
Vraag om uitleg van de heer Bart Caron tot de heer Geert Bourgeois, Vlaams minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme, over de kartelvorming in de media.
De heer Bart Caron: Mijnheer de minister, collega's, zal de Vlaming morgen nog voetbalverslagen kunnen bekijken op een openbare zender, zonder er extra voor te betalen? Verkopen Telenet of Belgacom binnenkort de verslagen van de wielerklassiekers via eigen digitale kanalen? Komt er straks een zakelijke verstrengeling tussen bijvoorbeeld Tiscali en SBS, en krijgen we binnen enkele jaren 10 uur voetbal gratis bij een gsm-abonnement? Moet je straks een computer hebben om de Olympische Spelen te kunnen bekijken?
We gaan naar een tijd waarbij de grenzen tussen televisie, telefoon, gsm, internet, PDA's en andere dragers vervagen. Sommige zenders en mediagroepen bereiden zich voor op deze verstrengeling en wetenschappelijk-technologische evolutie. De samenwerking tussen de VRT en Belgacom om een gooi te doen naar het voetbalcontract is hier een voorbeeld van.
Telenet reageerde heel sterk tegen deze verstrengeling, want voor deze firma zou dit wel eens de doodsteek kunnen betekenen. Door met de VRT samen te werken kan Belgacom op korte termijn zo'n groot marktaandeel verwerven, dat Telenet eronderdoor gaat. Ook Telenet gaat op zoek naar een contentpartner, een televisiemaker die dit concurrentieel nadeel kan helpen ondervangen. Telelet heeft nu al Canal+ in de portefeuille, en is dus ook op weg naar zakelijke vermenging.
We stellen een verweving vast tussen de distributie van informatie en communicatiesignalen enerzijds, en de inhoud van televisie en internet anderzijds. Projecten zoals Vlaanderen Interactief zijn voorbeelden van experimenten op het digitale terrein.
Belgacom heeft al meermaals aangekondigd dat vanaf 2005 digitale signalen worden doorgestuurd via de nieuwe technologie VDSL, de opvolger van ADSL. Naar verluidt zullen 100 kanalen aangeboden worden. Dat is veel meer dan wat de breedband van Telenet aankan. Wellicht past ook het voetbalcontract in dit soort acties.
Om de speciale signalen te ontvangen op een tv-toestel, moet een settopbox het signaal decoderen. Dit doet me denken aan vroegere tijden, toen ik een bakje van de kabelmaatschappij moest huren om het signaal te decoderen voor mijn zwart-wittelevisie.
Telenet wordt in belangrijke mate door buitenlandse commerciële zakengroepen gecontroleerd. Liberty Media heeft 21,4 percent van de aandelen van Telenet in handen. De GIMV en de intercommunales denken eraan aandelenpakketten op de markt te brengen. Als ook die in handen komen van Liberty Media, hebben we een nog sterkere verstrengeling en wordt de Vlaamse verankering van Telenet doorbroken. Mijnheer de minister, dan zult u nog minder dan vandaag kunnen bepalen hoe met de signalen van onze 'contentmakers' wordt omgesprongen.
In het Vlaams regeerakkoord staat: 'We houden een pluriform medialandschap in stand met een gewaarborgde toegang tot een divers en kwaliteitsvol aanbod, waarin technologische innovaties en nieuwe mediatoepassingen geïntegreerd worden, zonder verhoging van de kostprijs.' En verder: We geven particuliere initiatieven op audiovisueel vlak zonder discriminatie voluit kansen.' Dat zijn twee elementen uit het regeerakkoord.
De kijker moet investeren in verschillende settop-boxen omdat de digitale technologie verschillend is. We krijgen de vermenging met een dreigende monopolisering en het verdwijnen van de controle erop naar het buitenland. Open net komt onder druk te staan. Ook in dat verband zijn er voor de digitale televisie geen regels in verband met de zogenaamde must carrypakketten die op de digitale kabel moeten worden aangeboden.
Mijnheer de minister, is het zinvol een strikte scheiding te maken tussen kabelactiviteiten - ik bedoel daarmee de distributie van communicatiesignalen - en activiteiten op het vlak van productie en aankoop van televisie- en radioprogramma's? Ik verwijs ook naar de elektriciteitsmarkt waar is voorzien in een scheiding tussen verschillende activiteiten: productie, distributie en verkoop. Op die manier wordt ook duidelijk welke rol telecombedrijven kunnen spelen op het vlak van digitale televisie.
Is er ook geen sprake van koppelverkoop als VRT, Belgacom,VTM, VMMa en Telenet programma's in exclusiviteit aanbieden aan de kabelabonnees? De bedoelde scheiding van activiteiten zal dan wel via wetten en decreten moeten worden geregeld. Vandaag bestaan daarvoor geen regels. Zo'n scheiding zal alle aanbieders een eerlijke concurrentiebasis garanderen.
Daarom mijnheer de minister had ik u graag volgende vragen gesteld:
- Welke initiatieven zult u nemen om te vermijden dat we twee of meerder settopboxen op ons televisietoestel moeten plaatsen?
- Komt er een decreet dat de minimale dienstverlening moet verzekeren? Ik heb het dan over de verspreiding van signalen op digitale wijze. Zo kan wettelijk worden vastgelegd waar de kijkers recht op hebben. Is het niet aangewezen de kijkers daar zelf bij te betrekken?
- Bent u het met me eens dat we best vastleggen wat een basispakket juist omvat? Is het niet nodig om terzake te peilen naar de mening van de kijkers?
- Erkent u de noodzaak om dringend en per decreet de minimale dienstverlening vast te leggen voor interactieve digitale televisie zodat niet alleen een eerlijke concurrentie mogelijk wordt, maar de kijker ook een degelijk basispakket wordt gegarandeerd tegen een lage kostprijs, zoals dat in het regeerakkoord staat?
Minister Geert Bourgeois: In de analyse van de heer Caron zitten heel wat raakpunten met elementen uit mijn beleidsnota. Ik sluit me ook aan bij de heer Stassen wanneer hij zegt dat er een bredere discussie moet worden gevoerd.
Het is een veelomvattende problematiek. Er is 9 jaar geleden voorspeld dat zich een aantal convergenties zouden voordoen en blijkbaar zijn er nog een aantal bijgekomen. Daardoor overstijgt dit probleem onze mogelijkheden en bevoegdheden. Niemand heeft dan ook een pasklaar antwoord hiervoor.
Als gevolg van de technologische ontwikkelingen, in het bijzonder de digitalisering en de convergentie tussen omroep, telecommunicatie en informatietechnologie, maakt het Vlaamse medialandschap een aardverschuiving door. Wat daarbij het meest opvalt, is dat de vroegere natuurlijke koppeling tussen een specifiek medium en zijn distributiekanaal nu totaal achterhaald blijkt. De zoektocht naar een nieuw evenwicht zal bijzonder moeilijk zijn en is niet zomaar voorspelbaar. Intussen worden we vanuit het beleid geconfronteerd met allerlei nieuwe vragen en uitdagingen.
Het is onze bekommernis om in al deze turbulentie een pluriform medialandschap in stand te houden dat leidt tot de creatie van een kwaliteitsvolle inhoud waarvoor een gerechtvaardigde toegang gegarandeerd blijft. Dit moet mogelijk zijn zonder dat de lezer, de kijker, de luisteraar of de deelnemer - gezien de steeds grotere interactiviteit - onnodig op kosten worden gejaagd.
Ook de rol van de openbare omroep komt hier ter sprake. Dit wordt een van de aandachtspunten van mijn beleid. De strikte scheiding die er vroeger was tussen de verschillende media vervaagt. De een-op-een-relatie die er vroeger was tussen de creatie van inhoud en het betrokken distributieplatform valt weg.
In het debat dat we zullen voeren naar aanleiding van de nieuwe beheersovereenkomst van de openbare omroep, zullen we opnieuw worden geconfronteerd met het wegvallen van deze eenduidige koppeling tussen inhoudscreatie en distributieplatform. Mijn antwoorden op uw vragen kunnen dan ook niet de ultieme antwoorden zijn.
De vraag naar de wenselijkheid van een strikte scheiding tussen het transport, hier toegespitst op transport via de kabel, en de inhoudsverwerving en productie, is een zeer complex probleem. We worden immers geconfronteerd met tegenstrijdige elementen.
Een onmiddellijk scheiding tussen de verschillende activiteiten is op dit ogenblik niet mogelijk. Canal+ Vlaanderen is een onderdeel van Telenet, en de VRT verzorgt de transmissie van de eigen omroepprogramma's. De scheiding van activiteiten - omroep en distributie - moet transparant zijn en aansluiten bij de nationale en Europese mededingingsregels. Omwille van de economische leefbaarheid, zeker in een kleine mediamarkt als Vlaanderen, kan een zekere vorm van samenwerking of omvattende benadering van de inhoudsproductie en het transport niet volledig worden uitgesloten. Belangrijk hierbij is dat dit, in voorkomend geval, niet leidt tot concurrentievervalsing.
Dit brengt ons bij de problematiek van de concentratie en van het behoud van Vlaamse spelers in deze convergerende wereld. In mijn beleidsnota staat dat de overheid als objectieve en billijke regelgever en facilitator de gulden middenweg wil bewandelen tussen het toelaten van concentratie en het aanmoedigen van concurrentie. Ik deel de bezorgdheid van de heer Caron dat de Vlaamse kijker of luisteraar zou kunnen worden geconfronteerd met het verschijnen op de markt van twee of meer settopboxen. Dit willen we vermijden.
De evolutie naar digitalisering gaat gepaard met zeer hoge investeringen. Deze investeringen gebeuren bovendien op verschillende domeinen vermits alle netwerkoperatoren hun netwerk geschikt willen maken voor het digitaal transport van omroepsignalen. Er zijn dus investeringen in de sector van de kabeldistributie - Telenet -, de telecommunicatiesector - Belgacom - en ook draadloze terrestriële netwerken - momenteel enkel de VRT.
De problematiek van de distributienetwerken en vermijden dat mensen meerdere settopboxen moeten aanschaffen, is ook nauw verwant met het standaardisatieproces. De Vlaamse overheid zal blijven aandringen op het gebruik van apparatuur die werkt volgens open standaarden. Helaas zijn de processen van innovatie en standaardisatie niet steeds volledig te verzoenen, zeker in een divers landschap met meerdere kanalen. Voor elk dossier dat raakvlakken heeft met deze problematiek zullen we blijven ijveren voor één open standaard. Voor het verplicht opleggen van het gebruik van één standaard staan in het Europees regelgevend kader evenwel geen dwingende aanknopingspunten.
Ik reken erop dat de marktspelers alles zullen doen opdat de klant zo weinig mogelijk settopboxen moet kopen. Het IDTV-project was in dit opzicht een goede start, gelet op de betrokkenheid van alle Vlaamse kabelmaatschappijen en grote Vlaamse omroepen. Dergelijke vormen van samenwerking kunnen geenszins als een kartel worden beschouwd.
Met de omzetting op Vlaams niveau van het Europees regelgevend kader telecommunicatie door het decreet van 7 mei 2004 is meteen ook de must-carry-regeling aangepast en geconformeerd met de door Europa opgelegde verplichtingen. Dit houdt in dat het aantal omroepen met een must-carry-statuut beperkt werd. Dit nieuwe, beperkte systeem van must carry is van toepassing op de kabelnetwerken. Een kabelnetwerk wordt in de decreten gedefinieerd als een elektronisch communicatienetwerk dat programmasignalen, al dan niet in gecodeerde vorm, geheel of gedeeltelijk via elk soort van draad aan derden doorgeeft. Concreet betekent dit dat de must-carry-regeling van toepassing is op het kabelnetwerk van Telenet.
Om nieuwe aanbieders van omroepprogramma's - ik denk daarbij in de eerste plaats aan Belgacom - in overeenstemming met de Europese regelgeving kansen te geven, kon in de gecoördineerde mediadecreten geen must-carry-verplichting worden opgelegd. Dat kan slechts indien dergelijk netwerk over een groot aantal abonnees beschikt en een groot aantal omroepprogramma's aanbiedt.
Binnen de beperkte must-carry-regelgeving die momenteel van toepassing is, zijn voor de analoge uitzendingen onder andere programma's van de openbare omroep en de regionale omroepen opgenomen, rekening houdend met hun zendgebied. In geval van digitale uitzendingen zijn alle regionale omroepen opgenomen onder de must-carry-regeling voor zover deze programma's binnen een digitaal pakket tegen betaling worden aangeboden.
Naast de programma's van de openbare en regionale omroepen vallen ook volgende omroepprogramma's onder de must-carry-regeling: twee radio- en twee televisieprogramma's van de openbare omroep van de Franse Gemeenschap, het radio-omroepprogramma van de Duitstalige Gemeenschap, twee radio- en televisieprogramma's van de Nederlandse openbare omroep. Hiermee ontstaat een minimumaanbod dat onder druk van Europa niet verder kon worden aangevuld.
Een tweede bepaling uit de regelgeving die erop gericht is om een zo ruim mogelijk aanbod in open net te creëren, heeft te maken met de opmaak van een lijst van evenementen die van aanzienlijk belang voor de samenleving worden geacht. De op deze lijst opgenomen evenementen mogen niet zodanig op een exclusieve basis worden uitgezonden dat een belangrijk deel van het publiek van de Vlaamse Gemeenschap deze evenementen niet via rechtstreekse of uitgestelde verslaggeving op de kosteloze televisie kan volgen. Mijnheer Caron, u suggereert in deze context ook te peilen naar de verwachtingen van de kijkers. Met de in mijn beleidsnota aangekondigd enquête naar het verwachtingspatroon ten aanzien van de openbare omroep, meen ik dat ook dit naar boven zal komen.
Er bestaan voor het ogenblik wel degelijk een aantal maatregelen die een minimale dienstverlening garanderen, toch zeker voor wat betreft het aanbieden van omroepprogramma's via omroepnetwerken. Dergelijke stringente verplichtingen zijn niet opgenomen voor de aanbieders van via aardse zenders opgebouwde radio-omroepnetwerken en televisieomroepnetwerken. In mijn beleidsnota heb ik aangekondigd dat een adequaat beleid met betrekking tot de diverse distributieplatformen, dat garant staat voor een divers en kwaliteitsvol media-aanbod, noodzakelijk is. Tevens is gesteld dat bijzondere aandacht besteed moet worden aan een oordeelkundig en toekomstgericht spectrumbeheer bij de overgang van analoge naar digitale uitzendingen. Ik wil laten onderzoeken hoe de nieuwe digitale netwerken optimaal kunnen worden gepositioneerd in het geheel van netwerken. Het is immers mijn bedoeling om via onderzoek na te gaan hoe het spectrum op een optimale, onafhankelijke en objectieve wijze kan worden beheerd teneinde de mogelijkheden maximaal te benutten, met hierbij de garantie dat de openbare en andere Vlaamse omroepen toegang hebben.
We staan voor immense uitdagingen die we grotendeels zelf niet in handen hebben. Ik heb een aantal principes geschetst in mijn beleidsnota die ons moeten toelaten dit te benaderen. Het gaat om het belang van de kijker en luisteraar, de toegankelijkheid en betaalbaarheid moeten worden gegarandeerd en er moet oog zijn voor pluriformiteit. Vanuit die principes moeten we de problematiek benaderen. We moeten ook rekening houden met de Europese regelgeving en de immense evoluties. Op die manier moeten we proberen tot een passende oplossing te komen.
De heer Bart Caron: Mijnheer de minister, ik dank u voor uw uitgebreide antwoord. Ik heb begrepen dat we in de toekomst ongetwijfeld op dit onderwerp zullen terugkeren. Ik ben blij dat u er blijvend aandacht aan zult besteden. Ik heb begrepen dat de Europese en nationale normering niet altijd gunstig zijn voor Vlaanderen. We zijn een klein taalgebied. Ik roep de minister op om, als hij er de gelegenheid toe krijgt, in Europees verband de eigenheid van ons kleine taalgebied te bewaken.
Ik deel de drie basisprincipes. Ik betreur wel een beetje dat het must-carry-pakket voor de digitale drager niet zo duidelijk en zeer beperkt is. Ik vind dat een potentieel verlies voor ons kleine taalgebied. De Vlaming heeft recht op buitenlandse televisie in zijn basispakket zonder extra betaling. Ik ben blij dat we open standaarden krijgen. Dat is een belangrijk punt om concurrentievervalsing tegen te gaan.
| september 2010 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Z | M | D | W | D | V | Z |
| 1 | 2 | 3 | 4 | |||
| 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 |
| 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 |
| 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 |
| 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | ||

foto Viviane Decock
© 2009 - Bart Caron // Design: Het Concept / Matthias Malfrère | Webontwikkeling: ikhona