donderdag 9 september 2010,

Bart Caron

image

Vraag om uitleg omtrent de vaccinaties tegen baarmoederhalskanker.

ingediend door Bart Caron op 13/11/2008 om 15u54

vraag om uitleg van Vlaams volksvertegenwoordiger Bart Caron aan de heer Steven Vanackere, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin betreffende de vaccinaties tegen baarmoederhalskanker.

De heer Bart Caron: Mijnheer de voorzitter, geachte leden, mijnheer de minister, dit is een onderwerp waarover ik niet zo veel vragen stel. Als man ben ik op de ene of andere manier een beetje geremd wat het onderwerp betreft. Ik heb echter twee dochters in die leeftijdsgroep.


De Hoge Gezondheidsraad heeft in 2007 aanbevolen om jaarlijks een jaarcohorte van meisjes tussen 10 en 13 jaar te vaccineren tegen het humaan papillomavirus (HPV). In de zomervakantie, in juli - een beetje een slecht ogenblik om daarmee bezig te zijn, maar ik vond het toch treffend - verscheen er een opiniestuk over dat onderwerp, namelijk over de onenigheid tussen de Franse Gemeenschap, de federale overheid en de Vlaamse Gemeenschap om samen het vaccin toe te dienen, waarbij ook de kosten zouden worden gedeeld. Het systeem kennen we. De gemeenschappen zouden elk een derde van de kostprijs voor hun rekening nemen. De andere partijen zouden dan twee derde voor hun rekening nemen. Op die wijze bereikt het vaccin een zeer grote groep meisjes.


Ondertussen is het oktober en was ik nieuwsgierig om te weten of er ondertussen verandering in is gekomen. Daarom stel ik mijn vraag. Nu blijkt dat de Franse Gemeenschap hier niet aan wil meedoen. Ze verwijst meisjes uit die leeftijdsgroep naar de klassieke toeleiding, dus vaccinatie via de huisdokter en de apotheker. Dat heeft twee gevolgen. Er worden veel minder meisjes bereikt. Er is altijd een groep die niet wordt gevaccineerd. Ook is de kostprijs voor de samenleving veel groter als dit zo, op individuele basis wordt georganiseerd. Anders is er sprake van een hele campagne die wordt gevoerd en een hele jaarcohorte die men probeert te vaccineren. Dan kan er worden gewerkt met openbare aanbestedingen en een groepsaankoop. We hoeven elkaar daar niet van te overtuigen: dat kan dan veel goedkoper.


Het is niet het eerste vaccinatiedossier waarbij de samenwerking tussen de gemeenschappen en de federale overheid mislukt. In het opiniestuk klagen een aantal wetenschappers aan dat dit niet zal plaatsvinden. Mijnheer de minister, wat is de stand van zaken? Is er ondertussen al iets veranderd ter zake? Is er een overeenkomst gesloten in de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid, waarbij de gemeenschappen en de federale staat de kosten zouden delen? Klopt het dat de Franse Gemeenschap niet meedoet? Waar ligt eigenlijk het probleem? Is er al vooruitgang geboekt?


Wat is uw persoonlijke mening over dat advies van de Hoge Gezondheidsraad? Ik kan die bijna voorspellen. Ik neem aan dat u dat advies graag wilt volgen. Is er een niet-politieke verklaring voor de weigering van de andere partners, zoals medische redenen of redenen met betrekking tot de volksgezondheid? Kan de Franse Gemeenschap ook zomaar haar verantwoordelijkheid ontlopen? Kan de rekening worden afgewenteld op het RIZIV, wetend dat er dan sprake is van een veel kleiner potentieel bereik van de doelgroep? Preventie is helemaal de bevoegdheid van die gemeenschappen. Ook daarom vind ik het niet kunnen dat men dat op die wijze ontloopt. Als er geen evolutie in deze zaak is, is daar iets aan te doen?

Minister Steven Vanackere: Collega´s, de eerste keer dat ik in deze commissie over de problematiek van baarmoederhalskanker en het HPV heb gesproken, heb ik meteen verwezen naar het land in Europa met de laagste mortaliteit door baarmoederhalskanker. Dat land is Finland. Daar wordt nauwelijks gevaccineerd. De screening is er nagenoeg 100 percent. U moet ook weten dat, om de mortaliteit door baarmoederhalskanker te vermijden, twee strategieën, die ook complementair zijn, van tel zijn. We stellen vast dat er een Europees land is met een compleet anders georganiseerde geneeskunde, die absoluut niet zomaar overplantbaar is in onze liberale geneeskunde. Met ´liberaal´ bedoel ik hier dat de patiënt onder andere de vrije keuze heeft. In Finland kan een vrouw problemen met de verzekering krijgen als ze zich niet tijdig laat screenen. Ik denk niet dat dit een maatschappelijke keuze is waar België of Vlaanderen morgen al klaar voor is.


Als we het hebben over evidence-based nadenken over dit soort van ziekten, moeten we toch vaststellen dat een nagenoeg perfecte screening vanuit preventief oogpunt de hoogste rendementen oplevert om een bevolking te beschutten tegen de risico´s van baarmoederhalskanker. Dat is belangrijk om weten als we het hierover hebben.


Mevrouw Roex, ik heb echt geen resolutie van het federale parlement nodig om dat te bedenken. Ik heb dat al gezegd nog voor die resolutie er was. (Opmerkingen van mevrouw Elke Roex)


Ik heb dat meteen tijdens de zomer van 2007 gezegd. De uittredende federale minister pakte toen voor het eerst uit met zijn vaccinatieterugbetaling op RIZIV-basis. Ik had toen trouwens de rugdekking van de Vlaamse Gezondheidsraad. Er werden kanttekeningen gezet bij de stelling dat vaccinatie de oplossing biedt. Ook de Vlaamse Gezondheidsraad wijst op het feit dat beide goed in de gaten moeten worden gehouden, dat beide relevant zijn, dat vrouwen die zich tijdig laten screenen, ook een stellige bescherming opbouwen ten opzichte van dat risico.


Dat gezegd zijnde, is er ook het instrument van de vaccinatie. De gezondheidsraad is daar ook duidelijk over. U zult me straks vragen hoe het komt dat de Franse Gemeenschap - nog niet - ja heeft gezegd op de vraag om in te stappen in een model zoals we dat kennen, waarbij twee derde van de vaccinatie wordt betaald door de federale overheid en één derde door de betrokken gemeenschap, en om een inspanning te doen op bevolkingsniveau. Mijn Franstalige collega van Volksgezondheid is een arts. Ik zal niet in haar naam spreken. Er zijn echter niet alleen budgettaire redenen waarom minister Fonck aarzelingen heeft over de effectiviteit van een grootschalige vaccinatie. Ik zal trachten me zeer behoedzaam uit te drukken. Wat dat betreft neem ik de adviezen van de Vlaamse Gezondheidsraad toch wel als mijn leidraad. Vandaag is er eigenlijk nog geen wetenschappelijke evidentie dat de bescherming ten gevolge van de vaccinatie heel lang duurt. De periode tussen het ontdekken van het vaccin en de geschiedenis van populaties is nog niet lang genoeg om te kunnen zeggen dat een vaccinatie elk toekomstig risico wegneemt.


Als verantwoordelijke overheid moeten we alle gegevens gebruiken om verstandige keuzes te maken, zonder dat we elkaar rond de oren slaan met zogenaamde zekerheden door bijvoorbeeld te stellen dat wie een vaccinatie aan een meisje ontzegt, haar ook de absolute zekerheid ontneemt dat ze nooit baarmoederhalskanker zal hebben.


Het veiligste lijkt me om de adviezen van de Hoge Gezondheidsraad zo veel mogelijk te volgen. Ik wil niet slimmer zijn dan die raad. In mijn beleidsverklaring van vorig jaar heb ik gezegd dat ik alles in het werk wil stellen om die vaccinatie op te nemen in het basisvaccinatieschema. Dat is en blijft nog altijd mijn standpunt.


Mijn kabinet en ik hebben voortdurend consequent aangedrongen op een snelle en kwaliteitsvolle implementatie. Ik heb op 11 februari 2008 bij de besprekingen over het Nationaal Kankerplan in aanwezigheid van mevrouw Onkelinx heel nadrukkelijk gezegd wat ik daarvan vond. Ik heb gewezen op het risico van een gezondheidslogica met twee snelheden, waarbij ouders die slechter geïnformeerd zijn of sociaaleconomisch zwakker staan, het remgeld sneller als een hinderpaal zullen zien om in systeem in te stappen dan ouders die sociaaleconomisch sterker staan of minstens voldoende geïnformeerd zijn over deze risico´s. De meest democratische en logische aanpak is wel degelijk die op bevolkingsniveau. Het is een standpunt dat bevestigd is op alle hierna volgende interkabinettenwerkgroepen met betrekking tot het Nationaal Kankerplan. In de aanloop van de interministeriële conferentie voor volksgezondheid en op die conferentie van 17 juni zelf heb ik nog duidelijk gesteld nog liefst in 2008 te starten, en ten laatste tijdens het schooljaar 2009.


Als vertegenwoordiger van de Vlaamse Gemeenschap heb ik dat standpunt heel nadrukkelijk ingenomen. Ik heb aan de collega´s ook gevraagd om de budgettaire schikkingen te treffen om dat ook mogelijk te maken. Recent nog, in september, heeft mijn kabinet dat standpunt aangenomen.


We volgen best de wetenschappelijke adviezen. Een akkoord over de financiering van de vaccins, zoals dat in het protocolakkoord van 2003 is ingeschreven, heeft dan nog als bijzondere particulariteit dat dit ongetwijfeld goedkoper zou zijn voor het RIZIV. Uit de reacties in deze commissie maak ik toch op dat iedereen mijn verontwaardiging deelt. Via de huidige keuzes belast de federale overheid eigenlijk de begroting van het RIZIV. Eigenlijk moeten er nu bedragen worden vrijgemaakt die gelijk zijn aan die voor een veralgemeende bevolkingsaanpak.


Ik hoor dat minister Onkelinx overweegt de terugbetaling uit te breiden tot 18 jaar. Dat gaat toch voor een deel in tegen de wetenschappelijke evidentie dat de effectiviteit van de vaccinatie pas echt aannemelijk is als ze gebeurt voor het eerste seksueel contact. Ik geef toe dat er nog adviezen in de andere richting bestaan. Laten we echter toch maar aannemen dat de meest verstandige aanpak bestaat in een algemene bevolkingsinenting vanaf de leeftijd van, bijvoorbeeld, 12 à 13 jaar, en dat cohorte per cohorte. De gedeeltelijke huidige terugbetaling voor meisjes van 12 tot en met 15 jaar gaat in feite in tegen het wetenschappelijke advies van de Hoge Gezondheidsraad.


Met het huidige systeem van terugbetaling kost vaccinatie van een meisje met de nodige drie vaccins nog altijd iets meer dan 30 euro voor de ouders. Dat is enkel nog maar de aankoopprijs van de vaccins, zonder te spreken over het bijkomende remgeld van de raadplegingen bij de huisarts of een andere vaccinator. Ook ouders zullen dus wellicht meer moeten betalen. Voor veel mensen is dit een ernstige belemmering om hun dochter te laten vaccineren. Ik blijf erbij dat ook hiervoor een hoge vaccinatiegraad heel belangrijk is. Daarvoor moeten alle vaccins ter beschikking gesteld worden van alle vaccinatoren, zowel bij de centra voor leerlingenbegeleiding, de huisartsen, de kinderartsen als eventuele andere vaccinatoren.


Het systematisch vaccineren van een volledige schooljaarcohorte meisjes met vaccins die door de overheid aangekocht zijn, zou zeker ook voor het RIZIV goedkoper zijn. Op de volgende interministeriële conferentie in december streef ik naar een duidelijk standpunt hierover bij alle collega´s. Ik wil dat men zich uitdrukkelijk uitspreekt over waar men staat. Bij een blijvend probleem om tot een uniforme vaccinatiekorf voor geheel het land te komen, overweeg ik om een asymmetrische situatie te bepleiten.


Ik neem aan dat iedereen achter de solidariteit met Brussel blijft staan. Dat veronderstelt dan ook een aantal complicaties. Een oplossing waarbij wel degelijk een complementair model mogelijk is tussen de twee gemeenschappen blijft nog altijd veruit te verkiezen boven een systeem met een asymmetrische oplossing. In het verleden is de meningokokkenvaccinatie in Vlaanderen ook aan een lichtjes ruimere doelgroep aangeboden in vergelijking met de Franse Gemeenschap. Die asymmetrie is dus niet helemaal nieuw.


Een onderhandelde aankoopprijs is in het kader van de wetgeving op de overheidsopdrachten niet evident. Ondertussen zijn er immers twee vaccins tegen het humaan papillomavirus op de markt. Een overheidsopdracht via de procedure van de algemene offerteaanvraag garandeert in die situatie marktwerking. Dat lijkt me ook wel het beste te zijn. Dit gebeurt trouwens ook zo voor de andere vaccins waarbij de concurrentie speelt.


Ik wil toch nog eens bevestigen dat preventie een opdracht en bevoegdheid van de gemeenschappen is. Ik ben tegenstander van een scenario van volledige financiering door de federale overheid. (Opmerkingen van de heer Bart Caron)


Zoals de heer Caron hier terecht opwerpt, zou de financiering volledig door de gemeenschappen moeten gebeuren. (Opmerkingen van de heer Erik Tack)


Ik ben geen voorstander van een herfederalisering van het vaccinatiebeleid. Ik heb al eerder gezegd dat deze vaccinatie moet worden toegevoegd aan het basisaanbod. Het is echter niet mijn taak om een appreciatie uit te spreken over de afwegingen die mijn collega van de Franse Gemeenschap maakt. Maar het is duidelijk dat als de inzichten verschillend blijven, we aan de grenzen van de symmetrie beginnen te komen. Bij die fameuze dialoog, waarover u me niet veel moet ondervragen, zal de parlementaire toetsing zo veel mogelijk gebeuren via de communicatie met minister-president Peeters. Het is duidelijk dat dit ook een onderwerp is dat aan bod moet komen om te zorgen voor een beter bestuur voor het geheel van de bevolking van dit land.


De voorzitter: De heer Caron heeft het woord.


De heer Bart Caron: Mijnheer de minister, ik dank u voor uw zeer genuanceerd en krachtig antwoord. Ik ben geen arts of wetenschapper. Ik kan niet oordelen over de effectiviteit van de vaccinatie. In medische kringen zijn daar blijkbaar discussies over. Hoe dan ook lees ik wat ik lees. Ik sluit me dan ook aan bij uw standpunt. We moeten er tot nader order naar streven om die vaccinatie zo maximaal mogelijk te laten gebeuren.


In mijn inleiding had ik het sociale element te weinig vermeld. Ik had het alleen over de effectiviteit en het bereik bij meisjes. Mijn huisarts roept alle meisjes in die leeftijdscohorte ieder jaar bijeen, koopt het vaccin aan voor de hele groep en zorgt voor de inenting in drie keer. Dat gebeurt aan terugbetalingstarief. Zelfs mijn huisarts is dus overtuigd van de noodzaak, het nut en de effectiviteit van de vaccinatie. Hij probeert ervoor te zorgen dat de drempel zo laag mogelijk is. En ik kan u verzekeren dat mijn huisarts een liberaal is. Zijn medische visie is daarin bepalend. Hij wil iedereen die tot zijn kring behoort, bereiken.


Mijnheer de minister, als we een volwassen gemeenschap willen zijn, dan moeten we ook de moed hebben die vaccinatie volledig met eigen middelen te betalen. Zo hoort het ook als we het willen hebben over een volwaardige gemeenschap in een confederaal model, die voor de preventieve gezondheidszorg haar verantwoordelijkheid voor de volle 100 percent wil opnemen. Als het gaat over pakweg tabakspreventie, schieten we, terecht, op de inspanningen van de federale overheid. Eigenlijk zouden we zelf onze verantwoordelijkheid moeten nemen. En liefst gebeurt dat dan in samenspraak met de andere gemeenschap om ervoor te zorgen dat er in meertalige gebieden, zoals in Brussel, geen twee snelheden zijn.


Ik pleit ervoor afspraken te maken met de gemeenschappen. Als we niet dezelfde mening hebben, moeten asymmetrische beslissingen wel mogelijk zijn.


De afspraak is dat minister-president Peeters communiceert over de dialoog. Hou hier echter rekening mee. Haalt u dat punt binnen, dan mag u dat heel stilletjes zeggen. We zullen daar dan voor applaudisseren. Dat zou een voorbeeld kunnen zijn van een systeem waarbij we onze gezondheidszorg verbeteren en effectiever maken, maar ook onze verantwoordelijkheid in de samenleving opnemen.

ingediend onder in de commissies • (0) Reacties • (0) TrackbacksPermalink

pagina 1 van 1

Groen!


september 2010
Z M D W D V Z
     1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 29 30    

Abonneren


Zoeken


Muziek

This text will be replaced by the flash music player.

Bart Caron met contrabas (foto: Viviane Decock)

foto Viviane Decock

 

Nieuws


© 2009 - Bart Caron   //   Design: Het Concept / Matthias Malfrère | Webontwikkeling: ikhona