Ik stel vast dat Bart De Wever, die alleen nog alleen met Di Rupo wil spreken, zich steeds meer de allures van een grote baas aanmeet. Hij is op goede weg een Vlaamse dictator te worden. Dat past bij de rechtse nationalistische traditie, maar of het goed is voor het vertrouwen in elkaar en in de democratie .... is zeer de vraag. Natuurlijk moet hij, als chef van de grootste Vlaamse partij, zijn verantwoordelijkheid nemen, maar dat is iets anders dan de anderen uitsluiten.
Hij had evengoed kunnen bellen naar Elio en voorstellen om samen een voorstel te formuleren aan de andere partijen. Dat zou wel zinvol zijn, alleszins zinvoller dan er het officieel standpunt van de N-VA van maken. Tja, het is moeilijk met grote heren kersen te eten, zeker als ze zo snel groeien.
Ik heb verder nog een kleine tip: “verba volent, scripta manent”. Het wordt tijd om voorstellen waar er al een akkoord over bestaat, op te schrijven. Dan kan je bouwen aan een akkoord, steen per steen. Terwijl nu, alles is open en vooral heel vaag. Ik bemerk ook vaak verschillende interpretaties tussen de onderhandelaars. Ik kan niet geloven dat diezelfde Bart D.W. dat fijn vindt. Als hij dan toch zo van duidelijkheid houdt, en van latijnse gezegden ... De les is duidelijk, toch?
Mogen we nu eens alle strategische overwegingen laten varen? We zijn nu immers zo’n tien weken na de federale verkiezingen, en er is nog geen spoor van een regering. Gelukkig hebben we Yves Leterme nog die met zijn ontslagnemende ploeg het land moet rechthouden
.
Tien weken praten met nul komma nul resultaat. Ik zit zelf in het politiek bedrijf – bij wijlen eerder een slecht circus – en moet vaststellen dat er veeleer electorale overwegingen meespelen dan staatsmanschap. Gebrek aan verantwoordelijkheidzin. We waren er voorbije dagen niet zo ver van af, van een akkoord over de staatshervorming. Maar nu lijkt het weer verder dan ooit tevoren.
Ik heb toch een donkergeel vermoeden dat het de N-VA louter om de stemmen te doen is. Rekenen ze er op dat ze, door koppig nee te blijven zeggen tegen de voorstellen van Di Rupo, ofwel kunnen vooruitgaan bij verkiezingen? Of mikken ze op een blokkade van de federale staat en op die wijze op een regimecrisis die moet uitdraaien in een onafhankelijk Vlaanderen? Ze spelen volgens mij met vuur: voor hetzelfde geld kunnen ze door de kiezer afgestraft als beloond worden. Ik vrees dat ze, hoe langer deze formatie duurt en hoe meer ze ondertussen radicaliseren, hoe bekaaider ze ervan af komen. Zij denken daar wellicht net het omgekeerde over, nl. dat ze bij eventueel vervroegde verkiezingen nog zullen groeien.
Di Rupo is geen engeltje, maar heeft een meer dan verdienstelijke poging gedaan. Er zijn over BHV, over Brussel, over de responsabilisering van gewesten en gemeenschappen, arbeidsmarkt en leefmilieu, een aantal zeer interessante pistes ontwikkeld, zelfs bijna-akkoorden gesloten. Collega’s, doe daar dan toch mee voort, en stop met de bevolking te gijzelen.
Er moet immers ook nog gepraat worden over de begroting, over besparingen, over kleine pensioenen en uitkeringen, over een economisch programma, over defensie en over justitie, over zoveel dat ook zo belangrijk is. Over dingen waar meer mensen mee bezig zijn, zich zorgen over maken omdat het hen direct raakt.
Tien weken na de verkiezingen, of zijn het er al elf, mag daar al eens over gepraat worden, nietwaar? Wie door de kiezer geroepen is om te besturen, weet dat hij/zij water in de wijn zal moeten doen. Een grote partij las N-VA kan niet meer doen alsof ze een zweeppartij is. Als je geen compromissen wil, moet je proberen tweederde van de stemmen te halen, ook in Wallonië en Brussel. Maar dat lijkt me toch niet zo simpel.
Hey, al eens gekeken hoe de CVP zich gedraagt? Juist zoals de CVP. Ze kunnen niet achterblijven bij de N-VA, maar verschuilen zich toch maar achter de brede rug ervan, bang als ze zijn stemmen te verliezen aan De Wever en co. Flauwe plezanterikken. Doe maar zo voort en straks verschrompelt de christen-democratie tot een zweeppartij ...
Het zal niet aan Groen! liggen. Wij zijn constructief en willen een communautaire pacificatie. Er zijn nl. nog grote problemen. Maar voor sommigen is het duidelijk nooit genoeg.
Sire, geef me xxx dagen – invullen naar behoefte.
PS En dat ik niet naar de Ijzerbedevaart ben geweest, doet helemaal niks terzake. Maar hun drieledige boodschap is wel zeer actueel: vrede, vrijheid en verdraagzaamheid.

Ik kreeg vandaag een pakket thuis gestuurd. Meestal wip ik dan omhoog van pure blijdschap, maar dit keer heeft het pakket me mateloos geërgerd. Die ergernis is de aanleiding van dit schuinschrift.
Vooraf dit: ik houd erg veel van klassieke muziek en ik ben blij dat Vlaanderen een eigen Opera heeft. Dat Opera een duur machien is weten we, en toch kan Vlaanderen dat blijven bolwerken. Goed zo, al is het budget van onze Vlaamse Opera een stuk lager dan van de Munt, een federale culturele instelling, we moeten ons niet schamen.
De populisten onder ons kunnen zich ergeren aan de hoge kost van Opera, hoog voor het relatief weinige publiek dat wordt bereikt. Ik vind dat zelf helemaal geen criterium. Kunst kost nu eenmaal geld, en opera is een dure kunstvorm omdat er nu eenmaal veel uitvoerende kunstenaars en medewerkers bij betrokken zijn. Maar dat mag de cultuursector, en dus ook de opera niet beletten dat geld efficiënter aan te wenden. Voor alle duidelijkheid: ik pleit niet voor minder subsidie voor de Vlaamse Opera, of voor muziektheater in het algemeen, maar ook niet voor meer subsidie.
Ik wil wel dat er wordt gediscussieerd over welk soort muziektheater, welke soort opera we in Vlaanderen willen hebben. De Vlaamse Opera, die wel goede recensies haalt in de vakpers. is finaal een traditioneel operahuis. Het bespeelt daarenboven twee zalen, heeft een eigen orkest en koor, en brengt het ijzeren repertoire in montages met veel toeters en bellen. We zouden artistiek vernieuwender en origineler kunnen zijn met minder bombarie en minder geld, maar dan moeten we af van de traditie. Een nieuwe opera-aanpak zou ook wel een stevige brug kunnen slaan naar een nieuw en jong publiek voor muziektheater. Maar dat is blijkbaar een keuze die in Vlaanderen heel moeilijk ligt. Idem voor een samenwerking met de andere Vlaamse orkesten en met hedendaagse theater- en dansgezelschappen.
Ik zou het dus hebben over dat pak dat vandaag tot mijn verbazing aan mijn voordeur werd door het koerierbedrijf TNT. Het bleek afkomstig te zijn van de Vlaamse Opera. Aan wie allemaal gestuurd is, weet ik niet, maar ik denk dat iedereen die iets met de financiering van dit huis te maken heeft, ontvanger mag zijn. Het is een relatiegeschenk om u tegen te zeggen. Het is een mooie grijze doos van pakweg 30 x 25 x 6 cm met allerlei spullen in:
- een CD ‘mijn Oriënt’ met fragmenten van de Opera’s van volgend seizoen
- het programmaboek ‘mijn Oriënt’ van volgend seizoen (160 pagina’s)
- het programmaboek van ‘Peter Grimes’ van Benjamin Britten
- de programmabrochure van het concert ‘Van mens en zee’
- een recensiebundel
- twee magazines van de Vlaamse opera
- een luxueuze sponsormap
- diverse kleinere drukwerken
En vooral zit er in de doos een brief van de voorzitter van de Vlaamse Opera waarin hij zijn bezorgdheid uitdrukt over de Opera. Hij haalt de volgend elementen aan:
- de blijvende impasse rond het beheer en vooral het onderhoud van de beide gebouwen in Gent en Antwerpen. Daarin stelt hij dat de gebouwen helemaal niet in goede staat zijn en er stevig aan gewerkt moet worden;
- de noodzakelijke uitbreiding van het personeelsbestand, aldus de voorzitter, vooral in het orkest en het technisch departement;
- de besparingen die om budgettaire redenen door de Vlaamse regering werden opgelegd, op basis van het hanteren van de ‘kaasschaaf’, gelijk voor alle instellingen dus.
Verder steekt er een summiere tabel in de doos, een tabel die moet aantonen hoe hoog de eigen inkomsten van de Opera zijn in vergelijking tot de andere grote Vlaamse instellingen. Uit de tabel blijkt ook, maar daar zwijgt de voorzitter zedig over, dat de loonlast in drie jaar tijd met 20 procent steeg (tot 14, 7 miljoen euro) en dat het personeelsbestand toenam met 40 eenheden (tot 297). Van mij mag het allemaal … maar heeft de Vlaamse Opera in tijden van crises en dus van besparingen geen enkele gêne? De doos is poepchique en wellicht ook peperduur. Dat zou me niet kunnen schelen, behalve als ze betaald is met subsidiegeld. En behalve als de voorzitter niet zou mekkeren over de opgelegde besparingen.
Ik vraag me af of de Vlaamse Opera met dit soort public relations niet precies het omgekeerde effect bereikt? Bij mij – en ik mag mezelf niet beschouwen als een cultuurbarbaar – is dat inderdaad zo. Er is blijkbaar nog veel vet op de soep. Of heb ik het dan toch helemaal verkeerd voor?
“Beste fiscus, gelieve mij vrij te stellen van alle belastingen en taksen. Uiteraard ik wil ik wel profiteren van alle dienstverlening van uw overheid. Met dank en vriendelijke groet.”
Een monkellachje of enig wenkbrauwengefrons zal wel het hoogst haalbare resultaat zijn van een dergelijk briefje. Maar, dacht men bij de FIFA, niet geschoten is altijd mis. Bij de opstelling van het bidboek voor de organisatie van de wereldbeker voetbal vraagt de FIFA aan de kandidaat-gastlanden een achtvoudig engagement. En jawel, een vrijstelling van lasten en taksen is er één van.
Een vraag om goed uitgeruste stadions lijkt ons volkomen terecht, aandacht voor veiligheid en mobiliteit evenzeer. De wens om binnen de organiserende landen te komen tot een breed maatschappelijk draagvlak, een voetbalcommunity, is zelfs ronduit een verrijking. Garantie 3, een algemene vrijstelling voor het betalen van belastingen en taksen, is dan weer ronduit grof en onaanvaardbaar.
Niettemin lag ook deze vraag op tafel toen de diverse overheden van de Lage Landen rond de tafel zaten om hun engagementen in ‘the HollandBelgium Bid’ te formaliseren.
En dan zit je daar als enthousiast en ambitieus gezagsdrager. Je uit een monkellachje of enig wenkbrauwengefrons, krabt je in de haren en zucht eens diep. Je vindt wat gevraagd wordt absoluut weerzinwekkend, maar nog niet half zo erg als het gevoel met de rug tegen de muur te staan. Uiteraard wil je niet toegeven aan chantage; anderzijds wil je ook allerminst je kansen hypothekeren. Je wil maximaal beknibbelen op je toegiften; tegelijk hoor je de gonzende geruchten dat Engeland en Rusland wel complexloos alle engagementen hebben onderschreven.
Maar, zo bleek tijdens een boeiend debat na onze vragen in de commissie Sport van het Vlaams Parlement, de Nederlandse en diverse Belgische regeringen gingen niet plat op de buik voor de eisen van de FIFA en dat juichen wij toe. Er kwamen toegiften, uiteraard, maar allerminst een blanco cheque. Zo krijgen enkel sportgerelateerde activiteiten een belastingvrijstelling.
Idealiter waren het natuurlijk de diverse parlementen die zich uitspraken over de toegiften aan de FIFA. Wanneer een organisatie zichzelf boven de wet waant, kan ze maar beter de discussie aangaan met de wetgevende, eerder dan de uitvoerende macht.
Onze kansen op uitverkiezing zullen door onze beperkte inschikkelijkheid misschien wat inkrimpen, maar, hoezeer we er ook van overtuigd zijn dat de organisatie van het WK in 2018 ons land een enorme boost zou geen, daarom hoeven we ons rechtvaardigheidgevoel toch niet aan de kant te schuiven. Bovendien zijn we er van overtuigd dat ons land voldoende andere troeven heeft om het WK alsnog binnen te halen.
Wat we, als fervente voetballiefhebbers, ook verwelkomen is het engagement van sportminister Muyters om tijdens het lopende Belgische voorzitterschap deze zaak ook op Europees vlak aan te kaarten. Het spreekt immers voor zich dat de FIFA een groot deel van zijn macht put uit het tegen elkaar uitspelen van verschillende landen. Een algemene Europese regelgeving zou die macht al danig inperken en zelfs een mondiale aanpak dringt zich op.
Want hoe konden we nu complexloos genieten van het voorbije WK in Zuid-Afrika? Hoe konden we de gedachte verdringen aan de talloze toegiften die de Zuid-Afrikaanse regering moest doen om de wereldbeker te mogen organiseren? Wie werd er beter van het grote voetbalfeest? De lokale bevolking, die best wel een steuntje in de rug verdient? Een bevolking die zich trouwens nauwelijks een zitje in de mooie stadions kon veroorloven.
En binnen vier jaar, dan is Brazilië gastheer van het WK. Een passioneel voetbalgek land, maar evenzeer een land met een enorme kloof tussen arm en rijk.
Het is de FIFA absoluut gegund een welvarende sportbond te zijn, ze hebben dan ook een patent op één van de mooiste bijzaken ter wereld. Ze mogen de populariteit van hun spelletje gerust te gelde maken. De uitzendrechten mogen tegen marktwaarde verkocht worden, en ook aan de merchandising mogen ze een flinke stuiver verdienen.
Maar, net zoals in de sport, gelden er ook in de maatschappij regels en tot spijt van wie het benijdt, is belastingen betalen hier nog steeds de regel. Landen tegen elkaar opzetten om hun regels aan te passen, om dan te kiezen voor diegene die het meest inschikkelijk was, neigt naar machtsmisbruik. Eigenbelang dat wordt afgedwongen, ten koste van het algemene belang. Een houding die zo verschrikkelijk haaks staat op alle mooie idealen van fair-play, respect en football communities.
Tenzij we natuurlijk kunnen komen tot de regeling dat niet enkel de FIFA wordt vrijgesteld van het betalen van belastingen en taksen, maar ook alle voetbalsupporters. Een mooie gedachte die het voetbal op slag nog een stuk populairder zou maken. Een gedachte die helaas ook weer zal onthaald worden met een monkellachje en enig wenkbrauwengefrons.
Vorige week een paar dagen in Engeland verbleven. En twee keer werd ik getroffen door een slecht bericht over cultuurbeleid. Het eerste stond in de respectabele krant The Guardian – die koop ik niet elke dag hoor, maar de culturele bijlage trok mij aan, tja … Daar mocht ik lezen dat de Britse regering de ondersteuning aan Britse films stopt. Ze beschrijven zelfs een drama zo mooi: “decision to axe the UK Film Council came out of the blue yesterday.” Een axe (aks) is ook in verschillende Vlaamse dialecten een hakbijl. Je kan dit Britse instituut best vergelijken met ons Vlaams Audiovisueel Fonds. Dat geeft subsidies aan filmmakers voor scenario’s, productie, promotie enz. Ja, want in Vlaanderen is het haast onmogelijk een winstgevende film te maken. En dus bijna geen Vlaamse productie zonder steun. De Britten hebben wel een groter afzetgebied en dus meer potenties, maar toch, de betere film moet toch om steun bedelen. Gewoon uit, finito, gedaan. Het geld kwam er van de Loterij, dus nog niet eens van de belastingbetaler. Sinds 2000 spendeerde het 160 miljoen pond (zowat 135 miljoen euro) aan meer dan 900 films, die 200 miljoen bezoekers trokken en meer dan 700 miljoen pond genereerden aan ticketverkoop. Uit, finito, gedaan.
Het fonds steunt, net als bij ons nieuwe filmmakers, ambitieuze Britse films, ook minder populaire film , It investeert in nieuw talent en in Groot-Brittannië als filmlocatie. Er waren successen zoals The Constant Gardener, Nowhere Boy, Red Road enz.
Merkwaardig is dat de box office (de ticketverkoop) in het Verenigd Koninkrijk met 62% is gegroeid sinds de oprichting van het UK Film Council in het jaar 2000. Britse films 23% vertegenwoordigen van de verkoop. Het zou interessant zijn te weten te komen of dat ook in Vlaanderen het geval is. Ter vergelijking, het Vlaamse filmfonds krijgt een overheidsdotatie van 13 miljoen euro per jaar.
En links denkend en slalommend door Engeland luister ik op mijn autoradio naar de onvolprezen BBC Radio 4 en hoor er dat the Arts Council of Wales – zeg maar het uitvoerende agentschap van het Welshe ministerie van Cultuur – het vanaf volgend jaar met 25% minder moet gaan doen. Het gevolg dat is dat er nog 91 gesubsidieerde structuren (gezelschappen, orkesten, cultuurhuizen …) overblijven en dat er 32 moeten sneuvelen. The Arts Council spendeert momenteel 23.5 miljoen pond per jaar aan de gesubsidieerde organisaties. Dat is al een pak minder dan Vlaanderen.
Ter informatie, maar niet geheel ter zijde, Groot-Brittannië wordt sinds kort bestuurd door een coalitieregering van Conservatives en Liberals.
Moedig vind ik dat. De stad Aalst zal geen 50.000 euro betalen voor de Aalsterse deelname aan het vtm-programma ‘Mijn Restaurant’. vtm eist dat geld voor de publiciteit die de stad kreeg in het programma. De steden die de finale haalden, moesten 50.000 euro betalen voor publiciteit. Volgens vtm bestond daarover een mondelinge overeenkomst. Mondeling? Niet te geloven.
De beslissing van de stad Aalst is toch een stuk moediger dan die van de stad Kortrijk, dat zelfs de verbouwing van het ondertussen failliete restaurant Dell’ Anno betaalde, 50.000 euro. Aalst, dat met Karnivale de finale won, vindt dat de stad niet positief in beeld werd gebracht. Dat vond ik met Kortrijk en ‘De Rodenburgs’ zeker ook. Meer zelfs, van Kortrijk werd weer eens een beeld gebracht als het Las Vegas aan de Leie. Maar ja,een bourgeoisstadje is het wel en daar spelen televisiemakers handig op in.
Er is een nieuwe baas van de VRT. De Vlaamse regering heeft Sandra De Preter aangesteld. Een verrassing? Ja en nee. Ja omdat ik, net als vele collega’s in snelheid gepakt ben door de regering. De vorige ronde was niet succesvol afgerond – ze liep af met een sisser omdat de kandidaat van minister Ingrid Lieten blijkbaar gewraakt werd door de collega’s uit de regering, wegens te sp.a-gezind – en dus was het wachten op een nieuwe selectiepocedure. Die liep blijkbaar als een trein. Zo werd de nummer twee van Sanoma (de grootste uitgever van weekbladen bij ons, en geleid door ex-televisiebaas Aimé Van Hecke – met wie ik overigens nog wel een akkefietje heb gehad – aangesteld als gedelegeerd bestuurder. Er werd naar verluidt snel een akkoord bereikt, en ziezo, nog voor de grote vakantie is ook dat varkentje gewassen. Piet Van Roe mag inpakken en echt van zijn pensioen genieten, na zijn tweede interim waarbij hij alweer een fundamentele hervorming heeft mogen / moeten doorvoeren. De eerste keer creëerde hij de fameuze (en peperdure) bollenstructuur in het management van de VRT, en nu mocht hij 60 miljoen euro besparingen zoeken en vinden. Missie volbracht en dus mag de nieuwe leider aantreden.
Al eens gelet op die mevrouw De Preter, en op minister Lieten? Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat Lieten haar spiegelbeeld heeft aangesteld. Of minstens haar evenknie. Niet dat ze uiterlijk zo op elkaar gelijken, maar toch zijn er zovele punten van overeenkomst. Taaie tantes, harde managers, beide ook manager van het jaar geweest, twee krachtige vrouwen. Ingrid Lieten was de baas van De Lijn en Sandra De Preter de nummer twee bij Sanoma en daarvoor in de marketing.
Siegfried mag blij zijn dat hij op tijd zelf zijn biezen gepakt heeft. Jammer voor de kandidaten van het huis zelf, zoals Lena D.M. – ook wel bleke Lena genoemd, maar onvolprezen in leiding geven en in de uitvoering van haar verantwoordelijkheden. Nooit sant in eigen land, blijkbaar.
Ik ben dus niet verbaasd dat er snel een akkoord werd bereikt tussen de dames. De gelijkenissen zijn treffend, of niet soms?
Het enige minpuntje zal wel de opleiding zijn van mevrouw Sandra De Preter. Ik hoorde dat zij een marketeer is. Alweer zo’n species. Bij de VRT werden er in de voorbije tien jaar al heel wat marketeers aangeworven. De grootste kantoren werden ermee gevuld, maar ondertussen zijn die ook snel weer leeggelopen.
Sandra De Preter was naar verluidt bij Sanoma verantwoordelijk voor de damesbladen. Bij de VRT mag het gerust ietske meer zijn, is het niet? Een pak informatie, een streep cultuur, een schep educatie en een beetje entertainment. Dus liefst iets meer dan human interest, codetaal voor oppervlakkigheid en bezigheidstherapîe. Ik kan alleen hopen dat ze snakt naar meer.
En naar verluidt is de nieuwe baas niet uitdrukkelijk politiek gekleurd. Als dat geen mirakel is.Ik kreeg via Facebook echter een bericht dat dat toch niet echt zo is. Lees de reactie hieronder ...
Snel en verrassend dus. Maar wel een goed profiel. De dame kent de mediawereld maar al te goed en heeft veel ervaring, ook in leiding geven. Het profiel zit dus goed, en daarom moeten we toch even afwachten alvorens haar al te wegen, laat staan te beoordelen. Ik wens haar alle succes toe, en heel veel courage. Het is een zware job, in een huis vol wantrouwen, maar tegelijk een huis met ongelooflijke potenties. Het gaat goed met de openbare omroep, de uitdaging is dan ook eenvoudig: laat dat zo blijven.
Ik kreeg vandaag van enkele collegae uit het Vlaams parlement een merkwaardige mail. De mail is getiteld ‘Vlaamse volksvertegenwoordigers steunen geestelijken’ en is een lofbetuiging aan de honderden priesters, zusters en anderen die zich ingezet hebben voor de ‘gemeenschap in Vlaanderen’. Meer zelfs, ze willen Uw en hun dank aan alle geestelijken overmaken op een samenkomst op 21 augustus in de Mariahal in Scherpenheuvel.
Dat politici opkomen voor de geestelijkheid … is een merkwaardig initiatief – zeker in tijden van een strakke scheiding kerk-staat – al staat natuurlijk die ‘c’ niet toevallig in de afkorting van een partij die zich op een christelijke inspiratie beroept. Ja, zij maken zich zorgen over de aanhoudende onthullingen over kindermisbruik in de kerk, die dreigen alle geestelijken mee te sleuren in een sfeer van veralgemeende verdachtmaking. Zo luidt althans de eerste zin van hun persbericht.
De collega’s haasten zich via de redactie.be te zeggen dat het feit dat er geen ondertekenaars van deze oproep zijn bij Groen! en sp.a louter het gevolg is van de snelheid van het initiatief. Ik ben alleszins niet aangesproken om het initiatief te ondersteunen, niettegenstaande ik mij niet opwerp als een vrijzinnige, noch een atheïst.
Niet geheel terzijde zou ik kunnen stellen dat de problemen van kindermisbruik in de kerk ook wat sneller hadden kunnen aangepakt worden.
Eerst stellen mijn collega’s dat zij kindermisbruik veroordelen als een gruwelijk misdrijf – het zou er nog tekort aan zijn. Maar ze stellen er meteen bij dat alles en iedereen die geëngageerd is in de kerk, als geestelijke of als leek, nu zonder meer verdacht is. Natuurlijk niet, dat zou pas heel erg zijn zeker? Zij willen het dan ook opnemen voor die duizenden priesters, zusters, paters, broeders, diakens en lekenmedewerkers die geen schuld treffen en jaren het beste van zichzelf hebben gegeven en nog geven voor de gemeenschap in Vlaanderen. Wat een gezwollen taalgebruik. En al goed dat ze er de Vlaamse missonarissen er buiten laten.
Collega Johan Sauwens, duidelijk de initiatiefnemer, wierp zich in het verleden al eerder op als behouder van de Vlaamsche erfgoedwaarden. Hij vindt het noodzakelijk dank te zeggen aan al diegenen die hun engagement in onderwijs, ziekenzorg, jeugd- en bejaardenwerk enz. een zeer grote meerwaarde hebben betekend en zo Vlaanderen mee hebben uitgebouwd tot wat het vandaag is: een open en verdraagzame samenleving, met veel ruimte voor individueel initiatief en grote solidariteit. Tja, ik vraag me af of die open samenleving wel hun grote verdienste is. Is dat niet eerder de verdienste van de duizenden Vlamingen die zich verzetten tegen een gemeenschap die al te sterk gedomineerd is door de christelijk geïnspireerde structuren? Of bedoelen mijn collega’s dat net het feit dat het gros van de Vlamingen de kerk massaal de rug toekeren net een bewijs is van die openheid van de Vlaamse samenleving?
Het is niet aan de politici om zich te mengen in de dossiers van het gerecht of van de kerk. Maar nu reageren, nu als het gerecht de zaak ‘overneemt’ is toch een beetje schijnheilig. De Christelijk geïnspireerde politici hadden al decennia kunnen ijveren voor een kerkelijk beleid dat de misbruiken in de kerk bestrijdt. Dan was die steunbetuiging nu niet nodig geweest. Zij zitten massaal in de besturen van kerkfabrieken, parochiale werken, scholen en ziekenhuizen. Ze zijn minstens mee verantwoordelijk.
Maar finaal ben ik het wel eens dat veel geestelijken zich hard hebben ingezet voor het welzijn van de bevolking, niet alleen het geestelijke. Ook het materiële en het culturele. Al moet mij van het hart dat hun inzet voor het verenigingsleven en voor het jeugdwerk, voor scholen en parochiale infrastructuur, niet altijd zo onbaatzuchtig was als wat sommigen willen laten blijken. De jacht op zieltjes is al een tijdje opgegeven, maar de eeuwig durende binding met de zuil is een harde voorwaarde gebleven. Ik ben geboren met een geboortepremie die uitbetaald is door de CM en van mij werd verwacht dat ik ook het hele christelijke traject zou doorlopen, de schoolkeuzes zou respecteren, christelijk zou trouwen, lid worden van de juiste verenigingen enz. Dat deed ik niet. Ik ben parlementslid, maar zit niet in een inrichtende macht van een katholieke school, ook al studeerde ik zelf aan dat net, of in het bestuur van een ziekenhuis, of een voorziening voor personen met een handicap of een rusthuis, al zou ik dat onbaatzuchtig doen.
Ik heb veel, heel veel respect voor mijn proosten uit de Chiro en jeugdclub en voor die paar inspirerende priester-leraars uit het college. Voor hun inzet, voor hun bezieling, voor hun humanisme. Maar niet voor het instituut dat ze vertegenwoordigen. U mag deze getuigenissen, deze persoonlijke ervaringen met geestelijken die bepalend zijn geweest in mijn leven op uw website plaatsen. Ik kan zo nodig hun namen bezorgen. Maar er zijn er nog vele andere, van buiten de kerk, vrijwilligers, militanten, culturele werkers die zonder christelijke inspiratie, mijn leven ten goede hebben gekleurd. Dikke merci. Hun namen moet u wellicht niet hebben?
En ja, natuurlijk moeten er dezer dagen grote twijfels heersen in de geesten van vele van de resterende geestelijken in Vlaanderen. Hun levenslange engagement wordt besmeurd door een stigma waar zij niks mee te maken hebben. Bij sommigen worden oude wonden opengereten, , bijv. in West-Vleteren. Maar vooral moet het pijn doen dat de misbruiken van enkele tientallen (?) geprojecteerd worden op alle geestelijken, ook wie geen enkele blaam treft. Maar voor dit laatste is de kerk helemaal zelf verantwoordelijk.
En daarom ga ik niet naar Scherpenheuvel. Daar ontmoet ik die inspiratiebronnen niet, alleen fossiele restanten uit het antiquariaat van het kerkinstituut. Doe daar nu eens wat aan, collega Sauwens.
Geruis. Daar wil ik het over hebben. Ik stel immers met stijgende verbazing vast hoeveel mensen zeggen dat ze problemen hebben met het geluid van windturbines. Met het uitzicht, ja, maar met het geluid? Ik heb natuurlijk makkelijk praten, ik woon immers niet in de directe omgeving van zo’n moderne molen. Jaren woonde ik langs de windmolen van Marke, zo’n oudste stenen ding met lompe wieken, die zelfs na de restauratie nog zeldzaam aan de praat te krijgen was. Vee lawaaihinder levert zo’n ding niet.
De laatste weken ging ik toch enkele keren fietsen. En elke fietser weet het, wind op kop is oeverloos lastig. Zeker als eenzame fietser krijg je die onzichtbare vijand niet klein. De dominante zuidwester is dit jaar blijkbaar verdrongen door een akelige noordenwind. Daar wil ik het evenmin over hebben. Wel over het suizen van krachtige wind. Je mag er als fietser niet op letten, anders word je gek van het oorverdovende geluid van die rotwind. Luid en hard, en niet eens regelmatig. Lastig. Maar vooral lawaaihinder van de hoogste categorie. Alleen, we ervaren dat niet zo. Heb je jezelf al een een uur of vier door zo’n harde wind moeten duwen. Vooral de wapperende bladeren van de bomen maken een tergend geluid. Je zou liever onder een op hol geslagen windmolen gaan wonen. Ze leggen die dingen tenminste stil als het hard waait. Al is alles relatief natuurlijk. Als je er niet op let lijkt het wel alsof je met de natuur vergroeid bent en de gierende wind iets heel normaal is.
Ik was de voorbije weken regelmatig aan zee. Eerst voor de verkiezingscampagne, en dan was er het onvolprezen dansfestival Dansand in Oostende, en nog veel meer. Daar jaagt de wind het zand over de kustlijn, schuurt het langs je benen. Altijd is er wind. Blazende wind. Hoe meer wind, hoe hoger de golven. En vooral , hoe meer wind, hoe meer geruis de zee produceert. En wat zie je dan? Dat er vele duizenden mensen een appartement met zicht op zee als het hoogste beschouwen dat een mensen kan bezitten. Ja, de zee is mooi. Maar ook daar word je geconfronteerd met het ongenadige geblaas en gespuug van de wind. En zeggen dat heel veel mensen de kracht van de natuurelementen, en de bijhorende vaak oorverdovende geluiden, als een meerwaarde ervaren. En ze hebben nog gelijk ook.
Kortom, niets gaat boven de gesel van koning wind. Behalve als het over een windmolen gaat. We verdragen nog liever het geraas van twintigtonners op de autosnelweg, het gejoel van spelende kinderen in de kinderopvang – als zijn er buren die naar de rechtbank stappen omdat ze vinden dat er in een rustige buurt geen kinderopvang mag zijn, en nog gelijk krijgen ook; denkt het gerecht zo het vertrouwen te herstellen? Ik wens die man en die rechter allebei stormwind voor de rest van hun dagen.
Misschien kan die rechter nog beslissen dat wie in een rustige buurt woont, het recht moet hebben om de wind af te zetten, zoals je dat doet met een muziekinstallatie. En dus, windturbines zijn ondingen, lawaaiproducenten eerste klas. We zijn ertegen, daarom.
Zo geraken we ver in dit land van ons, land van windmakers en windverkopers. Ooit, ooit, lang geleden, in de tijd dat de dieren nog spraken, was er een zanger die zong: “The answer, my friend, is blowin’ in the wind.”

De voorbije winter raasde een ongelooflijke storm, Xynthia over de Franse westkust en zorgde voor dodelijke slachtoffers en zeer veel schade. Mocht dat bij ons gebeuren, dan vallen er veel (honderden) slachtoffers en zijn er miljarden euro’s economische schade. Er bestaat dan wel een kustveiligheidsplan, maar dat nog grotendeels moet uitgevoerd worden. Daarnaast verscheen er in maart 2010 een studie ‘Vlaamse Baaien 2100’ die nog verder vooruit kijkt. Het heeft de bedoeling om onze kust te beschermen tegen stormen die eens in de 1000 jaar voorkomen.
De klimaatveranderingen zorgen immers niet enkel voor een stijging van de zeespiegel, maar leiden ook tot drukverschillen in de atmosfeer. Die bemoeilijken de voorspelbaarheid van de stormen en de heftigheid of intensiteit waarmee die over onze kust zouden kunnen razen.
Nu springt de de ondernemerswereld springt zelf op de kar, of liever op de boot. Het is interessant dat ondernemers proberen creatief met maatschappelijke uitdagingen om te gaan. De baggersector gaat samen met de Vlaamse overheid de Stichting Ecorise oprichten. De Vlaamse overheid en de private baggersector investeren er elk twee miljoen euro in. Niet niks. Het onderzoeksforum, aldus het bericht, moet de kennis over de baggerwerken en waterbouwkunde in Vlaanderen bundelen. Het gaat in eerste instantie om onderzoek naar mogelijkheden om baggerspecie te storten voor de kust en zo kunstmatige zandbanken te creëren en de mogelijke creatie van nieuwe eilanden. Is dat dumping van specie waar de baggeraars niet weg mee kunnen? Of moeten we dat positief benaderen? Kan het kan bijdragen tot de kustverdediging tegen overstromingen? Zijn er kansen voor het toerisme en havens?
We mogen ons niet kanten tegen gedurfde voorstellen, maar het mogen niet alleen economische motieven zijn die spelen, en zelfs niet alleen motieven met betrekking tot de veiligheid van de kust op lange termijn. Ook elementen als natuur en milieu tellen mee, en nog veel meer. Het Dubai-achtig opspuiten van eilanden voor de Belgische (Vlaamse?) kust en daar strand- en kusttoerisme op ontwikkelen, dat zijn vraagstukken die een heel grote draagwijdte hebben. Ik sta er toch terughoudend tegenover. We moten vooraf weten of het tegengaan van stormschade op de ene plaats geen grotere schade veroorzaakt op andere plaatsen, wat de effecten zijn op het ecosysteem, op het toerisme, op visbestanden enz. Het moet reële kansen bieden op natuurontwikkeling én kustveiligheid, en op de opwekking van hernieuwbare energie (wind, getijden ...). Er mogen dus niet alleen economische motieven spelen, en vooral niet alleen die van de Belgische baggeraars. Onderzoek over zandbanken en eilanden is nuttig, maar moet multidisciplinair zijn en de verschillende invalshoeken bekijken.
En we moeten bekijken wie dit megalomane project, mocht het ooit gerealiseerd worden, gaat betalen. Het zal ongetwijfeld fortuinen kosten.
Hoe dan ook, het mag nimmer of te nooit leiden tot een strandheffing, zoals de bedrijfswereld in de lente voorstelde - geen taks om op het strand te komen!
De gevolgen van de stijging van de zeepiegel en de krachtige stormen mogen ook niet alleen worden aangepakt met veiligheidsmaatregelen (dijken, zandbanken ...) maar moeten gepaard gaan met krachtige maatregelen om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Anders zijn we als een slechte arts die alleen de symptomen bestrijdt zonder de oorzaken van deze zeer ernstige kwaal aan te pakken.
Ik las het vandaag: een onderzoek van de universiteiten van Antwerpen, Brussel en Leuven toont aan dat sp.a en Groen! het zeer lastig zullen hebben om uit het electorale dal te kruipen. Bij de laatste verkiezingen sloegen volgens professor Marc Hooghe de ideeën van de sp.a niet aan, zelfs niet bij de eigen kiezers. Die geven de eigen voorstellen een score van slechts 7,65. Groen! doet het wat dit betreft pakken beter, maar wordt door de kiezer nog altijd beschouwd als een one issue-partij. Ook problematisch voor beide partijen is dat zij weinig waardering krijgen van kiezers van andere partijen en het dus zeer moeilijk hebben om stemmen te ronselen over de eigen partijgrenzen heen. Er is een grote ideologische afstand met de centrumpartijen, zo groot dat het niet evident is om kiezers aan te trekken. Tot hier de conclusies van dat onderzoek.
Het begint al: de CD&V is dus een centrumpartij. Maar wonen daar geen ACW-ers? En toch is de afstand groot. Als dat zo is … dan moet ik pessimistisch zijn?
Dat wil ik toch even afzetten tegen de droom van velen, de droom van een brede linkse samenwerking. Over de partijgrenzen heen van sp.a, Groen! en het ACW-deel van de CD&V? Eén linkse beweging die opkomt voor de belangen van de gewone man, zoals dat klinkt. Waar katholieken, atheïsten, progressieven, links-liberalen … samen kunnen werken aan één belangrijke agenda: een sociaal beleid in een eerlijke én welvarende samenleving. Bekoorlijk? Her en der kom je dergelijke dromers tegen, nietwaar Matti?
Er zijn al vaak oefeningen in samenwerking geweest, probeersels die meestal niet zo goed uitpakten. Er was ooit Het Signaal, of het kartel met Spirit, en sommige lokale kartels tussen groenen en socialisten. Vogels voor de kat? Is het echt zo dat de grootste de kleinste altijd opeet?
Ik wil graag samenwerken met elke progressieve collega. Maar ik heb niet zo’n uitgesproken liefde voor of afkeer van welke progressieve partner dan ook. Een brede progressieve partij zou een mooi verhaal zijn. Alleen, de redenen waarom dat niet gebeurt, zijn te vinden bij het ACW, niet bij ons of bij de sp.a. Het ACW wil niet. De levensbeschouwelijke (katholieke) banden halen het daar nog steeds van het progressieve ideaal. Als puntje bij paaltje komt wint de kerk, of liever de macht van de zuil, zelfs zonder veel kerk noch geloof.
Een samenwerking met de socialisten daarentegen lukt soms, soms niet. Die botst op andere hindernissen, vooral op interne machtsverhoudingen maar ook op mentaliteitsverschillen en ideologische accenten. De sp.a is groter en probeert, ook geheel eigen aan haar huisstijl, de directie te voeren. Hoe zou je zelf zijn? Op termijn dreigt inlijving, cf. Spirit. Maar stel u eens voor dat het ACW een partij zou zijn, dan zou ze toch hetzelfde doen?
Een samenwerking tussen drie ‘gelijken’ idealiseren is evenmin dé oplossing. Groen! is niet even groot, en dreigt onder de voet gelopen worden. Begrijpelijk toch? In een oefening met drie zijn we vandaag klein ...
Is er dan geen goed scenario mogelijk? Oh ja, hard werken en mensen werven. Maken dat je groot genoeg bent om gewicht in de progressieve schaal te leggen. Zelf groeien. Of je dan apart, of samen met andere krachten ageert doet niet zoveel ter zake. Als links Vlaanderen maar groeit, het is amper nog 30 procent van het electoraat waard – er zijn gelukkig ook nog progressieve VLD-ers en zelfs N-VA-ers. Hoe dan ook, links is te klein. Zijn Vlamingen rechts? Ik vrees ervoor, niet extreem, maar toch eerder van ‘elk voor zichzelf’ tot het pensioen wenkt of ziekte toeslaat …
Van mij mag zoiets als Het Signaal van Maurits Coppieters zaliger. Heel graag. Maar het is een theoretisch verhaal. Immers, zo lang het ACW kiest voor de macht van het kerkportaal, en niet voor samenwerking met andere progressieven, lukt dat niet. Die keuze is er gewoon niet. Maar dromen mag hoor.
Klik hier als je naar de website van Vrijstaat 0. wil gaan voor Dansand!
| september 2010 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Z | M | D | W | D | V | Z |
| 1 | 2 | 3 | 4 | |||
| 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 |
| 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 |
| 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 |
| 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | ||

foto Viviane Decock
© 2009 - Bart Caron // Design: Het Concept / Matthias Malfrère | Webontwikkeling: ikhona