vrijdag 19 maart 2010,

Bart Caron

image

Toenemend aantal klachten over geluidsoverlast

ingediend door Bart Caron op 18/11/2004 om 00u00

Vraag om uitleg van de heer Bart Caron tot de heer Kris Peeters, Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, over het toenemend aantal klachten over geluidsoverlast en de maatschappelijke verzuring die daarvan de oorzaak is.

De heer Bart Caron
: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, ik heb deze vraag eerst gesteld aan minister Vervotte en minister-president Leterme, want ik dacht dat het misschien te maken had met het welzijn van de Vlamingen of met overheidscampagnes en sensibilisering. Mijnheer de minister, uiteindelijk werd geoordeeld dat ik deze vraag aan u moet stellen.
Het is een thematiek die veel verder reikt dan de bevoegdheid van deze commissie. Het typeert de werking van onze organen en van het parlement dat we last hebben van verzuring en transversale en horizontale problematieken, maar dat we er geen sectorale antwoorden op kunnen formuleren. Geluidsoverlast is maar één aspect, we zouden het ook kunnen hebben over sluikstorten, wat ook veel ruimer is dan de afvalproblematiek.

Ik heb de vraag opgesteld op 12 oktober, zodat in mijn vraag enkel voorbeelden tot die datum zijn opgenomen. Ik heb nadien nog wat zaken opgezocht en heb een heel pak voorbeelden van verzuurde onderwerpen verzameld.
In sommige gevallen kan geluidsoverlast lastig zijn voor buurtbewoners, en zijn de klachten terecht. Het is een ernstig probleem, waarbij we soms de grenzen van de verdraagzaamheid en het goed fatsoen overschrijden.

Ik wil toch even mijn laatste ervaring meegeven. Zaterdagavond nam ik de trein van Sint-Truiden naar Kortrijk en werd vergezeld door zowat 1.000 technoliefhebbers, die naar de I Love Techno-fuif in Gent gingen. Ze hadden er plezier in met fluitjes - die ook door scheidsrechters worden gebruikt - de trein te onderhouden. Ik kan u verzekeren, soms kan geluidsoverlast ergernis opwekken.
Steeds meer mensen klagen over dergelijke onderwerpen. Ook de pers gaat volgens mij niet vrijuit, maar daar gaat het vandaag niet over. Het betreft hier kerkklokken die steeds minder mogen luiden, fuifzalen die worden gesloten en skateboards die te veel lawaai produceren. De andere voorbeelden zal ik jullie besparen. Iedereen weet ondertussen waarover het gaat.

Ik vraag me af of de Vlaamse overheid een bijdrage zou kunnen leveren om iets aan deze problematiek te doen of om deze tendens te keren en wil draarom graag de volgende vragen aan u stellen:
- Zouden we de mensen door middel van een sensibiliseringscampagne op de radio, op de televisie en in de geschreven pers tot meer verdraagzaamheid kunnen oproepen? Ik weet dat de communicatiebudgetten steeds kleiner worden.
- Bestaan er misschien betere strategieën om het welbehagen van de Vlamingen te verhogen?

Minister Kris Peeters: Mijnheer de voorzitter, zoals gewoonlijk heb ik heel wat documentatie meegebracht. Ik ben niet van plan alles wat ik op papier heb hier uitgebreid toe te lichten. Ik zal de leden van deze commissie alles bezorgen, zodat ze deze teksten eens op een rustig moment, ongehinderd door lawaai, kunnen doornemen.
Ik wil het eerst even over de feiten hebben. Aangezien hierover regelmatig studies worden uitgevoerd, beschikken we over heel wat objectieve gegevens. Zo berekent het Milieu- en Natuurrapport het aantal potentieel ernstig door geluid gehinderden. Het percentage potentieel ernstig gehinderden is gedurende vele jaren ongeveer constant gebleven. Uit een schriftelijke bevraging van de Vlaamse bevolking, het Leefomgevingsonderzoek, is gebleken dat de ernstige geluidshinder niet aanzienlijk is toegenomen. De objectieve onderzoeksresultaten komen niet overeen met de stijging van het aantal klachten. De objectieve gegevens waarover we beschikken, staan haaks op de gevoeligheid bij de bevolking.

Mijns inziens, zijn er verschillende redenen voor de stijging van het aantal klachten. Zo is de burger mondiger geworden. Dit is een goede zaak. Het aantal meldpunten is gestegen. Op die manier heeft de burger de indruk gekregen dat hij iets kan doen, en dat leidt tot een stijging van het aantal klachten. De media-aandacht is hier al even ter sprake gekomen. De actiegroepen zijn steeds beter georganiseerd. Ook hier is op zich niets mis mee.
Vooral met betrekking tot de luchthavens is het aantal klachten spectaculair gestegen. Tijdens de discussies over DHL heb ik dagelijks honderden e-mails over geluidshinder ontvangen. Dat deze actiegroepen goed zijn georganiseerd, betekent uiteraard niet dat ze deze berichten geheel onterecht de wereld hebben ingestuurd.
De gevoeligheid voor geluidshinder is gestegen. Dit is evenwel geen Vlaams of Belgisch probleem. Ik heb wat onderzoek bij elkaar gezocht, bijvoorbeeld in Nederland. Ook hier kunnen we zien dat de hinder is toegenomen alhoewel de geluidsbelasting is gedaald. Ik heb ook cijfers van Zwitserland. In Vlaanderen kunnen we een gelijkaardig resultaat uit onderzoek aanhalen. De gerapporteerde geluidshinder door de luchtvaart neemt in Vlaams-Brabant toe tussen 2001 en 2004. Deze toename is niet in overeenstemming met de evolutie van de gemeten en berekende parameters.

Ik stel de zaak algemeen. Een van de sociologische theorieën is dat onze maatschappij steeds meer gericht geraakt op de risico's, bedreigingen en negatieve effecten van de geïndustrialiseerde maatschappij. Voorbeelden van dergelijke risico's zijn onder meer schade aan het leefmilieu, de nucleaire uitstraling, de voedselveiligheid en dergelijke. Dit is een vrij ruime tendens die zich in heel Europa voordoet.
Het probleem heeft te maken met een veranderend maatschappijbeeld, het wegvallen van vertrouwen en andere elementen, die ertoe leiden dat er meer klachten zijn niettegenstaande er objectieve gegevens voorhanden zijn die aantonen dat de geluidshinder niet gevoelig stijgt. U hebt verwezen naar sensibiliseringscampagnes. Het is opgenomen in het milieubeleidsplan 2003-2007, zeker aangaande burenhinder, dat eerst met elkaar praten nuttig kan zijn. Aan de veroorzaker kunnen we zeggen: denk na alvorens lawaai te maken. Er is ook de ontvanger. Ik denk dat spreken met uw buren, alvorens klacht in te dienen, meer aangewezen lijkt, ook al zijn er juridische elementen en kan men naar de rechtbank stappen. We moeten dit meer stimuleren, hoewel dat niet eenvoudig is.

Het welbehagen van elke Vlaming verhogen is geen gemakkelijke opdracht maar daarvoor zitten we onder meer hier. Eenduidige oplossingen zijn er ook niet. De overheid kan niet alles en kan het niet alleen. Bouwen aan een beter Vlaanderen is de opdracht van iedereen. Het Vlaams regeerakkoord bevat daartoe een aantal belangrijke aanzetten en dat is evident.

De heer Bart Caron: Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik ben het ermee eens dat er geen pasklaar antwoord bestaat en dat we geen wondermiddel in de kast hebben liggen, noch een perfecte sensibiliseringscampagne hebben om de problemen op te lossen. Het zal vooral via goed bestuur moeten worden aangepakt.
Mijn vraag is niet specifiek gericht op de veroorzaker of de ontvanger, maar op de beide kanten van het verhaal. Het gaat over een maatschappelijk fenomeen dat we in de gaten moeten houden. Handhaving is één facet, daar hebben we juridische instrumenten voor nodig. Het is echter ook een kwestie van mentaliteit en daar moeten we bijzonder veel aandacht aan blijven besteden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De voorzitter: Het incident is gesloten.

ingediend onder in de commissies • (0) Reacties • (0) TrackbacksPermalink

Kartelvorming in de media

ingediend door Bart Caron op 28/10/2004 om 00u00

Vraag om uitleg van de heer Bart Caron tot de heer Geert Bourgeois, Vlaams minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme, over de kartelvorming in de media.

De heer Bart Caron:
Mijnheer de minister, collega's, zal de Vlaming morgen nog voetbalverslagen kunnen bekijken op een openbare zender, zonder er extra voor te betalen? Verkopen Telenet of Belgacom binnenkort de verslagen van de wielerklassiekers via eigen digitale kanalen? Komt er straks een zakelijke verstrengeling tussen bijvoorbeeld Tiscali en SBS, en krijgen we binnen enkele jaren 10 uur voetbal gratis bij een gsm-abonnement? Moet je straks een computer hebben om de Olympische Spelen te kunnen bekijken?
We gaan naar een tijd waarbij de grenzen tussen televisie, telefoon, gsm, internet, PDA's en andere dragers vervagen. Sommige zenders en mediagroepen bereiden zich voor op deze verstrengeling en wetenschappelijk-technologische evolutie. De samenwerking tussen de VRT en Belgacom om een gooi te doen naar het voetbalcontract is hier een voorbeeld van.

Telenet reageerde heel sterk tegen deze verstrengeling, want voor deze firma zou dit wel eens de doodsteek kunnen betekenen. Door met de VRT samen te werken kan Belgacom op korte termijn zo'n groot marktaandeel verwerven, dat Telenet eronderdoor gaat. Ook Telenet gaat op zoek naar een contentpartner, een televisiemaker die dit concurrentieel nadeel kan helpen ondervangen. Telelet heeft nu al Canal+ in de portefeuille, en is dus ook op weg naar zakelijke vermenging.
We stellen een verweving vast tussen de distributie van informatie en communicatiesignalen enerzijds, en de inhoud van televisie en internet anderzijds. Projecten zoals Vlaanderen Interactief zijn voorbeelden van experimenten op het digitale terrein.

Belgacom heeft al meermaals aangekondigd dat vanaf 2005 digitale signalen worden doorgestuurd via de nieuwe technologie VDSL, de opvolger van ADSL. Naar verluidt zullen 100 kanalen aangeboden worden. Dat is veel meer dan wat de breedband van Telenet aankan. Wellicht past ook het voetbalcontract in dit soort acties.
Om de speciale signalen te ontvangen op een tv-toestel, moet een settopbox het signaal decoderen. Dit doet me denken aan vroegere tijden, toen ik een bakje van de kabelmaatschappij moest huren om het signaal te decoderen voor mijn zwart-wittelevisie.
Telenet wordt in belangrijke mate door buitenlandse commerciële zakengroepen gecontroleerd. Liberty Media heeft 21,4 percent van de aandelen van Telenet in handen. De GIMV en de intercommunales denken eraan aandelenpakketten op de markt te brengen. Als ook die in handen komen van Liberty Media, hebben we een nog sterkere verstrengeling en wordt de Vlaamse verankering van Telenet doorbroken. Mijnheer de minister, dan zult u nog minder dan vandaag kunnen bepalen hoe met de signalen van onze 'contentmakers' wordt omgesprongen.

In het Vlaams regeerakkoord staat: 'We houden een pluriform medialandschap in stand met een gewaarborgde toegang tot een divers en kwaliteitsvol aanbod, waarin technologische innovaties en nieuwe mediatoepassingen geïntegreerd worden, zonder verhoging van de kostprijs.' En verder: We geven particuliere initiatieven op audiovisueel vlak zonder discriminatie voluit kansen.' Dat zijn twee elementen uit het regeerakkoord.

De kijker moet investeren in verschillende settop-boxen omdat de digitale technologie verschillend is. We krijgen de vermenging met een dreigende monopolisering en het verdwijnen van de controle erop naar het buitenland. Open net komt onder druk te staan. Ook in dat verband zijn er voor de digitale televisie geen regels in verband met de zogenaamde must carrypakketten die op de digitale kabel moeten worden aangeboden.
Mijnheer de minister, is het zinvol een strikte scheiding te maken tussen kabelactiviteiten - ik bedoel daarmee de distributie van communicatiesignalen - en activiteiten op het vlak van productie en aankoop van televisie- en radioprogramma's? Ik verwijs ook naar de elektriciteitsmarkt waar is voorzien in een scheiding tussen verschillende activiteiten: productie, distributie en verkoop. Op die manier wordt ook duidelijk welke rol telecombedrijven kunnen spelen op het vlak van digitale televisie.

Is er ook geen sprake van koppelverkoop als VRT, Belgacom,VTM, VMMa en Telenet programma's in exclusiviteit aanbieden aan de kabelabonnees? De bedoelde scheiding van activiteiten zal dan wel via wetten en decreten moeten worden geregeld. Vandaag bestaan daarvoor geen regels. Zo'n scheiding zal alle aanbieders een eerlijke concurrentiebasis garanderen.

Daarom mijnheer de minister had ik u graag volgende vragen gesteld:
- Welke initiatieven zult u nemen om te vermijden dat we twee of meerder settopboxen op ons televisietoestel moeten plaatsen?
- Komt er een decreet dat de minimale dienstverlening moet verzekeren? Ik heb het dan over de verspreiding van signalen op digitale wijze. Zo kan wettelijk worden vastgelegd waar de kijkers recht op hebben. Is het niet aangewezen de kijkers daar zelf bij te betrekken?
- Bent u het met me eens dat we best vastleggen wat een basispakket juist omvat? Is het niet nodig om terzake te peilen naar de mening van de kijkers?
- Erkent u de noodzaak om dringend en per decreet de minimale dienstverlening vast te leggen voor interactieve digitale televisie zodat niet alleen een eerlijke concurrentie mogelijk wordt, maar de kijker ook een degelijk basispakket wordt gegarandeerd tegen een lage kostprijs, zoals dat in het regeerakkoord staat?

Minister Geert Bourgeois: In de analyse van de heer Caron zitten heel wat raakpunten met elementen uit mijn beleidsnota. Ik sluit me ook aan bij de heer Stassen wanneer hij zegt dat er een bredere discussie moet worden gevoerd.
Het is een veelomvattende problematiek. Er is 9 jaar geleden voorspeld dat zich een aantal convergenties zouden voordoen en blijkbaar zijn er nog een aantal bijgekomen. Daardoor overstijgt dit probleem onze mogelijkheden en bevoegdheden. Niemand heeft dan ook een pasklaar antwoord hiervoor.
Als gevolg van de technologische ontwikkelingen, in het bijzonder de digitalisering en de convergentie tussen omroep, telecommunicatie en informatietechnologie, maakt het Vlaamse medialandschap een aardverschuiving door. Wat daarbij het meest opvalt, is dat de vroegere natuurlijke koppeling tussen een specifiek medium en zijn distributiekanaal nu totaal achterhaald blijkt. De zoektocht naar een nieuw evenwicht zal bijzonder moeilijk zijn en is niet zomaar voorspelbaar. Intussen worden we vanuit het beleid geconfronteerd met allerlei nieuwe vragen en uitdagingen.
Het is onze bekommernis om in al deze turbulentie een pluriform medialandschap in stand te houden dat leidt tot de creatie van een kwaliteitsvolle inhoud waarvoor een gerechtvaardigde toegang gegarandeerd blijft. Dit moet mogelijk zijn zonder dat de lezer, de kijker, de luisteraar of de deelnemer - gezien de steeds grotere interactiviteit - onnodig op kosten worden gejaagd.

Ook de rol van de openbare omroep komt hier ter sprake. Dit wordt een van de aandachtspunten van mijn beleid. De strikte scheiding die er vroeger was tussen de verschillende media vervaagt. De een-op-een-relatie die er vroeger was tussen de creatie van inhoud en het betrokken distributieplatform valt weg.
In het debat dat we zullen voeren naar aanleiding van de nieuwe beheersovereenkomst van de openbare omroep, zullen we opnieuw worden geconfronteerd met het wegvallen van deze eenduidige koppeling tussen inhoudscreatie en distributieplatform. Mijn antwoorden op uw vragen kunnen dan ook niet de ultieme antwoorden zijn.
De vraag naar de wenselijkheid van een strikte scheiding tussen het transport, hier toegespitst op transport via de kabel, en de inhoudsverwerving en productie, is een zeer complex probleem. We worden immers geconfronteerd met tegenstrijdige elementen.

Een onmiddellijk scheiding tussen de verschillende activiteiten is op dit ogenblik niet mogelijk. Canal+ Vlaanderen is een onderdeel van Telenet, en de VRT verzorgt de transmissie van de eigen omroepprogramma's. De scheiding van activiteiten - omroep en distributie - moet transparant zijn en aansluiten bij de nationale en Europese mededingingsregels. Omwille van de economische leefbaarheid, zeker in een kleine mediamarkt als Vlaanderen, kan een zekere vorm van samenwerking of omvattende benadering van de inhoudsproductie en het transport niet volledig worden uitgesloten. Belangrijk hierbij is dat dit, in voorkomend geval, niet leidt tot concurrentievervalsing.
Dit brengt ons bij de problematiek van de concentratie en van het behoud van Vlaamse spelers in deze convergerende wereld. In mijn beleidsnota staat dat de overheid als objectieve en billijke regelgever en facilitator de gulden middenweg wil bewandelen tussen het toelaten van concentratie en het aanmoedigen van concurrentie. Ik deel de bezorgdheid van de heer Caron dat de Vlaamse kijker of luisteraar zou kunnen worden geconfronteerd met het verschijnen op de markt van twee of meer settopboxen. Dit willen we vermijden.

De evolutie naar digitalisering gaat gepaard met zeer hoge investeringen. Deze investeringen gebeuren bovendien op verschillende domeinen vermits alle netwerkoperatoren hun netwerk geschikt willen maken voor het digitaal transport van omroepsignalen. Er zijn dus investeringen in de sector van de kabeldistributie - Telenet -, de telecommunicatiesector - Belgacom - en ook draadloze terrestriële netwerken - momenteel enkel de VRT.
De problematiek van de distributienetwerken en vermijden dat mensen meerdere settopboxen moeten aanschaffen, is ook nauw verwant met het standaardisatieproces. De Vlaamse overheid zal blijven aandringen op het gebruik van apparatuur die werkt volgens open standaarden. Helaas zijn de processen van innovatie en standaardisatie niet steeds volledig te verzoenen, zeker in een divers landschap met meerdere kanalen. Voor elk dossier dat raakvlakken heeft met deze problematiek zullen we blijven ijveren voor één open standaard. Voor het verplicht opleggen van het gebruik van één standaard staan in het Europees regelgevend kader evenwel geen dwingende aanknopingspunten.

Ik reken erop dat de marktspelers alles zullen doen opdat de klant zo weinig mogelijk settopboxen moet kopen. Het IDTV-project was in dit opzicht een goede start, gelet op de betrokkenheid van alle Vlaamse kabelmaatschappijen en grote Vlaamse omroepen. Dergelijke vormen van samenwerking kunnen geenszins als een kartel worden beschouwd.
Met de omzetting op Vlaams niveau van het Europees regelgevend kader telecommunicatie door het decreet van 7 mei 2004 is meteen ook de must-carry-regeling aangepast en geconformeerd met de door Europa opgelegde verplichtingen. Dit houdt in dat het aantal omroepen met een must-carry-statuut beperkt werd. Dit nieuwe, beperkte systeem van must carry is van toepassing op de kabelnetwerken. Een kabelnetwerk wordt in de decreten gedefinieerd als een elektronisch communicatienetwerk dat programmasignalen, al dan niet in gecodeerde vorm, geheel of gedeeltelijk via elk soort van draad aan derden doorgeeft. Concreet betekent dit dat de must-carry-regeling van toepassing is op het kabelnetwerk van Telenet.
Om nieuwe aanbieders van omroepprogramma's - ik denk daarbij in de eerste plaats aan Belgacom - in overeenstemming met de Europese regelgeving kansen te geven, kon in de gecoördineerde mediadecreten geen must-carry-verplichting worden opgelegd. Dat kan slechts indien dergelijk netwerk over een groot aantal abonnees beschikt en een groot aantal omroepprogramma's aanbiedt.

Binnen de beperkte must-carry-regelgeving die momenteel van toepassing is, zijn voor de analoge uitzendingen onder andere programma's van de openbare omroep en de regionale omroepen opgenomen, rekening houdend met hun zendgebied. In geval van digitale uitzendingen zijn alle regionale omroepen opgenomen onder de must-carry-regeling voor zover deze programma's binnen een digitaal pakket tegen betaling worden aangeboden.
Naast de programma's van de openbare en regionale omroepen vallen ook volgende omroepprogramma's onder de must-carry-regeling: twee radio- en twee televisieprogramma's van de openbare omroep van de Franse Gemeenschap, het radio-omroepprogramma van de Duitstalige Gemeenschap, twee radio- en televisieprogramma's van de Nederlandse openbare omroep. Hiermee ontstaat een minimumaanbod dat onder druk van Europa niet verder kon worden aangevuld.
Een tweede bepaling uit de regelgeving die erop gericht is om een zo ruim mogelijk aanbod in open net te creëren, heeft te maken met de opmaak van een lijst van evenementen die van aanzienlijk belang voor de samenleving worden geacht. De op deze lijst opgenomen evenementen mogen niet zodanig op een exclusieve basis worden uitgezonden dat een belangrijk deel van het publiek van de Vlaamse Gemeenschap deze evenementen niet via rechtstreekse of uitgestelde verslaggeving op de kosteloze televisie kan volgen. Mijnheer Caron, u suggereert in deze context ook te peilen naar de verwachtingen van de kijkers. Met de in mijn beleidsnota aangekondigd enquête naar het verwachtingspatroon ten aanzien van de openbare omroep, meen ik dat ook dit naar boven zal komen.

Er bestaan voor het ogenblik wel degelijk een aantal maatregelen die een minimale dienstverlening garanderen, toch zeker voor wat betreft het aanbieden van omroepprogramma's via omroepnetwerken. Dergelijke stringente verplichtingen zijn niet opgenomen voor de aanbieders van via aardse zenders opgebouwde radio-omroepnetwerken en televisieomroepnetwerken. In mijn beleidsnota heb ik aangekondigd dat een adequaat beleid met betrekking tot de diverse distributieplatformen, dat garant staat voor een divers en kwaliteitsvol media-aanbod, noodzakelijk is. Tevens is gesteld dat bijzondere aandacht besteed moet worden aan een oordeelkundig en toekomstgericht spectrumbeheer bij de overgang van analoge naar digitale uitzendingen. Ik wil laten onderzoeken hoe de nieuwe digitale netwerken optimaal kunnen worden gepositioneerd in het geheel van netwerken. Het is immers mijn bedoeling om via onderzoek na te gaan hoe het spectrum op een optimale, onafhankelijke en objectieve wijze kan worden beheerd teneinde de mogelijkheden maximaal te benutten, met hierbij de garantie dat de openbare en andere Vlaamse omroepen toegang hebben.
We staan voor immense uitdagingen die we grotendeels zelf niet in handen hebben. Ik heb een aantal principes geschetst in mijn beleidsnota die ons moeten toelaten dit te benaderen. Het gaat om het belang van de kijker en luisteraar, de toegankelijkheid en betaalbaarheid moeten worden gegarandeerd en er moet oog zijn voor pluriformiteit. Vanuit die principes moeten we de problematiek benaderen. We moeten ook rekening houden met de Europese regelgeving en de immense evoluties. Op die manier moeten we proberen tot een passende oplossing te komen.

De heer Bart Caron: Mijnheer de minister, ik dank u voor uw uitgebreide antwoord. Ik heb begrepen dat we in de toekomst ongetwijfeld op dit onderwerp zullen terugkeren. Ik ben blij dat u er blijvend aandacht aan zult besteden. Ik heb begrepen dat de Europese en nationale normering niet altijd gunstig zijn voor Vlaanderen. We zijn een klein taalgebied. Ik roep de minister op om, als hij er de gelegenheid toe krijgt, in Europees verband de eigenheid van ons kleine taalgebied te bewaken.
Ik deel de drie basisprincipes. Ik betreur wel een beetje dat het must-carry-pakket voor de digitale drager niet zo duidelijk en zeer beperkt is. Ik vind dat een potentieel verlies voor ons kleine taalgebied. De Vlaming heeft recht op buitenlandse televisie in zijn basispakket zonder extra betaling. Ik ben blij dat we open standaarden krijgen. Dat is een belangrijk punt om concurrentievervalsing tegen te gaan.

ingediend onder in de commissies • (0) Reacties • (0) TrackbacksPermalink

BOIC

ingediend door Bart Caron op 20/10/2004 om 00u00

Actuele vraag van de heer Bart Caron tot de heer Bert Anciaux, Vlaams minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel, over de taakstelling van het BOIC.

De heer Bart Caron (Op de tribune): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, ik sluit me aan bij de vorige spreker, maar wens ook een ander accent te leggen. Er is namelijk sprake van een trendbreuk in het land. Het BOIC is een soort bastion van het belgicisme. Naar goede oude Belgische gewoonte zijn daar altijd voorzitters aangesteld bij consensus. Dat was zo geregeld dat de machtigen in de samenleving hun krachten bundelden en een geschikte voorzitter kozen, die het elan van het belgicisme verder kon uitstralen. Dat is echter voorbij.
Merkwaardig genoeg stellen twee sportbonden, de Vlaamse sportfederaties VSF en AISF, een andere kandidaat voor dan degene die normaliter op grond van een consensus in de overlegorganen zou worden voorgedragen. Belangrijker zijn echter de uitspraken die de VSF hierover doet. Ze hebben immers bijzonder grote gevolgen voor het Vlaams topsportbeleid.

De secretaris-generaal van het VSF, de heer Poppe, werd gisteren in De Morgen als volgt geciteerd: 'Het BOIC moet zich aanpassen aan de staatsstructuren en zich concentreren op zijn core bussiness, de selectie van atleten.' In hetzelfde artikel staat ook een citaat van de voorzitter van de VSF, de heer Van Esser: 'Er komt een dag dat het BOIC nog slechts onze atleten zal uitzenden naar de spelen, en dat we al het andere, tot en met de topsportprogramma's, in eigen Vlaams beheer zullen onderbrengen. Er is dus niet alleen een breuk in de communautaire handelwijze van het BOIC, maar ook een op het vlak van de potentiële toekomstige rol van het BOIC en het Vlaams topsportbeleid in het bijzonder.

Mijnheer de minister, deze evolutie kan van groot belang zijn als de kandidaat van de sportbonden, de heer Housiaux, wordt aangesteld. Hoe staat u tegenover de visie van de VSF dat de taakstelling van het BOIC beperkt moet worden?

Minister Bert Anciaux (Op de tribune): Mijnheer de voorzitter, dames en heren, dat er twee actuele vragen worden gesteld over de problematiek van het BOIC heeft alles te maken met het feit dat het BOIC zich niet heeft aangepast aan de staatshervorming. Dat is voor een groot deel ook de reden van het debat over de kandidaturen voor het voorzitterschap.
De Vlaamse Regering heeft op zich geen bevoegdheid op het vlak van het aanduiden van de voorzitter, maar de hele zaak is natuurlijk van groot belang voor de ontwikkeling van het topsportbeleid in Vlaanderen.
Ondertussen zijn er twee kandidaturen. Ze worden deze week onderzocht en volgende week weten we of ze worden aanvaard door het BOIC. Mijns inziens is de huidige activiteit van de heer Housiaux in strijd met artikel 3 van de statuten van het BOIC. Ik weet natuurlijk niet of hij die activiteit blijft uitoefenen in de toekomst. Op 17 december wordt over de kandidaten gestemd door de bonden. Het is natuurlijk niet zeker dat voor een van beide kandidaten zal worden gekozen.

Ik spreek me niet uit over de kandidaturen als dusdanig. Ik ga ervan uit dat in 2004 de toekomstige voorzitter van het BOIC Nederlandskundig is. Nu zijn er twee kandidaten, de heer Housiaux en de heer Beckers - en ik spreek zijn naam op zijn Frans uit. Mijnheer Van Dijck, ik zou het trouwens niet hebben over een tandem tussen de heer Beckers en Eddy Merckx, want beide heren zijn niet aan elkaar gelinkt. Niet alles wat in de pers staat, klopt.
Ik wil dat rekening wordt gehouden met het programma van de kandidaten. Het VSF stelt voor om samen met de Franstalige liga van sportfederaties te bekijken of het BOIC op een meer confederale manier kan werken. Dat interesseert me vanzelfsprekend wel. De toekomstige rol van het comité bestaat immers uit het beschikken over een nationale koepel om zich internationaal te kunnen positioneren. Het gewicht moet hoe langer hoe meer liggen bij de drie kamers, de Vlaamse, de Franstalige en de - kleine - Duitstalige.

Op termijn - en liever morgen dan overmorgen - zouden we moeten overstappen op een Nederlands model waarin de sportfederaties en het Olympisch comité worden gefuseerd of samenvallen. Het NOC-NSF vormt één orgaan. Ik pleit bijgevolg voor een fusie tussen het BOIC en de VSF. Ik pleit er ook voor dat de werking van de Vlaamse afdeling van het BOIC in de toekomst wordt samengevoegd met het topsportbeleid van Vlaanderen. Ik wil echter niet vooruitlopen op de bespreking van de beleidsnota, maar als één van de eventuele kandidaten zich daarover positief uitspreekt, dan lijkt het me niet slecht om te onderzoeken of die kandidatuur niet door de VSF en in naam van de Vlaamse sportfederaties, kan worden gesteund.
Ik zeg het nogmaals: integriteit en correctheid veronderstellen vanzelfsprekend het tegengaan van belangenbehartiging en -vermenging. Dat moet los van de kandidaturen worden bekeken. U had het over de juridische kant van de zaak, daar kan ik me vandaag niet over uitspreken. De kandidaten worden gescreend, voor mij is het belangrijkste de rol van het BOIC en de rol die de Vlaamse sportfederaties - al dan niet hand in hand met de Franstalige - zullen aannemen. Ik ben ervan overtuigd dat deze evolutie naar een meer confederale werking niet meer tegen te houden valt.

De heer Bart Caron: Ik dank u voor uw duidelijk antwoord, mijnheer de minister. Ik hoop dat de op til zijnde veranderingen kunnen doorgaan. Ik hoop dat we met een sterkere Vlaamse aanwezigheid in het bestuur bij de volgende olympiades nog veel meer atleten kunnen deelnemen en dat ze veel meer medailles kunnen halen.

ingediend onder in het halfrond • (0) Reacties • (0) TrackbacksPermalink

Mogelijke toepassingen van beeldtelefonie in de thuiszorg

ingediend door Bart Caron op 19/10/2004 om 00u00

Vraag om uitleg van de heer Bart Caron tot mevrouw Inge Vervotte, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, en tot mevrouw Fientje Moerman, vice-minister- president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel, over mogelijke toepassingen van beeldtelefonie in de thuiszorg.

De heer Bart Caron:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, geachte collega's, we leven in een periode van toenemende vergrijzing. De mensen leven langer en genieten van betere zorgvoorzieningen. We prijzen ons daar gelukkig om. Toch leidt dat tot grote druk op de residentiële en thuiszorgvoorzieningen van dit land. Die ontwikkelingen zijn een bron van geluk, maar ook van zware kosten. In mijn vraag staat het geluk van die mensen voorop.
We leven ook in een periode van snelle hoogtechnologische ontwikkelingen. Breedbandtechnologie staat toe om snel te surfen, maar ook om interactief communicatie mogelijk te maken tussen een hulpbehoevende, een dienstverlener en anderen. Dat heeft praktische gevolgen, maar ook gevolgen voor de strijd tegen verzuring en eenzaamheid. Het kan ertoe bijdragen dat mensen langer thuis, in het voor hen vertrouwde milieu kunnen blijven, en adequaat kunnen worden verzorgd. Dat laatste kan via thuisverzorging, maar ook via beeldcommunicatie, interactief en van op afstand. Experimenten in Vlaamse gemeenten tonen aan dat de betrokkenen zeer tevreden zijn. Uit wetenschappelijk onderzoek van professor Arnaert, die vandaag in Canada resideert, blijkt overigens dat zo de opname in residentiële voorzieningen vaak met een of meerdere jaren wordt uitgesteld.
Een van de knelpunten van dat soort van ontwikkelingen is, naast een probleem van coördinatie, het probleem van technologische standaarden. Communicatie via breedbandtechnologie vereist goede afspraken, zoals we ook goed moeten afspreken of we op de weg links of rechts rijden. Het ontbreken van standaarden vertraagt de implementatie van een aantal projecten. Veel gemeentebesturen, waarvan er veel aanwezig waren op de studiedag, zeggen dat ze wachten met nieuwe stappen tot er op dat vlak duidelijkheid is. Het gaat immers om relatief dure investeringen waarvan men terecht verwacht dat ze duurzaam zijn.
De aanbieders van breedbandtechnologie zijn overigens niet echt happig om op de kar te springen. In zuiver economische termen bekeken, is de markt niet zó groot. De klanten zijn zorgbehoevenden, en de investeringen zijn te duur als het de bedoeling is om louter het probleem van de vereenzaming te bestrijden. Verder staat de rol van de regie ter discussie. Verschillende actoren zoals OCMW's, gemeentebesturen en sociale diensten hebben initiatieven genomen. De mutualiteiten stellen zich terughoudend op, want ze weten niet of ze daarin een rol moeten vervullen. Dat heeft raakvlakken met het communautaire aspect, want al snel bevinden we ons op het terrein van de gezondheidszorg, de kosten voor gezondheidszorg en de terugbetaling ervan. Het gaat met andere woorden om een heel complexe zaak.

Daarom mevrouw de minister had ik u graag volgende vragen gesteld: 

- Wat is uw standpunt terzake?
- Zult u initiatieven nemen om die ontwikkelingen te stimuleren zodat binnen afzienbare tijd een groot deel van deze doelgroep in een dergelijk netwerk kan worden opgenomen?
- Hoe kan dat gebeuren? Zal dit dan gebeuren in overleg met de organisaties die op dat vlak al enige knowhow hebben opgebouwd?
- Wie moet de regierol op zich nemen in de telezorg?
- Zult u telezorg als een beleidsoptie opnemen in de beleidsnota 2004-2008?
- Kan de Vlaamse overheid een initiatief nemen inzake de standaardisering van de toepassingen? Zal het pas opgestarte IBBT dat zich voornamelijk bezighoudt met multidisciplinair onderzoek in verband met breedbandtoepassing, actief worden ingezet op dat terrein? Zo ja, hoe zal dat dan gebeuren?

Minister Inge Vervotte: Ik wil de ontwikkelingen in het kader van de videotelefonie nauwgezet opvolgen in het kader van de concrete toepassingsmodaliteiten in de thuiszorg. Deze modaliteiten zijn zeer veelzijdig: alarmering, toezicht, advisering, lotgenotencontact, ondersteuning mantelzorg, zorgcoördinatie, enzovoort. Ik wil hierbij vertrekken vanuit de concrete vragen en noden van de patiënt. Ik pleit niet voor een veralgemeende toepassing van de nieuwe technologieën vanuit de vele mogelijkheden die zij bieden. De technologie moet een aanvullende plaats krijgen binnen de zorg. Rekening houdend met deze randvoorwaarden wil ik de nieuwe technologische ontwikkelingen in mijn beleid stimuleren. Hiertoe zal ik contact opnemen met de technologieaanbieders, de zorgaanbieders, het IBBT en de Vlaamse wetenschappelijke instellingen die onlangs nog onderzoek hebben gedaan over dit thema.
Op termijn wil ik de mogelijkheid onderzoeken om het gebruik van technologische hulpmiddelen structureel te ondersteunen. Daarbij krijgen zowel de klassieke telecaretoepassingen, als de personenalarmeringssystemen en de vernieuwde systemen die gebruikmaken van videotelefonie een plaats.
De toepassing van videotelefonie in de thuiszorg valt onder de regie van de Vlaamse overheid. Deze overheid moet de gebruikers voldoende kwaliteitsgaranties kunnen bieden. Deze garanties betreffen niet enkel het technologische aspect en de nood aan technologische standaarden, maar evenzeer de kwaliteit van de verstrekte zorg- en dienstverlening. Ik pleit er dan ook voor dat het technologische hulpmiddel wordt geïntegreerd in de bestaande dienstverlening van de door de Vlaamse overheid erkende diensten en organisaties in de thuiszorg. In mijn beleidsnota is in het hoofdstuk Ouderen, rubriek Thuiszorgondersteuning, een apart onderdeel opgenomen over het stimuleren van het gebruik van technologische hulpmiddelen.

Wat uw laatste vraag betreft, antwoord ik mede namens minister Moerman. De Vlaamse Regering staat volledig achter de ontwikkeling en het gebruik van open standaarden en/of open specificaties. Dit stemt overeen met het advies dat de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid op 22 januari 2004 heeft geformuleerd over Open Source Software. Daarin pleit de VRWB unaniem voor open standaarden en voor een stimulerend beleid van de Vlaamse overheid.
Open standaarden zijn specificaties of beschrijvingen die publiekelijk beschikbaar zijn en die voldoende gedetailleerd en duidelijk zijn zodat op basis van de beschrijving een volledig functionerende implementatie kan worden geschreven. Ze worden goedgekeurd door een onafhankelijke standaardenorganisatie. Bij gebrek aan een open standaard kan worden teruggevallen op een open specificatie. Een open specificatie is hetzelfde als een open standaard, maar is niet goedgekeurd door een onafhankelijke standaardenorganisatie.
Het gebruik van open standaarden en/of open specificaties is een essentiële vereiste voor een goed functionerende en gezonde mededinging in de sector van de informatie- en communicatietechnologieën waartoe ook de technologieën in de telezorgsector behoren. De Vlaamse Regering zal van de ontwikkeling en het gebruik van open standaarden en/of open specificaties dan ook een principiële voorwaarde maken voor alle projecten waarin zij als ondersteunende partner, al dan niet financieel, optreedt.
In 2004 werd het IBBT opgericht. Het convenant tussen de Vlaamse Regering, het IWT en het IBBT voorziet onder andere in een programma 'e-gezondheidszorg en ouderenzorg'.

De heer Bart Caron: Ik ben het ermee eens dat de noden van de patiënt het vertrekpunt moeten zijn van de zorgverlening. De technologie is daarbij een belangrijk hulpmiddel maar kan natuurlijk nooit centraal staan. In bepaalde instellingen heerst er echter een zeker conservatisme. Zij vrezen dat technologische ontwikkelingen de persoonlijke zorg of de thuiszorg zouden kunnen indijken. Dat is de reden van mijn vraag niet.
Gelet op het feit dat er heel wat belangengroepen bij betrokken zijn, vraag ik de minister niet te snel beslissingen over het beheer van de projecten te nemen. Men kijkt immers altijd toe wie er de kastanjes uit het vuur zal halen. Vaak staan er mensen aan de kant te kijken wie het eerst in de beek zal vallen. Het is daarom goed om open standaarden te gebruiken en de juiste gesprekken te voeren. Mijn bezorgdheid gaat uit naar de bestaande expertise en ik vraag de minister deze ook in rekening te brengen.

ingediend onder in de commissies • (0) Reacties • (0) TrackbacksPermalink

Verbod op alcoholreclame

ingediend door Bart Caron op 06/10/2004 om 00u00

Actuele vraag van de heer Bart Caron tot mevrouw Inge Vervotte, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over eventueel overleg met de federale overheid betreffende een mogelijk verbod op alcoholreclame en de gevolgen hiervan.

De heer Bart Caron (Op de tribune): Mijnheer de voorzitter, dames en heren ministers, collega's, tijdens het afgelopen weekend was er in de pers heel wat te doen over het zogenaamde alcoholplan van federaal minister van Volksgezondheid, de heer Demotte. Hij wil de reclame voor alcohol aan banden leggen. Hij schuift daarbij een aantal specifieke voorwaarden en bepalingen naar voren die te maken hebben met reclame die gericht is op jongeren onder de 16 of 18 jaar.
De motieven van minister Demotte zijn van preventieve aard. Hij maakt in zijn plan echter geen onderscheid tussen licht alcoholische dranken en sterk alcoholische dranken. Er is ook geen overleg geweest met de doelgroep. Met de doelgroep bedoel ik niet alleen de drankproducenten maar ook de consumenten, en dan meer bepaald de jongeren. Nochtans worden heel wat jeugdclubs, festivals, rockorganisaties, enzovoort in sterke mate gesponsord door die producenten. De producenten hebben via de pers laten weten dat de ruime toepassing van dat alcoholplan zeker voor problemen zal zorgen in verband met de sponsoring. Wat mij echter vooral intrigeert, is dat Vlaanderen uitdrukkelijk bevoegd is voor het gezondheidsbeleid en voor de preventieve gezondheidszorg terwijl het precies een federale minister is die met dit plan uitpakt.

Mevrouw de minister, heeft de Vlaamse Regering hierover al een standpunt ingenomen? Zo niet, zal dat dan nog gebeuren? Wat is uw visie hierop?

Minister Inge Vervotte (Op de tribune): Het doel van de gezondheidszorg, met name een gezonde bevolking via preventiestrategieën, is inderdaad een Vlaamse aangelegenheid. Een van de instrumenten daartoe is echter een federale aangelegenheid, meer bepaald de reclame.
In de cel Gezondheidsbeleid heeft minister Demotte aangekondigd dat hij van plan was om terzake een striktere reglementering toe te passen. De Vlaamse administratie was daarbij aanwezig. Op 24 september 2004 hebben wij een specifiek advies gegeven over de preventiemaatregelen voor zwangere vrouwen.
Alles wat te maken heeft met het verbod op en het beperken van alcoholreclame voor jongeren sluit aan bij een internationale strategie inzake de alcohol- en drugsproblematiek, en is ook opgenomen in het Europees actieplan 2000-2005. Ik ben daar niet voor bevoegd maar ik wil het wel uitdrukkelijk onderschrijven.

Wat uw concrete vraag betreft over het feit dat er geen verschil wordt gemaakt tussen lichte en sterke alcohol is onze houding dat preventieve maatregelen inzake het - overmatig - gebruik voor onsbelangrijk zijn. Voor ons moet er niet noodzakelijk een verschil worden gemaakt tussen lichte en sterke alcohol. De nadruk moet vooral liggen op het inperken van het gebruik en vooral het overmatig gebruik.
Wat de socio-culturele verenigingen betreft, wendt u zich best tot minister Anciaux. Uiteraard zal het ook in die sector een impact hebben. Ik kan echter niet in zijn naam antwoorden.

De heer Bart Caron: Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik heb geen bijkomende vragen.

ingediend onder in het halfrond • (0) Reacties • (0) TrackbacksPermalink

Nieuwe Kabelfrequenties

ingediend door Bart Caron op 01/10/2004 om 00u00
Schriftelijke vraag van Bart Caron, Vlaams volksvertegenwoordiger, aan de heer Geert Bourgeois, Vlaams minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme over de omschakeling van kabelfrequenties. 

Op maandag 13 september ’04 werden wij via een kabelabonnee van jullie op de hoogte gebracht van het feit dat in de regio Brugge, postnummer 8000, de kabelfrequenties in het weekend van 11 en 12 september ’04 veranderd werden.
Dit werd hem in een schrijven aangekondigd.

Nu is het zo dat voor de bewuste abonnee op maandag een aantal zenders waaronder BBC1, CNN en National Geographic niet meer beschikbaar zijn op zijn toestel.

Om hierover klaarheid te scheppen hadden wij graag volgende vragen gesteld:

1.      Klopt het dat abonnees in die regio deze zenders niet meer op hun kabel hebben?

2.      Is er daar een mogelijke verklaring voor en is dit probleem oplosbaar?

3.      Is dit een lokaal probleem of geldt dit voor het hele Vlaamse land?

4.      Is dit een alleenstaand geval of zijn er reeds andere abonnees die het zelfde probleem
     kennen?


Antwoord van minister Geert Bourgeois
In antwoord op de vraag kan ik de Vlaamse volksvertegenwoordiger het volgende meedelen:
Sedert de goedkeuring op 13 december 2002 door het Vlaams Commissariaat voor de Media van de overdracht van de vergunning tot exploitatiemaatschappij van 10 kabelmaatschappijen is Mixt-ICS, als dochteronderneming van Telenet de facto de grootste aanbieder van een kabelnetwerk geworden voor de Vlaamse Gemeenschap.
 Mixt-ICS biedt via het eigen kabelnetwerk momenteel televisieomroepprogramma' s aan in 215 Vlaamse gemeenten, in dewelke het tevens de enige en unieke dergelijke aanbieder is.

Als aanbieder van televisieomroepprogramma's via een kabelnetwerk valt Mixt lCS onder de bevoegdheid van het Vlaams Commissariaat voor de Media, dat toezicht houdt op de naleving van de voorschriften van de decretale en reglementaire plichten die door de aanbieders van kabelnetwerken dienen te worden in acht genomen.
Recent heeft Mixt-ICS de herschikking van een aantal frequenties aangekondigd waardoor een aantal televisieomroepprogramma's in de toekomst zouden worden aangeboden via een andere frequentie dan voordien. Deze operatie kadert volgens Mixt lCS in de uitbouw van een Expressnet en de voorbereiding van de doorgave van interactieve digitale televisie. Mixt lCS zou deze herschikking reeds doorgevoerd hebben vanaf 11 september 2004 in een aantal gemeenten in West-Vlaanderen (Brugge en omgeving). Momenteel is mij enkel deze herschikking bekend doch Mixt les zou op termijn ook in andere regio's tot herschikking overgaan.
De herschikking van deze frequenties blijkt geen wijzigingen met zich mee
te brengen in het televisieprogramma-aanbod. Het bestaande aanbod blij ft bijgevolg behouden. Ook de televisieomroepprogramma's waarvan sprake in de voorliggende vraag (BBC1, CNN, National Geographic) worden dus verder aangeboden.

Anderzijds is het zo dat de betrokken omroepprogramma's niet zijn opgenomen onder de bepaling van 107 §1 van de gecoördineerde decreten van 25 januari 1995 betreffende de radio-omroep en de televisie en dus niet op verplichte wijze gelijktijdig en in hun geheel moeten worden doorgegeven.
Het betreffen dus televisieomroepprogramrna's waarvoor de keuze tot doorgave geheel bij de aanbieders van kabelnetwerken zoals Mixt-lCS berust.
Mixt-ICS blijkt de abonnees in het exploitatiegebied waar de herschikking het eerst werd doorgevoerd te hebben geïnformeerd met een folder waarbij de praktische stappen die door de abonnee dienen te worden ondernomen om de televisieomroepprogramma's die naar een andere frequentie verhuizen worden uiteen gezet. De wijze waarop dit dient te gebeuren is naar eigen zeggen van Mixt-lCS afhankelijk van merk en type van het televisietoestel in kwestie en kan dus variëren.

De wijze waarop Mixt-ICS de doorgave van een aantal televisieomroepprogramma’s via een onderlinge frequentiewissel momenteel herschikt is niet onderhevig aan enige plicht tot melding aan of voorafgaandelijk goedkeuring door het Vlaams Commissariaat voor de Media.
Het Commissariaat noch de Vlaams minister, bevoegd voor het mediabeleid, kunnen Mixt-ICS hierin beperken of sturen. Er zijn hieromtrent dan ook geen richtlijnen of afdwingbare afspraken tussen de aanbieders van een kabelnetwerk en de Vlaamse overheid.
Dit blijkt dan ook een aangelegenheid te betreffen tussen Mixt-ICS en de abonnees onderling, die mogelijk op burgerrechterlijke wijze dient te worden beslecht zo daartoe de noodzaak zou bestaan.
Wettelijk gezien dienen zich vanuit het oogpunt van de mediaregelgeving geen mogelijkheden aan om Mixt-ICS te dwingen het behoud van het huidig aangeboden televisieomroepprogramma-aanbod aan elke abonnee te garanderen en de ontvangst van de programma’s van BBC1, CNN en National Geographic door elke abonnee te verzekeren of om de kosten die gepaard gaan met het verhelpen van voorliggend probleem zoals door het installeren van een kanalenkiezer geheel of gedeeltelijk door het bedrijf zelf te laten dragen.

Het probleem van sommige abonnees die over een ouder toestel beschikken, dat minder geschikt blijkt voor de huidige herschikking door Mixt-ICS, situeert zich dus zoals door de vraagsteller zelf reeds wordt aangegeven binnen de relatie tussen klant en aanbieder  en dus op het gebied van de service die Mixt-ICS, die momenteel de facto op het eigen exploitatiegebied over een monopoliepositie beschikt, aan de betrokken abonnees beidt.
Het bieden van een oplossing, waarbij de getroffen abonnees de televisieomroepprogramma’s in kwestie ook in de toekomst verder kunnen bekijken, vormt naar mijn mening dan ook een wezenlijk onderdeel van de service die Mixt-ICS zijn abonnees kan bieden ter demonstratie van de klantvriendelijkheid van het bedrijf.

Ik acht deze problematiek zeer belangrijk, en zal er bij Mixt-ICS op aandringen dat bij de herschikking van de frequenties op de kabel de betrokken abonnees optimaal worden geïnformeerd en bijgestaan, en dat alle abonnees het geheel van de programma’s kunnen blijven ontvangen.


ingediend onder schriftelijke vragen • (0) Reacties • (0) TrackbacksPermalink

pagina 17 van 17 « Eerste  <  15 16 17

Groen!


maart 2010
Z M D W D V Z
  1 2 3 4 5 6
7 8 9 10 11 12 13
14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27
28 29 30 31      

Abonneren


Zoeken


Muziek

This text will be replaced by the flash music player.

Bart Caron met contrabas (foto: Viviane Decock)

foto Viviane Decock

 

Nieuws


© 2009 - Bart Caron