bartcaron.be

Vraag om uitleg over gebruikersraden in instellingen voor personen met een handicap

Ingediend op februari 10th, 2009 door bartcaron

Vraag om uitleg van de heer Bart Caron tot mevrouw Veerle Heeren, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over de gebruikersraden in voorzieningen voor personen met een handicap

De voorzitter: De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron: Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, er bestaat een wettelijke regeling voor de gebruikersraden in voorzieningen voor personen met een handicap. Er is een decreet over het Vlaams Fonds en een uitvoeringsbesluit dat dat verder preciseert. Men kan de wereld niet alleen veranderen bij wet, de mensen moeten ook nog mee willen. In het algemeen zijn wettelijke regelingen niet voldoende. Ze dwingen niet als vanzelfsprekend een overlegcultuur af in de voorzieningen. Ik mag niet veralgemenen. Zulke zaken hangen af van de mate waarin gebruikers geconsulteerd en betrokken worden in het bestuur van een voorziening. Dat hangt dan weer af van de wil en overtuiging van de directie en het bestuur. Er bestaan dus grote verschillen binnen de sector. We merken enige evolutie: zorgvragers nemen zelf meer het stuur in handen, niet alleen van hun eigen leven, ze willen ook meer betrokken worden bij hun voorziening.

In het geval van personen met een mentale handicap is dat een veeleer complexe zaak. Vaak moeten zij worden bijgestaan om die sturing te kunnen doen, door een vertrouwenspersoon of een familielid. Het compliceert de rol van de gebruikersraad in de voorziening. Hoe moet die werken? Wie moet de persoon met een handicap bijstaan? Mag die persoon zich laten bijstaan door een wettelijke vertegenwoordiger? Kan dat een familielid zijn? Bepaalde voorzieningen accepteren zonder problemen wettelijke vertegenwoordigers of familie. Maar dat is niet altijd zo. Er zijn zeer grote cultuurverschillen op het terrein.

In de meeste voorzieningen is er een familieraad, waarin de persoon met een handicap met de familie, de directie en het personeel kan overleggen. Ook dat overlegforum is wettelijk bepaald, maar ook daar zijn er grote verschillen in cultuur.

Ik beperk mijn vraag tot de gebruikersraad. Die is zeer belangrijk omdat die een spreekbuis is van de persoon met een handicap en omdat die het kanaal is naar de raad van bestuur, niet enkel naar de directie. De gebruikersraad mag een vertegenwoordiger aanduiden voor de raad van bestuur.

Men moet over een aantal gevallen advies vragen aan de gebruikersraad, zoals over de reglementen van de voorziening of de wijziging van het aanbod van de voorziening. Maar het blijft een advies waar het bestuur mee kan doen wat het wil.

Er is een groot verschil in cultuur tussen voorzieningen. Er is ook een groot verschil tussen vertegenwoordigers van personen met een handicap. Mij zijn de voorbije maanden enkele dossiers gesignaleerd van mensen die zeggen dat hun voorziening de gebruikersraad niet op een faire manier gebruikt. Men laat geen vertegenwoordigers toe van personen met een mentale handicap of men kauwt beslissingen voor zodat de vergadering wordt uitgehold. Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) ziet erop toe en treedt ook op als het moet. Het is belangrijk dat er overal in Vlaanderen een goede regeling is voor de gebruikersraden.

Mijn eerste vraag gaat over de samenstelling van de gebruikersraden. Als er een voogd is die de wettelijke vertegenwoordiger is, kan die dan betrokken worden bij de gebruikersraad of kan hij uitgesloten worden? Onder welke voorwaarden kan dat? Mag dat al dan niet een personeelslid van de voorziening zelf zijn? In bepaalde gevallen duidt de voorziening zelf een vertrouwenspersoon van een persoon met een mentale handicap aan in de gebruikersraad. Dat is misschien goed bedoeld, maar toch paternalistisch. Het kan ook leiden tot belangenvermenging.

Zou, gelet op de groeiende inbreng van de zorgvrager zelf, de inspraak in voorzieningen niet dwingender georganiseerd moeten worden dan vandaag? Het is nu enkel vrijblijvend advies. Het zou logisch zijn dat het uitvoeringsbesluit wordt geactualiseerd, onder andere met een procedure over de wijze waarop de directie op adviezen van de gebruikersraad antwoordt, met een verplichting om alle documenten een publiek karakter te geven zodat alle gebruikers die kunnen inzien en door het advies te vervangen door een akkoord van de gebruikersraad. Misschien moeten we niet in alle gevallen zo ver gaan, maar wel in die gevallen waar voorafgaand overleg verplicht is, namelijk bij wijzigingen van de reglementen, van het aanbod in de voorzieningen of van de woon- en leefsituatie. Mevrouw de minister, wat is uw visie hierover?

De voorzitter: Mevrouw Stevens heeft het woord.

Mevrouw Helga Stevens: Mevrouw de minister, ik steun volledig de vraag van de heer Caron over de inspraak, de strikte regelgeving en het meer objectiveren. Het kan niet dat personeelsleden mee cliënten mogen ondersteunen omdat je dan inderdaad kan spreken van belangenvermenging. Personeelsleden hebben andere belangen dan bewoners. De gebruikersraden beslissen mee over de gang van zaken in de instelling. Daarom moet de bewoner zelf duidelijk inspraak hebben. Die inspraak zou dwingender geregeld moeten worden zodat ze dat vrijblijvende karakter niet meer heeft.

De voorzitter: Minister Heeren heeft het woord.

Minister Veerle Heeren: De samenstelling van de gebruikersraad is vastgelegd in een wetgevend kader, meer bepaald artikel 17 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 1993 tot vaststelling van de algemene erkenningsvoorwaarden van voorzieningen bedoeld in het decreet van 27 juni 1990 houdende de oprichting van een Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap.

Twee paragrafen zijn zeer belangrijk in dat besluit. Paragraaf 1 bepaalt dat de leden van de gebruikersraad gekozen worden uit en door de gebruikers van de voorziening of hun wettelijke vertegenwoordigers. Hun wettelijke voogd kan dus worden betrokken bij de gebruikersraad van zodra hij verkozen is door de gebruikers of hun wettelijke vertegenwoordigers. Het derde lid van dezelfde paragraaf bepaalt dat de verantwoordelijke van de voorziening, de directeur of directrice, erover moet waken dat elke stemgerechtigde, dus de leden van de gebruikersraad, geïnformeerd wordt of gewaarschuwd wordt om zich opnieuw kandidaat te stellen.

In die zin is niet in de vertegenwoordiging van een vertrouwenspersoon voorzien. Personeelsleden van de voorzieningen kunnen volgens die bepalingen van gemeen recht geen wettelijke vertegenwoordiger zijn. Om u wat opzoekwerk te besparen in het Burgerlijk Wetboek: het gaat om artikel 487quater, derde lid en om artikel 488bis, c, paragraaf 1, derde lid. Dat voor wat de samenstelling van de gebruikersraad betreft.

Het zou logisch zijn, stelt u, dat het besluit wordt geactualiseerd onder meer inzake de procedure over de wijze waarop op de adviezen wordt geantwoord, de verplichting om aan alle documenten een publiek karakter te geven en het vervangen van het advies door een akkoord van de gebruikersraad. Naast het besluit waar ik het al over had, dat van 15 december 1993, wordt de inspraak in de voorzieningen ook gewaarborgd door het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2000 betreffende de kwaliteitszorg in de voorzieningen voor de sociale integratie van personen met een handicap. Ter uitvoering van het decreet van 17 oktober 2003 met betrekking tot de kwaliteit van gezondheids- en welzijnsvoorzieningen, is het VAPH nu bezig met, in overleg met de vertegenwoordigers van de zorgvragers en de voorzieningen, het neerschrijven van nieuwe besluiten die de kwaliteit van de zorg en de inspraak van de zorgvrager zullen regelen. Dat is in voorbereiding, maar de contouren ervan moeten nog worden vastgelegd. Mocht dat nog gebeuren tijdens deze legislatuur – en daar ga ik toch van uit – kunt u erop rekenen dat ik er zelf op zal toezien dat er een evenwicht wordt bereikt tussen het garanderen van de inspraak van de zorgvrager enerzijds en van het beperken van het regulerend optreden van de overheid anderzijds.

De voorzitter: De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron: Mevrouw de minister, ik dank u voor het antwoord. Ik wil er nog eens op wijzen dat mijn tweede vraag twee lagen bevat, maar dat hebt u ongetwijfeld ook gemerkt. Enerzijds is er het toezien op een sterkere procedurebewaking zodat de communicatie tussen de gebruikersraad en de directie opener, vlotter en indringender kan worden, maar het blijft op dat niveau wel een adviesraad. Anderzijds kunnen we nog een stapje verder gaan door een aantal subdomeinen van de werving een wat dwingender karakter te geven. Ik sta open voor beide benaderingen, maar het zou goed zijn dat er in het kader van de vernieuwing van de uitvoeringsbesluiten en het decreet, een betere en meer open verhouding komt tussen de gebruikersraden en de directies.

Ik herhaal nogmaals – want ik wil geen verkeerd beeld schetsen – dat alles in de meeste voorzieningen op een goede manier functioneert. Het gaat om een minderheid van de voorzieningen waar alles wat moeizamer functioneert en dwingender moet worden. Ik weet ook wel dat inspraakorganen maar werken in de mate dat de partijen bereid zijn om met elkaar te spreken, te overleggen, maar een wettelijk kader is een minimum. Een moeizaam werkende gebruikersraad leidt er vaak toe dat cliënten of ouders onder druk worden gezet door de directie. Zo ontstaat er niet alleen ruis op de communicatie, maar krijgen we ook inzake de werking van de voorziening een moeilijke relatie met de personen met een handicap en dat kunnen we maar beter vermijden. Ik kijk uit naar de wijzigingen die u ter zake voorbereidt.

Minister Veerle Heeren: Mijnheer Caron, ik deel uw bezorgdheid. Er zijn heel veel goede voorbeelden, maar elk slecht voorbeeld is er een te veel.

Ik zou durven voorstellen, mijnheer de voorzitter, dat ik, van zodra het verslag van deze bespreking klaar is, dat expliciet overmaak aan de diensten van het VAPH. Ik heb aan mijn kabinetschef gevraagd of het nog voor deze legislatuur is, en daar kan ze me vandaag geen uitsluitsel over geven, maar mocht het juist voor juli zijn, dan hebben ze toch al deze bespreking en kunnen ze er rekening mee houden.

De voorzitter: Mevrouw Stevens heeft het woord.

Mevrouw Helga Stevens: Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, daar de administratie toch bezig is met het herbekijken van het uitvoeringsbesluit, zou ik willen vragen om aandacht te besteden aan de verschillen tussen personen met een fysieke handicap in een instelling en personen met een mentale handicap in een instelling, want dat zijn twee verschillende groepen die ook een verschillende aanpak vergen.

Bij de uitwerking van het nieuwe besluit kan eventueel worden nagedacht over hoe mensen met een mentale handicap optimaal kunnen meegenieten van deze inspraak, eventueel door in een andere vorm van begeleiding door een objectieve persoon te voorzien. Het is niet nodig dat dit een familielid is, maar het moet gaan om een persoon die voldoende bekwaam is en die de persoon met een mentale beperking kan ondersteunen zodat die kan laten weten wat hij wil laten weten. Er is niet altijd een garantie dat hun mening wordt overgebracht. Voor personen met een mentale handicap is de besluitvorming een heel moeilijke materie, vandaar dat we aan die mensen een maximale kans moeten geven op inspraak in de organisatie, in hun eigen levenssituatie in deze instellingen.

De voorzitter: Het incident is gesloten.

Ingediend onder in de commissies, in het parlement Reacties uitgeschakeld voor Vraag om uitleg over gebruikersraden in instellingen voor personen met een handicap





 

Nieuws

We moeten af van ‘middeleeuwse’ overdracht van jachtrechten

Alternatieven voor dierproeven

Het ‘kleine’ parlementaire werk. Recente voorbeelden: Geluidshinder kusttram – Hakhoutbeheer – Restauratiepremies Onroerend Erfgoed – Beschermde landschappen

Ketnet wil zender voor allerkleinsten, “Legitieme vraag en begrijpelijke ambitie”

Gereglementeerde boekenprijs unaniem goedgekeurd door Vlaams parlement

Wat liep er fout met de bescherming Villa Slabbinck? (Brugge)

Groen verwelkomt Bellegemse windmolens, maar vraagt ‘windplan’ voor regio Kortrijk

Groen wil geen sloop hoekhuis Kasteelkaai-Belfaststraat.
Hoog tijd voor een Kortrijkse visie op erfgoed!

Woede van boeren terecht, maar alleen ander landbouwmodel geeft boeren een zekere toekomst.

Provinciebestuur W-Vl verliest vele (culturele) instellingen

Bart Caron : “Overdracht cultuurbevoegdheden provincies is een wangedrocht !”

Leve Mest-Vlaanderen

Nog geen bescherming poldergraslanden

Nog redders aan de kust?

Brugge weert plooifiets uit overheidsgebouwen

De Leie of het Kanaal naar Roeselare: Groen wil meer binnenvaart

Kortrijk Airport, milieuvergunning aangepast?

Wanneer faire prijzen voor landbouwproducten?

Kortrijk heeft de bus gemist

Burgerkabinet ontslaat Gatz niet van plicht om al bestaande inspraak te versterken

Steeds meer monumenten wachten op broodnodig onderhoud. Ondertussen verkrotten ze

Freya Piryns voorgedragen als vertegenwoordiger in de Raad van Bestuur van de VRT

Regering krimpt beloofde natuurgebieden langs de Leie sterk in

Bruggen in Kortrijk, werkende verlichting op de fietspaden is een brug te ver…

LAR-zuid, woordbreuk van de stadscoalitie

Informatie, diverse sporten en cultuur moeten prioriteit VRT blijven

‘Gemeenteraad is wachtzaal voor wie schepenambt wil’

Persmededeling: Groen maakt werk van versterking West-Vlaamse open ruimte.

Persbericht: 5 Groene werven voor een impuls in West-Vlaanderen.

Vlaamse regering bedreigt toekomst Vlaamse fictie