bartcaron.be

Begeleiding van nietbegeleide buitenlandse minderjarigen

Ingediend op juni 9th, 2006 door bartcaron

Vraag om uitleg van de heer Bart Caron tot mevrouw Inge Vervotte, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over de opvang en begeleiding van nietbegeleide buitenlandse minderjarigen

Vraag om uitleg van de heer Sven Gatz tot mevrouw Inge Vervotte, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over de opvang van niet-begeleide minderjarigen

De heer Sven Gatz: Mevrouw de minister, ik vermoed dat er vandaag toevallig vier vragen over hetzelfde onderwerp zijn, al zal de aanleiding ervan wel uw dienstnota geweest zijn over de opvang van niet-begeleide buitenlandse minderjarigen. Die dienstnota werd uitgevaardigd op 21 maart 2006 en heeft voor wenkbrauwgefrons en tandengeknars gezorgd in de sector.
Uit de nota blijkt immers dat de hulpverlening voor buitenlandse niet-begeleide minderjarigen wordt beperkt tot de categoriale initiatieven die specifiek instaan voor de opvang van de doelgroep, namelijk Het Huis in Aalst, Minor Ndako in Brussel, Begeleid Zelfstandig Wonen Joba en Joba De Hand.

Ik wil eerst een bedenking van morele aard maken. Ik vraag me af waarom deze jongeren anders moeten worden behandeld dan andere jongeren die op basis van een problematische opvoedingssituatie wel toegang krijgen tot het volledige aanbod van de bijzondere jeugdbijstand. Waarom moet er een opdeling worden gemaakt op basis van het verblijfstatuut van jongeren? De expertencommissie die op vraag van uw kabinet werd opgericht binnen de Interdepartementale Commissie Etnisch Culturele Minderheden, heeft uitdrukkelijk gevraagd om dit onderscheid op te heffen. Naast de morele bezwaren is het overigens maar de vraag of dit onderscheid wel rechtmatig is.

Even belangrijk zijn ook de inhoudelijke en praktische gevolgen van de dienstnota. Op het ogenblik dat de jeugdhulpverlening naar een meer integrale benadering evolueert, wordt hier wel een bijzonder ongelukkig signaal gegeven. Het is uiteraard niet verkeerd om de instroom van jongeren en dus ook van buitenlandse niet-begeleide minderjarige jongeren, via het categoriaal aanbod te laten verlopen, maar er moet een doorstroom mogelijk zijn naar de erkende niet-categoriale initiatieven. Deze doorstroom of vervolgopvang is nodig omdat noch de werkwijze, noch de infrastructuur van de eerste categoriale opvang geschikt is voor een langdurig verblijf. Bovendien bestaat bij de werkingen van de erkende niet-categoriale initiatieven de bereidheid om ook deze jongeren de gepaste hulp en begeleiding te bieden.

Indien de dienstnota niet wordt herzien, zal dat bovendien tot gevolg hebben dat de plaatsen binnen de categoriale opvang langer bezet blijven door jongeren die nergens anders heen kunnen. Dat zal dan weer gevolgen hebben op de instroom van nieuwe jongeren. Ik besef wel dat dat een algemene problematiek is binnen welzijnsinitiatieven, maar op deze manier komt er toch een scherper kantje aan. Het lijkt me duidelijk dat de dienstnota ingaat tegen het gezond verstand en de opvattingen en de werkwijze die in de bijzondere jeugdbijstand gangbaar zijn.

– Waarom hebt u beslist om niet-begeleide minderjarige jongeren te onderscheiden van andere jongeren op basis van hun verblijfsstatuut, in tegenstelling met de aanbevelingen van de expertencommissie?
– Wat wilt u daarmee bereiken? Denkt u dat het verblijfsstatuut een rechtmatig criterium is om buitenlandse niet-begeleide minderjarige jongeren de toegang tot de erkende niet-categoriale initiatieven van de Bijzondere Jeugdzorg te ontzeggen? Ik weet wel dat u met uitzonderingen werkt, maar de vraag blijft om hoeveel gevallen onder de algemene regel vallen.
– Hebt u met de sector overlegd vooraleer de dienstnota is uitgevaardigd? Als dat niet het geval is, is dat dan nadien gebeurd, eventueel na een reactie van de sector zelf? De hamvraag is: houdt u vast aan uw beslissing om niet-begeleide buitenlandse minderjarige jongeren anders te behandelen dan andere jongeren die zich op ons grondgebied bevinden? Het zal duidelijk zijn dat ik het met die beslissing moeilijk heb.

De heer Bart Caron: Ik zal de uiteenzetting van de heer Gatz niet herhalen. De dienstnota roept vragen op. Ik begrijp de bekommernis dat in de Bijzondere Jeugdzorg de voorzieningen niet mogen dichtslibben.

Toch wil ik hier even tussenkomen, me inspirerend op wat kinderrechtencommissaris Vandekerckhove in een brief aan de commissieleden schreef: ‘De toeleiding van niet-begeleide minderjarigen in de bijzondere jeugdbijstand gebeurt voortaan uitsluitend binnen het categoriale hulpaanbod. De vervolghulpverlening binnen de Bijzondere Jeugdbijstand kan enkel in uitzonderlijke omstandigheden’. Het gaat dan over de herindicatiestelling. Ze is verbaasd over deze beslissing. Ze schrijft: ‘Tot mijn verbazing lees ik ook dat het niet-begeleid minderjarig zijn op zich geen problematische opvoedingssituatie hoeft te zijn.’ Mevrouw Vandekerckhove besluit dat deze beleidsbeslissing ervoor zorgt dat het reguliere aanbod van de Bijzondere Jeugdbijstand voor de niet-begeleide minderjarigen wordt beperkt.

Ik leg u mijn vragen voor:
1° Is het de bedoeling om het reguliere aanbod van de Bijzondere Jeugdbijstand voor de niet-begeleide buitenlandse minderjarigen te beperken?
Zo ja, op basis van welke criteria gebeurt dat?
Zo neen, welke inspanningen worden er dan geleverd?

2° Waarom legt u het advies van de experts naast u neer? De commissie bepleit een inclusief beleid, met een categoriale aanpak waar nodig, maar toch zo veel mogelijk het gebruik van de reguliere hulpverlening.

3° Is er geen groot risico van het dichtslibben van zowel de instroom als de uitstroom van het categoriale aanbod? Welke standpunt verdedigt u in de onderhandelingen met de federale overheid voor de afsluiting van een samenwerkingsakkoord over deze materie?

Minister Inge Vervotte:
Ik zal eerst even kort mijn visie schetsen, opdat die niet verloren gaat in de antwoorden op de vele vragen. Ten eerste willen we ons niet beperken tot het categoriale aanbod. Ten tweede hebben we wel willen benadrukken dat het bijzondere het bijzondere moet blijven, zonder te discrimineren. Het is namelijk zo dat bijzondere jeugdzorg ook bijzonder is voor onze eigen jongeren, dus niet alleen voor de niet-begeleide minderjarigen. Er is dus een gelijke behandeling wat dat betreft. Ten derde zijn we ook vragende partij om geen onderscheid meer te maken op basis van het statuut, zoals de commissie vraagt. We stellen echter wel vast dat we ons moeten houden aan de laatste afspraken die er zijn gemaakt met de federale overheid, namelijk de samenwerkingsovereenkomst.

Tot nog toe is er nog geen nieuwe samenwerkingsovereenkomst, maar Vlaanderen is alleszins ook vragende partij om niet meer op basis van het statuut maar wel op basis van de hulpvraag uit te maken waar de opvang moet worden gerealiseerd.
Nu ik mijn visie duidelijk uit de doeken heb gedaan, wil ik alle vragen systematisch overlopen en beantwoorden.

Er werden inderdaad een aantal eenzijdige beslissingen genomen door de federale regering. Eerst werd op 21 maart 2004 door de federale ministerraad een nota goedgekeurd waarin eigenlijk wordt voorzien in een model voor de opvang van niet-begeleide minderjarigen in twee fases, zonder een onderscheid te maken op basis van het administratieve statuut. Dat besluit werd genomen zonder enig overleg met de gemeenschappen en zonder afspraken te maken inzake organisatie of financiering van de opvang. Die beslissing werd dan ook niet vertaald naar het nog geldende principeakkoord tussen de federale overheid en de gemeenschappen. Het akkoord inzake de opvang van nietbegeleide minderjarige vreemdelingen op basis van hun statuut dateert van 31 maart 2003.

We moeten ons nog steeds houden aan deze overeenkomst bij gebrek aan een andere overeenkomst, hoewel we daarvoor wel vragend
e partij zijn. In feite is dit in strijd met de beslissing die de federale regering zelf heeft genomen om afstand te nemen van het administratieve statuut, die echter niet werd omgezet in een nieuwe samenwerkingsovereenkomst en die werd genomen zonder overleg met de gemeenschappen. Verder is er natuurlijk ook nog de omzendbrief van de toenmalige minister van Cultuur, Gezin en Welzijn, de heer Martens, waarnaar ook werd verwezen in de dienstnota die we hebben verzonden. Die omzendbrief was uiteraard ook opgesteld op basis van de afspraken die we opnieuw hadden gemaakt met de federale overheid. Die omzendbrief stelde dat de POS het criterium is waarnaar comit

Ingediend onder in de commissies Reacties uitgeschakeld voor Begeleiding van nietbegeleide buitenlandse minderjarigen





 

Nieuws

We moeten af van ‘middeleeuwse’ overdracht van jachtrechten

Alternatieven voor dierproeven

Het ‘kleine’ parlementaire werk. Recente voorbeelden: Geluidshinder kusttram – Hakhoutbeheer – Restauratiepremies Onroerend Erfgoed – Beschermde landschappen

Ketnet wil zender voor allerkleinsten, “Legitieme vraag en begrijpelijke ambitie”

Gereglementeerde boekenprijs unaniem goedgekeurd door Vlaams parlement

Wat liep er fout met de bescherming Villa Slabbinck? (Brugge)

Groen verwelkomt Bellegemse windmolens, maar vraagt ‘windplan’ voor regio Kortrijk

Groen wil geen sloop hoekhuis Kasteelkaai-Belfaststraat.
Hoog tijd voor een Kortrijkse visie op erfgoed!

Woede van boeren terecht, maar alleen ander landbouwmodel geeft boeren een zekere toekomst.

Provinciebestuur W-Vl verliest vele (culturele) instellingen

Bart Caron : “Overdracht cultuurbevoegdheden provincies is een wangedrocht !”

Leve Mest-Vlaanderen

Nog geen bescherming poldergraslanden

Nog redders aan de kust?

Brugge weert plooifiets uit overheidsgebouwen

De Leie of het Kanaal naar Roeselare: Groen wil meer binnenvaart

Kortrijk Airport, milieuvergunning aangepast?

Wanneer faire prijzen voor landbouwproducten?

Kortrijk heeft de bus gemist

Burgerkabinet ontslaat Gatz niet van plicht om al bestaande inspraak te versterken

Steeds meer monumenten wachten op broodnodig onderhoud. Ondertussen verkrotten ze

Freya Piryns voorgedragen als vertegenwoordiger in de Raad van Bestuur van de VRT

Regering krimpt beloofde natuurgebieden langs de Leie sterk in

Bruggen in Kortrijk, werkende verlichting op de fietspaden is een brug te ver…

LAR-zuid, woordbreuk van de stadscoalitie

Informatie, diverse sporten en cultuur moeten prioriteit VRT blijven

‘Gemeenteraad is wachtzaal voor wie schepenambt wil’

Persmededeling: Groen maakt werk van versterking West-Vlaamse open ruimte.

Persbericht: 5 Groene werven voor een impuls in West-Vlaanderen.

Vlaamse regering bedreigt toekomst Vlaamse fictie