De teleurgang van het cultuurbudget

07-10-2026

Moedeloos zou een mens ervan worden. Dertig jaar lang trek ik mee aan de kar voor een sterk cultuurbeleid. De kar wordt alsmaar kleiner, de lading steeds lichter. Was cultuur niet de basis voor het streven naar Vlaamse autonomie? Heette het eerste Vlaams parlement niet Cultuurraad? Dat is voorbij.

Cultuur krijgt al een kleine twintig jaar klappen. De opeenvolgende cultuurministers waren ijverig … in het besparen. Joke Schauvliege (2009-2014) knipte 14 miljoen euro euro uit het cultuurbudget, Sven Gatz (2014-2019) sneed 24,5 miljoen weg, Jan Jambon (2019-2024) begon met een ingreep van 12 miljoen euro, maar hij herstelde en verhoogde daarna het budget vrij stevig. Caroline Gennez (2024-2029) knipte dit jaar 23 miljoen weg en volgend jaar volgt 47 miljoen.

Dan duikt de onvermijdelijke vraag op: moet Cultuur niet solidair zijn met het kwetsbare terreinen zoals welzijn en armoedebestrijding? Jazeker. cultuur staat niet buiten de samenleving. Maar waarom is de ingreep zoveel forser? In vergelijking met andere sectoren draagt cultuur, in verhouding, veel meer bij aan de besparingen. Is dat het gevolg van een lage waardering voor cultuur? Is het omdat er veel kritische stemmen zijn? Waarom toch? Dat er honderden mensen hun job verliezen om dan op te duiken in de werkloosheid telt niet.

Jan Jambon verhoogde het budget en een paar jaar later wordt die ongedaan gemaakt door Caroline Gennez. Pijnlijk voor een linkse minister. Het is de tol van de deelname aan een regering die ideologisch veelkleurig is maar waarin rechts de eerste stem zingt en links hooguit de contrabaspartij mag spelen.

Welke visie hanteert Gennez bij de besparingen? Ze beschermt de kunsten, de makers, die ze als essentieel beschouwt, maar knipt 30 tot 100% in de andere velden. Vooral in het cultureel erfgoed, bij de 32 bovenlokale musea zoals Abby in Kortrijk of het Modemuseum in Hasselt, bij de 30 erfgoedcellen zoals CO7 in het Ieperse, Comeet in het Meetjesland, bij de 10 archieven (van KADOC tot het Letterenhuis), bij de 10 landelijke dienstverleners zoals Histories die vrijwilligers in Heemkunde en Familiekunde ondersteunt, of het Centrum voor Agrarische Geschiedenis. Ook in het sociaal-cultureel werk, bij de intergemeentelijk werkingen en bij de steunpunten zoals Kunstenpunt, Socius, Faro enz. valt de hakbijl. Opnieuw.

Uiteraard mag (en moet) de regering prioriteiten bepalen, maar graag evenwichtig en rechtvaardig. Mijn indruk is dat er ook irrationele argumenten spelen. Waarom betalen zoveel kleine organisaties het gelag en glippen de grote spelers zoals het MAS of het Gallo-Romeins Museum door de mazen? Waarom ontsnappen publiekstrekkers terwijl zij die op minder sexy thema's werken aangepakt worden? Denk aan thema's als religieus erfgoed (bijv. Parcum) , industrieel (ETWIE) of agrarisch erfgoed (CAG), of bibliothecair erfgoed. Zijn de kritische stemmen van het sociaal-cultureel werk niet gewenst? Doen de steunpunten dan geen nuttig werk? Waarom de gevangenisbibliotheken en de boeken voor slechtzienden? Welke krachten spelen hier?

De verliezers zijn afhankelijk van subsidies, omdat zij geen verdienmodel kunnen uitbouwen. Nochtans hebben ze essentiële taken. Allen samen vormen ze een ecosysteem, een samenhangend geheel, dat nu stevig wordt verstoord. Akkoord, kaasschaafachtige besparingen zijn geen alternatief, wel beter gefundeerde en gewogen keuzes. De teksten van de minister, zoals de beleidsnota Cultuur en de Visienota Kunsten en Erfgoed, waren veelbelovend en evenwichtig. Ze onderstreepten het belang van creatie, van zorg voor het erfgoed en participatie voor iedereen.

Er is nog meer. Toen de Vlaamse overheid enkele jaren geleden de bevoegdheid van de provincies voor cultuur afnam, werden de centen naar Brussel versluisd. Vlaanderen zou het beter doen dan de provincies, die bijv. de bovenlokale musea financierden. Enkele jaren later zijn net die werkingen die inboeten. Bevoegdheden en centen overnemen en die dan deels wegsaneren, netjes is het niet, het is een hold-up. Niet de enige. Het Vlaams geld om steden en gemeenten te ondersteunen in hun cultuurbeleid – vooral voor bibliotheken en cultuurcentra - werd tien jaar geleden overgebracht naar het Gemeentefonds. Zonder indexering en nu volgt een tweede kwalijke hap. En de intergemeentelijke werkingen die inboeten, zoals erfgoedcellen, zullen de gemeenten het verlies bijleggen? Drie keer pech dus.

Pijnlijk voor een gemeenschap waarvan cultuur de maïzena is.

(een eigen opiniestuk, verschenen in De Morgen op 7 oktober 2026)


Share