Dat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn, wisten we al, maar dat die een puntje kunnen zuigen aan de wegen van de voetballerij is in de hemel wellicht nog niet geweten. Zo kan je, als jarenlange trouwe supporter van een regionale club die boven zichzelf uitsteeg, abrupt ontwaken uit twee dagen euforie en zattigheid met de mededeling dat je clubje volgend seizoen misschien 100 kilometer verder gaat spelen. Omdat er zich daar een zakelijke opportuniteit voordoet: een leegstaand stadion en een burgemeester die denkt dat hij zich wel populair zou maken door voor het volk een nieuwe club te kopen nadat hun volksclub ter ziele ging. Want ja, zo gaat dat, voetbalclubs worden handelswaar die je kan kopen en verkopen als waren het ordinaire potten en pannen.
Hoe vergenoegd de zakenman die zelfs maar overweegt zijn voetbalclub te versjacheren. Hoe wereldvreemd de burgemeester die gelooft dat mensen met een paars-wit hart plots gaan supporteren voor rood-groene poppetjes op hun plein.
Dat komt ervan wanneer de voetbal in handen komt van hippe zakenmannen. Of het nu oligarchen zijn of ontwikkelaars van groene energie, vastgoedbonzen in eigen land of in Egypte, dit garandeert niet dat zij een notie hebben van voetbal, laat staan voetballiefde.
Hoe kom je er anders bij te overwegen een kameel te introduceren in je clublogo of je stamnummer te verkopen aan de hoogste bieder.
Ik wil hen allemaal en ook de Antwerpse burgemeester aanraden even het memorabele stukje tv op te snorren met Jos, de materiaalman van den Beerschot. Een mooier beeld van clubliefde is moeilijk denkbaar. Zo’n grote clubliefde dat ze omslaat in clubhaat. Want ondanks het feit dat de man de beste jaren van zijn leven opofferde aan de club, ondanks het feit dat hij dag na dag achter de schermen van het Kiel aan de slag was, was Jos vervreemd van zijn club. Vervreemd van de huurlingen die ’s morgens landen op de club, uit hun blitse wagens stappen, de koptelefoon op het vakkundig geknipte hoofd, de Louis Vuitton-tas losjes onder de arm. Vervreemd van het bestuur dat deze huurlingen aanziet aan investeringen.
Of was de club vervreemd van zichzelf?

De inwoners hebben het allemaal kunnen lezen in Plan Nieuw Kortrijk: de Kortrijkse binnenstad wordt uitgehold door vijf (ondergrondse) parkings. Alles samen zorgt dit voor 2000 bijkomende parkeerplaatsen te midden de stad. Maar zijn al deze plaatsen daar wel noodzakelijk?
Volgens een vergelijkend parkeeronderzoek van Parko blijkt dat de bestaande cetrumparkings nog een ruime ondergrondse vrije capaciteit bieden. Het komt er enkel nog op aan om het gebruik ervan te stimuleren. Daarnaast stelt Parko een daling van inritten in parkeergarages Veemarkt, Schouwburg, Station-Tack, Broeltorens en Expo vast. Gemiddeld bedraagt die in 2012 t.o.v. 2011 maar liefst 7,4%. Voor Parking Veemarkt noteert Parko zelfs een daling van 17%!
Eén van die komende parkings is gepland op de Houtmarkt. Daar zullen de prachtige platanen voor moeten sneuvelen. In tegenstelling tot Kortrijk, plant Roeselare op vraag van omwonenden 16 reuzegrote platanen aan in de stationsbuurt. Om daar de aandacht op te vestigen zet Groen Kortrijk zondag 19 mei een ludieke actie op. Een enorme cursor symboliseert hoe gemakkelijk alles in Kortrijk wordt weggeklikt voor het beleid van koning auto.
Groen is er van overtuigd dat de manier van investeren in parkeren slimmer kan. Al langer pleit Groen voor ondergrondse parkeergarages buiten de R36 om zo het centrum te ontslasten. Zo maak je de binnenstad veilig en leefbaar voor allen die er vertoeven. Daarnaast is het investeren in betere busverbindingen en fietswegen onontbeerlijk.
De Houtmarktparking komt er op initiatief van het woonzorgcentrum Sint-Vincentius. En die is bedoeld voor bewoners en bezoekers. Dat is begrijpelijk. Maar dat de stad zich hierbij aansluit en zo de parking vergroot voor andere auto’s, is niet logisch. Daar komt bij dat de Kortzijkzaan zijn auto kwijt kan op de Veemarkt en de Dam, elk op vijf minuten wandelen van de Houtmarkt.
Het parkeerbeleid binnen de Kleine Ring spreekt overigens de ambitie van het stadsbestuur tegen om van Kortrijk een klimaatstad te maken. De 2000 extra plaatsen doen de andere inspanningen rond klimaat volledig teniet. Een klimaatstad zou de investeringen vooral inzetten op fietsen en niet vooral op parking. Het is gemakkelijk om te zeggen dat je een fietsstad wil worden. De cijfers zijn echter duidelijk. Er gaan peanuts naar fietsbeleid en massa’s naar de heilige auto. De stadscoalitie is enkel groener in haar woorden, helaas niet in daden. Wij laten ons alvast niet paaien door het symbooldossier rond de Grote Markt.
Voor Groen Kortrijk blijven veiligheid en leefbaarheid in stad Kortrijk één van de grootste prioriteiten. Dat kan enkel verwezenlijkt worden door het gros van het autoverkeer uit de stadskern te helpen en positieve alternatieven voor mobiliteit naar voren te schuiven. Het kan niet de bedoeling zijn meer verkeer naar de binnenstad te zuigen, vooral als je weet dat aan de overkant van de Houtmarkt basisschool ’t Fort ligt.
Bij wijze van inleiding een wellicht verrassend statement. Ja, het is terecht dat publieksvriendelijke musical in Vlaanderen wordt gesubsidieerd. We hebben nood aan een breed cultuuraanbod en daarin hebben ook populaire artistieke producties een plaats. Ook musical dus. Als dat aanbod er niet meer zou komen vanuit de markt, omdat grootschalige musical onrendabel is, dan is het niet verkeerd dat de overheid bijspringt. We doen dat ook voor film. Zonder inbreng van overheidsmiddelen zou de Vlaamse film niet zo’n hoge toppen scheren als vandaag. Als een artistiek product rendabel is, is overheidsinbeng overbodig. Kijk naar onze topkunstenaars: auteur Tom Lanoye of beeldend kunstenaar Luc Tuymans verdienen goed hun brood. Ze presteren schitterend werk en verkopen goed. Schitterend toch.
Subsidie voor musical is dus best oké. Maar niet zomaar natuurlijk. De producten moeten van een hoge kwaliteit zijn. En het moet duidelijk zijn waarvoor de subsidies, afkomstig uit ons aller belastingsgeld, moeten dienen. Niet om extreme vergoedingen aan sterren mee te betalen, om hoge commissies en royalties te cashen of winstuitkeringen mee te verzekeren. We zouden dat evenmin verdragen van (non-profit) culturele organisaties die hedendaagse kust brengen. En er moet een glasheldere verantwoording komen van de organisatie.
Is er dan niets fout aan de subsidie die de Musical van Vlaanderen toegeschoven krijgt? Toch wel, heel wat zelfs. Vooral de wijze van beslissen steekt de ogen uit. De beslissing werd uitzonderlijk laat genomen, weken na de beslissing over de andere projectsubsidies. Vandaag staat op de website van het Agentschap Kunsten en Erfgoed nog steeds: ‘procedure loopt nog’. Dat toont aan dat de minister het hoge bedrag voor Assepoester niet meteen durfde communiceren. Uit schrik voor negatieve reacties, ongetwijfeld. Maar net dat feit roept allerlei gedachten op. In ieder geval is dit dossier niet vrij geweest van politieke lobbying. Verschillende collega’s, vooral van CD&V, riepen vorig jaar, toen de regering moest beslissen of de Musical van Vlaanderen structurele subsidies zou krijgen, publiekelijk op om de musical wel subsidies toe te kennen. Dat de baas van de Musical sterke relaties heeft met die partij, is bekend. Was mevrouw Dehaene niet ooit meter? Geert Allaert zetelde voor die partij in de gemeentraad van zijn stad. De raad van bestuur is bevolkt met coryfeeën uit die partij. Tot daar aan toe, politiek lobbyen is geen misdrijf, maar het ligt er in dit dossier wel vingerdik op. Ik ben nieuwsgierig naar het advies van de Inspectie Financiën over deze subsidie. Helaas worden deze adviezen sinds enkele maanden geheim gehouden door de Vlaamse regering.
Minister Joke Schauvliege heeft altijd te kennen geven de adviezen van haar beoordelingscommissies (voor het artistieke luik) en de administratie (voor het zakelijke) te willen volgen. Daarmee wilde ze een trendbreuk realiseren. Maar ze houdt zich niet meer aan haar belofte. Ze wijkt fundamenteel af van het negatief artistiek advies voor Assepoester. Ook haar belofte om de financiële pot voor projecten sterk te verhogen – er zou 10 procent worden gereserveerd voor projecten – wordt daarmee stevig ingedeukt. Ze neemt een heel grote hap uit die pot. Voor de eerste projectenronden is 2,33 miljoen euro toegekend aan 79 projectaanvragen, gemiddeld zo’n 30.000 euro per project. Plus 850.000 euro voor Assepoester. De cijfers tonen een schil contract in waardering. De twee volgende projecten in de financiële ranking zijn het grensoverschrijdende Festival NEXT in Kortrijk/Doornik/Rijsel dat 105.000 krijgt, en ... de Musical van Vlaanderen die voor haar Musicallabo 95.000 vangt. Dezelfde organisaties dus. De Musical van Vlaanderen verwerft in totaal 945.000 euro op een totale pot van 3,2 miljoen euro. Eén derde voor één organisatie. Il faut le faire.
Er zijn nog andere musicalprojecten (muziektheater) die centen zullen krijgen. Zo krijgt het Theaterbedrijf Het Woud/Auralia vzw voor ‘Grietje de heks’ 65.000 euro ...
Interessant is ook de vergelijking met de subsidies die uitgetrokken worden voor de jaarwerking van de kunstenorganisaties. 256 kunstenorganisaties krijgen in totaal 94 miljoen euro, gemiddeld 367.000 per organisatie, voor een hele jaarwerking. Enkele voorbeelden: Judas Theaterproducties (een musicalproducent) krijgt 430.000 4 jaarWiels krijgt 808.000, Les Ballets C. de la B. 870.000, het KunstenFESTIVALdesArts 1.030.000, Anima Eterna 800.000, het Festival van Vlaanderen - Gent en Historische Steden 320.000, Muziektheater Transparant 1.087.000, Tutti Fratelli 215.000, Speelteater-Kopergietery 1.084.000. De meesten moeten het met veel minder doen.
Oh ja, de productiekost van musical is hoog. Maar deze subsidie is zowat even hoog als de totale kost van een operaproductie, ook wel een dure kunstvorm. Die heeft dan wel minder hoge ticketontvangsten. Die tickets laten toe een groot deel van de kost terug te verdienen zodat de productie in het beste geval met winst kan afsluiten. Dat is een teer punt. De Musical van Vlaanderen kreeg in het verleden vaak een negatief zakelijk advies omwille van een gebrekkige transparantie over uitgaven, maar vooral ook over de wijze waarop het subsidiegeld wordt ingezet. Geert Allaert werkt met verschillende vennootschappen, naast de Musical zelf die een vzw is, leidt hij de commerciële exploitatie van de Stadsschouwburg van Antwerpen en de Capitole in Gent. Hoe (on)redelijk zijn de facturen voor zaalhuur, onthaal, ticketverkoop verrekend? Waar worden ticketontvangsten geboekt? Wordt op die wijze subsidiegeld versluisd? In ieder geval blijft twijfel hangen over de geldstromen tussen de vennootschappen.
Populaire musical subsidiëren is verantwoord als de kwaliteit verzekerd is en de subsidie noodzakelijk is om het werk te kunnen maken. Aan de eerste voorwaarde is niet voldaan, de tweede is hoogst twijfelachtig. De wijze waarop die late subsidie is toegekend voedt daarenboven dat hier andere motieven en argumenten spelen. Kortom, het is geen voorbeeld van goed bestuur. En het is vooral jammer voor de productie van musical. Die verdient een eerlijke behandeling, zonder verdachtmakingen, lobbying of politiek gedoe.
De bevoegde commissie heeft in het Vlaams parlement het ontwerp van decreet Integratie en Inburgering van minister Bourgeois goedgekeurd, inclusief een reeks amendementen die door de meerderheid zijn ingediend. Die amendementen willen de voorwaarden en eisen voor inburgering verstrengen. En daar schuilt meer dan één adder onder het Vlaamse gras. De N-VA is er in geslaagd de coalitiepartners te overtuigen om inburgeraars voortaan te verplichten een examen af te leggen. De inburgeraar krijgt, als hij of zij geslaagd is, een attest waarop de behaalde resultaten vermeld zijn. Daarenboven wordt het vereiste niveau van het vormingsprogramma verhoogd van het niveau A1 naar het niveau A2. Al is dit nog een basisniveau, toch is het voor veel mensen moeilijk of zelfs onhaalbaar. Mensen met een bescheiden schoolcarrière of met minder intellectuele vermogens, waarden daarmee uitgesloten.
Groen is pro verplichte inburgering, en ook pro een vormingsprogramma dat MO (maatschappelijke oriëntatie) en NT2 (Nederlands als tweede taal). Groen wil echter het attest van inbugering blijvend toekennen als de inburgeraars zich hebben ingespannen om het programma te volgen, dus op basis van een inspanningsverbintenis. De meerderheid wil de lat een fors stuk hoger leggen. En dat is niet zonder risico’s.
De Centra voor Basiseducatie, de VLOR, de SERV, HIVA, allen hebben grote vragen bij de de invoering van dergelijke vereisten. Zelfs de raad van State stelt dat tegen het instellen van een resultaatsverbintenis bezwaren rijzen, “omdat de inburgeringsplicht tot onevenredige gevolgen zou kunnen leiden, met name voor personen met beperkte intellectuele mogelijkheden of andere bijzondere kenmerken.”
De verhoging van het vereiste taalniveau garandeert trouwens niet automatisch een verhoogde taalkennis bij laaggeletterde inburgeraars. Gekoppeld aan de gelden termijn van 1 jaar, kan de ondersteunende aanpak van de centra voor Basiseducatie niet meer gegarandeerd worden. Het zal leiden tot een lager slaagpercentage aan beroepsopleidingen, minder kansen op werk, lage participatie aan het schoolgebeuren van de kinderen…
Aan de horizon, weliswaar nog in nevelen gehuld, doemt een verharding aan. Mensen die geen goede uitslag halen dreigen uitgesloten te worden van werk, opleiding, school .... Als een dergelijk attest straks ook geëist wordt om een sociale woning te kunnen huren, ondersteuning te krijgen bij beroepsopleiding ... Als de Vlaamse regering dit effectief instelt, dan zal Groen klacht neerleggen bij het Europees Hof. Mensen worden immers aangetast in hun fundamentele rechten. Net zoals met het Grond- en Pandendecreet, gaan de maatregelen ‘verder dan noodzakelijk’ om het nagestreefde doel te bereiken, nl. inburgering.
Een kleine week in Madrid en Barcelona. Met de commissie Bestuurszaken, Integratie en Toerisme van het Vlaams parlement. Een vol programma, best leerzaam, maar ook aangenaam. Even weg van de kortzichtige kijk op de problemen, zoals wij die kennen. Als je Vlaamse kranten leest op de ipad - die komen moeiteloos via WIFI binnengewaaid - ervaar je weer eens de dorpspolitiek die ons toch zo kenmerkt.
Spanje zit in een economische crisis, een diepe crisis mag je wel zeggen. De werkloosheid bedraagt 27%, de jeugdwerkloosheid bijna 50%. In Vlaanderen komen we nog lang niet aan de helft van deze cijfers. Dat staat haaks op het (straat)beeld. Dat straalt grandeur, welvaart en klasse uit. Madrid, stad van boulevards, historische architectuur, veel groen in parken, langs straten en pleinen. De ex-hoofdstad van een vergaan imperium, met een bouwprogramma dat je best als Babels kan omschrijven. Met als toetje het calle30-project. De ringweg, een snelweg werd ondergronds gebracht, waardoor bovengronds veel groen kon komen, met fiets- en wandelpaden, schitterende pleinen en fascinerende zichten op de rivier. De Antwerpenaren mogen alvast beginnen dromen ... Misschien de ring niet rondmaken, maar de bestaande snelweg overkappen en intunnelen? En de bestaande tunnels onder de Schelde aanpassen. Hoewel, wie zal de veerman betalen? Het Madrileense plan kostte 3,5 miljard euro, voorwaar ook geen peulschil. Als het vandaag niet gerealiseerd zou zijn, maar zou gepland worden, zou het nog gebeuren? Idem voor het fenomenale net van hogesnelheidstreinen. In 2u30 van Madrid naar Barcelona, comfortabel en snel dus. Maar het vertakte spoorwegennet van snelle treinen kost handenvol geld en is niet rendabel.
De welvaartstaat botst tegen haar grenzen. De bouwwoede is verdwenen, de vastgoedbubbel is ineengeklapt, investeringen zijn er nog weinig ... Hier, in Spanje, wordt langzaam maar zeker geaccepteerd dat een algemene verarming van de bevolking onvermijdelijk is. De signalen zijn duidelijk: de lonen dalen, pensioenen worden door de staat verminderd, de gezondheidszorg, zoals de prijs van medicamenten, wordt duurder, subsidies ook voor sociale en culturele werkingen worden afgebouwd, het leefloon bedraagt nog amper 480 euro, de voedselbanken draaien als zot ... De voorbode van wat we ook bij ons krijgen? In Spanje wordt door velen hard geijverd voor een sterk sociaal beleid, maar het is niettemin een behoorlijk hard regime. Zo is de werkloosheidsuitkering beperkt tot maximaal twee jaar, krijgen immigranten geen gezondheidszorgen meer, behalve in Catalonië...
Barcelona is de hoofdstad van Catalonië. En daar zijn ze fier op. Elke dag timmeren ze verder aan hun grootsheid. Ze zetten er veel middelen en groot alaam voor in. Olympische Spelen, fantastische architecturale projecten, urbanisme, congressen enz… Het moet gezegd: de stad bulkt van de parels van hedendaagse architectuur. De lanen blinken uit in grandeur, de winkels zijn van exquise kwaliteit, de cafés ontelbaar en zo verscheiden, de metro rijdt frequent en stipt. Maar ook deze welvarende deelstaat ontsnapt niet aan de crisis, De Catalaanse fierheid zal dat niet remediëren. 30% heeft hier Catalaans als moedertaal, maar 55% van de bevolking voelt zich Catalaan. Fier. Het Catalaans is de taal van bestuur, handel en onderwijs. Op school leren alle kinderen én Catalaans én Spaans. Meertaligheid is hier de norm. Daar kunnen we bij ons een punt aan zuigen .... Zich Vlaming voelen, maar meertaligheid bevorderen ...
Immigratie is hier, net als overal in het rijke westen, een belangrijk fenomeen. Anderhalf miljoen migranten in 10 jaar tijd in Catalonië, op een bevolking van 7,5 miljoen mensen. Eigenlijk wel vergelijkbaar met Vlaanderen. 20% van de bevolking is migrant, 30% van de kinderen van vreemde origine, 50% van de migranten van hen is werkloos. Er wordt een progressief migratiebeleid gevoerd. Niet verkrampt, noch bekrompen, het is een beleid dat staat voor gelijke kansen. Migranten dragen bij tot de economie. Ze worden opgevangen, krijgen rechten maar er wordt verwacht dat ze zich integreren. Dat doen ze ook. Dat de helft van hen uit Spaanssprekende landen (ex-kolonies) komt, vergemakkelijkt dat wel wat, maar toch. Met een Zodiac vaar je in 6 minuten van Marokko naar Spanje. Realiteitszin. Niet tegen windmolens vechten. Integratie is hier een recht, geen plicht. Migratie is geen probleem, er zijn wel sociale problemen zoals uitsluiting, armoede, werkloosheid… En er is geen enkele racistische partij. Integendeel, er is bijna een consensus over het migratiebeleid. Al komen er barsten: de centrum-rechtse partido popular wil toch beperkingen. en pleit voor ‘aanpassing’. Ondertussen bouwt de centrale staat echter de financiële middelen voor inburgering af.
Koffie voor iedereen? Deze metafoor hanteren de Spanjaarden als beeld voor hun staatsindeling. Elke regio heeft dezelfde bevoegdheden en in principe gelijke financiële middelen. Alleen, de drang naar autonomie, en zelfs onafhankelijkheid is zeer verschillend tussen de regio’s onderling. Het thema van de transferts tussen Catalonië en Spanje is hier heikel. Het rijkere Catalonië wil minder delen met de armere regio’s in Spanje. Waar hebben we dat nog gehoord? Hoe ver reikt de solidariteit? Signaal van collectief egoïsme? Of selectieve solidariteit? En wat dan binnen Europa? Dat is best een lastige uitdaging.
De stad is echter in diepe rouw. Barca kreeg een pak slaag van Bayern. Als het een troost mag zijn, ook Real Madrid werd vernederd. Als dat geen metaforen zijn voor de toekomst van Spanje.
Ik geef liever geen commentaar op debatten. Als je zelf deelnam, is dat al te gekleurd. De kijker kan dat daarenboven veel beter zelf. Let toch maar op het demagogische stijl van ...
Klik hier om het debat van zondag 21 april te zien
Even twee weken gas terugnemen, het kan zo’n deugd doen. Wat bijslapen, tijd hebben om te sporten en wat klussen in huis opknappen. Weer weten hoe ruw hout aanvoelt, splinters incluis, de geur van verf herontdekken en ondertussen zien hoe de tuin, veel later dan normaal, uit zijn winterslaap ontwaakt.
Maar dan roept weer de plicht en je zwiert vol goeie moed en vernieuwde energie je mailbox open. En wat tref je daar aan? Het rapport van minister Bourgeois, meer bepaald over het vak ‘verkiezingen organiseren’. Je weet het nog wel. Vorig jaar in oktober mochten we nieuwe gemeente- en provincieraadsleden verkiezen. De eerste verkiezingen die werden georganiseerd op basis van Bourgeois’ nieuwe kiesdecreet en dus meteen ‘the eating of the pudding’. Ten tijde van de verkiezingen hadden we al de indruk dat er hier en daar een bitter smaakje aan zat, maar dat de eigen administratie met een evaluatieboek van meer dan 300 pagina’s op de proppen zou komen, verbaasde toch enigszins. Nu kon het natuurlijk betekenen dat het Agentschap Binnenlands Bestuur zijn evaluatieopdracht heel erg ten harte had genomen en bijzonder grondig tewerk was gegaan, maar zo op het eerste aanvoelen ging ik er toch maar van uit dat er niet enkel aardig wat te evalueren, maar ook behoorlijk veel te remediëren viel.
Een terecht aanvoelen, want het rapport bulkt van de aanbevelingen. Aanmaningen om correctere instructies te geven en vooral om het huiswerk vroeger klaar te hebben. Zo zou het nieuwe computersysteem misschien eerst eens deftig uitgeprobeerd kunnen geweest zijn. Behoorlijk wat smet (met kleine letter) dus op het blazoen van de immer, haast beangstigend, secure minister. Vooral dan wanneer we zien hoeveel voorstellen er geformuleerd worden om het kiesdecreet te verfijnen of er simpelweg de fouten uit te halen. Ik heb het snel even geturfd en ik kom aan 85 artikels die volgens het rapport maar beter kunnen worden opgelapt. Ongeveer één derde van het volledige decreet. Pijnlijk.
Nu goed, we weten allemaal dat we niet alle zonden in de schoenen van de minister moeten schuiven. Hij moet, ook wat het decreetgevend en uitvoerend werk betreft kunnen rekenen op zijn kabinet en zijn administratie. In zekere zin is het Agentschap dus ook wel kritisch voor het eigen werk en dat siert hen. Wel maakten ze één slippertje in hun rapport. We herinneren ons nog levendig hoe regeringscollega’s van andere partijen wel eens op de korrel genomen worden. Zo was minister Smet volgens insiders van de N-VA weinig meer dan een oelewapper en vermocht viceminister-president Lieten het om aan de wereld kenbaar te maken hoe zij dacht over haar, van gewapend beton en teflon opgetrokken collega’s.
Op pagina 138 van het evaluatierapport lezen we hoe er binnen het agentschap gedacht wordt over een burger die het waagde om tot twee maal toe klacht in te dienen tegen de verkiezingsuitslag. “Om aan de bezigheidstherapie van deze kiezer een einde te stellen,…” Ik durf te vermoeden dat deze zinsnede ergens uit een jolig mailtje onder collega’s komt en dat ze niet meteen voor publicatie bedoeld was. Maar goed.
Het probleem met dergelijke omstandige rapporten is natuurlijk dat ze niet of nauwelijks worden gelezen. De vis verdrinken, je kent het wel. Het kabinet zal ongetwijfeld een pak voorstellen lanceren om het decreet waar nodig bij te sturen, maar veel dieper zal de evaluatie niet gaan.
Toch wil ik één iets niet zomaar blauw-blauw laten. Het staat zo een beetje verscholen helemaal in de staart van het rapport: de participatie van niet-Belgen levert de minister een dikke buis op. Amper 14% van de EU-burgers nam deel aan verkiezingen van hun woonplaats. Bij de stemrechthebbende niet-EU-burgers loopt dit percentage zelfs terug tot amper 10%. Naast de vele vakantietaken is dit een resultaat dat echt niet te delibereren valt. Ook al omdat ik bij de minister ruim van tevoren had aangedrongen om de niet-Vlamingen zo goed mogelijk toe te leiden tot de hoogmis van de lokale democratie.
Het pas gestemd VN-wapenverdrag is een mijlpaal maar geen eindpunt, zo stellen Eva Brems en Bart Caron. Ook ons land heeft immers nog heel wat werk voor de boeg
Er is geschiedenis geschreven, gisteren 2 april. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties stemde een verdrag dat voor het eerst beperkingen oplegt aan de handel in conventionele wapens. Er waren al regels die bepaalde types van wapens uitbannen (antipersoonsmijnen, clusterbommen, chemische wapens…). Maar de ‘gewone’ wapens, waarvan wordt aanvaard dat ze mogen bestaan, maken veruit de meeste slachtoffers: gemiddeld sterft per minuut een mens door gewapend geweld. Meer dan een half miljoen doden per jaar dus. Het heeft dan ook bloed, zweet en tranen gekost om overeenstemming te bekomen over een tekst die duidelijke regels aan de internationale wapenhandel oplegt.
Vooraleer ze wapens kunnen exporteren, moeten staten vanaf nu een uitgebreide analyse maken. Er moeten garanties bestaan dat de wapens niet zullen gebruikt worden voor schendingen van de mensenrechten of het humanitaire recht, voor genocide of oorlogsmisdaden. Ook het risico op inbreuken op VN-embargo’s en illegale doorvoer moet in rekening worden gebracht. Dat is een flinke stap vooruit in vergelijking met het complete gebrek aan regels tot nu toe.
Duivel in de details
Maar zoals wel vaker zit de duivel in de details. Nogal wat passages zijn vaag geformuleerd, en er zitten ook wat achterpoortjes in het verdrag, zoals uitzonderingen voor militaire samenwerkingsakkoorden. De meest problematische passage is wellicht dat landen mits “doorslaggevende redenen” toch een in principe verboden wapendeal kunnen laten doorgaan. Staten zouden bijvoorbeeld veiligheid of soevereiniteit kunnen inroepen als doorslaggevend argument. Daarom moet er druk komen voor een strenge interpretatie van het verdrag. Zowel de nationale parlementen als het maatschappelijke middenveld moeten hier in de toekomst nauw op toezien.
Wat betekent dit concreet? In Syrië, waar het conflict wordt opgestookt door wapens uit Rusland aan het Assadregime en van de golfstaten aan rebellen, zou een eerlijke risicoanalyse meteen een eind maken aan elke wapenlevering. Niet alleen het Assadregime begaat er immers wreedheden, ook de rebellen bezondigen zich er steeds vaker aan. Het ziet er echter niet naar uit dat Rusland het verdrag zal ratificeren. Ook de golfstaten lijken weinig enthousiast. Het verdrag is dus duidelijk nog geen eindpunt, maar een mijlpaal waarop de komende jaren moet verder worden gebouwd. Ons land moet daartoe bijdragen, maar kan het ook op korte termijn actie ondernemen?
De Europese regels zijn sterker dan die van het nieuwe verdrag. Op de wapenhandel uit België heeft het daarom weinig impact. Toch durven we hopen dat de dynamiek van dit langverwachte verdrag zich ook bij ons laat voelen. Want we kunnen nog wel wat stappen zetten om te voorkomen dat Belgische wapens gebruikt worden voor oorlogsmisdaden of schending van mensenrechten. Ons land blinkt uit in dubbelzinnigheid. Zo pleit België in de EU tegen wapenleveringen aan Syrische rebellen omdat er nog onduidelijkheid heerst over de eindbestemming. Ze kunnen in handen komen van groepen die oorlogsmisdaden begaan, en ook het risico dat ze conflicten in bijvoorbeeld Libanon of Irak voeden is reëel. In dat verband ligt de wapentrafiek uit Libië naar Mali nog vers in het geheugen.
Maar ondertussen hebben de regio’s in dit land geen problemen met wapenleveringen aan golfstaten zoals Qatar en Saoedi-Arabië, die er geen geheim van maken Syrische rebellen te bewapenen. De Saoedi’s en anderen letten wel op om de clausules inzake wederuitvoer van nieuwe wapens uit ons land te respecteren. In plaats daarvan doen ze oude stocks van de hand die niet gebonden zijn aan dergelijke clausules. Deze zomer nog berichtte persbureau Reuters over duizenden FN-geweren bij de rebellen. De herkomst is onduidelijk, maar gezien de verklaringen en de reputatie van de golfstaten moeten we wellicht niet te ver zoeken.
Versnippering
Vlaanderen noch Wallonië heeft wapenleveringen aan de golfstaten on hold gezet, zelfs niet nadat de Syrische opstand ontaardde in een slachtpartij. Zoals ook het Vlaams Vredesinstituut recent zei, stelt zich hier een probleem. Gezien het grote risico dat de regio’s indirect wapenleveringen aan rebellen stimuleren, moet de verkoop van nieuwe wapens aan deze landen voorlopig bevroren worden.
In dat verband stellen wij ons grote vragen bij de gebrekkige samenhang tussen het federale buitenlandse beleid en het regionale beleid inzake wapenhandel. Met het nieuwe wapenhandelverdrag komt er eindelijk internationale afstemming op dit terrein. Wat ons betreft is dit verdrag ook een aanleiding om het debat over coherentie in eigen land opnieuw te voeren. We moeten dit doen omwille van de internationale geloofwaardigheid van ons land, maar nog meer uit bekommernis om de mensen in de vuurlijn in conflicten waarbij Belgische wapens betrokken zijn.
(Dit opiniestuk van Eva Brems en Bart Caron verscheen op 3 april 2013 in De Morgen)
Burgemeester Van Quickenborne droomt van een rally in Kortrijk. Voor zichzelf ziet hij in eerste instantie een rol weggelegd als copiloot, al heeft hij, rusteloze ziel als hij is, ook wel zin om zelf eens het gaspedaal diep in te drukken.
Mocht ik hem een goeie raad mogen geven, ik zou hem adviseren om meteen voor de positie aan het stuur te kiezen. Omdat ik hem zo’n grootse bestuurder vind? Nou nee, niet echt. Maar wel omwille van het feit dat je van iemand die aast op een copilootzitje, toch net iets meer richtingsgevoel verwacht. Een klein half jaar na het razendsnel smeden van een stadscoalitie is nog steeds niet geheel duidelijk welke koers er de komende jaren zal geracet worden. We kregen dan wel een mooi ogende brochure in de bus - die eerder al te lezen was op de lokale mediasites, doch dit terzijde - een concrete marsrichting was er niet in te ontwaren.
De begroting zou vast meer helderheid brengen. Deze kan immers niet opgeleukt worden met aardige kiekjes of holle bonmots. In een begroting staan de naakte cijfers en uit alle uitgave- en inkomstenposten, en vooral dan de meerkosten, meeropbrengsten of besparingen, moet er dan toch wel een visie te destilleren vallen, zou men denken. Zou, want bepaald glashelder is de begroting niet te noemen. Er werd dermate gejongleerd met rubrieknummers en allocaties dat een kat er zijn jongen niet meer in terugvindt. Neem nu een uitgavepost die bij mij direct in het oog sprong: ‘sproeistoffen’; een toename van 3.000 euro naar 95.000 euro. Een verwerpelijke, doch duidelijke beleidsvisie zou je denken: alles doodspuiten. Edoch onder ‘sproeistoffen’ wordt een beetje van alles verstaan, waarvan een minieme fractie sproeistoffen.
Een dergelijke manier van werken heeft een naam: de vis verdrinken. En dan heb ik het niet over de zeevis uit de Leie waarmee op te grote verkiezingsaffiches werd uitgepakt.
Maar worden we dan helemaal in het ongewisse gelaten omtrent de toekomst van onze stad? Nee. Het meest heldere deel van de begroting is het sociale luik – of moeten we in dit geval spreken van het ‘zogenaamd sociale luik’? In het bestuursakkoord klinkt het heel mooi: ‘van onderstand naar empowerment’. Maar hoe wordt dit op het terrein vertaald? Het is wellicht wat kort door de bocht, maar aan ‘de arme kindjes’ een pennenzak van Mega Mindy geven omdat ze niet zouden gestigmatiseerd worden op school, is dat empowerment? Nee, mocht CD&V zo tewerk gaan, zou men het ‘een werk van barmhartigheid’ noemen, Franciscus achterna. Bij de PS zou het heel giftig ‘cliëntelisme’ genoemd worden. Volop inzetten op armoedepreventie, dat is empowerend, maar dit wordt net afgebouwd en zo ontstaan er wachtlijsten voor budgetbegeleiding. Dat is van onderstand naar achterstand.
Is dit de lijn van de nieuwe coalitie? Of is het de rode lijn? En is er dan ter compensatie een blauwe streep die door de sector van de sociale economie getrokken wordt? Toegegeven, dat veld is versnipperd en haalt daardoor wellicht niet de best mogelijke resultaten, maar is een ontmanteling dan de beste oplossing? Wie is erbij gebaat? Alvast de doelgroep niet en al evenmin de stadskas, want het is gewoon een verschuiven van problemen.
Ik kan me echt niet van de indruk ontdoen dat Kortrijk op dit moment geen eenduidige koers vaart. Er is de blauwe lijn, overvol ambitie, er is de rode lijn, eveneens boordevol ambitie, maar daarom niet dezelfde ambities, en zo nu en dan valt er een streepje geel te ontwaren. Maar waar is de weg, de waarheid en het leven (het is Goede Week voor iets)?
Ik hoop alvast dat de rallyrijder die onze burgervader als copiloot meekrijgt, beschikt over een goed oriënteringsvermogen of een degelijke GPS. Anders zou zijn Rally van Kortrijk, in tegenstelling tot de Paris-Dakar, wel eens kunnen eindigen in Dakar.
Deze namiddag mag ik mijn conceptnota voor een vernieuwd Kunstendecreet voorstellen in de Commissie Cultuur van het Vlaams Parlement. In navolging schreef ook minister Schauvliege een dergelijke nota. Er zijn behoorlijk wat paralellen tussen beide werkstukken. “Joke Schauvliege heeft blijkbaar ook goed geluisterd naar de besognes van de kunstenwereld,” besloot ik na een eerste lezing, “of ze heeft mijn nota goed gelezen.”
Bij een tweede lezing vallen de verschilpunten echter al meer op, vooral dan hetgeen er niet in staat. In de nota van de minister is er geen evaluatie opgenomen, enkel voorstellen tot bijsturing. Nochtans is het net door een oplijsting en wegwerking van de pijnpunten dat je tot een betere regelgeving komt. Nu lijken de voorgestelde aanpassingen gratuit uit de losse pols geschud, wellicht omdat de minister aarzelt om de vinger op bepaalde heel gevoelige wonden te leggen.
De nota blijft op sommige punten ook erg vaag en naar bepaalde motieven is het gissen. Zo bijvoorbeeld over de opgelegde fusie van de steunpunten. Willen zij dit zelf, zal het de kwaliteit verhogen, of schuilt er een besparingslogica achter, een afbouw van de bovenbouw?
En wat dan te denken van bepaalde verbeteringsvoorstellen die nu gelanceerd worden, maar die haaks staan op het gevoerde beleid van de voorbije jaren. Het staat goed om de ambitie te hebben volop te werken aan internationale uitstraling, maar dan vergeten we dat Schauvliege in 2010 de helft van de internationale middelen schrapte.
Mijn conceptnota durft wel man en paard noemen en maakt duidelijk waarom er steeds weer herrie is bij het uitdelen van subsidies in het kader van het Kunstendecreet. Er zijn de heilige huisjes, de gevestigde waarden waartegen het als nieuwe kunstvorm of organisatie moeilijk opboksen is; er is de samenstelling van de commissies waar zelfbevruchting haast onvermijdelijk lijkt, of waar toch zeker die perceptie heerst; er is het hokjesdenken dat zorgt voor een stiefmoederlijke behandeling van wie buiten de lijntjes kleurt; er is de afwezigheid van de steden in het debat, terwijl zij daar bij uitstek wel een stem in hebben.
Het grote manco echter, en dat geeft de minister nu ook zelf toe in haar nota, is het ontbreken van een visie, een algemeen kader waaraan de subsidieaanvragen moeten worden getoetst. Wanneer ik nu lees dat Joke Schauvliege inziet dat zij de beoordelingscommissies in het ijle liet zwemmen, zonder dat zij vanwege de minister een duidelijk richtsnoer en marsrichting meekregen, dan beschouw ik mijn missie al als half geslaagd. De Cultuurvisie is gewekt in de Cultuurminister. Nu nog hopen dat het een ambitieuze visie is.
| May 2013 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| S | M | T | W | T | F | S |
| 1 | 2 | 3 | 4 | |||
| 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 |
| 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 |
| 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 |
| 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | |

foto Viviane Decock
© 2009 - Bart Caron // Design: Het Concept / Matthias Malfr