
In haar regeerakkoord heeft de Vlaamse regering beloofd snel werk maken van een nieuw decreet dat de Wapenhandel regelt. Wij willen dat via dat decreet ook duidelijk wordt dat de eindgebruiker van de wapens bekend is vooraleer de exportvergunning wordt afgeleverd. Als de regering dit nalaat, zal ik zelf nog voor het zomerreces een decreet indienen.
Een nieuwe regelgeving is hoogst noodzakelijk. Kijk maar naar de Vlaamse wapenexport van vorig jaar. Het was een absoluut topjaar. Meer nog, sinds 2005 steeg de omzet met liefst 82%, en dit is dan nog niet eens het meest schokkende cijfers uit het jaarverslag van het Vlaams Vredesinstituut.
Het Vredesinstituut merkt op dat ook in Wallonië de wapenexport de laatste jaren sterk gestegen is. In 2003 werd de wapenhandel geregionaliseerd. Immers de Waalse vrienden hebben een wat minder door morele principes gestuurde visie dan wij. De vergunde wapenexport vanuit België is sindsdien meer dan verdubbeld. Wij halen daarmee de zesde plaats van Europa’s ranglijst.
En dan de invoer in van wapens in Vlaanderen. Veel van de uitgereikte vergunningen gaan over invoer van vuurwapens voor privé-personen. 83 procent van alle invoervergunningen heeft betrekking op kleine wapens.
De doorvoer van wapens dan. Het aantal vergunningen voor doorvoer van militair materiaal lag in 2009, net als in de voorgaande jaren, erg laag, met 24 vergunningen. Dit kan onmogelijk kloppen met de werkelijkheid. Er moet een groot volume wapens of goederen die bruikbaar zijn om wapens mee te maken, op een illegale wijze worden doorgevoerd. Niemand kent blijkbaar de werkelijkheid. Het Vlaams Vredesinstituut kan geen verklaring geven voor de sterke daling van de doorvoervergunningen de afgelopen jaren. Volledigheidshalve moet ik zeggen dat transport van wapens in het kader van een NAVO-operatie niet vergund wordt.
Er is dus werk aan de winkel.
]]>Eerst een paar cijfers. Vreemd genoeg behoort onze openbare omroep niet bij de best gesubsidieerde omroepen van Europa. De Vlaamse belastingsbetaler geeft een dotatie van 48 euro per Vlaming. Bij de BBC is dat 82 euro per inwoner. In Zwitserland is dat 92 euro per inwoner, in Duitsland 88 euro en ga zo maar door. In vergelijking met het gemiddelde van de andere openbare omroepen uit West-Europa ligt de Vlaamse overheidsdotatie voor de VRT 30 procent lager. En laat ons duidelijk zijn, het marktaandeel van de VRT-zenders, zowel radio als tv, ligt hoger dan in de ons omringende landen. En het is precies dat dat steekt, zo vrees is.
Dat Vlaanderen moet besparen, dat is onvermijdelijk. Maar waarom moet de VRT meer, veel meer besparen dan andere Vlaamse agentschappen en overheidsdiensten. Neem de Vlaamse Opera, deSingel of de Bloso-sportcentra. Daar bedraagt de besparing gemiddeld 2,5 procent, met een maximum van 5 procent. Waarom is dat bij de VRT zoveel hoger? Dat heeft geen enkele excellentie gezegd. Er is dus meer aan de hand. Het gaat al lang niet meer om een redelijke bijdrage van de VRT aan de Vlaamse besparingen. Het gaat om marktaandeel en om politieke invloed.
Ik zal het duidelijk stellen: de meeste politieke partijen willen de positie van de VRT verzwakken. Dat doen ze niet echt om redenen van goed bestuur noch uit besparingsoverwegingen, maar simpelweg om de commerciële zenders te versterken. Minder VRT betekent meer VMMa (VTM, 2be, JOE fm, Q-music), meer SBS (VT4 en VIJFtv), en meer ruimte voor andere zenders. Niet alleen op tv. De radiomarkt biedt nog mooie toekomstperspectieven, gezien het historisch erg grote marktaandeel van de openbare omroep van rond de 70 procent.
Bizar is wel dat dit pleidooi vanuit economisch oogpunt niet eens nodig is. Dankzij de VMMa heeft Roularta voor het jaar 2009 nog een redelijk boekhoudkundig resultaat kunnen optekenen.
De politiek is gepolariseerd. Dat LDD in het anti-kamp zit, en de Open VLD ook zeer kritisch is, dat is logisch. De kampioenen van de vrije markt zijn trouw aan hun agenda. Maar de houding van de CD&V is een raadsel. Die partij is blijkbaar kwaad op de openbare omroep. In de mediacommissie laat de partij niet na om week na week met scherp te schieten, en zelfs de komst van Luc Van den Brande als nieuwe voorzitter werkt niet kalmerend. Is dat omdat de VRT te eigenzinnig, te eigenwijs of te weinig CD&V-minded is? Of is het toch het weinig transparante bestuur dat kwelt? Dat laatste begrijp ik nog. Dat sommige collega’s vinden dat de openbare omroep het de voorbije jaren al te bont heeft gemaakt, begrijp ik ook wel. Maar ze op die manier de les lezen?
Nog cynischer is het, dat de partij die de mediaminister levert en die in principe (ideologisch) de dikste vriend van de VRT zou moeten zijn, de kastanjes uit het vuur mag halen. Ingrid Lieten krijgt de ondankbare opdracht om barbertje te spelen. Zij, en bij uitbreiding de sp.a moeten hangen. Waarom laten ze dat in Godsnaam gebeuren? Dat is totaal onbegrijpelijk.
Laat ons een koe een koe noemen. Dat er een stevige stuiver kan bespaard worden bij de VRT is een open deur intrappen. Er gaat heel veel geld naar peperdure sportrechten – veel meer dan de VRT ooit kan uitzenden – naar covering van entertainment en andere showbizz-gedoe, naar meerjarige en ook dure contracten met externe productiehuizen. Dat die bevolkt worden met ex-VRT-medewerkers … De meeste daarvan zijn indertijd zelfs gestimuleerd om zich extern te vestigen, met de belofte dat de omroep met hen zou samenwerken. Anderen zijn zelf weggetrokken, omdat hun creatief talent geen plaats kreeg in huis. Studio 100 en Woestijnvis vormen de toppen van een grote ijsberg. Slecht people-management, miskenning van talent, platte zakkenvullersmotieven, het is allemaal van de partij.
In deze brede rayon kan er dus stevig bespaard worden. Ook in het topmanagement. Er zijn nu wel enkele topmanagers minder, maar finaal zijn er nog veel te veel. Ook cynisch genoeg is het zo dat het de huidige saneerder van dienst, CEO Piet Van Roe, indertijd ook verantwoordelijk was voor de implementatie van de (dure) structuur. Het vermaledijde woord ‘efficiëntiewinst’ kan zeker voor de VRT grote diensten bewijzen. Vooral dan door een betere organisatie.
En toch, toch deugt de huidige operatie van geen kanten. Immers, de besparing heeft geen nieuwe finaliteit. Die dient niet om een nog betere of een andere VRT te maken. Wij kunnen leven met een stevige besparing als die uitmondt in een versterking van de kerntaken van de VRT. De steeds verder oprukkende commercialisering van de omroep heeft de grenzen van de fatsoenlijkheid bereikt. De VRT moet de commerciële radio- en tv-zenders niet beconcurreren met Rode Loper-achtige fait divers, evenmin met reclame voor Starbucks of andere koffie in tal van programma’s, noch met de ondraaglijke hoeveelheid plezier en ontspanning in de categorie ‘pluimgewichten’. Nee, de VRT moet beter zijn: informatieprogramma’s, kwalitatieve duiding, goede eigen documentaires. Stevige Vlaamse fictie – een onvolprezen kwaliteit van onze VRT – cultuurprogramma’s, doordachte educatie. Niet dat er geen ontspanning mag zijn, niet dat we terug moeten naar Kunstzaken, maar de dominante ondraaglijkheid mag worden omgekeerd. Dat mag een beetje kijk- en luistercijfers kosten, niet teveel liefst. Dat zal wat inleveren zijn op het aantal uren tv en radio, maar er is meer dan genoeg. Als de kijkers maar merken dat onze openbare omroep er anders uitziet en klinkt dan de andere zenders: door de kwaliteit, de diepgang, de grondigheid. Niet dat we moeten eindigen met een kleine omroep met nicheprogramma’s die geen enkele commerciële zender ooit zou uitzenden. Maar een wat evenwichtiger aanbod?
Kortom, stuur de VRT terug naar de kerntaken. Die kerntaken versterken / herstellen kost ook geld. Dat kunnen we betalen met verstandige besparingen. Als we nu eens afspreken dat we besparen zoals in de andere Vlaamse instellingen, en met het verschil een nog betere VRT maken?
]]>Het bestuur van de Luchthaven Kortrijk-Wevelgem heeft zijn jaarrapport 2009 af. De teneur is haast euforisch, maar de naakte cijfers liegen niet. Droefenis troef. Het zakenverkeer daalde in 2009 met meer dan 35%. Op een gans jaar kreeg de luchthaven niet eens 11.300 professionele passagiers over de vloer. Als ik dit verreken naar het aantal werkdagen, komen we uit op een zielige 43 reizigers die doordeweeks opstijgen of landen in Wevelgem.
11.300 zakenreizigers op een vol jaar tijd. Qua aantal is dat vergelijkbaar met het aantal treinreizigers dat het station Kortrijk aandoet, op een halve dag… Zelfs het station van Wevelgem haalt 20 keer meer reizigers dan de naburige luchthaven. En dit stationnetje werd enkele jaren terug wel bedreigd met sluiting wegens onrendabel.
Toch vindt het luchthavenbestuur de cijfers nog meevallen. Het totale vliegverkeer bleef immers stabiel, dankzij de scholings-, trainings- en pleziervluchten die blijkbaar niet onder de crisis te lijden hadden. In augustus en september is er een opmerkelijke stijging vast te stellen, die volgens het rapport makkelijk te verklaren is: ‘door een maanden aanhoudende ronduit zomerse weerssituatie met goede luchtvaartconditie’. Zeg maar: ‘lekker weer voor een pleziervluchtje’. Nu gunt Groen! ieder diertje zijn pleziertje, maar daar hoeft de belastingbetaler niet voor op te draaien. 2009 was immers niet enkel uitzonderlijk zonnig voor de luchthaven van Wevelgem; het was ook een historisch jaar wat de financiering betreft.
In 2009 draaide de luchthaven meer subsidie-omzet dan bedrijfsomzet. Terwijl de eigen inkomsten met ruim 10% achteruit boerden, kwam er wel een extra subsidie van 97.000 euro vanwege de provincie West-Vlaanderen. Zo komt de totale inbreng van de gemeentes, de provincie en het Vlaams gewest op net geen miljoen euro. Ik heb het eventjes snel uitgerekend: Elke zakenpassagier krijgt zo 85 euro overheidskorting op zijn vlucht. En dan nog slaagt de luchthaven er niet in een break-even te draaien. Ze klokken af op een bedrijfsverlies van een goede 50.000 euro.
Ik begrijp dan ook niet waarom er overheidsgeld blijft gepompt worden in de zakenluchthaven van Wevelgem. Door de gestage uitbouw van het (hogesnelheids-)treinnet zijn er voldoende alternatieven voor de reizigers. De luchthavens van Oostende en Lille-Lesquin liggen bovendien op een boogscheut.
Het vliegveld heeft een toekomst, oh ja, maar niet langer als luchthaven. Het terrein is heel goed ontsloten, via het spoor en de diverse snelwegen. Dit maakt het ideaal is voor de ontplooiing van een groen bedrijventerrein dat een veelvoud aan tewerkstelling oplevert, in vergelijking tot de luchthaven. En waarom ook geen inplanting van een windmolenpark op deze unieke locatie?
]]>Op de website van Evolis lezen we
“Op vandaag zijn aspecten zoals ecologie en duurzaamheid van groot belang. Op Evolis toont men dan ook hoe ecologie en economie hand in hand kunnen gaan.” En verder wil Evolis een ‘Duurzame energiehuishouding’. Ik ga met dit alles akkoord.
Maar hoe verklaart de stad dan dat er vandaag op Evolis nog nul bedrijven staan, en er toch sinds de opening (begin juli 2009) een openbare verlichting functioneert van 76 verlichtingspunten. Branden die voor de show? Of om te verhinderen dat er illegaal geplast wordt tegen de windturbines? Of om vrijende koppeltjes te ontmoedigen? Of waarom?
Er staan 76 lampen. Als we aannemen dat ze gemiddeld 12 uur per dag branden, dan betekent dat dat er per jaar 332.880 uren lampen branden zonder enig nut.
Voor een innovatief bedrijvenpark dat zelf stroom produceert, steekt dat toch de ogen uit, toch? En ja, er is toch gratis stroom, van de turbines … Ja, maar die hoort thuis op het elektriciteitsnet, en niet om nutteloze lampen te laten branden.
Thuis laten we energiescanners komen, raden onze familieleden aan geen onnodige lampen te laten branden en dus zuinig te zijn met energie. Maar op het openbare domein is dat blijkbaar niet geldig. Daar mag het licht blijven branden, zelfs als dat voor niemand nuttig is.
Een duurzaam bedrijvenpark vereist een duurzame aanpak. Vandaar de volgende vragen:
1. Hoeveel kilowatt aan elektriciteit wordt er jaarlijks verbruikt voor de openbare verlichting op Evolis? Hoeveel kost dat jaarlijks aan de gemeenschap?
2. Kan er alstublieft geen oplossing komen om
– de verlichting te doven tot er bedrijven gevestigd zijn?
– van zodra er zich bedrijven vestigen een oplossing te organiseren voor gedeeltelijke of gedimde verlichting?
Bart Caron
Progressieve fractie
Schepen Guy Leleu antwoordde dat Evolis de laatste maanden wel gebruikt werd om vrachtwagens te plaatsen met leveringen van kostbare producten voor ‘K in Kortrijk’. Die werden dan ‘afgeroepen’ om naar het winkelcomplex te rijden.
Nu ‘K in Kortrijk’ open gaat is deze functie niet meer nodig. Daarom zal de stad de verlichting ofwel dimmen ofwel doven. Daarmee gaat de stad dan ook in op het voorstel van de progressieve fractie.
De stad zal ook deelnemen aan de actie ‘Earth Hour’. Earth Hour maakt deel uit van een internationale campagne van WWF tegen de klimaatverandering. Op 27 maart 2010 een uur lang alle lichten doven om steun te betuigen aan de strijd tegen de klimaatverandering.
Wetgeving
Sinds vorig jaar kunnen werknemers een belastingvrije fietsvergoeding voor woon-werkverkeer krijgen van 0,20 euro per kilometer. Een prima mogelijkheid voor de werkgever om milieuvriendelijke mobiliteit aan te moedigen.
Werkgevers kunnen zelf beslissen over de hoogte van een eventuele fietsvergoeding. Bij veel besturen - ook bij de stad Kortrijk - bedraagt die 0,15 euro per kilometer. Dit was tot voor kort het bedrag dat vrijgesteld was van belastingen en sociale bijdragen. Vorig jaar werd het belastingvrije bedrag opgetrokken tot 0,20 euro per kilometer. Ook voor sociale bijdragen wordt de vrijstelling opgetrokken tot 0,20 euro per kilometer: de principiële beslissing is in november 2009 door de ministerraad genomen.
De omzendbrief BB 2010/01 van 29 januari 2010 laat toe dat de lokale besturen het bedrag van de fietsvergoeding voor het woon-werkverkeer van hun personeelsleden verhogen tot 20 cent per kilometer. Zodra zowel de fiscale vrijstelling als de sociaalrechtelijke vrijstelling geregeld zijn, is er geen principieel bezwaar tegen een verhoging van het bedrag van de fietsvergoeding voor het woon- werkverkeer tot 20 eurocent per kilometer vanaf 1 januari 2010.
Artikel 164 van het besluit rechtspositieregeling gemeente- en provinciepersoneel moet daarvoor echter aangepast worden. In afwachting van die wijziging kunnen de besturen met ingang van 1 januari 2010 het bedrag van de fietsvergoeding al verhogen tot een maximum van 20 eurocent per kilometer. Zo staat het in de omzendbrief van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur.
Lokale besturen kunnen zelf beslissen of ze die aan hun personeelsleden toekennen of niet.
Budgettaire impact
De kostprijs van de fietsvergoeding op vandaag is:
- voor stadspersoneel: 302.000 km à 0,15 euro = 45.363 euro
- voor academie, conservatorium en onderwijs: 12.600 km à 0,15 euro = 1.700 euro
Een totaalbudget van 47.063 euro.
Als de vergoeding verhoogt naar 0,20 euro wordt de kostprijs:
- voor stadspersoneel: 302.000 km à 0,20 euro = 60.400 euro
- voor academie, conservatorium en onderwijs: 12.600 km à 0,20 euro = 2.520 euro
Een totaalbudget van 62.920 euro.
Er is dus een meerkost van ongeveer 16.000 euro voor de stad, 15.857 om correct te zijn.
Een lage kostprijs voor de stad, maar een hoge stimulans die leidt tot een gezonder lichaam en leefomgeving.
Daarom pleiten Groen! en sp.a voor een verhoogde fietsvergoeding. We doen het volgende voorstel aan de raad:
1. Akkoord te gaan om de fietsvergoeding voor het gemeentelijk personeel te verhogen naar € 0,20 per kilometer vanaf 01.01.2010.
2. Op het eerstvolgende onderhandelingscomité met de vakbonden voor te stellen om met ingang van 01.01.2010 de fietsvergoeding voor de fietsende personeelsleden te verhogen naar € 0,20 per kilometer.
Namens de progressieve fractie
Bart Caron en Bert Herrewyn.
Burgemeester Lieven Lybeer antwoordde dat dit eerst op het sociaal overleg moest worden besproken. De stad Kortrijk heeft de gewoonte vooral te luisteren naar de voorstellen van de vakbonden. Wij drongen toch aan dit punt als intentie in te brengen. De burgemeester vond de kostprijs in principe haalbaar.
We zullen het voorstel ook zelf overmaken aan de vakbonden.
We gingen akkoord om nu geen stemming te houden. We komen over een zestal maanden terug op dit voorstel om te vragen naar de stand van zaken.
Ik betreur dat het criterium van non-profit niet meer is opgenomen. In verschillende gemeenten in Zuid-West-Vlaanderen mocht alleen nog het Kringloopcentrum oude kledij inzamelen, bijv. in MIROM, Izegem, Avelgem enz., soms ook Wereld-Missiehulp. Dat is de beste garantie op een eerlijke behandeling. Ovam deed daar lastig over. Jammer en volgens mij zelfs zonder uitdrukkelijk reglementaire bepaling, maar ja ...
Er worden acht criteria gehanteerd voor de prijsvraag. Vier bedrijven dienden een offerte in. Ze scoren allen goed op de 8 criteria. Het kringloopcentrum haalt globaal een ‘iets hogere score’ omdat het op de criteria 7 (realisatie van ruime en specifieke doelen in de IMOG regio) en 8 (de afzet en de regio waar het herbruikbaar textiel wordt afgezet.) beter scoort. Het gewicht van deze criteria is blijkbaar erg laag.
In de nota lezen we ook dat drie bedrijven (Wereld-missiehulp vzw, Curitas nv, VICT bvba) voornamelijk op export gericht zijn. Alleen het Kringloopcentrum Zuid-West-Vlaanderen zet af in de regio. We weten dat de kleren die mensen in de bakken van die drie organisaties stoppen, vaak terecht komen in zgn. friperies, dat zijn commerciële bedrijven die deze kleren wassen, sorteren en verkopen in derdewereldlanden, waar ze in oneerlijke concurrentie treden met de lokale textielproducenten. Daar wordt in deze beslissing geen rekening mee gehouden.
Ik dacht het wel de bedoeling is van criterium 8 om de afzet (=verkoop voor hergebruik) in de eigen regio positief te beoordelen, dat is de enig mogelijke interpretatie vanuit de geschiedenis van de verschillende versies van overeenkomsten en bestekken!
En daarom is het toch erg vreemd dat de organisatie die het beste scoort op de acht criteria, daar niet voor beloond wordt, maar een behoud van de huidige toestand wordt voorgesteld rond het plaatsen van containers. Beter scoren heeft dus weinig effect. Ik zie ook dat de twee commerciële actoren, die al jaren het reglement overtreden, evenveel containers mogen zetten.
Ik wil van de schepen weten waarom deze zoveel en een andere maar zoveel containers mag plaatsen.
Waarop is deze bizarre beslissing eigenlijk gebaseerd? Mag ik denken dat hier politieke of zelfs commerciële sympathieën spelen voor bepaalde organisaties? Ik heb niks tegen Wereld-missiehulp, maar waarom krijgt die organisatie meer containers dan het Kringloopcentrum ondanks de hogere score van de laatste? En waarom mag het kringloopcentrum er geen zetten in de publieke ruimte?
Ik zie wel dat de huis-aan-huis ophaling en de 4 containers op de containerparken worden toegekend aan het Kringloopcentrum. Dat is positief, maar toch nog beperkt.
Voor de rest wordt de huidige situatie eigenlijk verlengd. Dat roept vragen op, des te meer omdat de illegale inzameling in het verleden nu wordt beloond, er kwamen nl. overal containers bij zonder vergunning.
Ik heb vernomen dat in de inschrijving van het Kringloopcentrum op de aanbesteding de vraag naar straatcontainers is opgenomen (voor alle deelnemende gemeenten van regio IMOG). Maar die is helaas niet gehonoreerd.
Er staan er ook veel van VICT in Groot-Kortrijk, omdat ze een aantal jaren geleden moesten verdwijnen uit regio MIROM Menen (voorheen IVMO), ze hebben er gewoon een aantal daarvan in Kortrijk neergepoot.
Er is nog meer: is er geen garantie dat de containers van de andere organisaties proper en net blijven. Op nogal wat plaatsen staan containers van Wereld-missiehulp en het is een echte “rommelboel”, vooral omdat deze erg weinig, bijna nooit wordt leeggemaakt en onderhouden door desbetreffende organisatie. Ook bij mij in de buurt is het zo. We kennen verschillende punten waar wekenlang hopen zakken lagen. Het is nochtans ook een gunningscriterium.
Er staat ook een fout in het besluit dat wordt voorgesteld: in de inleiding is er voor het VICT enkel sprake van ‘containers opgesteld op private sites’; in de lijst voor het VICT staan de diverse containers die illegaal op openbaar terrein staan, ook opgenomen (o.a. de locaties met ‘braakgrond’ en ‘electrokabine’ cfr bijv. Kalvariestraat en hoek Pottelberg/Bruyningestraat); dit is in strijd met de melding in de inleiding dat het voor hen enkel over private sites gaat. Wij vragen u uitdrukkelijk om de containers die in het verleden zonder toestemming op het openbaar domein stonden, te laten wegnemen… U kan voor dit aantal aan het Kringloopcentrum extra locaties geven.
En tenslotte, hoe zal de stad garanderen dat er geen misleidende communicatie gebeurt door de private inzamelaars, bijvoorbeeld door associaties op te roepen, via hun naam of gebruikte beelden, met het goede doel terwijl het om commerciële bedrijven gaat? Private bedrijven hoeven niet noodzakelijk uitgesloten te worden, maar ze moeten wel correcte informatie geven aan de burger en dezelfde regels volgen als de sociale organisaties (cf. supra: de illegale inzameling in het verleden wordt nu beloond, terwijl degene die gewacht heeft tot een besluit van de stad, nl. het kringloopcentrum, daardoor nu geen mogelijkheden krijgt) .
En nog dit. wat ons stoort is dat er op onze containerparken geen container staat voor textielafval; waarin je dus gescheurde of vuile kledij kan in gooien, die niet nuttig is voor de Kringloopwinkel. Je zou er oude lakens of kapotte t-shirts in kunnen gooien met de bedoeling dat die gerecycleerd worden als vodden.
Immers, op de containers van de kringloop staat “geen afval”.
Als ik vroeg waar ik die moet gooien, kreeg ik tegenstrijdige boodschappen: ofwel word ik toch aangemaand om mijn vodden in die kledingcontainer te gooien, ofwel moeten ik mijn gescheurde kledij in het brandbaar afval gooien. Kan er geen gescheiden verzameling zijn van textiel: herbruikbaar en vodden?
Ik herhaal mijn vragen:
Waarom mag Wereld-missiehulp 32 containers zetten, Curitas nv 8, VICT bvba 22?
Waarop is deze beslissing eigenlijk gebaseerd?
Waarom mag het kringloopcentrum er geen zetten in de publieke ruimte?
Welke maatregelen neemt de stad tegen die punten waar wekenlang hopen zakken blijven liggen?
Bent u bereid om de containers die in het verleden zonder toestemming op het openbaar domein stonden, te laten wegnemen en die locaties aan het Kringloopcentrum te geven.
Welke garanties kreeg u van de organisaties over een eerlijke communicatie?
Bent u bereid op de containerparken van de stad een gescheiden verzameling te voorzien van herbruikbaar textiel en vodden?
Schepen Bral antwoordde dat, gezien dit punt niet hoogdringend was (en hij niet op de vragen kon antwoorden, wat hij uiteaard niet zei), hij voorstelde het van de agenda te halen en volgende maand opnieuw te agenderen.
]]>Er stond een merkwaardig opiniestuk in De Morgen. KVS’ artistieke leider Jan Goossens gaf er Herman Schueremans van langs in een zeer ‘precies’ geformuleerd stuk. Bij de discussie over de zin of onzin van cultuursubsidies is immers zindelijke argumentatie gewenst. Jan Goossens pleit voor een openhartig en ernstig politiek-maatschappelijk debat over cultuursubsidies. Hieronder een paar fragmenten uit dat stuk, en mijn eigen reactie op Herman.
Hollandse ziekte
(…) Zeer boude beweringen die het niveau van cafépraat nauwelijks overstijgen, worden verkocht als onderbouwde academische stellingen. Politici die in geen jaren een gesubsidieerd theater van dichtbij hebben gezien, ontpoppen zich tot bedenkers van visionaire toekomstscenario’s. Daarin wordt verwezen naar buitenlandse ‘good practices’ waaruit zogezegd veel te leren valt. (...)
In de vergadering van de commissie Cultuur van het Vlaams Parlement van 25 februari jongstleden liet Open Vld’er Herman Schueremans zich alweer van zijn allersterkste kant zien. Ik wil u een korte bloemlezing niet onthouden: “Open Vld heeft steeds zijn bezorgdheid geuit tegenover een te grote subsidie-afhankelijkheid van de culturele sector. We hebben ooit eens gezegd: subsidies zijn als cocaïne, hoe meer je ervan krijgt, hoe meer je gaat zweven.” En met een verwijzing naar zijn academische partner in crime Arjen van Witteloostuijn van de UA: “Door het cultuurbudget in Vlaanderen gedurende de laatste tien jaar met maar liefst 102,8 procent te laten stijgen, heeft de voormalige cultuurminister de Hollandse ziekte naar Vlaanderen gehaald, aldus Van Witteloostuijn. In mensentaal betekent dat dat ze zoveel subsidies kregen en zoveel aan de jointen hingen, dat ze tot de namiddag in hun bed lagen en vergaten muziek te maken.”
Artistieke luiaards
En zijn gesofisticeerde oplossing heeft Schueremans al klaar: “In tijden van laagconjunctuur moet het beleid antwoorden bieden op de vraag hoe we met minder middelen het cultuurbeleid verder kunnen uitbouwen. Ik verwijs altijd naar het fauvisme en Rik Wouters, die met minder penseeltrekken veel meer deed.” Voilà, dat weten we dan weer: zet die artistieke luiaards alstublieft op droog zaad, dan komt er heel misschien nog iets goeds van.
(…) Om te beginnen: alle organisaties van het kunstendecreet dragen middels een lineaire besparing van 2,5 procent in 2010 wel degelijk bij tot de besparingsoperatie op Vlaams niveau. Maar een minimum aan intellectuele eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat de extra middelen die ex-minister Anciaux uit de brand wist te slepen grotendeels naar broodnodige inhaalbewegingen voor en verstevigingen van de cultuursector gingen. Zelfs van artiesten kan je immers niet verlangen dat ze voor een appel en een ei blijven werken.
Relatief gezien besteedt Vlaanderen momenteel geen onaanvaardbaar hoge bedragen aan cultuur. Zeker niet als je ziet wat de maatschappelijke return is: veel tewerkstelling, veel toeschouwers en veel artistieke eindproducten die de hele wereld ons benijdt. (…)
Koning eenoog
Kortom, een subsidiedebat? Bring it on, maar dan één waarin intellectuele hygiëne en kennis van zaken centraal staan. (…) Moed helpt daarbij, navelstaarderij niet. Zolang we vooral onder elkaar discussiëren, geven we vrij baan aan succesvolle concertorganisatoren die plots de autoriteit menen te hebben om voor de hele cultuursector toekomstscenario’s te formuleren. Met zijn gebrek aan bescheidenheid gedraagt Schueremans zich als een specialist neus-keel-en-oren die zonder enig overleg aan hartoverbruggingen begint. (…)
Tot hier Jan Goossens. Bedankt Jan.
En er is nog meer, vind ik zelf
Tijdens datzelfde debat voegde ik daar een en ander aan toe. Enkele letterlijke citaten uit mijn mondelinge reactie tijdens de zitting: “Ik heb veel waardering voor u, mijnheer Schueremans, maar we verschillen soms fundamenteel van mening. Ik nodig u uit om met mij eens een dag door te brengen in de kunstenorganisatie waar ikzelf bestuurder van ben, om eens te ondervinden wat subsidies zijn, om na te gaan of ze de cocaïne of de bedwelmende cannabis zijn die ze lijken te zijn voor de kunstenaars. Ik ben zelf ook muzikant in het niet-gesubsidieerde circuit. Dat bestaat en Herman heeft gelijk, er is een kunstvorm die geen overheidsgeld nodig heeft. Ik noem bewust de twee extremen om aan te duiden dat ze in de samenleving aanwezig zijn en perfect naast elkaar kunnen bestaan. Het is niet het ene of het andere. Ik was aanwezig op de studiedag van het KMSK te Antwerpen en ik heb er professor Van Witteloostuijn gehoord, maar hij maakte niet bijzonder veel indruk. Hij neemt de nuances en de verschillen tussen de aard van de kunst, de moeilijkheidsgraad, de toegankelijkheid, het potentieel om veel of weinig publiek te bereiken en de internationale component niet in ogenschouw en hij neemt die niet op in zijn evaluatie. Dat zijn veralgemeningen. (...)
Het punt dat ik wil maken, is vooral dat er grote verschillen in potentiële leefbaarheid tussen de kunstensectoren zijn. Het meest frappante voorbeeld hiervan is de beeldende kunst. We subsidiëren jonge kunstenaars met kunstenaarsbeurzen. We hebben centra voor beeldende kunsten die tentoonstellingen inrichten. Onze succesvolle kunstenaars bevinden zich 5 jaar later niet langer bij de Vlaamse subsidiepotten. Ze leven van de verkoop van hun werk. Hun werken worden door musea en kunstverzamelaars aangekocht. Ze leven ook van de tentoonstellingen die buiten het gesubsidieerd circuit vallen. Dit is een perfect voorbeeld van de manier waarop een overheid getalenteerde artiesten kansen biedt tot het ogenblik waarop ze zelfstandig buiten die circuits kunnen leven. Voor een aantal kunstdisciplines, zoals theater en dans, is dit nu eenmaal niet mogelijk. De verschillen zijn groot. Ik zou dan ook willen dat iedereen tijdens discussies over dit onderwerp oog heeft voor deze diversiteit.”
Mag ik voorstellen dat alle debaters- vooral de (neo)liberalen onder de lezers - ook nog eens nadenken waar cultuursubsidies nuttig voor zijn? Ik schreef er ooit een artikel over. Klik hier om het helemaal te lezen. Daarin leg ik uit dat er heel duidelijke argumenten zijn voor cultuursubsidies, niet voor alles en iedereen, niet gelijk wanneer, maar gericht.
]]>Uit de recente cijfers van de overheidsdotaties (van 2008) aan de openbare omroepen blijkt dat de dotatie in Vlaanderen (dus voor de VRT) 48 euro per inwoner bedraagt. Bij de BBC is dat 82 euro per inwoner. In Zwitserland is dat 92 euro per inwoner, in Duitsland 88 euro, in Denemarken 84 euro, in het Verenigd Koninkrijk 82 euro, in Nederland 37 euro en in Frankrijk 37 euro.In vergelijking met het gemiddelde vaan de andere openbare omroepen uit de landen uit dat lijstje ligt de Vlaamse overheidsdotatie voor de VRT 30 procent lager.
Daaruit blijkt dat de suggestie van mijn gewaardeerde collega Carl Decaluwé dat de VRT voor zijn besparingen inspiratie kan vinden bij de BBC, nogal ‘leeg’ is. Er is een huizenhoog verschil zijn inzake publieke financiering van de openbare omroepen in Europa. Er kan in de BBC wel wat vet van de soep. Zo heeft de BBC veel meer zenders en veel meer internetsites dan de VRT.
Het betekent niet dat de VRT niet zou kunnen besparen, maar die moet vertrekken van een discussie en een beslissing over de toekomstige opdrachten en taken. Als die bepaald zijn, dan zou het best eens kunnen blijken dat een forse besparing onmogelijk en onwenselijk is. Maar nu besparen omdat de BBC dat doet, zonder herdefiniëring van de taakstelling, komt neer op het berokkenen van schade aan de VRT, of liever op het verzwakken van de positie van de VRT tegenover de commerciële zenders op radio en televisie.
Wie nu de BBC inroept als voorbeeld voor besparingen, vergeet blijkbaar bewust dat in ereklasse speelt, de VRT in eerste provinciale.
]]>En toch is de VRT verre van heilig. Onze omroep is specialist in het afrijden van de kantjes. Net niet, of net wel de regels overtreden. Goede vriend en moeten eerlijk durven zijn jegens elkaar en dus kritisch.
Het moet mij van het hart, maar die speciale uitzending van de grote Peter Van de Veire ochtendshow live in Starbucks in het Centraal Station van Antwerpen, dat is er ver over, heel ver zelfs. Dit MNM-programma werd voor de gelegenheid zelfs omgedoopt tot De grote Koffie Van de Veire ochtendshow. Een dikke (en goed betaalde?) cadeau aan deze very American koffieboer. Die opende een eerste vestiging na die op Zaventem. Het mocht duidelijk niemand ontgaan. De uitgebreide reclame dankzij de VRT viel zelfs de Standaard op. Die krant dan nog, tot voor kort via Corelio aandeelhouder van de VAR. Maar de liefde is blijkbaar over. En alsof dat niet genoeg was, er was nog een reportage in Vandaag over de opening van diezelfde Starbuckskoffiewinkel. Ook die ging bijzonder ver.
Dat VTM of Q-Music dat zouden doen of VT4, tegen een propere vergoeding, logisch zou ik zeggen. Maar de openbare omroep? Wie heeft hier wat betaald? Of is dat gratis reclame voor Starbucks met belastingsgeld? Of zijn er andere afspraken over returns gemaakt? En de bleke uitleg die de woordvoerder van de VRT gaf, is een staaltje tsjevenpraat waar een mediaminister van dezelfde politieke familie niet kan aan tippen: “De live-uitzending van MNM is een coproductie zoals we er vele doen bij de verschillende radionetten”, aldus Brigitte Vermeersch. ‘Zo zijn er ook al radio-uitzendingen gemaakt op het Vakantiesalon of in de Standaard Boekhandel.” Die vergelijking gaat maar half op. En zelfs de andere voorbeelden vind ik niet aanvaardbaar. Starbucks heeft een deel van de productiekosten betaald, maar het bedrag wil de VRT niet kwijt, aldus de woordvoerder. Het is reclame, punt. En dat mag tot nader order niet. Het is helemaal niet de taak van de VRT om dat soort werk te doen. Een rode kaart dus.
En dan Radio 1
Ik krijg geregeld mails over de muziekkeuze op mijn voormalige favoriete zender. Wat velen sedert enkele maanden vreselijk stoort, is de bijzonder eenzijdige muziekkeuze op deze zender. Men draait de hele dag zeer recente nummers van een beperkt aantal artiesten als Jason Mraz, Jamie Cullum, Lily Allen, Norah Jones, ... . De muziekselectie is veel smaller dan enkele jaren geleden - verjonging heet zoiets - en wordt en petit comité gemaakt door zogenaamde specialisten. Ook ik heb de indruk dat hier soms andere dan publieke belangen spelen. Meer zelfs, dat men bepaalde artiesten wil hypen. Ik hoop dat hier geen rechtstreekse commerciële belangen spelen van platenfirma’s en concertpromotoren (?).
Iemand schreef me vandaag: “Vandaag luister ik sinds 8u en intussen hoorde ik al twee nummers van Joss Stone, de “souldiva” én hou u vast: één reclamespot voor haar en één uitreiking van gratis tickets voor een concert, terwijl ze niet eens de artieste van de week of zo is. Dat is deze week Admiral Freebee. De voorbije week hoorde ik al elke dag minstens één nummer van Stone, meestal hetzelfde trouwens. Ze is zeker niet de enige artieste van wie men dagelijks een nummer draait, maar men tast blijkbaar de grenzen af.” Spelen hier toch duidelijke commerciële belangen? Ik mag er niet aan denken. Dat probleem ga ik toch eens aankaarten in het Vlaams Parlement.
Voor minder bekende artiesten (die geen marketingmachine achter zich krijgen) is deze evolutie trouwens een echte ramp.
Ryanair was in het verleden al eens actief op de luchthaven van Oostende, maar dat is toen mislukt. Het mag niet dankzij tonnen overheidsgeld zijn dat het nu wel zou lukken. Nu al zijn er jaarlijks miljoenen euro’s overheidsgeld nodig om de luchthaven van Oostende rendabel te houden. En nog zijn de trafiekcijfers niet goed. Dit is geen verstandig economisch beleid. Groen! Kamerlid en Oostends gemeenteraadslid Wouter De Vriendt is duidelijk: “Ryanair is welkom, maar zonder één euro overheidsgeld. Het kan niet dat luchtvaartmaatschappijen kost wat kost met belastinggeld gesubsidieerd worden”.
De oprichting van een speciale vzw ter ondersteuning van Ryanair met overheidsgeld kan wat ons betreft dus niet. Groen! zal dan ook aan de provinciegouverneur de schorsing van de oprichting van deze vzw vragen. Bestaande initiatieven, zoals Westtoer, moeten volstaan om het inkomend toerisme te promoten. Ryanair mag geen speciale behandeling krijgen.
De groenen willen de luchthaven Oostende-Brugge omvormen tot een passagiersluchthaven. “Ryanair is welkom, maar moet rekening houden met de ligging van de Oostendse luchthaven en geen extra overlast voor de omwonenden veroorzaken. Alle vluchten moeten overdag plaatsvinden. De geluidsnormen van de Wereldgezondheidsorganisatie staan voorop en ook geluidspieken zijn uit den boze. Korteafstandsvluchten (minder dan 500 km) zijn ecologisch onverantwoord en kunnen niet door de beugel”, benadrukt Wouter De Vriendt.
Ten slotte wil Groen! de twijfelachtige sociale reputatie van Ryanair onder de loep nemen, vooraleer zich definitief uit te spreken. Bij Ryanair is immers sprake van slechte arbeidsstatuten en weinig syndicale vrijheid voor het personeel. Ook veiligheidsvoorschriften moeten van zeer nabij opgevolgd worden. Op al deze vlakken moet Ryanair garanties kunnen bieden.
Groen! zal een open brief sturen aan Vlaams Minister Hilde Crevits, de provinciegouverneur en de betrokken Oostendse en Brugse burgemeesters. Verder zullen we ook interpelleren in het Vlaams Parlement en de gemeenteraden in Oostende en Brugge.
Wouter De Vriendt, Oostends gemeenteraadslid en Kamerlid (Groen!)
Mike Van Acoleyen, Voorzitter Groen! West-Vlaanderen
Sammy Roelant, Voorzitter Groen! Brugge
Bart Caron, Vlaams Volksvertegenwoordiger (Groen!)
Het zal wel de schuld zijn van de economische crisis en van problemen in de distributiesector.Zo luidt de voorspelbare uitleg. In werkelijkheid is het een combinatie van platte winstmaximalisatie en van slecht bestuur door de directie. De leiding van de grootwarenhuisketen heeft gerammeld met het werk van de mensen. Tja, waar was de tijd van “twee miljoen klanten moet je verdienen, elke dag”.
Collega Wouter De Vriendt, die hier wel veel van kent, stelt dat warenhuisketen Carrefour “als een 19de eeuwse patron” handelt door “met de botte bijl” door het personeel te gaan. De federale regering moet verdorie haar verantwoordelijkheid nemen en krachtig optreden tegen bedrijven die winsten maken op internationaal niveau, maar toch zonder gêne mensen op straat gooien. En zal onze Kris Peeters nu de TGV naar Parijs nemen om zijn beklag te gaan maken bij Sarkozy? Na het charme-offensief bij the terminator, nu iets gelijkaardigs in het Elysée? Onmachtige regeringen in ons landje ...
Misschien kan onze George Clooney toch nog even terugplooien op zijn Unizo-achtergrond. Ik zou dat graag zien. Met een warm pleidooi voor de zelfstandigen en de KMO’‘s. En met een stimulerend beleid voor die mensen.
Ik hoop uit de grond van mijn hart dat de zelfstandige superettes en kleine winkeliers hier van kunnen profiteren. Misschien dat de consument nog eens nadenkt alvorens hij bij dat soort ketenwinkels zijn spullen blijft kopen. Wij hebben een leuke (kleine) superette in Marke. Ook van een kleine keten (Prima) maar zelfstandig uitgebaat door Martine en haar medewekers. Best aangenaam, fijne mensen, kwaliteit en eerlijk ... en ja, een klein centje duurder. Maar het plezier is nog veel meer waard. En hetzelfde geldt voor de bakker, de slager en de krantenman. Thanks allemaal.
Zijn ze nu helemaal zot aan het worden in het schepencollege van Kortrijk? De stad Kortrijk en de provincie zouden opnieuw van plan zijn om de fictiereeks De Rodenburgs financieel te ondersteunen. Om het goede, sociale en innovatieve Kortrijk te promoten? Belachelijk!
De VTM besliste nog 18 afleveringen te maken, dit najaar. De stad wil daar weer voor betalen, maar wil dan wel dat er een Rodenburgs-dag in Kortrijk aan gekoppeld, en wil bekende acteurs op praalwagens de stad rondrijden? Zoiets, of nog belachelijker?
Heeft de stad zijn geld echt niet beter te besteden? Zijn er geen grotere noden?
Onze burgemeester vond het belangrijk dat de stad voldoende in beeld kwam. Tja, dat is min of meer het geval geweest, hoewel? Er waren veel meer beelden van elders dan van Kortrijk te zien. En los daarvan, weet de burgemeester nog waar de serie over gaat? Over goede sociaal voelende en solidaire Kortrijkzanen die opkomen voor die Kortrijkzanen die het iets moeilijker hebben? Over politieagenten die de veiligheid van de stad bewaken? Over foefelende stedelijke ambtenaren en politici? Over artiesten of sportfiguren die de naam en faam van Kortrijk wijd uitdragen? Kijk, met de Flikkendag kan Gent zich positief profileren. Zou ik dus ook doen. Maar met de Rodenburgs? Welk beeld wordt er over Kortrijk verspreid?
En dan het toeristische effect? Dat de commerciële zender VTM gekozen heeft voor een nieuwe reeks is haar keuze. Geen probleem. Maar heeft de stad Kortrijk nog niet door wat de reeks voor ‘positieve’ effecten dat allemaal heeft? Toeristische promotie? Nooit iets van opgemerkt! Dat kan ook niet, uit navraag van Het Nieuwsblad bij Dienst Toerisme blijkt dat de impact van de reeks ‘toch eerder mager’ is. Ook het euvele plan voor een wandelroute rond de Rodenburgs bleef in de kast van de goede bedoelingen maar foute plannen steken. Natuurlijk zijn er vooral locaties van buiten de provincie te zien. En de Kortrijkse plekken liggen zo ver van elkaar dat ze niet eens in een wandeling te plakken zijn.
Kortrijk toont zich dus weer eens van zijn belachelijkste kant. Niet voor het eerst. Er waren eerder al plannen voor een Rodenburgs-dag. Maar VTM zweeg stoïcijns. Ze wachten wellicht tot de domme stad Kortrijk nog meer zal bieden. Ze hebben nog gelijk ook.
Eerlijk gezegd, als de stad niet goed weet wat doen met haar geld, dan stel ik voor dat ze het toch maar aan de kant houden tegen de dag dat KV Kortrijk Europees voetbal gaat spelen. Of een extra-duwtje ter bestrijding van de stijgende armoede in Kortrijk? Ik kies uiteraard voor het laatste.
Wat moeten we aan met een dergelijke allochtone mens? Hij heeft niet meteen de bedoeling zich hier snel te integreren in de lokale samenleving. Misschien beseft hij evenmin dat een panter bij ons een poes is, huispersoneel onder de Belgische sociale wetgeving valt – al kan er met dienstencheques betaald worden, en hij verondersteld wordt een inburgeringscursus te volgen. Misschien dat deze mens bijdraagt tot de gezondmaking van de Belgische overheidsschuld, al heb ik daar de grootste twijfels over.
Mag ik zo een heel klein beetje gedegouteerd zijn van van dergelijke annonces? Mag ik de ecologische voetafdruk van deze mens een beetje hoog vinden? Mag ik voorstellen dat we de ‘immigratie’, ook tijdelijk, van dergelijke gastarbeiders aan banden leggen? Oost-Europeaan? In principe al verdacht. Dat stel ik toch vast als ik de bezoekers van het lokale dorpscafé moet geloven. Dit keer moet ik hen gelijk geven. Selectieve verontwaardiging? Wel ja ...
Een schop onder zijn kloten en een enkele reis naar het land van herkomst. Moet kunnen, vrij verkeer van goederen en mensen of niet.
Geïnteresseerd? Klik op Property4east.
]]>Ik wil in dit verband graag verwijzen naar het beleidsplan van de bib. Er staat een heel duidelijke visie in:
“Bibliotheekvoorzieningen in de nabijheid zorgen voor een verhoogde culturele participatie (..)
Naast de investering in elf filialen zal de openbare bibliotheek echter ook flexibele dienstverlening uitbouwen: boekendiensten aan huis en aan school, kleinere leenpunten, een bibliotheekbus. (...)
De bibliotheek zoekt actief naar mogelijkheden voor nieuwe of vervangende inplantingen (bv winkelcentrum Sint-Janspoort, kinderopvanginitiatief Condédreef).” (...)
In het Bibliotheekbeleidsplan 2007 – 2013 staat ook: “Door dit plan vindt vanaf 2012 elke inwoner van Kortrijk in een straal van een kilometer rond de woning een mobiele of permanente bibliotheekvoorziening.” Superambitieus.
Er komt dus niks terecht komt van al die ambitieuze plannen.
– de middelen voor collectievorming blijven dalen, filialen worden gesloten;
– Kortrijk heeft op twee na het kleinste personeelsbestand van alle centrumsteden;
– het Plein heeft meer dan redelijke uitleencijfers;
– waarom niet beter integreren in de OC’s? Doe dat toch in Bissegem bijv.;
– automatiseer meer.
– werk meer met wisselcollecties tussen de centrale bib en de filialen.
Ik vroeg de schepen wat de stad nu zal doen met de filialen? En hoe het staat met de plannen voor leenpunten in het winkelcentrum Sint-Janspoort, kinderopvanginitiatief Condédreef … met de automatisering van de uitleen in de filialen en de andere punten uit het beleidsplan.
Schepen Christine Depuydt antwoordde dat Het Plein zal sluiten. Bissegem zal dan toch niet sluiten: het budget wordt gevonden bij een verminderd budget voor collectievorming. De bibstart met een uitleenkastje in de kinderopvang in de Condédreef, ook met boekenpakketten in twee scholen. In de filialen is er nog een RFID (radiofrequentie identificatie systeem) aanwezig, omdat het een zware investering is en de nieuwe plannen voor de hoofdbibliotheek afgewacht worden.
Goed nieuws was er over de uitleencijfers: behalve beeld en geluid is er een verhoging van 3,3% bij de volwassenen, 6 % bij de jeugdafdelingen en plus 0,2 bij de filialen.
De afschaffing van uitleenbedragen op beeld en geluid lijkt positief te werken.
1. scherpere keuzes te maken welke wijken en deelgemeenten de gebiedswerking structureel moet ‘coveren’; en daarbij Heule niet te vergeten;
2. de gebiedswerkers beter te ondersteunen;
3. in de deelgemeenten en de wijken ‘dorpsoverleg’ en ‘wijkoverleg’ te organiseren;
4. een experiment op te zetten met ‘wijkbudgetten’, samen met de bewoners van een wijk of straat;
5. een betere doorstroming te organiseren van alles wat de bevolking in de gebieden signaleert, zodat het doordringt in het stadsbeleid en omgezet wordt in beleidsdaden;
6. de politieke bevoegdheid voor de hele gebiedswerking aan één schepen te geven;
7. voldoende autonomie te geven aan het team Gebiedswerking door de ambtelijke aansturing in een aparte stedelijke dienst (of in een stafdienst of transversale cel) onder te brengen; en dus niet meer in te kapselen in cultuur of burgerzaken;
8. de structurele band met cultuur (voor werking, infrastructuur en personeel) te behouden voor de OC’s De Vonke en Marke;.
9. de beleidsdomeinen openbare werken en de verkeersveiligheid nauwer te betrekken.
Schepen Jean de Bethune ging uitgebreid in op dit voorstel van resolutie. Hij greep het aan voor een stevig debat. Hij gaf ons zelfs op vele punten gelijk. Net daarom, zo stelde hij, was de goedkeuring ervan niet nodig, het college zat al helemaal in deze richting.
Hij meldde onder meer dat Heule zal worden ingevuld, dat hij gebiedswerkgroepen wil oprichten, dat er projectbudgetten zijn in de gebieden, dat de gebiedswerkers beter zullen worden ondersteund en dat het preventiebeleid zal geïntegreerd worden.
De resolutie werd weggestemd met 13 stemmen voor en 26 tegen.
De kandidatuur van België en Nederland voor het WK voetbal in 2018 biedt kansen. Het kan een enorme boost geven aan onze nationale volkssport nummer één en leiden tot meer samenwerking onder clubs en duurzame investeringen in broodnodige nieuwe stadions. Helaas wordt het te weinig aangewend voor duurzame ontwikkeling van steden. En het risico is groot dat de geboden kans wordt verknald als men de weg opgaat van veel nodeloos ruimtebeslag.
Dit bleek op een rondetafel die we met de Groen!-fractie in het Vlaams Parlement organiseerden. Alain Courtois kwam er zijn project voor 2018 uit te doeken doen, waarna deskundigen uit de meest verscheiden takken van de maatschappij er hun visie konden op geven. Het was een bijzonder moment: voor het eerst worden experten uit de architectuur, de economie, de sportwereld, de sociale werkingen bij elkaar gebracht rond voetbal, het WK 2018 en de problematiek van de stadions.
Het Belgische voetbal lag de jongste maanden en jaren regelmatig zwaar onder vuur. Van de zaak Yé, de vaak bedroevende prestaties van onze nationale elf, het faillissement van eersteklassers tot discutabele scheidsrechterlijke beslissingen, een bijklussende bondscoach en geïmproviseer met bondsreglementen.
De Nederlands-Belgische kandidatuur voor de organisatie van de Wereldbeker kan die negatieve sfeer doorbreken. Op sportief vlak kan deze kandidatuur de aanzet zijn voor een doorgedreven investering in alle lagen van de voetballerij, voor beter begeleid jeugdvoetbal, voor meer en beter opgeleide trainers die talent snel opsporen en laten ontwikkelen. Maar bovenal kan de kandidatuur bijzondere impulsen geven aan steden voor hun ontwikkeling.
De bouw van nieuwe stadions is een thema waar Groen! vaak huiverachtig tegenover stond. De reden hiervoor was nooit dat we de clubs en supporters misgunden om in optimale omstandigheden van hun sport te genieten. Integendeel. Maar al te vaak bleken de grootse plannen een ware aanslag op de schaarse open ruimte, dreigde een immens mobiliteitsinfarct of werden er shoppingcentra aan gekoppeld die de lokale middenstand de das omdeden.
De rondetafel leerde echter dat het ook ander kan. Een hedendaags stadion is verantwoord als het zich sportief richt op toegankelijk, comfortabel en veilig voetbalplezier voor het hele gezin, als het een motor is van vele andere ontwikkelingen die reeds in de ontwerpfase mee worden bepaald – zoals het Stade de France in Parijs het noordelijk gebied van Parijs revitaliseerde – als het architectonisch hoogstaand en vooral goed ingebed is in het landschap – zoals het stadion van Braga in Portugal – en als het een hefboom is voor een betere mobiliteit vooral via het openbaar vervoer, en als het CO2-neutraal is. De beste formule lijkt die van multifunctionaliteit. Maar dan wel een verweving met andere functies, van een brandweerkazerne – zoals in Neufchâtel - , over andere sporten tot evenementen en cultuur, soms ook wonen, maar zelden nieuwe winkelcentra. Ook al betekent dit een grotere financiële inbreng van de overheden. Maar ook in het andere geval is er een hoge maatschappelijke kost, denk aan slechte mobiliteit, aan winkelleegstand, enz.
Clubs en stadions moeten ook nauw samenwerken met hun directe omgeving, met de buurt en met de supporters. Onze kandidatuur voor het WK kan het verschil maken als België inzet op de sociale dimensie – community development en verdraagzaamheid - en op duurzaamheid. De Belgische overheid moet van de stadionbouwers eisen dat ze de leefomgeving actief betrekken bij hun project.
Kortom, een WK voetbal bij ons is mogelijk als zo’n project ingebed is in duurzame stedelijke ontwikkeling, goed doordachte mobiliteit, ten bate van elke burger, niet alleen de voetbalwereld.
De niet zo commerciële cultuur kan je het best vergelijken met een wetenschappelijk onderzoek. Iedereen heeft de mond vol van de noodzaak om in wetenschappelijk onderzoek te investeren. Meer innovatie, dat moet om aan de top van de Europese economische ranglijst te staan. Nu investeren in vernieuwing en onderzoek, met subsidiegeld, om overmorgen (economisch) te oogsten. Kijk, als je kunst en cultuur levend wil houden, als je aan de top wil blijven staan, dan moet je ook op dat terrein in innovatie investeren. Vergelijk de actuele beeldende kunst, de nieuwe media, het hedendaags toneel of de nieuwe muziek met een artistiek laboratorium. Ook dat brengt pas op termijn (artistiek) op,
Zijn er geen misbruiken? Zeker niet veel. Subsidiegeld moet aangewend worden waar het voor wordt toegekend. Wie subsidie krijgt, moet tot voor de laatste cent bewijzen dat die correct gebezigd wordt. Bewijzen leveren, afrekeningen indienen, controles ter plekke ... het moet. En terecht! Overheidsgeld moet correct besteed worden. En wil iemand iets zeggen of subsidies aan topsporters pamperen? En de vele subsidies aan Opel of Ford? Goed besteed?
Wat zei Joke Schauvliege nog meer? Ze zei “Subsidies zijn belangrijk, maar we mogen kunstenaars niet pamperen. We moeten ze ook eigen verantwoordelijkheid geven, ze doen beseffen dat het geld niet uit de hemel komt vallen. In de werkgroep Duurzaam Kunstenbeleid heb ik de sector gevraagd om zelf ook naar een evenwicht te zoeken tussen subsidies en economische motieven. Er zijn alternatieven, mecenaat of sponsoring bijvoorbeeld. In andere landen leeft dat veel meer. Ik geloof dat we meer die kant uit moeten.”
Ik wil verder graag geloven in alternatieven. Bij de verschillende organisaties waar ik betrokken ben, gaan we al jaren en met veel inzet opzoek naar mecenaat en sponsoring, en met redelijk succes zelfs. Het subsidiebedrag is slechts een gedeelte van de omzet, er komt veel van elders. Maar al lang weten we dat ook dit geen manna is dat oneindig neerdwarrelt. Zeker niet in tijden van economische crisis, nietwaar ...
Samengevat: ik besef met vele andere culturele werkers en kunstenaars dat het geld van de overheid niet uit de hemel komt vallen. Hard werken, voor weinig geld, maar voor een mooi artistiek resultaat. Daar gaat het om. Ik zou het fijn vinden dat de Cultuurminister dat soort inspanningen een beetje waardeert, dat ze kunstenaars een beetje liever ziet. Dan zal ze dergelijke uitspraken niet zo snel meer doen.
Het doet pijn.
Met wijn moet je variëren. Ontdekken, zoeken en proberen. Zelfs dezelfde wijn smaakt het jaar nadien weer anders. Het is zoals in het theater. Ook daar wil je telkens nieuwe, andere en verrassende teksten horen. Elk stuk is anders. Zelfs het het dezelfde tekst is, want die wordt door een regisseur en door de acteurs anders ingekleurd. Boeiend toch. Net als wijn. Maar nu en dan moet je toch een glas afslaan, kwestie van niet oververzadigd te geraken ...
Geef mij maar dat theaterstuk dat ontroert, dat concert dat ik net niet verwachtte, de tentoonstelling die raakt. Alles gaat boven politiek, zo moet ik toch vaststellen. Sorry collega’s, het is niet anders.
]]>Maar was het vroeger zoveel beter? De Cultuurprijzen waren tien jaar geleden helemaal een ramp. Hopeloos versnipperd, gedevalueerd, zonder behoorlijke geldprijzen, weinig prestige en uitstraling, op uiteenlopende momenten uitgereikt, enz. Daardoor waren de commerciële prijzen, uit de boekensector, de muziek of de film veel belangrijker geworden dan de ‘Staatsprijzen’ van Vlaanderen. Dat moest beter. De huidige formule, ook al zeven jaar oud, krikte de belangstelling en de waardering fors op. Dat is al goed, maar het kan nog veel beter. Zo is de vraag of het werken met nominaties wel gepast is. Ter vergelijking: in de letterenwereld zijn de verschillende jaarlijkse prijzen uitgegroeid zijn tot kampioenschappen met commerciële doelen. Hier hebben de inrichters, meestal uitgevers of verkopers helemaal geen schroom om met long- en shortlists te werken. Weliswaar ten bate van de boekenverkoop, niet van de auteurs. De gedrukte en de audiovisuele media draaien graag in dit circus mee, wegens commerciële verstrengeling en direct eigenbelang. Film- en muziekprijzen hebben hetzelfde karakter. Is er dan een probleem? Wel ja, werken met dit soort lijstjes hoort niet thuis bij cultuurprijzen van een overheid zoals de Vlaamse Gemeenschap. De overheid moet er geen (slechte) wedstrijd van maken, noch geld aan verdienen, noch mensen met lege handen naar huis sturen. Het gaat hier om erkenning, waardering voor culturele prestaties. Daarom: per discipline één winnaar, en daarmee uit! De formule met drie genomineerden, hoe goed bedoeld ook – meer mensen in de kijker zetten en er zo waardering voor uitspreken – deugt niet meer. Geen opbod, geen herhaaldelijke ontgoocheling van kunstenaars die jaar na jaar genomineerd worden, maar nooit het grote lot winnen.
Daarnaast worden er vaak appels en citroenen, en zelfs peren in dezelfde zak van Sinterklaas gestopt. De categorieën mogen wat beter afgebakend worden, geen jazzmuzikant bij een (hedendaags)klassieke componist of een orkestleider. Zo nodig moeten er maar meer beurtrollen worden ingesteld: bijv. voor klassieke muziek elke drie jaar, afgewisseld met rock, jazz en wereldmuziek. Kortom de categorieën mogen bijgewerkt worden. Zo is het erfgoed nog steeds ondergewaardeerd en krijgen de kunsten heel veel aandacht. Het sociaal-cultureel werk, de cultuurspreiding, de cultuureducatie, jongerencultuur en alles wat tot cultuurparticipatie aanzet blijven buiten beeld.
En is het ook niet aangewezen in de toekomst te werken met jury’s die voor enkele jaren aanblijven? Zo kan er enige continuïteit ontwikkeld worden in de waardering van kunstenaars, organisaties enz.
En of alle Cultuurprijzen nog op één avond moeten worden uitgereikt? Ik denk van wel, vooral omdat er hier disciplines worden overstegen. De kunsten en het erfgoed zijn reeds lang niet meer in hoog ommuurde hokjes van disciplines ondergebracht. Ze opsplitsen en ze koppelen aan een evenement van een bepaalde werksoort, zoals de boekenbeurs of het theaterfestival doet onrecht aan het interdisciplinaire karakter. En dompelt de prijs weer onder in de vijver van gelijkgezinden uit die ene sector.
Maar boven alles: een dikke proficiat aan Eric Antonis. Grote mijnheer, bescheiden persoon. Hij kreeg de prijs voor algemene culturele verdienste, de enige prijs die niet met nominaties werkt. Hetzelfde geldt trouwens voor de Staatsprijs der Nederlandse Letteren van de Taalunie. De waardering is hoog, het prestige groot. Het mag met alle prijzen zo gaan. Bravo Eric.
PS Zou onze aller VRT ook een beetje meer aandacht willen besteden aan deze Cultuurprijzen? Is dat niet haar expliciete opdracht, ‘cultuur’ brengen? Ook simpelweg omdat de VRT met Vlaams belastingsgeld gefinancierd.
]]>Op Gedichtendag moet de Cultuurcommissie van het Vlaams parlement minstels symbolisch tonen dat ze een ‘cultuur’commissie is. En dus ook een beetje tijd moet maken voor gedichten. We spraken daarom af dat iedereen die een vraag stelde of een standpunt formuleerde, eerst een gedicht moest voorlezen.Ik koos voor een gedicht van Willie Verhegghe uit zijn bundel ‘Ode aan Owen’ en voor een stukje proza van Jozef Deleu uit zijn ‘Gras dat verder groeit’. Jozef zal me wel niet kwalijk nemen dat ik het hier ook even opneem. Het is zo mooi. Hij noemt het een lexicon vol diepgang en verrassing, verdicht proza vol melancholie en troost. Hij schreef toen hij zeer ernstig ziek was: “met de eindigheid in zicht werd al het overbodige geschrapt”. Daaruit het voor politici zo herkenbare ‘Hoogmoed’.
Hoogmoed is het watermerk van de bescheidenen.
Meer dan eens heb ik ‘bescheidenen’ erop betrapt dat
zij als sprekers van de dag achterin de zaal bleven staan.
De voorzitter moest hen uitnodigen om naar voren te
komen. Dat gebeurde onder algemene belangstelling.
Traag, met licht gebogen hoofd schoven zij dan naar
hun voorbehouden plaatsen.
Aks je ze daar plagend op wees, grapten ze dat ze van
nature verlegen waren, plattelanders die ertegen opzagen
om onder de mensen te komen.
Ik ben mild voor de ijdeltuiten die, wetend dat ze verwacht
worden, vanzelf op de mesthoop gaan staan.
En voor wie het niet gelooft, ik ben niet bescheiden, maar wel verlegen, een beetje toch. Dank aan de schrijvers en dichters, die me zoveel mooie momenten bezorgen.
]]>Luc Van den Brande wordt de nieuwe voorzitter van de Raad van Bestuur van de VRT. Nu kent iedereen Luc Van den Brande als een politicus met een grote uitstraling, zowel nationaal, als gewezen minister-president en federaal minister, als internationaal, als voorzitter van de EVP-fractie binnen de Raad van Europa of als voorzitter van het Comité van de Regio’s.
Zijn benoeming tot president - zo’n titel hoort hij graag - van de openbare omroep, dat roept toch wel een paar vragen op. Hij is voorzitter van het Comité van de Regio’s. Het Mediadecreet bepaalt dat het voorzitterschap van de VRT onverenigbaar is met het lidmaatschap van een politieke assemblee. En al is het Comité van de Regio’s niet formeel op die lijst opgenomen, naar de geest is onverenigbaarheid hier zeker ook van toepassing.En, als dat formeel wel zou mogen, is dat ethisch wel aanvaarbaar? En, is het gepast dat de voorzittersstoel wordt bezet door een voormalig toppoliticus - het zal de schijn van verregaande politisering van de omroep niet wegnemen.
Maar, en dat is verontrustender, niets wijst erop dat Luc Van den Brande een geschikte bestuurder zou zijn voor de VRT. Politiek gepikt en gemazeld en veel bestuurservaring, dat wel. In zijn toch wel uitgebreide CV is er geen enkele link te vinden met media. Op zijn eigenste website prijkt het zelfs niet bij zijn persoonlijk interesses. Maar zoals gezegd, we gaan niet kleinzerig doen.
Mijn gedachte dat de VRT bestuurders verdient die méér troeven in handen hebben dan enkel partijkaarten, zal wel niet kloppen. Er zijn toch wel een paar uitzonderingen, oef.
De procedure is nogal ingewikkeld. Eind augustus ontvingen tien organisaties een negatieve eindevaluatie. Acht van de tien organisaties dienden een verhaalschrift in. Die werden behandeld in de beroepscommissie. Deze adviseerde in drie van de tien gevallen, anders dan de Administratie, toch positief. Minister Schauvliege heeft echter het laatste woord en legde dit advies naast zich neer. Ze doet ondanks het feit dat de beroepscommissie duidelijke argumenten aandraagt.
De manier waarop de minister dit heeft aangepakt, is ronduit hallucinant. Ze volgt de negatieve adviezen van de beroepscommissie (7) maar negeert de positieve adviezen (3) van de beroepscommissie, en dat zonder duidelijke motivering. Het is zelden of nooit vertoond. Zo verdwijnen de Liga voor Mensenrechten, Sociumi en het Verbruikersateljee uit het sociaal-cultureel werk en verliezen ze vanaf 1 januari 2011 alle subsidies.
Het is onbegrijpelijk dat de minister het advies van de beroepscommissie naast zich neerlegt. Vooral omdat ze zelf tijdens de behandeling van deze parlementaire v raag van mezelf deze ochtend stelde dat “als je commissies niet volgt, je ze beter kan afschaffen”. Wel, ze kan ze dus beter afschaffen. De rol van de decretaal geregelde beroepscommissie is in deze beslissingen namelijk nihil. Goed en deugdelijk bestuur kan je dat niet noemen.
Het is de regel dat wat zakelijke kwesties betreft, de administratie richtinggevend is, maar dat wat de inhoudelijke keuzes en beslissing betreft, de adviezen van experten richtinggevend zijn. Dat principe wordt voor het eerst verkracht. Daarenboven interpreteert de minister het decreet verkeerd: ze spreekt over drie adviezen, terwijl het er maar twee zijn.
Ik heb geen problemen met de schrapping van subsidies als dat eenduidig blijkt uit de rapporten en adviezen – een decreet moet toegepast worden. We hebben wel grote problemen met deze curieuze toepassing van het decreet.
Hiermee snijdt Joke Schauvliege diep in de spieren van het sociaal-cultureel volwassenenwerk. We durven niet denken dat haar keuze ideologisch geïnspireerd is. Ik vraag me af of ze, mocht het gegaan zijn over drie christelijk geïnspireerde organisaties, ze niet op het positieve advies zou ingegaan zijn…. Als ze deze werkwijze morgen ook gaat toepassen voor de kunsten- en de erfgoedsectoren, dan mogen velen beginnen vrezen.