect voor de betrokken mensen de namen, die wel herkenbaar in de krant staan, vervangen door een anonieme letter.

Vrouw van zanger X schuldig aan dodelijk ongeval
Y, de echtgenote van de Kortrijkse charmezanger X is door de politierechter schuldig bevonden aan een ongeval dat twee jaar geleden in Roeselare het leven kostte aan een 52-jarige motorrijder. De vrouw kreeg twee maanden cel met uitstel, een boete van 1.375 euro en een rijverbod van drie maanden. (...)

en net daaronder

Celstraf voor man die agente bedreigde met zijn penis
Een 30-jarige man uit Marke, deelgemeente van Kortrijk, is samen met zijn vrouw veroordeeld voor agressie tegenover agenten. Z werd ook bestraft voor openbare zedenschennis. Toen de agenten hem tijdens een politiecontrole wilden fouilleren, trok de man zijn kleren uit en begon hij met zijn geslachtsdeel te zwaaien. Een vrouwelijke agente werd verbaal bedreigd. Z ontkende echter de feiten. Naar eigen zeggen beschermde hij alleen zijn geslachtsdeel in zijn handen. De man moet voor twee maanden de cel in.

Duidelijk? Wie iemand doodrijdt krijgt twee maanden cel met uitstel. Wie met zijn penis zwaait naar agenten (vreemd gedrag, dat wel) krijgt twee maanden effectieve celstraf. Of is het iets anders? Een politieagent penisgewijs beledigen is een zwaar vergrijp, een eenvoudige burger doodrijden duidelijk niet.
De Belgische Justitie (in dit geval de Kortrijkse justitie) verdient ons alles vertrouwen, nietwaar? Als je het mij vraagt is het eerder een justitie van mijn kl…

ingediend onder Mijn gedacht • (0) ReactiesPermalink Bookmark and Share

bomen rooien op Sportcentrum

Zo doen ze dat in Kortrijk

ingediend door Bart Caron op 19/06/2011 om 17u13

Buurtbewoners signaleerden ons dat een aanemer alle bomen aan het vellen was op de grote parking van het Sportcentrum Lange Munte. We waren geschandaliseerd en wilden de onmiddellijke stopzetting vragen van het kappen van die bomen, maar het ging zo snel dat ze ondertussen al allemaal geveld zijn. Mijn stad voert design en architectuur hoog in het vaandel (en dat mag), maar heeft het niet te hoog op met de natuur. De voorbije dagen leverde het bestuur nog maar eens het bewijs van haar eenzijdigheid.
Een aannemer rooide in enkele dagen alle bomen op de parking van het Sportcentrum van de Lange Munte op Hoog Kortrijk. Vorige maandag vond daar nog de Ladies Run (Kortrijk Loopt) plaats met meer dan 3000 deelnemers. De deelnemers zullen hun ogen niet geloven als ze daar volgend jaar opnieuw komen lopen. De parking waarop en waarlangs toch al vrij grote bomen waren gegroeid, werd omgetoverd in een lelijke autovlakte. Een kaalslag is het. Het stadsbestuur noemt zo’n kaalslag de ‘heraanleg van een parking’. De buurtbewoners vallen uit de lucht, ze werden nooit geïnformeerd.
Er moeten naar verluidt 40 extra parkeerplaatsen (sic) komen, terwijl ik de parking zelden of nooit voor een kwart vol staat. Verwacht men zo’n toevloed aan wagens bij de opening van het Crematorium? Een andere reden zou het zogenaamde onveiligheidsgevoel zijn. Na contact met verschillende omwonenden, met gebruikers en met buschauffeurs van de Lijn, blijkt dat zij er zich zich nooit onveilig hebben gevoeld.

En dat gebeurt daarenboven in de lente, op het moment dat de bomen vol in blad staan en er tal van broedvogels zijn.
Bomen zijn niet alleen mooi, het zijn ook de beste luchtzuiveraars.  Die bomen zijn des te belangrijker in deze omgeving. Het Sportcentrum krijgt namelijk een buur, het Crematorium, dat toch ook voor een zekere uitstoot van schadelijke stoffen zal zorgen.

En ja, zo reageerde de schepen, “we zijn met alles in orde en hebben vergunningen voor het vellen van die bomen”. Juist, maar dergelijke aanpak doet denken aan de wijze waarop zo’n heraanleg een halve eeuw geleden zou aangepakt zijn. Barbaars, boertig, smaakloos ...

ingediend onder Mijn gedachtKortrijk en West-Vl • (0) ReactiesPermalink Bookmark and Share

Hoe staat het met de staat?

ingediend door Bart Caron op 16/06/2011 om 14u56

We zijn goed bezig ook al zeggen ze van niet. Het is de eeuwige discussie tussen een meerderheid en een oppositie. De waarheid ligt ongetwijfeld ergens in het midden, maar waar dat midden dan weer ligt, is meteen voer voor een nieuwe discussie.
Meten is weten, luidt de volkswijsheid dan en dus bestelde Vlaanderen een grootste studie onder de noemer ‘De Sociale Staat van Vlaanderen 2011’. Een lijvig boekwerk van 374 pagina’s vol cijfermateriaal en vergelijkende studies die moeten tonen waar Vlaanderen vandaag staat.
Ziezo, nu weten we het. Onomstotelijk; als een paal boven water.
Of toch niet? Want is er geen hogere volkswijsheid die zegt dat je met cijfers alles kan bewijzen?

Neem er de twee toonaangevende kranten van ons land eens bij, en je begrijpt meteen wat ik bedoel. Zowel De Morgen als De Standaard besteden uitgebreid aandacht aan het ‘de sociale staat’-rapport dat zij gisteren door Kris Peeters kregen toegelicht – nota bene een dagje eerder dan de Vlaamse volksvertegenwoordigers, doch dit terzijde.
De Standaard belicht de grote lijnen van de studie, zoekt de grootste gemene deler. Op de voorpagina prijkt het kernachtig: “Vlaanderen boven, waar de huizen betaalbaar zijn en je nauwelijks armen vindt”. De Morgen kijkt eerder naar de uitersten en kopt: “Vlaanderen leeft in 2 werelden”.

De gemiddelde Vlaming heeft het goed, en gelukkig maar. Laat daar geen twijfel over bestaan. De gemiddelde Vlaming leeft lang en voelt zich goed in zijn vel. Hij kan zich een betaalbare woning permitteren, ook al omdat hij hard werkt, vooral dan tussen zijn 25ste en 55ste. De gemiddelde Vlaamse scholier geniet fantastisch onderwijs, de gemiddelde Vlaamse zieke wordt goed verzorgd.

Armoede in Vlaanderen wordt gemeten middels drie parameters. Enkel wie geen TV bezit, noch een badkamer en die voor zichzelf bovendien geen realistisch vakantieplannen kan dromen, mag zich arm noemen. Nauwelijks een half procent, en dus allerminst de gemiddelde Vlaming, is volgens deze criteria arm. Toegegeven, het is veel leuker nieuws om horen dan de cijfers die ons enige weken terug bereiken en die gewaagden van 15% armen in Vlaanderen. En meteen voelt de gemiddelde Vlaming zich nóg een tikkeltje gelukkiger. Of althans de gemiddelde De Standaard-lezer.

Iemand die hetzelfde nieuws te zien kreeg in De Morgen, hield er een iets wranger gevoel aan over. Daar werd het pijnlijk duidelijk dat de gemiddelde Vlaming niet bestaat. Dat niet elkeen zich een huisje van middelbare grootte kan veroorloven, maar er ook een pak Vlamingen zijn die ruim een derde van hun gezinsbudget aan een huurwoning moeten besteden. Dat de lat van het gemiddelde onderwijs voor een pak leerlingen te hoog ligt en zij er onderdoor gaan. Dat de noeste arbeid der gemiddelde hardwerkende Vlaming welhaast een privilege is voor de nauw bij de gemiddelde Vlaming aanleunende Vlaming.

De waarheid zal vast wel ergens in het midden liggen. Jazeker, we mogen ons goed voelen in ons vel en beseffen dat we in Europese - en zeker mondiale - context verwende nesten zijn. Zolang we maar niet vergeten dat niet iedereen het even royaal heeft. Zolang we niet vergeten dat de gemiddelde Vlaming niet bestaat.

En gelukkig maar, want ik durf erop te wedden dat de gemiddelde Vlaming voor N-VA zou stemmen…

ingediend onder Mijn gedacht • (2) ReactiesPermalink Bookmark and Share

image

Voetballiefhebber is de pineut in het voetbalcontract

ingediend door Bart Caron op 11/06/2011 om 19u05

Wat is me dat nu voor een kloterig voetbalcontract?
Het Belgische competitievoetbal mag dan geen Europees topniveau halen, het is blijkbaar veel geld waard. De Profliga haalt 55,5 miljoen euro per jaar voor de volgende drie jaar. Dat is zowat 10,5 miljoen meer per jaar dan nu. Ik had dat niet echt verwacht.
Telenet zal drie topmatschen op Prime tonen, Belgacom de vijf andere op studio 12. En VTM haalt de samenvattingen binnen. Hmm, niet VT4. Dat laatste had ik wel verwacht. Voor de voetballiefhebber zal dat even wennen worden. Op zich is dat niet erg, maar de miserie met decoders en abonnementen, dat zal ‘t een en ‘t ander zijn. Stel dat ik een hevige voetballiefhebber ben – ik ben dat min of meer, maar beperk me tot de samenvattingen en kijk vooral naar de Match of the day, want dat laatste vind ik grote klasse.
Hoe moet dat, vraag de kijker/voetballiefhebber zich ongetwijfeld af. Waar moet hij een abonnement nemen? Of moet hij er nu twee gaan nemen? En dan ook twee digiboxen of decoders in huis halen, en de hele tijd prutsen met kabels en aansluitingen, al naargelang naar welke wedstrijd hij wil kijken? Wat een toestand! Daarenboven weet de kijker niet bij aanvang van het seizoen welke wedstrijden op door Telenet en door Belgacom zullen worden uitgezonden. Vooraf één abonnement voor alles kan niet.

Zelf had ik enkele weken, samen met heel wat collega’s uit de Mediacommissie nog gepleit voor een niet-exclusieve aanpak. We bedoelden dat een kijker idealiter zou kunnen abonneren op rechtstreeks Belgisch voetbal ongeacht waar hij vandaag klant van is, van Belgacom of Telenet. Maar dan moeten de operatoren afspraken maken en moet de Profliga daarmee akkoord gaan. Ik denk dat het vooral laatstgenoemde is die dwars lag. Of is het Telenet zelf? In het perscommuniqué van Telenet staat te lezen dat zij ook een sterke voorstander zijn van een niet-exclusieve bieding en verdeling van de voetbalrechten. Maar daar zou “onvoldoende draagvlak” voor zijn; wat dat raadseltje betekent zal ik aan de Mediaminister vragen.

Ik hoop dat Telenet en Belgacom met elkaar gaan klappen. Zodat de mensen geen twee aaansluitingen en twee decoders moeten hebben. Deze twee zouden toch afspraken moeten maken om het signaal uit te wisselen zonder die verwikkelingen voor de kijker?

Enfin, ook het Belgisch voetbal brengt veel geld op. Prima, zou je kunnen denken. Maar ik begin me toch af te vragen of het nog opportuun is dat de overheid direct of indirect belastingsgeld op tafel legt voor de bouw van stadions of voor de beveiliging van matchen. Als de Pro League en de eerste-klasseploegen zo inhalig zijn en dat ten koste van de sportliefhebbers, moeten ze misschien ook maar voor alle kosten zelf opdraaien. Ook voor de politie. Als ze zelfs hun eigen supporters treiteren met zo’n verdeling van de rechten van de rechtstreekse uitzending van eersteklassematchen – anders kan je dat niet noemen - dan zie je pas waar het echt om gaat: om het grote geld. Niet om de sport, en zeker niet om de supporter.

ingediend onder Mijn gedacht • (1) ReactiesPermalink Bookmark and Share

Over struisvogels en signaalgevers: de verdeelde Kortrijkse meerderheid

ingediend door Bart Caron op 07/06/2011 om 13u30

Op de gemeenteraad legde ik een motie van aanbeveling voor over de milieuconvenant. In mijn motie staat dat de Kortrijkse gemeenteraad betreurt dat de Vlaamse regering de milieuconvenants wil afschaffen. Dat is niet onschuldig want daardoor staan de gemeentelijke duurzaamheidsambtenaren op de tocht, evenals de Minaraad en de Minawerkers. Deze laatste (5 in Kortrijk) worden ingezet voor het onderhoud van natuur(gebieden). Ook allerlei acties zoals afvalpreventie, de zorg voor de containerparken,inzameling asbestcement, subsidies voor hemelwater, infiltratievoorzieningen, speelbossen en subsidies groendaken staan op de tocht.
De Vlaamse regering denkt dat de gemeenten verder een sterk natuur- en milieubeleid zullen voeren zonder dat Vlaanderen daar nog subsidies aan de gemeenten voor veil heeft. Dat is dromen, zo blijkt uit mijn contacten met schepenen en lokale ambtenaren. Ook de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) reageerde alvast verontrust. Zij werden nooit gecontacteerd over dit idee.

Schepen Stefaan Bral reageerde positief op ons voorstel van motie. Meer zelfs, hij versterkte de tekst ervan. Mooi zo. Iedereen akkoord, zo leek het. Unanimiteit? Tot we moesten stemmen over deze motie van aanbeveling. Dan stak collega Carl Decaluwé zijn hand op en verklaarde doodleuk, geheel en al zichzelf zijnde, dat hij geen motie wilde stemmen die kritisch was voor de Vlaamse regering. Hij onthield zich en van de weeromstuit deden 5 collega’s van CD&V dat ook, terwijl 4 Open-VLD-ers (van die andere meerderheidspartij) angstvallig vermeden een stemknopje in te drukken. Kop in het zand, struisvogelpolitiek. De Open VLD zit niet eens in de Vlaamse regering, maar ze hebben er wel ambities voor.

Het grootste deel schepencollege stemde dus mee met de oppositie zodat de motie wel goedgekeurd werd met een meerderheid van 25 op 42 stemmen. Het projectiescherm waarop de uitslag van de stemming wordt geprojecteerd, deed het echter niet zodat weinig door hadden wat er was gebeurd, en vooral wie voor had gestemd of voor struisvogel speelde.
Ziezo, een kleine overwinning, behaald met een wisselmeerderheid. In Kortrijk kwam dat volgens mij nog nooit voor.

Het stelt wel de vraag op scherp of een gemeenteraadslid dat ook parlementslid is, de belangen van zijn stad of de belangen van de Vlaamse regering voorop moet stellen. Als je deel uitmaakt van beide meerderheden, gemeentelijk én Vlaams, wat doe je dan? Het antwoord is toch simpel: in de gemeenteraad steun je je eigen schepencollege, en in het Vlaams parlement steun je de regering. Maar ja, met collega Carl zijn er geen zekerheden meer. Hij, samen met zijn fractie, onthield zich in het Vlaams parlement ook bij de stemming over de begroting van mediaminister Ingrid Lieten. Een signaal, zo verklaarde hij.
Maar goed, onze motie van aanbeveling haalde het in de Kortrijkse gemeenteraad, met of zonder signaal. Nu wordt die opgestuurd naar minsiter-president Kris Peeters, milieuminister Joke Schauvliege en Geert Bourgeois, de minister die de milieuconvenant weg wil. Dat ze er toch nog eens diep over nadenken alstublieft. Maar ik vrees dat deze excellenties niet echt wakker liggen van een sterk milieu- en natuurbeleid.

De tekst van mijn motie was eenvoudig: de stad Kortrijk pleit voor een lichte vorm van de samenwerkingsovereenkomst rond milieu en natuur, en een vereenvoudiging van het huidig systeem, maar niet de totale afschaffing.

ingediend onder Mijn gedachtKortrijk en West-Vl • (0) ReactiesPermalink Bookmark and Share

Het Cultuurforum is de ‘Grote Joke Schauvliege-show’, maar blijkt een regie zonder script

ingediend door Bart Caron op 06/06/2011 om 13u04

Ik ben een positivo. Ik ben een positivo. Nog eens, en nog eens. Of liever, ik wil een positivo zijn. Ik vind het dus goed dat er zoiets als een Cultuurforum bestaat. Deze parallelle adviesstructuur, in het leven geroepen door Joke Schauvliege, is dus een zegen voor de mensheid. Vooral omdat er zoveel fijne mensen aan participeren. Mensen die vereerd zijn dat ze gevraagd worden om deel uit te maken van een werkgroep – gevraagd worden door de minister is niet niks nietwaar – en zich de hersenen uit hun schedel persen om creatieve gedachten te formuleren. Die gedachten moeten, zo vrees ik toch, dienen om de naar geestelijke bloedarmoede neigende omgeving van de Cultuurminister mee te voeden. Daar kan ze dan ter gelegener tijd mee uitpakken. In speechkes, beleidsbrieven, en spannende momenten aan de regeringstafel. Of ze ook werkelijk in beleid worden omgezet? Dat durft geen mens te hopen. Immers, mevrouw de minister is wellicht een fijne dame, maar of haar apostelen voldoende visie en bestuurskracht hebben om heldere ideeën in helder beleid te voeren, wordt zeer in twijfel getrokken. Net daarom koester ik dat Cultuurforum zo innig. Het levert een schat aan schitterende ideeën, die mijn teksten over Cultuur, mijn opiniestukken en mijn visie op het cultuurbedrijf, alleen kunnen verrijken. Dat ik er op tijd en stond de Cultuurminister zelf mee zal confronteren, dat spreekt van zelf. Niks prettiger voor de oppositie om de minister een koekje van eigen deeg te presenteren. Ik kijk er likkebaardend naar uit.

Vorig jaar was er ook al zo’n Cultuurforum. Wat met de conclusies van toen is gebeurd, is een raadsel. Er werd in ieder geval niet op voortgebouwd. Integendeel. De minister durfde het zelfs aan de sector aan te manen ‘te beginnen met hun huiswerk’. Die sector had vorig jaar huiswerk meegegeven aan haar… waar weinig of niks mee gebeurde. De grote bottom-up strategie van de minister zou toch moeten betekenen dat er “up” ook iets gebeurt met hetgeen van de ‘bottom” komt? Zoniet heb je helemaal geen bottom-up strategie maar wel een “houd-de-bottom-beneden”-strategie. Zo kunnen we bezig blijven natuurlijk. Dat is misschien wel de bedoeling. Vlaanderen in Actie moet minstens in de perceptie voortleven.

Dat de minister eigenlijk al over een uitgebreid pallet aan adviesorganen beschikt, zal haar toch niet ontgaan zijn? Dat hoop ik toch. Er zijn officiële, door de Vlaamse regering ingestelde strategische adviesorganen die onverdroten en vaak ongevraagd schitterende adviezen aanleveren, er zijn steunpunten voor elke smaak en keur en er zijn belangenbehartigers. Ze werken hard, en leveren heel degelijke adviezen af. Goed onderbouwd, helder, en vooral, ze zijn gedragen door een breed werkveld.
Waarom de Cultuurminister nog een aparte advieslijn heeft ontwikkeld, is even rationeel te verklaren als de uitkomst van de belspelletjes op televisie. Nikske rationeel dus. Emotioneel dan, omdat cultuur het hart en de mind van de cultuurminister doet opspringen van genot? Het antwoord kent alleen zijzelf. Of om politieke redenen? Omdat ze dan zelf de regels en de uitkomst in de hand heeft? Omdat ze voor de rest bitter weinig realiseert? Ik vrees voor zoiets. Maar ik zou zijne excellentie toch willen waarschuwen: na het keren van de matrassen – de Vlaamse regering zit bij de jaarwende halverwege haar legislatuur – word je niet meer beoordeeld op wat je belooft te zullen doen, maar wat je effectief hebt gedaan of mee aan de slag bent. Tot dan geloven mensen in goede wil, in mooie woorden en in uitgesteld plezier, maar daarna keert dat alras om in wantrouwen, in verwijten en in knagende honger. De ‘belofte’ om voor de kunstenronde vanaf 2012 een bedrag uit te trekken dat niet hoger is dan door de crisis geteisterde budget van 2010, zette veel kwaad bloed.

Natuurlijk is het een uitdaging voor velen om mee te doen met zo’n Cultuurforum. Erbij te horen. Een hunkering waar de minister handig op inspeelt door te pas (en vooral ook ten onpas) te goochelen met het ‘we’-gevoel. ‘We’ moeten samen denken en samen werken, ‘we’ moeten creatief werken aan een beter beleid, ‘we’ moeten extra middelen verantwoorden. “We” wordt ingezet om een ‘band’ te creëren met de culturele sector, waar het haar uitkomt, nl. waar er keuzes zouden gemaakt moeten worden. Heel erg handig om te alluderen op een band met de sector, die er in wezen totaal niet is . “We” gebruikt ze als ze de verantwoordelijkheid van zich af wil schuiven.
De ‘ik’-vorm wordt enkel gebruikt wanneer het om verwezenlijkingen (hoe bescheiden ook) van dat gemeenschappelijk werk gaat. Bijvoorbeeld over dat Charter: “ik heb daar meer dan 4 maanden aan gewerkt met de sector”. Ze heeft daar nul komma nul aan gewerkt, de sector heeft dit helemaal zelf geschreven en ze heeft dit gewoon in dank aanvaard.

Het Cultuurforum lijkt wel de grote Joke Schauvliege-show. Echt kritisch ging het er niet aan toe. Iedereen mocht braafjes meedoen. Immers, straks komt er wel een subsidieronde, en de meesten zijn geen klein beetje bang voor de toekomst van de eigen subsidie. Gebrek aan moed in de culturele sector zelf? Jaknikkers en gatlikkers samen? Weinigen durven hardop uiten wat zij in de wandelgangen zeggen; wandelgangen die andermaal veel interessanter waren dan het officiële gedeelte? Daar hoor je onbevangen kritiek. In de zaal klinkt een beleefd applaus, al waren er al veel mensen naar huis vertrokken, omdat het ‘zo boeiend’ was.
Dat er bij de aangekondigde snoeibeurten – ja, want de versnippering moet worden tegengegaan, een eufemisme voor besparingen - slachtoffers zullen vallen, weet iedereen. Alleen, dat zal wel bij de anderen gebeuren, niet bij ons. Dat denken velen toch .... En dus is er zeker geen sprake van solidariteit in het verzet tegen dit visieloze non-beleid. Van een Cultuurminister zou je verwachten dat ze inhoudelijke kaders bepaalt, grote lijnen trekt, prioriteiten vastlegt, voor budgetten vecht. Niks daarvan. De beoordelingscommissies zullen het vuile werk moeten opknappen. Waarom ze daartoe bereid zouden moeten zijn, is me een levensgroot raadsel.

“Dames en heren, zeg nu zelf…”was ook een zinnetje dat vaak terugkwam (waarbij steevast haar handen op het spreekgestoelte gedesideerd naar voren werden geschoven, kwestie van haar charisma met lichaamstaal te versterken). Een dooddoener van jewelste, dat betekent zoveel als ‘als je niet akkoord gaat met wat ik zeg, dan ben je ofwel een domoor ofwel een notoire conservatief’, terwijl de inhoud van de boodschap niet zo onomstreden is. Een voorbeeld: dit zinnetje werd gebruikt om de dubbelsubsidiëring vanuit meerdere overheidsniveaus ter discussie te stellen, en in één beweging ook de interne staatshervorming, die dit probleem zou oplossen, te omarmen. Ik weet het zo nog niet… Ik vraag me af waarom het fout is dat organisaties én Vlaams én provinciaal gesubsidieerd worden, als ze voor deze beide niveaus en hun beleidsprioriteiten zinvol werk leveren? Er wordt schrik gezaaid om gehoorzaamheid te oogsten. Beheersbaarheid is de echte reden. Verpakt als administratieve vereenvoudiging. Ik ken veel mensen die liever meer dossiers schrijven dan in een keurslijf te zitten waar niet uit te breken valt.

Alsof de cultuursector niets beters te doen heeft dan als bloempot te fungeren voor een pose van ‘participatieve beleidsvoering’ ter meerdere eer en glorie van een Cultuurminister. Het huiswerk van de sector is al twee keer gemaakt en gepresenteerd (Cultuurforum 1 en 2), nu is het aan de minister om haar huiswerk te maken.
Mevrouw de minister, u moet een beleid voeren, keuzes maken, vechten voor ‘uw’ sector.

De namiddag eindigde met de Grote Prijs Joke Schauvliege. Jan Hoet kreeg geheel terecht de prijs voor algemene culturele verdienste. Bravo Jan.
Zie je wel dat ik een positivo ben.

ingediend onder Mijn gedacht • (0) ReactiesPermalink Bookmark and Share

pagina 3 van 44  < 1 2 3 4 5 >  Laatste ⟩

boek


februari 2012
z m d w d v z
     1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 29      

Abonneren

Zoeken


Muziek

This text will be replaced by the flash music player.

Bart Caron met contrabas (foto: Viviane Decock)

foto Viviane Decock

 

Nieuws


© 2009 - Bart Caron   //   Design: Het Concept / Matthias Malfr