bartcaron.be

Een kwalitatief en integraal lokaal cultuurbeleid

Ingediend op november 17th, 2005 door bartcaron

Voorstel van decreet van de heren Bart Caron en Steven Vanackere, mevrouw Gracienne Van Nieuwenborgh en de heren Kris Van Dijck en Herman Schueremans houdende wijziging van het decreet van 13 juli 2001 houdende het stimuleren van een kwalitatief en integraal lokaal cultuurbeleid

Toelichting

Dames en heren, het decreet van 13 juli 2001 houdende het stimuleren van een kwalitatief en integraal lokaal cultuurbeleid (hierna: decreet lokaal cultuurbeleid) heeft op drie jaar tijd heel wat losgemaakt in de Vlaamse gemeenten en een aantal gemeenten in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.
Van de 327 Vlaamse en Brusselse gemeenten dienden sinds 1 januari 2002 212 gemeenten een aanvraag in om in te stappen in het decreet lokaal cultuurbeleid. Bij 186 gemeenten is inmiddels een gesubsidieerde cultuurbeleidscoördinator aan de slag. De minister keurde tot op heden 174 cultuurbeleidsplannen goed. 305 gemeenten beschikken over een door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde bibliotheek en 61 gemeenten beschikken over een door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerd cultuurcentrum (1).

Het basisuitgangspunt van het decreet lokaal cultuurbeleid is een grotere responsabilisering van gemeenten voor hun eigen lokaal cultuurbeleid met inbegrip van de werking van de bibliotheek en het cultuurcentrum. De gemeente zelf is verantwoordelijk voor haar cultuurbeleid en kan daarvoor gebruik maken van de middelen en instrumenten die het decreet lokaal cultuurbeleid aanbiedt.
Na drie jaar uitvoering van het decreet stellen we echter vast dat een aantal van die in het decreet opgenomen beleids- en rapporteringsinstrumenten een te grote druk leggen op de gemeenten, zonder dat er een eigenlijke meerwaarde werd gecreëerd voor het uitwerken van een eigen kwaliteitsvol cultuurbeleid.
Een dergelijke analyse wordt ook bevestigd door bijvoorbeeld de Raad van Cultuur, die in zijn advies over de administratieve last uitdrukkelijk stelde: “Er moet te veel gepland worden op gemeentelijk vlak. Hier is duidelijk nood aan een deregulering.” (2).

Het Vlaams regeerakkoord bepaalt ter zake uitdrukkelijk dat taaklast zonder toegevoegde waarde voor de lokale besturen afgeschaft wordt (3). De bedoeling van dit voorstel is dan ook het decreet van 13 juli 2001 houdende het stimuleren van een kwalitatief en integraal lokaal cultuurbeleid te wijzigen, zodat nog meer de nadruk gelegd wordt op het feit dat het gaat om een gezamenlijke cultureel project van de Vlaamse overheid en het lokale bestuur, gebaseerd op een gelijkwaardigheid van beide partners, elk met een eigen autonome bevoegdheid en verantwoordelijkheid, en gebaseerd op noodzakelijk wederzijds vertrouwen. Deze aanpak heeft tot gevolg dat vanuit de Vlaamse overheid meer beleidsvrijheid en -verantwoordelijkheid wordt gelaten aan de betrokken lokale besturen. Dit resulteert in een deregulering via een minder gedetailleerde regelgeving en in meer aansturing op hoofdlijnen en doelstellingen.

Uiteindelijk moet hierdoor een planlastvermindering en een administratieve vereenvoudiging doorgevoerd kunnen worden in de relatie van de Vlaamse Gemeenschap met de lokale besturen. Daarnaast wordt wel van de gelegenheid gebruik gemaakt om technische onduidelijkheden recht te zetten en de tekst te verlichten en leesbaarder te maken door achterhaalde of overbodige bepalingen te schrappen.

Dit voorstel is het resultaat van een voortraject waarbij op meerdere momenten overleg werd gepleegd met het kabinet van de minister bevoegd voor Cultuur en de verschillende betrokken actoren uit het veld. Uiteindelijk leidde dit tot het duidelijk aflijnen van de doelstelling van dit voorstel, namelijk uitsluitend het verminderen van de planlast en het realiseren van een administratieve vereenvoudiging. Deze aflijning is ingegeven door de overweging dat de indieners de inhoudelijke evaluatie van het decreet van 13 juli 2001 tegen 2007, zoals voorzien en toegelicht in de beleidsnota Cultuur (4) en tevens in de beleidsbrief
Cultuur – Beleidsprioriteiten 2005-2006 (5), niet wensen te doorkruisen, noch daar een voorafname op willen doen. In de vermelde beleidsbrief Cultuur wordt trouwens aangekondigd dat deze grondigere evaluatie van het decreet tegen de zomer van 2006 afgerond zal worden.


Commentaar bij de artikelen

Artikel 1:
Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 2:
Dit artikel wijzigt artikel 4 van het decreet van 13 juli 2001 op de volgende punten:

1. Wijziging §1, tweede lid: de verplichting vanuit het Vlaamse niveau ten aanzien van een gemeente of een samenwerkingsverband van gemeenten om het cultuurbeleidsplan hoe dan ook tussentijds te evalueren en bij te sturen, ongeacht de nuttigheid, noodzakelijkheid en meerwaarde ervan voor het lokale cultuurbeleid, valt weg. De gemeente of het samenwerkingsverband van gemeenten krijgt nu de autonomie, maar ook de verantwoordelijkheid, onder meer ten opzichte van het lokale culturele veld, om te beslissen het eigen cultuurbeleidsplan al dan niet te evalueren en desgevallend waar nodig het beleid bij te sturen. Tegelijk kan men nu ook zelf bepalen hoe dit het best gebeurt binnen de context van het eigen cultuurbeleid. Dat kan bijvoorbeeld toch via een tussentijdse aanpassing van het plan, maar ook via een actieplan, werkingsverslag of voortgangrapport. Belangrijk is dat, welke manier men ook kiest, de principes van communicatieve planning en participatieproces worden meegenomen.

2. Wijziging §1, derde lid: de voormelde motivering geldt ook voor het schrappen van de verplichting voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie om haar cultuurbeleidsplan ook tussentijds te evalueren en bij te sturen halverwege de looptijd van het cultuurbeleidsplan.

3. Wijziging §2: dit is een technische verbetering. Er moet evident naar het ‘nieuwe’ decreet van 14 februari 2003 houdende de ondersteuning en de stimulering van het gemeentelijk, het intergemeentelijk en het provinciaal jeugd- en jeugdwerkbeleid verwezen worden, dat overigens het decreet van 9 juni 1993 heeft opgeheven (zie artikel 28, 1°, van het decreet van 14 februari 2003).

4. Toevoeging aan §2: ook dit is een technische verbetering. Het is immers evident en logisch dat de verplichting om het cultuurbeleidsplan en het jeugdwerkbeleidsplan beleidsmatig op elkaar af te stemmen niet alleen geldt voor de gemeenten, maar ook voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Naar analogie met de bepaling voor de gemeenten (§2, eerste lid), wordt dit nu ten overvloede ook uitdrukkelijk bepaald voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

5. Toevoeging aan §3, eerste lid: dit is een technische verbetering die samenhangt met de voorgaande aanvulling. Het cultuurbeleidsplan en het jeugdwerkbeleidsplan van de Vlaamse Gemeenschapscommissie zijn beleidsmatig op elkaar afgestemd en dus met elkaar verweven. Het is dan ook beleidsmatig logisch dat de gemeenten in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad bij het opstellen van hun cultuurbeleidsplan – en dus het formuleren van hun visie en beleid – niet alleen afstemmen op (d.w.z. ‘regelen naar’) het cultuurbeleidsplan van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, maar ook op het jeugdwerkbeleidsplan van de Vlaamse Gemeenschapscommissie om beleidsfricties tussen beide niveaus te vermijden en beleidsaanvullend en -versterkend te kunnen werken.

Artikel 3:
Wat de gegevensverzameling betreft, stellen we vast dat, naast het normale toezicht op de aanwending van toegekende subsidies, er op dit ogenblik ook nog meerdere instanties en personen gegevens opvragen bij cultuurcentra, bibliotheken, lokale cultuurdiensten, cultuurbeleidscoördinatoren enzovoort, inzake het lokale culturele veld, het lokale cultuurbeleid en de effecten van dit beleid. Het gaat dan om vragen vanwege de administra
tie, het steunpunt ReCreatief Vlaanderen, andere steunpunten, onderzoeksinstellingen (al dan niet in opdracht van de overheid), belangenbehartigers en dergelijke. Al dit onderzoek wordt niet altijd met elkaar in overeenstemming gebracht of op elkaar afgestemd. Zo worden meerdere malen dezelfde gegevens gevraagd. Het gevolg is dat gemeenten teveel bevraagd worden en niet elke bevraging de indruk geeft nuttig en noodzakelijk te zijn. Daarnaast voeren bibliotheken en cultuurcentra zelf ook nog gegevens in de cultuurdatabank in. Gemeenten ervaren dit meermaals als een extra last, te meer daar de finaliteit voor hen niet altijd duidelijk is.

Niemand betwijfelt dat het verzamelen van gegevens nuttig kan zijn om de evoluties binnen een beleidsveld te monitoren en om longitudinaal onderzoek, dit wil zeggen over een langer tijdsverloop, mogelijk te maken. Zeker voor de overheid is informatie nodig in functie van beleidsbeslissingen, beleidsevaluatie en -bijsturing.
De indieners streven hierbij naar efficiëntieverhoging en afstemming. Daarom wordt de regiefunctie van de informatieverzameling uitdrukkelijk toegewezen aan de administratie. De administratie moet bewaken dat de gegevensverzameling in opdracht van de overheid gebeurt op een efficiënte, systematische en gecoördineerde wijze. Zij stuurt ter zake het overleg tussen alle betrokkenen (administratie, steunpunten, onderzoekscentra, …).

Samen met de wijziging van artikel 22, §1, 6°, van het decreet (zie verder artikel 6 van dit voorstel) en de wijziging van artikel 28, §1, 5°, van het decreet (zie verder artikel 10, 2°, van dit voorstel), heeft dit artikel, dat artikel 10, §1, van het decreet aanvult, dan ook tot doel de ‘overbevraging’ tegen te gaan.
De Vlaamse Regering zal de vorm en de procedure nader bepalen. Uitgangspunt moet zijn dat de administratie de gegevens

Ingediend onder in het halfrond Reacties uitgeschakeld voor Een kwalitatief en integraal lokaal cultuurbeleid





 

Nieuws

We moeten af van ‘middeleeuwse’ overdracht van jachtrechten

Alternatieven voor dierproeven

Het ‘kleine’ parlementaire werk. Recente voorbeelden: Geluidshinder kusttram – Hakhoutbeheer – Restauratiepremies Onroerend Erfgoed – Beschermde landschappen

Ketnet wil zender voor allerkleinsten, “Legitieme vraag en begrijpelijke ambitie”

Gereglementeerde boekenprijs unaniem goedgekeurd door Vlaams parlement

Wat liep er fout met de bescherming Villa Slabbinck? (Brugge)

Groen verwelkomt Bellegemse windmolens, maar vraagt ‘windplan’ voor regio Kortrijk

Groen wil geen sloop hoekhuis Kasteelkaai-Belfaststraat.
Hoog tijd voor een Kortrijkse visie op erfgoed!

Woede van boeren terecht, maar alleen ander landbouwmodel geeft boeren een zekere toekomst.

Provinciebestuur W-Vl verliest vele (culturele) instellingen

Bart Caron : “Overdracht cultuurbevoegdheden provincies is een wangedrocht !”

Leve Mest-Vlaanderen

Nog geen bescherming poldergraslanden

Nog redders aan de kust?

Brugge weert plooifiets uit overheidsgebouwen

De Leie of het Kanaal naar Roeselare: Groen wil meer binnenvaart

Kortrijk Airport, milieuvergunning aangepast?

Wanneer faire prijzen voor landbouwproducten?

Kortrijk heeft de bus gemist

Burgerkabinet ontslaat Gatz niet van plicht om al bestaande inspraak te versterken

Steeds meer monumenten wachten op broodnodig onderhoud. Ondertussen verkrotten ze

Freya Piryns voorgedragen als vertegenwoordiger in de Raad van Bestuur van de VRT

Regering krimpt beloofde natuurgebieden langs de Leie sterk in

Bruggen in Kortrijk, werkende verlichting op de fietspaden is een brug te ver…

LAR-zuid, woordbreuk van de stadscoalitie

Informatie, diverse sporten en cultuur moeten prioriteit VRT blijven

‘Gemeenteraad is wachtzaal voor wie schepenambt wil’

Persmededeling: Groen maakt werk van versterking West-Vlaamse open ruimte.

Persbericht: 5 Groene werven voor een impuls in West-Vlaanderen.

Vlaamse regering bedreigt toekomst Vlaamse fictie