Op de vorige gemeenteraad maakte ik me druk over permanent en onnodig brandende verlichting in de hoeve Te Coux. Maar eigenlijk is dit maar klein bier vergeleken met de openbare verlichting op Evolis. Daar branden elke dag, straks al acht maanden lang, 76 lampen van openbare verlichtingspunten. En dat steekt, zeker op een bedrijvenpark waar duurzaamheid hoog in het vaandel staat. En zeker op een moment dat de schepen aankondigt een quick scan te laten doen van de openbare verlichting. Dat is ok, maar ons krijgt u een nog snellere scan over Evolis.
Op de website van Evolis lezen we
“Op vandaag zijn aspecten zoals ecologie en duurzaamheid van groot belang. Op Evolis toont men dan ook hoe ecologie en economie hand in hand kunnen gaan.” En verder wil Evolis een ‘Duurzame energiehuishouding’. Ik ga met dit alles akkoord.
Maar hoe verklaart de stad dan dat er vandaag op Evolis nog nul bedrijven staan, en er toch sinds de opening (begin juli 2009) een openbare verlichting functioneert van 76 verlichtingspunten. Branden die voor de show? Of om te verhinderen dat er illegaal geplast wordt tegen de windturbines? Of om vrijende koppeltjes te ontmoedigen? Of waarom?
Er staan 76 lampen. Als we aannemen dat ze gemiddeld 12 uur per dag branden, dan betekent dat dat er per jaar 332.880 uren lampen branden zonder enig nut.
Voor een innovatief bedrijvenpark dat zelf stroom produceert, steekt dat toch de ogen uit, toch? En ja, er is toch gratis stroom, van de turbines … Ja, maar die hoort thuis op het elektriciteitsnet, en niet om nutteloze lampen te laten branden.
Thuis laten we energiescanners komen, raden onze familieleden aan geen onnodige lampen te laten branden en dus zuinig te zijn met energie. Maar op het openbare domein is dat blijkbaar niet geldig. Daar mag het licht blijven branden, zelfs als dat voor niemand nuttig is.
Een duurzaam bedrijvenpark vereist een duurzame aanpak. Vandaar de volgende vragen:
1. Hoeveel kilowatt aan elektriciteit wordt er jaarlijks verbruikt voor de openbare verlichting op Evolis? Hoeveel kost dat jaarlijks aan de gemeenschap?
2. Kan er alstublieft geen oplossing komen om
– de verlichting te doven tot er bedrijven gevestigd zijn?
– van zodra er zich bedrijven vestigen een oplossing te organiseren voor gedeeltelijke of gedimde verlichting?
Bart Caron
Progressieve fractie
Schepen Guy Leleu antwoordde dat Evolis de laatste maanden wel gebruikt werd om vrachtwagens te plaatsen met leveringen van kostbare producten voor ‘K in Kortrijk’. Die werden dan ‘afgeroepen’ om naar het winkelcomplex te rijden.
Nu ‘K in Kortrijk’ open gaat is deze functie niet meer nodig. Daarom zal de stad de verlichting ofwel dimmen ofwel doven. Daarmee gaat de stad dan ook in op het voorstel van de progressieve fractie.
De stad zal ook deelnemen aan de actie ‘Earth Hour’. Earth Hour maakt deel uit van een internationale campagne van WWF tegen de klimaatverandering. Op 27 maart 2010 een uur lang alle lichten doven om steun te betuigen aan de strijd tegen de klimaatverandering.
Voorstel van Bart Caron en Bert Herrewyn – raadsleden sp.a-Groen!-fractie
Wetgeving
Sinds vorig jaar kunnen werknemers een belastingvrije fietsvergoeding voor woon-werkverkeer krijgen van 0,20 euro per kilometer. Een prima mogelijkheid voor de werkgever om milieuvriendelijke mobiliteit aan te moedigen.
Werkgevers kunnen zelf beslissen over de hoogte van een eventuele fietsvergoeding. Bij veel besturen - ook bij de stad Kortrijk - bedraagt die 0,15 euro per kilometer. Dit was tot voor kort het bedrag dat vrijgesteld was van belastingen en sociale bijdragen. Vorig jaar werd het belastingvrije bedrag opgetrokken tot 0,20 euro per kilometer. Ook voor sociale bijdragen wordt de vrijstelling opgetrokken tot 0,20 euro per kilometer: de principiële beslissing is in november 2009 door de ministerraad genomen.
De omzendbrief BB 2010/01 van 29 januari 2010 laat toe dat de lokale besturen het bedrag van de fietsvergoeding voor het woon-werkverkeer van hun personeelsleden verhogen tot 20 cent per kilometer. Zodra zowel de fiscale vrijstelling als de sociaalrechtelijke vrijstelling geregeld zijn, is er geen principieel bezwaar tegen een verhoging van het bedrag van de fietsvergoeding voor het woon- werkverkeer tot 20 eurocent per kilometer vanaf 1 januari 2010.
Artikel 164 van het besluit rechtspositieregeling gemeente- en provinciepersoneel moet daarvoor echter aangepast worden. In afwachting van die wijziging kunnen de besturen met ingang van 1 januari 2010 het bedrag van de fietsvergoeding al verhogen tot een maximum van 20 eurocent per kilometer. Zo staat het in de omzendbrief van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur.
Lokale besturen kunnen zelf beslissen of ze die aan hun personeelsleden toekennen of niet.
Budgettaire impact
De kostprijs van de fietsvergoeding op vandaag is:
- voor stadspersoneel: 302.000 km à 0,15 euro = 45.363 euro
- voor academie, conservatorium en onderwijs: 12.600 km à 0,15 euro = 1.700 euro
Een totaalbudget van 47.063 euro.
Als de vergoeding verhoogt naar 0,20 euro wordt de kostprijs:
- voor stadspersoneel: 302.000 km à 0,20 euro = 60.400 euro
- voor academie, conservatorium en onderwijs: 12.600 km à 0,20 euro = 2.520 euro
Een totaalbudget van 62.920 euro.
Er is dus een meerkost van ongeveer 16.000 euro voor de stad, 15.857 om correct te zijn.
Een lage kostprijs voor de stad, maar een hoge stimulans die leidt tot een gezonder lichaam en leefomgeving.
Daarom pleiten Groen! en sp.a voor een verhoogde fietsvergoeding. We doen het volgende voorstel aan de raad:
1. Akkoord te gaan om de fietsvergoeding voor het gemeentelijk personeel te verhogen naar € 0,20 per kilometer vanaf 01.01.2010.
2. Op het eerstvolgende onderhandelingscomité met de vakbonden voor te stellen om met ingang van 01.01.2010 de fietsvergoeding voor de fietsende personeelsleden te verhogen naar € 0,20 per kilometer.
Namens de progressieve fractie
Bart Caron en Bert Herrewyn.
Burgemeester Lieven Lybeer antwoordde dat dit eerst op het sociaal overleg moest worden besproken. De stad Kortrijk heeft de gewoonte vooral te luisteren naar de voorstellen van de vakbonden. Wij drongen toch aan dit punt als intentie in te brengen. De burgemeester vond de kostprijs in principe haalbaar.
We zullen het voorstel ook zelf overmaken aan de vakbonden.
We gingen akkoord om nu geen stemming te houden. We komen over een zestal maanden terug op dit voorstel om te vragen naar de stand van zaken.
Ik kwam al twee keer eerder over deze thematiek tussen op de raad. Eindelijk wordt het reglement aangepast en de aanbesteding geregeld. Het heeft verschrikkelijk lang geduurd. En nog is het verre van goed. Ik overloop de problemen.
Ik betreur dat het criterium van non-profit niet meer is opgenomen. In verschillende gemeenten in Zuid-West-Vlaanderen mocht alleen nog het Kringloopcentrum oude kledij inzamelen, bijv. in MIROM, Izegem, Avelgem enz., soms ook Wereld-Missiehulp. Dat is de beste garantie op een eerlijke behandeling. Ovam deed daar lastig over. Jammer en volgens mij zelfs zonder uitdrukkelijk reglementaire bepaling, maar ja ...
Er worden acht criteria gehanteerd voor de prijsvraag. Vier bedrijven dienden een offerte in. Ze scoren allen goed op de 8 criteria. Het kringloopcentrum haalt globaal een ‘iets hogere score’ omdat het op de criteria 7 (realisatie van ruime en specifieke doelen in de IMOG regio) en 8 (de afzet en de regio waar het herbruikbaar textiel wordt afgezet.) beter scoort. Het gewicht van deze criteria is blijkbaar erg laag.
In de nota lezen we ook dat drie bedrijven (Wereld-missiehulp vzw, Curitas nv, VICT bvba) voornamelijk op export gericht zijn. Alleen het Kringloopcentrum Zuid-West-Vlaanderen zet af in de regio. We weten dat de kleren die mensen in de bakken van die drie organisaties stoppen, vaak terecht komen in zgn. friperies, dat zijn commerciële bedrijven die deze kleren wassen, sorteren en verkopen in derdewereldlanden, waar ze in oneerlijke concurrentie treden met de lokale textielproducenten. Daar wordt in deze beslissing geen rekening mee gehouden.
Ik dacht het wel de bedoeling is van criterium 8 om de afzet (=verkoop voor hergebruik) in de eigen regio positief te beoordelen, dat is de enig mogelijke interpretatie vanuit de geschiedenis van de verschillende versies van overeenkomsten en bestekken!
En daarom is het toch erg vreemd dat de organisatie die het beste scoort op de acht criteria, daar niet voor beloond wordt, maar een behoud van de huidige toestand wordt voorgesteld rond het plaatsen van containers. Beter scoren heeft dus weinig effect. Ik zie ook dat de twee commerciële actoren, die al jaren het reglement overtreden, evenveel containers mogen zetten.
Ik wil van de schepen weten waarom deze zoveel en een andere maar zoveel containers mag plaatsen.
Waarop is deze bizarre beslissing eigenlijk gebaseerd? Mag ik denken dat hier politieke of zelfs commerciële sympathieën spelen voor bepaalde organisaties? Ik heb niks tegen Wereld-missiehulp, maar waarom krijgt die organisatie meer containers dan het Kringloopcentrum ondanks de hogere score van de laatste? En waarom mag het kringloopcentrum er geen zetten in de publieke ruimte?
Ik zie wel dat de huis-aan-huis ophaling en de 4 containers op de containerparken worden toegekend aan het Kringloopcentrum. Dat is positief, maar toch nog beperkt.
Voor de rest wordt de huidige situatie eigenlijk verlengd. Dat roept vragen op, des te meer omdat de illegale inzameling in het verleden nu wordt beloond, er kwamen nl. overal containers bij zonder vergunning.
Ik heb vernomen dat in de inschrijving van het Kringloopcentrum op de aanbesteding de vraag naar straatcontainers is opgenomen (voor alle deelnemende gemeenten van regio IMOG). Maar die is helaas niet gehonoreerd.
Er staan er ook veel van VICT in Groot-Kortrijk, omdat ze een aantal jaren geleden moesten verdwijnen uit regio MIROM Menen (voorheen IVMO), ze hebben er gewoon een aantal daarvan in Kortrijk neergepoot.
Er is nog meer: is er geen garantie dat de containers van de andere organisaties proper en net blijven. Op nogal wat plaatsen staan containers van Wereld-missiehulp en het is een echte “rommelboel”, vooral omdat deze erg weinig, bijna nooit wordt leeggemaakt en onderhouden door desbetreffende organisatie. Ook bij mij in de buurt is het zo. We kennen verschillende punten waar wekenlang hopen zakken lagen. Het is nochtans ook een gunningscriterium.
Er staat ook een fout in het besluit dat wordt voorgesteld: in de inleiding is er voor het VICT enkel sprake van ‘containers opgesteld op private sites’; in de lijst voor het VICT staan de diverse containers die illegaal op openbaar terrein staan, ook opgenomen (o.a. de locaties met ‘braakgrond’ en ‘electrokabine’ cfr bijv. Kalvariestraat en hoek Pottelberg/Bruyningestraat); dit is in strijd met de melding in de inleiding dat het voor hen enkel over private sites gaat. Wij vragen u uitdrukkelijk om de containers die in het verleden zonder toestemming op het openbaar domein stonden, te laten wegnemen… U kan voor dit aantal aan het Kringloopcentrum extra locaties geven.
En tenslotte, hoe zal de stad garanderen dat er geen misleidende communicatie gebeurt door de private inzamelaars, bijvoorbeeld door associaties op te roepen, via hun naam of gebruikte beelden, met het goede doel terwijl het om commerciële bedrijven gaat? Private bedrijven hoeven niet noodzakelijk uitgesloten te worden, maar ze moeten wel correcte informatie geven aan de burger en dezelfde regels volgen als de sociale organisaties (cf. supra: de illegale inzameling in het verleden wordt nu beloond, terwijl degene die gewacht heeft tot een besluit van de stad, nl. het kringloopcentrum, daardoor nu geen mogelijkheden krijgt) .
En nog dit. wat ons stoort is dat er op onze containerparken geen container staat voor textielafval; waarin je dus gescheurde of vuile kledij kan in gooien, die niet nuttig is voor de Kringloopwinkel. Je zou er oude lakens of kapotte t-shirts in kunnen gooien met de bedoeling dat die gerecycleerd worden als vodden.
Immers, op de containers van de kringloop staat “geen afval”.
Als ik vroeg waar ik die moet gooien, kreeg ik tegenstrijdige boodschappen: ofwel word ik toch aangemaand om mijn vodden in die kledingcontainer te gooien, ofwel moeten ik mijn gescheurde kledij in het brandbaar afval gooien. Kan er geen gescheiden verzameling zijn van textiel: herbruikbaar en vodden?
Ik herhaal mijn vragen:
Waarom mag Wereld-missiehulp 32 containers zetten, Curitas nv 8, VICT bvba 22?
Waarop is deze beslissing eigenlijk gebaseerd?
Waarom mag het kringloopcentrum er geen zetten in de publieke ruimte?
Welke maatregelen neemt de stad tegen die punten waar wekenlang hopen zakken blijven liggen?
Bent u bereid om de containers die in het verleden zonder toestemming op het openbaar domein stonden, te laten wegnemen en die locaties aan het Kringloopcentrum te geven.
Welke garanties kreeg u van de organisaties over een eerlijke communicatie?
Bent u bereid op de containerparken van de stad een gescheiden verzameling te voorzien van herbruikbaar textiel en vodden?
Schepen Bral antwoordde dat, gezien dit punt niet hoogdringend was (en hij niet op de vragen kon antwoorden, wat hij uiteaard niet zei), hij voorstelde het van de agenda te halen en volgende maand opnieuw te agenderen.
Groen! heeft geen probleem met de komst van Ryanair naar de luchthaven Oostende-Brugge. Maar het is niet aan de overheid om een luchtvaartmaatschappij te ondersteunen. Ryanair stelt altijd dat ze een rendabele onderneming is, dan moet ze het ook maar eens bewijzen. Verder stelt Groen! uitdrukkelijk ecologische en sociale voorwaarden.
Ryanair was in het verleden al eens actief op de luchthaven van Oostende, maar dat is toen mislukt. Het mag niet dankzij tonnen overheidsgeld zijn dat het nu wel zou lukken. Nu al zijn er jaarlijks miljoenen euro’s overheidsgeld nodig om de luchthaven van Oostende rendabel te houden. En nog zijn de trafiekcijfers niet goed. Dit is geen verstandig economisch beleid. Groen! Kamerlid en Oostends gemeenteraadslid Wouter De Vriendt is duidelijk: “Ryanair is welkom, maar zonder één euro overheidsgeld. Het kan niet dat luchtvaartmaatschappijen kost wat kost met belastinggeld gesubsidieerd worden”.
De oprichting van een speciale vzw ter ondersteuning van Ryanair met overheidsgeld kan wat ons betreft dus niet. Groen! zal dan ook aan de provinciegouverneur de schorsing van de oprichting van deze vzw vragen. Bestaande initiatieven, zoals Westtoer, moeten volstaan om het inkomend toerisme te promoten. Ryanair mag geen speciale behandeling krijgen.
De groenen willen de luchthaven Oostende-Brugge omvormen tot een passagiersluchthaven. “Ryanair is welkom, maar moet rekening houden met de ligging van de Oostendse luchthaven en geen extra overlast voor de omwonenden veroorzaken. Alle vluchten moeten overdag plaatsvinden. De geluidsnormen van de Wereldgezondheidsorganisatie staan voorop en ook geluidspieken zijn uit den boze. Korteafstandsvluchten (minder dan 500 km) zijn ecologisch onverantwoord en kunnen niet door de beugel”, benadrukt Wouter De Vriendt.
Ten slotte wil Groen! de twijfelachtige sociale reputatie van Ryanair onder de loep nemen, vooraleer zich definitief uit te spreken. Bij Ryanair is immers sprake van slechte arbeidsstatuten en weinig syndicale vrijheid voor het personeel. Ook veiligheidsvoorschriften moeten van zeer nabij opgevolgd worden. Op al deze vlakken moet Ryanair garanties kunnen bieden.
Groen! zal een open brief sturen aan Vlaams Minister Hilde Crevits, de provinciegouverneur en de betrokken Oostendse en Brugse burgemeesters. Verder zullen we ook interpelleren in het Vlaams Parlement en de gemeenteraden in Oostende en Brugge.
Wouter De Vriendt, Oostends gemeenteraadslid en Kamerlid (Groen!)
Mike Van Acoleyen, Voorzitter Groen! West-Vlaanderen
Sammy Roelant, Voorzitter Groen! Brugge
Bart Caron, Vlaams Volksvertegenwoordiger (Groen!)
In de groene bufferstrook tussen het in opbouw zijnde fusieziekenhuis AZ Groeninge en de E17 ligt een eeuwenoude hoeve: Goed Te Coucx uit de zestiende eeuw. Die strook van 6 hectare aan de voet van de Marionettenberg werd in 1999 aangekocht door het stadsbestuur van Kortrijk. Het is een deel van het Groen Lint Zuid.
De schuur is hersteld sedert maart vorig jaar; er is ondertussen niets mee gebeurd. Er brandt binnenin trouwens een lamp, al maanden lang, zonder dat er blijkbaar iemand naar omkijkt.
De overige gebouwen hebben blijkbaar nog steeds geen bestemming. Ze zijn straks nog goed om af te smijten.
Schepen Stefaan Bral kon geen zinnig antwoord geven! Hij wist gewoon van niks, tot een collega hem influisterde dat er in de maand maart toch een opening zou volgen. Het was aanvankelijk de bedoeling om de hoeve vorig voorjaar te openen als bezoekerscentrum. Het moest ook de pleisterplek worden voor een natuureducatieve werking en de startplaats van een aantal geleide natuurwandelingen. Afwachten dus.
Dit is een vraag in de gemeenteraad.
We lazen immers in de krant dat de bibliotheekfilialen van het Plein en van Bissegem zouden sluiten. Ik ben een absolute voorstander van het behoud van onze filialen. Ongetwijfeld zijn verbeteringen mogelijk, maar verdwijnen kan slechts als er een beter alternatief zou zijn.
Ik wil in dit verband graag verwijzen naar het beleidsplan van de bib. Er staat een heel duidelijke visie in:
“Bibliotheekvoorzieningen in de nabijheid zorgen voor een verhoogde culturele participatie (..)
Naast de investering in elf filialen zal de openbare bibliotheek echter ook flexibele dienstverlening uitbouwen: boekendiensten aan huis en aan school, kleinere leenpunten, een bibliotheekbus. (...)
De bibliotheek zoekt actief naar mogelijkheden voor nieuwe of vervangende inplantingen (bv winkelcentrum Sint-Janspoort, kinderopvanginitiatief Condédreef).” (...)
In het Bibliotheekbeleidsplan 2007 – 2013 staat ook: “Door dit plan vindt vanaf 2012 elke inwoner van Kortrijk in een straal van een kilometer rond de woning een mobiele of permanente bibliotheekvoorziening.” Superambitieus.
Er komt dus niks terecht komt van al die ambitieuze plannen.
– de middelen voor collectievorming blijven dalen, filialen worden gesloten;
– Kortrijk heeft op twee na het kleinste personeelsbestand van alle centrumsteden;
– het Plein heeft meer dan redelijke uitleencijfers;
– waarom niet beter integreren in de OC’s? Doe dat toch in Bissegem bijv.;
– automatiseer meer.
– werk meer met wisselcollecties tussen de centrale bib en de filialen.
Ik vroeg de schepen wat de stad nu zal doen met de filialen? En hoe het staat met de plannen voor leenpunten in het winkelcentrum Sint-Janspoort, kinderopvanginitiatief Condédreef … met de automatisering van de uitleen in de filialen en de andere punten uit het beleidsplan.
Schepen Christine Depuydt antwoordde dat Het Plein zal sluiten. Bissegem zal dan toch niet sluiten: het budget wordt gevonden bij een verminderd budget voor collectievorming. De bibstart met een uitleenkastje in de kinderopvang in de Condédreef, ook met boekenpakketten in twee scholen. In de filialen is er nog een RFID (radiofrequentie identificatie systeem) aanwezig, omdat het een zware investering is en de nieuwe plannen voor de hoofdbibliotheek afgewacht worden.
Goed nieuws was er over de uitleencijfers: behalve beeld en geluid is er een verhoging van 3,3% bij de volwassenen, 6 % bij de jeugdafdelingen en plus 0,2 bij de filialen.
De afschaffing van uitleenbedragen op beeld en geluid lijkt positief te werken.
We dienden die in met Groen!. We wilden dat de gemeenteraad die goedkeurde en zo aan het het College van de Burgemeester en Schepenen zou vragen het volgende uit te voeren:
1. scherpere keuzes te maken welke wijken en deelgemeenten de gebiedswerking structureel moet ‘coveren’; en daarbij Heule niet te vergeten;
2. de gebiedswerkers beter te ondersteunen;
3. in de deelgemeenten en de wijken ‘dorpsoverleg’ en ‘wijkoverleg’ te organiseren;
4. een experiment op te zetten met ‘wijkbudgetten’, samen met de bewoners van een wijk of straat;
5. een betere doorstroming te organiseren van alles wat de bevolking in de gebieden signaleert, zodat het doordringt in het stadsbeleid en omgezet wordt in beleidsdaden;
6. de politieke bevoegdheid voor de hele gebiedswerking aan één schepen te geven;
7. voldoende autonomie te geven aan het team Gebiedswerking door de ambtelijke aansturing in een aparte stedelijke dienst (of in een stafdienst of transversale cel) onder te brengen; en dus niet meer in te kapselen in cultuur of burgerzaken;
8. de structurele band met cultuur (voor werking, infrastructuur en personeel) te behouden voor de OC’s De Vonke en Marke;.
9. de beleidsdomeinen openbare werken en de verkeersveiligheid nauwer te betrekken.
Schepen Jean de Bethune ging uitgebreid in op dit voorstel van resolutie. Hij greep het aan voor een stevig debat. Hij gaf ons zelfs op vele punten gelijk. Net daarom, zo stelde hij, was de goedkeuring ervan niet nodig, het college zat al helemaal in deze richting.
Hij meldde onder meer dat Heule zal worden ingevuld, dat hij gebiedswerkgroepen wil oprichten, dat er projectbudgetten zijn in de gebieden, dat de gebiedswerkers beter zullen worden ondersteund en dat het preventiebeleid zal geïntegreerd worden.
De resolutie werd weggestemd met 13 stemmen voor en 26 tegen.
Groen! wil dat de Vlaamse regering de verbreding van het Schipdonkkanaal definitief schrapt. Na de afkeuring van het plan-milieueffectenrapport moet de Vlaamse regering beseffen dat dit project geen enkele steun meer geniet.
Al op 24 december keurde de Vlaamse administratie het planmilieueffectrapport volledig af. Vreemd genoeg werd dit pas nu, twee weken later bekendgemaakt. Het blijft een mooi eindejaarsgeschenk voor de tegenstanders van de verbreding van het Schipdonkkanaal. Het oordeel van het departement Leefmilieu was vernietigend. Het plan-MER is veel te veel gestuurd door de (technische) haalbaarheidsstudie en absoluut onvolledig wat betreft tal van milieueffecten. Een dikke buis dus.
Dit was voorspelbaar. Groen! zegt al vele jaren dat de verbreding van het Schipdonkkanaal een onverstandig en slecht idee is. Bovendien is de verbreding van het Schipdonkkanaal ook niet nodig om de Zeebrugse haven verder te laten ontwikkelen. Dit bleek ook al uit vroegere studies, zoals de Maatschappelijke Impact Studie uit 2001.
Groen!fractievoorzitter Filip Watteeuw: ‘Het is opvallend hoe de Vlaamse Regering koppig weigert om het hele megalomane project af te voeren. Minister Crevits (CD&V) wil het dossier nog maar eens verder laten onderzoeken. Hoeveel onderzoeken moeten er nog komen? Wie betaalt al deze zinloze studies en bijkomende onderzoeken, die uiteindelijk maar 1 doel hebben: de verbreding van het Schipdonkkanaal – bijna letterlijk - kost wat kost door de strot van de burger duwen’.
Kansspel
De Vlaamse Regering speelt blijkbaar graag op de Lotto. Minister Crevits wil verder studies uitschrijven tot ze toch maar wint. Dit gebeurt wel met belastingsgeld, en dat in tijden van economische crisis. Maar dat bijkomende studies uiteindelijk toch groen licht voor de verbreding geven, is allesbehalve evident. Integendeel, door een aantal factoren waar het huidige MER geen rekening mee houdt zoals de klimaatverandering en de watervraag voor de sluis in Terneuzen, zullen de verwachte milieueffecten van een verbreding nog negatiever zijn.
Groen! blijft erbij dat er andere en betere oplossingen voor de leefbaarheid en verdere ontwikkeling van de haven van Zeebrugge zijn. Vlaams volksvertegenwoordiger Bart Caron: ‘De estuaire vaart kan verder uitgebouwd worden en het goederenvervoer per spoor moet beter benut en geoptimaliseerd worden. Als men deze realistische opties nu eindelijk eens zou lichten, kan het prachtige landschap langs het Schipdonkkanaal blijven bestaan en kunnen landbouwers en andere aangelanden eindelijk rechtszekerheid krijgen.’
Joke houdt zich koest
Ondertussen moet Joke Schauvliege, minister van Milieu en Natuur, zich koest houden. Voor de verkiezingen bekende zij zich als tegenstander van dit project. Zij verscheen toen op allerlei activiteiten tegen de verbreding. Nu blijft het oorverdovend stil aan haar kant. Ze weigert zelfs te reageren. Koester (haar verkiezingsslogan) is gewoon de overtreffende trap van koest.
Filip Watteeuw: ‘Ik kan enkel vaststellen dat alle steun voor dit project is verdwenen. De Boerenbond en de milieubeweging wezen dit project zelfs samen af. Ondertussen kanten ook bijna alle politieke partijen zich tegen de verbreding van het Schipdonkkanaal. Voortgestuwd door de Zeebrugse havenlobby is het enkel nog de CD&V die dit project genegen is’.
Bart Caron - Vlaams parlementslid
0477 49 58 10
Filip Watteeuw - Vlaams parlementslid
0479 27 57 86
29/12/2009 - Persmededeling
Windenergie is een van de meest efficiënte en zeker de meest duurzame manier om groene energie te produceren. Het is voor Groen! dan ook duidelijk dat deze vorm van energieproductie veel meer moet uitgebouwd worden dan nu het geval is. Maar het inplannen en inplanten van windmolens loopt allesbehalve van een leien dakje, zeker in West-Vlaanderen. Bijna elk nieuw project is een bron van controverse, wat ervoor zorgt dat de recente gunstige evolutie op vlak van windenergie gestopt wordt.
DE AMBITIE
‘de doelstelling voor windenergie vandaag terugschroeven, is net zoiets als de paus die in Afrika een verbod van condoomgebruik gaat verkondigen’
West-Vlaanderen moet de ambitie hebben om een belangrijke rol te spelen op vlak van windenergie. Eenvoudigweg omdat we de provincie zijn met het grootste windaanbod, zoals blijkt uit de windkaart van Vlaanderen (zie bijlage). In onze provincie zijn windenergieprojecten het meest rendabel.
De partijen die de meerderheid in het provinciebestuur uitmaken, CD&V en sp.a, hebben blijkbaar een andere mening. In de recent uitgebrachte visie ‘Ruimte voor windturbineprojecten in West-Vlaanderen’ (goedgekeurd door de deputatie 19/11/09) wordt de doelstelling voor West-Vlaanderen teruggeschroefd van 30 naar 25%. Onbegrijpelijk op een moment dat de klimaatopwarming en alle problemen die daarmee gepaard gaan zowel hier als in armere landen in het zuiden steeds meer op het terrein zichtbaar wordt. Voor Groen! zou eerder de omgekeerde beweging moeten gemaakt worden: van 30 naar 35%. De provincie is hierbij bovendien niet consequent. Ze pleit in de visie (terecht) om windmolens in te planten op de plaatsen waar dat meest rendabel is, maar volgt in haar doelstelling dit principe niet.
Ambitie is er bij de traditionele partijen vandaag niet, maar is er ook nooit geweest. Wat vele schepencolleges vandaag een ‘wildgroei’ aan windmolenprojecten noemen, hebben ze zelf veroorzaakt. Toen in 2002 de toenmalige energieintercommunale WVEM een (slecht uitgewerkt) voorstel lanceerde met inplanting van windmolens langsheen de E403, trokken zowat alle betrokken gemeentebesturen aan de alarmbel. Ze vonden dat dit niet zomaar kon, dat de gemeentebesturen zelf inplantingsplaatsen voor windmolens zouden moeten aanduiden in plaats van afhankelijk te zijn van voorstellen van energiebedrijven. Maar toen het voorstel ingetrokken werd, was er geen enkele gemeente die dit ook in de praktijk bracht. In Oost-Vlaanderen daarentegen, bewees de stad Eeklo dat dit wel kan.
Niemand kan bedrijven kwalijk nemen dat ze mogelijkheden zoeken voor de inplanting van windmolens. Zo helpen ze om de Vlaamse doelstellingen op vlak van groene stroom te realiseren, gebruik makend van de stimulerende maatregelen die daarvoor uitgewerkt werden (vooral via de groenestroomcertificaten). Mochten de gemeentebesturen en het provinciebestuur toen wel proactief gewerkt hebben aan het plannen van sites waar windmolenprojecten konden gerealiseerd worden in plaats van passief af te wachten, hoefde dit op vandaag geen probleem te zijn. Groen! is dan ook van mening dat lokale besturen die spreken van een ‘wildgroei’ aan windmolenprojecten dit aan hun eigen passieve houding te danken hebben.
DE LOCATIES
‘er is geen gebrek aan geschikte locaties, wel aan politieke wil/moed’
Het knelpunt voor meer groene stroom uit windenergie is vandaag vooral het vinden van voldoende geschikte inplantingsplaatsen. Het moeilijk verkrijgen van de nodige vergunningen en de tegenstand van lokale actiecomités zijn daarvoor de belangrijkste oorzaken.
De provincie is dan ook terecht op zoek naar concrete inplantingsplaatsen, maar is volgens Groen! veel te weinig ambitieus. Voor Groen! moet het meer zijn, en we schuiven zelf een aantal opties naar voor.
Bestaande locaties maximaal benutten
De plaatsen waar momenteel al windmolens staan, moeten maximaal benut worden.
In de visie van de provincie zijn een aantal dergelijke locaties opgenomen, zoals de haven van Zeebrugge met het Boudewijnkanaal (Brugge Noord), waar Groen! voldoende mogelijkheden ziet om enkele tientallen extra molens in te planten, en langs het kanaal Roeselare-Leie, in het verlengde van de huidige molens in Kachtem (alleen beter ingeplant, verder van de dorpskern).
Maar Groen! ziet meer kansen . De concrete voorstellen, van noord naar zuid:
* De solitaire windmolen in Zedelgem moet gezelschap krijgen van twee extra exemplaren, zoals oorspronkelijk de bedoeling was. De ruimte hiervoor, in een industriële omgeving, is aanwezig. De inplanting van een eenzame (of solitaire, in het vakjargon) windmolen is trouwens iets dat door het beleid afgeraden wordt.
* Ook in Nieuwkapelle bij het project van Beauvent is een uitbreiding van het aantal molens wenselijk
* In Oekene kan de huidige rij nog verlengd worden, en stellen we voor om ook molens in te planten aan de overzijde van de autostrade
* Ook in Kortrijk ter hoogte van Evolis kan een inplanting aan de overzijde van de autostrade bekeken worden
Grote infrastructuren als kapstok gebruiken voor een verstandige inplanting van windmolens
De huidige windsites uitbreiden volstaat niet. Groen! pleit ervoor nieuwe inplantingsplaatsen te selecteren, geïntegreerd in het landschap en zonder burenhinder. De mogelijkheden hiertoe liggen ruim voorhanden, ook in onze provincie. De bestaande grootschalige infrastructuren die het actuele landschap vorm geven, zoals autosnelwegen en industriezones, moeten zoveel mogelijk benut worden voor het inplanten van windmolens.
De visie van de provincie voorziet op inplantingslocaties gekoppeld aan (al dan niet toekomstige) infrastructuren: langs de E40 in Veurne en Nieuwpoort, langs de E17 in Waregem en Menen, het verkeersknooppunt E40-E403 in Jabbeke, bij industriezones in Tielt, Roeselare-Beveren, Kortemark, Torhout, Menen West en Poperinge.
De zwakte van de visie van de provincie is dat projecten die niet op de opgesomde locaties gelegen zijn, negatief beoordeeld zouden worden. Het aantal zones is echter veel te beperkt om een snelle evolutie van windenergie te kunnen realiseren. Ook al omdat heel wat locaties gekoppeld zijn aan nog te ontwikkelen industriezones. Zo worden windmolens als ‘glijmiddel’ gebruikt om controversiële nieuwe inpalming van open ruimte een groen tintje te geven. Bovendien betekent dat dat de realisatie nog een hele tijd op zich zal laten wachten, gezien dit gekoppeld is aan de realisatie van de nieuwe bestemming. Zo is de planning voor de windmolens op Evolis gestart in 2003, voor de realisatie is dus 6 jaar nodig geweest. Groen! ziet geen reden om projecten die voldoen aan de richtlijnen uit de omzendbrief van de Vlaamse Overheid tegen te houden, ook al komen ze niet voor op het lijstje van de provincie.
We stellen alvast de volgende bijkomende opties voor:
* In het noorden van de provincie willen we ook de haven van Oostende en Plassendale benutten voor inplanting van een groot aantal windmolens.
* Ook in de Westhoek biedt de A19 mogelijkheden om windmolens in te planten. De visie van de provincie maakt bijvoorbeeld het project in Zonnebeke dat in de pijplijn zit onmogelijk. Nochtans voldoet deze locatie aan alle afstandsnormen, is het gelegen vlakbij de A19 en bij een grootschalig bedrijf, en voorkomt dat deze site nog gebruikt wordt als stortplaats, een bestemming waar lang tegen gestreden werd vanuit de buurt.
* De zoekzone rond Staden uit de provinciale beleidsvisie van 2008, waar het de bedoeling was om windmolens te koppelen aan de grote diepvriesbedrijven in de omgeving, is uit de concrete voorstellen verdwenen. Nochtans bieden dergelijke locaties zeker interessante combinatiemogelijkheden.
* Het afschaffen van het economisch nutteloze vliegveld van Wevelgem zou mogelijkheden bieden om op de luchthaventerreinen windmolens in te planten, maar zou ook de obstakels wegnemen voor het inplanten van windmolens langs de autosnelwegen in de omgeving, zoals langs de E403 ter hoogte van de industriezone Gullegem-Moorsele
* Het voorstel om op de Bekaert-site in Zwevegem windmolens in te planten, is zeker waardevol.
Voor Groen! moet ook dringend werk gemaakt worden van de realisatie op locaties waar snel kan gestart worden: zo biedt de visie van de provincie de mogelijkheid om windmolens in te planten op de LAR-noord, zodat niet hoeft gewacht te worden om de juridische strijd rond LAR zuid. Ook in Waregem kunnen 4 windmolens ingeplant worden (2 aan elke kant van de E17) zonder te wachten op de eventuele (en ongewenste) nieuwe bestemming van het gebied Blauwpoort.
Landschapsopbouw
Een aantal projecten, vooral in de Westhoek, betekenen een inplanting in het open landschap. Windmolens kunnen inderdaad een landschapsopbouwend element vormen, zoals je in heuvelachtige streken in Frankrijk dikwijls ziet: de windmolens volgen de lijn van een heuvelkam. Bovendien is de zichtbaarheid van windmolens in het landschap, zeker van op grotere afstanden, belangrijker dan de zichtbaarheid van de begeleidende infrastructuur (de autosnelweg, het industrieterrein, het kanaal,...) Groen! vindt daarom dat windmolens niet noodzakelijk aan een dergelijke infrastructuur moeten gekoppeld worden, maar dat erbuiten ook nog veel mogelijkheden bestaan. Groen! is niet bang van nieuwe elementen met een ecologische meerwaarde in een landschap. Het landschap van vandaag is anders dan dat van 50 jaar geleden, en zal ook anders zijn dan het landschap van binnen 50 jaar. Belangrijk is dat de inplanting harmonieus gebeurt, met respect voor het landschap en zijn gebruikers, en waarom niet net als andere grotere structuren met begeleidende landschapsopbouwende maatregelen.
Ruimtelijke planners zijn bang voor ‘visuele interferentie’, het storend effect indien verschillende windsites in één blik kunnen gevangen worden. Groen! wil dit eenvoudig oplossen met opgaand groen tussen beide.
Heel concreet mogen bvb. de windmolens van Evolis in Kortrijk geen reden zijn om een inplanting op de Bekaert-site in Zwevegem te belemmeren om visuele redenen.
Groen! wil wel de meest kwetsbare landschappen in onze provincie ontzien (bijvoorbeeld rond Damme, het interfluvium Schelde-Leie,...), maar inplanting van windmolens in de open ruimte mag niet uitgesloten zijn. Als concreet project stellen we de kam tussen Mesen en Wijtschate voor. Ook de afbouw van de militaire basis in Lombardsijde biedt wellicht mogelijkheden.
DE WINSTEN
‘Winstmolens, ook voor de omwonenden?’
De interesse van de energiesector en grote energieverbruikers voor windenergie komt uiteraard niet vanzelf. Windenergieprojecten zijn door de ondersteuning via groenestroomcertificaten en de steeds grotere rendabiliteit van de moderne windturbines financieel zeer interessant. Er worden dan ook grote bedragen betaald aan grondeigenaars die een geschikte inplantingslocatie ter beschikking stellen.
En dat zorgt voor de nodige problemen. Landbouwers worden tegen elkaar opgezet of er rijzen discussies over de exacte inplantingsplaats. De enkele vierkante meters plaats die een windmolen inneemt, brengen immers een veelvoud op van de landbouwactiviteiten errond. Inplantingsplaatsen worden ingepalmd door de meestbiedende, wat ervoor zorgt dat kleinere windenergiebedrijven, vaak coöperatieve initiatieven, overtroefd worden door de kapitaalkrachtige groepen en daardoor nog weinig aan bod komen. Dit is ook de reden dat gemeentebesturen zelf het roer in handen willen houden. Een windmolen op gemeentelijke grond brengt immers zonder veel moeite een aardige cent op (en als dat niet helpt, dan kan altijd een belasting uitgevonden worden). Of dat streekintercommunales die ruimtelijke plannen maken graag windenergieprojecten koppelen aan al dan niet nog te ontwikkelen industriezones. Dat zijn immers twee financieel interessante vliegen in één klap. Dat men dan tegelijkertijd rechter en partij is, speelt blijkbaar minder een rol.
Groen! vindt het belangrijk dat de huidige gunstige trend voor windenergie niet afgeremd wordt. Maar om het maatschappelijk draagvlak voor windenergie te behouden en te versterken, is het belangrijk dat de omwonenden mee betrokken worden in windenergieprojecten. Zo kunnen ze medestander in plaats van tegenstander worden. Een coöperatieve vennootschap biedt hiervoor een goed model. De molens in Nieuwkapelle, een realisatie van Beauvent cvba, is daarvan een voorbeeld. Omwonenden kunnen participeren in het project en profiteren van een deel van de inkomsten ervan. Ook de stad Eeklo toont hier een interessant voorbeeld. De buurtbewoners ondervinden de mogelijke impact van de windmolens, maar delen ook in de voordelen ervan. Dit verhoogt sterk het draagvlak voor de inplanting van windmolens, wat de realisatie van projecten zeker ten goede komt. Groen! wil dan ook zoveel mogelijk windenergieprojecten gerealiseerd zien in een dergelijk coöperatief model. Ook grote groepen, die niet gewoon zijn aan een dergelijke manier van werken, kunnen gelijkaardige systemen opzetten. Het zal de windenergiesector in zijn geheel ten goede komen.
TENSLOTTE
Willen we op een gezonde, veilige en duurzame manier de energievoorziening in de nabije toekomst veilig stellen, dan is naast het schrappen van onnodige energieverspilling ook het aanboren van nieuwe energiebronnen noodzakelijk. En we hebben daarbij niet de luxe om te kiezen voor de duurzame energiebron van onze voorkeur. We moeten zo doelmatig mogelijk de natuurlijke energie waar we over beschikken benutten. Dus niet zonne-energie of windenergie, maar én zonne-energie, én windenergie, én biogas uit mest (naast de meest winderige provincie is West Vlaanderen ook de provincie met het meeste mest) én wind op land én wind op zee én grootschalige initiatieven én kleinschalige initiatieven.
Geen blinde groei, daar zijn we geen voorstander van, ook niet op vlak van duurzame energie. Maar in respect voor mens, landschap en milieu wil Groen! veel meer ambitie zien dan de provincie nu aandurft.
Marc Vanpaemel, provincieraadslid
Bart Caron, Vlaams parlementslid
Mike Van Acoleyen, provinciaal voorzitter
Maarten Tavernier, 0478/94.96.53
Groen! Wervik-Geluwe
0472/621910
PERSBERICHT
Het bedrijf Vandewiele Recycling heeft het afgelopen jaar bedrijf, boedel en vergunning overgenomen van de firma Rodenburg. Dat was een voortzetting van de vroegere firma Soete. In de loop van het jaar hebben de nieuwe exploitanten om uitbreiding en verlenging van de lopende vergunning gevraagd.
Omdat aan de activiteiten op de locatie aan de Laagweg een treurige geschiedenis kleeft van overtredingen hadden buurtbewoners ernstige bedenkingen. Ze hebben de hulp ingeroepen van deskundigheid binnen Groen! Dit leidde tot het helpen formuleren van bezwaren. Groen! diende zelf op 23 april 2009 ook een bezwaarschrift in bij het college van burgemeester en schepenen. De gemeente deelde de bezwaren en gaf een negatief advies aan het bevoegde provinciebestuur. Dit was aanleiding voor de exploitanten om de vergunningaanvraag in te trekken. Later dit jaar is men met een “verbeterde aanvraag” gekomen. Ook daartegen heeft Groen! op 22 augustus 2009 bij het gemeentebestuur een bezwaarschrift ingediend.
Voor het bevoegde provinciebestuur hebben de bezwaren blijkbaar niet zwaar genoeg gewogen en werd de gevraagde vergunning verleend. Onze deskundige Mike Van Acoleyen heeft in het dossier voldoende punten gevonden die bezwarend kunnen zijn voor het milieu en voor het welzijn van de buurtbewoners. Groen! heeft daarom, ter ondersteuning van de buurtbewoners en in het algemeen belang, op 23 december 2009 een beroepsschrift ingediend bij de Minister, bevoegd voor het Leefmilieu, Joke Schauvlieghe.
Groen! vecht volgende aspecten van de milieuvergunning aan:
- De inplanting in landbouwgebied, op basis van een verouderd en onaangepast ruimtelijk plan, van een activiteit die slechts deels te maken heeft met het verwerken van landbouwafval.
- De toestemming om naast plantaardige afvalstoffen ook zuivelafval, afval van de farmacie, afval van de fijnchemie en allerhande industriële waterzuiveringsslibs te mogen verwerken.
- De buurtweg die zou verdwijnen zonder geloofwaardige alternatieve route
- De ondoorzichtige waterhuishouding, waar puur regenwater gezuiverd zou worden als we de vergunning mogen geloven. Maar waar de bestemming van het vervuilde water minder duidelijk is.
- De maatregelen tegen fijn stof en lawaaihinder die ruim onvoldoende zijn.
Groen! Kortrijk vraagt dat, tijdens het bezoek van koning Winter meer aandacht voor berijdbare veilige fietspaden, en toegankelijke winkel- en wandelstraten. Er is een pak sneeuw gevallen, en de fietswegen zijn onberijdbaar of levensgevaarlijk. Fietsers zijn dan genoodzaakt om de rijbaan te gebruiken, wat nog gevaarlijker is.
In tegenstelling tot andere steden zien we dat Kortrijk weinig moeite doet om de fietspaden vrij te maken. Als het regelmatig sneeuwt, zoals nu, kan dat vooral gebeuren met een veegmachine. Volgens ons bezitten het Vlaamse Gewest en Kortrijk zo’n machine(s). De Vlaamse overheid verleent trouwens subsidies aan gemeentebesturen om zo’n veegmachines aan te kopen. Strooien met zout op fiets- en voetpaden kan als tijdelijke maatregel nuttig zijn, al is het effect daarvan op een fietspad niet hetzelfde als op een weg waarop auto’s rijden.
In Kortrijk is het sneeuwruimen op voetpaden en fietspaden pas vandaag, dinsdag 22 december begonnen. Er ligt echter al ruim vijf dagen sneeuw. Vooral het niet ruimen van fietspaden is problematisch. En het is vooral gevaarlijk voor de fietsers. Je kan bijvoorbeeld niet van de fameuze bruggen over de Leie afrijden zonder je leven te riskeren. Neem bijvoorbeeld de Ronde van Vlaanderenbrug, door de steile hellingen van en naar de brug zelf is fiets gevaarlijk, vooral omdat de metalen roosters op de brug min of meer sneeuwvrij zijn – de sneeuw valt er door – maar niet de fietspaden ernaar toe.
Uiteraard kunnen niet alle fietspaden sneeuwvrij gemaakt worden, dat begrijpen we. Maar we zouden er toch mogen van uitgaan dat de fietspaden langs de belangrijkste invalswegen en deze die apart liggen (bijv. het Guldensporenpad, of het fietspad langs het Bouwcentrum Pottelberg tussen Marke en Kortrijk) sneeuwvrij of toch beter berijdbaar gemaakt worden.
De invalswegen die de deelgemeenten met de stad verbinden, blijven helemaal op hun honger zitten.
Het gevolg is dat er talrijke valpartijen zijn, met alle ellende erbij, valpartijen die kunnen vermeden worden.
Groen!Kortrijk vindt het onaanvaardbaar dat de stad en het Vlaams Gewest hier niet meer aandacht aan besteden en zeker al niet samenwerken hiervoor.
Daarnaast betreurt Groen! dat ook de verkeersvrije straten, meestal winkelstraten, aan hun witte lot worden overgelaten. Daar zijn vooral voetgangers het slachtoffer van. De burger moet de sneeuw voor zijn eigen deur vegen, maar in de verkeersvrije straten moet de overheid ook handelen.
Mensen die willen komen winkelen in Kortrijk, of de Kerstmarkt willen bezoeken, moeten op gevaar van lijf en leden door de sneeuw ploeteren. Het gevolg is dan ook dat veel mensen snel terug naar huis vertrekken of zelfs niet naar Kortrijk afzakken.
Kortom, de zwakke weggebruiker wordt in de steek gelaten. Groen!Kortrijk betreurt dit en kan enkel vaststellen dat door kordaat optreden veel ellende bij de burger vermeden kon worden.
Philippe Avijn, voorzitter
Bart Caron en Cathy Mathieu, gemeenteraadsleden
22 december 2009
Begroting 2010 en Jaaractieplan – Gemeenteraad 14 december 2009
Ik las het Jaaractieplan. Het is net een catalogus van Trois Suisses: veel, en nog meer, maar toch ontbreekt er nog zoveel en, het aanbod is van onregelmatige kwaliteit. Het is voor elk wat wils. Uit zo’n catalogus kan ik ook moeilijk kiezen. Het is onoverzichtelijk, zonder prioriteiten, zonder duidelijke keuzes. Geen scherp profiel: geen design of pieces uniques, maar veel middelmatigheid.
Vorig jaar zie ik: “Kortrijk wordt geen warme stad. En ik heb het dan niet over de Kerstsfeer in onze stad. Alleen de zaken met uitstraling en zichtbaarheid krijgen veel aandacht. Het dagelijkse werk om de problemen van de mensen op te lossen, dat krijgt evenredig weinig aandacht.”
En warempel, van een stijlbreuk gesproken. Het centrale woord is ‘een warm Kortrijk’. Geen wollige, hoogdravende taal meer, maar warm, appellerend. Heeft iemand geturfd hoeveel keer het woord ‘warm’ neergeschreven staat? Pfff…ik krijg het er warm van :-
De vorig jaren rijmde die grote aandacht voor design, creatie en architectuur met de interesses van onze echte burgemeester. De Budafabriek, K in Kortrijk, het nieuwe politiegebouw, de oneindige Leiewerken, de eeuwigdurende bibLLLliotheek ... Zichtbare projecten uit het Jaaractieplan Kortrijk 2009. De meeste zijn ondertussen nog niet zichtbaar, en zeker nog niet af. De meeste staan zelfs nog nergens ... Ze staan opnieuw in het Jaaractieplan 2010. En ik voorspel dat dat nog jaren doorgaat. Het blijft een raadsel met welk geld de Bibllliotheek toch zal worden gerealiseerd deze legislatuur.
De uitvoering van de visie Zwevegemsestraat – Slachthuisstraat, daar zijn we nieuwsgierig naar. Behoudt de straat zijn multicultureel karakter of niet? Of krijgen we een Vlasmarkt bis? Worden de bewoners betrokken bij de visie-ontwikkeling?
Je kent dat van een Trois Suisses-catalogus. Je zoekt natuurlijk altijd die dingen die er niet in staan. Hier is dat niet anders natuurlijk.
Ik blijf vooral op mijn honger zitten in de rubriek ‘Sociaal’. Ik lees er niets over het diversiteitsbeleid, niets over het Noord-Zuid beleid, niets over de dotatie van de stad aan het OCMW en hoe die evolueert. Of liever niet evolueert, zoals ik de voorbij jaren ook al stelde.
OCMW-dotatie
Het OCMW – om alle twijfel weg te nemen – voert een degelijk sociaal beleid en heeft een duidelijke begroting.
Maar helaas, ik zal moeten herhalen wat ik voorheen al stelde: het OCMW wordt stiefmoederlijk behandeld door de stad.
Eerst een paar financiële feiten. De dotatie van de stad aan het OCMW bedraagt voor 2010 9.183.672 euro. Dat is exact hetzelfde bedrag als in 2009 en dat was ook het bedrag sinds 2005. Hetzelfde bedrag is ook gepland is voor 2010. Dus gedurende 6 jaar zal de stedelijke dotatie aan het OCMW van Kortrijk niet stijgen.
Fijntjes wordt opgemerkt dat ingevolge de crisis, met sterk verhoogde sociale uitkeringen de stad de ‘mogelijkheid’ voorziet tot een aanvullende dotatie met de budgetwijziging: 400.000 euro in 2010 en 600.000 in 2011.
Het OCMW heeft in de loop van de voorbije jaren reserves opgebouwd (4.395.683 euro) en die moeten eerst worden besteed. Vreemd toch: de stad blijft reserves opbouwen, maar de sociale partner (het OCMW) moet de hare eerst besteden. Dat begrijpen we niet.
Hoe dan ook, eind 2010 schiet daar slechts 336.687 euro van over. Dan ontstaan grote problemen.
Het huidige budget is dan ook een strak zittende leiband. Er is geen ruimte voor nieuwe initiatieven en voor een uitgebreidere werking. In het Actieplan lezen we dat 2010 het Europese Jaar van de Armoede is en dat een gezamenlijke aanpak wordt ontwikkeld. Met welk geld zal dat moeten gebeuren? Een mirakel waarbij manna gaat neerdwarrelen?
Kortrijk is, ondanks het veelvuldig voorkomen van het woord in de tekst, geen warme stad. De cijfers zijn steeds duidelijker. De gemeentelijke bijdrage voor het OCMW is afgemeten. Ons stadsbestuur besteedt al jaren 152 euro per Kortrijkzaan aan het OCMW, bedrag inclusief de bijdrage uit gemeentefonds.
Voor 2009 (de meest recente cijfers) heb ik de centrumsteden vergeleken en dat is het resultaat:
GENT 265,51
ANTWERPEN 205,24
SINT-NIKLAAS 203,56
LEUVEN 199,69
OOSTENDE 198,78
TURNHOUT 181,27
ROESELARE 173,83
GENK 171,19
MECHELEN 155,68
KORTRIJK 152,74
BRUGGE 150,49
AALST 147,54
HASSELT 130,14
Kortrijk staat op de 10de plaats van de 13 centrumsteden, een plaats gezakt t.o.v. vorig jaar.
Bemerk ook dat het verschil met de andere steden behoorlijk groot is. Tussen Leuven en Kortrijk is er een verschil van 47 euro per inwoner, een fors verschil.
De eerder uitgezette ambities1 zal de stad niet halen. Zonder substantiële groei van de middelen is dat onhaalbaar. Het is duidelijk dat dit geen prioriteit is voor onze stad.
Kijk eens naar de wachtlijsten bij het OCMW (uit het jaarverslag 2008).
voor serviceflats zijn er 538 wachtenden op 188 woongelegenheden
voor de rusthuizen zijn er 400 mensen die op de wachtlijst staan (ter vergelijking, in 2001 waren dat er 106); de wachttijd bedraagt 70 tot 400 dagen;
steeds meer vragen bij de sociale dienst;
stijgend aantal geïndividualiseerde projecten voor maatschappelijke integratie;
enzovoort.
De noden stijgen dus, en sterk! Helaas, het antwoord is niet krachtig genoeg.
Geen groene ambitie – niet echt jong – en city-marketing
In de rubriek ‘veilig, net, groen en milieubewust’ vind ik een vreemd ratatouille van ingrediënten. Mij valt in ieder geval op dat de ambities op het vlak van groen en milieubewust kortrijk heel mager zijn voor 2010! De hondenpoepproblematiek, groenparticipatie via bladkorven en dan hebben we het gehad. Bladkorven zijn toch ook niet nieuw? Er komt een stuurgroep ‘overlast’, maar zonder betrokkenheid van jeugddienst/jeugdraad, van bewoners, indusief de jongeren uit de buurt?
Enne, als je bij het begin van dit actieplan leest dat het thema voor de komende jaren ‘jong en warm Kortrijk’ is dan verwacht je dat ‘jeugd in Kortrijk’ toch een aparte rubriek zou zijn. Maar helaas, we moeten de verjonging zien gebeuren via een mysterieus woonplan – we zijn benieuwd – en de plannen voor De Warande, de Speelstraten en het ‘jong talent’ van het Cultuurcentrum. That’s all folks. Jong Kortrijk?
En daarnaast vind je een aantal spullen waarvan je niet weet waar ze voor dienen.
Voorbeeld? Wat is MSOC antenne, wat zijn servicepunten sociale economie
Over gebiedswerking zal ik niet veel zeggen. Ik spaar het op tot een latere gemeenteraad. Maar ik zou hier wel de link leggen met het Woonplan, met het mobiliteitsbeleid … In het hoofdstukje over gebiedswerking lees je wat de gebiedswerking zou moeten doen: dromen van burgers helpen waarmaken. Mooi zou je denken, maar de stad moet de verantwoordelijkheid bij de verschillende stedelijke diensten leggen, zij moeten het realiseren.
En het stoort me verschrikkelijk dat het project ‘Marke blikt vooruit’ gelinkt wordt met het economisch hoofdstukje van het jaarplan. Dat is het toch helemaal niet? Of liever, het is veel meer dan dat!
En dan city marketing. Och. Het is geen fijne evolutie. Je ziet dat alle steden in hun onderlinge race een niet te stuiten profileringsdrang vertonen. Het is allemaal imago wat de klok slaat. Moet Kortrijk daar nu ook aan meedoen? En doen we dat dan met dure reclamecampagnes of met kwaliteitsvol beleid? Zeker als het beeld dat de stad wil uitdragen dat is van een ‘warme samenleving’, waarin de projecten een ‘maatschappelijke finaliteit en meerwaarde’ hebben? Dure promotie terwijl op de gewone dingen en het sociaal beleid wordt bespaard?
Vrije tijd en Cultuur
Dat de stad de Jeugdherberg wil vernieuwen is geen geheim meer. Dat steunen we ook. Maar dat het ook een sporthotel zou worden, dat wisten we nog niet. Vorige week besliste de deputatie van onze provincie over een financiële inbreng van de provinciale sportdienst West-Vlaanderen voor de realisatie van de vernieuwde jeugdherberg/sporthotel te Kortrijk. Het wordt dus ook een sporthotel, allemaal in het licht van de Olympische Spelen in Londen in 2012? De provincie legt haar financieel engagement vast op het budget 2009 voor een bedrag van € 200.000.
Ik eindig met een brokje cultuur, zoals het hoort.
Het Jaaractieplan bevat weinig, behalve mooie woorden – ik vraag me af wie de tekst van het Jaaractieplan geredigeerd heeft, professionele copywriting is het.
Met het hoofdstuk Vrije Tijd is niks fout. Wij waarderen de prioritaire aandacht die de stad in het cultuurbeleid wil geven voor kansarme en maatschappelijk kwetsbare kinderen. Maar we lezen nikske over verenigingen, niet over het jeugdwerk, sportclubs of het vrijwilligerswerk. Als het niet nieuw is, krijgt het blijkbaar geen aandacht meer. Wel dat een speciale dag in het kader van de televisieserie De Rodenburgs ‘niet is uitgesloten’. Hip hip hoera!
Mooie woorden over de Sinksenfeesten, maar er wordt wel minder budget voorzien. Dat is trouwens de algemene tendens. Zo dalen de personeelskosten van de musea. Een conservator – die werkt nu op het kabinet van de burgemeester – niet vervangen in het museum 1302 zal niet meteen bijdragen tot het binnenhalen van een ministeriële erkenning. Was het niet net de zwakker wetenschappelijke werking die de ons de das omdeed? Die musea blijven in het sukkelstraatje. Natuurlijk, ze worden door de stad stiefmoederlijk behandeld. Vergelijk Kortrijk eens met Leuven (‘M)’?
In de cultuurbegroting zijn er heel veel verschuivingen. Blijkbaar wordt nu beter nagekeken welk personeelslid onder welke dienst zit. Maar tegelijk wordt dat personeel nu erg versnipperd over vele subdiensten. Naast de bekende diensten (cultuurcentrum, bibliotheek e.a.) is er nu personeel voor de cel tentoonstellingen, voor de cel cultuurcommunicatie, de cel socio-cultureel enzovoort. Een dergelijke opsplitsing is toch niet zinvol? Waarom ook niet al de subsidies clusteren? Zoek nu eens de juiste boom in het bos.
Er wordt ook bespaard. 5% op de werkingsmiddelen van OC’s en buurthuizen en de straat-, buurt- en wijkfeesten (min 15.000 naar 49.250; maar de Tinekesfeesten krijgen er wel 5.000 bij) ) (dus op de gebiedswerking van schepen de Bethune). De toelage aan FIK (daalt van 250.000 naar 228.000), die aan Kortrijk Congé ook (min 5.000), de collectievorming van de bibliotheek (minus 30.000), de werkingskosten van de musea dalen, het cultuurbeleidsplan ook (schepen Depuydt)? Op zoek naar kleingeld? Waarom net op die posten? Om de intendant Cultuur mee te betalen? 100.000 euro voor een halftijdse intendant, niet slecht … En zullen er middelen worden uitgetrokken voor cultuureducatie?
En nog dit, bespaar u de speurtocht achter het woord ‘design’ … het is zoals met die speld en die hooiberg.
Ik dank u.
Bart Caron
| maart 2010 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Z | M | D | W | D | V | Z |
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | |
| 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 |
| 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 |
| 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 |
| 28 | 29 | 30 | 31 | |||

foto Viviane Decock
© 2009 - Bart Caron