bartcaron.be

De veteranenziekte

Ingediend op maart 15th, 2005 door bartcaron

Voorstel van resolutie van de heren Tom Dehaene, Jean-Marie Dedecker, Kris Van Dijck, Bart Caron en Johan Sauwens houdende herziening van de regelgeving betreffende het voorkomen van de veteranenziekte of legionellose op voor het publiek toegankelijke plaatsen.

Voorstel van resolutie

Het Vlaams Parlement,

– gelet op:
1° het besluit van de Vlaamse Regering van 11 juni 2004 betreffende het voorkomen van de veteranenziekte of legionellose op voor het publiek toegankelijke plaatsen, hierna het legionellabesluit te noemen;

2° het antwoord van Vlaams minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel, de heer Bert Anciaux, op de vraag om uitleg van de heer Tom Dehaene betreffende het legionellabesluit, in commissie behandeld op 13 januari 2005;

3° het antwoord van Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, mevrouw Inge Vervotte, op de vragen om uitleg van mevrouw Marleen Van den Eynde en de heren Tom Dehaene en Jean-Marie Dedecker betreffende het legionellabesluit, in commissie behandeld op 25 januari 2005;

4° de maatschappelijke, ethische en beleidsmatige noodzaak om de zware preventieve inspanningen die ‘hoogrisico-inrichtingen’ en ‘matigrisico-inrichtingen’ in het kader van het legionellabesluit moeten leveren, af te wegen tegenover de grootte van het risico en het bewijskarakter van de effectiviteit van de te leveren inspanningen;

5° de vraag van minister Inge Vervotte aan de administratie om een stand van zaken te geven met betrekking tot de toepassing van het legionellabesluit, met inbegrip van de knelpunten die daarbij vastgesteld worden;

6° het Vlaamse regeerakkoord 2004-2009 dat bepaalt dat bijzondere aandacht moet worden geschonken aan de vermindering van de planlasten;

– overwegende dat:
1° het aantal gevallen van legionellose of veteranenziekte zeer beperkt is in Vlaanderen;

2° verenigingen, openbare besturen en priv

Ingediend onder in het halfrond Reacties uitgeschakeld voor De veteranenziekte

Subsidies voor sport-, cultuur- en jeugdverenigingen

Ingediend op maart 14th, 2005 door bartcaron

Met redenen omklede motie van de heer Bart Caron, mevrouw Cathy Berx en de heren Dany Vandenbossche, Sven Gatz, Kris Van Dijck en Steven Vanackere tot besluit van de op 10 maart 2005 door de heren Jurgen Verstrepen en Jos Stassen in commissie gehouden interpellaties tot de heer Bert Anciaux, Vlaams minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel, respectievelijk over de koppeling van subsidies voor sport-, cultuur- en jeugdverenigingen aan quota voor allochtonen en over allochtonen in cultuur-, jeugd- en sportverenigingen

Het Vlaams Parlement,
– gehoord de interpellaties van de heren Jurgen Verstrepen en Jos Stassen;
– gehoord het antwoord van minister Bert Anciaux;

– gelet op:
1° de aandacht voor het verenigingsleven in het Vlaamse regeerakkoord: "de Vlaamse Regering geeft prioriteit aan het verenigingsleven, neemt faciliterende maatregelen en vult witte plekken in het aanbod aan, zodat het verenigingsleven haar eigen initiatieven optimaal kan uitbouwen";

2° de intenties van de minister zoals beschreven in de beleidsnota’s Jeugd, Sport en Cultuur 2004-2009: "het ontwikkelen en het stimuleren van een diversiteitsbeleid met specifieke aandacht voor interculturaliteit staat centraal. Interculturaliteit beoogt het werkelijk samenleven met elkaar van mensen en groepen met verschillende culturele achtergronden.
Uitgangspunt is dat interculturaliteit een ‘gewenste realiteit’ is, waarbij het bewust omgaan met verscheidenheid centraal staat. (…) De uitdaging ligt erin niet passief naast elkaar te bestaan maar actief samen te werken aan een interculturele dynamiek. Ontmoeting staat hierbij centraal. Een cultuur-, jeugd- en sportbeleid moet ontmoeting tussen individuen en groepen aanwakkeren.";

3° het belang van een beleid dat bijdraagt tot de realisatie van een diverse, verdraagzame en rijke Vlaamse samenleving;

– vraagt de Vlaamse Regering bij de uitvoering van het beleid inzake Jeugd en Cultuur, zoals geformuleerd in het Vlaamse regeerakkoord, de Verklaring van de Vlaamse Regering en de beleidsnota’s Jeugd, Cultuur en Sport 2004- 2009:

1° de strategische doelstellingen die in de beleidsnota’s Jeugd en Cultuur 2004-2009 worden geformuleerd met betrekking tot diversiteit en interculturaliteit uit te werken en te concretiseren in een diversiteitsplan dat gefaseerd wordt uitgevoerd tijdens de volledige legislatuur;

2° dit tot stand te brengen in samenspraak met de diverse actoren;

3° steeds rekening te houden met de eigenheid van de verschillende verenigingen, actoren, sectoren, disciplines en etnisch-culturele minderheden, en tegelijk alle betrokkenen ertoe aan te zetten om de onderlinge en interne kennismaking, ontmoeting en samenwerking te stimuleren, zowel op het individuele als op het collectieve vlak.

Bart Caron, Cathy Berx, Dany Vandenbossche, Sven Gatz, Kris Van Dijck, Steven Vanackere

Ingediend onder in het halfrond Reacties uitgeschakeld voor Subsidies voor sport-, cultuur- en jeugdverenigingen

Het Wereld Anti-Doping Agentschap

Ingediend op maart 9th, 2005 door bartcaron

Actuele vraag van de heer Bart Caron tot de heer Bert Anciaux, Vlaams minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel, over maatregelen om het Vlaamse dopingdecreet aan te passen aan de afspraken van het Wereld Anti-Doping Agentschap

De heer Bart Caron:
In de wielersport is er blijkbaar een probleem met de beroepsprocedure in dopingzaken. Nochtans was de wielerbond enkele jaren geleden vragende partij om de vervolging van doping binnen de bond zelf te organiseren. Daarmee was hij een uitzondering in de Vlaamse sportwereld. Nu wil de bond blijkbaar van die situatie af.
Waar wil de wielerbond naartoe? Meent hij dat er binnen de Vlaamse Gemeenschap een meer coherente procedure wenselijk is? Wat zijn de gevolgen op internationaal vlak? Is er een aanpassing van het decreet nodig of is de wielerbond zelf verantwoordelijk? We moeten in ons land op een volwassen manier omgaan met de dopingbestrijding in het wielrennen.

Minister Bert Anciaux: 
Er was al overleg met de wielerbond, vandaag volgt er een tweede. Enerzijds moeten we gaan naar een correcte procedure, gelijk voor alle sporten, waarin de rechten op verdediging gewaarborgd zijn, en anderzijds moeten we de internationale manifestaties kunnen behouden. Een open oorlog met UCI is dus uit den boze, maar ik mag me ook niet blootstellen aan kritiek op de tuchtprocedures.
Er bestaat zeker een oplossing. De verklaring van Kopenhagen heeft niets te maken met het erkennen van de procedure van de wielerbond. In de beleidsnota staat duidelijk dat we ons volledig willen aanpassen aan de WADA-code. Dat zullen we systematisch en versneld doen.

Toch is er in de WADA-code onduidelijkheid over het TAS in Lausanne: mij lijkt het perfect mogelijk om naast de drie normale stappen in de procedure -eerste aanleg, beroep bij de disciplinaire commissie, en de Raad van State – ook in de extra mogelijkheid van het TAS te voorzien. Daardoor zou beantwoord worden aan de WADA-code die we hoe dan ook helemaal in onze eigen regelgeving zullen opnemen. De situatie kan vergeleken worden met de stappen in de burgerlijke rechtspraak: eerste aanleg, beroep, cassatie, en ten slotte de mogelijkheid tot internationale procedures. In die logica is een alles overkoepelend geheel van tuchtprocedures in overeenstemming met het WADA perfect mogelijk. We zullen de WADA-code dus systematisch opnemen in onze eigen regelgeving.

Volgens mij schaadt de mogelijkheid onmiddellijk na eerste aanleg naar het TAS te gaan, de rechten van verdediging niet. Uiteraard vind ik het recht op verdediging belangrijk. Maar ik wil niet mee aansturen op straffeloosheid van dopinggebruik door verwarring te schoppen. We moeten naar duidelijke regels voor iedereen, met waarborg van de rechten van de verdediging. Ze mogen uiteraard niet in strijd zijn met de WADA-code, zodat de internationale manifestaties gevrijwaard kunnen blijven.

Ingediend onder in het halfrond Reacties uitgeschakeld voor Het Wereld Anti-Doping Agentschap

Jeugdinstelling in Everberg

Ingediend op januari 27th, 2005 door bartcaron

Met redenenen omklede motie van de dames Trees Merckx-Van Goey, Patricia Ceysens, Elke Roex en Helga Stevens en de heren Tom Dehaene en Bart Caron, tot besluit van de op 25 januari 2005 door mevrouw Marijke Dillen in commissie gehouden interpellatie tot mevrouw Inge Vervotte, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin over de hervorming van het jeugdrecht en de toekomst van het samenwerkingsakkoord betreffende de jeugdinstelling in Everberg.

Het Vlaams Parlement,
– gehoord de interpellatie van mevrouw Marijke Dillen;
– gehoord het antwoord van minister Inge Vervotte;

– gelet op:
1° de noodzaak van een herstelgericht jeugdsanctierecht voor jongeren die een als misdrijf omschreven feit plegen, waarbij een sui-generisbenadering wordt voorgestaan met responsabiliserende, pedagogische, herstelgerichte, sanctionerende en beschermende elementen;

2° het Vlaamse regeerakkoord 2004-2009;

3° het advies van de Raad van State over het ontwerp van wet betreffende de jeugdbescherming en het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd;

4° artikel 3 van het decreet van 19 juli 2002 houdende goedkeuring van het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, de Duitstalige Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschap betreffende het gesloten centrum voor voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, zoals gewijzigd met een decreet van 2 april 2004;

– vraagt de Vlaamse Regering:

1° op korte en middellange termijn te zorgen voor voldoende, gedifferentieerde opvangvoorzieningenvoor jongeren in een problematische opvoedingssituatie (POS) en voor jongeren die een als misdrijf omschreven feit (MOF) hebben gepleegd;

2° daarbij de hulpverlening te versterken, met de nadruk op contextuele begeleiding van jongeren in een POS en de opvang van jongeren die een MOF hebben gepleegd in open en gesloten voorzieningen;

3° met de federale regering overleg te plegen over het ontwerp van wet betreffende de jeugdbescherming en het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en de gevolgen ervan voor de Vlaamse overheid.

Trees Merckx- Van Goey, Patricia Ceysens, Elke Roex, Helga Stevens, Tom Dehaene, Bart Caron,

Ingediend onder in het halfrond Reacties uitgeschakeld voor Jeugdinstelling in Everberg

Beleidsnota Welzijn 204-2009

Ingediend op januari 20th, 2005 door bartcaron

Beleidsnota Welzijn, Volksgezondheid en Gezin 2004-2009, met redenen omklede motie van de heer Tom Dehaene, de dames Vera Jans, Helga Stevens en Elke Roex, de heer Bart Caron en mevrouw Vera Van der Borght

Zie:93 (2004-2005)
– Nr. 1: Beleidsnota
– Nr. 2: Met redenen omklede motie 352

Het Vlaams Parlement,
– gehoord de bespreking van de beleidsnota Welzijn, Volksgezondheid en Gezin 2004-2009;
– gehoord het antwoord van minister Inge Vervotte;

– vraagt de Vlaamse Regering:

1° de afstemming tussen de beleidsdomeinen welzijn en volksgezondheid, woonbeleid en onderwijs te maximaliseren, door onder meer:
a) de ondersteuning en de mogelijkheden van opvang van thuislozen en daklozen te versterken vanuit de bestaande deskundigheid, hetzij preventief, hetzij vanuit crisissituaties, hetzij structureel-remediërend;
b) de expertise rond het ontwikkelen, organiseren en financieren van nieuwe woon- en zorgvormen op korte termijn te bundelen, en in de rapportage aan het Vlaams Parlement de mogelijke scenario’s te analyseren;
c) het levenslang wonen te stimuleren;
d) het partnerschap met het onderwijs te versterken met het oog op het verhoogd welzijn van jongeren en het verbeteren  van het preventief gezondheidsbeleid;

2° de instroom van voldoende gekwalificeerd personeel in zorgberoepen te bewaken en te ondersteunen en het belang van de informele zorg te onderkennen;

3° een omvattend gezinsbeleid te ontwikkelen, waarbij:
a) vanuit de diverse beleidsdomeinen maatregelen worden genomen die het gezinnen mogelijk maken om de kwaliteit van het gezinsleven te verhogen;
b) de mogelijkheden van laagdrempelige opvoedingsondersteuning voor gezinnen met kinderen worden versterkt, met de nadruk op een geïntegreerde aanpak over de betrokken sectoren en beleidsdomeinen heen en met een bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen;
c) een coherent beleid wordt ontwikkeld om gewenst en gezond moederschap te bevorderen;
d) wordt gezorgd voor een gevoelige uitbreiding van het aanbod in de buitenschoolse kinderopvang en de uitbouw van de flexibele en occasionele kinderopvang, ook buiten collectieve voorzieningen, met als uitgangspunt dat de pedagogische component van de opvang centraal moet staan, binnen een duidelijk afgebakend kader, als antwoord op specifieke behoeften en met behoud van kostenefficiëntie. Daartoe wordt onder meer het instrument van de dienstencheque gebruikt en wordt het regelgevend kader tot een coherent geheel gestroomlijnd, met aandacht voor toegankelijkheid, kwaliteit, betaalbaarheid en administratieve eenvoud;

4° een beleid te ontwikkelen waarbij de bijzondere jeugdbijstand zowel jongeren in een problematische opvoedingssituatie als jongeren die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, een adequaat en tijdig antwoord kan bieden;

5° preventieve strategieën tegen overmatige schuldenlast, in het bijzonder bij jongeren en jonge gezinnen, te ondersteunen;

6° een efficiënte aanpak te ontwikkelen inzake intrafamiliaal geweld, door duidelijke afspraken te maken omtrent het takenpakket met de verschillende betrokken actoren;

7° bijzondere inspanningen te leveren – met de nadruk op de preventie van zelfdoding – om de geestelijke gezondheidszorg in de Vlaamse Gemeenschap in staat te stellen tegemoet te komen aan de behoeften; 

8° de ontwikkeling van kwaliteitsvolle zorg voor personen met een langdurige ernstige verminderde zelfredzaamheid verder te stimuleren en te ondersteunen, in het bijzonder door:
a) een solide en stabiele financiering van de zorgverzekering te waarborgen;

b) de wachtlijsten voor personen met een handicap met zorgbehoeften of ondersteuningsbehoeften weg te werken, waarbij:
1. een centrale wachtlijst wordt gerealiseerd inzake zorg en persoonlijkeassistentiebudget;
2. mensen met een zwaar fysiek en/of mentaal zorgprofiel een prioritaire doelgroep van het uitbreidingsbeleid zijn;
3. een financiering naar zorggradatie wordt geïmplementeerd;

c) voor zorgbehoevende ouderen:
1. een integraal, dynamisch en innovatief beleidsplan inzake ouderenzorg uit te werken;
2. meer middelen uit te trekken voor nieuwbouw of verbouwing van rusthuizen en thuiszorgondersteunende diensten om tijdig een antwoord te kunnen bieden aan de groeiende zorgbehoefte van de vergrijzende bevolking;
3. bijzondere aandacht te ontwikkelen voor mensen met dementie;
4. een regeling uit te werken voor het vervoer van en naar dagverzorgingscentra;
5. bij te dragen tot een optimalisatie van het aanbod aan palliatieve zorg;

9° in het kader van het gezondheidsbeleid:
a) een geïntegreerd drugsbeleid te ontwikkelen, gericht op ontrading, ongeacht het legaal of illegaal karakter van (het bezit of gebruik van) verslavende middelen, met inbegrip van preventie en een hulpverleningsaanbod specifiek voor minderjarigen;
b) de budgettaire return te berekenen van het Vlaamse preventieve gezondheidszorgbeleid, in het bijzonder wat betreft het federale gezondheidszorgbeleid;

10° erop toe te zien dat het Vlaamse beleid inzake welzijn, volksgezondheid en gezin onverkort en zonder discriminaties toepasbaar wordt gemaakt voor de Brusselse Vlamingen.

Tom Dehaene, Vera Jans, Helga Stevens, Elke Roex, Bart Caron, Vera Van Der Borght, ____________________

Ingediend onder in het halfrond Reacties uitgeschakeld voor Beleidsnota Welzijn 204-2009

De billijke vergoeding voor lokale radio’s

Ingediend op december 22nd, 2004 door bartcaron

Voorstel van resolutie van mevrouw Margriet Hermans en de heren Carl Decaluwe, Dany Vandenbossche, Mark Demesmaeker en Bart Caron betreffende de billijke vergoeding verschuldigd door de lokale radio’s.

Toelichting

Dames en heren, in het Vlaamse regeerakkoord staat de volgende passus met betrekking tot de billijke vergoeding: “De Vlaamse overheid zal de billijke vergoeding financieel en administratief ten laste nemen en onderhandelt de fi nanciering van een vrijstellingsregeling inzake auteursrechten voor sociaal-culturele verenigingen.”.
Tot de sociaal-culturele verenigingen behoren onder andere de jeugdhuizen en de culturele centra. De maatregel is een goede zaak. Er valt echter ook nog een andere sector onder, die door de billijke vergoeding in moeilijkheden dreigt te komen. Het betreft meer specifiek de lokale radio’s. Het koninklijk besluit (de billijke vergoeding is een federale materie) van 9 maart 2003 bepaalt hoeveel verschuldigd is door de radio-omroepen, waaronder de lokale radio’s.

De berekening gebeurt als volgt:
– voor lokale radio’s opgenomen in de CIM-studie aan de hand van de luistercijfers zoals blijkt uit die studie. Zij betalen 4 euro per luisteraar, met een minimum van 400 euro;
– voor lokale radio’s niet opgenomen in de studie wordt dat een forfaitair bedrag van 400 euro. Voor de lokale radio’s waarvan de billijke vergoeding wordt berekend aan de hand van de CIMluistercijfers is er een reëel probleem. Een lokale radio met bijvoorbeeld 10.000 luisteraars betaalt dus 40.000 euro, wat toch een enorm bedrag is. Het is dan ook duidelijk dat de leefbaarheid van de lokale radio’s hierdoor bedreigd wordt. Ze moeten immers ook nog andere vergoedingen betalen zoals Sabam, of de vaak torenhoge rekeningen die men krijgt van het BIPT terwijl ditzelfde instituut er niet in slaagt de radio’s het nodige luistercomfort te garanderen.

Deze tarieven zijn het resultaat van lang aanslepende onderhandelingen binnen de commissie Billijke Vergoeding Radio’s. Aan deze commissie, die paritair is samengesteld uit vertegenwoordigers van de beheersvennootschap en de organisaties van de betrokken sector, is de vergoeding verschuldigd. Het principe van de billijke vergoeding mag niet in vraag worden gesteld, en wordt ook niet in vraag gesteld. Het is bovendien ook een federale materie. Het is billijk dat een uitvoerder of producent een vergoeding krijgt voor zijn werk. Maar een billijke vergoeding moet ook billijk blijven voor diegene die ze verschuldigd is. En men kan zich de vraag stellen of dit hier wel het geval is.
Het lijkt overigens in het eigen belang van de uitvoerders en producenten dat er zoiets blijft bestaan als een dynamisch radiolandschap. Ze hebben er geen belang bij om de leefbaarheid van de lokale radio’s in het gedrang te brengen.

Vandaar dat wordt voorgesteld over te stappen naar een ander systeem. Bijvoorbeeld zou kunnen gedacht worden aan een vast bedrag afhankelijk van de zendsterkte, en dus niet langer op basis van de luistercijfers


Voorstel van resolutie

Het Vlaams Parlement,
– gelet op het Vlaamse regeerakkoord waarin wordt bepaald dat de Vlaamse Regering de billijke vergoeding voor sociaal-culturele verenigingen financieel en administratief ten laste zal nemen;

– overwegende dat:
1° de billijke vergoeding een federale materie is;

2° het principe van de billijke vergoeding niet in vraag wordt gesteld, maar dat het moet gaan om een redelijke vergoeding voor diegene die ze verschuldigd is;

3° de huidige regeling zoals bepaald door de commissie Billijke Vergoeding Radio’s, de leefbaarheid van de lokale radio’s in het gedrang brengt;

4° de muziekwereld belang heeft bij een dynamisch en actief radiolandschap;

– vraagt aan de Vlaamse Regering om er bij de bevoegde federale minister op aan te dringen te komen tot een heronderhandeling, opdat afspraken worden gemaakt over rechtvaardiger tarieven, bijvoorbeeld in de vorm van een forfait afhankelijk van de zendsterkte. De bedoeling moet zijn de fi nanciële leefbaarheid van de lokale radio’s te vrijwaren.

Margriet Hermans, Carl Decaluwe, Dany Vandenbossche, Mark Demesmaeker, Bart CARON

 

____________________

Ingediend onder in het halfrond Reacties uitgeschakeld voor De billijke vergoeding voor lokale radio’s

Psychiatrische dagcentra

Ingediend op december 8th, 2004 door bartcaron

Actuele vraag van de heer Bart Caron tot mevrouw Inge Vervotte, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over de financiële ondersteuning van de psychiatrische dagcentra.

De heer Bart Caron (Op de tribune): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega’s, het lijkt om een klein verhaal te gaan, maar het gaat over 1.600 mensen. Er werden 23 dagactiviteitencentra erkend en gesubsidieerd door federaal minister Demotte, waarvan 19 in Vlaanderen, 1 in Brussel en 2 in Wallonië. We kunnen ons de vraag stellen in hoeverre een communautair aspect een rol speelt in dit verhaal, maar dat is geen thema voor deze vergadering.
Het gaat over een beperkt budget van 1,6 miljoen euro. Dit is 86.000 euro per dagactiviteitencentrum, dat gemiddeld per dag 50 personen opvangt.

Deze dagactiviteiten voor personen met ernstige of langdurige psychische problemen situeren zich op vier domeinen: toeleiden naar arbeid, toeleiden naar vorming, vrijetijdsactiviteiten en dagstructurering, ontmoetingsmogelijkheden en dergelijke. Collega’s, deze vier domeinen behoren tot de Vlaamse bevoegdheid. Dit is welzijnswerk en geen gezondheidszorg.
Federaal minister Demotte heeft pas eind oktober aangekondigd dat op 20 december 2004 de. nanciële kraan wordt dichtgedraaid voor deze 50 centra met 1.600 mensen. Het is ongehoord dit zo laat aan te kondigen.

Mevrouw de minister, bent u bereid de bevoegdheid over de dagactiviteitencentra over te nemen, en zo snel mogelijk de middelen hiervoor in te schrijven in de begroting?

Minister Inge Vervotte (Op de tribune): Mijnheer de voorzitter, geachte leden, federaal minister Demotte heeft inderdaad in oktober eenzijdig beslist om deze proefprojecten stop te zetten, dus zonder enig overleg met de betrokken sectoren of met de gemeenschappen. Het gaat over 19 projecten, waarvan er zich 16 in Vlaanderen bevinden en 3 in Wallonië. Er wordt vaak gezegd dat in de geestelijke gezondheidszorg een patiënt toch een patiënt is, maar dit voorbeeld toont aan dat er verschillende dynamieken zijn en verschillende accenten worden gelegd in de verschillende gemeenschappen. In de geestelijke gezondheidszorg is dat zeker het geval.
Deze beslissing druist rechtstreeks in tegen een eerdere beslissing die werd genomen op een interministeriële conferentie in mei 2004. Toen werd afgesproken om te komen tot een geïntegreerde visie in de geestelijke gezondheidszorg. Er werd in de afspraak zelfs expliciet opgenomen dat de zorgfunctieactivering ook in de interministeriële werkgroepen zou worden besproken. Er is dus woordbreuk gepleegd, en daarom heb ik deze zaak opnieuw op de interministeriële conferentie van afgelopen maandag gebracht.

Minister Demotte heeft toegegeven en zal vrijdag een werkgroep opstarten. Drie punten vind ik belangrijk in deze werkgroep. We moeten ten eerste komen tot een oplossing waarbij de kennis, expertise en knowhow die in Vlaanderen is ontwikkeld, niet verloren zal gaan. We moeten vervolgens zo snel mogelijk het overleg opstarten om tot een geïntegreerde visie te komen in de geestelijke gezondheidszorg. Ten slotte zullen middelen die vrijkomen, opnieuw kunnen worden gealloceerd op alles wat te maken heeft met activeringsprojecten waarbij ruimte wordt gelaten voor de accenten die we in Vlaanderen willen leggen.
U zegt dat dit een Vlaamse bevoegdheid is, maar ze staat momenteel opgenomen bij het federale takenpakket. Een KB legt dit op als taak in het kader van het beschut wonen. Ik wil daar graag over discussiëren, maar dan in overleg. Daarom heb ik het overleg ook willen opstarten. Als eruit zou blijken dat Vlaanderen daar een grotere verantwoordelijkheid in zal nemen, wil ik die graag nemen en dit opnemen in de discussies over de enveloppefinanciering van de centra geestelijke gezondheidszorg die zullen ingaan op 1 januari 2006.

De heer Bart Caron: Mevrouw de minister, ik dank u voor het antwoord, maar ik ben er wel erg bekommerd om dat er een ernstig hiaat in de werkingen zal ontstaan. Ik betreur dit, u wellicht ook. Ik pleit voor een offensieve aanpak ter zake zodat Vlaanderen toont dat het in deze materie vooroploopt.
Er is een zeer verschillende aanpak in de psychiatrie, die in Wallonië nog altijd heel erg medisch wordt benaderd, terwijl we in Vlaanderen psychische problemen vanuit een maatschappelijke dynamiek en vanuit het welzijnsgegeven benaderen. Mijn bekommernis gaat naar de 1.600 mensen. Vlaanderen mag de verantwoordelijkheid voor hen niet ontlopen.

Minister Inge Vervotte: Ik ben het daar volledig mee eens. Daarom wordt het overleg nu vrijdag ook opgestart. We moeten de discussie in overleg voeren. De voorziene middelen moeten in het overleg worden opgenomen. Ik ben graag bereid mijn verantwoordelijkheid op te nemen.

Ingediend onder in het halfrond Reacties uitgeschakeld voor Psychiatrische dagcentra

Beleidsnota Cultuur 2004-2009

Ingediend op december 6th, 2004 door bartcaron

Beleidsnota Cultuur 2004 – 2009, met redenenen omklede motie van mevrouw Margriet Hermans, de heer Steven Vanackere, mevrouw Gracienne Van Nieuwenborgh en de heren Kris van Dijck en Bart Caron

– Nr. 1: Beleidsnota
– Nr. 2: Met redenen omklede motie 187

Het Vlaams Parlement,
– gehoord de bespreking van de beleidsnota Cultuur 2004-2009;
– gehoord het antwoord van minister Bert Anciaux;

– gelet op de intenties van de Vlaamse Regering, zoals geformuleerd in het Vlaamse regeerakkoord;

– vraagt de Vlaamse Regering bij de uitvoering van het beleid inzake Cultuur, zoals geformuleerd in het Vlaamse regeerakkoord, de Verklaring van de Vlaamse Regering en de beleidsnota Cultuur 2004-2009;

1° de strategische doelstellingen die in de beleidsnota Cultuur 2004-2009 worden geformuleerd, gefaseerd om te zetten in een concreet beleid en te implementeren, met prioriteit voor de bevordering van de gemeenschapszin en de ontwikkeling van de eigenheid van de diverse kunst- en cultuursectoren;

2° die doelstellingen uit te voeren met enerzijds aandacht voor de continuïteit van het beleid – daarbij expliciet tijd makend voor monitoring, evaluatie en een open dialoog met de betrokken actoren uit het middenveld – en anderzijds voor de geplande actualisering, uitbreidingen en vernieuwingen, en in het bijzonder voor het evenwicht tussen de geformuleerde ambities, de administratieve verplichtingen en de structureel beschikbare budgetten;

3° de vernieuwing in het bijzonder te operationaliseren rond drie specifieke onderdelen, met name de culturele industrieën, de semiprofessionele aanpak en de uitdaging van de digitalisering, om het beleidsinstrumentarium van de Vlaamse overheid inzake het cultuurbeleid in belangrijke mate te verrijken;

4° de recente decreten betreffende sociaal-cultureel werk voor volwassenen, lokaal cultuurbeleid, erfgoed en musea, kunsten en amateurkunsten uit te voeren, nauwlettend te volgen en indien nodig bij te sturen;

5° het cultuurbeleid als geheel en in zijn diverse onderdelen te toetsen en te spiegelen aan de Europese en ruimere internationale context;

6° een geïntegreerd en omvattend infrastructuurbeleid te ontwikkelen waarbij duidelijke prioriteiten worden bepaald;

7° bijzondere aandacht te besteden aan het slagkrachtig maken van de prioriteiten die in duidelijke dwarsverbindingen met verschillende beleidssectoren gesitueerd worden, zodat een performante interdepartementale samenwerking ontstaat die leidt naar concrete beleidsvoering;

8° het belang van de participatie in en aan het cultuurbeleid permanent te accentueren en te concretiseren, met bijzondere aandacht voor interculturaliteit en het bereiken van mensen die met (kans)armoede geconfronteerd worden;

9° belangrijke groeikansen te garanderen voor het cultuurbeleid als geheel en in zijn diverse onderdelen, meer bepaald voor het erfgoed, het internationale cultuurbeleid, het kunstendecreet, met bijzondere aandacht voor de beeldende kunsten en het sociaal-artistiek werk, de sociaal-culturele sector en de bevordering van de participatie aan cultuur;

10° zo spoedig mogelijk de geplande evaluatie van de steunpunten, de administratie en de adviesraden uit te voeren en te vertalen in een strategisch plan, zodat hun ondersteunende werking tijdens deze legislatuur geoptimaliseerd kan worden;

11° het kerntakendebat voor het cultuurbeleid verder uit te werken en af te ronden, en in afwachting daarvan overleg aan te gaan om eenzijdige voorafnamen te vermijden.

Margriet Hermans, Steven Vanackere, Gracienne Van Nieuwenborgh, Kris Van Dijck en Bart Caron

__________________

Ingediend onder in het halfrond Reacties uitgeschakeld voor Beleidsnota Cultuur 2004-2009

Beleidsnota Jeugd 2004-2009

Ingediend op december 6th, 2004 door bartcaron

Beleidsnota Jeugd 2004-2009, met redenen omklede motie van mevrouw Sabine Poleyn en de heren Chokri Mahassine, Kris Van Dijck, Bart Caron en Herman Schueremans

– Nr. 1: Beleidsnota
– Nr. 2: Met redenen omklede motie

Het Vlaams Parlement,

– gehoord de bespreking van de beleidsnota Jeugd 2004-2009;
– gehoord het antwoord van minister Bert Anciaux;
– gelet op de intenties van de Vlaamse Regering, zoals geformuleerd in het Vlaamse regeerakkoord;

– vraagt de Vlaamse Regering bij de uitvoering van het beleid inzake jeugd, zoals geformuleerd in het Vlaamse regeerakkoord, de verklaring van de Vlaamse Regering en de beleidsnota Jeugd 2004-2009:

1° de vooropgestelde acht beleidsprioriteiten uit de beleidsnota Jeugd (jeugdwerkbeleid, integratie van het kinderrechten- en het jeugdbeleid, participatie, jeugdinformatie, jeugdwerk en jongeren internationaal oriënteren, diversiteit – met bijzondere aandacht voor interculturaliteit –, de inrichting van concrete beleidsrotondes op weg naar een integraal jeugdbeleid en de ontwikkeling van belangrijke concepten en tendensen die richtinggevend kunnen zijn voor een positieve en offensieve kijk op jonge mensen) op gefaseerde wijze om te zetten in concrete beleidsdoelstellingen en maatregelen;

2° deze acht beleidsprioriteiten uit te voeren met enerzijds aandacht voor de continuïteit van de beleidsvoering – daarbij expliciet tijd makend voor monitoring, evaluatie en een open dialoog met de betrokken actoren uit het middenveld – en anderzijds voor de geplande actualisering, uitbreidingen en vernieuwingen en daarbij bijzondere aandacht te hebben voor het evenwicht tussen de geformuleerde ambities, de administratieve verplichtingen en de structureel beschikbare budgetten;

3° bijzondere aandacht te besteden aan het slagkrachtig maken van de prioriteiten die in duidelijke dwarsverbindingen met verschillende beleidssectoren gesitueerd worden, zodat een performante interdepartementale samenwerking ontstaat die leidt tot concrete beleidsvoering;

4° de visie en de prioriteiten uit de beleidsnota met nadruk te introduceren bij de opmaak van het tweede Vlaams jeugdbeleidsplan en de concretisering ervan te ontwikkelen via een constructieve en open dialoog met de betrokken actoren uit het middenveld, de andere overheidsniveaus en – indien nodig en gebruikmakend van de kennis, de gegevens en de diensten van gespecialiseerde instellingen en verenigingen – ook individuele kinderen en jongeren te raadplegen;

5° op een open, dynamische en concrete wijze de werkzaamheden te verrichten die nodig zijn in alle sectoren, geledingen en niveaus van het Vlaamse overheidsapparaat om de coördinerende opdrachten van de Vlaamse minister bevoegd voor het jeugdbeleid en het kinderrechtenbeleid optimale kansen te geven;

6° de voorgaande doelstelling met prioriteit in beleidspraktijk om te zetten in het kader van de beleidsrotondes die in de beleidsnota Jeugd worden vermeld;

7° systematisch en blijvend beleidsaandacht te hebben voor het jeugdwerk, zodat de verdere groeikansen voor het jeugdwerk gewaarborgd blijven;

8° de maatschappelijke participatie van jonge mensen als leidmotief in het Vlaamse jeugdbeleid te (h)erkennen en dat aandachtspunt intersectoraal vorm te geven; daarbij een positieve en emanciperende houding aan te nemen ten aanzien van kinderen, jongeren en hun organisaties; de decretale engagementen inzake advisering door de Vlaamse Jeugdraad en de kindeffectrapportage daarbij als hulpmiddel te gebruiken.

Sabine Poleyn, Chokri Mahassine, Kris Van Dijck, Bart Caron, Herman Schueremans

Ingediend onder in het halfrond Reacties uitgeschakeld voor Beleidsnota Jeugd 2004-2009

Beleidsnota Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen 2004-2009

Ingediend op december 6th, 2004 door bartcaron

Beleidsnota Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen 2004-2009, met redenen omklede motie van de heer Patrick Lachaert, mevrouw Joke Schauvliege en de heren Bart Martens, Jan Loones, Bart Caron en Jos Bex

Zie: 92 (2004-2005)
– Nr. 1: Beleidsnota
– Nr. 2: Met redenen omklede motie

Het Vlaams Parlement,
– gehoord de bespreking van de beleidsnota Ruimtelijke Ordening / Monumenten en Landschappen 2004-2009;
– overtuigd van de behoefte aan een duurzame ruimtelijke ordening, waarbij het zorgzaam en creatief omspringen met de Vlaamse ruimte essentieel is;
– overtuigd van de integrerende en coördinerende rol van de ruimtelijke ordening;
– overtuigd van de behoefte aan de grootst mogelijke rechtszekerheid voor de burger;

– vraagt de Vlaamse Regering om:

1° inzake het planologische beleid:
a) de processen tot afbakening van de stedelijke gebieden voort te zetten en zo snel mogelijk af te ronden;
b) de processen tot afbakening van de agrarische gebieden en de natuurgebieden zo snel mogelijk en gelijktijdig te starten en af te ronden;
c) de gemeenten meer tijd te verlenen om te voldoen aan de vijf voorwaarden die zijn opgenomen in het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, zonder dat dat tot een afstel mag leiden; de mogelijkheid om autonoom stedenbouwkundige vergunningen uit te reiken blijft daarbij onverkort gekoppeld aan het voldoen aan de vijf voorwaarden;

2° inzake het vergunningenbeleid:
a) de procedures terzake verder te vereenvoudigen;
b) de procedures voor het verkrijgen van vergunningen op het vlak van ruimtelijke ordening en leefmilieu op elkaar af te stemmen en in

Ingediend onder in het halfrond Reacties uitgeschakeld voor Beleidsnota Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen 2004-2009





 

Nieuws

We moeten af van ‘middeleeuwse’ overdracht van jachtrechten

Alternatieven voor dierproeven

Het ‘kleine’ parlementaire werk. Recente voorbeelden: Geluidshinder kusttram – Hakhoutbeheer – Restauratiepremies Onroerend Erfgoed – Beschermde landschappen

Ketnet wil zender voor allerkleinsten, “Legitieme vraag en begrijpelijke ambitie”

Gereglementeerde boekenprijs unaniem goedgekeurd door Vlaams parlement

Wat liep er fout met de bescherming Villa Slabbinck? (Brugge)

Groen verwelkomt Bellegemse windmolens, maar vraagt ‘windplan’ voor regio Kortrijk

Groen wil geen sloop hoekhuis Kasteelkaai-Belfaststraat.
Hoog tijd voor een Kortrijkse visie op erfgoed!

Woede van boeren terecht, maar alleen ander landbouwmodel geeft boeren een zekere toekomst.

Provinciebestuur W-Vl verliest vele (culturele) instellingen

Bart Caron : “Overdracht cultuurbevoegdheden provincies is een wangedrocht !”

Leve Mest-Vlaanderen

Nog geen bescherming poldergraslanden

Nog redders aan de kust?

Brugge weert plooifiets uit overheidsgebouwen

De Leie of het Kanaal naar Roeselare: Groen wil meer binnenvaart

Kortrijk Airport, milieuvergunning aangepast?

Wanneer faire prijzen voor landbouwproducten?

Kortrijk heeft de bus gemist

Burgerkabinet ontslaat Gatz niet van plicht om al bestaande inspraak te versterken

Steeds meer monumenten wachten op broodnodig onderhoud. Ondertussen verkrotten ze

Freya Piryns voorgedragen als vertegenwoordiger in de Raad van Bestuur van de VRT

Regering krimpt beloofde natuurgebieden langs de Leie sterk in

Bruggen in Kortrijk, werkende verlichting op de fietspaden is een brug te ver…

LAR-zuid, woordbreuk van de stadscoalitie

Informatie, diverse sporten en cultuur moeten prioriteit VRT blijven

‘Gemeenteraad is wachtzaal voor wie schepenambt wil’

Persmededeling: Groen maakt werk van versterking West-Vlaamse open ruimte.

Persbericht: 5 Groene werven voor een impuls in West-Vlaanderen.

Vlaamse regering bedreigt toekomst Vlaamse fictie