bartcaron.be

Aantal beschermde monumenten in het jaar 2006.

Ingediend op mei 18th, 2007 door bartcaron

Schriftelijke vraag van Vaams volksvertegenwoordiger Bart Caron aan de heer Dirk Van Mechelen, Vlaams minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening over het aantal beschermde monumenten in het jaar 2006.

Geachte heer minister, ik ben bezorgd om onze architecturale geschiedenis. Daarom stelde ik u vorig jaar reeds een gelijkaardige vraag zoals deze nu. Toen kreeg ik van u een uitgebreid antwoord op mijn vraag naar het aantal beschermde monumenten in 2005. Om onze architectuur te vrijwaren van volledige verdwijning bestaat er een procedure om ‘oude’ monumenten en landschappen te beschermen.

Om deze vraag op te stellen ben ik ook nog eens gaan grasduinen in uw beleidsnota en heb er uw beleidsbrief van dit parlementaire jaar nog eens op nagelezen.

In uw beleidsnota vind ik onder uitgangspunt 2 het volgende terug:
”Het behouden van de erfgoedwaarden door deze te beschermen blijft een beleidsoptie. Het instrumentarium waarmee erfgoed beschermd wordt is echter aan evaluatie toe.  Eerder dan belemmerende erfdienstbaarheden op te leggen vanuit een absoluut gestelde erfgoedwaarde, zal elke potentiële erfgoedbescherming de overweging moeten maken welke erfgoedkenmerken belangrijk genoeg worden geacht om ook materieel mee te nemen naar de volgende generaties, gelet op hun brede maatschappelijke ontwikkelingspotenties. Eventueel materieel verlies van erfgoedkenmerken kan opgevangen worden door studie en archivering, waarbij uiteraard het Charter van Venetië de leidraad blijft. Beschermingsdoelstellingen zullen dan ook veel explicieter moeten geformuleerd worden en dienen meer oog te hebben voor het beheer.
In sommige gevallen is beschermen niet nodig of wenselijk. De inventaris geeft het globale erfgoedbestand weer. Het kan als een eerste vorm van vrijwaring van de erfgoedwaarden worden beschouwd, in onrechtstreekse en papieren vorm. De inventarisgegevens vormen een waardevolle basis voor objectieve adviesverlening met een erfgoedtoets en zorgen op hun manier rechtstreeks voor instandhouding. Erfgoed dat uiteindelijk niet expliciet een beschermingsstatuut krijgt, vergt een eigen soort aandacht.

Enige begeleiding bij de omgang met niet-beschermd erfgoed is niet onbelangrijk en hoeft ook niet problematisch te zijn. Een vakgroep niet-beschermd erfgoed zou zich kunnen buigen over dergelijke vormen van onrechtstreeks beheer.
Wanneer er alsnog wordt overgegaan tot bescherming, dient de draagwijdte van de bescherming weloverwogen te zijn. In sommige gevallen zal een algemene en bindende bescherming noodzakelijk blijven, in andere gevallen zal een grotere soepelheid aan de dag worden gelegd. De komende jaren zal er werk gemaakt worden van graduele en specifieke beschermingsregels die de belangrijkste erfgoedwaarden vrijwaren, maar die een gepaste hedendaagse herbestemming niet in de weg staan.
Het staat buiten kijf dat de topmonumenten van Vlaanderen onder een maximale bescherming zullen blijven staan. Hier wordt expliciet gesteld dat bepaalde erfgoedwaarden absoluut zijn, m.a.w. dat bepaalde aspecten kost wat kost moeten worden bewaard. Beschermen kan daarin erg letterlijk worden genomen: het waken over erfgoedaspecten die een moeilijk alternatief vormen voor moderne oplossingen. Omdat dit taxerend werkt, dient echter aan de hand van strenge criteria te worden geredeneerd.

Aangezien heel wat van ons erfgoed beschermd is, is het van belang het bestaande bestand te toetsen. Reeds bestaande beschermingen moeten kunnen worden heroverwogen en/of genuanceerd. Vooral bij de aantasting van de intrinsieke waarde en als nieuwe kansen zich aanbieden voor een kwaliteitsvolle ontwikkeling moet de bescherming opnieuw geëvalueerd kunnen worden, of eventueel zelfs opgeheven.

In uw beleidsbrief 2006-2007 lees ik op pagina 58 bij doelstelling in hoofdstuk 3,
van het Luik 2: Onroerend Erfgoed – het volgende:

Zoals ik al in mijn beleidsnota heb aangegeven, blijft beschermen een belangrijk aspect van het Vlaamse onroerend-erfgoedbeleid, maar enkel mits selectie op evenwaardige basis, aan de hand van duidelijke criteria en mits inachtneming van voldoende flexibiliteit. Daarom vormt een thematischtypologische benadering het uitgangspunt bij het te voeren beschermingsbeleid. Deze aanpak garandeert een gelijkwaardige behandeling van gelijkaardige onroerend-erfgoedvormen binnen een objectief, duidelijk en transparant kader.
De beschikbaarheid van een inventaris is van wezenlijk belang voor de realisatie van eender welk beschermingsbeleid. Gedurende deze legislatuur blijf ik daarom alvast de nadruk leggen op de afwerking van de geografische inventaris. Tegelijkertijd moet worden nagedacht over nieuwe instrumenten die complementair kunnen zijn met de klassieke bescherming. Het is bovendien duidelijk dat ook lokale en provinciale overheden op hun manier een rol kunnen spelen inzake behoud en bescherming wanneer ze voldoende gestimuleerd en ondersteund worden.

Dit kwalitatieve beschermingsbeleid kan bovendien niet losgekoppeld worden van een geoptimaliseerd beheersbeleid. Een gepast courant gebruik geeft zonder twijfel de beste garantie voor het behoud op lange termijn, zowel voor het erfgoed op zich als voor de uitstraling ervan op de ruime omgeving. Daarom wil ik het pro-actieve karakter van onderhoud eens te meer stimuleren en benadrukken.

Daarom meneer de minister wil ik u volgende vragen:

1. Hoeveel monumenten en landschappen hebt u definitief beschermd in de periode 1 januari 2005 tot 31 december 2005? Zijn er markante verschillen met de jaren voordien?

2. Hoeveel monumenten en landschappen hebt u voorlopig beschermd in de periode 1 januari 2005 tot 31 december 2005?

3. Als er grote verschillen zijn tussen 2005 en de jaren voordien, welke zijn hiervoor de motieven?

4. Hoe meent u waardevol onroerend erfgoed dat nu nog niet beschermd is in de toekomst te beschermen? Welke instrumenten zal u hiervoor inzetten?


Antwoord van minister Van Mechelen

1. Tot en met 3.
In 2006 werden 86 monumenten, 2 stadsgezichten 10 dorpsgezichten, 3 landschappen en 1 archeologisch monument voorlopig beschermd. Naast deze traditionele beschermingen werd voor het eerst ook een schip (de “Crangon”) voorlopig beschermd als “varend erfgoed”, en werden de eerste 5 ankerplaatsen aangeduid, als eerste stap in het afbakenen van erfgoedlandschappen. Bovenop de voorlopige beschermingen werden in 2006 86 monumenten, 4 stads- of dorpsgezichten en 1 landschap definitief beschermd. Voor de vergelijking van deze cijfers tot de voorgaande jaren, verwijs ik naar mijn antwoord op schriftelijke vraag 79 van 25 januari 2006. De verschillen met de vorige jaren zijn meer bepaald te wijten aan de heroriëntatie van het beschermingsbeleid en de toepassing van nieuw beschermingsinstrumentarium. Na een noodzakelijke implementatieperiode neemt het aantal beschermingen in elk geval opnieuw toe, en deze trend lijkt zich nu al te bevestigen voor 2007. Dit was overigens ook mijn prognose naar aanleiding van de bespreking van mijn laatste beleidsbrief in de commissie Leefmilieu en Natuur, Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid en Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed. Met een instrument als “erfgoedlandschappen” worden overigens virtueel veel meer beschermd dan via het klassieke beschermingsinstrumentarium. Er zijn weliswaar “slechts” vijf ankerplaatsen aangeduid, maar deze staan bijvoorbeeld voor 85 items uit de inventaris van het bouwkundig erfgoed, 10 archeologische vindplaatsen uit de Centrale Archeologische Inventaris (CAI), en dan wordt het landschappelijke erfgoed nog buiten beschouwing gelaten. Het schaalverschil tussen een beschermd monument en een ankerplaats maakt dat de 108 beschermde entiteiten feitelijk slaan op minstens dubbel zoveel virtueel beschermde ergoeditems.

4. De krachtlijnen van mijn beschermingsbeleid zijn uitvoerig toegelicht in mijn beleidsnota en opeenvolgende beleidsbrieven, worden gedeeltelijk
hernomen in het antwoord op de reeds vermelde vraag 79, en beperken zich dus niet tot de passages die zijn aangehaald in de aanhef van de huidige vraag. Inzake beheers- en financieringsinitiatieven verwijs ik eveneens naar mijn beleidsbrief, en voor wat betreft het restauratie- en onderhoudspremiebeleid in het bijzonder ook naar mijn antwoord op recente uw vraag om uitleg ter zake. De krachtlijnen van al deze documenten blijven onverminderd gehandhaafd.
Voor een actuele stand van zaken met betrekking tot het thematisch-typologische beschermingsbeleid en de inventarisatie, verwijs ik naar mijn antwoord op schriftelijke vraag 72 van 18 februari 2007. In 2007 zijn we wat deze aspecten betreft volop op kruissnelheid aan het komen.
Los van de klassieke beschermingen zet ik daarnaast in op het nieuwe beschermingsinstrumentarium. Na de eerste (proef)bescherming van varend erfgoed verwacht ik dit jaar verschillende nieuwe dossiers, parallel met de vorderende thema-inventaris. Het is de bedoeling dat de beschermingsdossiers varend erfgoed meer bepaald inzake beheersplanning voorbeelden worden voor de klassieke monumentendossiers. Daar wordt nu volop aan gewerkt.
Vanuit mijn bekommernis om de afstemming tussen de beleidsvelden onroerend erfgoed en ruimtelijke ordening, begrijpt u ongetwijfeld dat ik veel verwacht van de erfgoedlandschappen. De aanduiding van de eerste ankerplaatsen was een waardevolle leerschool voor het ontwikkelen van goede dossierstandaarden. Op basis van de opgedane ervaring kunnen nu aan een versneld tempo nieuwe dossiers worden opgemaakt. Mijn administratie rekent op 10 à 15 nieuw aangeduide ankerplaatsen per jaar. Gelet op hoger vermelde cijfers, zal dit een exponentiële aangroei betekenen van het aantal virtueel beschermde erfgoeditems. De cruciale tweede stap zal evenwel zijn om de eerste aangeduide ankerplaatsen effectief om te zetten in erfgoedlandschappen. Dat zal de ultieme test worden voor de rekbaarheid van ons planningsinstrumentarium en de samenwerkingsmogelijkheden met provincies en gemeenten. Als het experiment werkt, ligt de weg open om het principe van de erfgoedlandschappen – dat in theorie toch neerkomt op geïntegreerde en integrale erfgoedzorg – uit te breiden naar stedelijk gebied.

Ik ben er trouwens van overtuigd dat de integratie van de administraties ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed in het departement Ruimtelijke Ordening Woonbeleid en Onroerend erfgoed (RWO) garant voor nog meer succesvolle synergieën (ik verwijs hierbij ook naar mijn antwoord op uw vraag om uitleg inzake Beter Bestuurlijk Beleid). Naar aanleiding van de reeds vermelde toelichting van mijn beleidsbrief in de commissie Leefmilieu en Natuur, Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid en Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed, heb ik bijvoorbeeld gesteld dat het mijn droom is om een link te creëren tussen het vergunningenbeleid – en meer bepaald de sloopvergunning – van ruimtelijke ordening, en de inventaris “Bouwen door de eeuwen heen”. Momenteel is deze inventaris een compleet vrijblijvend document. Met een link tussen beide komen er als het ware duizenden nieuwe beschermingen tot stand. Bedoeling is dat voor de sloop van een geïnventariseerd gebouw een advies moet komen van de administratie onroerend erfgoed.

Ingediend onder schriftelijke vragen Reacties uitgeschakeld voor Aantal beschermde monumenten in het jaar 2006.





 

Nieuws

We moeten af van ‘middeleeuwse’ overdracht van jachtrechten

Alternatieven voor dierproeven

Het ‘kleine’ parlementaire werk. Recente voorbeelden: Geluidshinder kusttram – Hakhoutbeheer – Restauratiepremies Onroerend Erfgoed – Beschermde landschappen

Ketnet wil zender voor allerkleinsten, “Legitieme vraag en begrijpelijke ambitie”

Gereglementeerde boekenprijs unaniem goedgekeurd door Vlaams parlement

Wat liep er fout met de bescherming Villa Slabbinck? (Brugge)

Groen verwelkomt Bellegemse windmolens, maar vraagt ‘windplan’ voor regio Kortrijk

Groen wil geen sloop hoekhuis Kasteelkaai-Belfaststraat.
Hoog tijd voor een Kortrijkse visie op erfgoed!

Woede van boeren terecht, maar alleen ander landbouwmodel geeft boeren een zekere toekomst.

Provinciebestuur W-Vl verliest vele (culturele) instellingen

Bart Caron : “Overdracht cultuurbevoegdheden provincies is een wangedrocht !”

Leve Mest-Vlaanderen

Nog geen bescherming poldergraslanden

Nog redders aan de kust?

Brugge weert plooifiets uit overheidsgebouwen

De Leie of het Kanaal naar Roeselare: Groen wil meer binnenvaart

Kortrijk Airport, milieuvergunning aangepast?

Wanneer faire prijzen voor landbouwproducten?

Kortrijk heeft de bus gemist

Burgerkabinet ontslaat Gatz niet van plicht om al bestaande inspraak te versterken

Steeds meer monumenten wachten op broodnodig onderhoud. Ondertussen verkrotten ze

Freya Piryns voorgedragen als vertegenwoordiger in de Raad van Bestuur van de VRT

Regering krimpt beloofde natuurgebieden langs de Leie sterk in

Bruggen in Kortrijk, werkende verlichting op de fietspaden is een brug te ver…

LAR-zuid, woordbreuk van de stadscoalitie

Informatie, diverse sporten en cultuur moeten prioriteit VRT blijven

‘Gemeenteraad is wachtzaal voor wie schepenambt wil’

Persmededeling: Groen maakt werk van versterking West-Vlaamse open ruimte.

Persbericht: 5 Groene werven voor een impuls in West-Vlaanderen.

Vlaamse regering bedreigt toekomst Vlaamse fictie