bartcaron.be

Vaarwel Roland Hurtecant, monsieur Mont Ventoux

Ingediend op juli 3rd, 2019 door bartcaron

Op 1 juli overleed Roland Hurtecant. Jaren reed ik zelf mee met ‘zijn’ fietstocht Brugge – Mont Ventoux. Ik schreef er een verslag van waarvan een stuk later verscheen in het boek De Kale Berg van Lex Reurings. Je kan het hier in pdf lezen. Of hieronder gewoon doorlezen. Ter ere van die buitengewone Roland.

‘… Pour leur courage et leur volonté de vaincre’
‘… voor hun moed en volharding.’
(Opschrift op het monument Brugge-Mont Ventoux)

Op de helling net voorbij de Col des Tempêtes verheft zich het monument Brugge-Mont Ventoux. De fietser die op dat moment in de beklimming nog oog heeft voor zijn omgeving, kan het niet over het hoofd zien. En als zijn hersenen nog een beetje functioneren, zal hij begrijpen dat het gedenkteken ook voor hem bedoeld is – met dank aan de bestuurders van het departement Vaucluse, die van de gemeente Bedoin en aan de mensen van PPC Brugge.

In 1973 valt in de Brugse pers te lezen, dat op 21 juli van dat jaar 34 renners de riempjes zullen aantrekken om naar de Mont Ventoux te fietsen. Het wordt een zevendaagse trip van 1500 kilometer voor sportieve cyclotoeristen. Dat wil zeggen dat het deelnemersveld bestaat uit een mix van geoefende toerrijders en renners die wat meer op het wedstrijdelement gericht zijn. Brugge-Mont Ventoux wordt dus een toertocht-met-klassementen: men rijdt in een gesloten peloton, maar aan de voet van een berg wordt de wedstrijd geopend. Boven wacht men elkaar weer op en wordt een klassement opgesteld.

In de loop der jaren groeit Brugge-Mont Ventoux uit tot een klassieker. Het startschot wordt steevast gelost op de Burg, een monumentaal historisch plein in het hart van de stad van Jan Breydel en Pieter De Coninck.

De finale is altijd op ruim 1900 m hoogte: de kalklijn aan de voet van het Observatoire.

* * *

Eind jaren zeventig begint het idee ergens op de Ventoux een spoor van de wielerclub en zijn tocht achter te laten steeds vastere vormen aan te nemen. Het kost veel gepraat en veel overtuigingskracht, maar Hurtecant is een doordouwer. Uiteindelijk geven de Franse autoriteiten toestemming een gedenkteken op te richten. Zij stellen echter als voorwaarde dat de tocht geen eendagsvlieg zal blijken en dat de tekst die op de steen komt te staan niet alleen betrekking zal hebben op de deelnemers aan de Brugse tocht, maar op alle wielerliefhebbers. Op die manier willen ze voorkomen dat elke vereniging die een keertje omhoog fietst, komt zeuren om een eigen tastbare herinnering; dat zou maar een wildgroei van stèles opleveren.

Op 29 juli 1979 wordt het monument op de helling geplaatst, op een mooie plek vlak onder de top. De storm blaast het weliswaar in de eerstvolgende winter omver, maar sinds het een ijzeren steun in de rug heeft gekregen, trotseert het er de elementen, als hommage aan alle bedwingers van de Mont Ventoux, ‘voor hun moed en volharding’.

Eigenlijk is de stèle onderhand ook wel een beetje Hurtecants eigen monument. Er zijn weinig fietsers als hij en daarom is hij in België en Frankrijk ‘gekend als slecht geld’, zoals collega-cyclist Bart Caron het ooit uitdrukte. Hij heeft alle sterritten in België en Frankrijk op zijn naam staan, Parijs-Perpignan gereden, Parijs-Brest, Knokke-Parijs-Dakar en Brugge-Beiroet om maar wat te noemen. Hij is naar de Noordkaap geweest, is op IJsland gaan fietsen en heeft Afrika doorkruist. En tussen de bedrijven door is hij inmiddels 210 keer de Mont Ventoux op gefietst…

Bart Caron, nationaal en gemeentelijk Vlaams politicus en deelnemer aan verscheidene tochten, spreekt in het volgende dagboekfragment van het monument van onze Brugge-Mont Ventoux dat alle fietstoeristen veel moed en volharding toewenst. De baas van de Vaucluse kan tevreden zijn.

De finale klim

Op 17 juli 1992 staan we als ware Flandriens in de stromende regen te wachten tot de persfotografen hun werk gedaan hebben. De editie van Brugge-Mont Ventoux die vandaag van start gaat, is buitengewoon, omdat zij de twintigste is, een jubileum dus. Elke voorafgaande tocht heeft zijn eigen verhalen nagelaten van heroïsche ritten, spectaculaire inzinkingen en fietsende wereldwonderen; verhalen van staal, rubber en asfalt, overgoten met stormvlagen en stortregen of gebakken in broeierige hitte. Er zijn ook tochten geweest met valpartijen en ongevallen die soms een diepe kras in het geheugen hebben gegrift.

Maar hoe verschillend de diverse uitgaven van Brugge-Mont Ventoux qua sfeer, qua route, qua weersomstandigheden of wat dan ook zijn geweest, altijd was er na de laatste klim de rood-witte cilinder op het observatoire.

Zaterdag 25 juli 1992. Via Noyers-sur-Jabron rijden we over secundaire wegen naar Sault. Ruwe rotsmassieven, dieppaarse en sterk geurende lavendelvelden, de Provençaalse huizen met hun rode, ronde dakpannen en de zon loodrecht boven ons bepalen de sfeer. We doorkruisen de Alpes-de-Haute-Provence, de Drôme en de Vaucluse. Via wat kleinere cols komen we in Bedoin, aan de voet van de gevreesde reus.

Bij de dorpsfontein is er bevoorrading. Onder het fourageren bekijken we de totaal versplinterde sliert deelnemers aan de cyclosportieve La Tom Simpson; ze moeten nog naar Carpentras. Het zijn niet direct de toppers, want velen stoppen bij de fontein om hun bidons te vullen en zich wat te verfrissen.

De Mont Ventoux, als altijd de apotheose van de tocht, is verschrikkelijk. De eerste vijf kilometer gaan nog, maar in het pijnbos ligt onze groep al meteen uiteen. In gezelschap van veteraan Luc hijs ik me omhoog. Ik kan meestal 39×24 blijven rijden, maar soms moet ik terugschakelen naar de 26; dan gaat het 13 à 14 km/u.

Kort voor ons uit rijdt Danny. Voor hem fietsten nog drie mannen; die zien we in het bos niet meer terug. Ook achter ons bespeuren we niemand.

Op 28 juli 1990 was het niet zo warm. Toen vocht ik met Danny en Steven aan de andere kant van de berg, op de klim uit Malaucène, om de vierde plaats in onze categorie in het bergklassement. Het waaide hard en hoe hoger we kwamen, hoe frisser het werd. Boven was het aangenaam koel.

In de hitte van vandaag is het misschien nog wel meer afzien dan toen. Gelukkig hebben onze volgers voldoende water en sponzen ingeslagen.

Bij Chalet Reynard is het gedaan met de schaduw van het bos; voor ons ligt een desolaat berglandschap met keien en hier en daar een zeldzaam bloempje of een graspol. De extreme weersomstandigheden hebben de flanken onbarmhartig kaalgeschuurd; de weg ligt uitgesneden in de bergwand. Het observatoire is bijna tastbaar, zo dichtbij, maar het is nog zes kilometer en we moeten nog vijfhonderd meter omhoog…

De stukken rechte weg worden langer. De wind laat zich sterk voelen; de berg heeft zijn naam niet gestolen. Voor ons uit, twee bochten hoger, zien we nog twee man rijden. De benen lopen langzaam maar zeker vol, de laatste kilometers vallen zwaar. Luc speelt figuurlijk accordeon, lost een paar keer, maar komt telkens terug.

Ik heb nog de helderheid van geest een blik te werpen op het monument ter ere van Tom Simpson. Er liggen bloemen. Twee jaar geleden heb ik er in de afdaling even gepauzeerd, nu klim ik door. Vijfhonderd meter van de top moet Luc er onherroepelijk af.

Wat verder wenst het gedenkteken van onze Brugge-Mont Ventoux alle fietstoeristen in twee talen moed en volharding toe.

Tegen de cyclosportieven Marc Criel en Danny Meuleneire kan ik niet op; zij zijn duidelijk de sterkste klimmers van deze editie. Na 1 uur en 32 minuten klimmen ga ik als vijfde van onze groep over de eindstreep. Ik heb er dus een kleine drie minuten langer over gedaan dan indertijd vanuit Malaucène.

In het souvenirwinkeltje koop ik drie gekoelde, maar dure blikken Orangina die ik meteen door het keelgat giet.

De afdaling wordt in twee halve etappes afgewerkt, want op het terras bij Chalet Reynard zitten de Pajottenlanders met halveliterglazen pils. Dat nodigt uit. De sponsor voegt zich even later bij de al vrolijke bende en trakteert op nog een pint. De afdaling naar Bedoin gaat daarna pijlsnel. Ik vermoed dat ik nog nooit zo rap en onversaagd gedaald heb.

Bij het zwembad wil ik traditiegetrouw in wielertenue het water in duiken, maar dat mag niet meer. De vriendelijke badmeester leent mij een zwembroek. In Bedoin is het brandend heet, maar het water hier is ijskoud. Dat verfrist het vermoeide lichaam en zuivert de vertroebelde geest.

De prijzen worden zoals altijd uitgereikt in de Vignerons de la Cave de Bedoin, een van de wijncoöperaties rond de Ventoux. Ik koop enkele kistjes Côtes du Ventoux Appellation Contrôlée om straks, in de lange wintermaanden van het noorden, te kunnen nagenieten van deze twintigste Brugge-Mont Ventoux. En dan is het weer voorbij. Morgen ben ik weer in mijn eigen ‘Plat Pays’.

Bart Caron

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


boek

Klik hier om het boek te downloaden


'Vanop de Frontlijn, Reflecties op het Vlaamse Cultuurbeleid' - Bart Caron en Guy Redig, Uitgeverij Vrijdag, april 2019




Bart Caron met contrabas (foto: Viviane Decock)

 

Nieuws

Vlaams parlementslid Bart Caron (Groen) stopt met actieve politiek

We moeten af van ‘middeleeuwse’ overdracht van jachtrechten

Alternatieven voor dierproeven

Het ‘kleine’ parlementaire werk. Recente voorbeelden: Geluidshinder kusttram – Hakhoutbeheer – Restauratiepremies Onroerend Erfgoed – Beschermde landschappen

Ketnet wil zender voor allerkleinsten, “Legitieme vraag en begrijpelijke ambitie”

Gereglementeerde boekenprijs unaniem goedgekeurd door Vlaams parlement

Wat liep er fout met de bescherming Villa Slabbinck? (Brugge)

Groen verwelkomt Bellegemse windmolens, maar vraagt ‘windplan’ voor regio Kortrijk

Groen wil geen sloop hoekhuis Kasteelkaai-Belfaststraat.
Hoog tijd voor een Kortrijkse visie op erfgoed!

Woede van boeren terecht, maar alleen ander landbouwmodel geeft boeren een zekere toekomst.

Provinciebestuur W-Vl verliest vele (culturele) instellingen

Bart Caron : “Overdracht cultuurbevoegdheden provincies is een wangedrocht !”

Leve Mest-Vlaanderen

Nog geen bescherming poldergraslanden

Nog redders aan de kust?

Brugge weert plooifiets uit overheidsgebouwen

De Leie of het Kanaal naar Roeselare: Groen wil meer binnenvaart

Kortrijk Airport, milieuvergunning aangepast?

Wanneer faire prijzen voor landbouwproducten?

Kortrijk heeft de bus gemist

Burgerkabinet ontslaat Gatz niet van plicht om al bestaande inspraak te versterken

Steeds meer monumenten wachten op broodnodig onderhoud. Ondertussen verkrotten ze

Freya Piryns voorgedragen als vertegenwoordiger in de Raad van Bestuur van de VRT

Regering krimpt beloofde natuurgebieden langs de Leie sterk in

Bruggen in Kortrijk, werkende verlichting op de fietspaden is een brug te ver…

LAR-zuid, woordbreuk van de stadscoalitie

Informatie, diverse sporten en cultuur moeten prioriteit VRT blijven

‘Gemeenteraad is wachtzaal voor wie schepenambt wil’

Persmededeling: Groen maakt werk van versterking West-Vlaamse open ruimte.

Persbericht: 5 Groene werven voor een impuls in West-Vlaanderen.