Oostende. Marktdag en dus campagnedag.
Het binnenrijden in het station schept verwachtingen. De trein rijdt langs een groot spoorwegemplacement, langs havendokken en schepen van Trans European Ferrieshet station binnen. Het doet me steeds, sinds mijn kinderjaren al, denken aan verre bestemmingen en exotische plekken. Oostende is mijn metafoor voor de wereld, of liever voor de start van een trip naar gelijk waar op de wereld. Ah ja, Oostende heeft alle verbindingen, een snelweg, een haven, chique station en een luchthaven.
Bij het uitstappen overvalt de droefenis je meteen. Het ooit zo geroemde station straalt alleen vergane glorie uit. Ooit was dat station zelf een parel van toparchitectuur, met een poepchique hotel, met waardige met baretten getooide kaartjesknippers, met een onlangs gesloten buffet in Franse stijl, waar je als kind haast je limonade niet durfde aan te raken, laat staan te babbelen. Het lijkt uit lang vervlogen tijden te komen. En toch is dat niet zo. Beetje bij beetje takelde het station (en de stad) af. Vandaag straalt het doffe ellende uit, na tal van mislukte ingrepen in het gebouw, afgebladderde muren, verdwenen meubilair … als een verzameling Vlaamse koterijen, maar dan van een iets groter formaat. Bij wijlen zou je nog denken dat het personeel dat er nu nog huist de aftakeling ook aan de lijve heeft meegemaakt. De mensen die het bagagedepot verzorgen kunnen die indruk alleen bevestigen.
De melancholie van mijn kindertijd komt boven. Oostende, waar al die internationale treinen vertrokken naar voor een kind onbereikbare bestemmingen, tot Basel en Keulen toe. Oh zo mooi, zo’n kopstation. maar tegelijk een terminus, een eindstation, ook figuurlijk. Verval en neergang, tot het einde komt. Net als de stad zelf. Oostende heeft het eigen bouwkundig patrimonium de voorbije decennia ook verpatst aan bouwprojecten, voor de bouw van schreeuwlelijke dure appartementsblokken. Prachtige Belle Epoque-woningen en -hotels gingen tegen de vlakte.
De Wikipedia zegt het zo mooi en zeer royalistisch. “Dankzij de inspanningen van de Belgische koning Leopold II bloeide Oostende in het begin van de twintigste eeuw als geen ander. (...) De mondaine koning bouwde een belle-epoque badstad met wereldfaam. Het Kursaal Oostende uit 1852, het nieuwe theater uit 1905, het Koninklijk Paleis, de Koninklijke Gaanderijen, de Promenade, de Kiosk, het Stadstheater, het Leopoldpark, de Wellingtonrenbaan en de Stadsbibliotheek straalden haar bourgeois karakter uit.”
Maar niet is wat het lijkt. Ook niet in het Palermo aan de Noordzee. Het Kursaal werd gerestaureerd, de Gaanderijen stralen nog steeds grandeur uit, maar veel is verdwenen of hopelijk beschadigd. Een theater is er al lang niet meer. Vandaag wordt het glazen lokaaltje dat zich vlakbij de treinsporen bevindt, bevolkt door een 15-tal daklozen die er schuilen voor de regen, maar ook koninklijk hun armoede tentoon stellen aan alle reizigers. Oostende is ook de enige West-Vlaamse stad waar daklozen zo ongeneerd het straatbeeld bevolken. Paradoxaal genoeg. Rijkdom en armoede steken elkaar de ogen uit.
Zo schrijft iemand me: ”tja, Oostende is een beetje een olifantenkerkhof he. En dat schept problemen op gebied van huisvesting want het zijn rijkere ouderen uit het binnenland die zich komen vestigen in pas opgetrokken luxe-appartementen die onbetaalbaar zijn voor de lokale bevolking. Welke oplossing heeft Groen voor dit probleem, Bart?” Via fiscale instrumenten kan een beleid gevoerd dat de lokale bevolking ondersteunt, ook via gerichte premies voor renovatie van afgebakende buurten, via sociale huisvesting, enz… Als de stad maar niet blijft toegeven aan de druk van de hebberige immobiliën.
Op de markt klagen mensen vooral over hun pensioen en de belastingen. Meer dan op andere markten, denk ik zelfs. Maar goed, ze hebben gelijk dat ze klagen. Die lage pensioenen, probeer er maar eens rond mee te komen. Er schuilt veel verborgen armoede achter de gevels. Overal. Als ze dan ook maar stemmen voor partijen die daar iets willen aan doen. Maar ik vrees ...
Oostende, ooit de de modernste, de meest mondaine en zelfs hippe Vlaamse stad. Maar er is hoop, na decennia van verval en verkeerde investeringen richt de stad zich langzaam weer op. En er komt een nieuw station in Oostende, boven de sporen, heb ik begrepen. Het bestaande station blijft ook, mooi zo. Straks symbool staande voor herwonnen fierheid?
Maar helaas zijn er nog veel dergelijke stations in vele steden. Zou het in Kortrijk, in Aalst, in Turnhout anders zijn? Zijn dat niet vaak metaforen van vergane glorie?
En ondanks alles, ik houd ervan.
| februari 2012 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| z | m | d | w | d | v | z |
| 1 | 2 | 3 | 4 | |||
| 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 |
| 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 |
| 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 |
| 26 | 27 | 28 | 29 | |||

foto Viviane Decock
© 2009 - Bart Caron // Design: Het Concept / Matthias Malfr